Bijlage 7 Bureauonderzoek archeologie - ZP Wehl.pdf
Tekst van het document
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek Kruising Heislagseweg Nieuwestraat te Wehl (gemeente Doetinchem)
projectnummer 475122 revisie 01 6 december 2022
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek Kruising Heislagseweg Nieuwestraat te Wehl (gemeente Doetinchem) projectnummer 475122 revisie 01 6 december 2022
Auteur C.I. Nater
Opdrachtgever Solar Provider Group B.V. Vliegend Hertlaan 15 unit 313 3526 KT Utrecht
datum vrijgave
beschrijving revisie 01
6 dec 2022
def
gecontroleerd J.D. van den Broek
vrijgave P.J.H. Hoogerwerf
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
3
2
Beschrijving onderzoekslocatie
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen
4 4 5 6 10
3
Bekende waarden
13
3.1 3.2
Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden
13 14
4
Archeologische verwachting
15
4.1 4.2
Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting
15 15
5
Conclusies en advies
17
5.1 5.2
Conclusies (Selectie)advies
17 17
Literatuur en geraadpleegde bronnen
18
Lijst met afbeeldingen
20
Bijlagen 1 2
Archeologische perioden AMZ-cyclus
Kaartbijlagen 475122-ARCHIS
Gegevens uit ARCHIS
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
475122 5163323100 Gelderland Doetinchem Wehl Kruising Heislagseweg Nieuwestraat
Kaartblad 40F Coördinaten 212971/440646 213006/440761 213187/440687 213053/440494 Opdrachtgever Solar Provider Group B.V. Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering februari 2022 Projectteam J.D. van den Broek (projectleider) A.J. Brokke
Vrijgave conform KNA C.I. Nater (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag Gemeente Doetinchem Deskundige Bevoegd gezag Beheer documentatie Antea Group
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied.
Blad 1 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Samenvatting In februari 2022 is in opdracht van Solar Provider Group B.V. door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Kruising Heislagseweg Nieuwestraat’ in Wehl (gemeente Doetinchem). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om op die locatie een zonnepark te ontwikkelen. Het plangebied ligt op de rand van het rivierengebied en het stuwwallengebied. Binnen het plangebied bevindt zich een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden en in de directe omgeving dekzandruggen en denkzandwelvingen. Verder naar het noorden liggen terrasvlaktes en restgeulen, terwijl naar het zuiden toe de stuwwal zichtbaar is. Voor zover bekend is het gebied nooit bebouwd geweest. Voor het plangebied geldt een brede archeologische verwachting voor resten vanaf het laatpaleolithicum tot en met de middeleeuwen. In de top van de dekzandwelvingen en dekzandrug kunnen archeologische resten uit de periode vanaf het laat-paleolithicum tot en met de middeleeuwen verwacht worden. Het plangebied ligt in de overgangszone tussen hoog- en laaggelegen gebied. Uit de bekende waarden is gebleken dat er in elk geval één vondst uit de bronstijd in het gebied is aangetroffen. Om echt een goed beeld te krijgen van de archeologische verwachting, is het aan te bevelen een inventariserend booronderzoek uit te voeren.
De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in het plangebied een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag heeft dit advies niet overgenomen en heeft tot een karterend booronderzoek besloten (beoordeling rapport 2‐9‐2022).
Blad 2 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
1
Inleiding In februari 2022 is in opdracht van Solar Provider Group B.V. door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Kruising Heislagseweg Nieuwestraat’ in Wehl (gemeente Doetinchem). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om op die locatie een zonnepark te ontwikkelen. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Doetinchem. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.
Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
Blad 3 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
2
Beschrijving onderzoekslocatie
2.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen onderzoeksgebied enerzijds en plangebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de werkzaamheden betrekking hebben. Binnen het plangebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden in het onderzoeksgebied. Dit gebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. In dit geval is een onderzoeksgebied aangehouden met een straal van circa 500 m. Het plangebied beslaat het perceel dat kadastraal bekend is als WEH00-K-433 en het heeft een oppervlakte van 29.895 m2.1 Het perceel ligt op de kruising van de Heislagseweg en de Nieuwestraat in Wehl.
2.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het gebied wordt aan de noordkant begrensd door agrarische grond. Aan de oost-, zuid- en westzijde zijn de Heislagseweg en Nieuwestraat gelegen. Iets verder in het westen ligt het industriegebied. In de huidige situatie wordt het perceel gebruikt voor agrarische activiteiten (afbeelding 2).
Afbeelding 2. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op een luchtfoto uit 2020 (bron: PDOK).
1 www.kadastralekaart.com.
Blad 4 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Consequenties toekomstig gebruik Het voorgestelde systeem is een fotovoltaïsche zonne-energiegenerator met behulp van vaste kantelbevestiging. Het bevestigingssysteem wordt op de grond bevestigd aan de hand van een van deze drie methoden: heipalen, betonnen ballasten of schroefvormige palen met betonsteunen. De voorkeur gaat uit naar het minst indringende bevestigingssysteem. In afbeelding 3 is de technische tekening van het voorgenomen initiatief weergegeven. Deze tekening moet in samenhang met de landschappelijke inpassing worden gezien. Binnen de bestaande landschapsstructuur zal het zonnepark worden afgeschermd zodat de omgeving wordt gerespecteerd. De manier waarop dit precies zal worden vormgegeven, wordt later in het traject uitgewerkt.
Afbeelding 3. Concept technische tekening Zonnepark Doetinchemseweg ( Solar Provider Group B.V.).
2.3
Archeologisch beleid Op de gemeentelijke beleidsadvieskaart heeft het terrein een middelmatige verwachting (afbeelding 4). Het beleid voor terreinen met een middelmatige verwachting is dat bij bodemverstoringen vanaf 1000 m2 en een diepte van meer dan 0,3 m -mv archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Dit komt overeen met de vrijstellingsgrenzen zoals die zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie – 2020. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 5. Vlakbij het plangebied ligt een bekende archeologische vindplaats, die ook op de kaart is aangegeven. De vrijstellingsgrenzen voor vindplaatsen met de attentiezone eromheen zijn 100 m2 en 0,3 m -mv. Ook dit komt overeen met het bestemmingsplan, waarvoor op deze locatie een Waarde – Archeologische verwachting 2 geldt. Het plangebied overschrijdt de genoemde vrijstellingsgrenzen, en daarom is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Blad 5 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem (bron: Willemse et al., 2019).
2.4
Landschappelijke situatie In dit hoofdstuk zijn kaarten en bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de opbouw van het landschap en de landschappelijke gesteldheid in het plangebied, zoals bijvoorbeeld de geomorfologische kaart, de bodemkaart en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De archeologische verwachting volgt voor een groot gedeelte uit de opbouw van het landschap. De verspreiding van archeologische vindplaatsen heeft namelijk een duidelijk verband met de landschappelijke gesteldheid. Geologie2 Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelderse zandgebied. Het gebied ligt ten noorden van de stuwwal bij Zeddam en ten westen van de Oude IJssel. Tijdens het Saalien (circa 250.000-130.000 jaar geleden) was het gebied onderdeel van het stroomgebied van de Rijn, die er grof grindhoudend zand afzette. Nederland was gedurende deze ijstijd deels bedekt met een dik pakket ijs. Door bewegingen van het ijs werd in het gebied het aanwezige zand opgestuwd tot hoogten van 13 m +NAP. Door dit ijs werd de afwatering van de Rijn en de Maas omgebogen naar een meer westelijke bedding. Met het verbeteren van het klimaat begon het ijs te smelten en vormden zich aan de westzijde van de stuwwal onder invloed van het afstromende smeltwater een groot afzettingsgebied, een zogenaamde sandrvlakte.
Tijdens het Weichselien (circa 120.000 – 10.000 jaar geleden) werd het klimaat koud en droog. Het landschap bestond toen uit een poolwoestijn waarin dekzand afgezet werd. Tijdens het Midden-Weichselien werd het oude dekzand afgezet. Dit is veelal horizontaal gelaagd, met lemige banden. Het jonge dekzand is afgezet tijdens het Laat-Weichselien in de vorm van
2 Berendsen, 2004. De Mulder e.a., 2003; Marinelli en La Fèber, 2005 ; Van Looveren, 2021.
Blad 6 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
langgerekte, vaak zuidwest-noordoost georiënteerde ruggen. In deze dekzandafzettingen is geen gelaagdheid aanwezig en komen er geen leemlagen voor. Delen van de dekzandruggen werden door smeltwater geërodeerd en opnieuw afgezet in de lagere delen van het landschap in vlaktes van verspoelde dekzanden. Het dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Vanuit droogliggende rivierbeddingen van de vlechtende Rijn vonden gedurende het Weichselien ook verstuivingen plaats waardoor aan de oostzijde vaak rivierduinen (of hoge landduinen) werden gevormd. Deze afzettingen worden ook tot de Formatie van Boxtel gerekend. Vanaf circa 12.000 jaar geleden verlegde de Rijn haar loop en werd de stroomgordel van de Oude IJssel gevoed door regenwaterrivieren uit Duitsland. Gedurende het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) werd binnen het stroomgebied van de Oude IJssel voornamelijk klei en zand afgezet, behorende tot de Formatie van Echteld. Door verwaaiing van de dekzanden ontstonden lokaal stuifzandgebieden. Dit werd extra beïnvloed door de beweiding, afbranden en steken van plaggen op de heidevelden. De stuifzanden worden tot het Laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel gerekend. In lokale beekdalen in de omgeving zijn afzettingen uit leem, veen en zand gevormd. Deze behoren tot het Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel.
Geomorfologie en AHN Het plangebied ligt op de rand van het rivierengebied en het stuwwallengebied. Binnen het plangebied bevindt zich een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (afbeelding 5) en in de directe omgeving dekzandruggen (op de rand van het plangebied) en denkzandwelvingen. Verder naar het noorden liggen terrasvlaktes en restgeulen, terwijl naar het zuiden toe de stuwwal zichtbaar is.
Blad 7 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de geomorfologische kaart (bron: Alterra).
Op het AHN (afbeelding 6) is te zien dat het gebied aan de noordkant van het plangebied aanzienlijk lager ligt dan het stuwwallenlandschap aan de zuidkant. Het plangebied ligt daarmee in een gradiëntzone tussen hooggelegen en laaggelegen gebied. Binnen het plangebied ligt het maaiveld tussen ongeveer 12,7 en 13,3 m +NAP.
Blad 8 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; bron: ahn.arcgisonline.nl). Maten zijn in meter +NAP.
Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart (afbeelding 7) bevinden zich ter hoogte van het plangebied veldpodzolgronden. In de nabijheid ervan bevinden zich verder vlakvaaggronden, beekeerdgronden en poldervaaggronden. Veldpodzolgronden liggen in lagergelegen gebieden met relatief hoge grondwaterstanden. Deze gronden waren in het verleden permanent of periodiek met water verzadigd. De gronden worden gekenmerkt door een mineraalarme A-horizont, die ontstaan is door een sterke uitloging. Daaronder bevindt zich de inspoelingshorizont, die meestal erg geleidelijk overgaat in een Chorizont. Vaaggronden zijn gronden waarin de bodemhorizonten niet duidelijk aanwezig zijn. Het zijn vaak jonge gronden die nog onvoldoende tijd hebben gehad voor bodemontwikkeling. Vaaggronden worden aangetroffen in stuifzandgebieden, jonge kleigronden en vergraven gronden. Poldervaaggronden zijn zavel- en kleigronden waarin periodiek hoge grondwaterstanden voorkomen. Ze hebben een donkere bovengrond en binnen de eerste 80 cm vanaf het maaiveld geen veen. Vlakvaaggronden zijn gronden waarin weinig bodemvorming aanwezig is, en die vaak worden aangetroffen in laagtes in stuifzandgebieden of in afgegraven terreinen. Beekeerdgronden zijn zandgronden met een humusrijke bovenlaag. Ze komen voor in gebieden met een wisselende grondwaterstand, meestal beekdalen.
De grondwatertrap die binnen het plangebied geldt is IV, waarbij de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) >40 cm -mv is, en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 80 en 120 cm -mv.3
3 www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen.
Blad 9 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Afbeelding 7. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de bodemkaart (bron: STIBOKA/Alterra).
2.4.1
Historische situatie en mogelijke verstoringen Bewoningsgeschiedenis De oudste vindplaatsen in de omgeving van Doetinchem zijn vuursteenvindplaatsen uit het laatpaleolithicum. Deze bevinden zich op de hoogste en droogste delen van de rivierduinen langs het dal van de Oude IJssel. Uit het laat-neolithicum en vroege bronstijd zijn grote nederzettingsterreinen op de hoge rivierduinen bekend. Ook in de latere periodes werden deze hogere delen van het landschap intensief bewoond. 4
4
Van Oosterhout, 2010.
Blad 10 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Historische situatie De eerste kaart waarop het plangebied gedetailleerd is weergegeven, is de kadastrale minuut uit 1811-1832 (afbeelding 8). Volgens de aanwijzende tafels bestond het plangebied in deze periode uit heide en bouwland. De kaart uit 1893 laat hetzelfde beeld zien: een deel van het terrein is als bouwland in gebruik, andere percelen zijn heide of bos. Er is geen bebouwing binnen het gebied weergegeven. Tot op heden is er weinig aan deze situatie veranderd. Wel is er in de omgeving wat bebouwing bij gekomen, maar het plangebied is voor zover bekend altijd onbebouwd gebleven.
Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de kadastrale minuut uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Blad 11 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1893 (bron: www.topotijdreis.nl).
Mogelijke verstoringen Er zijn geen verstoringen bekend binnen het plangebied.
Blad 12 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
3
Bekende waarden
3.1
Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (Archis) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 500 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 475122–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit Archis: AMK-terreinen Er bevinden zich geen AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied. Gegevens uit Archis: eerdere onderzoeken Direct ten zuiden van het plangebied heeft Synthegra een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (OM-nummer 2252150100). Uit het bureauonderzoek bleek dat er voor het noordelijke deel van dat plangebied een lage verwachting geldt voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt een lage verwachting. Uit het booronderzoek bleek dat voor het noorden en zuiden van het gebied geen verwachting meer geldt voor vuursteenvindplaatsen, omdat er geen resten van een podzolgrond meer aanwezig zijn. Voor vindplaatsen vanaf het neolithicum zijn ook geen aanwijzingen gevonden, dus is de verwachting hierop ook naar laag bijgesteld.
Voor het centrale deel van het gebied gold al een lage verwachting voor alle perioden, en die is bevestigd. Ter hoogte van Heislagseweg 8 gold een specifieke verwachting voor voorgangers van de huidige boerderij. Hiervoor zijn bij het booronderzoek wel aanwijzingen gevonden. 5 Aan de westkant van de Nieuwestraat is eveneens een booronderzoek uitgevoerd (OM-nummer 2210062100), waarbij verschillende archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Omdat het echter om een groot gebied gaat, en de rapportage niet beschikbaar is, is onduidelijk waar deze indicatoren zijn aangetroffen. Het gaat om indicatoren uit de (vroege en) late middeleeuwen en prehistorie/Romeinse tijd. OM-nummer 2363883100 betreft een bureauonderzoek voor een groot gebied van Wehl tot aan Dinxperlo. Hieruit bleek dat er vlakbij onderhavig plangebied een archeologische waarde in de vorm van een vuursteenvindplaats aanwezig is. Verder zijn er binnen de gemeente Doetinchem voornamelijk vindplaatsen bekend uit het neolithicum en de ijzertijd, en dan vooral op de hoge en droge locaties van het dekzandlandschap en het rivierduinlandschap. Dat zijn dan ook de locaties waarvoor een hoge verwachting geldt.6 OM-nummer 2373019100 en 2373027100 betreffen een onderzoek dat langs de Doetinchemseweg loopt, ten noorden van het plangebied.
Voor een deel van dit tracé is vervolgonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd, maar voor het deel dat binnen onderhavig onderzoeksgebied ligt is dat niet gebeurd, vanwege de relatief lage ligging van het gebied.7
5
Hagens en Koeman, 2009. Akkerman en Ytsma, 2014. 7 Ten Broeke, 2014. 6
Blad 13 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Even ten zuiden van het plangebied, tussen de Kryptonstraat en de Nieuwestraat, is het onderzoek met OM-nummer 4574154100 en 4574162100 uitgevoerd. Hierbij is gebleken dat de ondergrond bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen en dat er geen dek van dekzand aanwezig is. Het gedeelte van het onderzochte gebied dat het dichtst tegen onderhavig plangebied aan ligt, bleek in een laagte te liggen. De bodemopbouw bestond uit een AC-profiel met gleyverschijnselen, die duiden op periodiek hoge grondwaterstanden. Er werd voor de noordkant van het gebied geadviseerd tot vrijgave.8 Zaakid
OM-nr (oud)
type onderzoek
uitvoerder
2252150100
36197 archeologisch: boring
Synthegra BV
2210062100
30306 archeologisch: boring
Synthegra BV
2363883100
51305 archeologisch: bureauonderzoek Arcadis
2373019100
52512 archeologisch: bureauonderzoek Econsultancy BV
2373027100
52513 archeologisch: boring
4574154100
Econsultancy BV
- archeologisch: bureauonderzoek Econsultancy BV
4574162100 - archeologisch: boring Econsultancy BV Tabel 1. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: Archis).
Gegevens uit Archis: archeologische waarnemingen De vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied zijn voornamelijk bij de booronderzoeken aan het licht gekomen. Het gaat om aardewerk en bouwmateriaal uit diverse perioden. Alleen OMnummer 2731039100 betreft een Scandinavische dolk uit de bronstijd. Deze is bij nietarcheologisch graafwerk aangetroffen. Zaakid
begin
eind
complextype
verwerving
2252150100 Late Middeleeuwen B
archeologisch: boring
2252150100 Neolithicum
archeologisch: boring
2252150100 Vroeg Romeinse Tijd
archeologisch: boring
2731039100 Vroege Bronstijd Vroege Bronstijd niet-archeologisch: graafwerk Tabel 2. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: Archis)
3.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn geen ondergrondse bouwhistorische waarden bekend binnen het plangebied.
8 Spanjaard, 2017.
Blad 14 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
4
Archeologische verwachting
4.1
Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Op de Kaart van “Historische landschap, historische stedenbouw en archeologie” van de provincie Gelderland 9 zijn provinciale archeologische parels en diamanten weergegeven. Het plangebied ligt niet in een dergelijke parel of diamant. Gemeentelijke verwachtingskaart10 De verwachting op de gemeentelijke beleidskaart (zie ook paragraaf 2.3) is voornamelijk gebaseerd op de landschappelijke ligging en de bekende vondsten. De hoge verwachtingen gelden met name voor de hooggelegen gebieden en voor de gradiëntzones, die vooral voor jagers-verzamelaars aantrekkelijke locaties vormden. De kaart is gebaseerd op de combinatie van landschapstypen en bodemtypen, en eventuele afdekkende lagen die het onderliggende landschap geconserveerd kunnen hebben. Ter hoogte van het plangebied bevindt zich code Edw6g, wat staat voor een terreinvorm die door dekzandreliëf ontstaan is, in dit geval een dekzandreliëf met een afspoelingswaaier, met profieltype 6 en (zand)vaaggronden. Voor het plangebied geldt een grotendeels middelmatige verwachting.
4.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering In het plangebied geldt een archeologische verwachting op resten uit de steentijd tot en met de late middeleeuwen. De hoogste verwachting geldt echter op vondsten uit het neolithicum t/m de late middeleeuwen, gebaseerd op de kennis die is verkregen uit de onderzoeken die in de directe omgeving van het plangebied uitgevoerd zijn. Zo is er in het gebied een vondst uit de bronstijd bekend (vindplaats 148 op de beleidskaart). Op basis van het historisch kaartmateriaal zijn waarschijnlijk geen (bewonings)resten uit de nieuwe tijd te verwachten. Hooguit kunnen resten van agrarische activiteit worden verwacht uit deze periode. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen resten verwacht worden die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en/of periodiek bewoond werden. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Vanaf het laat-neolithicum tot en met de middeleeuwen kunnen resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven.
Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. 9
gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=06b30b3eff92405b9f97773b62d9c375
10 Willemse et al., 2019.
Blad 15 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Diepteligging In de top van de dekzanden en in de dekzandruggen kunnen archeologische resten uit het laatpaleolithicum tot en met late middeleeuwen verwacht worden. Locatie Archeologische sporen en resten kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen, aangezien de bodemopbouw in het plangebied grotendeels onbekend is. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat-neolithicum: vuursteenspreiding, indicaties van de bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties voor kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en -bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers, etc. Laat-neolithicum tot en met middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren), greppels, waterputten en afvalkuilen. Middeleeuwen: ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting: perceelsgreppels, ploegsporen, etc. Mogelijke verstoringen Het plangebied is nooit bebouwd geweest en er zijn dan ook geen grootschalige bodemverstoringen van die aard te verwachten. Wel kunnen landbouwactiviteiten in het verleden de bodem verstoord hebben.
Blad 16 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
5
Conclusies en advies
5.1
Conclusies Voor het plangebied geldt een brede archeologische verwachting voor resten vanaf het laatpaleolithicum tot en met de middeleeuwen. In de top van de dekzandwelvingen en dekzandrug kunnen archeologische resten uit de periode vanaf het laat-paleolithicum tot en met de middeleeuwen verwacht worden. Het plangebied ligt in de overgangszone tussen hoog- en laaggelegen gebied. Uit de bekende waarden is gebleken dat er in elk geval één vondst uit de bronstijd in het gebied is aangetroffen. Om echt een goed beeld te krijgen van de archeologische verwachting, is het aan te bevelen een inventariserend booronderzoek uit te voeren.
5.2
(Selectie)advies De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in het plangebied een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag heeft dit advies niet overgenomen en heeft tot een karterend booronderzoek besloten (beoordeling rapport 29‐9‐2022) Antea Group Oosterhout, december 2022
Blad 17 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Literatuur en geraadpleegde bronnen Akkerman, E.N. en W. Ytsma, 2014. MER Hoogspanningsverbinding 380 kV Doetinchem Wesel. Traject Doetinchem – Duitse grens. Achtergronddocument archeologie CIS-code 51305. Arcadis, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Broeke, E.M. ten, 2014. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend/karterend booronderzoek; Tracé persleiding Doetinchem-Wehl te Doetinchem-Wehl in de gemeente Doetinchem. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xrc-f6jn Hagens, D. en S.M. Koeman, 2009. Bureauonderzoek en Inventariserend. Veldonderzoek, karterend booronderzoek Weemstraat te Wehl, uitbreiding gemeente Doetinchem. Synthegra bv, Doetinchem. Looveren, V. van, 2021. Bureauonderzoek TenneT EU-204, bouw opslagloods - Rouwenoordseweg te Hummelo, gemeente Bronckhorst. Antea Group Archeologie 2020/209. Marinelli, M.G.en D. la Fèber, 2005. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek aan de Kleindorpseweg 3 te Wehl. Oranjewoud B.V., Heerenveen. DANS. https://doi.org/10.17026/dansxhb-fpxh Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof en T.E. Wong 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Oosterhout, F. van, 2010. Archeologische monumentenzorg in de kernen Wehl en Gaanderen. Gemeente Doetinchem.
Toelichting op de archeologische waarden- en verwachtingskaart en beleidskaart. RAAP-rapport 2057. RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, Weesp. Spanjaard, G.W.J., 2017. Rapportage archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Kryptonstraat - keerwand te Wehl. Econsultancy bv, Doetinchem. Willemse, N.W., L.J. Keunen en R.S. Kok, 2019. Archeologie in de gemeente Doetinchem. Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart. RAAP-rapport 2877. RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, Weesp. Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Blad 18 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
• • • • •
www.archis.cultureelerfgoed.nl www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl www.kadastralekaart.com
Blad 19 van 20
Antea Group Archeologie 2022/48 Bureauonderzoek projectnummer 475122 6 december 2022 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. .............................1 Afbeelding 2. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op een luchtfoto uit 2020 (bron: PDOK). ...............................................................................................................................................4 Afbeelding 3. Concept technische tekening Zonnepark Doetinchemseweg ( Solar Provider Group B.V.). ..................................................................................................................................................5 Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem (bron: Willemse et al., 2019). ......................................................................6 Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de geomorfologische kaart (bron: Alterra). .............................................................................................................................................8 Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; bron: ahn.arcgisonline.nl). Maten zijn in meter +NAP. .........................................9 Afbeelding 7. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de bodemkaart (bron: STIBOKA/Alterra).
............................................................................................................................10 Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de kadastrale minuut uit 18111832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). ..................................................................................11 Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1893 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................12
Bijlagen Archeologische perioden Beschrijving van de archeologische perioden AMZ-cyclus Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Kaartbijlagen 475122-ARCHIS
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten
Blad 20 van 20
Bijlage 1: Archeologische perioden
Na Chr.
Archeologische periode-indeling conform ABR Periode Recent
Subperiode
Begin 1945
eind heden
Afkorting
Nieuwe Tijd
Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd
1850 1650 1500
1945 1850 1650
NTC NTB NTA
Middeleeuwen
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A
1250 1050 900 725 525 450
1500 1250 1050 900 725 525
LMB LMA VMD VMC VMB VMA
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 270 150 70 25 -12
450 350 270 150 70 25
LROMB LROMA MROMB MROMA VROMB VROMA
IJzertijd
Late IJzertijd Midden IJzertijd Vroege IJzertijd
250 500 800
12 250 500
LIJZ MIJZ VIJZ
Bronstijd
Late Bronstijd Midden Bronstijd B Midden Bronstijd A Vroege Bronstijd
1100 1500 1800 2000
800 1100 1500 1800
LBR MBRB MBRA VBR
Neolithicum
Laat Neolithicum B Laat Neolithicum A Midden Neolithicum B Midden Neolithicum A Vroeg Neolithicum B Vroeg Neolithicum A
2450 2850 3400 4200 4900 5300
2000 2450 2850 3400 4200 4900
LNEOB LNEOA MNEOB MNOEA VNEOB VNEOA
Mesolithicum
Laat Mesolithicum Midden Mesolithicum Vroeg Mesolithicum
6450 7100 8800
5300 6450 7100
LMESO MMESO VMESO
Paleolithicum
Laat Paleolithicum B Laat Paleolithicum A Midden Paleolithicum Vroeg Paleolithicum
18.000 35.000 300.000
8800 18.000 35.000 300.000
LPALEOB LPALEOA MPALEO VPALEO
Ottoonse tijd Karolingische tijd Merovingische tijd
Steentijd
Voor Chr.
Metaaltijd
volksverhuizingstijd
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Kaartbijlagen
D0
24-2-2022
Defini ef
CN
Legenda Plangebied
Solar Provider Group B.V.
Onderzoeksmeldingen
J.D. van den Broek
Vondstloca es Vondstmeldingen
Kruising Heislagseweg Nieuwestraat te Wehl
Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde
Vondst- en onderzoeksmeldingen
Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
C.I. Nater
475122-ARCHIS
A3
24-2-2022
1 van 1
Defini ef
D0
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. (0162) 48 70 00 E. catelijne.nater@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl