Bijlage 6 Bodemonderzoek - ZP Wehl.pdf
Tekst van het document
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
2023-0103 01-03-2023 Solar Provider Group B.V. C. Blaser A. de Jong J. van den Broek Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) 0475122.100 (revisie 02) Bureaustudie bodemkwaliteit
Aanleiding De aanleiding tot de bureaustudie wordt gevormd door: • Realisering zonnepark; • Realisering van een waterberging met bijbehorende grondwerkzaamheden. Afbakening onderzoek en onderzoekslocatie Aanleiding tot het uitvoeren van de bureaustudie vormt de voorgenomen aanleg van een zonnepark en een waterberging. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het zonnepark is een vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) met als richtlijn paragraaf 6.2.2 (opstellen van een hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijf)activiteiten bij nul situatie- en eindsituatie-onderzoek). Verder wordt in deze memo nagegaan in hoeverre verwacht kan worden, of de bodemkwaliteit een belemmering oplevert voor de voorgenomen aanleg van een waterberging. Dit in relatie tot de Wet bodembescherming en de CROW400 (werken in en met verontreinigde bodem). De locatie ligt aan de Heislageweg in Wehl en betreft kadastrale aanduiding K 433 (zie figuur 1). Welke activiteiten zijn potentieel bodembedreigend en wat zijn de kritische parameters? Uit Topotijdreis (zie bijlage 1) blijkt dat het gebied voor zover bekend sinds circa 1900 tot op heden in gebruik is als agrarische grond.
In dit kader is het gebied in Figuur 1: Luchtfoto van afgebakend gebied theorie verdacht op bestrijdingsmiddelen. In de praktijk is dit sterk afhankelijk van Bron: streetsmart.cyclomedia.com de soort gewassen en landbouwwijze en zullen deze niet of nauwelijks worden aangetroffen. In principe worden op basis van het gebruik geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Uit de bodemkwaliteitskaart (Lievense Milieu B.V., projectnr. SOB011396 en d.d. 15 december 2020) blijkt dat zowel boven- als ondergrond geclassificeerd zijn als bodemkwaliteitsklasse ‘Natuur/landbouw’. PFAS maakt onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Welke te vergunnen activiteiten met welke bodembedreigende stoffen zullen de toekomstige situatie aanwezig zijn? Het terrein gaat gebruikt worden voor een zonnepark. Deze activiteit is in principe niet bodembedreigend. Echter door corrosie van het frame waarin de zonnepanelen liggen kunnen zware metalen in de bovengrond terecht komen.
blad 1 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
Daarnaast zijn de meeste zonnepanelen voorzien van een coating. Deze kan door weersinvloeden langzaam oplossen en met hemelwater in de bovengrond terechtkomen. Verder blijkt uit een rapport van CLM Onderzoeken en Advies dat zonnepanelen van invloed zijn op het gehalte organische stof (OS) in de bodem. Door het gebruik van zonnepanelen kan de OS-concentratie tijdens de gebruiksperiode van een zonnepark omlaag gaan. Na het beëindigen van het zonnepark kan hier in overleg met de verhuurder van het terrein aandacht aan worden besteed. Wat is de verwachte bodemkwaliteit ter plaatse van de activiteit/ wat is de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bij aanvang? Op basis van de verzamelde informatie wordt verwacht dat de huidige bodemkwaliteit in het algemeen voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Natuur/landbouw’. Plaatselijk (licht) verhoogde gehalten met bestrijdingsmiddelen zijn niet uit te sluiten. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend? In het kader van de voorgenomen activiteit zonnepark is de bodemkwaliteit in principe voldoende bekend. De bodemkwaliteit zal op basis van de bekende gegevens geen belemmering opleveren voor de voorgenomen aanleg van een zonnepark.
Om zekerheid te krijgen over de verwachte bodemkwaliteit en vast te kunnen stellen of het zonnepark invloed heeft gehad op de kwaliteit van de bodem bij het terug leveren van de grond aan de verhuurder / het beëindigen van de activiteit wordt aanbevolen om de kwaliteit van de bovengrond vast te leggen in een nulsituatie-onderzoek conform de NEN 5740. Aanbevolen wordt om hierin ook aandacht te hebben voor PFAS. Dit is overigens wel afhankelijk van de coating van de zonnepanelen. Ten aanzien van de aanleg van de waterberging kan de beschouwing plaatsvinden vanuit twee standpunten: • De vrijkomende grond wordt binnen de locatie hergebruikt: In principe stelt het Besluit bodemkwaliteit weinig beperkingen aan hergebruik van grond binnen hetzelfde werk. Hierbij is het wel van belang om de grenzen van het werkgebied goed te definiëren. Daarnaast geldt altijd het standstill principe (eenvoudig vertaald: de bodemkwaliteit mag niet verslechteren), voor deze locatie is dit zeer theoretisch omdat geen verontreinigde grond worden verwacht. • De vrijkomende grond wordt van de locatie afgevoerd: o De grond wordt hergebruikt binnen het gebied van de bodemkwaliteitskaart: Conform de Nota bodembeheer van DHV van (25) november 2011 is hergebruik van vrijkomende grond in principe mogelijk. Hiervoor moet wel voldaan worden aan enkele eisen.
In deze memo kan hier nog geen eenduidige invulling aan worden gegeven omdat dit ook mede afhankelijk is van de toepassing en toepassingslocatie. Om deze reden is het beslisschema opgenomen in bijlage 2. o De grond wordt hergebruikt buiten het gebied van de bodemkwaliteitskaart. In dit geval zal een partijkeuring noodzakelijk zijn, behalve wanneer het in een gebied is die de bodemkwaliteitskaart van de Achterhoek erkend als bewijsmiddel. Op basis van de bekende gegevens kan de locatie als onverdacht worden beschouwd, er zijn geen bodemonderzoeken bekend. Conform de CROW400 (‘werken in en met verontreinigde bodem’) kan in dit geval uitgegaan worden van veiligheidsklasse basishygiëne.
Vrijgave: J. van den Broek
blad 2 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
Bijlage 1: Bekende gegevens Bron: Street Smart by Cyclomedia
blad 3 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
blad 4 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
Bron: Omgevingsdienst Achterhoek Gisviewer bodemkwaliteitskaarten Onderzoekslocatie weergegeven in rood
blad 5 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
blad 6 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
Bron: Topotijdreis
blad 7 van 11
memonummer: 2022-2802 betreft: Bureaustudie bodemkwaliteit
blad 8 van 11
Bron: Omgevingsdienst Achterhoek (bodemonderzoek) Rapport ‘Verkennend bodemonderzoek bedrijvenpark A18 te Doetinchem’, Econsultancy, kenmerk 9123.001 en d.d. 2005-2019. Aanleiding tot dit onderzoek is de voorgenomen verkoop van de onderzoekslocatie, alsmede de herontwikkeling van de onderzoekslocatie tot bedrijvenpark.
Uit de boorprofielen blijkt dat bodem voornamelijk uit zwak tot matig fijn zand bestaat. De bovengrond is bovendien humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. Ter plaatse van de gedempte sloot wordt tussen 0,7 en 1,50 m-mv. een matig tot sterk zandige kleilaag aangetroffen en is plaatselijk geroerd, tevens is plaatselijk een zwak plastichoudende laag aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie , alsmede in de boem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Derhalve is er geen onderzoek conform de NEN 5707 (“Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”) uitgevoerd. Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn 12 peilbuizen geplaatst. De resultaten van het onderzoeken tonen aan dat de zwak kolengruis, resten baksteen en resten betonhoudende bovengrond analytisch niet verontreinigd is met de parameters uit het standaardpakket grond. De zintuigelijk schone bovengrond is niet tot plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, nikkel en/of PAK. De zintuigelijk schone ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt en/of nikkel. Het grondwater is grotendeels licht verontreinigd met barium. Plaatselijk is het grondwater licht verontreinigd met koper, nikkel en/of naftaleen.
De licht metaalverontreiniging in het grondwater zijn gezien het ontbreken van antropogene bronnen hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het regionaal voorkomen van natuurlijke verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Voor de lichte verontreiniging met naftaleen heeft Econsultancy vooralsnog geen verklaring. De peilbuis staat niet ter plaatse van een van de voormalige woonpercelen. Opgemerkt wordt dat het slechts een marginale overschrijding van de streefwaarde betreft. Betreft de slootdemping, de zwak plastic- en zwak houthoudende zandige bovengrond zijn analytisch geen verontreinigingen met de parameters uit het standaardpakket grond aangetoond. De uit klei bestaande ondergrond is eveneens analytisch niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel.
blad 9 van 11
Bron: CLM Onderzoek en Advies, ‘Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op bodemkwaliteit’. J.A. Keuskamp, D.W. Dijkman en R.J. Gommer
blad 10 van 11
Bijlage 2: Beslisschema Nota Bodembeheer Link naar Nota Bodembeheer: Report (oude-ijsselstreek.nl), paragraaf 4.2
blad 11 van 11