Bijlage 8. Verkennend booronderzoek - ZP Wehl.pdf
Tekst van het document
Archeologisch onderzoek IVO-O Nieuwestraat Heislagseweg te Wehl IVO-O verkennende fase d.m.v. boringen Nieuwestraat - Heislagseweg te Wehl, gemeente Doetinchem AA220040.R01v0.1.ARG402 Archeologische Rapporten Geonius 402 14 april 2022
Foto van het plangebied
Archeologisch onderzoek IVO-O Nieuwestraat Heislagseweg te Wehl IVO-O verkennende fase d.m.v. boringen Nieuwestraat - Heislagseweg te Wehl, gemeente Doetinchem Documentnummer AA220040.R01v0.1.ARG402 14 april 2022 Bureauonderzoek & IVO-O Archeologische Rapporten Geonius 402 ISSN 2405-5506 Opdrachtgever Solar Provider Group Vliegend Hertlaan 15-97 3526 KT Utrecht Versie Concept v0.1
Auteur B.N.J. Verschuren
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl
Autorisatie Functie
Naam
Paraaf
Senior KNA prospector Senior KNA archeoloog
J.J.G. Geraeds
Senior KNA archeoloog bureauonderzoek
AA220040.R01v0.1.ARG402
2 van 19
Administratieve gegevens Opdrachtgever:
Solar Provider Group Vliegend Hertlaan 15-97 3526 KT Utrecht Contactpersoon: Dhr. G. Overbeke E: goverbeke@solarprovidergroup.com T: 06 83086975
Uitvoerder:
Geonius Archeologie De Asselen Kuil 10 6161 RD Geleen Contactpersoon: Dhr. B.N.J. Verschuren E: b.verschuren@geonius.nl T: 088-1300600
Bevoegde overheid:
Gemeente Doetinchem
Beheer en plaats van documentatie:
Archief Geonius
Landelijk registratienummer:
5221505100
Locatie:
Gemeente: Doetinchem Plaats: Wehl Toponiem: Nieuwestraat - Heislagseweg Centrum coördinaat: 213.050 / 440.635 Kaartblad: 40F Omvang plangebied: 19.770 m2 Kadastrale gegevens: WEH00 – K - 433
Eigenaar van de grond/contactpersoon: NOaA archeoregio:
Overijssels-Gelders zandgebied
Onderzoekskader:
Omgevingsvergunning
Onderzoeksteam:
B.N.J. Verschuren (KNA prospector)
Type onderzoek:
Bureauonderzoek en IVO-O verkennende vorm d.m.v. boringen
Tijdstip onderzoek:
April 2022
Geonius Archeologie is een onderdeel van Geonius Milieu B.V. Geonius is gecertificeerd voor de protocollen 4001 (Programma van Eisen), 4002 (Bureauonderzoek), 4003 (Inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven landbodem) van de SIKB BRL 4000 Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001:2015, NEN-ENISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3.
Bronzen riemverdeler uit circa 900 na Chr. De riemverdeler of driepas is het beeldmerk van Geonius Archeologie. Een riemverdeler verbindt verschillende riemen met elkaar en draagt zodoende zorg voor één geheel. De vorm komt overeen met het logo van Geonius dat staat voor de van oorsprong drie disciplines die één organisatie vormen en zorg dragen voor de uitvoering van integrale projecten.
AA220040.R01v0.1.ARG402
3 van 19
Samenvatting In opdracht van Solar Provider Group heeft Geonius Archeologie in april 2022 een IVO-O verkennende fase d.m.v. boringen uitgevoerd voor het plangebied Nieuwestraat - Heislagseweg te Wehl, gemeente Doetinchem. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van zonnepanelenpark. Voor het zonnepanelenpark zullen circa 1600 heipalen in de grond worden geslagen. De heipalen zijn 14 bij 8 cm. Voorafgaand aan het IVO-O heeft Antea een bureauonderzoek uitgevoerd. Antea kwam tot de volgende gespecificeerde verwachting. In het plangebied kunnen waarden voorkomen uit het laat-paleolithicum t/m de late middeleeuwen, met de nadruk op het neolithicum t/m de late middeleeuwen. Op basis van het oud kaartmateriaal worden geen waarden verwacht uit de nieuwe tijd. Eventuele archeologische waarden kunnen bestaan uit nederzettingsresten met bijgebouwen, perceleringsgreppels, maar ook menselijke begravingen of crematies. Het gebied ligt echter in een relatief laaggelegen gebied, hetgeen de verwachting enigszins tempert. Het IVO-O heeft uitgewezen dat in het plangebied eolische afzettingen voorkomen afgezet op fluviatiele afzettingen van (een zijtak van) de Rijn. In het zuiden lijken de eolische afzettingen te zijn verspoeld. Een duidelijk inspoelingslaag is echter in geen enkele boring waargenomen.
In tegenstelling tot wat in het bureauonderzoek werd verwacht, heeft zich in de bodem grotendeels een (vlak) vaaggrond ontwikkeld waarin geen podzol is herkend. Enkel in drie boringen in het noorden van het plangebied is nog een BC-horizont waargenomen. Dit kan worden verklaard door de ligging van een dekzandrug in het noorden. Deze dekzandrug heeft in het verleden weinig tot niet onder water gestaan waardoor bodemvorming kon plaatsvinden, in tegenstelling tot het middelste en zuidelijk deel van het plangebied. Hier is sprake van een vlakvaaggrond, waarbij in de bodem nog weinig tot geen bodemvorming heeft plaatsgevonden. Het hoger gelegen terrein zal in het verleden aantrekkelijker zijn geweest voor bewoning. In het plangebied werden met name archeologische waarden verwacht uit het neolithicum t/m de late middeleeuwen. Uit het IVO-O blijkt dat er in het plangebied geen podzolgrond voorkomt, maar een vaaggrond. Deze vaaggrond zal waarschijnlijk langere tijd onder water hebben gestaan dan de in het noordelijk gelegen dekzandrug. Eventuele nederzettingsresten zullen daarom met name in het noorden van het plangebied voor kunnen komen, waar nog een (deel van een) inspoelingslaag is waargenomen. Het midden en zuiden van het plangebied zal minder aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Hier kunnen echter nog wel off-site sporen voorkomen, zoals perceleringsgreppels of afvalkuilen.
Voor het plaatsen van het hek en de heipalenpalen wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Indien er in het noordelijk deel van het plangebied dieper dan 20 cm -mv wordt gegraven, bijvoorbeeld voor het leggen van de kabels of een waterbuffer, wordt vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven (IVO-P). Hiervoor dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
4 van 16 AA220040.R01v0.1.ARG402
Inhoud 1
Inleiding ......................................................................... 6
1.1
Aanleiding en doelstelling
6
1.2
Onderzoeksopzet en richtlijnen
7
2
Vooronderzoek ............................................................. 8
2.1
Landschappelijk kader
8
2.2
Historisch kader
8
2.3
Archeologisch kader
8
2.4
Gespecificeerde verwachting
9
3
Veldonderzoek ............................................................ 10
3.1
Algemeen
10
3.2
Resultaten
11
3.2.1
Bodem ........................................................................................................................................................ 11
3.2.2
Archeologie .............................................................................................................................................. 13
4
Conclusies en aanbevelingen ................................ 14
4.1
Conclusies
14
4.2
Aanbevelingen
15
Literatuurlijst
17
Gebruikte bronnen
17
Verklarende woordenlijst
18
Gebruikte afkortingen
19
Bijlagen Bijlage 1 Bouwtekening Bijlage 2 Boorprofielen Bijlage 3 Tijdtabel
Lijst met afbeeldingen
Afbeelding 1: Situering van het plangebied...................................................................................................... 6 Afbeelding 2: Boorpuntenkaart. .......................................................................................................................... 11 Afbeelding 3: Boorresidu van boring 2 .............................................................................................................. 12 Afbeelding 4: Advieskaart ..................................................................................................................................... 16
AA220040.R01v0.1.ARG402
5 van 19
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Op 21 maart 2022 is door Solar Provider Group aan Geonius Archeologie opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor de locatie Nieuwestraat - Heislagseweg te Wehl, in de gemeente Doetinchem (afb. 1). Aanleiding tot uitvoering van het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van een zonnepark. Voor de zonnepanelen worden 1600 heipalen van 14x8 cm de grond in geslagen tot een maximale diepte van 1,9 m -mv. Dit komt neer op een totale verstoring van 17,92 m2. Het is nog onduidelijk hoe de kabels van de panelen zullen worden gelegd. De kabels zullen of tot een maximale diepte van 20 à 30 cm -mv in de grond worden gelegd, of ze zullen boven de grond worden gelegd (zie bijlage 1). Aan de rand van het zonnepanelenpark zal een hek worden geplaatst. Hierbij zullen om de 2,4 m houten palen tot 1,2 m de grond in worden geslagen (zie bijlage 1). Momenteel is het nog niet zeker of er in het plangebied een waterbuffer moet worden aangelegd onder het zonnepanelenpark. Indien er wel een waterbuffer moet worden aangelegd, zal de bodem naar verwachting circa 40 à 50 cm worden ontgraven.
Vanwege de ligging van het plangebied in een gebied dat volgens het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde - Archeologie heeft, dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden, alvorens de omgevingsvergunning kan worden verkregen. Eerder dit jaar heeft Antea Group Archeologie een bureauonderzoek uitgevoerd in het plangebied.1
Afbeelding 1: Situering van het plangebied, aangegeven met een rood kader. Inzet: ligging plangebied in Nederland. Bron: PDOK
1 Nater 2022
AA220040.R01v0.1.ARG402
6 van 19
Het IVO-O heeft tot doel het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het resultaat is voorliggend rapport, op basis waarvan het bevoegd gezag een beslissing kan nemen over een eventueel vervolgstap in de AMZ (Archeologische Monumenten Zorg) cyclus.2
1.2 Onderzoeksopzet en richtlijnen Het archeologisch onderzoek bestaat uit een Inventariserend Veldonderzoek – Overig (IVO-O) verkennende vorm d.m.v. boringen. Het IVO-O is uitgevoerd conform protocol 4003, dat onderdeel uitmaakt van de beoordelingsrichtlijn (BRL) 4000.3 De BRL 4000 is opgesteld op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 44 die beheerd wordt door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). 5 In navolging op hoofdstuk 1, het inleidend hoofdstuk, worden in hoofdstuk 2 de resultaten van het bureauonderzoek vermeld. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het veldwerk gepresenteerd en getoetst aan het verwachtingsmodel. In hoofdstuk 4 worden de conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Het archeologisch onderzoek is er op gericht om de volgende onderzoeksvragen te beantwoorden: 1.
Stemt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?
2.
Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische waarden?
3.
Op welke diepte bevindt zich de archeologisch interessante laag / het niveau waarop archeologische waarden in situ bewaard kunnen zijn gebleven?
4.
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting worden bijgesteld?
5.
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventueel aanwezige archeologische waarden?
2 Sterk vereenvoudigd kent de AMZ cyclus vier opeenvolgende en nauw samenhangende fasen. De eerste fase behelst de inventarisatie (bijv.
kartering) en documentatie van archeologische waarden: waar in de bodem is wat aanwezig? In de tweede fase wordt aan de hand van een reeks heldere criteria vastgesteld welke waarde de gekarteerde resten hebben , zodat op basis van geëxpliciteerde normen vervolgens een selectie kan worden gemaakt: welke resten verdienen het behouden te worden (in of ex situ) en welke mogen ongezien verloren gaan? In de derde fase wordt het behoud vormgegeven van de gewaardeerde en geselecteerde resten: is het mogelijk om de archeologische resten in de bodem te behouden of moeten ze – bijvoorbeeld onder druk van ruimtelijke ontwikkelingen - opgegraven worden? In het eerste geval moet worden vastgesteld hoe bescherming in situ (instandhouding) wordt vormgegeven, in het tweede geval hoe de opgraving moet worden uitgevoerd en uitgewerkt. In de vierde en laatste fase van de AMZ-cyclus worden tenslotte de resultaten van het uitgevoerde onderzoek 'opgewerkt' tot nieuwe kennis over de Nederlandse geschiedenis. Deze kennis op haar beurt vormt weer de inbreng voor de eerste procesfase. 3 de BRL 4000 is op 7 juni 2016 vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en ondergebracht bij de SIKB te Gouda.
4 Deze versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1) is op 1 juli 2018 vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie, ondergebracht bij de SIKB te Gouda. 5 www.sikb.nl
AA220040.R01v0.1.ARG402
7 van 19
2 Vooronderzoek Voor de locatie Nieuwestraat – Heislagseweg te Wehl heeft Antea Group Archeologie eerder in 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd.6 De resultaten van dit onderzoek staan hieronder kort samengevat.
2.1 Landschappelijk kader Het plangebied is gesitueerd in het Overijssels-Gelders zandgebied, ten noorden van de stuwwal bij Zeddam. De ondergrond bestaat uit grindige afzettingen van het oude stroomgebied van de Rijn, afgezet tijdens het Saalien (250.000 – 130.000 jaar geleden). Gedurende het Weichselien werd op deze afzettingen een dekzandpakket afgezet, behorend tot de Formatie van Boxtel. Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. Grenzend aan het noorden van het plangebied ligt een dekzandrug en ten zuidoosten komen dekzandwelvingen voor. In de bodem heeft zich een veldpodzolgrond ontwikkeld in leemarm en zwak lemig fijn zand. Ten noorden komen vlakvaaggronden voor, ontwikkeld in lemig fijn zand. Veldpoldzolgronden zijn gronden met een inspoelingshorizont die meestal geleidelijk overgaat in een natuurlijke C-horizont.
2.2 Historisch kader Vindplaatsen van jager-verzamelaars zijn gevonden op de hoogste rivierduinen langs het dal van de Oude IJssel, enkele kilometers ten (noord)oosten van het plangebied. Ook resten van de eerste landbouwers werden op deze duinen aangetroffen. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 is te zien dat het plangebied destijds in gebruik was als heide, bouwland en bosgebied. Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw werd het bosgebied gekapt en in gebruik genomen als bouwland. Voor zover kon worden achterhaald heeft er geen bebouwing gestaan in het plangebied.
2.3 Archeologisch kader In de directe omgeving van het plangebied zijn geen AMK-terreinen bekend. Wel zijn er meerdere onderzoeken uitgevoerd. Uit een bureauonderzoek iets ten westen van het plangebied bleek dat het terrein een middelhoge verwachting had voor waarden uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Ten zuiden is een bureauonderzoek en IVO-O uitgevoerd, waaruit bleek dat er geen dekzand in de bodem aanwezig is. Het laag gelegen gebied werd vrijgesteld voor vervolgonderzoek. Rondom het plangebied zijn vondsten bekend uit het neolithicum, vroege bronstijd, Romeinse tijd en late middeleeuwen.
6 Nater 2022
AA220040.R01v0.1.ARG402
8 van 19
2.4 Gespecificeerde verwachting In het plangebied kunnen waarden voorkomen uit het laat-paleolithicum t/m de late middeleeuwen, met de nadruk op het neolithicum t/m de late middeleeuwen. Op basis van het oud kaartmateriaal worden geen waarden verwacht uit de nieuwe tijd. Eventuele archeologische waarden kunnen bestaan uit nederzettingsresten met bijgebouwen, perceleringsgreppels, maar ook menselijke begravingen of crematies. Het gebied ligt echter in een relatief laaggelegen gebied, hetgeen de verwachting enigszins tempert.
AA220040.R01v0.1.ARG402
9 van 19
3 Veldonderzoek 3.1 Algemeen Het doel van inventariserend veldonderzoek (IVO) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het IVO gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Cruciaal voor de uitvoering van een IVO is de keuze voor een bepaalde onderzoeksmethode, waarmee de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals gesteld in het bureauonderzoeksrapport, op een correcte wijze getoetst kan worden in het veld. Indien de onderzoeksmethode niet is voorgeschreven, kan het aan de deskundigheid van de uitvoerende instantie overgelaten worden de meest effectieve en efficiënte methode te selecteren. Het IVO-O verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Een eenvoudige terreininspectie, maar ook geoarcheologisch booronderzoek behoren tot de middelen. Het doel is kansarme zones uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor de volgende vormen van onderzoek.7 Het IVO-O verkennende fase door middel van boringen is er met name op gericht om het aanwezige bodemtype en de intactheid van de bodem vast te stellen.
Het IVO-O verkennende fase door middel van boringen is niet geschikt voor het opsporen van archeologische vindplaatsen. De boringen zijn uitgevoerd met een edelman boor met een diameter van 7 cm, waarbij de boringen zijn doorgezet tot minimaal 25 cm in de C-horizont. In totaal zijn er twaalf boringen uitgevoerd, verspreid over het plangebied (afb. 2). Het boorresidu is geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, zoals aardewerk scherven en houtskool. Echter op basis hiervan kunnen geen conclusies worden getrokken inzake de aan- of afwezigheid van een archeologische vindplaats. De boorpunten zijn middels GPS ingemeten. Voor de boorstaten, zie bijlage 2.
7 KNA versie 4.1, Protocol 4003
AA220040.R01v0.1.ARG402
10 van 19
Afbeelding 2: Boorpuntenkaart van het plangebied.
3.2 Resultaten 3.2.1 Bodem De bodem in het plangebied bestaat uit een circa 30 tot 40 cm dikke bovenlaag van matig fijn, matig siltig humushoudend zand. In deze laag is grind en baksteen waargenomen. De laag is donker grijsbruin van kleur, bevat grind en is geïnterpreteerd als de bouwvoor. Bij boring 4 is eveneens baksteen waargenomen in de bouwvoor. Hieronder ligt bij boring 2, 5, 6, 7, 10 en 11 een dun, matig fijn, matig siltig zwak humushoudend zandpakket, donkergrijs van kleur. Dit pakket is gevlekt en is ontstaan door vrij recente ploegwerkzaamheden die dieper dan gebruikelijk zijn uitgevoerd, waardoor brokken van de natuurlijke bodem in deze laag zijn opgenomen. Ter hoogte van boring 1, 2 en 3 ligt op een diepte van circa 30 cm -mv een matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin zandpakket waarin sporen van bioturbatie zijn waargenomen (afb. 3). Dit zand is geïnterpreteerd als een (restant van een) inspoelingslaag (BC-horizont). Het zand is vrij goed gesorteerd en bevat enkele grotere korrels tot maximaal 2 mm. Het gaat zeer waarschijnlijk om eolische sedimenten die gedurende het Laat-Weichselien zijn afgezet. Vanwege de goede sortering is het niet aannemelijk dat het om verspoelde gronden gaat. De inspoelingslaag heeft een vrij scherpe ondergrens met een matig fijn, zwak siltig zandpakket dat sporen grind bevat.
De kleur van dit pakket is afwisselend licht grijsgeel tot licht oranje, afhankelijk van hoeveel roest in het pakket voorkomt. De dikte varieert van 20 tot 30 cm. Het gaat om een (matig) goed gesorteerd zandpakket dat eolisch is afgezet. Bij boring 4, 5, 8 ligt deze laag direct onder de bouwvoor of recent geploegde laag. Ter hoogte van boring 10, 11 en 12 is vrijwel hetzelfde pakket waargenomen, echter zijn de sedimenten hier minder goed gesorteerd. Mogelijk gaat het om verspoelde eolische afzettingen.
AA220040.R01v0.1.ARG402
11 van 19
De eolische afzettingen zijn niet waargenomen bij boring 6. Hier ligt op een diepte van 50 cm -mv een zeer fijn, sterk siltig zandpakket. Dit pakket is sterk roesthoudend, grijsoranje van kleur en wordt siltiger naar beneden toe. Dit pakket is geïnterpreteerd als fluviatiele komafzettingen. Ter hoogte van boring 1 is op een diepte van 80 tot 90 een iets minder siltig pakket waargenomen, mogelijk betreffen dit ook komafzettingen. Op een diepte van circa 80 tot 100 cm -mv is bij de meeste boringen (1, 2, 4, 5, 8, en 10-12), een matig grof, zwak siltig zandpakket waargenomen. Dit pakket is geïnterpreteerd als fluviatiele beddingafzettingen die waarschijnlijk door (een zijtak van) de Rijn zijn afgezet. De bodemopbouw bij boring 7 en 9 is verstoord tot 125 - 140 cm -mv. Hieronder ligt een matig grof zandpakket (beddingafzettingen). Op een diepte van 135 tot 145 cm -mv is bij boring 3 een sterk zandig kleipakket waargenomen, lichtgrijs van kleur. De klei bevat sporen roest en is zeer slap. Het gaat zeer waarschijnlijk om komafzettingen. Onder de klei ligt een matig grof zandpakket (beddingafzettingen), hetzelfde pakket dat is aangetroffen in de ondergrond bij de andere boringen.
Afbeelding 3: Boorresidu van boring 2. Bovenste rij: 0 – 100 cm -mv; onderste rij: 100 – 160 cm -mv. Bron: fotoarchief Geonius
In het plangebied zouden volgens het bureauonderzoek veldpodzolgronden voorkomen, met een inspoelingslaag. Een inspoelingslaag is enkel in het noorden aangetroffen, ter hoogte van boring 1 t/m 3. Dit kan worden verklaard doordat er grenzend aan het noorden een dekzandrug ligt. Deze dekzandrug heeft in het verleden weinig tot niet onder water gestaan waardoor bodemvorming kon plaatsvinden, in tegenstelling tot het middelste en zuidelijk deel van het plangebied. Hier is sprake van een vlakvaaggrond, waarbij in de bodem nog weinig tot geen (zichtbare) bodemvorming heeft plaatsgevonden.
AA220040.R01v0.1.ARG402
12 van 19
3.2.2 Archeologie Indicatoren welke duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats zijn tijdens het booronderzoek niet aangetroffen.
AA220040.R01v0.1.ARG402
13 van 19
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies De conclusies worden gegeven in de vorm van de antwoorden op de onderzoeksvragen. 1.
Stemt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?
Volgens het bureauonderzoek ligt het plangebied op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden, grenzend aan het noorden ligt een dekzandrug. In de bodem zou volgens het bureauonderzoek een veldpodzolgrond zijn ontwikkeld. Het IVO-O wees uit dat in het plangebied eolische afzettingen voorkomen afgezet op fluviatiele afzettingen van (een zijtak van) de Rijn. In het zuiden lijken de eolische afzettingen te zijn verspoeld. Een duidelijk inspoelingslaag is echter in geen enkele boring waargenomen. Enkel in boring 1, 2 en 3 in het noorden is een BC-horizont waargenomen. Dit kan worden verklaard door de ligging van de dekzandrug in het noorden. In tegenstelling tot wat in het bureauonderzoek werd verwacht, heeft zich in de bodem een (vlak) vaaggrond ontwikkeld. 2.
Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische waarden?
De bodem in het plangebied is grotendeels intact. De bouwvoor is maximaal 40 tot 50 cm dik, waaronder natuurlijke afzettingen liggen. Er is geen duidelijke inspoelingslaag herkend, omdat er in het plangebied geen sprake is van een podzolgrond, maar een vaaggrond. Daarom kunnen archeologische waarden nog in situ worden verwacht onder de bouwvoor. De bodem ter hoogte van boring 7 en 9 is verstoord tot 130 cm -mv. 3.
Op welke diepte bevindt zich de archeologisch interessante laag / het niveau waarop archeologische waarden in situ bewaard kunnen zijn gebleven?
Archeologische waarden kunnen worden verwacht onder de bouwvoor, op een diepte van 30 tot 50 cm -mv, in de top van de (B)C-horizont. 4.
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting worden bijgesteld?
In het plangebied werden met name archeologische waarden verwacht uit het neolithicum t/m de late middeleeuwen. Uit het IVO-O blijkt dat er in het plangebied geen podzolgrond ligt, maar een vaaggrond. Deze vaaggrond zal waarschijnlijk langere tijd onder water hebben gestaan dan de in het noordelijk gelegen dekzandrug. Eventuele nederzettingsresten zullen daarom met name in het noorden van het plangebied voor kunnen komen, waar nog een (deel van een) inspoelingslaag is waargenomen. Het midden en zuiden van het plangebied zal minder aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Hier kunnen echter nog wel off-site sporen voorkomen, zoals perceleringsgreppels of afvalkuilen. 5.
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventueel aanwezige archeologische waarden?
Voor het plaatsen van het hek en de circa 1600 heipalen van de zonnepanelen zullen naar verwachting weinig tot geen archeologische waarden worden verstoord. Het is nog niet duidelijk of de kabels van de zonnepanelen in de grond worden gegraven of bovengronds zullen worden gelegd. Indien wordt besloten dat de kabels in de
AA220040.R01v0.1.ARG402
14 van 19
grond worden gelegd, kunnen eventuele archeologische waarden worden bedreigd. Het is tot heden nog niet zeker of er een waterbuffer zal worden geplaatst in het plangebied. Indien dit nodig wordt geacht, zullen eventuele archeologische waarden in het plangebied worden bedreigd.
4.2 Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het IVO-O kan de verwachting op het voorkomen van archeologische waarden in het noorden van het plangebied, ter hoogte van boring 1, 2 en 3, worden gehandhaafd. In het midden en zuiden van het gebied is geen bodemvorming waargenomen. Dit gebied ligt lager en zal in het verleden langere tijd onder water hebben gestaan, waardoor het minder aantrekkelijk is geweest voor bewoning. Voor dit deel van het plangebied wordt de kans op het voorkomen van archeologische waarden klein geacht. Voor het plaatsen van de zonnepanelen zullen circa 1600 heipalen van 14x8 cm tot maximaal 1,9 m de grond in worden geslagen. De oppervlakte van deze ingreep is zeer beperkt, slechts 17,92 m2, waardoor er naar verwachting weinig tot geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Voor het plaatsen van het hek om het plangebied zullen eveneens weinig archeologische waarden worden verstoord, mochten deze voorkomen. Voor het plaatsen van de kabels worden mogelijk smalle sleuven gegraven. Gezien in het noorden archeologische waarden worden verwacht dieper dan 30 cm -mv worden eventuele archeologische waarden bedreigd indien deze sleuven dieper dan 30 cm –mv zullen worden aangelegd.
Om te zorgen dat archeologische waarden niet worden verstoord, wordt aanbevolen om in het noorden niet dieper dan 20 cm -mv te graven, zodat met een buffer van 10 cm eventuele archeologische waarden niet worden verstoord (zie advieskaart, afb. 3). Indien in het noorden van het plangebied dieper dan 20 cm -mv wordt gegraven, wordt door Geonius Archeologie vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P). Zo kan worden bepaald of er archeologische waarden aanwezig zijn. Voor het IVO-P dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Te allen tijde geldt, dat mochten tijdens de voorgenomen graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de erfgoedwet.8
8 Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat
het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister. 2. De gerechtigde tot een archeologische vondst als bedoeld in het eerste lid, is gehouden de vondst gedurende zes maanden, te rekenen van de dag van de in het eerste lid bedoelde melding, ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek. Opmerking auteur: met monument wordt bedoeld: 1. vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; 2. Terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1.Melding kan plaats vinden bij de gemeente (niet bij de minister).
AA220040.R01v0.1.ARG402
15 van 19
Afbeelding 4: Advieskaart van het plangebied
AA220040.R01v0.1.ARG402
16 van 19
Literatuurlijst en gebruikte bronnen Literatuurlijst Nater, C.I. 2022. Antea Group Archeologie 2022/48. Bureauonderzoek. Kruising Heislagseweg Nieuwestraat te Wehl (gemeente Doetinchem). Antea, Oosterhout. CCvD, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Landbodems versie 4.1, 2018. Vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie, ondergebracht bij de SIKB te Gouda.
Gebruikte bronnen http://zoekencultureelerfgoed.nl www.arcgis.com http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://easy.dans.knaw.nl http://www.sikb.nl www.pdok.nl
AA220040.R01v0.1.ARG402
17 van 19
Verklarende woordenlijst en gebruikte afkortingen Verklarende woordenlijst ARCHIS
het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de prehistorie tot de nieuwe tijd.
AMK
Een digitaal bestand van alle bekende behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland dat door de RCE in samenwerking met de desbetreffende provincie is opgesteld. Op de kaart staan terreinen met archeologische status aangegeven. De kaart baseert zich op gegevens uit ARCHIS. Statustoekenning vindt plaats nadat het terrein is getoetst aan een aantal door de RCE gehanteerde criteria (kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde).
A0-horizont
een moerige horizont, bestaande uit onverteerbare en weinig verteerde plantenresten opgehoopt in een aëroob milieu op het onderlinge materiaal (strooisellaag).
A1-horizont
een minerale of moerige, donker gekleurde horizont, ontstaan aan of nabij het oppervlak, waarin de organische stof geheel of gedeeltelijk is omgezet (humushoudende bovengrond).
Aan-horizont
horizont door de mens opgebracht zoals het mestdek van de enkeerdgronden.
AC-horizont
een geleidelijke overgang van een A1- naar een C-horizont.
AB-horizont
een geleidelijke overgang naar een B-horizont.
Ap-horizont
de bouwvoor, de A-horizont die door de mens is bewerkt.
B-horizont
een minerale of moerige horizont waaraan door inspoeling bestanddelen zijn toegevoegd, zoals humus of lutum (inspoelingshorizont).
C-horizont
een minerale of moerige horizont, die weinig of nauwelijks door bodemvorming is veranderd. Aangenomen wordt dat de bovenliggende horizonten uit soortgelijk materiaal zijn ontstaan (moedermateriaal).
E-horizont
een minerale, licht gekleurde horizont die door uitspoeling verarmd is aan kleimineralen, ijzer, aluminium of aan alle drie (uitspoelingshorizont of loodzandlaag).
G-horizont
een minerale of moerige, niet-geaëreerde horizont, bij mineraal materiaal meestal donkergrijs of donker blauwgrijs van kleur (“gereduceerde” ondergrond); bij moerig materiaal meestal donkerbruin, na oxidatie verandert in grijs, resp. zwart tot donkergrijs.
Archeologische
Indicatief archeologisch materiaal dat bij (boor)onderzoek een Indicatie aanwijzing kan zijn voor de aanwezigheid, ter plaatse of in de nabijheid, van een archeologische vindplaats.
Holoceen
geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het mesolithicum, neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de historische tijd.
Kwartair
geologische periode van 2 miljoen jaar geleden tot nu, de tijd van het menselijk leven op aarde, omvattend het Pleistoceen en het Holoceen.
Pleistoceen
geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden, met daarin o.a. de eerste mensensoorten en het paleolithicum (oude steentijd).
Prehistorie
dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven.
Site
een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden.
AA220040.R01v0.1.ARG402
18 van 19
Tertiair
geologische periode van 65-2 miljoen jaar geleden, waarin zich de belangrijkste ontwikkelingen van de zoogdieren voordeden.
Vindplaats
Een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie).
Vondst
Alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties.
Weichselien
geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte) ca. 120.00010.000 jaar geleden.
Gebruikte afkortingen AMK
Archeologische Monumentenkaart
ARCHIS
ARCHeologisch Informatie Systeem Archis 3
BP
before present (voor heden); C14 jaren; het nulpunt ‘heden’ is hierbij volgens internationale afspraak gesteld op 1950 (n.Chr.); de werkelijke kalender- of zonnejaren (gekalibreerde C14jaren) zijn weergeven in jaren v.Chr. en n.Chr.
C14
koolstof 14, isotoop van het normale koolstof 12; radioactief element dat voor dateringsmethoden gebruikt wordt.
v.Chr.
(jaren) voor Christus
n.Chr.
(jaren) na Christus
GHG
Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand
GLG
Gemiddelde Laagste Grondwaterstand
Gwt
grondwatertrap
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
mv
maaiveld
-mv
onder maaiveld
RCE
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
StiBoKa
Stichting Bodem Kartering
AA220040.R01v0.1.ARG402
19 van 19
Bijlagen
AA220040.R01v0.1.ARG402
Bijlage 1 Bouwtekening
AA220040.R01v0.1.ARG402
Bijlage 2 Boorprofielen
AA220040.R01v0.1.ARG402
opdrachtnummer
: AA220040
projectomschrijving :IVO-O te Wehl
Boring:
1
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,94 6-4-2022 213.015,73
12,94
0,00
m +NAP - 440.735,51
akker
Boring:
2
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
13,22 6-4-2022 213.054,78
13,22
0,00
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,39
12,04
1,00 11,89
akker
12,92
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht geelbruin, Edelmanboor, Zwak bioturbatie, mogelijk BC-horizont
12,14
- 440.699,88
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,64
0,50
m +NAP
12,77
0,50
12,67
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsgeel, Edelmanboor, Vrij scherpe bovengrens, met enkele korrels tot 2 mm, C-horizont, matig goed gesorteerd, eolisch Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
12,57
12,42 12,37
1,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht geelbruin, Edelmanboor, Zwak bioturbatie, mogelijk BC-horizont, eolisch Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht grijsgeel, Edelmanboor, Vrij scherpe bovengrens, C-horizont, matig gesorteerd, met enkele korrels tot 2mm, eolisch Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, eolisch
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht grijsoranje, Edelmanboor, Slecht gesorteerd, mogelijk banden-B, fluviatiele afzettingen 11,92
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen 1,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkergrijs, Edelmanboor, Enkele vlekken, recent geploegd
11,82
1,50 11,34
11,62
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, grijsbruin, Edelmanboor, Mangaan laag Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht oranjegrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, mogelijk banden-B, fluviatiele afzettingen Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Boring:
3
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,86 6-4-2022 213.103,52
0,00
12,86
m +NAP - 440.703,98
akker
Zand, matig grof, zwak siltig, matig roesthoudend, licht oranjegrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Boring:
4
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
13,02 6-4-2022 213.016,56
0,00
13,02
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
m +NAP - 440.676,32
akker Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,51
12,41
0,50
12,11
11,91
1,00
11,66
11,51
11,41
1,50
11,36
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht geelbruin, Edelmanboor, Zwak bioturbatie, mogelijk BC-horizont
12,62
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, zwak grindhoudend, licht grijsgeel, Edelmanboor, Vrij scherpe bovengrens, C-horizont, matiggesorteerd, mangaan onderin, eolisch Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Klei, sterk zandig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor, Slap, C-horizont, fluviatiele afzettingen Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, bleef uit boring vallen, fluviatiele afzettingen
12,17
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor, Goed gesorteerd, met enkele korrels tot 2 mm en steentje van 1 cm, C-horizont, eolisch Zand, matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
1,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, Slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen Zand, zeer fijn, uiterst siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, kleiig, mangaan, fluviatiele afzettingen
12,42
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsgeel, Edelmanboor, Goed gesorteerd, met korrels tot 2 mm, C-horizont, eolisch
0,50
11,82
11,72
1,50
11,52
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, zwak roesthoudend, bruingrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen Zand, matig grof, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, Slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
pagina
1/3
verticale schaal
1: 20
opdrachtnummer
: AA220040
projectomschrijving :IVO-O te Wehl
Boring:
5
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
13,13 6-4-2022 213.067,37
0,00
- 440.664,11
13,13
akker
12,88
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,73
12,63
0,50
m +NAP
12,23
1,00 12,08 12,03
11,93
Boring:
6
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,80 6-4-2022 212.991,05
12,80
0,00
12,30
0,50
12,00
11,63
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Geroerd met brokken C-horizont Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk roesthoudend, licht grijsoranje, Edelmanboor, Kleiig, onderin Z2s4, C-horizont, fluviatiele afzettingen
11,95
11,80
1,00
11,60
Zand, matig grof, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witgrijs, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, mogelijk fluviatiele afzettingen Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, mogelijk fluviatiele afzettingen Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
11,73
1,50
akker
12,40
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht oranjegrijs, Edelmanboor, Goed gesorteerd, met enkele korrels tot 2 mm, C-horizont, eolisch Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht grijsoranje, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, eolisch
- 440.647,37
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Geroerd met brokken C-horizont Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor, Goed gesorteerd, met korrels tot 2 mm, C-horizont, eolisch
m +NAP
Zand, matig grof, zwak siltig, matig roesthoudend, lichtbruin, Edelmanboor, Banden-B, fluviatiele afzettingen Zand, matig grof, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen Zand, zeer grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Boring:
7
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,75 6-4-2022 213.036,28
0,00
12,75
m +NAP - 440.632,21
akker
Boring:
8
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,92 6-4-2022 213.087,15
0,00
12,92
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,25
12,10
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsgeel, Edelmanboor, Goed gesorteerd, met korrels tot 2 mm, C-horizont, eolisch
0,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, bruingrijs, Edelmanboor, Donkergrijs gevlekt, verstoord
12,32
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, donkergrijs, Edelmanboor, Lichtgrijs gevlekt, verstoord, met stukje leisteen Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, sterk roesthoudend, donker zwartgrijs, Edelmanboor, Zeer slap, venig, bruin gevlekt, verstoord
1,00
akker
12,62
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Zwak bioturbatie, bruin gevlekt, verstoord
12,22
11,85
- 440.626,76
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, zwak grindhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,45
0,50
m +NAP
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, lichtoranje, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, eolisch Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, zwak roesthoudend, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
1,00
11,50
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen 1,50
11,62
11,25
pagina
2/3
verticale schaal
1: 20
opdrachtnummer
: AA220040
projectomschrijving :IVO-O te Wehl
Boring:
9
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,72 6-4-2022 213.052,68
12,72
0,00
m +NAP - 440.602,76
akker
Boring:
10
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,75 6-4-2022 213.022,04
12,75
0,00
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
m +NAP - 440.576,90
akker Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,45
12,32
0,50
12,17
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, grijsbruin, Edelmanboor, Donkergrijs gevlekt, verstoord
12,25
0,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, sporen grind, donkergrijs, Edelmanboor, Lichtgrijs gevlekt, verstoord, met stukje leisteen
12,05
11,72
11,75
1,00 Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, sterk roesthoudend, donker zwartgrijs, Edelmanboor, Zeer slap, venig, bruin gevlekt, verstoord
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
11,60
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen roest, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
11,35
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht oranjegrijs, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
11,42
11,32
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, bruinoranje, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, mogelijk eolisch
11,95
11,85
1,00
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen roest, bruingrijs, Edelmanboor, Lichtgeel gevlekt, verstoord
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht blauwgrijs, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Boring:
11
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,84 6-4-2022 213.079,60
0,00
12,84
m +NAP - 440.575,94
akker
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak houthoudend, grijs, Edelmanboor, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Boring:
12
Maaiveldhoogte : Datum : Coördinaten X - Y :
12,81 6-4-2022 213.052,36
0,00
12,81
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, zwak grindhoudend, sporen plastic, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
0,50
12,41
0,50
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, zwak roesthoudend, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsgeel, Edelmanboor, Goed gesorteerd, C-horizont, eolisch Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig gesorteerd, enkele korrels tot 4 mm, C-horizont, mogelijk eolisch
12,11
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, zwak roesthoudend, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
12,04
11,64
akker
12,51
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, licht grijsgeel, Edelmanboor, Enkele donkergrijze vlekken, geroerde C-horizont Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor, Matig gesorteerd, C-horizont, mogelijk eolisch
1,00
- 440.535,20
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, zwak grindhoudend, sporen plastic, donker grijsbruin, Edelmanboor, Aap-horizont, bouwvoor
12,54
12,44
m +NAP
1,00
11,81
11,61
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, grijs, Edelmanboor, Matig slecht gesorteerd, C-horizont, fluviatiele afzettingen
pagina
3/3
verticale schaal
1: 20
Bijlage 3 Tijdtabel
AA220040.R01v0.1.ARG402
Bron: Archol
AA220040.R01v0.1.ARG402
25