Bijlage 7 Jaarrekening 2025 GR Laborijn
Tekst van het document
Bijdragen per gemeente: Bijdrage re-integratiemiddelen per gemeente Aalten - algemene re-integratiemiddelen - beschut werk - DGI Doetinchem - algemene re-integratiemiddelen - beschut werk - DGI
Totaal
Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
395 67 32 495
395 67 32 495
395 395
476 476
2.719 313 111 3.143
2.719 313 111 3.143
2.719 2.719
2.970 2.970
3.638
3.638
3.114
3.446
.
29
Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
3.114 16
3.114 15
3.114 17
602 160 3.446 -
Beschut werk dienstverbanden Bijdrage gemeenten beschut werk Compensatie belastingmaatregelen Loonkostensubsidie Omzet
380 16 422 118
380 16 413 104
382 105
-
DGI dienstverbanden Infrastructurele opslag (DGI) Compensatie belastingmaatregelen Loonkostensubsidie Omzet
144 8 177 54
144 8 174 53
276 103
-
CAO ad Slag Montferland Bijdrage gemeente Compensatie belastingmaatregelen Loonkostensubsidie Omzet
17 3 45 14
20 3 48 11
-
-
Bijdrage gemeenten directe salariskosten
1.996
1.996
1.744
1.987
Totaal baten
6.523
6.498
5.742
6.194
Lasten Re-integratiemiddelen Ontwikkeling Inwoners Nieuwe inwoners Integrale samenwerking Arbeidstoeleiding Hulpmiddelen en vergoedingen Interne klantondersteuning
171 566 186 376 119 1.748
210 591 226 380 133 1.748
253 579 126 387 180 1.893
201 406 119 1.511 123 1.841
Beschut werk dienstverbanden Loon- en personeelskosten Begeleiding
668 87
638 87
568 -
-
DGI dienstverbanden Loon- en personeelskosten Begeleiding
405 58
430 58
646 -
-
CAO ad Slag Montferland Loon- en personeelskosten
78
81
-
-
Directe salariskosten
1.957
1.944
1.744
1.903
Totaal lasten
6.418
6.526
6.377
6.105
Saldo baten en lasten
105
-28
-635
89
Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
-66 -
79
635
-5 -
Resultaat
39
52
-
84
Programma Mensontwikkeling Baten Re-integratiemiddelen Arbeidstoeleiding loonkostensubsidie Arbeidstoeleiding omzet Bijdrage gemeenten re-integratiemiddelen Inleenvergoedingen wiw
30
Dit programma laat een positief saldo van baten en lasten zien van € 105.000. Dit wordt met name veroorzaakt door een gedeeltelijke doorschuiving van de projecten Oudkomers en Jongeren naar 2026 en een lagere bijdrage voor het WSPA dan begroot. De begrote onttrekking uit de bestemmingsreserve vervalt hierdoor en in plaats daarvan wordt € 66.000 toegevoegd.
2.2.2 Beleidsindicatoren Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Sociaal domein Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners* Gemeente Aalten: 222 Gemeente Doetinchem: 282 Heel Nederland: 203 Bron: waarstaatjegemeente.nl, peildatum 2024. *Deze indicator toont het aantal inwoners dat gebruik maakt van een re-integratievoorziening op basis van de Participatiewet. Een re-integratievoorziening is een voorzienig die door een gemeente wordt ingezet, nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een cliënt een belemmering heeft die directe arbeidsinschakeling bemoeilijkt (er is een afstand tot de arbeidsmarkt). De voorziening is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt van een cliënt te verkleinen, waarbij het doel op de lange termijn altijd arbeidsinschakeling is. Het is niet relevant of een voorziening door de gemeente zelf wordt uitgevoerd of dat deze door de gemeente wordt ingekocht. Er zijn diverse typen re-integratievoorzieningen: tijdelijke loonkostensubsidie, WIW/ID-baan, participatieplaats, loonkostensubsidie, (Participatiewet), beschut werk, begeleiding op werkkring/jobcoach, vervoersvoorziening (woon-werk), andere voorziening voor arbeidsbeperking en overige voorzieningen.
31
2.3 Programma Inburgering De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is door Laborijn integraal en vernieuwend ingericht, met een duidelijke verdeling van taken tussen Laborijn en lokale samenwerkingspartners. Laborijn voert de regie op het gehele inburgeringstraject, waarbij regisseurs inburgering, cultuurvertalers en cultuurjobcoaches een centrale rol vervullen. Lokale samenwerkingspartners verzorgen verschillende onderdelen van de verplichte inburgering en leveren daarnaast een bijdrage aan het participatieprogramma. Vanuit dit gezamenlijke en integrale aanbod is Laborijn in staat iedere inburgeraar een passend inburgerings- en participatieaanbod te bieden. Doorontwikkeling modulair aanbod In 2025 is intensief gewerkt aan de uitbreiding en doorontwikkeling van het participatieaanbod inburgering, oftewel de modules van “de trein”. Daarbij worden praktijkervaringen met de doelgroep ingezet om de modules aan te vullen en/of te versterken. Zo blijkt in de praktijk dat vitaliteit (fysiek en psychisch welzijn), dualiteit (participeren en leren) en financiële en digitale zelfredzaamheid essentiële onderdelen zijn voor ontwikkeling en zelfredzaamheid. Met inzet van de impulsmiddelen sociale infrastructuur zijn 3 nieuwe modules ontwikkeld met aandacht voor vitaliteit, meedoen en financiële en digitale kennis en vaardigheden.
Binnen deze modules wordt samengewerkt met lokale partners (BVFO, Figulus Welzijn, Stadswerkplaats, Stadsboerin, Sport-ID, sportmakelaar Aalten) om duurzaamheid en een lokaal aanbod optimaal in te regelen. Participatie inburgeraars Inmiddels is een groot aantal inburgeraars, door de inzet van de modules, voldoende zelfredzaam om actief mee te kunnen doen in de lokale samenleving. Meedoen is niet alleen belangrijk voor het versterken van integratie en het opbouwen en behouden van een sociaal netwerk, maar draagt ook bij aan de verdere ontwikkeling van de Nederlandse taal. De stap naar duurzaam meedoen blijkt voor veel inburgeraars lastig te zijn. Doelgerichte voorbereiding, het organiseren van een passende participatieplek, een zorgvuldige en zachte landing en begeleiding gericht op continuïteit zijn daarbij van groot belang. In 2025 is, met inzet van de impulsmiddelen sociale infrastructuur, de module Meedoen ontwikkeld. Binnen deze module wordt samen met de inburgeraar gewerkt aan de voorbereiding, toeleiding en ondersteuning richting lokaal meedoen. Hierbij is niet alleen de inzet van de inburgeraar, trainers en cultuurvertalers en -jobcoaches van belang, maar ook de betrokkenheid en openheid van het lokale netwerk van organisaties, verenigingen en stichtingen.
De eerste resultaten van de module Meedoen laten zien dat deze aanpak bijdraagt aan het verhogen van de participatiegraad van inburgeraars. De doorontwikkeling van de module en het verder verbreden van het netwerk van participatieplekken wordt in 2026 voortgezet. Cultuurvertalers en cultuurjobcoaching Laborijn maakt in haar dienstverlening gebruik van cultuurvertalers en cultuurjobcoaches. Dit zijn medewerkers met een migratieachtergrond die beschikken over ervaringsdeskundigheid en een brede cultuur- en taalkennis. De groep cultuurvertalers heeft het afgelopen jaar een duidelijke groei doorgemaakt in kennis, vaardigheden en inzetbaarheid. Waar zij bij aanvang vooral werden ingezet ter ondersteuning van gesprekken tussen professionals en inburgeraars, worden zij inmiddels steeds vaker en breder ingezet. Zo vervullen cultuurvertalers een actieve rol binnen interne trainingen en binnen de extern vormgegeven modules van het inburgerings- en participatieaanbod. Binnen deze trainingen en modules treden zij niet alleen op als vertaler, maar In 2025 is intensief gewerkt verzorgen zij ook zelfstandig onderdelen van de training. Daarnaast ondersteunen cultuurvertalers, in samenwerking aan de uitbreiding en met BVFO, bij de financiële ontzorging van inburgeraars. doorontwikkeling van het
participatieaanbod 32 inburgering
De cultuurjobcoach ondersteunt bij de voorbereiding op werk, begeleidt de start bij een werkgever en biedt ondersteuning in de eerste fase op de werkvloer. Dit blijkt voor zowel de inburgeraar als de werkgever zeer effectief en vergroot de kans op het verkrijgen én behouden van betaald werk. Binnen Laborijn zien we de meerwaarde van deze rol in de begeleiding van inburgeraars richting werk. Maatwerk in leerroutes De Wet inburgering 2021 kent 3 leerroutes: de onderwijsroute, de B1-route en de Z-route. In de praktijk blijkt dat een groot deel van de inburgeraars binnen deze leerroutes passend kan instromen. Tegelijkertijd laten ervaringen zien dat er met name voor jongeren hiaten in het aanbod bestaan. De onderwijsroute blijkt voor veel jongeren te hoog gegrepen, terwijl de B1route geen volwaardig weekprogramma in een onderwijsomgeving biedt. De Z-route sluit bij deze doelgroep vaak onvoldoende aan vanwege de homogene groepssamenstelling en het ontbreken van perspectief op doorstroom naar kansrijke beroepen. Samen met de regionale gemeenten heeft Laborijn zich in 2025 ingezet om voor deze specifieke groep inburgeraars een passend bod te ontwikkelen.
Zo is regionaal een voorschakelklas voor de onderwijsroute gestart, is in samenwerking met het Graafschap College een B1-entree route ontwikkeld en is een ESF-subsidie ingezet om in 2026 vakgericht inburgeren voor jongeren verder te ontwikkelen. Hiermee onderstreept Laborijn haar inzet om, zowel binnen het eigen participatieaanbod als in regionale samenwerking, te blijven voorzien in passend en doelgericht maatwerk voor specifieke doelgroepen. Verdieping op verantwoording WI21 en doorontwikkeling dashboard Sinds de invoering van de Wet Inburgering 2021 (WI21) is binnen Laborijn veel werk verzet om inburgeraars zo goed mogelijk te begeleiden tijdens hun inburgeringstraject. Naast de doorontwikkeling van de ondersteunende infrastructuur zijn ook stappen gezet in (het verbeteren van) de verantwoording over de uitvoering van de wet. In 2025 is, in afstemming met de gemeenten Aalten en Doetinchem, besloten om verdere verdieping aan te brengen in de verantwoording. Het bestuursdashboard voor inburgering is uitgebreid met aanvullende gegevens, waaronder demografische kenmerken, informatie over de leerbaarheid van het inwonersbestand en de mate van dualiteit in de trajecten (combinatie van taal en participatie). Dankzij deze uitbreiding is het nu mogelijk om meer verbanden te leggen tussen verschillende kenmerken.
Dit stelt Laborijn in staat het aanbod nog beter af te stemmen op de behoeften van inburgeraars, en draagt bij aan een meer gerichte en effectieve uitvoering. Taalonderwijs WI21 Taal speelt een cruciale rol in participatie, zelfredzaamheid en duurzame uitstroom naar werk. Het taalonderwijs binnen de WI2021 is in een regionale aanbesteding ingekocht bij externe aanbieders. De huidige regionale inkoopcontracten voor het taalonderwijs binnen de inburgering lopen eind 2026 af. Dit vraagt om een keuze tot het verlengen van de bestaande contracten of het opnieuw (en eventueel regionaal) aanbesteden van de leerroutes. Om deze afweging goed te kunnen maken, heeft Laborijn in 2025 een verkenning taal uitgevoerd. In deze verkenning is gekeken naar de behoeften en de ervaringen van inburgeraars en laaggeletterden met het taalaanbod. Daarbij is ook onderzocht hoe op dit moment kwaliteit, continuïteit en organisatie van het taalonderwijs worden gewaarborgd binnen de leerroutes van de Wet inburgering 2021. Ook is er vanuit de regio een marktconsultatie gehouden om inzicht te krijgen in de beschikbare taalaanbieders, de capaciteit in de regio en de knelpunten die momenteel worden ervaren.
De bevindingen uit deze onderzoeken heeft Laborijn samengebracht in een onderzoeksrapport en een adviesrapport, waarin 3 verschillende scenario’s voor het taalaanbod binnen de Wet inburgering 2021 zijn uitgewerkt en tegen elkaar zijn afgewogen. Op basis hiervan ligt er een voorstel voor richtinggevende keuzes voor de toekomst van het 33
taalonderwijs binnen Laborijn. In 2026 zal bestuurlijk een keuze voor de toekomst van het taalonderwijs worden gemaakt. Dienstverleningsovereenkomst inburgering gemeente Oude IJsselstreek In april 2025 is gestart met de eerste fase van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) inburgering met de gemeente Oude IJsselstreek. In deze fase zijn de participatiemodules van Laborijn ingezet voor de inburgeraars van Oude IJsselstreek. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 en de regie op de trajecten lag in deze fase bij de gemeente Oude IJsselstreek, terwijl Laborijn verantwoordelijk was voor de uitvoering van de modules. De eerste ervaringen met de samenwerking tussen de gemeente Oude IJsselstreek en Laborijn zijn positief. Tientallen inburgeraars hebben inmiddels met veel inzet en plezier deelgenomen aan de modules van Laborijn en laten een goede ontwikkeling zien. Vanaf april 2026 start fase 2 van de DVO. In deze fase ontvangt Laborijn het mandaat voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 voor de inburgeraars van de gemeente Oude IJsselstreek. Samen met de gemeente is in 2025 intensief gewerkt aan een zorgvuldige voorbereiding, zodat fase 2 in de praktijk goed kan landen.
De positieve ervaringen uit fase 1 en de intensieve gezamenlijke voorbereiding op fase 2 geven het vertrouwen dat Laborijn en de gemeente Oude IJsselstreek in de dagelijkse praktijk een stabiele en effectieve uitvoering van de Wet inburgering 2021 kunnen realiseren, met duidelijke lijnen, goede afstemming en blijvende aandacht voor passende ondersteuning van inburgeraars. Eerste inburgeraars behalen inburgering Na 3 jaar uitvoering van de WI21 worden de eerste resultaten van onze dienstverlening rondom inburgeraars inmiddels steeds meer zichtbaar. In het jaar 2025 hebben 50 inburgeraars hun inburgering succesvol afgerond. Hiervan hebben 9 inwoners de onderwijsroute, 25 inwoners de B1- route en 16 inwoners de Z-route (zelfredzaamheid) afgerond. Na iedere afronding spreekt de regisseur inburgering met de geslaagde inburgeraar. Over het algemeen ontstaat het beeld dat inburgeraars tevreden zijn over de geboden begeleiding, ondersteuning en het bestaande inburgeringsaanbod. De inburgeraars ervaren betrokkenheid en maatwerk gedurende het traject. Dit begint zich langzaam te vertalen in meer inburgeraars die hun inburgeringstraject succesvol weten af te ronden.
34
2.3.1 Programmalasten Binnen dit programma worden de volgende lasten en baten verantwoord: • •
de kosten voor de leerroutes, maatschappelijke begeleiding en overige instrumenten ter bevordering van de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten de baten bestaan uit de 2 specifieke uitkeringen die de gemeenten van het Rijk ontvangen Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderwijsroute Overheveling spuk-gelden 2022/2023 Toevoeging vooruit ontvangen bedragen Bijdrage gemeenten directe salariskosten
1.767 74 30 711
1.767 74 711
1.790 75 694
1.545 77 1.300 690
Totaal baten
2.582
2.552
2.559
3.613
950 212 194 421 94 699
775 265 295 404 102 705
800 425 75 694
767 259 298 293 1.305 626
2.570
2.546
1.994
3.549
12
6
565
64
-
-
-565 -
-
12
6
-
64
Programma Inburgering
Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderwijsroute Overige kosten Reservering vooruit ontvangen bedragen Directe salariskosten Totaal lasten Saldo baten en lasten Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat
De bijdragen van de gemeenten zijn berekend op basis van de ontvangen voorschotten. De lijsten van het DUO, waarop de definitieve budgetten worden gebaseerd, zijn op dit moment nog niet gepubliceerd. De definitieve budgetten 2025 van het Rijk worden pas in de loop van 2026 bekend op basis van het aantal inburgeraars in de gemeente op 31 december 2025. Het overschot van € 64.000 wordt opgenomen op de balans ter financiering van de kosten in de aankomende jaren.
35
Specificatie per gemeente: Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderwijsroute Overheveling spuk-gelden 2022/2023 Toevoeging vooruit ontvangen bedragen Bijdrage gemeenten directe salariskosten
554 23 192
554 23 192
560 25 187
470 24 302 186
Totaal baten
769
769
772
983
Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderwijsroute Overige kosten Reservering vooruit ontvangen bedragen Directe salariskosten
234 84 50 114 94 188
225 65 75 110 102 190
250 175 25 187
221 60 75 81 360 169
Totaal lasten
765
767
637
965
Saldo baten en lasten
3
2
135
17
Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
-
-
-135 -
-
Resultaat
3
2
-
17
Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderwijsroute Overheveling spuk-gelden 2022/2023 Toevoeging vooruit ontvangen bedragen Bijdrage gemeenten directe salariskosten
1.214 51 30 519
1.214 51 519
1.230 50 507
1.075 53 998 504
Totaal baten
1.814
1.783
1.787
2.630
716 128 144 307 510
550 200 220 294 0 515
550 250 50 507
547 200 223 212 945 457
1.804
1.779
1.357
2.583
Saldo baten en lasten
9
4
430
47
Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
-
-
-430 -
-
Resultaat
9
4
-
47
Programma Inburgering Aalten
Programma Inburgering Doetinchem
Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderwijsroute Overige kosten Reservering vooruit ontvangen bedragen Directe salariskosten Totaal lasten
36
2.4 Programma Wsw Binnen dit programma doen wij op hoofdlijnen verslag van de activiteiten en de resultaten die in 2025 hebben plaatsgevonden rondom de Wsw. Dit programma heeft betrekking op de coaching, ontwikkeling, bemiddeling en plaatsing van onze Wsw-medewerkers. Daarnaast ook op de dienstverlening aan onze gedetacheerde Wsw-medewerkers en medewerkers die in begeleid werken werkzaam zijn. Wsw-extern en omzet detacheringen Ultimo 2025 is 75% van de Wsw-collega’s extern gedetacheerd. Landelijk ligt dit rond de 40%. Ondanks dat het aantal Wsw-medewerkers fors afneemt is het positief dat het percentage extern gedetacheerd stabiel is gebleven. Dit hoge percentage en het relatief lage ziekteverzuim maakt dat de gerealiseerde omzet is in 2025 ruim € 85.000 hoger uit valt. Rijksbijdrage Wsw De Rijksbijdrage voor de Wsw stijgt van € 38.029 (septembercirculaire 2024) per standaard eenheid (SE) in 2025 naar € 40.680 (meicirculaire 2025). Wsw intern Binnen de Werkleercentra bieden we (interne) Wsw-medewerkers, al dan niet tijdelijk, passend werk gericht op ontwikkeling. Ultimo 2025 is 25% van de Wsw-collega’s intern werkzaam bij Laborijn. De omzet intern werk is in 2025 ruim € 16.000 hoger uitgevallen dan begroot.
Ultimo 2025 is 75% van de Wswcollega’s extern gedetacheerd. Ondanks dat het aantal Wswmedewerkers fors afneemt is het positief dat het percentage extern gedetacheerd stabiel is gebleven
37
2.4.1 Programmalasten Binnen dit programma worden de volgende lasten en baten verantwoord: • de kosten voor Wsw-medewerkers die in dienst van Laborijn zijn of begeleid werken, de salariskosten van begeleidend personeel en de af te dragen omzet van de Wswmedewerkers van Oude IJsselstreek • de baten bestaan enerzijds uit de Rijksbudgetten Wsw die door gemeenten worden ontvangen en ter beschikking worden gesteld aan Laborijn. Anderzijds worden er inkomsten gegenereerd uit groeps- en individuele detacheringen van Wsw’ers en uit de werkzaamheden die uitgevoerd worden in de hallen Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
Omzet groepsdetacheringen
2.808
2.759
2.901
2.949
Omzet individuele detacheringen
2.011
1.975
1.929
2.076
Omzet intern werk
461
444
454
482
Bijdrage vervoerskosten inleners
184
169
168
184
-
-
-
146
Programma Wsw Baten
Lage Inkomensvoordeel (Liv) Verrekening kostendeel OIJ
312
302
305
320
5.775
5.649
5.756
6.157
19.796
19.796
17.545
21.991
311
311
-
-
Bijdrage gemeenten directe salariskosten
2.276
2.276
2.151
2.262
Totale baten Wsw
28.158
28.032
25.453
30.410
Loonkosten Wsw Vervoerskosten Wsw
17.637 609
17.789 629
17.073 665
19.490 663
Overige kosten Wsw
494
435
420
376
Kosten begeleid werken
803
804
810
936
Rijksbudget Compensatie belastingmaatregelen
Lasten
Directe productiekosten
22
18
29
23
1.180
1.155
1.206
1.249
700
708
-
-
Directe salariskosten
2.244
2.226
2.151
2.241
Totale lasten Wsw
23.690
23.764
22.354
24.979
Saldo baten en lasten
4.468
4.269
3.099
5.431
Toevoeging bestemmingsreserve
-
-
-
-724
Onttrekking bestemmingsreserve
-
-
-
-
Omzet deel af te dragen aan OIJ Toevoeging voorziening RVU
Toevoeging algemene reserve
-
-
-
-
Onttrekking algemene reserve
180
529
-
-
4.648
4.797
3.099
4.707
Resultaat
38
Dit programma laat een positief resultaat zien van € 4.468.000. Het resultaat is € 199.000 hoger dan begroot. De onttrekking uit de algemene reserve betreft de kosten van het vormen van een voorziening voor RVU-verplichtingen van € 700.000, onder aftrek van het positieve resultaat van alle programma’s (€ 520.000).
39
2.5 Programma Algemene Overhead Onder dit programma worden alle kosten verantwoord die niet worden toegerekend aan de inhoudelijke programma’s. Hieronder vallen de kosten van de directie, afdeling bedrijfsvoering (staf, administratie, etc.) en ook die van huisvesting, facilitair en automatisering. 2.5.1 Programmalasten Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025 voor wijziging
Realisatie 2024
342
328
100
349
Inkomsten uit dienstverlening aan derden
1.206
1.209
531
911
Inkomsten uit DVO OIJ Wsw
Algemene overhead Baten Rentebaten
1.396
1.400
1.370
1.477
Inkomsten uit DVO Bronckhorst Wsw
142
143
196
-
Opbrengst catering
119
115
113
115
Huuropbrengsten
79
79
105
164
Bijdrage gemeenten impulsbudget infrastructuur
376
358
-
-
4.191
4.191
4.583
3.879
770
409
522
209
8.620
8.232
7.520
7.104
5.973
6.004
5.812
5.932
772
759
703
690
Huisvestingskosten
1.442
1.490
1.523
1.527
Facilitaire kosten
544
563
592
499
1.653
1.756
1.579
1.508
Algemene kosten
410
427
300
398
Rentelasten
156
157
-
-
-
11
-
-
Incidentele lasten
1.179
1.276
733
762
Totaal lasten
12.129
12.443
11.242
11.316
Saldo baten en lasten
-3.509
-4.210
-3.723
-4.213
Toevoeging aan reserve
-1.141
-1.089
-274
-315
Onttrekking aan reserve
312
451
898
316
Toevoeging aan reserve
-
-
-
-
Onttrekking aan reserve
-
-
-
-
-4.338
-4.848
-3.099
-4.212
Bijdrage deelnemende gemeenten Incidentele baten Totaal baten Lasten Loonkosten Overige personeelskosten
ICT kosten
Impuls infrastructuur
Mutatie bestemmingsreserve
Mutatie algemene reserve
Resultaat na bestemming
Het programma algemene overhead laat een negatief saldo van baten en lasten zien van € 3.509.000. De baten vallen € 388.000 hoger en de lasten € 313.000 lager uit. Per saldo een beter resultaat dan begroot van € 701.000. 40
Specificatie Incidentele baten en lasten
Baten
Lasten
Onttrekking uit voorzieningen
461
Subsidie esf
133
Implementatiebudget PW in balans
168
Overige incidentele baten
8
Bestedingsplan Impuls infrastructuur
213
Uitvoering project Oekraine
65
Toevoeging aan voorzieningen
281
Vervangingsbudget personeel
504
Uitvoering Tozo
70
Nieuwbouw
8
Overige incidentele lasten
38
Totaal
770
Saldo
-409
1.179
2.5.2 Beleidsindicatoren Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Beleidsindicatoren Formatie per 1000 inw oners Bezetting per 1000 inw oners Apparaatskosten per inw oner Externe inhuur tov totale loonkosten Overhead tov totale lasten
1,26 1,36 € 106 11,12% 15,65%
€ € €
157 fte 169 fte 13.227.540 1.692.902 12.129.321
124.491 inw oners 124.491 inw oners 124.491 inw oners € 15.221.738 € 77.495.952
41
2.6 Verplichte paragrafen 2.6.1 Bedrijfsvoering Hierbij geven we een toelichting op de voornaamste ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering en programma overstijgende ontwikkelingen. Impact en evaluatie besparende maatregelen met andere beleidskeuzes Tijdens het kadernota- en begrotingsproces in 2024 is bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2029 gekozen voor een aantal besparende maatregelen. Dit met als doel om de uitvoeringskosten voor onze deelnemende gemeenten niet te laten stijgen. In de tweede helft van 2024 hebben we de benodigde voorbereidingen getroffen om alle 5 maatregelen te implementeren. Inmiddels zijn 2 maatregelen afgerond die geen (negatieve) gevolgen (meer) hebben voor onze inwoners. Dit betreft ten eerste de keuze om de WLC-locatie Ulft te sluiten en deze inwoners onder te brengen in de WLC’s Aalten, Doetinchem en Zelhem. En ten tweede de keuze om de caseload inburgering voor asielstatushouders te verhogen. Over de eindconclusie voor wat betreft deze 2 maatregelen is gerapporteerd in respectievelijk de vierde kwartaalrapportage 2024 (p.9) en de eerste kwartaalrapportage 2025 (p.6). Daarmee is de structurele besparing geborgd en aan deze 2 maatregelen voldaan met een afgerond proces. Voor de overige 3 maatregelen geldt dat hier andere beleidskeuzes aan ten grondslag liggen.
Vanaf het eerste kwartaal van 2025 hebben we geleidelijk aan steeds meer beeld van de effecten van de invoering van deze maatregelen gekregen. Over wat we in de praktijk nu zien gebeuren, wat de maatschappelijke impact is en wat het effect is voor de (individuele) inwoners en de werkgevers. Eind 2025 hebben we de keuze voor deze 3 maatregelen geëvalueerd en hebben we een goed gesprek gevoerd over het al dan niet bijstellen van de (nieuwe) beleidskeuzes op basis van de ervaringen, impact en effecten. Maatregel ‘Versoberen inburgering gezinsmigranten’ De maatregel ‘Versoberen inburgering gezinsmigranten’, ingevoerd op 1 juli 2024, heeft geleid tot een verhoging van de caseload van 2 fte per 100 naar 1 fte per 150 gezinsmigranten. Deze verhoging is mogelijk gemaakt door de dienstverlening terug te brengen naar het wettelijk minimumniveau. De effecten van de versoberde inburgeringsdienstverlening zijn inmiddels duidelijk merkbaar voor zowel gezinsmigranten als de betrokken professionals. Doordat de ondersteuning is teruggebracht tot het wettelijk minimum, kan in de praktijk minder tijd worden besteed aan begeleiding. Gezinsmigranten moeten hierdoor vaker en intensiever terugvallen op hun eigen netwerk, wat bij een deel van hen leidt tot een grotere afhankelijkheid en een afname van zelfredzaamheid.
Tegelijkertijd is de toegevoegde waarde die Laborijn kan bieden beperkt, omdat alleen de minimale wettelijke taken worden uitgevoerd. Mogelijk heeft deze ontwikkeling op de langere termijn gevolgen voor de instroom van gezinsmigranten in de bijstand, al zijn daar op dit moment nog geen aanwijzingen voor. Het advies is overgenomen om de huidige maatregel te continueren, met de afspraak dat deze opnieuw wordt beoordeeld zodra duidelijk onderbouwde negatieve effecten zichtbaar worden. We hebben hierbij geconstateerd dat de beoogde besparing op de inburgeringsformatie als gevolg van de maatregel ‘Versoberen inburgering gezinsmigranten’ volledig is gerealiseerd en aan deze maatregel is voldaan.
42
Maatregel ‘Afbouwen jobcoaching LKS P-wet’ Deze maatregel houdt in dat inwoners die met LKS bij een werkgever worden geplaatst gemiddeld 1,5 jaar jobcoaching ontvangen. Voor het merendeel van de betrokken inwoners blijkt deze afbouw haalbaar en effectief. De financiële doelstelling is gerealiseerd: tussen januari en september 2025 zijn 72 trajecten actief afgebouwd en 76 trajecten om andere redenen beëindigd. De instroom van nieuwe trajecten bleef achter bij de begroting (81 in plaats van 119), waardoor per saldo 28 trajecten minder actief waren dan begroot en de beoogde besparing volledig is behaald. Tegelijkertijd brengt de afbouw voor een deel van de doelgroep uitdagingen met zich mee. Aan het begin van het vierde kwartaal moesten voor 58 inwoners nog trajecten worden afgebouwd; deze groep heeft al langer dan 18 maanden ondersteuning nodig. Voor 20 van hen is afbouw niet mogelijk zonder dat het dienstverband direct zou eindigen. Voor de overige 38 inwoners lijkt afbouw binnen het tweede jaar van implementatie haalbaar. Voor een kleine groep blijft structurele jobcoaching noodzakelijk, vanwege beperkingen in de begeleidingsstructuur bij werkgevers of vanwege persoonsgebonden factoren. Voor deze inwoners is maatwerk essentieel, inclusief de mogelijkheid om jobcoaching te continueren of tijdelijk opnieuw in te zetten. Ook richting de toekomst is maatwerk nodig.
Door een toenemende multi-problematiek, met name onder jongeren, zal de ondersteuningsbehoefte naar verwachting verder stijgen. Het advies is daarom om binnen het kader van gemiddeld 1,5 jaar jobcoaching ruimte te houden voor afwijkingen in duur en intensiteit wanneer de situatie van de inwoner dit vraagt. Vanuit werkgeversperspectief verloopt de afbouw in veel gevallen in goede samenwerking, maar leidt de beleidswijziging ook tot meer intensieve gesprekken. Werkgevers lijken in toenemende mate te zoeken naar compensatie voor het wegvallen van jobcoaching. Hoewel er rekening was gehouden met een mogelijk besparingsverlies van 20% door extra aanspraak op het wettelijk recht op jobcoaching, is dit nog niet zichtbaar in de externe uitgaven. Het is echter aannemelijk dat deze ontwikkeling zich op termijn alsnog kan voordoen. Ook dit onderstreept het belang van ruimte voor maatwerk, zowel vanuit het perspectief van inwoners als van werkgevers. Voor deze maatregel is de constatering dat de afbouw van het aantal actieve jobcoachtrajecten is gelukt, de beoogde besparing op de jobcoachformatie volledig is gerealiseerd en aan deze maatregel is voldaan. We kiezen daarbij voor het handhaven van de nieuwe beleidskeuze van gemiddeld 1,5 jaar jobcoaching voor inwoners die met LKS aan het werk zijn bij werkgevers.
En geven daarbij ruimte voor het bieden van maatwerk (in de vorm van een andere intensiteit en/of duur van jobcoaching en/of het (tijdelijk opnieuw) kunnen terugvallen op jobcoaching) in het geval dit maatwerk in het belang van de inwoner/werkgever is en als resultaat heeft dat dat de inwoner op de best passende plek zit. Maatregel ‘Anders investeren in mensontwikkeling’ Deze maatregel richt zich op het anders – en in de praktijk minder – investeren in inwoners die langer dan 8 jaar een uitkering ontvangen en/of op de onderste trede van de participatieladder staan. Voor deze doelgroep is de caseloadnorm verhoogd van 1:83 naar 1:400, met een sobere maar zorgvuldige dienstverlening als uitgangspunt. De ondersteuning bestaat uit één jaarlijks contactmoment volgens een vast protocol. In de eerste 3 kwartalen van 2025 zijn 191 inwoners gesproken, ongeveer een derde van de doelgroep. Dit contact wordt door veel inwoners als prettig ervaren: laagdrempelig, zonder druk, en met ruimte voor lichte ondersteuning. Tegelijkertijd blijkt de aanpak in de praktijk onvoldoende effectief en staat de gewenste integraliteit onder druk. De doelgroep groeit en kent steeds vaker complexe multi-problematiek die de reguliere dienstverlening overstijgt en vraagt om een bredere, sociaal-domein brede benadering. Daarnaast ervaren inwoners financiële kwetsbaarheid en 43
onzekerheid, terwijl doorverwijzing en samenwerking met ketenpartners beperkt wordt door de ingezette besparing. Het jaarlijkse contactmoment blijkt ontoereikend: problematiek vraagt om opvolging en regie, maar hiervoor ontbreekt capaciteit. Professionals ervaren dit als een dilemma, omdat zij vanuit het contact juist meer ondersteuning zouden willen bieden. De ontwikkelingen sluiten aan bij de uitgangspunten van de Participatiewet in Balans, die voor deze doelgroep inzet op maatschappelijke participatie in plaats van uitsluitend re-integratie. Landelijke ervaringen wijzen op een verhouding van 1/3 re-integratie en 2/3 maatschappelijke participatie als passend en effectief. Dit sluit tevens aan bij de beweging richting wijkgerichte integrale teams, waarin breder wordt samengewerkt vanuit wat lokaal nodig is. Voor het komende kadernota- en begrotingsproces adviseert Laborijn om aan te sluiten bij deze beweging: inwoners recht te geven op een integraal traject gericht op maatschappelijke participatie, de integrale regierol te borgen, 2026 als transitiejaar te benutten voor gezamenlijke visievorming, en lokaal beleidsruimte te gebruiken om intensiteit en invulling te bepalen. Ook vraagt dit om aanpassing van de normering voor inwoners met een re-integratie- of zorgprofiel. De conclusie is dat minder investeren in deze doelgroep niet houdbaar blijkt.
Een koerswijziging richting integrale, wijkgerichte ondersteuning is nodig om recht te doen aan zowel de complexiteit als het ontwikkelpotentieel van deze inwoners. Voor deze maatregel constateren we getalsmatig dat het anders investeren in de ontwikkeling van een specifieke doelgroep is gelukt, de beoogde besparing op de reintegratieformatie volledig is gerealiseerd en aan deze maatregel is voldaan. Binnen het komende kadernota- en begrotingsproces gaan we met elkaar in gesprek, en we gebruiken het jaar 2026 als transitiejaar, waarin we onze visie en aanpak ten aanzien van maatschappelijke participatie bepalen. We sluiten hierbij aan bij zowel de beweging naar integrale wijkgerichte teams als de Participatiewet in Balans in samenwerking met partners uit het brede sociaal domein. Digitalisering archief In 2025 is verder gewerkt aan de voorbereiding van de digitalisering van het archief. Dit jaar stond in het teken van het inrichten van de benodigde processen, het vastleggen van uitgangspunten en het creëren van randvoorwaarden voor een zorgvuldige overgang naar digitaal archiefbeheer. De werkzaamheden zijn erop gericht om in 2026 live te kunnen gaan met het digitale archiefsysteem JOIN.
Een belangrijk onderdeel van deze voorbereiding In 2025 is een stevige basis gelegd betreft het handboek vervanging en het voor de verdere digitalisering van vervangingsbesluit wat ervoor zorgt dat de papieren het archief en het digitaal werken archiefbescheiden vervangen kunnen worden door digitale vervangingen. Deze documenten beschrijven de wijze waarop vervanging plaatsvindt en vormen de basis voor een rechtmatige en verantwoorde uitvoering. De benodigde hardware in de vorm van scanners staan inmiddels ook al klaar voor gebruik bij de receptie en het archief. Zodra de livegang in 2026 is gerealiseerd zullen het handboek en het besluit in werking treden. Met deze stappen is in 2025 een stevige basis gelegd voor de verdere digitalisering van het archief en het digitaal werken. In 2026 zullen we toewerken naar de daadwerkelijke ingebruikname van JOIN. Implementatie CompetenSYS Na een uitgebreide aanbesteding heeft Laborijn gekozen voor CompetenSYS als leverancier van de nieuwe applicatie voor Methodisch Werken. Laborijn zocht een uniforme en efficiënte workflow om inwoners optimaal te ondersteunen bij participatie en werk. Met de inzet van CompetenSYS beschikt Laborijn over een toekomstbestendig platform waarin alle essentiële processen, van diagnostiek tot CRM en Matching en van 44
loonwaardemetingen en jobcoaching tot de periodieke aanlevering SRG gegevens, geïntegreerd zijn. Het CompetenSYS-platform ondersteunt taakgericht werken en biedt een dynamisch klantprofiel, gekoppeld aan relevante prestatie-indicatoren en beleidsdoelen. Bovendien worden werkprocessen gestroomlijnd en krijgen professionals beter inzicht in trajecten en resultaten. Dankzij de flexibiliteit en schaalbaarheid van CompetenSYS kan Laborijn haar dienstverlening verder professionaliseren, de samenwerking met ketenpartners versterken en inwoners gerichter begeleiden naar werk of maatschappelijke participatie. In 2025 zijn regievoerders op het ontwikkeltraject van de inwoner (re-integratieconsulenten, regisseurs inburgering en jobcoaches) over gegaan op het werken met CompetenSYS. Implementatie Procesmanagement In 2024 hebben we een start gemaakt met het vaststellen van de visie op procesmanagement en het in kaart brengen van de te beschrijven processen. In 2025 zijn we volop gestart met het beschrijven. Eind 2025 hebben we alle bedrijf-kritische processen beschreven en zijn we mooi op weg om de overige processen ook vast te leggen. We zien dat het proceshandboek steeds meer onderdeel wordt van het reguliere werk. Steeds meer collega's voeren zelf wijzigingen door of schakelen de kwaliteitsadviseur in om aanpassingen door te voeren.
Om dit te borgen in de organisatie maakt het handboek ook deel uit van het inwerkprogramma. Informatiebeveiliging en Privacy De informatiebeveiliging en privacy zijn continu onder de aandacht. Laborijn heeft sinds dit jaar ook een Functionaris Gegevensbescherming in de eigen gelederen, waar deze diensten voorheen werden ingehuurd. Bij het aangaan van verschillende dienstverleningsovereenkomsten voert Laborijn de ‘Data protection impact assessment’ (DPIA) uit om de privacy risico’s van gegevensverwerking in kaart te brengen. In de uitvoering werken we gestructureerd aan het behoud van een goed bewustzijn op deze thema’s met behulp van bijvoorbeeld micro-learnings en kennissessies. Via e-learning worden jaarlijks kennistoetsen afgenomen. In samenwerking met ICT Doetinchem zijn we gestart met de voorbereidingen voor NIS2 en BIO2, zodat we in 2026 compliant worden op deze richtlijnen. In ‘de week van de integriteit en privacy’ wordt van de organisatie extra aandacht gevraagd door het aanbieden van interessante workshops. Er zijn het afgelopen jaar 13 datalekken gemeld, waarvan één is gemeld bij Autoriteit Persoonsgegevens en één bij betrokkene. Alle datalekken zijn die volgens procedure afgehandeld. Voorbereiding Participatiewet in Balans Al langere tijd is een maatschappelijke ontwikkeling gaande over de wijze waarop overheid en burger zich onderling hebben te verhouden.
Ook de inhoud en uitvoering van de Participatiewet is onderdeel van deze maatschappelijke ontwikkeling en ontwikkelt zich langs 3 sporen waarbij vertrouwen, menselijke maat en vereenvoudiging centraal staan. De huidige herziening van de Participatiewet (spoor 1) bevat een samenhangend pakket van ruim 20 wetswijzigingen waarmee de huidige Participatiewet een betere balans krijgt tussen rechten en plichten en gemeenten meer ruimte geeft voor het bieden van maatwerk. Na een lange aanloop is het wetsvoorstel Participatiewet in Balans op 30 september 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. Naast de aanpassingen in de huidige Participatiewet wordt ook fundamenteler gekeken naar de doelen en uitgangspunten van de bijstandswetgeving en de wijze waarop deze vanaf de basis opnieuw kan worden opgebouwd. Aan dit wetstraject (spoor 2) wordt de komende jaren invulling gegeven. Tenslotte wordt gewerkt aan een cultuuromslag en aandacht voor een dienstverlening die meer rekening houdt met de individuele omstandigheden van inwoners (spoor 3). De wijzigingen in de Participatiewet (spoor 1) worden gefaseerd ingevoerd. Laborijn heeft hiervoor eind 2025 een impactanalyse en tijdslijn opgesteld. Per januari 2026 zijn die onderdelen van de wet in werking getreden die geen (grotere) aanpassing in wetgeving, 45
besluitvorming of software / systemen vragen. De overige wijzigingen treden per 1 januari 2027 in werking. Het jaar 2026 is daarvoor het voorbereidingsjaar. Het bestuur van Laborijn is in februari en november 2025 geïnformeerd over de ontwikkelingen rond de Participatiewet in Balans. Frauderisico’s Hieronder volgt het overzicht van onderkende frauderisico’s met bijbehorende interne beheersingsmaatregelen. Frauderisico Debiteuren afboeken in de financiële administratie, (een deel van) het geld op privérekening laten overmaken. Spookfactuur inboeken, aanmaken/muteren stambestand crediteur en factuur betaalbaar stellen
Handmatige betaling invoeren in BNG-bankpakket zonder geldige onderbouwing
Goederen bestellen op naam Laborijn, in privé laten afleveren, prestatie akkoord tekenen in key2financiën Intern werk order laten uitvoeren, facturatie achterwege laten of lager doorvoeren, restant in privé laten uitbetalen Opdracht verlenen aan bevriende personen/ondernemers Fictieve medewerker aanmaken en salaris uitbetalen
Fictieve uitkeringsklant aanmaken in Suite en uitkering laten overmaken op privérekening medewerker
Interne beheersingsmaatregel 1. Interne controle op memoriaal boekingen m.b.t. afboeken debiteuren 2. Interne controle op buiteninvordering stelling cliëntvorderingen Functiescheiding tussen het inscannen, coderen, inboeken, accorderen en betalen van facturen. Tevens systeemtechnisch een beperkte toegang tot het aanmaken en muteren van stambestanden crediteuren. Interne controle op prestatielevering Functiescheiding tussen het inboeken van een betaalregel en het accorderen van de betaalregels. Alle betalingen van facturen vanaf € 5.000 worden aangeleverd bij de personen die de betaalbatch accorderen Tweede autorisatie inkoopfactuur Maandelijkse kostenbeoordeling i.v.t. de begroting We werken met een bestelportaal waar een deel van de bestellingen mee wordt gedaan Interne monitoring omzet intern werk. Functiescheiding tussen afspreken prijzen, uitvoeren werkzaamheden en facturatie Integriteitsbeleid Inkoop- en aanbestedingsbeleid Interne controle op proces inkopen en (Europese) aanbestedingen Interne controle op de volledigheid, juistheid en tijdigheid van de salarisadministratie Functiescheiding tussen aanmaken medewerker, opstellen arbeidsovereenkomst en verloning Integriteitsbeleid Koppeling met Inlichtingenbureau Koppeling met BRP Systeemcontrole Suite geeft foutmelding bij betalen uitkering. Lijstwerk controle door Financiën bij betaalbatch
Restrisico Laag
Laag
Midden
Midden
Hoog
Hoog
Laag
Laag
46
Hoger salaris doorvoeren in Visma dan in aanstellingsbrief staat Doorvoeren van eenmalige uitkeringen aan medewerkers zonder dat hier iets aan ten grondslag ligt Omkoping bevoegde/invloedrijke medewerkers door derden Het vaststellen van een te hoge loonwaarde bij de werkgever in ruil voor een betaling
Functiescheiding omtrent het invoeren, muteren en betalen van salarissen Interne controle op eenmalige uitbetalingen Interne controle op de volledigheid, juistheid en tijdigheid van de salarisadministratie Integriteitsbeleid
Laag
Integriteitsbeleid, functiescheiding tussen het uitvoeren van een loonwaardemeting en het vaststellen loonwaardemeting en de betaling. Gebruik van een landelijk gecertificeerd systeem voor de uitvoering van de metingen
Laag
Laag
Laag
Op basis van de uitgevoerde interne controle is geen fraude geconstateerd. Afwegingskader voor nieuwe dienstverleningsverzoeken In het proces om te komen tot de kadernota 2026 – 2029 is geconcludeerd dat het wenselijk is om met elkaar te komen tot een afwegingskader voor het kunnen beoordelen van nieuwe verzoeken tot het leveren van dienstverlening. Nieuwe dienstverleningsverzoeken dienen immers een bijdrage te leveren aan Laborijn, waarbij de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten prioriteit heeft en niet in het gedrang mag komen. Met de 3 huidige GRgemeenten zijn we het unaniem met elkaar eens over dat het van belang is dat we gezamenlijk een gedeelde visie met elkaar hebben én houden waarin de kernbegrippen ‘de inwoner centraal’ en ‘integraliteit’ expliciet centraal staan. We willen de krachtige identiteit en positie van Laborijn behouden. Om dit te bereiken, is een richtinggevend inhoudelijk afwegingskader opgesteld, zowel voor DVO-dienstverlening als voor toetreding tot de GR Laborijn. Toekomstige dienstverleningsverzoeken worden aan dit kader getoetst. Visie op preventie en handhaving In 2025 is het visiedocument preventie en handhaving vastgesteld. Voor Laborijn is het handhaven van regels en wetten geen doel op zich, maar vormt het een integraal onderdeel van de dienstverlening.
Het doel is te zorgen dat inwoners kunnen meedoen op de best passende plek en waar nodig worden voorzien van een inkomensvoorziening. Preventie en handhaving is daarbij een middel om dit te realiseren. We gaan uit van vertrouwen, zetten in op preventie en vroegsignalering en leveren maatwerk waar dat nodig is. Het merendeel van de inwoners maakt niet opzettelijk misbruik van sociale voorzieningen. Door persoonlijke omstandigheden en soms complexe regelgeving kunnen (onbewust) fouten worden gemaakt. Kijken naar de omstandigheden, het doel van beleid en regels en het beoogd effect voor inwoners zijn voor ons belangrijke uitgangspunten. Organisatiebreed kijken we hoe inwoners te ondersteunen om aan wet- en regelgeving te kunnen voldoen en proberen we de negatieve gevolgen van het niet nakomen zo klein mogelijk te houden. We willen een toegankelijke en betrouwbare organisatie voor onze inwoners en samenwerkingspartners blijven. We zijn ons er echter van bewust dat er ook een kleine groep inwoners bestaat die wel opzettelijk misbruik maakt van de voorzieningen. Het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik blijft daarom belangrijk, ook om binnen de samenleving draagvlak te behouden voor het bestaande sociale stelsel. Inwoners worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid en hebben verplichtingen die niet vrijblijvend zijn.
En ook wij hebben een actieve en niet vrijblijvende plicht richting onze inwoners. Zo blijft het voor beide partijen duidelijk wat de rechten en verplichtingen zijn en wat we van elkaar mogen verwachten. 47
Handhaving staat niet op zichzelf, maar is een integraal onderdeel van de totale dienstverlening aan onze inwoners. Naleving van wet- en regelgeving wordt optimaal bevorderd wanneer handhaving, met een juiste balans tussen preventie en repressie, onderdeel is van de brede dienstverlening. Samen met onze deelnemende gemeenten en directe externe samenwerkingspartners (denk aan Bureau voor Financiële Ondersteuning, Buurtplein en Figulus Welzijn) stellen we regels voor onze uitvoering. Een samenwerking die wij ook zoeken met overige ketenpartners, zoals politie, regionale en andere samenwerkingsverbanden en organisaties die hulp- en/of dienstverlening bieden aan onze inwoners. Steeds vanuit het doel het voorkomen en vroegtijdig opsporen van het al dan niet onbewust misbruik maken van sociale voorzieningen. Continu Klanttevredenheidsonderzoek Om adequaat te kunnen reageren en anticiperen hecht Laborijn waarde aan een continue meting van hoe onze inwoners de dienstverlening van Laborijn ervaren. Daarom hebben we een voortdurende uitvraag in de vorm van een continu-KTO (Klanttevredenheidsonderzoek). Een onderzoek gericht op inwoners die gebruik maken van een Participatiewet uitkering. In het continu-KTO wordt de reis van de inwoner binnen Laborijn gevolgd. Naast een ‘rapportcijfer’ geeft de respons ons ook input om de dienstverlening nog verder te kunnen verbeteren.
Onze voortdurende inspanningen om de betrokkenheid van onze inwoners ook bij het klanttevredenheidsonderzoek te vergroten hebben er ook in 2025 toe geleid dat de betrouwbaarheid over de hele linie van het continu onderzoek meer dan 90% bedraagt. De gepresenteerde resultaten geven daarmee een mooi en evenwichtig beeld van de ervaringen van inwoners met onze dienstverlening. De reis van de inwoner start met de eerste kennismaking met Laborijn en het verzorgen van de bijstandsaanvraag. Onze inwoners beoordelen in 2025 de dienstverlening in deze fase met een 7,2 (in 2024; 7,2). Vervolgens wordt gekeken naar de beleving van de inwoner waar het gaat om ondersteuning en begeleiding bij het proces van re-integratie/participatie. Dit betreft dienstverlening waarbij we de inwoner gedurende langere tijd begeleiden. Deze fase in dienstverlening is in 2025 gewaardeerd met een mooie 7,7 (in 2024; 7,5). Een jaar nadat het eerste contact heeft plaatsgevonden, wordt de inwoner nogmaals bevraagd op de dan opgebouwde ervaringen met Laborijn. De inwoners hebben deze fase van ondersteuning en begeleiding in 2025, evenals in de daaraan voorgaande jaren, beoordeeld met een stabiele 7,2. Verheugend is om te zien dat rond driekwart van de inwoners aangeeft dat het beter met hen gaat na het ontvangen van de begeleiding en ondersteuning door Laborijn.
Continu Klanttevredenheidsonderzoek Wet Inburgering 2021 Als Laborijn hebben we al langere tijd positieve ervaringen met ons continu klanttevredenheidsonderzoek gericht op inwoners met een bijstandsuitkering. Dit leidde tot de behoefte dit instrument ook in te zetten om de klanttevredenheid te onderzoeken onder inwoners die gebruik maken van andere dienstverlening, zoals de Wet Inburgering 2021. Nadat met de uitvoering van de Wet Inburgering door Laborijn enige jaren ervaring is opgedaan kon eind 2024 ook voor deze wet een continu klanttevredenheidsonderzoek worden ingericht. Laborijn is hiermee landelijk de eerste uitvoeringsorganisatie met klanttevredenheidsonderzoek specifiek gericht op deze doelgroep en wet. Om te ondervinden of het inderdaad mogelijk is een klanttevredenheidsonderzoek aan de daaraan te stellen vereisten te laten voldoen, is 2025 gebruikt als pilotperiode. De pilot heeft zich daarbij beperkt tot de eerste fasen van het inburgeringstraject, de brede intake en het PIP (Persoonlijk plan Inburgering en Participatie). Doelstelling van de pilot was om te onderzoeken of een werkbaar klanttevredenheidsonderzoek dat betrouwbare informatie oplevert, is te realiseren. Hierin is 48
de pilot geslaagd. Het onderzoek heeft ons waardevolle inzichten opgeleverd over zowel het proces van de brede intake en het PIP, als over de manier waarop asielstatushouders het contact met Laborijn ervaren. Het klanttevredenheidsonderzoek wordt daarom in 2026 vervolgd in een reguliere vorm voor de fasen brede intake en PIP en uitgebreid in de vorm van een pilot gericht op het volledige inburgeringsproces en de ervaringen van de inburgering door gezinsmigranten. Klantadviesraad De leden van de Laborijn klantadviesraad (KAR) vertegenwoordigen inwoners van de gemeenten Aalten en Doetinchem die gebruik maken van de Participatiewet of aanpalende wetgeving. De KAR adviseert de directeur gevraagd en ongevraagd over de dienstverlening van Laborijn. De KAR heeft zich sinds de oprichting gaandeweg ontwikkeld van een gecombineerde focus op systeem- en leefwereld naar een focus op de leefwereld van de Laborijn-klant. De gemeentelijke sociale raden worden hierbij gezien als meer gericht op het adviseren op (voorgenomen) beleid. De KAR wil hierop aanvullend zijn en haar rol vervullen in de directe verhouding inwoner - Laborijn. De KAR heeft ook in 2025 haar activiteiten hierop toegespitst door onder meer het organiseren van ontmoetingsmomenten met inwoners. Daarnaast heeft de raad het eigen reglement geactualiseerd en zich ingespannen om meer leden aan de klantadviesraad te binden.
Dit is gelukt. In 2025 konden maar liefst 3 nieuwe leden door de raad worden verwelkomd. Het actueel aantal leden van de klantadviesraad komt daarmee op 7. Dit geeft de mogelijkheid om als raad meer activiteiten te kunnen gaan oppakken. De klantadviesraad stelt jaarlijks een eigen jaarverslag op. Interne controle In 2025 zijn interne controlewerkzaamheden uitgevoerd. De administratieve organisatie en interne beheersingsmaatregelen zijn gecontroleerd op opzet, bestaan en werking volgens het interne controleplan. De bevindingen zijn in periodieke rapportages verantwoord en door de organisatie opgevolgd. In paragraaf 4.15 is de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Huisvesting Laborijn werkt eind 2025 vanuit de werklocaties Aalten, Doetinchem en Zelhem. De locatie Ulft is in 2025 gesloten in overleg met de gemeenten. In Doetinchem wordt dienstverlening aangeboden voor zowel werk, ontwikkeling en inkomensondersteuning. Hier vindt ook het daklozenspreekuur plaats. In Aalten maken we tevens gebruik van het gemeentehuis als locatie voor inkomensgesprekken. In Zelhem is sprake van een werklocatie. Nieuwbouw Doetinchem In 2021 heeft besluitvorming plaatsgevonden omtrent het realiseren van nieuwbouw voor Laborijn. Op grond daarvan is in 2022 het proces uitgelijnd.
Onderdeel daarvan was het doorlopen van Europese aanbestedingen voor de opdracht voor ontwerp (architect) en daarnaast bouw en onderhoud (aannemer) van de nieuwbouw Laborijn. Ook heeft besluitvorming plaatsgevonden over de realisatie van de nieuwbouw op de huidige kavel. In 2023 is besloten dat Laborijn nieuwbouw realiseert voor haar eigen taken en niet voor samenwerkingspartners als zijnde huurders. In 2024 is het definitief ontwerp gereed gekomen en is de opdracht verleend voor het slopen van een deel van het gebouw en het saneren van de grond. De nieuwbouwplannen zijn inmiddels voelbaar binnen de organisatie. In diverse samenstellingen is nagedacht over de inrichting van het nieuwe pand en het werkconcept. Vanwege de start van de sloopwerkzaamheden begin 2025 was het bovendien noodzakelijk om in te schikken. Zo is hal 8 gesloopt waardoor Labowijzer naar een andere ruimte is verhuisd. Bij de noodzakelijke interne verhuizing is alvast voorgesorteerd op het werkconcept van het nieuwe gebouw, waarbij er meer diverse werkplekken zijn (bruis, ruis, rust). Hiermee wil Laborijn tevens de integraliteit en onderlinge kennisdeling bevorderen en medewerkers optimaal ondersteunen bij hun werk. Op 10 september is de eerste paal geslagen van de nieuwbouw. De verwachting is dat eind 2026 de nieuwbouw gerealiseerd is. Ook is in 2025 49
overeenstemming bereikt met de gemeente Doetinchem over het overnemen van de resterende kavel van het Laborijn-terrein. Facilitair & Inkoop Op het gebied van Facilitair & Inkoop zijn er vele voorbereidingen gaande voor de nieuwbouw. Zo is de Europese aanbesteding doorlopen voor het nieuwe meubilair. Daarnaast heeft de gestarte sloop ook veel impact op de facilitaire werkzaamheden en de manier hoe we moeten gaan samenwerken in de nieuwbouw. Vooruitlopend op de nieuwe situatie hebben we een nieuw werkconcept doorgevoerd met de bijbehorende verhuizingen. Verder is veiligheid een belangrijk thema geweest, waarop geschakeld moest worden in verband met een toename van incidenten. Op dit moment maken we gebruik van beveiliging, waarbij we kijken hoe dit er voor de toekomst uit kan komen te zien. Voor de inkoop van de beveiliging hebben we een Meervoudig Onderhandse aanbesteding doorlopen. De aanbesteding voor de arbodienstverlening is naar tevredenheid afgerond. We hebben nieuwe leaseauto’s uitgerold. Deze zijn voor overgrote deel elektrisch. In de categorie grotere investeringen zijn er palletheftrucks aangeschaft en nieuw productiemeubilair voor locatie Zelhem. In Aalten hebben we, samen met de productie, een leerlijn naaiatelier opgetuigd en zijn we gestart om WLC Aalten te restylen. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid is herzien.
Fiscale aspecten In 2023 hebben wij een ‘fiscaal self assessment’ opgesteld en afgestemd met de Belastingdienst. Ook zijn de btw-afspraken vernieuwd. Laborijn en de Belastingdienst zijn een nieuw convenant Horizontaal Toezicht overeengekomen per 22 november 2023 voor een periode van 3 jaar. In 2024 hebben we in afstemming met de Belastingdienst diverse controles uitgevoerd t.a.v. BTW en vennootschapsbelasting. In 2025 zijn er nieuwe afspraken gemaakt over hoe om te gaan met de voorbelasting van inkoop m.b.t de nieuwbouw. Drempel schatkistbankieren De drempel schatkistbankieren is in 2025 niet overschreden. Onrechtmatigheden In de financiële verordening van Laborijn is vastgelegd dat onrechtmatigheden van boven de € 50.000 en onder de verantwoordingsgrens van € 1.550.000 in de paragraaf bedrijfsvoering moeten worden toegelicht. Bij de interne controle is een onrechtmatigheid van € 144 in het programma WSW vastgesteld. Deze onrechtmatigheid is veroorzaakt doordat bij één WSW-medewerker die uit dienst is gegaan te veel verlof is uitbetaald. Het verlofsaldo was uitbetaald voordat alle uren van de detachering verwerkt waren in Visma. De salarisadministratie heeft inmiddels het proces aangepast waarbij het verlofsaldo van gedetacheerde medewerkers pas een maand na de uitdiensttreding wordt uitbetaald zodat de uren van de detachering nog verwerkt kunnen worden.
In de periode september tot en met december 2025 heeft Laborijn voor € 77.857 aan individuele inkomenstoeslagen ambtshalve verstrekt. Deze ambtshalve verstrekkingen blijken achteraf gezien niet toegestaan. Vanaf 1 januari 2027 is dit wel verplicht door invoering van spoor 3 van de Participatiewet in balans. Ten aanzien van het begrotingscriterium zijn de lasten van het programma inburgering overschreden met € 24.000. 50
In totaal zijn de onrechtmatigheden € 102.000. Dit bedraagt slechts 0,13% van de totale lasten exclusief dotaties aan de reserves. Onrechtmatigheden
Bedrag (x1.000)
Voorwaarden criterium Ambtshalve toekenningen individuele inkomenstoeslag
78
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Begrotingscriterium Overschrijding programma inburgering
24
Totaal onrechtmatig
102
Dit is kleiner dan de grens van 1.550.000
M&O beleid Het onterecht verstrekken van een uitkering valt onder misbruik van overheidsgelden. Als misbruik heeft plaatsgevonden, de bedragen zijn teruggevorderd en dit getrouw is verwerkt in de jaarrekening, hoeft dit niet meegenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording. Om het misbruik te beperken, hebben we een aantal beheersmaatregelen ingericht: er wordt functiescheiding en toetsing toegepast in de processen, misbruik- en oneigenlijk gebruik-risico’s worden met medewerkers besproken, er worden gerichte deelonderzoeken uitgevoerd, fraudesignalen worden onderzocht en de signalen van het inlichtingenbureau worden beoordeeld. Deze maatregelen hebben ertoe geleid dat we in 2025 een bedrag van € 65.000 aan onterecht verstrekte uitkeringen als gevolg van schendingen van de inlichtingenplicht hebben kunnen terugvorderen. Van dit bedrag is € 50.000 in 2025 geïncasseerd. Intern inkoopbeleid In 2025 is een interne controle uitgevoerd op de naleving van het interne inkoopbeleid. Hierbij is geconstateerd dat in het interne inkoopbeleid beschreven stond dat bij inkopen tot € 30.000 het formulier ‘verkorte inkoopstrategie’ ingevuld moet worden en dat bij inkopen tussen € 30.000 en € 50.000 het formulier ‘uitgebreide inkoopstrategie’ ingevuld moet worden, maar dat deze formulieren in de praktijk niet gebruikt werden. In oktober 2025 is er een nieuw inkoopbeleid opgesteld.
Hierin is vastgelegd dat bij inkopen onder de € 5.000 geen inkoopformulier meer gebruikt wordt. Daarnaast is bij de interne controle geconstateerd dat 3 contracten enkelvoudig onderhands zijn aanbesteed, terwijl deze volgens het interne inkoopbeleid meervoudig onderhands aanbesteed hadden moeten worden. De kosten van deze contracten blijven wel onder de Europese aanbestedingsgrens en zijn dus niet onrechtmatig.
51
2.6.1.1 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze Wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo kent naast een passieve informatieplicht ook een actieve informatieplicht. Er zijn 17 informatiecategorieën aangewezen die actief openbaar gemaakt moeten worden. Dit gebeurt in 4 tranches. Binnen de eerste tranche, die is ingegaan op 1 november 2024, moet de volgende informatie vindbaar zijn: • • • • •
alle algemeen verbindende voorschriften alle overige besluiten van algemene strekking informatie over de organisatie en werkwijze bereikbaarheidsgegevens, en vergaderstukken en- verslagen van de bestuursvergaderingen
Laborijn voldoet aan de verplichtingen uit de eerste tranche. Het is nog niet bekend wanneer de verplichting tot actieve openbaarmaking voor de overige informatiecategorieën ingaat. Tot die tijd concentreren wij ons op het optimaliseren van onze informatiehuishouding. In dat verband zijn wij bezig met het organisatorisch en technisch inrichten van een Document Management Systeem (DMS). Dit systeem helpt ons om documenten en gegevens beter te beheren, terug te vinden en duurzaam toegankelijk te maken. Het resultaat is een organisatie waar documenten betrouwbaar, vindbaar, toegankelijk en veilig zijn, met minder tijdverlies, meer grip op informatie en naleving van wet- en regelgeving.
2.6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze jaarrekening is het benodigde weerstandsvermogen geactualiseerd en hebben we ook ingeschat wat de eventuele restrisico's zijn waarvan we niet zeker zijn dat we die binnen de begroting kunnen opvangen. Benodigd weerstandsvermogen Om tot een onderbouwing van het benodigde weerstandsvermogen te komen, wordt de volgende werkwijze gehanteerd: 1. 2. 3. 4.
identificeren risico’s beoordelen en prioriteren risico’s analyse van de risico’s (kans x financieel gevolg) bepalen benodigd weerstandvermogen (risicobuffer)
Inventarisatie van de risico’s Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant, zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt. Eind 2018 heeft Laborijn de nota weerstandsvermogen opgesteld. Hiertoe is een risicoinventarisatie uitgevoerd. Begin 2026 is de berekening geactualiseerd.