CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Jaarrekening 2024 Laborijn.pdf

gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.3: Jaarstukken 2024, eerste begrotingswijziging 2025, ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Laborijn30.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Jaarstukken Laborijn 2024 ○ 1

Voorwoord In dit verslag en de jaarrekening over 2024 blikken we terug op een jaar waarin wederom veel mooie resultaten zijn behaald. Onze professionals hebben met veel inzet een bijdrage geleverd aan het bieden van inkomenszekerheid en het ondersteunen en ontwikkelen van inwoners naar de best passende, zo regulier mogelijke, plek in de samenleving. Een prachtige opgave waar we, in nauwe samenwerking met tal van samenwerkingspartners, met veel plezier en toewijding aan werken. Ook afgelopen jaar hebben we, met gepaste trots, weer mooie ‘ervaringsverhalen’ in de media kunnen delen over inwoners die concrete stappen zetten in hun ontwikkeling richting bijvoorbeeld betaald werk, participeren, een opleiding of inburgering. Om goed in te spelen op een steeds veranderende vraag of ondersteuningsbehoefte ontwikkelen we onze dienstverlening actief door. Mooie voorbeelden daarvan zijn ons diagnostisch centrum Labowijzer en tal van nieuwe modules in ons trainings- en inburgeringsaanbod. Dat inwoners onze dienstverlening waarderen blijkt uit het betrouwbare continu klanttevredenheidsonderzoek. Daaruit bleek dat 80% aangeeft daadwerkelijk baat te hebben bij de dienstverlening van Laborijn. In 2024 bedienden we vanuit al onze taken een toenemend aantal inwoners. Daarbij zien we de complexiteit van de problematiek toenemen.

Dit vraagt meer dan voorheen om een meer integrale (wet overstijgende) aanpak. We bieden onze professionals veel ruimte om te werken volgens de bedoeling van de wet- en regelgeving. De genoemde toename van inwoners die met een meer complexe vraag om onze dienstverlening verzoeken, gecombineerd met het doorvoeren van noodzakelijke indexaties, heeft impact gehad op het proces om afgelopen jaar te komen tot een sluitende eerste gewijzigde begroting 2024, de begroting 2025 en de meerjarenraming. De meerjarige financiële situatie van onze deelnemende gemeenten (in lijn met het landelijke beeld) maakte dat Laborijn het verzoek kreeg haar uitvoeringskosten te beheersen en de gemeentelijke bijdrage niet verder te laten stijgen dan strikt noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken zijn keuzes gemaakt om de intensiteit van onze dienstverlening voor een deel van de inwoners te beperken. Dit heeft geleid tot een aantal concrete besparingsmaatregelen. Een aantal maatregelen heeft al een direct financieel effect in 2024. Tegelijkertijd bevatte de meicirculaire in 2024 ook een aantal financiële lichtpuntjes waardoor in het lopende jaar toch meer middelen beschikbaar kwamen dan aanvankelijk verwacht. Het illustreert de complexiteit in ons begroting- en beheersingsproces.

In de genoemde circulaire viel met name de toename van het macrobudget Wsw op en leverde een belangrijke bijdrage aan ons positieve jaarresultaat. Het jaarresultaat 2024 is na de mutaties van de bestemmingsreserves € 627.000 positief. In financiële zin valt ook het positieve BUIGresultaat van € 1,6 miljoen voor de gemeente Doetinchem op. Het aantal uitkeringen en de gemiddelde kostprijs daarvan ligt lager dan waar het Rijk in de toekenning van de BUIGmiddelen van uitgaat. Het BUIG-resultaat van de gemeente Aalten valt ruim € 400.000 negatief uit. Dit is in lijn met waarmee rekening werd gehouden en baart ons tegelijkertijd ook zorgen. We zien hier een duidelijk voorbeeld dat de toedeling vanuit het macrobudget niet in de pas loopt met de aanzienlijke lokale opgave. We hebben extra ingezet op een projectmatige aanpak die moet bijdragen aan de beheersing van het BUIG resultaat. De BUIG wordt rechtstreek met onze deelnemende gemeenten afgerekend en vormt geen onderdeel van het Laborijn jaarresultaat. In de meicirculaire heeft het Rijk specifiek middelen beschikbaar gesteld voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze middelen heeft Laborijn ondergebracht in een bestemmingsreserve waaraan inmiddels, op grond van een door ons bestuur vastgesteld bestedingsplan, solide plannen en projecten zijn gekoppeld.

Hiermee geven we de komende tijd een extra impuls aan de doorontwikkeling van Laborijn naar een robuust en toekomstbestendig sociaal werkontwikkelbedrijf voor een brede doelgroep. Jeroen Spruit, Algemeen directeur 2

Voorwoord ........................................................................................................................... 2 1.

Organisatie ................................................................................................................... 5 1.1 Missie en taken ........................................................................................................................ 5 1.2 Algemene ontwikkelingen op bestuurlijk niveau ................................................................. 6 1.3 Organogram tot en met 31 december 2024 ........................................................................... 7

2.

Jaarverslag ................................................................................................................... 8 2.1 Programma Inkomenszekerheid .......................................................................................... 10 2.1.1 Programmalasten ............................................................................................................... 14 2.1.2 Beleidsindicatoren ............................................................................................................. 20 2.2 Programma Mensontwikkeling ............................................................................................ 21 2.2.1 Programmalasten ............................................................................................................... 23 2.2.2 Beleidsindicatoren ............................................................................................................. 24 2.3 Programma Inburgering ........................................................................................................ 25 2.3.1 Programmalasten ............................................................................................................... 27 2.4 Programma Wsw ...................................................................................................................

29 2.4.1 Programmalasten ............................................................................................................... 31 2.5 Programma Algemene Overhead ......................................................................................... 32 2.5.1 Programmalasten ............................................................................................................... 32 2.5.2 Beleidsindicatoren ............................................................................................................. 33 2.6 Verplichte paragrafen ............................................................................................................ 34 2.6.1 Bedrijfsvoering ................................................................................................................... 34 2.6.1.1 Openbaarheidsparagraaf ................................................................................................ 40 2.6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................... 40 2.6.3 Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................... 43 2.6.4 Financiering/treasury .........................................................................................................

43 2.6.5 Verbonden partijen ............................................................................................................. 45 2.7 Sociaal jaarverslag ................................................................................................................ 46

3.

Kerngegevens .............................................................................................................54 3.1 Kengetallen algemeen ........................................................................................................... 54 3.2 Kengetallen Ambtelijk (in fte) ............................................................................................... 54 3.3 Kengetallen Wsw (in fte) ....................................................................................................... 54 3.4 Kengetallen Aan de Slag (in fte) .......................................................................................... 55 3.5 Kengetallen Participatiewet .................................................................................................. 55 3.6 Kengetallen Inburgering ....................................................................................................... 56

4.

Jaarrekening ................................................................................................................57 4.1 Balans per 31 december ....................................................................................................... 57 4.2 Overzicht van baten en lasten .............................................................................................. 59 4.2.1 Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening .................................................................. 61 4.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................................................... 62 4.4 Toelichting op de balans ...................................................................................................... 65 4.4.1 Activa ................................................................................................................................... 65 4.4.2 Passiva ................................................................................................................................ 68 4.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten .............................................................. 71 4.5.1 Programma Inkomenszekerheid .......................................................................................

71 4.5.2 Programma Mensontwikkeling ......................................................................................... 72 4.5.3 Programma Inburgering ..................................................................................................... 72 4.5.4 Programma Wsw ................................................................................................................ 73 4.5.5 Programma Algemene Overhead ...................................................................................... 74 3

4.6 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ........................................................................ 74 4.7 Begrotingsrechtmatigheid .................................................................................................... 75 4.8 Incidentele baten en lasten................................................................................................... 75 4.9 Overzicht algemene dekkingsmiddelen .............................................................................. 75 4.10 Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves ........... 76 4.11 Overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld ........................................ 76 4.12 WNT-verantwoording .......................................................................................................... 76 4.13 De bijlage met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (Sisa) ............ 78 4.14 Gebeurtenissen na balansdatum ....................................................................................... 79 4.15 Rechtmatigheidsverantwoording ...................................................................................... 80 4.16 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant .................................................... 81

5.

Overige gegevens .......................................................................................................87 5.1 Jaarverslag Ondernemingsraad en Onderdeelcommissie 2024....................................... 87

Bijlage 1 Bijdragen gemeenten .........................................................................................89 Bijlage 2 Overzicht aandeel in vermogen per gemeente .................................................92

4

1. Organisatie 1.1 Missie en taken De missie van Laborijn is dat iedere inwoner kan meedoen op de best passende plek. Bij voorkeur helpen we inwoners om de stap naar betaald (parttime) werk te zetten. Waar dat (nog) niet lukt ondersteunen we inwoners bij het participeren in de samenleving. We bieden inkomenszekerheid en ondersteunen inwoners actief bij het zetten van stappen in persoonlijke ontwikkeling. Laborijn is een juridisch zelfstandige organisatie met een dagelijks en een algemeen bestuur op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De deelnemende gemeenten zijn Aalten, Doetinchem en Montferland. De gemeente Montferland heeft alleen de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) belegd bij Laborijn. De gemeenten Aalten en Doetinchem hebben de volgende wettelijke en overige taken overgedragen aan Laborijn: • • • • • •

Wet sociale werkvoorziening (Wsw) Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) Artikel 1.13 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, met uitzondering van medisch geïndiceerden De Wet inburgering 2021

Laborijn voert ook andere taken/diensten uit zoals: • • • • • • • •

diverse ondersteunende diensten voor het Werkgeversservicepunt Achterhoek dienstverlening gericht op het vinden van werk en verstrekken van leefgeld aan Oekraïense ontheemden van de gemeenten Aalten en Doetinchem de Wet Sociale Werkvoorziening voor een deel van de Wsw-medewerkers van de gemeente Bronckhorst de Wet Sociale Werkvoorziening voor alle Wsw-medewerkers van gemeente Oude IJsselstreek de jobcoaching en loonwaardemetingen voor inwoners van de gemeente Oude IJsselstreek / uitvoeringsorganisatie STOER de begeleiding voor medewerkers nieuw beschut van de gemeente Oude IJsselstreek de exploitatie van een werkleercentrum in Zelhem (gemeente Bronckhorst) waarbinnen we ontwikkeltrajecten vormgeven voor inwoners die gebruik maken van de Participatiewet, Wsw en Wet inburgering het verzorgen van de invorderingswerkzaamheden bijzondere bijstand voor de gemeente Doetinchem

In de uitvoering van deze taken houdt Laborijn ook rekening met de afspraken en verordeningen die in regionaal verband zijn gemaakt. De Laborijn-bijdrage aan bestaanszekerheid Laborijn levert een bijdrage aan de bestaanszekerheid van inwoners, grofweg langs de volgende 4 lijnen:

5

1. Inkomenszekerheid: we zorgen voor een stabiel inkomen via een dienstverband SW, een dienstverband cao Aan de Slag, een Participatiewet-uitkering of het verstrekken van een loonkostensubsidie waarmee inwoners bij reguliere werkgevers aan het werk blijven. Daarnaast bieden we voor zowel inwoners als zelfstandig ondernemers advies en ondersteuning bij inkomensvraagstukken 2. Ontwikkeling van inwoners: we bieden op alle treden van de Participatieladder trajecten om ontwikkelstappen mogelijk te maken, gericht op 'de best passende plek' 3. Inburgering van inwoners: we bieden inburgeringstrajecten waarmee naast het behalen van de formele inburgering ook duurzame stappen worden gezet naar (betaald) werk of – indien dat nog niet lukt - participatie binnen onze samenleving 4. Levensloopbestendig werkgeverschap doelgroep-collega's: de stijgende gemiddelde leeftijd van onze Wsw-collega's vraagt om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Daarbij houden we vast aan onze visie dat we zo veel mogelijk werkplekken invullen in een reguliere setting Faciliteren van ontwikkeling staat centraal Onze professionals leveren dagelijks een bijdrage om inwoners mee te laten doen op de voor hen best passende plek in de maatschappij. Wij helpen de inwoner aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt bieden we ondersteuning bij het participeren in de samenleving.

We zetten hierbij vooral in op het faciliteren van de ontwikkeling van onze inwoners. Een doorlopende ontwikkellijn Onze inzet levert bij voorkeur direct een bijdrage aan volledige of gedeeltelijke uitstroom uit de uitkering. Tevens is de inzet bedoeld voor het (aantoonbaar) faciliteren van de ontwikkeling van inwoners in bijvoorbeeld tussenstappen naar inburgering, zorg, maatschappelijke participatie, vrijwilligerswerk en parttime werken. Deze visie vertaalt zich in de inrichting van de organisatie waarmee we een doorlopende ontwikkellijn voor onze inwoners creëren. Het doel is dat inwoners meedoen op de voor hen best passende plek. Het brengen naar deze plek kan ook leiden tot maatschappelijk rendement en tot opbrengsten of besparingen binnen andere delen van het sociaal domein. Samenwerkingspartners In het realiseren van onze opgave werken we graag met veel partijen in de regio samen. Dat zijn zowel (inclusieve) werkgevers als tal van partners in het brede sociale domein. Vraagstukken van onze inwoners en werkgevers vragen steeds vaker om een brede integrale kijk en samenwerking.

1.2 Algemene ontwikkelingen op bestuurlijk niveau Het algemeen bestuur (AB) bestond in 2024 uit 6 leden: Jeanette Derksen (wethouder gemeente Montferland), Jorik Huizinga (wethouder gemeente Doetinchem en voorzitter), Ted Kok (wethouder gemeente Aalten), Patrick Moors (wethouder gemeente Doetinchem), Joop Wikkerink (wethouder gemeente Aalten) en Ingrid Wolsing (wethouder gemeente Montferland). De heer Moors is vanaf juli 2024 tijdelijk vervangen door mevrouw Rabella Wiersma – de Faria. Het dagelijks bestuur (DB) van Laborijn is afkomstig uit 3 leden van het algemeen bestuur en bestond in 2024 uit: Jorik Huizinga (voorzitter), Joop Wikkerink en Ingrid Wolsing. Het algemeen bestuur heeft in het afgelopen jaar 3 keer vergaderd. Het dagelijks bestuur 9 keer. Op de agenda van het AB stonden onder meer de onderwerpen: de verlenging van de DVO’s met de gemeente Oude IJsselstreek, de DVO Wsw met gemeente Bronckhorst, de financiële verordening, de controleverordening, de jaarstukken 2023 met het bijbehorende accountantsverslag 2023, de kadernota 2025-2028, de meerjarenbegroting 2025-2028, het normenkader 2024, de eerste en tweede begrotingswijziging 2024.

6

1.3 Organogram tot en met 31 december 2024

7

2. Jaarverslag Het totale jaarresultaat 2024 bedraagt voor mutatie reserves € 1.410.000 positief. Dit bestaat uit de afzonderlijke resultaten van de 5 geformuleerde programma’s. Hieronder is weergegeven hoe dit resultaat per programma is onderverdeeld. Na mutaties van de reserves resteert een positief resultaat van € 627.000. In alle tabellen zijn de bedragen opgenomen in duizendtallen. Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

Baten Inkomenszekerheid Mensontwikkeling Inburgering Wsw Algemene overhead Totaal baten

30.871 6.194 3.613 30.410 7.104 78.192

30.739 6.148 3.856 30.589 7.128 78.460

26.911 7.629 27.563 6.837 68.940

30.762 5.421 29.708 7.278 73.168

Lasten Inkomenszekerheid Mensontwikkeling Inburgering Wsw Algemene overhead Totaal lasten

30.832 6.105 3.549 24.979 11.316 76.781

30.721 6.127 3.873 25.016 11.204 76.940

26.941 8.053 24.130 10.969 70.094

30.849 6.015 24.956 10.499 72.320

Resultaat voor bestemming

1.410

1.519

-1.154

849

-1.120 336

-1.095 220

-229 1.383

-451 877

-

-

-

-

627

644

-

1.276

Overzicht baten en lasten per programma

Mutatie bestemmingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algemene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat na bestemming reserves

In paragraaf 4.2.1 is het voorstel tot resultaatbestemming opgenomen.

8

De mutatie bestemmingsreserves is in 2024 als volgt:

-229 -51 -5 -724 -35 -75 -1.120

Begroting 2024 na wijziging -229 -67 -724 -75 -1.095

Re-integratiemiddelen Uitbetaling vakgeld/dagen Wsw Bronckhorst Tozo Vakantiegelden en -dagen Vangnetvoorziening Zelfstandigen Frictiekosten uittreding OIJ Onttrekking

172 70 2 21 71 336

106 70 44 220

Per saldo toevoeging

-783

-875

Realisatie 2024

Mutatie bestemmingsreserve Risico einde DVO Wsw Risico einde DVO WLC Bronckhorst Re-integratiemiddelen Infrastructuur werkontwikkelbedrijf Vakantiegelden en -dagen Vangnetvoorziening Zelfstandigen Toevoeging

In onderstaande tabel is het verloop van alle reserves in boekjaar 2024 weergegeven. Verloop reserves

Saldo 31 december 2023

Resultaatbestemming 2023

Algemene reserve

2.337

-

-

-

2.337

1.665

-

35

-174

1.526

- Wsw Rijkssubsidie

335

600

-

-

935

- Re-integratiemiddelen

1.403

500

5

-

1.909

- Organisatieontw ikkeling

330

176

-

-

506

Toevoeging 2024

Saldo 31 december 2024

Onttrekking 2024

Bestemmingsreserves - Wsw vakantiegelden- en dagen

- Tozo uitvoering

250

-

-

-70

180

- Frictiekosten Uittreding OIJ

2.739

-

-

-71

2.667

- Risico einde DVO Wsw OIJ

687

-

229

-

916

- Vangnetvoorziening Zelfstandigen Aalten

87

-

-

-10

77

- Vangnetvoorziening Zelfstandigen D'chem

270

-

75

-11

335

- Doorontw ikkeling infrastructuur

-

-

724

-

724

- Risico einde DVO WLC Bronckhorst

-

-

51

-

51

7.767

1.276

1.120

-336

9.826

10.104

1.276

1.120

-336

12.164

Totaal

9

2.1 Programma Inkomenszekerheid Als we het aantal huishoudens met een uitkering per 31 december bekijken, zien we in 2024 stijging als gevolg van de instroom. Deze instroom is hoger dan begroot. Bij het opmaken van de eerste gewijzigde begroting 2023 was de verwachting gebaseerd op de verwachting van het Rijk, dat het bestand zou gaan dalen in 2023. Laborijn is ultimo 2024 gelijk uitgekomen met de landelijke trend.

In 2024 zien we een stijging van het aantal huishoudens met een uitkering in de gemeenten Aalten en Doetinchem

Na een aantal jaren van daling sinds 2018 tot en met 2022, zien we nu al 2 jaar een stijging van het aantal huishoudens in de bijstand. In 2024 is de stijging 1,3%.

In Aalten zien we net als vorig jaar een groei, dit jaar 6,1%.

In Doetinchem zien we een minimale groei in 2024 van bijna 0,1%.

10

De Bbz is apart weergegeven gezien de grote piek in 2021 die is ontstaan door de coronacrisis. Als de gegevens zouden worden opgenomen in de totalen zou dit het beeld vertroebelen.

De volgende tabel laat per gemeente de instroomredenen zien:

‘Door verhuizing’ en ‘Komende van het AZC’ zorgen voor meer dan een derde van de instroom (36,1%). Bij de gemeente Aalten is dit zelfs meer dan de helft (52,3%). Net zoals onze klanten zich met uiteenlopende redenen melden voor financiële ondersteuning en/of hulp bij het vinden van werk (instroom), zijn er diverse redenen waarom de uitkering weer kan worden beëindigd (uitstroom).

11

Het grootste gedeelte van de uitstroom (34,5%) is het gevolg van onze activiteiten om inwoners te begeleiden naar werk (arbeid in dienstbetrekking). Als tweede voornaamste uitstroomreden zien we verhuizing (18,7%). Volume BUIG index landelijk en Laborijn t.o.v. december 2017 Ging de afgelopen jaren de dalende instroom sneller dan de landelijke lijn, inmiddels is er een toename van instroom. Laborijn is ultimo 2024 uitgekomen gelijk aan de landelijke trend. Het doel was 1% beter dan het landelijk gemiddelde. In 2023 is veel instroom geweest vanuit verhuizingen en AZC's waardoor de Laborijn-trend dichter naar de landelijke trend is ontwikkeld.

Definitie: Geeft de groei van het aantal betalingen weer en wordt berekend door het aantal betalingen BUIG in de betreffende maand te delen door het aantal betalingen BUIG in december 2017. In formule: Volume BUIG index = (volume BUIG betreffende maand/ volume BUIG referentie maand) x 100. Deze index geeft dus de groei of daling van het aantal betalingen weer. De referentiemaand is december 2017, deze maand heeft het indexcijfer 100. Weergegeven benchmarkgemiddelden zijn ongewogen. Dat wil zeggen dat het gemiddelde van de scores per gemeente is genomen. Uiteraard zijn er per gemeente verschillen in de in- en uitstroom. Bron: Divosa benchmark

Langdurige loonkostensubsidie (LKS) Door langdurige loonkostensubsidie compenseren wij werkgevers voor medewerkers die een lagere productiviteit hebben en tot het doelgroepenregister behoren. Hiervoor voert Laborijn jaarlijks een loonwaardemeting uit en bieden wij life- en jobcoaching aan om onder andere te sturen op het vergroten van de productiviteit en daarmee de afname van de subsidie. Hieronder is het aantal inwoners weergegeven voor wie het instrument loonkostensubsidie wordt ingezet of ingezet is per ultimo kwartaal: 12

Het aantal inwoners dat met LKS werkzaam is, is sinds de invoering van de Participatiewet fors gegroeid. De laatste jaren zien we een constanter beeld. In 2024 is het aantal werkenden met een langdurige loonkostensubsidie met 3 afgenomen. De uitstroom binnen de loonkostensubsidie wordt grotendeels veroorzaakt door het beëindigen van een dienstverband. Screening Bij de start van onze dienstverlening aan inwoners voeren we een screeningsgesprek. Daarin wordt samen met de inwoner een eerste inschatting gemaakt van het huidige arbeidspotentieel. We zien steeds meer inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt die van onze dienstverlening gebruik maken. Laborijn vindt het belangrijk dat een inwoner optimaal ondersteund wordt in zijn mogelijkheden en ontwikkeling. Onze screeners hebben een spilfunctie bij het bemiddelingsproces van klanten. Tijdens onze screeningsgesprekken ligt de nadruk op het in beeld brengen van het potentieel en het waar mogelijk ondersteunen van de inwoner bij het vinden van passend werk. Inwoners die naar inschatting binnen 3 maanden regulier werk kunnen doen, worden rechtstreeks bemiddeld.

In 2024 hebben de screeners 421 screenings uitgevoerd, waarvan 71% uiteindelijk een uitkering heeft ontvangen. Er zijn 117 inwoners die geen beroep hebben hoeven te doen op een uitkering, nadat ze door screening zijn gesproken. We hebben deze inwoners direct kunnen bemiddelen naar betaald werk, of actief verwezen naar andere (voorliggende) voorzieningen. Van de overige 301 uitgevoerde screenings zijn 60 inwoners direct bemiddelbaar (binnen 3 maanden bemiddelbaar naar werk). We zien dat het percentage inwoners dat direct bemiddelbaar is steeds verder daalt. In 2024 zien we ook een forse stijging in de groep langer dan 12 maanden.

13

2.1.1 Programmalasten Binnen het programma inkomenszekerheid worden de kosten van bijstand, langdurige loonkostensubsidie en de overige regelingen verantwoord. De overige regelingen zijn de bijzondere bijstand, de energietoeslag, de individuele inkomenstoeslag, de Vangnetvoorziening Zelfstandigen, de Studietoeslag, de Bbz kapitaalverstrekkingen en de Tozo. De baten bestaan, naast de terugontvangen uitkeringen, uit de BUIG-budgetten, de bijdragen van de gemeenten voor de overige regelingen en voor de directe salariskosten. Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

24.733 3.461 324 39 553 75 181 -50 -144 1.044 30.215

24.714 3.377 310 39 543 75 220 -51 -147 1.044 30.124

21.538 3.341 199 500 75 123 7 -160 729 26.352

22.330 2.848 205 3.456 464 100 117 4 -174 727 30.076

442 9 61 144 656

397 9 62 147 615

340 11 48 160 559

469 16 27 174 686

Totaal baten

30.871

30.739

26.911

30.762

Lasten Bijstand Loonkostensubsidie Bijzondere Bijstand Bijzondere Bijstand energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag Vangnetvoorziening Zelfstandigen Studietoeslag Bbz kapitaalverstrekkingen

25.175 3.461 333 39 553 21 181 11

25.112 3.377 319 39 543 44 220 11

21.878 3.341 210 500 105 123 55

22.799 2.848 220 3.456 464 31 117 31

Directe salariskosten

1.061

1.057

729

883

Totaal lasten

30.832

30.721

26.941

30.849

Saldo baten en lasten

38

19

-30

-87

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

-75 21

-75 44

30

-100 31

Resultaat na bestemming

-16

-12

-

-156

Programma Inkomenszekerheid Baten Bijdragen gemeenten Bijstand Loonkostensubsidie Bijzondere Bijstand Bijzondere Bijstand energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag Vangnetvoorziening Zelfstandigen Studietoeslag Bbz kapitaalverstrekkingen Tozo Bijdrage directe salariskosten Overige baten Ontvangsten Bijstand Ontvangsten Bijzondere bijstand Ontvangsten Bbz leningen Ontvangsten Tozo

14

Het programma laat een positief saldo van baten en lasten zien van € 38.000. Dit wordt veroorzaakt door het negatieve saldo op de directe salariskosten van € 16.000 en een overschot op de Vangnetvoorziening Zelfstandigen van € 54.000. Dit positieve saldo wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Specificatie per gemeente: Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

5.253 788 53 39 106 29 -5 -13 268 6.516

5.293 748 49 39 110 40 -2 -14 268 6.530

4.239 804 29 100 15 -5 -30 187 5.340

4.465 634 34 2.106 87 14 5 -17 185 7.513

94 4 5 13 116

80 3 2 14 99

60 1 15 30 106

113 4 17 134

Totaal baten

6.633

6.628

5.446

7.647

Lasten Bijstand Loonkostensubsidie Bijzondere Bijstand Bijzondere Bijstand energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag Vangnetvoorziening Zelfstandigen Studietoeslag Bbz kapitaalverstrekkingen

5.347 788 56 39 106 10 29 -

5.372 748 52 39 110 10 40 -

4.299 804 30 100 30 15 10

4.578 634 39 2.106 87 4 14 5

272

271

187

224

6.647

6.642

5.476

7.691

Saldo baten en lasten

-15

-13

-30

-44

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

10

10

30

4

Resultaat na bestemming

-4

-3

-

-40

Gemeente Aalten Baten Bijdragen gemeenten Bijstand Loonkostensubsidie Bijzondere Bijstand Bijzondere Bijstand energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag Vangnetvoorziening Zelfstandigen Studietoeslag Bbz kapitaalverstrekkingen Tozo Bijdrage directe salariskosten Overige baten Ontvangsten Bijstand Ontvangsten Bijzondere bijstand Ontvangsten Bbz leningen Ontvangsten Tozo

Directe salariskosten Totaal lasten

15

Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

19.481 2.673 271 447 75 151 -45 -131 777 23.698

19.422 2.629 261 433 75 180 -49 -133 777 23.594

17.298 2.537 170 400 75 108 12 -130 542 21.012

17.865 2.214 171 1.350 376 100 103 -2 -156 542 22.563

348 5 56 131 540

318 6 60 133 517

280 10 33 130 453

356 11 27 156 551

Totaal baten

24.238

24.111

21.465

23.115

Lasten Bijstand Loonkostensubsidie Bijzondere Bijstand Bijzondere Bijstand energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag Vangnetvoorziening Zelfstandigen Studietoeslag Bbz kapitaalverstrekkingen

19.828 2.673 276 447 11 151 11

19.740 2.629 267 433 34 180 11

17.578 2.537 180 400 75 108 45

18.221 2.214 182 1.350 376 27 103 26

788

786

542

659

24.185

24.079

21.465

23.158

Saldo baten en lasten

53

32

-

-44

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

-75 11

-75 34

-

-100 27

Resultaat na bestemming

-12

-9

-

-117

Gemeente Doetinchem Baten Bijdragen gemeenten Bijstand Loonkostensubsidie Bijzondere Bijstand Bijzondere Bijstand energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag Vangnetvoorziening Zelfstandigen Studietoeslag Bbz kapitaalverstrekkingen Tozo Bijdrage directe salariskosten Overige baten Ontvangsten Bijstand Ontvangsten Bijzondere bijstand Ontvangsten Bbz leningen Ontvangsten Tozo

Directe salariskosten Totaal lasten

16

BUIG-resultaat Het resultaat BUIG is over 2024 nagenoeg in overeenstemming met de begroting na wijziging. Voor de gemeente Aalten was een BUIG-tekort verwacht van € 404.000 en voor de gemeente Doetinchem een overschot van € 1.759.000. In werkelijkheid is dit overschot € 103.000 lager voor Doetinchem. Kosten ten laste van Buig-budget Vergelijking begroot-realisatie Begroot Realisatie Resultaat ten opzichte van begroting

Aalten 6.041 6.040 -

Doetinchem 22.051 22.154 -103

Laborijn 28.091 28.194 -103

Als we de kosten ten laste van het BUIG-budget afzetten tegen het budget dat de gemeenten hebben ontvangen van het Rijk, dan realiseert de gemeente Aalten een tekort van € 404.000 (7% van het budget) en de gemeente Doetinchem een overschot van € 1.656.000 (7% van het budget). De gemeente Aalten kan over 2024 geen gebruik maken van de vangnetregeling, daarvoor moet het tekort minimaal 7,5% zijn. Gezien het tekort op de BUIG is in afstemming met de gemeente Aalten gekozen voor aantal aanvullende maatregelen om het BUIG-resultaat positief te (blijven) beïnvloeden, waarbij een aantal van deze maatregelen ook voor gemeente Doetinchem worden toegepast. Kosten ten laste van Buig-budget Vergelijking Rijksbudget-realisatie Rijksbudget Realisatie Resultaat ten opzichte van Rijksbudget

Aalten 5.636 6.040 -404

Doetinchem 23.810 22.154 1.656

Laborijn 29.446 28.194 1.252

In onderstaande grafieken is het meerjarige resultaat op het BUIG-budget per gemeente weergegeven.

17

Bijzondere bijstand Een aantal voorzieningen binnen de bijzondere bijstand is direct gerelateerd aan levensonderhoud en wordt om praktische redenen door Laborijn toegekend en uitbetaald. Dit zijn onder andere de aanvullende bijstand voor inwoners onder de 21 jaar en de overbruggingsuitkering voor statushouders. De kosten hiervan zijn begroot op basis van de uitgaven van voorgaande jaren. De voornaamste uitgaven in 2024 voor de bijzondere bijstand zijn: • • •

aanvullende bijstand voor jongeren onder 21 jaar (€ 188.000) overbruggingsuitkeringen voor statushouders (€ 68.000) bijstand voor belastingaanslag (€ 28.000)

Aanvullende bijstand < 21 jaar

188

Begroting 2024 na wijziging 180

Belastingaanslag

28

28

20

27

Eenmalige overbrugging

68

63

28

63

Kosten ivm woonvoorzieningen

17

17

-

-

Leenbijstand

10

10

9

3

Overige algemene levensbehoeften

21

21

9

11

Ontvangsten

-9

-9

-11

-16

324

310

199

205

Begroting 2024 voor wijziging 8

Laborijn

Bijdrage gemeenten

Realisatie 2024

Begroting 2024 voor wijziging 144

Realisatie 2023 116

Specificatie per gemeente:

Aanvullende bijstand < 21 jaar

16

Begroting 2024 na wijziging 12

Belastingaanslag

5

6

6

7

Eenmalige overbrugging

20

19

10

25

-

-

-

-

Gemeente Aalten

Realisatie 2024

Kosten ivm woonvoorzieningen

Realisatie 2023 3

Leenbijstand

1

2

3

-

Overige algemene levensbehoeften

13

13

3

3

Ontvangsten

-4

-3

-1

-4

Bijdrage gemeente

53

49

29

34

Begroting 2024 voor wijziging 136

Aanvullende bijstand < 21 jaar

172

Begroting 2024 na wijziging 168

Belastingaanslag

23

22

14

20

Eenmalige overbrugging

48

44

18

39

Kosten ivm woonvoorzieningen

17

17

-

-

Leenbijstand

9

8

6

3

Overige algemene levensbehoeften

7

8

6

8

Ontvangsten

-5

-6

-10

-11

271

261

170

171

Gemeente Doetinchem

Bijdrage gemeente

Realisatie 2024

Realisatie 2023 113

18

Energietoeslag In de gemeente Doetinchem zijn er geen betalingen meer geweest voor energietoeslag. Voor de gemeente Aalten is er € 38.700 uitbetaald. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag versterkt de bestaanszekerheid van de inwoner. Laborijn blijft samen met onze partners in het sociaal domein veel aandacht geven aan het benutten van de diverse financiële regelingen voor minima. Vangnetvoorziening zelfstandigen De activiteiten en vraagstukken van het Ondernemerssteunpunt zijn sterk gegroeid in aantal, verscheidenheid en complexiteit en zijn daarmee een directe afspiegeling van de actualiteit binnen ondernemersland en de verandering van de bevolkingssamenstelling. Middels de middelen uit de vangnetvoorziening zelfstandigen worden ondernemers geholpen. Studietoeslag De studietoeslag is een toeslag voor scholieren en studenten die door een lichamelijke of psychische beperking niet in staat zijn om naast hun opleiding te werken. Vanaf 2023 valt de individuele studietoeslag niet meer onder de bijzondere bijstand, maar is een zelfstandige regeling studietoeslag geworden. Bbz kapitaalverstrekkingen aan ondernemers Het Bbz (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) biedt mogelijkheden voor ondersteuning van zelfstandigen in financiële problemen.

Deze ondersteuning kan bestaan uit een periodieke uitkering voor levensonderhoud, deze wordt verantwoord binnen de BUIGbudgetten, of een lening. Van belang is dat de zelfstandige na ondersteuning weer een inkomen verwerft uit het bedrijf en/of beroep. De lening wordt terugbetaald en de uitkeringen worden afhankelijk van het behaalde inkomen afgeboekt om niet of ook omgezet in een lening. Na afschaffing van de corona-gerelateerde regelingen, zoals de Tozo-regeling, hebben we veel ondernemers met een relatief bescheiden ondersteuning vanuit de Bbz kunnen helpen. Hiermee hebben we veel zelfstandigen op een effectieve wijze financieel weer in hun kracht gezet, zodat ze zelf weer een inkomen kunnen realiseren. Laborijn Bbz Onderzoekskosten Verstrekkingen Aflossingen leningen voor 2020 Aflossingen leningen vanaf 2020 Bijdrage gemeenten

Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

11 -39 -23 -50

11 -40 -22 -51

Begroting 2024 voor wijziging 50 5 -45 -3 7

Realisatie 2023 26 5 -15 -12 4

Eind 2024 staat er bijna € 1,6 miljoen aan verstrekte bedrijfskredieten open. Van de ontvangen aflossingen op leningen die verstrekt zijn voor 2020, moeten de gemeenten 75% afdragen aan het Rijk.

19

Specificatie per gemeente:

Gemeente Aalten Onderzoekskosten Verstrekkingen Aflossingen leningen voor 2020 Aflossingen leningen vanaf 2020 Bijdrage gemeente

Gemeente Doetinchem Onderzoekskosten Verstrekkingen Aflossingen leningen voor 2020 Aflossingen leningen vanaf 2020 Bijdrage gemeente

Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

-5 -5

-2 -2

Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

11 -39 -17 -45

11 -40 -20 -49

Begroting 2024 voor wijziging 10 -15 -5 Begroting 2024 voor wijziging 40 5 -30 -3 12

Realisatie 2023 5 5 Realisatie 2023 21 5 -15 -12 -2

2.1.2 Beleidsindicatoren Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Sociaal domein Personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners* Gemeente Aalten: 180 Gemeente Doetinchem: 310 Heel Nederland: 340 Bron: waarstaatjegemeente.nl, data 2024 *Definitie: het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen.

De Laborijn-gemeenten hebben in vergelijking met alle gemeenten in heel Nederland relatief veel minder mensen in de bijstand per 10.000 inwoners.

20

2.2 Programma Mensontwikkeling Het programma mensontwikkeling bevat al onze activiteiten gericht op het actief ondersteunen van ontwikkeling bij inwoners. De dienstverlening helpt inwoners in de voorbereiding en realisatie van de stap naar sociale activering, participatie, re-integratie en richting betaald (parttime) werk. Deze dienstverlening is zo georganiseerd dat er voor inwoners een doorlopende ontwikkellijn en maatwerk mogelijk is. In onderstaande alinea’s lichten wij de bijzonderheden toe die in 2024 hebben plaatsgevonden. Pilot casemanagement Oekraïne gemeente Aalten Ultimo 2024 verblijven er zo’n 134 Oekraïense vluchtelingen in de gemeente Aalten. Meer dan 70 procent van de beroepsbevolking binnen deze groep is aan het werk in tijdelijke dienstverbanden. Daarnaast doet een aantal Oekraïense inwoners hun best om te integreren door deel te nemen aan bijvoorbeeld taaltrainingen en aan sociale activiteiten via Figulus Welzijn. De gemeente Aalten wil de Oekraïense inwoners stimuleren om nog meer deel te gaan nemen aan georganiseerde activiteiten, zoals vrijwilligerswerk, taaltrainingen, stages en scholing. Deze activiteiten stimuleren de zelfredzaamheid van de inwoners, vergroten hun sociale netwerk, verbeteren de Nederlandse taalbeheersing en verhogen de mogelijkheden voor integratie en werk.

Daarnaast wil de gemeente Aalten investeren in duurzame dienstverbanden voor deze groep. De gemeente Aalten heeft Laborijn gevraagd om een aanpak te ontwikkelen waarin integratie en maatschappelijk deelname van de Oekraïense inwoners vanaf de leeftijd van 18 jaar, centraal staat. Deze proactieve aanpak heeft de naam ‘casemanagement’ gekregen. Samen met de gemeente Aalten heeft Laborijn het casemanagement in augustus en september 2024 uitgewerkt. Met inzet van een pilot van 10 weken zijn de processen en werkwijzen van het casemanagement in de praktijk getoetst. De pilot laat zien dat de beoogde resultaten van de nieuwe dienstverlening van Laborijn behaald worden. Deze resultaten zijn: • • • • • • •

het verhogen van de participatiegraad de ontwikkeling van taal- en werknemersvaardigheden het vergroten van sociale en praktische zelfredzaamheid het vergroten van integratie in de gemeente het verbeteren van het persoonlijk welbevinden het verhogen van het aantal Oekraïense inwoners die (duurzaam) aan het werk zijn het verkrijgen van meer inzicht in de ontwikkeling van deze doelgroep

Op basis van de positieve resultaten van de pilot casemanagement wordt nu met de gemeente Aalten toegewerkt naar het opstellen van een DVO voor de reguliere uitvoering van deze nieuwe dienstverlening. Activerend werken Activerend werken is een werkwijze die de domeinen werk en zorg samenbrengt voor inwoners die onder de Participatiewet vallen en/of gebruik maken van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Een aanpak die ertoe leidt dat iedere inwoner een plan wordt geboden waarin het ontwikkelperspectief van de inwoner leidend is en dat waar mogelijk is gericht op betaald werk. Daarbij is de behoefte leidend en wordt deze niet bepaald door de toepasselijke regelgeving. Inwoners moeten daarmee in de maatschappij kunnen meedoen op de voor hen best passende plek. Activerend werken is in gemeente Doetinchem samen met de gemeente opgestart door de 2 centrale organisaties binnen het sociaal domein: Buurtplein en Laborijn. Door de professionals van deze organisaties is een werkwijze ontwikkeld waarbij vanuit een gezamenlijke focus inwoners een zo veel mogelijk ‘ontschotte’ dienstverlening wordt geboden. Vanuit die ervaringen wordt de werkwijze verder uitgerold naar een steeds bredere kring van in de gemeente betrokken en geïnteresseerde (zorg)partijen. In 2024 is aan dit 21

proces verder invulling en uitwerking gegeven. Laborijn als erkende jobcoachorganisatie voor UWV Laborijn is sinds het derde kwartaal van 2024 een erkende jobcoachorganisatie voor UWV. De jobcoaches van Laborijn kunnen hierdoor worden ingezet voor een bredere doelgroep. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld de doelgroep Wajongers. Ziekteverzuim Cao Aan de Slag Het verzuimpercentage tot en met het vierde kwartaal van 2024 is 9,6%. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 (8,8%). Uit analyse blijkt dat met name de meldingsfrequentie relatief hoog is. Dit is dan ook een belangrijk aandachtspunt binnen deze doelgroep. Naast de zorg voor de medewerker en het gesprek over het frequent verzuim worden hierop aanvullende interventies ingezet, zoals de training ‘werknemersvaardigheden’, specifiek gericht op jonge werknemers in deze doelgroep. Uitstroom vanuit parttime werk In de periode september 2023 tot en met september 2024 zijn er 64 inwoners gestart met parttime werk. Over diezelfde periode zijn 99 inwoners gestopt met parttime werk. 62 inwoners zijn volledig uitgestroomd uit de bijstand, waarvan 40 inwoners naar werk. Van de inwoners met parttime werk stroomt 40% volledig uit naar werk. Daarmee levert parttime werk een belangrijke bijdrage aan de opstap naar volledige uitstroom uit de bijstand.

De volgende grafieken lopen een kwartaal achter door het later verrekenen van de inkomsten uit parttime werk.

In deze grafiek is te zien dat het aantal inwoners met parttime werk in 2024 afneemt. Door de sterke vraag naar arbeid zien wij dat inwoners die parttime aan het werk zijn, uitstromen naar betaalde arbeid zonder uitkeringsondersteuning. Daarnaast is de afname te verklaren doordat de impulsregeling parttime werk is gestopt in het tweede halfjaar van 2023. Parttime werk is vaak de start richting volledige uitstroom naar werk. Ondanks dat de pilot niet is gecontinueerd, blijven we parttime werk sterk stimuleren.

In deze grafiek is te zien dat het percentage inwoners met parttime werkt in 2024 tussen de 10% en 11% zit.

In deze grafiek is te zien dat het bedrag aan inkomsten per maand fluctueert. De belangrijkste oorzaak is de seizoensinvloeden. 22

NUG-dienstverlening Laborijn biedt ook ondersteuning aan niet-uitkeringsgerechtigden (NUG), inclusief loonkostensubsidie, die zich melden voor ondersteuning bij het verkrijgen van betaald (parttime) werk.

2.2.1 Programmalasten Binnen dit programma worden de volgende lasten en baten verantwoord: • •

de kosten van re-integratie en ontwikkeling van Participatiewet-klanten, kosten voor begeleidend personeel en de kosten voor dienstverbanden Wiw en cao Aan de Slag de baten bestaan uit de re-integratiemiddelen die door de gemeenten beschikbaar worden gesteld aan Laborijn, de omzet die wordt behaald door medewerkers Wiw en cao Aan de Slag en de loonkostensubsidie die ontvangen wordt voor deze medewerkers Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

Baten Arbeidstoeleiding loonkostensubsidie Arbeidstoeleiding omzet Rijksbudget Inburgering Bijdrage gemeenten re-integratiemiddelen Bijdrage gemeenten directe salariskosten

602 160 3.446 1.987

566 150 3.446 1.987

643 149 1.780 3.005 2.052

439 160 2.926 1.896

Totaal baten

6.194

6.148

7.629

5.421

Lasten Inburgering Ontwikkeling Inwoners Nieuwe inwoners Integrale samenwerking Arbeidstoeleiding Hulpmiddelen en vergoedingen Interne klantondersteuning Directe salariskosten

201 406 119 1.511 123 1.841 1.903

253 403 124 1.529 118 1.841 1.860

1.780 247 354 201 1.428 149 1.841 2.052

193 317 178 1.201 424 1.784 1.918

Totaal lasten

6.105

6.127

8.053

6.015

Saldo baten en lasten

89

21

-424

-594

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

-5 -

106

424

-5 573

Resultaat

84

127

-

-27

Programma Mensontwikkeling

Dit programma laat een positief saldo van baten en lasten zien van € 89.000. Binnen het programma mensontwikkeling zien we dat we meer inkomsten hebben ontvangen uit loonkostensubsidie en omzet van de medewerkers in de cao Aan de Slag. Anderzijds vinden sommige uitgaven, zoals de aanschaf van ontwikkeldevices, pas volgend jaar plaats. Dit betekent dat er geen onttrekking uit de bestemmingsreserve re-integratiemiddelen nodig is.

23

2.2.2 Beleidsindicatoren Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Sociaal domein Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners* Gemeente Aalten: 129 Gemeente Doetinchem: 168 Heel Nederland: 129 Bron: waarstaatjegemeente.nl, peildatum 1e kwartaal 2024. *Deze indicator toont het aantal inwoners dat gebruik maakt van een re-integratievoorziening op basis van de Participatiewet. Een re-integratievoorziening is een voorzienig die door een gemeente wordt ingezet, nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een cliënt een belemmering heeft die directe arbeidsinschakeling bemoeilijkt (er is een afstand tot de arbeidsmarkt). De voorziening is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt van een cliënt te verkleinen, waarbij het doel op de lange termijn altijd arbeidsinschakeling is. Het is niet relevant of een voorziening door de gemeente zelf wordt uitgevoerd of dat deze door de gemeente wordt ingekocht. Er zijn diverse typen re-integratievoorzieningen: tijdelijke loonkostensubsidie, WIW/ID-baan, participatieplaats, loonkostensubsidie, (Participatiewet), beschut werk, begeleiding op werkkring/jobcoach, vervoersvoorziening (woon-werk), andere voorziening voor arbeidsbeperking en overige voorzieningen.

24

2.3 Programma Inburgering Binnen dit programma biedt Laborijn inwoners die onder Wet inburgering 2021 vallen een inburgeringsaanbod op maat. Het uitgangspunt daarbij is dat inwoners zo snel mogelijk volwaardig mee kunnen doen. Om dit te bereiken heeft Laborijn een werkwijze ontwikkeld waar het bieden van taalonderwijs binnen de leerroute vanaf de start wordt gecombineerd met een participatietraject op maat. Een optimale combinatie van taalonderwijs en een goede opbouw van verschillende participatieactiviteiten is noodzakelijk om bij inwoners een goede basis te leggen naar zelfredzaamheid. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat, gezien de grote verscheidenheid aan achtergronden in deze doelgroep, zelfredzaamheid voor iedereen een andere betekenis heeft. Om iedere inwoner maximaal te faciliteren in de ontwikkeling heeft Laborijn een modulaire werkwijze voor de participatie-activiteiten ontwikkeld. Iedere module kent specifieke leerdoelen. De eerste modules zijn zeer laagdrempelig en worden ook intern bij Laborijn aangeboden. Vervolgens worden de modules zorgvuldig verder opgebouwd naar modules die inwoners bijvoorbeeld ondersteunen bij het verkennen van de Nederlandse arbeidsmarkt en het vinden van werk. Iedere module kent intensieve begeleiding van een op die module gespecialiseerde professionele trainer.

Laborijn maakt in haar dienstverlening gebruik van cultuurvertalers. Cultuurvertalers zijn medewerkers met een migratieachtergrond die beschikken over ervaringsdeskundigheid en gezamenlijk een grote hoeveelheid cultuur- en taalkennis beschikken. De cultuurvertalers worden gedurende het gehele inburgertraject op allerlei verschillende onderdelen ingezet. Hiermee worden zij de 'vaste gezichten' van de inwoners en op deze wijze wordt tevens geborgd dat de gegeven informatie goed overkomt. Het blijkt in de praktijk dat het inzetten van cultuurvertalers vertrouwen biedt bij inwoners en helpt om de culturele verschillen sneller en beter te overbruggen. Inburgering succesvol afgerond De eerste 5 inwoners onder de Wet Inburgering 2021 hebben in het laatste kwartaal van 2024 succesvol hun inburgering afgerond. Dit betekent dat de leerroute is behaald en alle andere verplichte inburgeronderdelen zijn afgerond. Het vervolgtraject na de inburgering is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder de gevolgde leerroute en de persoonlijke situatie van de inwoner. Eén van de inwoners heeft de Onderwijsroute bij het Graafschap College afgerond en heeft daarmee een startkwalificatie om door te stromen naar de opleiding MBO2 Elektrotechniek. Een andere inwoner heeft de Z-route afgerond.

Tijdens het inburgeringstraject stond het leren van de taal in combinatie met participatie in de samenleving centraal. Vanuit een werkervaringsplaats is de inwoner vervolgens een reguliere betaalde baan aangeboden. Voor deze inwoner heeft met name de combinatie van taalonderwijs, interne participatie bij Laborijn en praktijkervaring bij een Nederlandse werkgever geleid tot dit succes. Er zijn ook inwoners voor wie (direct) uitstromen naar (betaald) werk of een vervolgopleiding na de inburgering nog niet mogelijk is. Deze inwoners blijven intensieve begeleiding krijgen van Laborijn, zodat iedereen kan werken en/of participeren op het hoogst haalbare niveau. Van Kickstart Academy naar Onderwijsroute Het ingekochte inburgeraanbod bleek voor een aantal jongere inburgeraars niet volledig geschikt. Het betreft jongeren met een lagere leerbaarheid, maar wel met een grote wens en motivatie om naar een beroepsopleiding van het Graafschap College te gaan. Echter konden zij in verband met de vastgestelde leerbaarheid niet worden toegelaten op de Onderwijsroute die uiteindelijke de toegang biedt tot een beroepsopleiding. In samenwerking met Interbeek is er speciaal voor deze jongeren een intensief programma (Kickstart Academy) ontwikkeld waarbij zij een programma hebben gevolgd gericht op onder andere het vergroten van zelfredzaamheid, empowerment en het leren van de taal.

Voor 2 van de jongeren bleek het na het doorlopen van het programma van Interbeek alsnog haalbaar om door te stromen naar de Onderwijsroute. Dit succes leert ons vooral oog te houden voor de droom en 25

motivatie van inburgeraars en dat het pad dat zij daarvoor dienen te volgen kan afwijken van reguliere routes. Inburgeraars op de arbeidsmarkt Laborijn bevindt zich in een nieuwe fase van de uitvoering van de inburgering. Nu een deel van de inburgeraars (een groot deel van) de taaltrajecten en de verschillende modules binnen het participatieprogramma heeft doorlopen, zijn zij klaar om toe te treden tot de arbeidsmarkt. Daarbij constateren wij dat het huidige aanbod binnen het netwerk van Laborijn niet voor alle inburgeraars volstaat, gezien het aantal hoogopgeleide inburgeraars. Om deze doelgroep duurzaam te plaatsen in functies op hoger niveau, is een verbreding van ons werkgeversnetwerk noodzakelijk. Wij intensiveren onze gesprekken met werkgevers om instroom in diverse kantoor- en specialistische functies te realiseren. Op deze manier zorgen we ervoor dat talent optimaal wordt benut en dat inburgeraars op de juiste plek binnen de arbeidsmarkt terechtkomen. Teamleider inburgering Per november 2024 heeft Laborijn tijdelijk een teamleider inburgering. Sinds de invoering van de Wet Inburgering 2021 heeft Laborijn aanzienlijke inspanningen geleverd om de dienstverlening ten behoeve van inburgering te ontwikkelen en te integreren binnen de bestaande structuur. Laborijn kent een hoge ambitie ten aanzien van de verdere (door)ontwikkeling van de dienstverlening voor inburgeraars.

Dit vraagt om de nodige aandacht en focus en daarom is er besloten om voor een periode van 2 jaar een teamleider aan te stellen. Deze rol zal, naast de (door)ontwikkeling van de inburgerdienstverlening, gericht zijn op de verdere ontwikkeling van de vakgroep en samenwerking met de ketenpartners.

26

2.3.1 Programmalasten Binnen dit programma worden de volgende lasten en baten verantwoord: • •

de kosten voor de leerroutes, maatschappelijke begeleiding en overige instrumenten ter bevordering van de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten. De baten bestaan uit de 2 specifieke uitkeringen die de gemeenten van het Rijk ontvangen. Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderwijsroute Overheveling spuk-gelden 2022/2023 Bijdrage gemeenten directe salariskosten

1.545 77 1.300 690

1.790 75 1.300 690

-

-

Totaal baten

3.613

3.856

-

-

Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderwijsroute Overige kosten Reservering vooruit ontvangen bedragen Directe salariskosten

767 259 298 293 1.305 626

835 280 75 290 1.685 707

-

-

Totaal lasten

3.549

3.873

-

-

64

-17

-

-

-

-

-

-

64

-17

-

-

Programma Inburgering

Saldo baten en lasten Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

De bijdragen van de gemeenten zijn berekend op basis van de door het DUO aangeleverde gegevens waarop de budgetten worden gebaseerd. De definitieve budgetten 2024 van het Rijk worden pas in de loop van 2025 bekend op basis van het aantal inburgeraars in de gemeente op 31 december 2024. Het overschot van € 1,3 miljoen wordt opgenomen op de balans ter financiering van de kosten in de aankomende jaren.

27

Specificatie per gemeente: Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderwijsroute Overheveling spuk-gelden 2022/2023 Bijdrage gemeenten directe salariskosten

470 24 302 186

560 25 302 186

-

-

Totaal baten

983

1.073

-

-

Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderwijsroute Overige kosten Reservering vooruit ontvangen bedragen Directe salariskosten

221 60 75 81 360 169

245 80 25 80 457 191

-

-

Totaal lasten

965

1.078

-

-

Saldo baten en lasten

17

-5

-

-

-

-

-

-

17

-5

-

-

Programma Inburgering Aalten

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

28

Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderwijsroute Overheveling spuk-gelden 2022/2023 Bijdrage gemeenten directe salariskosten

1.075 53 998 504

1.230 50 998 504

-

-

Totaal baten

2.630

2.782

-

-

547 200 223 212 945 457

590 200 50 210 1.228 516

-

-

2.583

2.795

-

-

47

-12

-

-

-

-

-

-

47

-12

-

-

Programma Inburgering Doetinchem

Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderwijsroute Overige kosten Reservering vooruit ontvangen bedragen Directe salariskosten Totaal lasten Saldo baten en lasten Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

2.4 Programma Wsw Binnen dit programma doen wij op hoofdlijnen verslag van de activiteiten en de resultaten die in 2024 hebben plaatsgevonden rondom de Wsw. Dit programma heeft betrekking op de coaching, ontwikkeling, bemiddeling en plaatsing van onze Wsw-medewerkers. Daarnaast ook op de dienstverlening aan onze gedetacheerde Wsw-medewerkers en medewerkers die in begeleid werken werkzaam zijn. Wsw-extern en omzet detacheringen In 2024 hebben we een extern detacheringspercentage gerealiseerd van 74%. Landelijk ligt dit rond de 40%. De ontwikkelingen bij de doelgroep heeft een negatief effect op de omzet en het detacheringspercentage gehad. We zien een toename van oudere Wsw-collega’s die terugkeren van een detachering naar intern werk. Daarnaast neemt de productiviteit verder af en het ziekteverzuim toe. Naast de verwachte uitstroom door pensionering maken steeds meer Wsw-collega's gebruik van de RVU, de Regeling Vervroegd Uittreden. Rijksbijdrage Wsw De Rijksbijdrage voor de Wsw stijgt van € 34.260 (septembercirculaire 2023) per standaard eenheid (SE) in 2024 naar € 37.945 (meicirculaire 2024). Wsw intern Binnen de Werkleercentra bieden we (interne) Wsw-medewerkers, al dan niet tijdelijk, passend werk gericht op ontwikkeling. Ultimo 2024 is 26% van de Wsw-collega’s intern werkzaam bij Laborijn.

29

Besparingsmaatregel ‘WLC-locatie Ulft sluiten en inwoners onderbrengen in 1 van de andere WLC’s’ Eén van de besparingsmaatregelen die in 2024 is doorgevoerd betreft het sluiten van ons Werkleercentrum in Ulft met ingang van 1 januari 2025. Gedurende het vierde kwartaal zijn er op individuele basis al medewerkers overgegaan naar hun nieuwe werkplek. Hierbij is maatwerk geboden naar gelang de individuele behoeften van onze medewerkers. Medio november zijn de overige medewerkers in 2 groepen verhuisd naar de andere WLC's. Er heeft een vloeiende overgang plaatsgevonden. Op 15 november is er een gezamenlijk ontbijt georganiseerd ter afsluiting van het tijdperk ‘WLC Ulft’.

30

2.4.1 Programmalasten Binnen dit programma worden de volgende lasten en baten verantwoord: • de kosten voor Wsw-medewerkers die in dienst van Laborijn zijn of begeleid werken, de salariskosten van begeleidend personeel en de af te dragen omzet van de Wswmedewerkers van Oude IJsselstreek • de baten bestaan enerzijds uit de Rijksbudgetten Wsw die door gemeenten worden ontvangen en ter beschikking worden gesteld aan Laborijn. Anderzijds worden er inkomsten gegenereerd uit groeps- en individuele detacheringen van Wsw’ers, uit de werkzaamheden die uitgevoerd worden in de hallen en ontvangen wij het lage inkomensvoordeel van UWV Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

Omzet groepsdetacheringen

2.949

2.964

3.330

3.146

Omzet individuele detacheringen

2.076

2.073

2.105

1.992

Omzet intern werk

482

479

435

492

Bijdrage vervoerskosten inleners

184

176

174

182

Lage Inkomensvoordeel (Liv)

146

256

185

288

Verrekening kostendeel OIJ

320

317

297

330

6.157

6.265

6.525

6.430

Rijksbudget

21.991

22.062

18.688

20.923

Bijdrage gemeenten directe salariskosten

2.262

2.262

2.350

2.355

Totale baten Wsw

30.410

30.589

27.563

29.708

Loonkosten Wsw Vervoerskosten Wsw

19.490 663

19.570 661

18.380 645

19.219 680

Overige kosten Wsw

376

382

442

547

Kosten begeleid werken

936

933

814

1.046

Programma Wsw Baten

Lasten

Directe productiekosten

23

30

50

20

Omzet deel af te dragen aan OIJ

1.249

1.233

1.450

1.251

Directe salariskosten

2.241

2.206

2.350

2.194

Totale lasten Wsw

24.979

25.016

24.130

24.956

Saldo baten en lasten

5.431

5.573

3.433

4.752

Toevoeging bestemmingsreserve

-724

-724

-

-37

Onttrekking bestemmingsreserve

-

-

-

-

4.707

4.848

3.433

4.715

Resultaat

Dit programma laat een positief resultaat zien van € 5.431.000. Het resultaat is € 142.000 lager dan begroot. 31

2.5 Programma Algemene Overhead Onder dit programma worden alle kosten verantwoord die niet worden toegerekend aan de inhoudelijke programma’s. Hieronder vallen de kosten van de directie, afdeling bedrijfsvoering (staf, administratie, etc.) en ook die van huisvesting, facilitair en automatisering. 2.5.1 Programmalasten Realisatie 2024

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2024 voor wijziging

Realisatie 2023

Rentebaten

349

326

207

274

Inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten

911

975

173

649

1.477

1.465

1.423

1.287

Opbrengst catering

115

110

86

107

Huuropbrengsten

164

168

111

393

3.879

3.879

4.067

3.405

209

205

770

1.164

7.104

7.128

6.837

7.278

5.932

5.995

5.168

5.408

Algemene overhead Baten

Inkomsten uit DVO OIJ Wsw

Bijdrage deelnemende gemeenten Incidentele baten Totaal baten Lasten Loonkosten Overige personeelskosten

690

707

615

715

Huisvestingskosten

1.527

1.504

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8206/documents/49928