CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B8 - Bureauonderzoek en IVO Wijnbergen De Kwekerij.pdf

gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Bestemmingsplan Wijnbergen De Kwekerij - 202220.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAAP-RAPPORT 4711

Plangebied Wijnbergen Het Oosten te Doetinchem Gemeente Doetinchem Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Wijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) Versie: 11-01-2021 Auteur: drs. G.L. Boreel Projectcode: DOZL Bestandsnaam: RAAPrap_4711_DOZL_20210111 Autorisatie: ir. E.H. Boshoven

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed- of afkeuring van het rapport.

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP in juli 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (kartere nd booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Wijnbergen Het Oosten te Doetinchem in de gemeente Doetinchem. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Volgens de aardkundige kaart, behorend bij de archeologische verwachtingsk aart van de gemeente Doetinchem, bevindt het plangebied zich voor het grootste deel op een hoog rivierterrasrest doorsneden door laagte met geulen. Het pleistocene landschap zal zijn afgedekt door oeverafzettingen van de Oude IJssel en mogelijk is sprake van overslag- of dijkdoorbraakafzettingen aangezien het plangebied gedeeltelijk begrensd wordt door de Kapperskolk. Het blijkt dat de meeste bekende vindplaatsen zich bevinden op de rivierduinen ten westen en zuiden van het plangebied. De hoge rivierterrasrest waarop het plangebied zich bevindt kent echter ook een hoge archeologische verwachting. Tijdens eerder uitgevoerd verkennend booronderzoek in plangebied Wijnbergen in het zuiden van het huidige plangebied houtskool in de boor aangetroffen (vindplaats 3).

Het karterend booronderzoek heeft laten zien dat geen sprake is van een toevalsvondst, maar stelt toch dat de vindplaats niet behoudenswaardig is, omdat waarschijnlijk sprake is van verspoeld materiaal in de context van een restgeul. Bovendien werd all een houtskool aangetroffen. Het booronderzoek heeft laten zien dat het grootste deel van het plangebied sterk geërodeerd is als gevolg van overstromingen. Binnen het grootste deel van het plangebied zullen geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als gevolg van sterke erosie. In het zuidelijk deel kunnen sporen bewaard zijn op het hoger gelegen rivierterras. De sporen kunnen afkomstig zijn van bewoning, maar ook van de steenoven. Onduidelijk blijft of in de lager gelegen zone van vindplaats ook sporen verwacht kunnen worden of dat hier alleen sprake is van een vondstspreiding. Vindplaats 3 krijgt samen met een deel ten noorden daarvan een hoge verwachting. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van ee n proefsleuvenonderzoek voor het deel van het plangebied dat een hoge verwachting heeft gekregen (inclusief vindplaats 3). In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aan bevolen.

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[3]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 11 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 14 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 17 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 19 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 19

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 22 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 22 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 22 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 25

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 27 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 27 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 28 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 29

Literatuur .......................................................................................................................................... 31 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 32

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[4]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP in juli 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Wijnbergen Het Oosten te Doetinchem in de gemeente Doetinchem (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Doetinchem ligt het plangebied voor het grootste deel in zone AWV categorie 6 (hoge verwachting). Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Een klein deel van het plangebied bevindt zich in zone AWV categorie 9 (lage verwachting voor nederzettingsresten, maar een hoge verwachting voor water gerelateerde archeologische resten). Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 5.000 m 2 en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.

De omvang van het plangebied is met 9 ha vele malen groter dan de vrijstellingsgrenzen. Hoewel op dit moment nog niet precies bekend is welke maatregelen zullen plaatsvinden, kan er op dit moment vanuit worden gegaan dat ook hiervan de omvang de vrijstellingsgrenzen zal overschrijden. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele a anwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van d e archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[5]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[6]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Opdrachtgever

Gemeente Doetinchem

Bevoegde overheid

Gemeente Doetinchem

Plaats

Doetinchem

Gemeente

Doetinchem

Provincie

Gelderland

Centrumcoördinaten (X/Y)

216.650/440.850

Toponiem

Wijnbergen Het Oosten

Kadastrale gegevens

kad. gem. Doetinchem sectie B, nrs. 2779, 3806*; sectie P, nrs. 525*, 912*, 922*, 1132*; *= deel van h et perceel

Oppervlakte plangebied

9 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied en directe omgeving van het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

juli 2020

Uitvoerder

RAAP Oost

Projectleider

drs. G.L. Boreel

Projectmedewerkers

E.M. Witmer, MA

RAAP-projectcode

DOZL

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4893416100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Oost te Zutphen en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[7]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[8]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.

2.2 Aardkundige situatie Volgens de aardkundige kaart, behorend bij de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem, bevindt het plangebied zich voor het grootste deel op een hoog rivierterrasrest doorsneden door laagte met geulen (tabel 2 en figuur 2). Het pleistocene landschap zal zijn afgedekt door oeverafzettingen van de Oude IJssel en mogelijk is sprake van overslag - of dijkdoorbraakafzettingen aangezien het plangebied gedeeltelijk begrensd wordt door de Kapperskolk. Ten westen van het plangebied bevindt zich de rivierduin van Wijnbergen. Onduidelijk is of zich binnen het plangebied ook rivierduinafzettingen bevinden.

Geologische situatie

hoge rivierterrasrest en lage rivierterrasvlakte, doorsneden door geulen in laagtes

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)

terrasvlakte met dalen

Ouderdom geomorfologische structuur

laat pleistoceen – vroeg holoceen

Bodemkundige situatie

vorstvaaggronden in grof zand (Zb30) en poldervaaggronden in klei (KRn8)

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

onder de huidige bouwvoor en mogelijk dieper in de geulen

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[9]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 2. Uitsnede van de aardkundige kaart met reliëf en ontstaanswijze behorend bij de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem .(bron: Willemse a.a., 2016, kaartbijlage 1)

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[10]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Dubbelbestemming ‘waarde-archeologische verwachting 2’ (vrijstellingsgrenzen 250 m 2 en 30 cm –mv) en ‘waardearcheologische verwachting 4’ (vrijstellingsgrenzen 5.000 m 2 en 30 cm –mv)

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

voor het grootste deel een hoge archeologische verwachting; de geulen kennen echter een lage verwachting voor nederzettingsresten en een hoge verwachting voor watergerelateerde archeologische resten

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

delen met een hoge verwachting zijn toegekend aan AWV categorie 6 (met vrijstellingsgrenzen van 250 m 2 en 30 cm –mv) en delen met een lage verwachting aan AWV categorie 9 ( met vrijstellingsgrenzen van 5.000 m 2 en 30 cm –mv)

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens Monument;

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Waarde

ca. 250 m westelijk van plangebied

losse vondsten, bewoning, toltoren

mesolithicum, neolithicum, ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen

keramiek, natuursteen, metaal, bot en houtskool

onder het esdek, 30 tot 80 cm -mv

behoudenswaardig, deels opgegraven 1

ca. 250 m westelijk van plangebied

bewoning

neolithicum/bronstijd,

vuursteen,

ijzertijd

keramiek

onder het esdek, 30 tot 80 cm -mv

waarschijnlijk niet behoudenswaardig 2

zaakidentificatienummer onderzoek 15367; 2027813100 2028283100 2052234100 2115544100 15368; 2027813100 2028283100 2052234100

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

Wanneer de bekende vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat de meeste vindplaatsen zich bevinden op de rivierduinen ten westen en zuiden van het plangebied (figuur 3, figuur 5 en figuur 6). De hoge rivierterrasrest waarop het plangebied zich bevindt kent echter ook een hoge archeologische verwachting. Tijdens het verkennend booronderzoek in plangebied Wijnbergen werd ter plaa tse van de catalogusnummers 37 en 78 houtskool in de boor aangetroffen (vindplaats 3 , figuur 5). 3 Het karterend booronderzoek heeft laten zien dat geen sprake is van een toevalsvondst, maar stelt toch dat de

1

Ufkes & Silkens, 2007. Lascaris & W esdorp, 2005. 3 Marinelli, 1998. 2

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[11]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

vindplaats niet behoudenswaardig is, omdat waarschijnlijk sprake is van verspoeld materiaal in de context van een restgeul. 4 Bovendien werd alleen houtskool aangetroffen. Tijdens het verkennend booronderzoek in plangebied Wijnbergen werd bij boring 41 tussen 60 en 75 cm –mv een vuile laag aangeboord met houtskool en puin (vindplaats 2). 5 De laag is mogelijk in verband te brengen met vindplaatsen op de hogere delen van het landschap. De vindplaats is niet nader onderzocht. Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

Opmerking

2027813100

vijf potentiële vindplaatsen; waarderend vervolgonderzoek

verkennend booronderzoek (Marinelli, 1998)

2028283100

vindplaatsen 1 en 4 behoudenswaardig; vindplaats 3 niet behoudenswaardig

karterend booronderzoek (Scholte Lubberink, 1999)

2052234100

vindplaats 1 waarschijnlijk niet behoudenswaardig; vindplaats 4 behoudenswaardig

proefsleuvenonderzoek (Lascaris & Wesdorp, 2005)

2115544100

opgraving vindplaats 4

opgraving (Ufkes & Silkens, 2007)

2029774100

rivierduin is een grote vindplaats; waarderend proefsleuvenonderzoek

verkennend booronderzoek (Scholte Lubberink, 2000)

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Omdat al zoveel onderzoek heeft plaatsgevonden in de directe omgeving van het plangebied is geen verzoek om informatie gedaan bij amateurarcheologen.

4 5

Scholte Lubberink, 1999, 18. Marinelli, 1998.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[12]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens en verwachting uit de directe omgeving van het plangebied.(bron: Willemse e.a., 2016; zie figuur 4 voor legenda)

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[13]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 4. Legenda van de archeologische verwachtingskaart.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Uit deze analyse blijkt dat het grootste deel van het plangebied agrarisch in gebruik is geweest ( figuur 7). Direct ten westen van Wijnbergen bevindt zich een kolk en een nat bos. Hier zal een dijkdoorbraak hebben plaatsgevonden door een oude geul. In het zuidelijk deel van het plangebied heeft een steenoven gestaan. Deze is ook terug te vinden op de gemeentelijke verwachti ngskaart in figuur 3. Deze steenoven, IJsselzicht genaamd, is voor 1832 in gebruik genomen en in 1891 stilgelegd en gesloopt. 6

6

https://www.grofkeramiek.nl/grofkeramiek/show/gld -006

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[14]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 5. Resultaten van voorafgaand onderzoek in plangebied Wijnbergen uit Scholte Lubberink, 2000, figuur 3.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[15]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 6. Resultaten van voorafgaand onderzoek in het zuidelijk deel van plangebied Wijnbergen uit Scholte Lubberink, 2000, figuur 6..

.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[16]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 7. Plangebied geprojecteerd op uitsnede kadastraal minuutplan 1832.

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[17]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Huidig grondgebruik

bos, grasland, park

Hoogteligging maaiveld

11 tot 13 m NAP

Grondwatertrap of -stand

VII en III

Milieutechnische condities

onbekend

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

onbekend

Locatie en diepte van kabels/leidingen

langs de Kapperskolkweg

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 8. Recente luchtfoto van het plangebied. (bron: PDOK)

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[18]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

woningbouw en groen

Omvang en diepte

onbekend

Invloed op maaiveld en grondwater

onbekend

Toekomstig gebruik

wonen en groen

Toekomstige gebruiker

onbekend

Tabel 7. De toekomstige situatie.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen gradiëntsituaties voor. Zodoende worden vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Het betreft resten van kampementen uit het mesolithicum.

Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moe sten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plan/onderzoeksgebied kenmerkt zich door hoge rivierterrasresten doorsneden door laagtes met geulen. Hierdoor worden wel archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie)/ de middeleeuwen verwacht. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[19]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Wel is sprake van een steenoven uit waarschijnlijk de 19 e eeuw. Zodoende worden in het plangebied archeologische resten van nederzettingen verwacht uit de periode neolithicum - middeleeuwen. Bovendien is een steenoven uit de 19 e eeuw bekend. Dergelijke vindplaatsen zijn over het algemeen 500 – 2.000 m 2 in omvang en kenmerken zich door de aanwezigheid van een archeologische laag. (Diepte)ligging In het plangebied komt mogelijk een jong afdekkend pakket (holocene oeverafzettingen) voor dat een ouder loopvlak afdekt. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich op circa 30 cm tot 100 cm -mv. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig kunnen zijn is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten. Jongere vondsten en sporen zullen zich direct onder de bouwvoor bevinden en zullen minder goed geconserveerd zijn. Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 8. Daarnaast zijn de prospectiekenmerken met betrekking tot de verwachte archeologische resten in figuur 9 schematisch verbeeld.

Archeologische periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid

mesolithicum

kampementen

10 – 50 m2

vondststrooiing

30-100 cm –mv

slecht tot matig

neolithicum – middeleeuwen

bewoning

50 – 2.000 m 2

archeologische laag en sporen

30 – 100 cm –mv

matig tot goed

nieuwe tijd

steenoven

onbekend

funderingsresten en vondststrooiing

0 – 100 cm –mv

onbekend

Tabel 8. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[20]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 9. Diagram voor archeologische vondst- en spoorcomplexen. Rode kader: aanduiding van de situatie in het plangebied.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[21]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een karterend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van een onderzoeksplan opgesteld door het bevoegd gezag. Het veldonderzoek is uitgevoerd in twee dagen, op 22 en 23 juli 2020. Het karterend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in he t plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Bovendien worden eventuele vindplaatsen in kaart gebracht. Voor het plangebied is een boorplan opgesteld van 5 boringen per hectare in een grid van 40 bij 50 m in 18 in oost-westelijke richting georiënteerde raaien. Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 2 5 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. In praktijk bleek dat niet zozeer sprake was van de verwachte zandige pleistocene ondergrond, maar van zandige en kleiige fluviatiele afzettingen, afgedekt door kleiige overslaggronden. Omdat hierdoor veel dieper geboord moest worden dan verwacht konden niet alle 45 geplande boringen worden uitgevoerd.

Daarom is ervoor gekozen de omvang van de overslaggronden in kaart te brengen met in totaal 40 boringen (figuur 10). Bevoegd gezag schreef voor dat in de zandige pleistocene delen van het plangebied geboord zou worden met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. Omdat vrijwel overal sprake bleek van kleiige deklagen is geboord tot maximaal 300 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van GPS ingemeten. Van twee boringen in dek- of rivierduinzand is het zand gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van het AHN. Het opgeboorde materiaal is verder in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Het gehele plangebied is begroeid met gras en bosschages, waardoor het niet mogelijk was eventuele vondsten waar te nemen aan het oppervlak.

3.2.2

Geologie en bodem

In figuur 10 wordt een interpretatie gegeven van de waarnemingen. Het plangebied heeft ernstig te lijden gehad van overstromingen in meerdere fasen. De verwachte hoge rivierterrasrest is slechts gedeeltelijk aangetroffen rond de boringen 11 t/m 15. Hoewel ook hier de top van de bodemopbouw

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[22]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

geërodeerd is tot 70 – 100 cm –mv kon hier een holoceen oeverpakket worden waargenomen van zandige klei tot een diepte van 150 – 185 cm –mv, waarvan de top geërodeerd is. Het pakket rust op zandige terrasafzettingen afgewisseld door veel dunne kleilaagjes. Er is geen bodemvorming waargenomen in de top van het terras. Het rivierterras wordt doorsneden door opgevulde restgeulen. Onder een pakket overslaggrond met een variërende dikte wordt hier een pakket matig siltige klei aangetroffen over matig tot grofzandige beddingafzettingen. In de kleiige vulling van de laagtes zijn in het zuidelijk deel van het plangebied één tot drie vegetatieniveaus gevonden. In het uiterste noordwesten van het plangebied is in de boringen 38 en 43 dek - of rivierduinzand gevonden (figuur 10). Het matig fijne, iets grindhoudende zand liet bij boring 38 een restant van een podzolbodem zien. Hier was nog een BC-horizont bewaard. In boring 43 bleek de bodem tot in de C horizont geërodeerd door de overslaggronden. De rest van het plangebied is tot diep in de rivierterrasafzettingen geërodeerd door overstromingen. De opbouw van het pakket suggereert in ieder geval twee belangrijke gebeurtenissen (doorbraakgolven). De Kapperskolk zal zeker bij één of beide gebeurtenissen gevormd zijn. De ouderdom van deze gebeurtenissen is niet duidelijk.

Op de kaart van Jacob van Deventer (tussen 1569 en 1575) is in het verlengde van de Kapperskolk een watergang zichtbaar met een watermolen er langs (noordelij k van het plangebied, ter hoogte van het spoor). Het betreft vermoedelijk een zij- of nevengeul van de Oude IJssel waar meerdere doorbraakgolven (veel meer dan twee lijkt gezien de ligging helemaal niet vreemd) doorheen zijn gekomen en waar aan weerszijde n van deze geul sediment is geërodeerd en doorbraakafzettingen zijn afgezet. De aanwezigheid van een watermolen betekent dat deze geul aan eind van late middeleeuwen/begin nieuwe tijd watervoerend is geweest en zowel stroomopwaarts als – afwaarts in verbinding met de Oude IJssel stond.

3.2.3

Archeologische indicatoren

Tijdens het veldonderzoek zijn in vijf van de 40 boringen archeologische indicatoren aangetroffen (zie tabel 9). Vanwege de fragmentatie van de indicatoren was het niet mogelijk deze vondsten te verzamelen. De vondsten worden na oplevering van de rapportage gemeld in ARCHIS. Nummer

Indicator

Datering

Omschrijving

Horizont (cm –mv)

1

houtskool en verbrande klei/leem

onbekend

veel fragmenten

veg. 80-90

2

houtskool en verbrande klei/leem

onbekend

veel fragmenten

veg. 56-60

4

houtskool en verbrande klei/leem

onbekend

veel fragmenten

veg. 70-80

7

houtskool en verbrande klei/leem

onbekend

veel fragmenten

veg. 105-110

houtskool

onbekend

50

veg. 65-80

veg. 124-140 veel fragmenten

veg. 70-80

Tabel 9. Overzicht van de archeologische indicatoren aangetroffen in het plangebied.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[23]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

De aangetroffen indicatoren bevinden zich ter plaatse van vindplaats 3 uit het verkennend booronderzoek uit 1998. 7 De potentiële vindplaats werd in 1999 gekarteerd, waarbij alleen maar houtskool werd aangetroffen. 8 Vanwege de eenzijdigheid van de aangetroffen indicatoren werd toentertijd geconcludeerd dat het waarschijnlijk om verspoelde indicatoren gaat en is de vindplaats als niet behoudenswaardig aangemerkt. Het onderhavig karterend booronderzoek heeft echter laten zien dat zich hier naast houtskool ook grote hoeveelheden verbrande klei of leem bevinden. Over het algemeen wijst het samen voorkomen hiervan met houtskool op bewoning. De locatie van de vindplaats is echter opmerkelijk in de laagte van een restgeul. Het zou kunnen gaan om afvallagen van een nabij gelegen vi ndplaats, op het hoger gelegen rivierterras. Een andere mogelijkheid is dat men het afval uit de iets noor delijker gelegen steenoven dumpte in de laagte van de restgeul. Vindplaats 3 is op basis van bovenstaande opnieuw begrensd met als doel te komen tot e en waardering. Begrenzing heeft plaatsgevonden op basis van de spreiding van de indicatoren, maar rekening moet gehouden worden met een ruimere omvang. Als sprake is van afvallagen van een hoger gelegen vindplaats, dan zal de noordelijker gelegen erosierest van het rivierterras hiervoor in aanmerking komen.

Als sprake is van afvallagen van de steenoven zal ook de zone daar omheen tot de vindplaats behoren.

Potentieel vindplaatsnummer

RAAP-objectnummer DOZL- 3 9

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4893416100

Gemeente

Doetinchem

Plaats

Doetinchem

Toponiem

Wijnbergen Het Oosten

Centrumcoördinaten

216.670/440.550

Huidig landgebruik

grasland en bosschages

Geo(morfo)logie en bodem

restgeul en hoog rivierterrasrest

Hoogte maaiveld

circa 11,5 m +NAP

Vermoedelijk complextype

bewoning of afvallagen van de steenoven

Globale datering

late prehistorie – middeleeuwen of nieuwe tijd

Vondsten

houtskool en verbrande klei of leem

Potentiële diepteligging vondstlaag (cm -mv en m t.o.v. NAP)

circa 60 – 140 cm –mv of 10,9 – 10,1 m NAP

Potentiële diepteligging sporenniveau (cm -mv en m t.o.v. NAP)

onder de vondstlagen

Globale omvang

spreiding van indicatoren van circa 1,4 ha; als het bij de steenoven hoort kan de vindplaats groter zijn

Tabel 10. Gegevens potentiële vindplaats.

7

Marinelli, 1998. Scholte Lubberink, 1999. 9 Is gelijk genummerd aan en betreft vindplaats 3 uit Marinelli, 1998. 8

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[24]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

3.3 Archeologische relevantie Het grootste deel van het plangebied kan op basis van de resultaten een lage verwachting worden toegekend, omdat sprake is van een ligging op een laaggelegen rivierterras van de Oude IJssel dat meerdere malen is overstroomd. Ernstige erosie als gevolg van overstromingen vormen het bewijs van deze overstromingen. In het zuidelijk deel van het plangebied, ter plaatse van de eerder als niet behoudenswaardig aangemerkte vindplaats 3, is een ruime spreiding aangetroffen van houtskool en verbrande klei of leem. Het samen voorkomen van deze indicatoren wijst over het algemeen op bewoning. Vindplaats 3, maar ook het erosierest van het hoger gelegen rivierterras kent daarom nog steeds een hoge verwachting. Gevonden indicatoren kunnen ook het afval vormen van de nabij gelegen steenoven. Op grond hiervan kent ook de geërodeerde zone tussen vindplaats 3 en het erosierest van het rivierterras een hoge verwachting, aangezien hier de steenoven moet hebben gestaan.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[25]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 10. Resultaten verkennend booronderzoek.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[26]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Oorspronkelijk was sprake van een hooggelegen rivierterrasrest doorsneden door laagtes met restgeulen. Het grootste deel van het plangebied is echter sterk geërodeerd als gevolg van overstromingen, waarmee de hooggelegen terrasrest minder hoog lag dan de term doet vermoeden . De ouderdom van de doorbraken is niet duidelijk. Op de kaart van Jacob van Deventer (tussen 1569 en 1575) is in het verlengde van de Kapperskolk een watergang zichtbaar met een watermolen er lan gs (noordelijk van het plangebied, ter hoogte van het spoor). Het betreft vermoedelijk een zij- of nevengeul van de Oude IJssel waar meerdere doorbraakgolven (veel meer dan twee lijkt gezien de ligging helemaal niet vreemd) doorheen zijn gekomen en waar aa n weerszijden van deze geul sediment is geërodeerd en doorbraakafzettingen zijn afgezet. De aanwezigheid van een watermolen betekent dat deze geul aan eind van late middeleeuwen/begin nieuwe tijd watervoerend is geweest en zowel stroomopwaarts als –afwaarts in verbinding met Oude IJssel stond.

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend? Op de Wijnbergse rivierduin ten westen van het plangebied zijn twee vindplaatsen bekend. Vondsten en sporen zijn bekend uit het mesolithicum tot en met de middeleeuwen. Binnen het plangebied was een spreiding van houtskool bekend in het meest zuidelijke deel ervan. Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid? Zover bekend is het terrein in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. In de 19 e eeuw is in de zuidelijke helft van het plangebied een steenoven gebouwd. Momenteel is het in gebruik als pa rk. Op basis van het bekende bodemgebruik worden nauwelijks verstoringen verwacht. Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken? Binnen het grootste deel van het plangebied zullen geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als gevolg van sterke erosie. In het zuidelijk deel kunnen sporen bewaard zijn op het hoger gelegen rivierterras. De sporen kunnen afkomstig zijn van bewoning, maar ook van de stee noven. Onduidelijk blijft of in de lager gelegen zone van vindplaats ook sporen verwacht kunnen worden of dat hier alleen sprake is van een vondstspreiding.

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Ja, alleen was niet verwacht dat het plangebied zo diep verstoord zou zijn door overstromingen.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[27]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Ja, het grootste deel krijgt een lage verwachting en vindplaats 3 krijgt samen met een deel ten noorden daarvan een hoge verwachting. Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? Op een diepte van 30 tot 140 cm –mv. Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen? De bodemopbouw is dermate intact dat vervolgonderzoek zinvol is. Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen? Nee, niet op basis van de nu bekende gegevens. Hiervoor zal meer bekend moeten worden over de aard, omvang, datering en gaafheid van de vindplaats. Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan? De kans is groot dat hierbij verstoring zal optreden. Het mijden van de betreffende zone of archeologievriendelijk bouwen kan verstoring voorkomen.

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)? Meest geschikte methode om resten hier op te sporen in te waarderen is een proefsleuvenonderzoek.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodeming repen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeol ogische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een waarderende fase van een inventariserend veldonderzoek voor het deel van het plangebied dat een hoge verwachting heeft gekregen (figuur 11). Gezien de prospectiekenmerken is een onderzoek met behulp van proefsleuven de geëigende methode voor vervolgonderzoek (zie ook https://pom.cultureelerfgoed.nl). Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek zal een PvE moeten worden opgesteld.

In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[28]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Doetinchem, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[29]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 11. Advieskaart voor het plangebied Wijnbergen Het Oosten waarin proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd in de zone met een hoge archeologische verwachting op basis van de resultaten van dit onderzoek.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[30]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Literatuur Lascaris, M & M. Wesdorp, 2005. Verslag van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Wijnbergen, gemeente Doetinchem. Zuidnederlandse Archeologische Notities 26. Amsterdam. Marinelli, M.G., 1998: Nieuwbouwlocatie Wijnbergen, gemeen te Doetinchem; een archeologische kartering, RAAP-rapport 369, Weesp. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergr onddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Scholte Lubberink, H.B.G., 1999: Plangebied Wijnbergen, gemeente Doetinchem; een Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI-2), RAAP-rapport 426, Weesp. Scholte Lubberink, H.B.G., 2000: Bedrijventerrein Wijnbergen, gemeente Doetinchem; een Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI-1), RAAP-rapport 622. Weesp. Ufkes, A. & B. Silkens, 2007. Prehistorische boeren en laatmiddeleeuwse tollenaars langs de oude Doetinchemseweg. Een archeologische opgraving bij Wijnbergen ‘De Kap’, gemeente Doetinchem (Gld.).

ARC-publicaties-161. Groningen. Willemse, N.W. & L.J. Keunen & R.S. Kok & J.A.T. Wijnen & S. van der Veen , 2016. Archeologie in de gemeente Doetinchem: actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart. RAAP-rapport 2877. Weesp.

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[31]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. Uitsnede van de aardkundige kaart met reliëf en ontstaanswijze behorend bij de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem .(bron: Willemse a.a., 2016, kaartbijlage 1)

10

Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens en verwachting uit de directe omgeving van het plangebied.(bron: Willemse e.a., 2016; zie figuur 4 voor legenda)

13

Figuur 4. Legenda van de archeologische verwachtingskaart.

14

Figuur 5. Resultaten van voorafgaand onderzoek in plangebied Wijnbergen uit Scholte Lubberink, 2000, figuur 3.

15

Figuur 6. Resultaten van voorafgaand onderzoek in het zuidelijk deel van plangebied Wijnbergen uit Scholte Lubberink, 2000, figuur 6..

16

Figuur 7. Plangebied geprojecteerd op uitsnede kadastraal minuutplan 1832.

17

Figuur 8. Recente luchtfoto van het plangebied. (bron: PDOK)

18

Figuur 9. Diagram voor archeologische vondst- en spoorcomplexen. Rode kader: aanduiding van de situatie in het plangebied.

21

Figuur 10. Resultaten verkennend booronderzoek.

26

Figuur 11. Advieskaart voor het plangebied Wijnbergen Het Oosten waarin proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd in de zone met een hoge archeologische verwachting op basis van de resultaten van dit onderzoek.

30

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

7

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving. Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

9 11

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

11

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

12

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

18

Tabel 7. De toekomstige situatie.

19

Tabel 8. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

20

Tabel 9. Overzicht van de archeologische indicatoren aangetroffen in het plangebied.

23

Tabel 10. Gegevens potentiële vindplaats.

24

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[32]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[33]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[34]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

Bodemkaart van NL

+

Geologische kaart van NL

+

Geomorfologische kaart van NL

+

Gedetailleerde bodemkaarten

+

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

+

Actueel Hoogtebestand Nederland

+

Lucht- en satellietfoto’s

+

Topografische kaart van Nederland

+

Oud(st)e kadasterkaarten

+

Historische kaarten van Nederland

+

Beeldmateriaal bouwhistorie

+

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

+

Archieven (RAAP)

+

Eigenaar en gebruiker

+

AMK

+

ARCHIS

+

CMA

+

CAA

+

CHW

+ +

Gebiedsgerichte specialisten

+

Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

Opmerking

+

DINO

Literatuur (arch./aardwet.)

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)

+ + +

[35]

Plangebied W ijnbergen Het Oosten te Doetinchem, gemeente Doetinchem ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 4711 / versie 11-01-2021

[36]

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Boring: DOZL_1 Kop algemeen: Projectcode: DOZL, Boornummer: 1, Beschrijver(s): KL2DU, Datum: 22-07-2020, Doel boring: archeologie - kartering, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 216685, Y-coördinaat in meters: 440520, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.18, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Doetinchem, Opdrachtgever: Gemeente Doetinchem, Uitvoerder: RAAP Oost 0 / 11.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig 25 / 10.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 40 / 10.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 60 / 10.58 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort:

klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 80 / 10.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont Archeologie: Houtskool: veel fragmenten, Verbrande leem: fragmenten 90 / 10.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 94, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 94 / 10.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 94, Ondergrens laag in cm: 98, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: matig humeus Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont 98 / 10.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 98, Ondergrens laag in cm: 140, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: sterk kleiig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) 140 / 9.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 140, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: slap

Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 200 / 9.18

bron: Dozl.geojson - 16-09-2020 11:32:57

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Boring: DOZL_2 Kop algemeen: Projectcode: DOZL, Boornummer: 2, Beschrijver(s): KL2DU, Datum: 22-07-2020, Doel boring: archeologie - kartering, Einddiepte boring in cm: 180 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 216632, Y-coördinaat in meters: 440512, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.07, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Doetinchem, Opdrachtgever: Gemeente Doetinchem, Uitvoerder: RAAP Oost 0 / 11.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: erosief (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn 40 / 10.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: erosief (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont 45 / 10.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Ijzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken 50 / 10.57 Laag algemeen:

Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: matig humeus Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont Archeologie: Houtskool: fragmenten 60 / 10.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 65, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Archeologie: Houtskool: enkel fragment 65 / 10.42 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont Archeologie: Houtskool: fragmenten, Verbrande leem: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 80 / 10.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 125, Aard ondergrens: erosief (<0,3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Consistentie: slap Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Oxidatie-reductie: oxidatie en reductie verschijnselen 125 / 9.82 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Aard bovengrens: erosief (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 155, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel:

matig zandig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 155 / 9.52 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 155, Ondergrens laag in cm: 180, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer grof Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Einde boring 180 / 9.27

bron: Dozl.geojson - 16-09-2020 11:32:57

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Boring: DOZL_3 Kop algemeen: Projectcode: DOZL, Boornummer: 3, Beschrijver(s): KL2DU, Datum: 22-07-2020, Doel boring: archeologie - kartering, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 216707, Y-coördinaat in meters: 440552, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.58, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Doetinchem, Opdrachtgever: Gemeente Doetinchem, Uitvoerder: RAAP Oost 0 / 11.58 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn 50 / 11.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: erosief (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: kleiig, Mediaanklasse: matig fijn 70 / 10.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: erosief (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Kalkgehalte: kalkconcreties Bodem: Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken 110 / 10.48 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7741/documents/41196