CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Vormvrije MER.pdf

gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Verklaring van geen bedenkingen zonnepark Keppelseweg5.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie Realisatie zonneveld Keppelseweg

Vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie Realisatie zonneveld Keppelseweg

Opdrachtgever LC Energy Bronland 12 6708 WH Wageningen

Opdrachtnemer Eelerwoude Postbus 53 7470 AB Goor T ( 0547) 26 35 15 F ( 0547) 26 33 15 E info@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: P8526.45 Datum: 18-11-2021

© Eelerwoude 2021, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude bv. De opmaak van dit rapport gaat uit van dubbelzijdig afdrukken

INHOUD

INLEIDING .......................................................................................................................... 6 1.1

AANLEIDING ....................................................................................................... 6

1.2

M.E.R.-BEOORDELING ...................................................................................... 6

1.3

KENMERKEN LOCATIE EN OMGEVING .......................................................... 7

1.4

REALISATIE ZONNEVELD .............................................................................. 10

HET PROJECT ................................................................................................................. 16 2.1

OMVANG VAN HET PROJECT ........................................................................ 16

2.2

CUMULATIE MET ANDERE PROJECTEN ...................................................... 16

2.3

CONSTRUCTIE ................................................................................................. 16

EFFECTEN ....................................................................................................................... 18 3.1

AANLEG- EN ONTMANTELINGSWERKZAAMHEDEN EN HINDER ............. 18

3.2

INPASSING IN HET LANDSCHAP................................................................... 18

3.3

BODEM .............................................................................................................. 19

3.4

ARCHEOLOGIE ................................................................................................ 19

3.5

CULTUURHISTORIE......................................................................................... 20

3.6

NATUUR EN EMISSIE ...................................................................................... 20

3.7

GELUID ............................................................................................................. 22

3.8

GEVOLGEN PLAN VOOR DE WATERHUISHOUDING .................................. 23

3.9

LUCHTKWALITEIT ........................................................................................... 23

CONCLUSIE ..................................................................................................................... 24 BIJLAGEN • Zonneveld Keppelseweg, Landschappelijk Inpassingsplan • Bureauonderzoek Archeologie, Zonneveld Keppelseweg te Doetinchem, Gemeente Doetinchem • AERIUS Zonneveld Keppelseweg • Toetsing Wet natuurbescherming, Zonneveld Kraaijvanger, Doetinchem

1

.

INLEIDING 1.1

Aanleiding

LC Energy wil binnen de gemeente Doetinchem zonneveld Keppelseweg realiseren. Dit grondgebonden zonneveld betreft 8,8 hectare bruto, waarvan 5,9 hectare wordt aangewend voor het plaatsen van de panelen, het inkoopstation, het hekwerk, de transformatoren en de ontsluitingsweg. De andere hectaren worden ingezet voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Dit betreft 0,6 hectare schraal grasland (maaibeheer), 1,8 hectare ingezaaid bloemrijk- en kruidenrijk grasland, 0,7 hectare wintervoedselakker, en 400 vierkante meter begroeide rietruigte. De losse hagen en heesters beslaan 0,2 hectare. Het resterend oppervlak wordt ingevuld door de bestaande watergang en bosvakken. Daarnaast wordt onder en rondom de panelen de grasvegetatie behouden en extensief beheerd door schapen, dit betreft een oppervlakte van 5,9 hectare (drukbegrazing). Het zonneveld zal circa 9 MWp opwekken. Het zonneveld zal gedurende 30 jaar worden gebruikt. Na een periode van 30 jaar wordt het zonneveld ontmanteld en wordt de grond weer volledig agrarisch gebruikt. Om dit plan verder te realiseren is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de procedure is het beoordelen van milieu-effecten in de vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie.

1.2

M.e.r.-beoordeling

Het Besluit milieueffectrapportage geeft activiteiten en gevallen aan waarin een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Ook gelden er verplichtingen als een voorgenomen project valt onder de genoemde activiteiten, maar niet onder de drempelwaarden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije M.E.R.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • de kenmerken van het project;

• •

de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.

Het project maakt een functiewijziging naar een zonneveld mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het zonneveld betreft bijvoorbeeld geen landinrichtingsproject (D9). De ontwikkeling van een zonneveld valt pas onder deze categorie als deze onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject (het project dient een voldoende substantieel karakter te hebben). Ook valt het project niet onder categorie D22.1. Hiervan is sprake bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Het zonneveld wekt alleen energie op. Verder is categorie D11.2 niet van toepassing, aangezien het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft en het zonneveld een relatief beperkt oppervlak beslaat. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 en zaaknummer 18_689, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van het Besluit m.e.r. en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en na te zien onder het zaaknummer 2019:2770. Voor het voorgenomen plan is geen m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. benodigd. Het zonneveld valt niet onder het Besluit milieueffectrapportage.

Aangezien het plan wel kenmerken vertoont van diverse beoordelingscategorieën zoals hiervoor omschreven, getuigt het van een goede en zorgvuldige ruimtelijke ordening en belangenafweging om voornoemde beoordeling van milieueffecten te doen. Hiertoe is deze vormvrije m.e.r. beoordeling wel opgesteld.

1.3

Kenmerken locatie en omgeving

Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied ligt aan de Keppelseweg (N317), tussen de kernen Langerak en Doetinchem. Het projectgebied omsluit het erf aan de Keppelseweg 300 ten noorden van de Keppelseweg, in het landelijk gebied. Aan de west- en noordzijde van het projectgebied staat bosbeplanting, met een uitgebreid padenstelsel. Deze beplanting maakt onderdeel uit van landgoed Hagen.

Figuur 1: Ligging en begrenzing projectgebied (bron: www.google.nl/maps)

Landschappelijke kenmerken projectgebied Het projectgebied ligt op de overgang van een zanddekrug naar een terrasvlakte, gevormd door de Oude IJssel. Door de westenwind zijn er uit de bedding van de Oude IJssel landduinen ontstaan aan de westflank van de dekzandrug. De noordwestzijde van het projectgebied bevat een hoge landduin. Deze is ook goed waarneembaar in het gebied. De N317 en het erf op de Keppelseweg 300 ligt op een lage landduin. Het projectgebied wordt dan ook gekenmerkt door glooiingen en goed waarneembare hoogteverschillen. Het projectgebied zelf betreft een open gebied waarvan de noordwestzijde goed beleefbaar is vanaf zowel de N317 als het landgoed Hagen. Het zuidoostelijke deel van het projectgebied ligt verscholen achter de lage zandduin en is ook vanaf landgoed Hagen minder goed waarneembaar. Hier ligt het wandelpad lager dan het projectgebied door een afgraving. Potentiële natuurlijke vegetatie De bodemsamenstelling betreft leemarm en zwak lemig fijn zand met een lage grondwaterstand, een zogeheten hoge zwarte enkeerdgrond. Het projectgebied wordt momenteel gebruikt voor agrarische doeleinden. Kijkend naar het bodemtype zou zich hier van nature een droog wintereiken beukenbos kunnen ontwikkelen.

Hoofdsoorten zijn beuk, appel, boswilg, haagbeuk, peer, ratelpopulier, ruwe berk, wintereik, zomerlinde, brem, framboos, hulst, kamperfoelie, klimop, lijsterbes, vlier, vuilboom en taxus. Bij het toepassen van nieuwe beplanting wordt gekozen uit bovenstaande soorten. Deze inheemse soorten zijn minder gevoelig voor ziekten. Waterhuishouding en opgaven Door het projectgebied loopt een watergang. Deze watergang sluit aan op de Teerink Sloot buiten het projectgebied, waarna het water uiteindelijk richting de Oude IJssel stroomt. De Keppelseweg ligt verhoogd op een dijk en dit betreft een waterkering. Gezien de ontwikkeling van het zonneveld nabij de beschermingszone van deze waterkering is

contact opgenomen met het Waterschap Rijn en IJssel. Het Waterschap heeft daarbij een aantal uitgangspunten meegegeven voor het inrichtingsplan van het zonneveld: - Vanuit het beheer en onderhoud van de watergangen zijn zonnepanelen in het projectgebied geen probleem. De watergang in het projectgebied betreft geen watergang van het Waterschap Rijn en IJssel. - De aanleg van zonnepanelen binnen de kern- en beschermingszone is vergunning plichtig. Dit betreft de Keppelseweg en vanaf de buitenkruin een strook van 28 meter. Een deel van het zonneveld is in deze zone gepland. De buitenbeschermingszone beslaat een nog groter deel van het projectgebied. - Gelet op de geringe kerende hoogte worden geen risico’s verwacht met betrekking tot waterveiligheid. - Er dient ook aandacht te zijn voor het leggen van kabels en leidingen. Een eventuele kruising van de weg kan middels en gestuurde boring. Verder worden momenteel nieuwe ontwikkelingen rond de Grote Beek verkend. Voor de Grote Beek wordt een robuuster watersysteem beoogd. Dit vergt meer afvoer van neerslag via het grondwater. Bij de inrichting van het zonneveld zal worden gezorgd dat het hemelwater kan infiltreren in de ondergrond. Onderdeel van landgoed Hagen Kijkend naar de historische ontwikkeling van het projectgebied wordt duidelijk dat landgoed Hagen al lange tijd een rol speelt in dit landschap.

Een deel van de historische structuren, zoals het bosvak aan de noordzijde van het projectgebied, zijn nog steeds in het projectgebied aanwezig. Zo vormen twee andere herkenbare historische elementen de twee uitstulpingen die vanuit de noordelijke bosrand het projectgebied insteken. Dit zijn restanten van voormalige routes tussen de N317 en landgoed Hagen. Dit geldt ook voor de twee solitaire bomen die langs de N317 staan. Oorspronkelijk maakte deze bomen deel uit van een laanstructuur welke de N317 begeleidde. Uitstraling en toegankelijkheid van het projectgebied Het projectgebied zelf is door zijn agrarische gebruik niet toegankelijk voor publiek. Rondom het terrein liggen echter meerdere soorten paden en wegen die veelvuldig gebruikt worden door recreanten. Zo heeft landgoed Hagen een uitgebreid padenstelsel dat door de directe omgeving intensief wordt gebruikt voor het maken van een wandeling en het uitlaten van de hond. De recreatieve waarde van landgoed Hagen is dan ook groot. Bij de inpassing van het zonneveld wordt dan ook rekening gehouden met de beleving van het zonneveld vanuit het landgoed. De beheerder van landgoed Hagen heeft aangegeven geen herstel van oude routes te willen vanaf de N317 richting het landgoed. Daarbij zijn in de directe omgeving voldoende wandelpaden aanwezig vanwaar landgoed Hagen kan worden benaderd.

Daarentegen hebben enkele omwonenden de wens geuit voor een korte doorsteek richting het landgoed. Deze doorsteek betreft een informeel pad, alleen geschikt voor wandelaars, en niet openbaar toegankelijk. Gezien de wens vanuit landgoed Hagen is ervoor gekozen ten zuiden van het landgoed op de Keppelseweg aan te sluiten. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de belangen van landgoed Hagen en omwonenden. Deze doorgang door het panelenveld biedt tevens een eenvoudige passage mogelijkheid voor diverse diersoorten als reeën en de das. Daarnaast ligt het projectgebied aan de Keppelseweg, een belangrijke ontsluitingsroute vanaf Doetinchem. Parallel aan de Keppelseweg ligt aan de zuidzijde een fietspad dat veel door scholieren en recreanten wordt gebruikt. Het gebied vormt een entree voor Langerak. Het natuurlijk reliëf met de

bosrand van landgoed Hagen vormt hiervoor het visitekaartje. De inpassing van het zonneveld dient dan ook zorgvuldig vanaf deze zijde te gebeuren. Ecologische waarde en potentie Uit ecologisch veldonderzoek is gebleken dat er een aantal ontwikkelingsdoelen kunnen worden meegenomen in het ontwerp. Zo kan het leefgebied van de das, steenmarter, steenuil, diverse amfibieën en reptielen worden verbeterd. Voor het behouden van het foerageergebied voor de grondgebonden zoogdieren als de das en steenmarter kan het gaas van het hekwerk 15 centimeter vanaf het maaiveld beginnen. Ook zijn er mogelijkheden voor het bieden interessante schuil- en verblijfplekken voor de aanwezige amfibieën.

1.4

Realisatie zonneveld

In deze paragraaf wordt het plan voor het zonneveld uiteengezet. Ten behoeve van het plan is een inrichtings- en beheerplan opgesteld. Deze is separaat bijgevoegd. Technische gegevens zonneveld Het oppervlak Dit grondgebonden zonneveld betreft 8,8 hectare bruto, waarvan 5,9 hectare wordt aangewend voor het plaatsen van de panelen, het inkoopstation, het hekwerk, de transformatoren en de ontsluitingsweg. De andere hectaren worden ingezet voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Dit betreft 0,6 hectare schraal grasland (maaibeheer), 1,8 hectare ingezaaid bloemrijk- en kruidenrijk grasland, 0,7 hectare wintervoedselakker, en 400 vierkante meter begroeide rietruigte. De losse hagen en heesters beslaan 0,2 hectare. Het resterend oppervlak wordt ingevuld door de bestaande watergang en bosvakken. Daarnaast wordt onder en rondom de panelen de grasvegetatie behouden en extensief beheerd door schapen, dit betreft een oppervlakte van 5,9 hectare (drukbegrazing). De bouwwerken Voor de invulling van het zonneveld is het van belang dat de paneelrijen zoveel mogelijk de contouren van het natuurlijk reliëf en het perceel volgen. De panelen liggen georiënteerd op het zuiden. De panelen beginnen op circa 0,7 meter boven maaiveld en zijn maximaal 2 meter hoog. De panelen worden liggend (landscape) in zes rijen boven elkaar gemonteerd op een paneel.

De kleur van de panelen is donkerblauw tot zwart. De coating van het frame is ook een grijze kleur zodat deze één geheel vormen met de panelen. De paneelopstellingen beslaan in totaal een oppervlakte van ca. 5 hectare. De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, veelal gemonteerd onder de panelen. Vanaf de omvormers wordt de stroom ondergronds getransporteerd naar één van de transformatorstations langs het (half)verharde beheerpad. Per twee hectare zonneveld is circa één transformator nodig. Vanaf de transformatoren wordt de stroom ondergronds naar het inkoopstation getransporteerd. Het inkoopstation heeft een grijze kleur en een maximale hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld. Het inkoopstation is het aansluitpunt voor de netverbinding. De transformatoren hebben een maximale hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld. De kleur van de transformatoren wordt zo donker mogelijk, antraciet (RAL8019). Door een donkere kleurstelling zullen de transformatoren minder opvallen in het landschap.

Rondom het zonneveld wordt een onopvallend, niet glimmend antraciet hekwerk toegepast. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het gaashekwerk Orses van Heras (of een vergelijkbaar type). Hierbij wordt geen horizontale bovenbuis of prikkeldraad toegepast. Het hekwerk zal beveiligd worden met camera’s. Het hekwerk wordt 2 meter hoog. Het gaas zal 15 centimeter boven het maaiveld beginnen zodat kleinere diersoorten onder het hekwerk door kunnen. De kleur van de staanders is grijs en het gaas is ook grijs. Alle technische tekeningen van de bouwwerken, inclusief doorsnede van de constructie met panelen, zijn separaat bijgevoegd. Figuur 3 geeft de technische overzichtstekening van het zonneveld weer. Beheerpaden De ontsluitingsweg van het zonneveld naar de container met reserveonderdelen, transformator-/omvormerstations en aansluitpunt is 4,5 meter breed en halfverhard. De halfverharding geeft de vegetatie de ruimte om het pad te overgroeien. Hierdoor krijgt de ontsluitingsweg een minder prominente plek binnen het landschap. De overige beheerpaden variëren in breedte. In het noordwestelijke deel van het projectgebied is de ruimte tussen de panelenrijen 2,2 meter. In het zuidoostelijke deel betreft de ruimte tussen de panelenrijen 1,5 meter. Rondom beide panelenvelden ligt een beheerpad van 4 meter breed. Dit betreffen allen graspaden.

Figuur 2 geeft de technische overzichtstekening van het zonneveld weer.

Figuur 2: Technische overzichtstekening

Inrichtingsplan In deze paragraaf wordt het inrichtings- en beheerplan beknopt weergegeven. Het volledige inrichtings- en beheerplan (Landschappelijk inpassingsplan Zonnveld Keppelseweg) van het zonneveld is opgenomen in de separate bijlagen van deze ruimtelijke onderbouwing.

Figuur 3: Weergave inrichtingstekening (overzicht) van het zonneveld. Een goed leesbare versie (op schaal) is opgenomen in het separaat bijgevoegde Landschappelijk inpassingsplan Zonneveld Keppelseweg.

Behouden van natuurlijk reliëf en versterken landschappelijk contrast Het projectgebied ligt in een vrij besloten landschap en heeft de kenmerken van een bosen landgoederenlandschap, maar ook van het kampenlandschap. Veel structuren zijn in de loop der jaren door ruilverkaveling verdwenen waardoor de verschillende landschapstypes steeds minder herkenbaar zijn geworden. Met de ontwikkeling van het zonneveld wordt de kans gegrepen om een deel van de oorspronkelijke kleinschaligheid in het projectgebied terug te brengen. Dit gebeurt middels aanplant van een losse landschappelijke haag langs de zuidoostelijke kavelgrens en met een omzoming van gemengd struweel langs het erf van de Keppelseweg 300. Hiermee wordt ook ongewenst zicht op het zonneveld vanuit omwonenden gefilterd. Het zonneveld wordt verder zo minimaal mogelijk ingepakt, hiermee wordt het zicht op de landduin (het kenmerkende reliëf) en de bosrand van landgoed Hagen behouden. Dit was mede een wens van de omwonenden en passanten in het gebied.

Ontsluiting en routes

Middels een bestaande inrit, aansluitend op de Keppelseweg, ten westen van het erf Keppelseweg 300, wordt het zonneveld ontsloten. Een halfverharde weg loopt ten noorden van het erf Keppelseweg 300 in oostelijke richting tot de container, transformatoren en het aansluitpunt binnen het zonneveld. Deze objecten dienen goed toegankelijk te zijn voor beheer en onderhoud, maar vooral in het geval van calamiteiten. De brandweer eist hiervoor een (half)verharde ontsluitingsweg van tenminste 4,5 meter breed. In het plan is gekozen voor puinpad met een oppervlakte van circa 1600 m 2. De ontsluitingsroute volgt globaal één van de oude routestructuren tussen landgoed Hagen en de Keppelseweg. Het plan is gevat deze ontsluitingsroute te kunnen gebruiken voor een informele wandeling vanaf de Keppelseweg richting landgoed Hagen. Dit pad zal niet worden aangeduid met borden of informatie. Het pad is slechts bedoeld voor de direct omwonenden. Vanaf het einde van de ontsluitingsweg zal het pad richting de Keppelseweg (oostzijde projectgebied) slechts een gemaaid graspad betreffen langs de bestaande watergang. Behouden bestaande watergang Binnen het projectgebied ligt een watergang. Deze watergang heeft een afwaterende functie en blijft bereikbaar voor beheermaatregelen. Door extensief beheer van de sloot kan er ruigte langs de oevers ontstaan.

Er heeft een verkenning plaatsgevonden om de watergang te dempen of af te dammen. Dit draagt bij aan het langer vasthouden van het regenwater in het gebied. Echter gezien de tijdelijkheid van de maatregel levert het slechts een bijdrage aan het watersysteem voor een periode van circa 30 jaar. Het infiltreren van regenwater in het grondwater door het behoud van een goede bodemvegetatie levert een duurzamere bijdrage aan de natuurdoeltypen die worden nagestreefd binnen het projectgebied. Ecologische waarde / biodiversiteit Het zonneveld wordt ingericht met een dubbelfunctie. Naast het opwekken van zonenergie is het versterken van ecologische waarde in het gebied een belangrijk thema. Hiertoe wordt het maaiveld met vier vegetatie typologieën ingericht. Deze variatie is goed voor de insectenstand. Deze ontwikkeling is ook gunstig voor andere fauna waarvoor insecten een voedselbron zijn, zoals de das. In het projectgebied worden zonnepanelen met een tussenruimte van 2 meter toegepast. De panelenrijen hebben een hoogte van 2 meter. Hierdoor is er voldoende ruimte onder de panelen voor licht en water. Zo kan er onder de panelen een extensief schraal grasland ontwikkelen. De beheerpaden langs de hekwerken worden ingezaaid met bloem- en kruidenrijk schraal grasland.

Langs de noordelijke kavelgrens blijft langs de bosrand de markante stijlrand zichtbaar en wordt de ondergelegen laagte binnen het projectgebied gevrijwaard van zonnepanelen opdat zich een schraal grasland kan ontwikkelen. Daarnaast wordt de bosrand, welke wordt beheerd als ‘N14 Vochtige bossen’, in stand gehouden. Het gaas van het hekwerk zal op 15 centimeter boven maaiveld beginnen. Zo vormt het hekwerk geen obstakel voor grondgebonden kleinere zoogdieren. Daarnaast worden er op 8 plekken aan voornamelijk de noord- en oostkant van het dassentunnels aangebracht, zodat de das het projectgebied kan passeren. De heesters die rondom de erven worden toegepast bestaan voornamelijk uit plantsoorten die voor de das en andere diersoorten een voedselbron vormen. Beplantings- en beheerplan

Ten behoeve van het plan is een beplantings- en beheerplan opgesteld, welke is opgenomen in het separaat bijgevoegde inrichtings- en beheerplan.

2 HET PROJECT 2.1

Omvang van het project

Het grondgebonden zonneveld betreft 8,8 hectare bruto, waarvan 5,9 hectare wordt aangewend voor het plaatsen van de panelen, het inkoopstation, het hekwerk, de transformatoren en de ontsluitingsweg. De andere hectaren worden ingezet voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Dit betreft 0,6 hectare schraal grasland (maaibeheer), 1,8 hectare ingezaaid bloemrijk- en kruidenrijk grasland, 0,7 hectare wintervoedselakker, en 400 vierkante meter begroeide rietruigte. De losse hagen en heesters beslaan 0,2 hectare. Het resterend oppervlak wordt ingevuld door de bestaande watergang en bosvakken. Daarnaast wordt onder en rondom de panelen de grasvegetatie behouden en extensief beheerd door schapen, dit betreft een oppervlakte van 5,9 hectare (drukbegrazing). De panelen (inclusief constructie) worden zuid georiënteerd en de stellages worden maximaal 2,00 meter hoog ten opzichte van het maaiveld. De kleur van de panelen is donkerblauw tot zwart. De coating van het frame is ook een grijze kleur zodat deze één geheel vormen met de panelen. De paneelopstellingen beslaan in totaal een oppervlakte van ca. 5 hectare. De panelen worden binnen een hekwerk geplaatst (eis vanuit verzekeraar), zo transparant mogelijk en passeerbaar voor fauna, van maximaal twee meter hoog, inclusief toegangspoorten.

In het noordwestelijke deel van het projectgebied is de ruimte tussen de panelenrijen 2,2 meter. In het zuidoostelijke deel betreft de ruimte tussen de panelenrijen 1,5 meter. Daarnaast worden transformatorstations gerealiseerd van max 3,0 meter hoog, een inkoopstation van netbeheerder Liander van 3,00 meter hoog en een opslagcontainer voor reserveonderdelen.

2.2

Cumulatie met andere projecten

Fysiek is er geen samenloop met andere projecten. Het project wordt zelfstandig uitgevoerd en zal zelfstandig draaien. Er zijn geen milieu-effecten welke, al dan niet cumulatief, leiden tot een verslechtering van het milieu.

2.3

Constructie

In paragraaf 2.1 is aangegeven hoe de zonnepanelen geplaatst worden. De zonnepanelen worden geplaatst op heipalen, die tot ongeveer 1,6 m –Mv de grond in gaan. Bij beëindiging van het zonneveld kunnen deze relatief eenvoudig worden weggenomen. Bij het bouwen/monteren van het project zullen afvalstoffen ontstaan. Dit zijn losse materialen

welke afgevoerd kunnen en zullen worden. Dit zal geen grootschalig nadelig effect sorteren op het beperkt aanwezig bodemleven.

3 EFFECTEN In dit hoofdstuk worden de aanwezige en potentiele milieu-effecten behandeld.

3.1

Aanleg- en ontmantelingswerkzaamheden en hinder

Gedurende de aanlegwerkzaamheden, en tijdens de ontmanteling, zullen er kortstondig tijdelijke effecten kunnen optreden door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden, bouwwerkzaamheden, beplantingswerkzaamheden tijdelijk afgesloten c.q. geblokkerde wegen etc. Deze werkzaamheden kunnen tevens kortstondig tot hinder voor nabijgelegen woningen leiden door geluid en verkeersbewegingen. Bij het bouwen/monteren van het project zullen afvalstoffen ontstaan. Dit zijn losse materialen welke afgevoerd kunnen en zullen worden. Dit zal geen grootschalig nadelig effect sorteren op het beperkt aanwezig bodemleven. Er zijn bij het creëren van dergelijke projecten altijd risico’s. Deze hinder wordt hier ingeschat als minimaal, gezien de zeer beperkte bevolkingsdichtheid van het gebied. Wanneer het zonneveld gerealiseerd is kan er gedurende een eerste periode van ca. twee jaar wat hinder worden ervaren vanwege de uitstraling van het zonneveld. Dit omdat de landschappelijke inpassingsmaatregelen nog niet volgroeid zijn. Dit betreft een persoonsafhankelijke perceptie en zal met de tijd verdwijnen doordat de begroeiing verder zal groeien. Bij de realisatie van een zonneveld bestaan er risico’s op ongevallen tijdens de bouwwerkzaamheden. Dit risico is min of meer gelijk aan andere bouwwerkzaamheden van bijvoorbeeld woningen.

Het risico is wellicht wat kleiner omdat de materialen en constructie beperkt is in aard en omvang. Met betrekking tot de aansluiting is het wellicht wat groter omdat er gewerkt wordt met hoge voltages. De vigerende veiligheidsvoorschriften zullen daarin dan ook strikt gevolgd moeten worden. Tevens zullen voorzorgmaatregelen genomen worden ten aanzien van het onmogelijk maken van toetreding tot de bouwplaats. Na realisatie is de kans op ongevallen minimaal. Het zonneveld zal daartoe ook voorzien moeten worden van een hekwerk, zoals in de plannen is opgenomen. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt of verwerkt. De panelen zelf zullen kant-enklaar aangeleverd worden waardoor, afgezien van montage, geen verdere verwerking nodig is.

3.2

Inpassing in het landschap

Er kan sprake zijn van een langerdurend nadelig effect met betrekking tot hetgeen als hinder kan worden ervaren, namelijk het verloren gaan van het landelijke open karakter en het uitzicht van omwonenden. Door het project goed landschappelijk in te passen worden

deze effecten zo veel mogelijk tegengegaan. Zoals te zien is in figuur 3 (en het bijgevoegde inrichtingsplan) wordt het zonneveld landschappelijk ingepast, waardoor de nadelige effecten van hinder in belangrijke mate te niet gedaan zullen worden.

3.3

Bodem

De grond wordt nu gebruikt als vrij intensief gebruikte landbouwgrond. Het bodemleven zal hierdoor minimaal zijn. Na het uitvoeren van de werkzaamheden ter oprichting van het project zal de bodem verder niet worden aangetast. Overigens zijn de werkzaamheden ook gering van diepte. Realisatie van een zonneveld met kruidenrijk grasland als vaste onderbegroeiing kan op deze plek voor de komende decennia een stabiele situatie bieden waar geen chemicaliën (kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen) worden toegepast. Dit biedt kansen voor verbetering van het bodemleven, de bodemstructuur, verbetering van het zelfreinigend vermogen en daarnaast extra habitat voor bestuivers en plaagbestrijders. Er zijn derhalve geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten.

3.4

Archeologie

Door de realisatie van het zonneveld worden heipalen, een inkoopstation, een opslagcontainer en transformator- / omvormerstations gerealiseerd. Er wordenkabels en paden aangelegd en er wordt beplanting toegevoegd. Ten behoeve van het voorliggende plan heeft een archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden. Het rapport is opgenomen in de separate bijlagen. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het projectgebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een rivierterras Allerød, afgedekt door dekzandwelvingen, een dekzandrug en een land-/rivierduin is aan het projectgebied wat het rivierterras betreft een onbekende verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum. Aan het afdekkende pakket is voor de noordwestelijke helft van het projectgebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) en een lage verwachting voor bebouwingsresten vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd.

Aan het afdekkende pakket is voor zuidoostelijke helft van het projectgebied geen verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op grond van het bestemmingsplan Buitengebied - 2012 van de gemeente Doetinchem geldt voor het grootste deel van het projectgebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 1 en voor een klein deel de dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 2. Dit betekent respectievelijk dat bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,4 m dan wel 250 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Voor de aanleg van bloemrijk grasland, het struweel, het onderhoudspad en de transformator-, omvormer- en inkoopstations (54 m2) wordt de bodem niet dieper dan de hierboven genoemde archeologische ondergrenzen verstoord. De verstoring van de bodem dieper dan de archeologische ondergrenzen betreft het plaatsen van palen voor de zonnepanelen met een totaal oppervlak van 3,5 m 2 en het aanleggen van kabelsleuven met een totaal oppervlak van 180 m 2, wat neerkomt op in

totaal 183,5 m2. Aangezien minder dan 250 m2 van de bodem dieper dan de archeologische ondergrenzen wordt verstoord, is geen archeologisch noodzakelijk.

3.5

Cultuurhistorie

In het projectgebied bevinden zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Het plan respecteert daarnaast de landschappelijke kenmerken en verkaveling in het gebied. Er worden, met de realisatie van het zonneveld geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht.

3.6

Natuur en emissie

Natura 2000-gebieden: niet stikstof gerelateerde effecten In de omgeving van het projectgebied liggen diverse Natura 2000-gebieden (zie figuur 4). Op ruim 8 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied: Rijntakken. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het projectgebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er derhalve geen reden om aan te nemen dat er kans is op een belemmering van de kernopgaven van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking.

Figuur 4: Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden (bron: Provincie Gelderland)

Natura 2000-gebieden: stikstofgerelateerde effecten Activiteiten die in het kader van de aanleg van het zonneveld worden uitgevoerd, kunnen door de uitstoot van stikstof, wel negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Ditzelfde geldt voor werkzaamheden die in de gebruiksfase worden uitgevoerd. Om te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op een Natura 2000gebied plaatsvindt door de uitstoot van stikstof tijdens de aanlegfase en tijdens de gebruiksfase, is een berekening uitgevoerd met Aerius calculator. De berekening is

uitgevoerd aan de hand van de op de werklocatie in te zetten voer- en werktuigen met benodigde draaiuren en het wegverkeer van en naar het terrein. De werkzaamheden behorende bij de aanleg en ingebruikname van het zonneveld aan de Keppelseweg in Doetinchem en de bijbehorende landschappelijke inpassing heeft geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg. Hiermee is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde voor de desbetreffende werkzaamheden. De Aerius-berekening is separaat bijgevoegd (Aeriusrapport Zonneveld Keppelseweg). Houtopstanden In het projectgebied worden geen bomen gekapt. Natuurnetwerk Nederland (NNN) / Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het projectgebied ligt direct tegen het NNN aan, maar maakt hier geen deel van uit (zie figuur 5), behoudens een kleine strook natte landnatuur, welke behouden blijft. Het NNN kent geen externe werking. Een toetsing aan het NNN-beleid is daarom niet noodzakelijk. Er kan bij de landschappelijke inpassing wel rekening gehouden worden met het NNN door hier op aan te sluiten. Het betreft hier deelgebied 18 van het NNN. Ontwikkelingsdoelen waar op gericht kan worden zijn verbeteren/realiseren van het leefgebied van de das, steenuil, amfibieën en reptielen. Met het voorliggende plan wordt ook daadwerkelijk ingezet op het versterken van ecologische waarde in het gebied.

Hiertoe wordt het maaiveld met vier vegetatie typologieën ingericht. Deze variatie is goed voor de insectenstand. Deze ontwikkeling is ook gunstig voor andere fauna waarvoor insecten een voedselbron zijn, zoals de das.

Figuur 5: Ligging projectgebied ten opzichte van het GNN, waarbij met rode pijl het projectgebied is aangegeven.

Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling is door Eelerwoude getoetst aan de Wet natuurbescherming. Het onderzoek is als separate bijlage toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn hierna beschreven.

Het projectgebied biedt een potentieel habitat voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Voor veel soorten maakt het projectgebied onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soort. Dit betreft echter geen essentieel onderdeel van het leefgebied. Er zijn wel enkele aandachtspunten: Vleermuizen Nader onderzoek naar verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk mits de verlichting tot het uiterste minimum wordt beperkt, wat in dit plan het geval is. Das Met de landschappelijke inrichting wordt rekening gehouden met deze soort. Het projectgebied zal daardoor voor dassen toegankelijk blijven en geschikter worden als foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren Om het projectgebied toegankelijk te houden voor grondgebonden zoogdieren wordt aanbevolen om waar mogelijk een hekwerk te gebruiken met 10-20 cm afstand tot de grond. Hiermee wordt rekening gehouden in het voorliggende plan.

3.7

Geluid

Bij de bouwwerkzaamheden (en bij de ontmanteling) zal er sprake kunnen zijn van enige geluidsproductie door beton- en montagewerk. Er is daarnaast geen sprake van industrielawaai vanuit het nieuw te realiseren zonneveld. In het projectgebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken. Het inkoopstation en de transformatorstations hebben een bronvermogen van maximaal 10 MVA. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven. Bij een bronvermogen tot maximaal 10 MVA geldt een richtafstand voor geluid van 30 meter tot geluidsgevoelige functies. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies. Het inkoopstation en de transformatorstations wordt op aanmerkelijk grotere afstand van de bestaande burgerwoningen gesitueerd. Ook de omvormers worden op een afstand van minimaal 30 meter gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig. Daarnaast is er, vanwege de hellende positie van de panelen, geen wezenlijke reflectie van omgevingsgeluid. Door de hellende positie kaatst geluid omhoog.

Op het gebied van geluidsproductie zijn er geen negatieve effecten te verwachten.

3.8

Gevolgen plan voor de waterhuishouding

Het voorliggende plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het projectgebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd welke beperkend is voor het gebruik en de inrichting als zonneveld. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater vrij kan infiltreren. Er komt geen afvalwater vrij. Het plan heeft dan ook geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. De aanwezige natte natuurzone aan de noordzijde van het projectgebied blijft behouden. Door het projectgebied loopt een watergang. Deze watergang sluit aan op de Teerink Sloot buiten het projectgebied, waarna het water uiteindelijk richting de Oude IJssel stroomt. De Keppelseweg ligt verhoogd op een dijk en dit betreft een waterkering. Gezien de ontwikkeling van het zonneveld nabij de beschermingszone van deze waterkering is contact opgenomen met het Waterschap Rijn en IJssel. Het Waterschap heeft daarbij een aantal uitgangspunten meegegeven voor het ontwerp: - Vanuit het beheer en onderhoud van de watergangen zijn zonnepanelen in het projectgebied geen probleem. De watergang in het projectgebied betreft geen watergang van het Waterschap Rijn en IJssel. - De aanleg van zonnepanelen binnen de kern- en beschermingszone is vergunningplichtig.

Dit betreft de Keppelseweg en vanaf de buitenkruin een strook van 28 meter. Een deel van het zonneveld is in deze zone gepland. De buitenbeschermingszone beslaat een nog groter deel van het projectgebied. - Gelet op de geringe kerende hoogte worden geen risico’s verwacht met betrekking tot waterveiligheid. - Er dient ook aandacht te zijn voor het leggen van kabels en leidingen. Een eventuele kruising van de weg kan middels en gestuurde boring. Verder worden momenteel nieuwe ontwikkelingen rond de Grote Beek verkend. Voor de Grote Beek wordt een robuuster watersysteem beoogd. Dit vergt meer afvoer van neerslag via het grondwater. Bij de inrichting van het zonneveld wordt er voor gezorgd dat het hemelwater kan infiltreren in de ondergrond.

3.9

Luchtkwaliteit

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneveld. De verkeersbewegingen die de ontwikkeling van een zonneveld met zich mee brengt, zijn alleen tijdens de aanleg- en ontmantelingsfases merkbaar. In deze fases zal er tijdelijk sprake zijn van een grotere toename van verkeersbewegingen. Nadat de bouw van het park is afgerond daalt het aantal verkeersbewegingen weer naar de oude situatie. Zelfs tijdens de bouw- en ontmantelingsfases zal het aantal verkeersbewegingen zo laag zijn, dat de ontwikkeling niet in betekenende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.

4 CONCLUSIE Tijdens de aanlegfase, en tijdens de ontmantelingsfase, zal er kortdurend overlast en hinder kunnen worden ervaren, zonder dat dit resulteert in langetermijn effecten dan wel schade. Het zonneveld wordt overigens aangelegd met respect voor de bodem en door de open cultuur is ook hier geen schade te verwachten. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische, archeologische en cultuurhiostorische waarden. Hieruit blijkt dat het gebied geschikt is voor planontwikkeling. Het projectgebied is niet gelegen in Natura 2000-gebieden, Gelders Natuurnetwerk zonering of andere relevante beschermde gebieden, die met het plan worden aangetast. Resumerend zullen er zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase, als tijdens de ontmantelingsfase, geen significante negatieve effecten bestaan voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7669/documents/40278