CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B4 - Aanvullend natuuronderzoek Wijnbergen De Kwekerij.pdf

gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Bestemmingsplan Wijnbergen De Kwekerij - 202211.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvullend natuuronderzoek Wijnbergen het Oosten in Doetinchem In opdracht van gemeente Doetinchem

Colofon Aanvullend natuuronderzoek Wijnbergen het Oosten in Doetinchem

Opdrachtgever Contactpersoon

Gemeente Doetinchem Mevr. K. Wopereis

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum:

2116 Ing. R. Boerboom S.J.J. Wamelink 7 oktober 2020

Foto voorblad

Plangebied (foto: R. Boerboom)

Eigendom Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever. Het rapport blijft eigendom van de opdrachtgever. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d. m. v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek neemt. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Kwaliteitszorg Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).

Het Netwerk Groene Bureaus is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl

Inhoud Colofon ................................................................................................................................. 1 Samenvatting ........................................................................................................................ 3 1

2

3

4

Inleiding en doel ............................................................................................................ 4 1.1

Inleiding .................................................................................................................. 4

1.2

Doel ........................................................................................................................ 4

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ...................................................... 5 2.1

Gegevens plangebied ............................................................................................ 5

2.2

Beschrijving van het plangebied ............................................................................. 5

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................. 5

2.4

Geplande werkzaamheden .................................................................................... 6

Het ecologisch onderzoek ............................................................................................. 8 3.1

Onderzoeksmethode .............................................................................................. 8

3.2

Resultaten ............................................................................................................ 18

Wet natuurbescherming............................................................................................... 27 4.1

Buizerd ................................................................................................................. 27

4.2

Eekhoorn .............................................................................................................. 28

4.3

Kerkuil .................................................................................................................. 28

4.4

Sperwer ................................................................................................................ 29

4.5

Steenmarter .......................................................................................................... 30

4.6

Steenuil ................................................................................................................ 30

4.7

Vleermuizen ......................................................................................................... 34

5

Conclusie ..................................................................................................................... 36

6

Bijlagen ........................................................................................................................ 37

Bijlage 1 Resultaten veldonderzoek ................................................................................... 38 Bijlage 2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming .............................................................. 43

Samenvatting Uit het gericht onderzoek blijkt dat de geplande woningbouw een negatief effect heeft op nestlocaties van de buizerd en de foerageergebieden van de steenuil, gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Tijdens een eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets is vastgesteld dat er geen negatieve effecten op beschermde soorten van overige soortgroepen verwacht worden (SA rapportnummer 2094). Het aanvragen van een ontheffing en het opstellen van een compensatieplan voor buizerd en steenuil is noodzakelijk. Daarnaast moet tijdens de bouwfase rekening worden gehouden met (overige) broedvogels en vleermuizen. Bij de inrichting van het plangebied moet rekening worden gehouden met vleermuizen door het behoud van opgaande groenstructuren en het voorkomen van verstoring door een toename van kunstlicht. Indien de functionaliteit van het leefgebied van vleermuizen gegarandeerd kan worden is aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk voor de aangetroffen vleermuissoorten. Voor overige soort(groep)en is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om woningbouw te realiseren in het projectgebied ‘Wijnbergen het Oosten’ in Doetinchem.

Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van de gemeente Doetinchem. Het bureau deed literatuuronderzoek in de Nationale Databank Flora en Fauna en voerde gericht veldonderzoek uit op de locatie.

Pagina 3

1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Er zijn plannen voor woningbouw in het plangebied ‘Wijnbergen het Oosten’ ter hoogte van de Doetinchemseweg/Wijnbergseweg/Torontostraat in Doetinchem. Staring Advies heeft in opdracht van de gemeente Doetinchem een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd en is tot de conclusie gekomen dat aanvullend onderzoek naar buizerd, eekhoorn, kamsalamander, kerkuil, poelkikker, rugstreeppad, kleine marterachtigen, ransuil, sperwer, steenuil, steenmarter en vleermuizen noodzakelijk is (SSA, rapportnummer 2094). Mevrouw Wopereis is namens de gemeente Doetinchem betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies opdracht gegeven voor dit aanvullende onderzoek.

1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkelingen sprake is van aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen, nestlocaties en functioneel leefgebied van genoemde soorten. Voor overige beschermde soorten is tijdens de quickscan natuurtoets aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn.

Pagina 4

2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:

Doetinchemseweg/Wijnbergseweg/Torontostraat Doetinchem Doetinchem Gelderland

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een gedeelte van het natuurpark Kapperskolk, bestaande uit extensief beheerd grasland, ruigte, (braam)struweel en verschillende boomgroepen en bosschages, in de bebouwde kom van Doetinchem (zie figuur 1). Door het plangebied lopen een aantal half verharde wandelpaden. Het gebied heeft relatief veel gradiënten tussen (matig) voedselarm en voedselrijk, tussen vochtig en droog en tussen extensief en intensief beheerde en gebruikte terreindelen. De opgaande groenstructuren bestaan hoofdzakelijk uit soorten als zwarte els, schietwilg, ruwe berk, zomereik, gewone es, zoete kers en gewone esdoorn, met in de struiklaag onder andere rode kornoelje, Gelderse roos, eenstijlige meidoorn, hazelaar, braam sp. en wilde liguster. Het oude bosgedeelte aan de noordzijde van het plangebied kent een afwisseling van allerlei loof- en naaldbomen. De open terreindelen bestaan uit een kruidenrijke matig voedselrijke vegetatie. De ondergroei van de bosschages bestaat uit algemene soorten van voedselrijke omstandigheden. In de meest zuidwestelijke hoek van het plangebied is een poel aanwezig. Net buiten het plangebied, aan de zuidzijde is een watervoerende sloot aanwezig (zie figuur 2 en bijlage 1). Bebouwing is niet aanwezig in het plangebied.

Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Torontostraat, aan de zuidzijde aan een paardenwei en braakliggend terrein, aan de westzijde aan de Kapperskolk met bijbehorende oeverzones en aan de oostzijde aan de woningen met bijbehorende tuinen aan de Doetinchemseweg/Wijnbergseweg. De Oude IJssel stroomt op circa 100 meter afstand van het plangebied.

2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het plangebied, wordt bepaald door de overige delen van het Kapperskolkpark direct rondom de geplande woningbouw (zie figuur 2).

Pagina 5

2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen voor woningbouw in het kader van de realisatie van woonwijk ‘Wijnbergen het Oosten’. Dit bouwplan is onderdeel van het woningbouwproject ‘Wijnbergen’. Dit woningbouwproject is voor de economische crisis opgestart en deels gerealiseerd. Door de economische crisis heeft een deel van de realisatie van dit project vertraging opgelopen. Inmiddels is er weer dermate veel woningbehoefte dat de realisatie van het deelproject ‘Oosten’ opnieuw opgestart wordt op de gronden die hiervoor reeds bestemd zijn. Er wordt uitgegaan van een gevarieerd woningbouwprogramma voor 130-170 woningen. Het stedenbouwkundig programma van eisen moet nog geactualiseerd worden. Hierna komt er meer duidelijkheid over de exacte aantallen woningen en wordt er een stedenbouwkundig plan opgesteld met een kaart van de verkaveling.

Figuur 1. Globale ligging het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2020).

Pagina 6

Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (blauw), met daarbinnen het plangebied (rood). Bron: Google Earth (2020).

Pagina 7

3 Het ecologisch onderzoek In dit hoofdstuk worden de onderzoeksmethode en de resultaten van het veldonderzoek besproken.

3.1

Onderzoeksmethode

Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Roofvogels Zowel in als net buiten het plangebied bevinden zich bomen die geschikt zijn als nestlocatie voor boombewonende soorten als buizerd en sperwer. Ook behoort het plangebied mogelijk tot het foerageergebied. Gericht onderzoek is dan ook noodzakelijk om te bepalen of er zich territoria van deze soorten bevinden binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Om de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (territoria/broedlocaties) van deze soorten aan te tonen zijn de eventueel aanwezige nesten gecontroleerd tijdens het broedseizoen. Er is geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal, bedelroep van jonge vogels, aanwezigheid van prooiresten etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Afwezigheid van broedende buizerds en sperwers kan worden aangetoond, als er tijdens 4 gerichte veldbezoeken in de periode 1 maart tot 15 mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond (Kennisdocument buizerd, BIJ12). Bij de vervolgbezoeken is het onderzoeksgebied gecontroleerd op uitgevlogen bedelroepende jongen (zie tabel 1).

Onderzoeker

Ronde

Datum

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

R. Boerboom

1

20-3-2020

08.10 uur

10.20 uur

Half bewolkt, droog, 12°C, wind 2 Bft

R. Boerboom

2

5-4-2020

08.15 uur

10.25 uur

Onbewolkt, droog, 12-14°C, wind 0 Bft

R. Boerboom

3

18-4-2020

13.20 uur

15.30 uur

Bewolkt, droog, 17,5°C, wind 0 Bft

R. Boerboom

4

1-5-2020

06.40 uur

08.30 uur

Bewolkt, droog, 11°C, wind 1-2 Bft

Tabel 1. Veldonderzoek roofvogels.

Eekhoorn Tijdens de quickscan natuurtoets zijn in en rond het plangebied enkele eekhoornnesten aangetroffen en is een individu waargenomen. De geplande activiteiten leiden mogelijk tot fysieke aantasting of verstoring van (de functionaliteit van) eekhoornnesten. Er is nog geen onderzoeksprotocol voor de eekhoorn beschikbaar. De onderzoeksintensiteit is bepaald op basis van de ecologie van de soort. Tijdens het eekhoornonderzoek is met behulp van een verrekijker gezocht naar de bolvormige boomnesten en naar het terreingebruik door de

Pagina 8

soort. Er is nagegaan of de aangetroffen nesten bewoond zijn en in hoeverre het plangebied behoort tot het functioneel leefgebied. Hiervoor zijn 3 veldbezoeken uitgevoerd in de periode maart t/m juni (zie tabel 2). In maart, wanneer er nog geen blad aan de bomen zit, is specifiek gezocht naar eekhoornnesten in het plangebied en de directe omgeving. De overige veldbezoeken zijn in de periode in mei-juni uitgevoerd om de aanwezigheid van de eekhoorn vast te stellen. Er is specifiek gelet op gebruik van eventueel aangetroffen nesten, verse vraatsporen en zichtwaarnemingen van eekhoorns in het plangebied en de directe omgeving. Onderzoeker

Ronde

Datum

Begintijd Eindtijd

Weersomstandigheden

R. Boerboom

1

20-3-2020

08.10 uur

10.20 uur Half bewolkt, droog, 12°C, wind 2 Bft

R. Boerboom

2

19-5-2020

16.00 uur

18.30 uur Licht bewolkt, droog 16°C, wind 0 Bft

R. Boerboom

3

15-6-2020

14.30 uur

16.00 uur Half bewolkt, droog 25°C, wind 0 Bft

Tabel 2. Veldonderzoek eekhoorn.

Kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad Enkele poelen en een sloot net buiten het plangebied zijn geschikt als voortplantingswater voor deze soorten (zie figuur 3). Delen van het plangebied zijn eveneens (plaatselijk) geschikt als landhabitat voor de soorten, waardoor ook individuen die hun voortplantingswater buiten het plangebied hebben in het plangebied aangetroffen kunnen worden. Daarom zijn deze wateren onderzocht op voorkomen van deze soorten. De plas Kapperskolk is niet geschikt voor deze soorten door de visstand en het ontbreken van geschikt voortplantingshabitat. De plas is niet meegenomen bij het onderzoek. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen leiden mogelijk tot fysieke aantasting van het leefgebied en risico op het verstoren, verwonden of doden van individuen van de kamsalamander, poelkikker en/of rugstreeppad. Gericht onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of deze soorten voorkomen binnen de invloedsfeer van de geplande woningbouw. Kamsalamander Het voorkomen van de kamsalamander is het beste vast te stellen door in het voorjaar (april – juni) naar eitjes te zoeken in de voortplantingswateren. Daarnaast dient in de periode april – augustus naar juveniele en adulte exemplaren gezocht te worden met het schepnet (bron Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus). In beide perioden is één gerichte inventarisatie uitgevoerd (zie tabel 3).

Tijdens de verschillende veldbezoeken in het plangebied is in het landhabitat ook gericht gezocht naar schuilende exemplaren onder boomstronken, houtstobben etc. Poelkikker Om vast te stellen of de poelkikker aanwezig is, conform het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus, 2 maal in de periode mei – juli naar kooractiviteit

Pagina 9

geluisterd, in combinatie met het vangen determineren van volwassen exemplaren in dezelfde periode. Dit onderzoek is deels gecombineerd met het onderzoek naar de kamsalamander en de rugstreeppad (zie tabel 3). Tijdens het vleermuisonderzoek is gelet op roepende poelkikkers en rugstreeppadden. Tijdens het steenuilenonderzoek in het vroege voorjaar is gelet op migrerende kamsalamanders. Tijdens de overige veldbezoeken in het plangebied is in het landhabitat ook gericht gezocht naar schuilende exemplaren onder boomstronken, houtstobben etc. Onderzoeker

Bezoekronde

Datum

Tijd

J. Stronks

eitjes kamsalamander en schepnetinventarisatie

17-4-2020

12.15 uur

R. Boerboom

avondronde poelkikker

8-5-2020

21.10 uur

R. Boerboom

avondronde poelkikker

25-5-2020

21.00 uur

R. Boerboom

avondronde poelkikker

19-7-2020

19.30 uur

J. Stronks

Eitjes kamsalamander en schepnetinventarisatie

10-6-2020

15.25 uur

Weersomstandigheden Bewolkt, droog, 18°C, wind 0-1 Bft Droog, onbewolkt, 19-13,5°C, wind 0 Bft Droog, onbewolkt, 19°C, wind 0 Bft Bewolkt, droog, 22°C, wind 0-1 Bft Droog, half bewolkt, 18°C, wind 1 Bft

Tabel 3. Veldonderzoek kamsalamander en poelkikker.

Rugstreeppad Om de aanwezigheid van de rugstreeppad vast te stellen dient 3 maal in de periode half april t/m mei en half juni – begin augustus geluisterd te worden naar kooractiviteit (zie tabel 3). Dit onderzoek is gecombineerd met het vleermuisonderzoek. Aanvullend is in potentiele voortplantingswateren in en rond het plangebied gezocht naar eisnoeren, larven en juvenielen met het schepnet (bron: Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus), in combinatie met het onderzoek naar de kamsalamander en poelkikker (zie tabel 3). Het vaststellen van landhabitat van bovenstaande amfibieënsoorten in een plangebied is redelijkerwijs niet te doen. Dit is gebeurt op basis van expert judgement, naar aanleiding van de resultaten van het veldonderzoek naar de voortplantingswateren. In combinatie met de overige veldbezoeken is aanvullend wel gezocht naar exemplaren van de kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad onder boomstobben, stronken, stenen en andere potentiele schuilgelegenheden. Onderzoeker Bezoekronde

Datum

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

R. Boerboom

avondronde 1

17-4-2020

20.20 uur

22.30 uur

Droog, licht bewolkt, 18-15°C, wind 0-1 Bft

R. Boerboom

avondronde 2

8-5-2020

21.10 uur

23.15 uur

Droog, onbewolkt, 19-13,5°C, wind 0 Bft

R. Boerboom

avondronde 3

19-7-2020

19.30 uur

23.00 uur

Bewolkt, droog, 22°C, wind 0-1 Bft

Tabel 4. Veldonderzoek rugstreeppad.

Pagina 10

Figuur 3. Potentieel geschikte voortplantingswateren voor kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad (blauw) in de directe omgeving van het plangebied (rood), bron luchtfoto: Google Earth (2020).

Kerkuil Conform de richtlijnen uit het Kennisdocument Kerkuil van BIJ12 (versie 1.0, juli 2017) zijn drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober uitgevoerd. De inventarisatie is tijdens goede weersomstandigheden uitgevoerd. De beste momenten om te inventariseren zijn ’s avonds en ’s nachts (de kerkuil reageert niet op het afspelen van de baltsroep op een geluidsrecorder). Dit veldonderzoek is gecombineerd met het onderzoek naar de ransuil en steenuil (zie tabel 5). Daarnaast is aanvullend ook overdag gezocht naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken, zoals braakballen of krijtstrepen bij schuren en andere geschikte

Pagina 11

gebouwen in de directe omgeving van het plangebied. Verder is navraag gedaan bij de lokale uilenwerkgroep. Ransuil Zowel in als net buiten het plangebied bevinden zich bomen die geschikt zijn als nestlocatie voor de ransuil. Ook behoort het plangebied mogelijk tot het foerageergebied. Gericht onderzoek is dan ook noodzakelijk om te bepalen of er zich territoria van de ransuil bevinden binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Voor deze soort is geen inventarisatieprotocol beschikbaar. Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rusten verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van deze soort is uitgevoerd conform de richtlijnen uit de BMP-handleiding van SOVON Vogelonderzoek Nederland en op basis van de ecologie van de soort. Ransuilen baltsen en roepen op de potentiële nest- of rustplaatsen voornamelijk in de late avondschemer tot begin van de nacht, in de periode maart-april. In deze periode is 2 maal ’s avonds geluisterd naar roepende exemplaren bij potentiele nestlocaties in en nabij het plangebied (zie tabel 5). Hierbij is de baltsroep van het mannetje afgespeeld. Er is tijdens de dagbezoeken naar overige soort(groep)en tevens gelet op de aanwezigheid van nesten en verse sporen van gebruikte nesten, zoals braakballen en uitwerpselen.

Daarnaast is tijdens het vleermuisonderzoek in de zomer gelet op de aanwezigheid van jonge bedelroepende ransuilen en is in het plangebied en de directe omgeving gelet op foeragerende exemplaren. De bedelroep van jonge ransuilen is in de broedtijd goed hoorbaar. Steenuil Net buiten het plangebied bevinden zich locaties die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaats en nestlocatie voor de steenuil. Hierdoor is het mogelijk dat het plangebied tot het functioneel leefgebied van de soort behoort. Gericht onderzoek is dan ook noodzakelijk om te bepalen of er zich territoria van de steenuil bevinden binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden en om vervolgens te bepalen in hoeverre het plangebied in gebruik is als functioneel leefgebied door de steenuil. Conform de richtlijnen uit de Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017), van het Netwerk Groene Bureaus, en het Kennisdocument Steenuil van BIJ12 (versie 1.0, juli 2017) zijn hiervoor 3 avondronden en één dagbezoek (zoeken naar sporen en nestplekken) in de periode 1 februari tot en met 30 april uitgevoerd (zie tabel 5). Ook is navraag gedaan bij de lokale uilenwerkgroep.

Aangezien tijdens het eerste veldbezoek van 25 februari al twee territoria van de steenuil zijn vastgesteld binnen de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen, is (in overleg met de gemeente Doetinchem) een omgevingscheck uitgevoerd om te bepalen of er meer bezette territoria van steenuilen aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied (zie tabel 6). In figuur 4 zijn de locaties weergegeven waar geluiden van de ransuil en steenuil zijn afgespeeld.

Pagina 12

Onderzoeker

Ronde

Datum

Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden

R. Boerboom

avondronde 1

25-2-2020

18.47 uur

20.10 uur

Half bewolkt, droog, 8,5°C, wind 0-1 Bft

11-3-2020

19.17 uur

20.30 uur

Half bewolkt, droog, 12°C, wind 1-2 Bft

23-3-2020

19.50 uur

21.30 uur

Onbewolkt, droog, 8-5,5°C, wind 1-2 Bft Onbewolkt, droog, 1214°C, wind 0 Bft

R. Boerboom & L. Witjes R. Boerboom

avondronde 2 + omgevingscheck steenuil avondronde 3 + omgevingscheck steenuil

R. Boerboom

dagbezoek

5-4-2020

08.15 uur

10.25 uur

R. Boerboom

Omgevingscheck steenuil

15-4-2020

20.40 uur

23.00 uur

Bewolkt, droog, 8-5°C, wind 0 Bft

Tabel 5. Veldonderzoek kerkuil, ransuil en steenuil inclusief omgevingscheck steenuil.

.

S R

S R

R

R R

S

R

R R

S

S

R

Figuur 4. Afspeellocaties geluiden ransuil (=R) en steenuil (=S). Het plangebied is in rood aangegeven.

Pagina 13

Kleine marterachtigen Het plangebied voldoet aan de eisen voor het leefgebied van de bunzing, hermelijn en wezel. De geplande woningbouw in het plangebied kan leiden tot aantasting van (de functionaliteit van) een vaste rust- en verblijfplaats. Hiervoor zal een inventarisatie uitgevoerd worden middels de richtlijnen zoals opgesteld in het document ‘Soortenbescherming in Overijssel; bunzing, egel, hermelijn en wezel (provincie Overijssel, december 2019). Om de aanwezigheid vast te stellen wordt aangeraden om altijd verschillende methoden te gebruiken. De minimale inzet per inventarisatiemethode is afhankelijk van de aanwezige elementen die in het plangebied aanwezig zijn en de locatie(s) waar men werkzaamheden (zoals kappen, graven, bouwen, etc.) gaat uitvoeren. Het aantal in te zetten inventarisatiemiddelen is bepaald aan de hand van het aantal aanwezige (potentiele) verblijfplaatsen en de eventueel aanwezige verbindingszones en foerageergebieden en de impact die het voorgenomen plan of project hierop heeft. De inventarisatiemiddelen zijn gedurende de looptijd van het onderzoek ingezet in de aanwezige structuren die mogelijk gebruikt worden door kleine marterachtigen, zoals bij takkenrillen en bosranden. Om de aanwezigheid vast te stellen is gebruik gemaakt van een combinatie van de volgende methoden: • •

Cameraval met lokmiddel voor specifiek bunzing en mogelijk hermelijn en wezel Marterbox (type ‘Mostela’) voor hermelijn, wezel en mogelijk bunzing

Hierbij zijn de eenheden bestaande uit enkele cameravallen en marterboxen een aantal weken in het gebied geplaatst. Vanwege de gebiedsgrootte zijn op verschillende kansrijke plekken meerdere cameravallen geplaatst, verspreid over de periode mei t/m augustus (zie figuur 5). De cameravallen hebben steeds minimaal drie weken in het veld gestaan. Na afronding van het onderzoek zijn de eenheden opgehaald en de fotobeelden van de cameravallen en de camera’s in de marterboxen geanalyseerd en de aangetroffen marters en eventueel overige zoogdieren op naam gebracht.

Pagina 14

Figuur 5. Locaties cameravallen (geel) en marterboxen (rood). Het plangebied is in rood aangegeven.

Pagina 15

Steenmarter Het is niet uit te sluiten dat het plangebied behoort tot het leefgebied van de steenmarter, waarbij mogelijk ook een vaste rust- en verblijfplaats aanwezig is. Om vast te stellen of er sprake is van een vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter is uitgebreid sporenonderzoek tijdens de voortplantingsperiode (april – juli) uitgevoerd. Hierbij zijn cameravallen ingezet. Onderzoek naar de steenmarter is gecombineerd met het veldonderzoek naar kleine marterachtigen en het veldonderzoek naar andere soortgroepen. Vleermuizen Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk aangezien er door de geplande activiteiten mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende soorten rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis en foerageergebieden en vliegroutes van diverse vleermuissoorten aangetast worden. Door het volledig ontbreken van recente waarnemingen in het plangebied en de directe omgeving, ondanks gericht vleermuisonderzoek, kunnen verblijfplaatsen van overige boombewonende soorten zoals de watervleermuis op voorhand uitgesloten worden. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol 2017, opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend.

Conform het vleermuisprotocol moet bij het vermoeden op vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis vleermuizen gericht vleermuisonderzoek uitgevoerd worden middels 2 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 april – 15 juli en 2 avondbezoeken in de periode 15 augustus – 15 september. Bij het vermoeden op (essentiële) foerageergebieden en vliegroutes moet gericht vleermuisonderzoek bestaan uit minimaal 2 avondbezoeken in de periode 15 april – 15 september, waarvan minimaal 1 avondbezoek in de periode 15 mei – 15 juli moet plaatsvinden. Het vleermuisonderzoek naar verblijfplaatsen is deels gecombineerd met het vleermuisonderzoek naar foerageergebieden en vliegroutes (zie tabel 6). Onderzoeker

Ronde

Functie

Datum

Begintijd Eindtijd Weer

R. Boerboom

1

foerageer/ vliegroute

17-4-2020

20.20 uur

R. Boerboom

2

foerageer/ vliegroute

8-5-2020

21.10 uur

3

kraam- en zomerverblijfplaats rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis, foerageer/ vliegroute

26-5-2020

21.00 uur

R. Boerboom & V. BoerboomVos

Droog, licht 22.45 uur bewolkt, 18-15°C, wind 0-1 Bft Droog, onbewolkt, 23.15 uur 19-13,5°C, wind 0 Bft Droog, onbewolkt, 23.00 uur 17-16°C, wind 0 Bft

Pagina 16

R. Boerboom & V. BoerboomVos

3

R. Boerboom

4

R. Boerboom

R. Boerboom

5

R. Boerboom

6

Ochtendronde kraam- en zomerverblijfplaats 29-603.18 uur ruige 2020 dwergvleermuis, foerageer/ vliegroute Ochtendronde kraam- en zomerverblijfplaats 14-7-2020 03.00 uur rosse vleermuis, foerageer/ vliegroute Paar- en baltsverblijven 3-8-2020 22.20 uur rosse vleermuis Paar- en baltsverblijven rosse vleermuis en 31-8-2020 22.30 uur ruige dwergvleermuis Paar- en baltsverblijven 22-920.00 uur ruige 2020 dwergvleermuis

06.00 uur

Droog, onbewolkt, 13°C, wind 0 Bft

05.00 uur

Bewolkt, droog, 15°C, wind 1-2 Bft

00.20 uur

Droog, onbewolkt, 19°C, wind 0 Bft

00.30 uur

Droog, onbewolkt, 14-12°C, wind 0-1 Bft

22.00 uur

Droog, onbewolkt, 18-15°C, wind 0 Bft

Tabel 6. Veldonderzoek vleermuizen.

Als aanvulling op het gericht vleermuisonderzoek zijn recente onderzoeksgegevens van vleermuisonderzoeken in het plangebied en directe omgeving benut. Hiervoor zijn gericht vleermuisonderzoek naar vliegroutes en foerageergebied bij de Kapperskolk, grenzend aan het plangebied, uit 2018 (SA rapport 1885) en het verspreidingsonderzoek ‘‘DE HOOP’ VOOR BIODIVERSITEIT - Een biodiversiteitsonderzoek in de wijk ‘De Hoop’ gelegen in de gemeente Doetinchem (Kristine V. van der Spek, 2019) benut.

Pagina 17

3.2 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het gericht veldonderzoek besproken.

3.2.1 Buizerd en sperwer Van beide soorten zijn bezette nestlocaties net buiten het plangebied vastgesteld. In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de nestlocaties van de buizerd en sperwer en de overige waarnemingen van beide soorten in het plangebied en de directe omgeving. Buizerd Tijdens het veldonderzoek is één bezet nest van de buizerd aangetroffen, in een bosschage net ten noorden van het plangebied voor de beoogde woningbouw. Het betreft een nest in een fijnspar (zie foto 1). Het nest bevindt zich op circa 30 meter van de geplande woningbouw. Tijdens de eerste veldronde zijn in deze bosschage twee adulte vogels waargenomen. Even later werd ook het nest ontdekt in de betreffende fijnspar. Bij nadering vloog er een adult exemplaar van het nest af. Bij het vervolgbezoek (05-04-2020) is hier een adulte vogel roepend vanaf het nest gehoord. Bij verdere observatie bleek het exemplaar broedend op het nest te zitten (zie foto 2). Op 28 juli, tijdens het ophalen van martervallen is een pas uitgevlogen jong roepend waargenomen in het zuiden van het plangebied (zie bijlage 1).

Foto 1. Nest van de buizerd in een fijnspar, net buiten het plangebied (foto: R. Boerboom).

Pagina 18

Foto 2. Adulte buizerd op het nest (foto: R. Boerboom).

Sperwer Op kort afstand (circa 25 meter) van het buizerdnest is ook een bezet nest van de sperwer waargenomen. Dit nest bevindt zich op circa 50 meter van de geplande woningbouw. Beide adulte vogels waren tijdens de veldronde van 5 april ter plaatse, roepend vanaf het nest. Ook is transport van nestmateriaal naar het nest waargenomen. Het nest bevindt zich in een esdoorn met klimop langs de stam (zie foto 3). Nabij het nest is tijdens één van de opvolgende veldbezoeken een verzameling veren van een houtduif aangetroffen, wat mogelijk een prooi is geweest van de sperwer. Tijdens het vervolgbezoek in mei is een sperwer roepend vanaf het nest gehoord.

Foto 3. Nest van de sperwer in een esdoorn, net buiten het plangebied (foto: R. Boerboom).

Pagina 19

3.2.2 Eekhoorn Er zijn tijdens de eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets drie eekhoornnesten aangetroffen, waarvan één binnen het plangebied (zie foto 4) en twee net erbuiten (zie bijlage 1). Ook is tijdens het veldbezoek voor de quickscan een eekhoorn waargenomen, net ten noorden van het plangebied (zie foto 5). Tijdens de veldbezoeken van het aanvullend onderzoek bleek het nest binnen het plangebied vervallen. Dit betreft vermoedelijk een oud nest dat niet meer in gebruik is of een slechts deels gebouwd nest. Bij de twee nesten buiten het plangebied is geen activiteit waargenomen. Vermoedelijk zijn deze nesten niet meer bewoond. Verder zijn binnen het plangebied zelf geen eekhoorns waargenomen tijdens het aanvullend onderzoek. Het leefgebied van de waargenomen eekhoorn betreft vermoedelijk hoofdzakelijk de bosschage aan de noordzijde van het plangebied. Hier is voldoende dekking, zijn geschikte nestbomen aanwezig en is voedsel in de vorm van hazelnoten en naaldboomkegels aanwezig. Het plangebied kan wel als migratieroute gebruikt worden voor de soort, maar van vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijke foerageergebieden is geen sprake.

Foto 4. Boomnest van een eekhoorn (foto: R. Boerboom).

De omgeving van het plangebied is ook geïnventariseerd op eekhoornnesten, om een beeld te kunnen vormen van de omvang van het leefgebied (omgevingscheck). Er is hierbij slechts één nest gevonden in een kleine bosschage op een woonerf nabij de Europaweg, ten hoogte van de rotonde met de Auroraweg en Vancouverstraat. In overige opgaande groenstructuren in de directe omgeving van het plangebied, zoals het Canadapark, de bosschages langs de Wijnbergseweg en de bomenrijen langs de Europaweg zijn geen

Pagina 20

eekhoornnesten aangetroffen. Ook is geen activiteit van eekhoorns waargenomen in de directe omgeving van het plangebied.

Foto 5. Waargenomen eekhoorn tijdens het veldbezoek (foto: R. Boerboom).

In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de locaties van de eekhoornnesten en overige waarnemingen van de soort in het plangebied en de directe omgeving.

3.2.3 Kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad Deze soorten zijn niet aangetroffen tijdens het gericht veldonderzoek. Tijdens het gericht onderzoek in de potentiele voortplantingswateren zijn geen eitjes, larven of adulte exemplaren aangetroffen van deze amfibieënsoorten. In de onderzochte wateren zijn uitsluitend eitjes, larven, subadulte en adulte exemplaren van de algemene bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander aangetroffen. Daarnaast zijn in twee van de onderzochte poelen vis aangetroffen. Dit maakt deze poelen nagenoeg ongeschikt als voortplantingswater voor de kamsalamander. Er zijn tijdens de avondbezoeken in het vroege voorjaar, gericht op de steenuil, ook migrerende gewone padden en kleine watersalamanders waargenomen in het plangebied. Tijdens de avondbezoeken in het voorjaar en de zomer zijn geen roepende poelkikkers of rugstreeppadden gehoord. Bij een sloot en poel in het plangebied zijn uitsluitend roepende bastaardkikkers gehoord. Verder zijn tijdens de overige veldbezoeken potentiele schuilgelegenheden in geschikt landhabitat, zoals boomstronken, gecontroleerd op aanwezigheid van adulte exemplaren. Hierbij is nabij uitsluitend een gewone pad onder een boomstobbe gevonden naast één van de poelen. In de zomer zijn verder verspreid over het plangebied juveniele exemplaren

Pagina 21

van de bruine kikker en gewone pad aangetroffen, vermoedelijk afkomstig uit de tijdens het voorjaar bemonsterde wateren. In bijlage 1 zijn de waarnemingen van de aangetroffen amfibieën op kaart weergegeven.

3.2.4 Kerkuil Tijdens de avondronde van 25 februari is eenmalig roepende kerkuil in het plangebied waargenomen. Dit exemplaar vloog al roepend dwars door het plangebied, over de open terreindelen in noordelijke richting (zie bijlage 1). Tijdens de overige avondbezoeken gericht op de kerkuil en de avondbezoeken voor vleermuizen en amfibieën zijn geen kerkuilen gezien of gehoord in het plangebied. Vanwege het ontbreken van geschikte nestlocaties, actuele waarnemingen van kerkuilen (NDFF, veldonderzoek), met uitzondering van de eenmalige waarneming, en het ontbreken van recente waarnemingen van bezette nestlocaties in de omgeving is een nestplaats en functionele leefomgeving hier uit te sluiten.

3.2.5 Ransuil Ondanks het herhaaldelijk afspelen van geluiden op verschillende locaties, het luisteren naar bedelroepende jongen gedurende het vleermuisonderzoek in de zomerperiode en het zoeken naar verse sporen als braakballen en uitwerpselen is de soort niet vastgesteld in het plangebied.

3.2.6 Kleine marterachtigen en steenmarter Tijdens het onderzoek naar kleine marterachtigen met behulp van cameravallen is op 13 mei een steenmarter op beeld vastgelegd (zie foto 6 en bijlage 1). Op overige cameravallen in het plangebied zijn geen steenmarters vastgelegd. In de avond- en ochtendschemer zijn tijdens het steenuil- en vleermuisonderzoek geen steenmarters in het plangebied waargenomen. Er zijn verder tijdens de overige veldbezoeken geen aanwijzingen gevonden dat er sprake is van een vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes, takkenhopen en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Het plangebied heeft geen bebouwing en biedt met de aanwezige takkenhopen slechts beperkte mogelijkheden voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor de steenmarter. Het plangebied behoort wel tot het leefgebied van minimaal één steenmarter, zoals op camera is vastgelegd. Kleine marterachtigen zijn niet waargenomen tijdens het veldonderzoek en ook niet op beeld vastgelegd middels de cameravallen en marterboxen. De camerabeelden laten, naast de steenmarter, uitsluitend beelden zien van egel, konijn, bosmuis, huiskat en loslopende honden.

Pagina 22

Foto 6. Steenmarter vastgelegd op cameraval in het plangebied.

3.2.7 Steenuil Tijdens het gericht steenuilenonderzoek is gebleken dat er zich twee territoria in de directe omgeving van het plangebied bevinden: in het Canadapark en bij een woonerf aan de Oude Doetinchemseweg (zie bijlage 1). Op beide vermoedelijke nestlocaties zijn tijdens de avondbezoeken roepende steenuilen gehoord. Canadapark Eén nestlocatie bevindt zich ten noordwesten van het plangebied, in het Canadapark. Hier broedt de steenuil in een nestkast in een solitaire berk naast een dierenverblijf. De dierenweiden en aangrenzende graslandstroken, bermen en taluds vormen het vermoedelijke foerageergebied van dit broedpaar. De verschillende solitaire bomen, bosschages en bomenrijen in en langs het Canadapark wordt gebruikt als uitkijkpost, schuilgelegenheid en dagrustplaats. Oude Doetinchemseweg De tweede nestlocatie (= bezette nestkast) bevindt zich op een woonerf aan de Oude Doetinchemseweg 22. Ook op het erf aan de Oude Doetinchemseweg 20 hangt een steenuilenkast in een solitaire eik (zie foto 7). Deze nestkast is niet bezet en de nestlocatie bevindt zich echter bij de Oude Doetinchemseweg 22.

Pagina 23

Foto 7. Nestkast steenuil aan de Oude Doetinchemseweg 20 (foto: R. Boerboom).

STONE De twee vastgestelde territoria in de omgeving van het plangebied zijn bekende locaties bij de steenuilenwerkgroep. Op beide locaties worden jaarlijks de nestkasten gecontroleerd en jongen geringd. Op basis van de ingevulde nestkaarten blijkt dat op de locatie aan de Oude Doetinchemseweg 22 sinds 2014 jaarlijks succesvol gebroed wordt. Gezien de beperkte afstand van het plangebied tot de nestlocatie aan de Oude Doetinchemseweg (circa 100 meter) behoren delen van het plangebied waarschijnlijk tot het functioneel leefgebied van deze steenuilen. Door verlies van functioneel leefgebied (bijvoorbeeld foerageergebied) kan er sprake zijn van aantasting van de functionaliteit van deze nestlocaties. In hoofdstuk 4 wordt dit beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming.

Pagina 24

3.2.8 Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn 4 vleermuissoorten in het plangebied waargenomen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Er zijn geen verblijfplaatsen van deze soorten aangetroffen in het plangebied. Het plangebied wordt wel als foerageergebied gebruikt door deze vleermuissoorten. Van/naar het plangebied lopen ook enkele vliegroutes van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Deze vleermuizen hebben hun verblijfplaatsen in de bebouwde kom van Doetinchem. Vermoedelijk bij bebouwing ten noorden van het plangebied, in de woonwijk ‘De Hoop’ en ten oosten van het plangebied, bij bebouwing langs de Doetinchemseweg/Wijnbergseweg. Het is niet bekend waar de verblijfplaatsen van de boombewonende rosse vleermuis zich bevindt. Het gebiedsgebruik wordt hieronder per soort beschreven. Gewone dwergvleermuis Tijdens de verschillende veldbezoeken zijn op diverse locaties binnen het plangebied foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Met name langs de randen van opgaande groenstructuren in het plangebied wordt plaatselijk intensief gefoerageerd door deze soort (zie bijlage 1). Door het aantal waargenomen exemplaren en het ontbreken van voldoende geschikte alternatieven in de directe omgeving kan het gebied als essentieel foerageergebied beschouwd worden.

Ook de vliegroute vanuit de bebouwde kom van de wijk De Hoop, ten noorden van het plangebied, richting het plangebied is als essentieel te beschouwen, aangezien hier de vleermuizen het plangebied binnen vliegen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden van een verblijfplaats van deze soort in het plangebied. Tijdens één van de najaarsronden is net buiten het plangebied een baltsend mannetje (rondvliegend) waargenomen (zie bijlage 1). Vermoedelijk bevindt de verblijfplaats van dit exemplaar zich bij een woonerf aan de Oude Doetinchemseweg, ten westen van het plangebied. Laatvlieger Op een aantal locaties binnen het plangebied zijn foeragerende laatvliegers waargenomen. Het betreft vooral bosranden in het noordelijk deel van het plangebied. Er is waargenomen dat laatvliegers vanuit oostelijke richting het plangebied binnenvliegen om vervolgens langs de opgaande groenstructuren te foerageren (zie bijlage 1). Daarnaast zijn verspreid over het plangebied nog lage aantallen overvliegende en foeragerende laatvliegers waargenomen. Gezien het aantal foeragerende laatvliegers, kan het gebied als essentieel foerageergebied beschouwd worden voor deze soort. Ook de vliegroute vanuit oostelijke richting (de Doetinchemseweg) naar de groenstructuren in het plangebied is als essentieel te beschouwen. Van deze gebouwbewonende soort zijn geen verblijfplaatsen aanwezig in het plangebied.

Rosse vleermuis Deze soort is enkele keren foerageren waargenomen in het plangebied en de directe

Pagina 25

omgeving (zie bijlage 1). Het ging steeds om slechts één exemplaar. Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of vliegroute. Van deze boombewonende soort zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied en/of binnen de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Ruige dwergvleermuis Tijdens enkele veldbezoeken zijn met name in de noordoosthoek van het plangebied foeragerende ruige dwergvleermuizen aangetroffen. Het betrof steeds 1 of 2 exemplaren. De aangetroffen exemplaren foerageren hier langs enkele bosranden (zie bijlage 1). Gezien het beperkte aantal aangetroffen exemplaren en de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving van het plangebied, is geen sprake van een essentieel foerageergebied. Er zijn geen vliegroutes of verblijfplaatsen van deze soort waargenomen in het plangebied en/of de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen.

Pagina 26

4 Wet natuurbescherming De effecten op aangetroffen beschermde soorten en de wettelijke consequenties zijn ingeschat aan de hand van de geplande werkzaamheden (zie bijlage 2). Binnen de invloedsfeer van de geplande woningbouw zijn de strikt beschermde buizerd, eekhoorn, gewone dwergvleermuis, kerkuil, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, sperwer, steenmarter en steenuil vastgesteld.

4.1 Buizerd 4.1.1 Beschermde status De buizerd is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Hij staat ook vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van de buizerd en het daarbij behorend functioneel leefgebied zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan of nabij nestbomen is er sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de buizerd worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van artikel 11: Voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren.

4.2.2 Gebruik van het plangebied Er bevindt zich een nestlocatie van de buizerd in een opgaande groenstructuur aan de noordzijde van het plangebied (zie bijlage 1). Deze groenstructuur blijft behouden, waardoor van fysieke aantasting van de nestlocatie geen sprake is. Door de geplande woningbouw ten zuiden van de nestlocatie is er vermoedelijk dermate veel extra verstoring door een toename van geluid, menselijke activiteit en verkeersbewegingen, maar ook door aantasting van de aanvliegroutes en het leefgebied, dat de functionaliteit van deze vaste rust- en verblijfplaats niet gewaarborgd kan worden. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen is dan ook noodzakelijk voor de buizerd. Compensatie dient op geschikte locaties ruim buiten de invloedsfeer van de geplande ingrepen plaats te vinden door het aanbieden van optimaliseren van leefgebied. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met overige geplande ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied.

Pagina 27

4.2 Eekhoorn 4.2.1 Beschermde status De eekhoorn is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Het voorkomen van de beschermde eekhoorn is alleen ontheffingsplichtig wanneer er vaste verblijfplaatsen (boomnesten) aanwezig zijn. De bezette nesten van de eekhoorn zijn het gehele jaar beschermd. Door bomenkap kan er sprake zijn van aantasting van de vaste rust- en verblijfplaatsen van de eekhoorn. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van artikel 11: Voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren.

4.2.2 Gebruik van het plangebied Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (boomnesten) van de eekhoorn in het plangebied. In een bosschage ten noorden van het plangebied is wel een nest aangetroffen. Hier is ook een individu waargenomen tijdens de eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets. In het plangebied is uitsluitend een oud vervallen nest aangetroffen. Door het ontbreken van bezette nesten in het plangebied is geen sprake van aantasting van een vaste rust- en verblijfplaats. Door het ontbreken van recente waarnemingen van (sporen van) eekhoorns in het plangebied is vermoedelijk geen sprake van een essentieel leefgebied. Bovendien blijft de opgaande groenstructuur in en rond het plangebied grotendeels behouden. De open terreindelen waar de woningbouw gepland is zijn voor de eekhoorn niet van essentieel belang voor de functionaliteit van het leefgebied. Het aanvragen van een ontheffing en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen is niet noodzakelijk voor de eekhoorn.

4.3 Kerkuil 4.3.1 Beschermde status De kerkuil is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Hij staat ook vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van de kerkuil en het daarbij behorend functioneel leefgebied, waaronder de roestplekken en het jachtgebied, zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan gebouwen is er vaak sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de kerkuil worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een

Pagina 28

overtreding van artikel 11: Voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren.

4.2.2 Gebruik van het plangebied Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de kerkuil in het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied is geen essentieel onderdeel van het functioneel leefgebied van de kerkuil. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen is niet noodzakelijk voor de kerkuil.

4.4 Sperwer 4.4.1 Beschermde status De sperwer is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Hij staat ook vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van de sperwer en het daarbij behorend functioneel leefgebied zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan of nabij nestbomen is er sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de sperwer worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van artikel 11: Voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren.

4.2.2 Gebruik van het plangebied Er bevindt zich een nestlocatie van de sperwer in een opgaande groenstructuur aan de noordzijde van het plangebied (zie bijlage 1). Het nest bevindt zich op circa 75 meter afstand van de beoogde woningbouw. Deze groenstructuur blijft behouden, waardoor van fysieke aantasting van de nestlocatie geen sprake is. Het plangebied voor de woningbouw behoort tot het leefgebied (jachtbiotoop en rustplek) voor de sperwer. Door de geplande woningbouw verdwijnt dit leefgebied. Er blijft echter voldoende jachtbiotoop in de directe omgeving van het plangebied voorhanden. Nabijgelegen woonwijken, stadsparken, het Sportpark Zuid en groenzones langs de Oude IJssel voorzien in alternatief jachtbiotoop voor de sperwer. Er blijven dan ook voldoende uitwijkmogelijkheden, op korte afstand van het plangebied, beschikbaar voor de sperwer. De geplande woningbouw kan wel een tijdelijk verstorend effect hebben op de nestlocatie van de sperwer, gedurende het broedseizoen (globaal tussen 1 maart en 15 juli). In de huidige situatie is er rondom de nestlocatie vrij veel verstoring door naastgelegen woonwijk, openbare wegen, wandelaars, naastgelegen schoolterrein en het hondenlosloopterrein. De inschatting is dat door de fysieke afstand tussen het plangebied en de nestlocatie, de barrièrewerking van tussenliggende bosschage en de tolerantie voor

Pagina 29

menselijke activiteit geen sprake is van aantasting van de functionaliteit van deze vaste rust- en verblijfplaats door de geplande bouwactiviteiten. Op de lange termijn blijft bovendien functioneel leefgebied en nestgelegenheid voor de sperwer aanwezig. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen is niet noodzakelijk voor de sperwer.

4.5 Steenmarter 4.5.1 Beschermde status De steenmarter is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. De vaste rust- en verblijfplaatsen zijn het gehele jaar beschermd. Bij sloop van gebouwen of andere schuilgelegenheden is er het risico dat vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van artikel 11: Voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren.

4.2.2 Gebruik van het plangebied Er is geen vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter vastgesteld in het plangebied. De verblijfplaats bevindt zich buiten het plangebied. Diverse woonhuizen en overige gebouwen in de omgeving van het plangebied zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor de steenmarter. Wel behoort het plangebied tot het leefgebied van minimaal één steenmarter. De grootte van een steenmarterterritorium hangt af van de kwaliteit van het gebied waar de steenmarter leeft. In Nederland bedraagt de grootte 80-700 hectare (bron: De Zoogdiervereniging). Door de geplande woningbouw verdwijnt er tijdelijk circa 8 hectare potentieel leefgebied. Na realisatie van de woonwijk ontstaat weer geschikt leefgebied voor de soort. Door de gefaseerde realisatie van de woonwijk en de beschikbaarheid van ruim voldoende geschikt leefgebied in de directe omgeving is geen sprake van aantasting van het functioneel leefgebied voor de soort. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen is niet noodzakelijk voor de steenmarter.

4.6 Steenuil 4.6.1 Beschermde status Alle vogelsoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Daarnaast staat de steenuil ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dit houdt in dat de steenuil zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen en de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Ook het

Pagina 30

leefgebied dat van belang is voor de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaats is beschermd. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld essentiële foerageergebieden, schuilgelegenheden, uitkijkposten etc. ook beschermd zijn. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats of het functioneel leefgebied aangetast wordt, dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

4.6.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het steenuilenonderzoek is gebleken dat er van twee steenuilenparen functioneel leefgebied aanwezig is in de directe omgeving van het plangebied. De nestlocaties van deze twee steenuilenparen bevinden zich buiten het plangebied. Door verlies van functioneel leefgebied (bijvoorbeeld foerageergebied) kan er echter toch sprake zijn van aantasting van de functionaliteit van deze nestlocaties. Voor de functionaliteit van een vaste rust- en verblijfplaats (nestlocatie) heeft een steenuil verschillende functies nodig binnen directe omgeving van de nestlocatie. Ruimtelijke ingrepen binnen het territorium kunnen dan ook een negatief effect hebben op de steenuil en mogelijk leiden tot verminderd broedsucces of het verlaten van het territorium. Analyse territorium De gemiddelde territoriumgrootte is circa 5 – 30 hectare (bron: Soortenstandaard Steenuil, Ministerie van Economische Zaken). De foerageergebieden liggen, met name in het broedseizoen, binnen 300 meter afstand van de nestlocatie (bron: Soortenstandaard Steenuil, Ministerie van Economische Zaken). Op basis van de habitateisen van de steenuil, veldwaarnemingen en de ligging van de twee nestlocaties in de omgeving van het plangebied is een inschatting gemaakt van het gebiedsgebruik en de omvang van het functioneel leefgebied van de twee steenuilenparen nabij het plangebied.

Op basis hiervan blijkt dat het plangebied gedeeltelijk binnen het leefgebied van één steenuilenpaar valt (zie figuur 6). De inschatting is dat het steenuilenpaar behorende bij de noordelijk gelegen nestlocatie (in het Canadapark) het plangebied niet of slechts incidenteel gebruikt als leefgebied door de fysieke afstand (en de tussenliggende groene barrière van bosschages). Het steenuilenpaar ten westen van het plangebied is gezien de beperkte afstand wel afhankelijk van het plangebied als leefgebied.

Pagina 31

Figuur 6. Analyse leefgebied steenuil bij Wijnbergen het Oosten, de oppervlakte van de geschikte en ongeschikte leefgebieden is in vierkante meters weergegeven.

Pagina 32

Binnen dit steenuilenleefgebied bevinden zich een aantal deelgebieden die ongeschikt zijn als leefgebied voor de steenuil. Dit zijn met name de woonblokken ten westen van de nestlocatie. Deze delen vallen af als functioneel leefgebied. Ook het open water van de Kapperskolk is niet geschikt als foerageergebied. Gezamenlijk is dit circa 16,8 hectare ongeschikt leefgebied binnen het leefgebied van circa 27 hectare. De steenuilen zijn dan ook met name aangewezen op de ruige en grazige terreindelen ten oosten en zuiden van de nestlocatie, die deels binnen het plangebied ‘Wijnbergen het Oosten’ vallen. Door de geplande woningbouw in dit plangebied verdwijnt er ruim 4,6 hectare geschikt leefgebied. Door woningbouwplannen ten zuiden van de nestlocatie (‘Wijnbergen het Midden’) dreigt er nog eens circa 2 hectare geschikt foerageergebied te verdwijnen. De geplande woningbouw tast een deel van het functioneel leefgebied van de steenuil aan. De nestplaats zelf wordt niet aangetast. Deze bevindt zich net buiten het plangebied ‘Wijnbergen het Oosten’ (zie figuur 5 en bijlage 1). Conclusie Van de 27 hectare rondom de nestlocatie is 16,8 hectare ongeschikt als leefgebied. De steenuilen zijn dus aangewezen op circa 10,2 hectare leefgebied.

Hiervan verdwijnt er door woningbouwproject ‘Wijnbergen het Oosten’ circa 4,6 hectare en door woningbouwproject ‘Wijnbergen het Midden’ nog eens circa 2 hectare. Er blijft circa 3,6 hectare geschikt leefgebied over. Deze oppervlakte valt onder de minimum territoriumgrootte van 5 hectare die een steenuil nodig heeft als functioneel leefgebied. Van het overgebleven leefgebied zal bovendien een deel onbereikbaar zijn door tussenliggende toekomstige woningbouw. Indirecte effecten als licht- en geluidsverstoring en menselijke activiteit kunnen er ook aan bijdragen dat het overgebleven leefgebied ongeschikt raakt. De aantasting van het functioneel leefgebied van de steenuil is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Hiervoor is ontheffing noodzakelijk en dient een mitigatie- en compensatieplan opgesteld te worden. Door de geïsoleerde ligging van het betreffende steenuilenleefgebied zijn er in de directe omgeving geen compensatiemogelijkheden. Dit steenuilenpaar dient elders gecompenseerd te worden. Hiervoor is in het voorjaar van 2020 een omgevingscheck uitgevoerd om te bepalen of er al bezette territoria aanwezig zijn. In het gebied rond de Oude Wehlseweg, ten noordwesten van het plangebied lijken, ondanks de aanwezigheid van één steenuilenterritorium, goede potenties om het gebied verder te optimaliseren voor de steenuil.

Hier is in de huidige situatie een afwisseling van forse solitaire bomen, oude fruitbomen, struwelen, verspreid liggende woonerven, een volkstuinencomplex, extensief beheerde graslanden en dierenweiden aanwezig.

Pagina 33

Bij voorkeur wordt voorafgaand aan het opstellen van het mitigatie- en compensatieplan vooroverleg gepleegd met het bevoegd gezag (provincie Gelderland) over de mogelijkheden om steenuilen te verplaatsen naar een ander gebied.

4.7 Vleermuizen 4.7.1 Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7741/documents/41185