Bijlage 5 Grondstoffenplan 2025-2028.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ______________________________________________________________ 2 1. Inleiding __________________________________________________________________ 3 2. Terugblik grondstoffenplan ’20-’24 ____________________________________________ 4 2.1 Terugblik maatregelen grondstoffenplan _____________________________________ 4 2.2 Afvalscheiding bij hoogbouw en compacte bouw _______________________________ 6 2.3 Gedumpt en bijgeplaatst afval ______________________________________________ 8 3. Resultaten _______________________________________________________________ 10 3.1 Inzamelresultaten 2021, 2022 en 2023 ______________________________________ 10 3.2 Financiën _____________________________________________________________ 13 3.3 Conclusie _____________________________________________________________ 13 4.
Trends en ontwikkelingen ___________________________________________________ 15 4.1 Nieuwe focus __________________________________________________________ 15 4.2 Focus ook op grof huishoudelijk afval _______________________________________ 15 4.3 Kwaliteit van PBD en GFT+E _______________________________________________ 16 4.4 CO-2 heffing afvalverbrandingsinstallaties ___________________________________ 16 4.5 Bron- en nascheiding ____________________________________________________ 16 4.6 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid _______________________________ 18 4.7 Circulaire economie _____________________________________________________ 19 5. Grondstoffenplan 2025-2028 ________________________________________________ 20 5.1 Doelstellingen_______________________________________________________ 20 5.2 Maatregelen ________________________________________________________ 21 6. Financiële gevolgen ________________________________________________________ 28
Pagina 2 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
1. Inleiding In onze moderne samenleving produceren we dagelijks enorme hoeveelheden afval. Door afval op de juiste manier te scheiden en in te zamelen, kunnen materialen zoals plastic, glas, papier en metaal worden hergebruikt als grondstoffen voor nieuwe producten. Dit bespaart niet alleen kostbare natuurlijke hulpbronnen, maar vermindert ook de druk op het milieu. Daarnaast is het nodig om onze hoeveelheid afval te verminderen door simpelweg minder te kopen. Door bewust te consumeren, kunnen we onnodige verspilling voorkomen en de vraag naar nieuwe producten – en daarmee het gebruik van materialen – verminderen. Minder kopen betekent niet alleen minder afval, maar ook minder energieverbruik en vervuiling door productieprocessen. Effectieve inzameling, recycling én bewuste consumptie vormen samen de kern van een circulaire economie, waarin materialen niet worden verspild, maar opnieuw worden ingezet. Door bewuster om te gaan met wat we kopen en hoe we afval verwerken, dragen we bij aan een duurzamere toekomst. Dit grondstoffenplan 2025-2028 blikt terug op het huidige grondstoffenplan en vooruit naar de jaren die voor ons liggen. Er zijn de afgelopen vier jaar met 23 maatregelen mooie stappen gezet richting de landelijke doelstelling van 100 kg restafval per inwoner per jaar: in de gemeente Doetinchem werd 35% minder restafval ingezameld.
De wereld van afval, grondstoffen en inzameling is altijd in beweging. In dit grondstoffenplan kiezen we er daarom voor om maatregelen voor de komende twee jaar te beschrijven. Over twee jaar is het circulair ambachtscentrum in Doetinchem gerealiseerd en dat is een mooi moment om het plan opnieuw te herijken. Na twee jaar vindt er een tussenevaluatie plaats en wordt er een voorstel gemaakt voor maatregelen in de daaropvolgende twee jaren. De genoemde doelstellingen en speerpunten gelden wel voor de periode 2025-2028.
Pagina 3 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
2. Terugblik grondstoffenplan ’20-’24 2.1 Terugblik maatregelen grondstoffenplan Het belangrijkste doel van het grondstoffenplan ’20-’24 was om de hoeveelheid huishoudelijk restafval fors terug te dringen naar 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2024. Om deze doelstelling te bereiken zijn 23 maatregelen van financiële, facilitaire en motiverende aard uitgevoerd. Naast de milieudoelstelling hebben de maatregelen als doel om de kostenstijgingen van de afvalinzameling te dempen, het scheiden voor inwoners makkelijk te maken en waar mogelijk het aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te stimuleren.
Betalen voor restafval De basis van het grondstoffenplan ’20-’24 werd gevormd door de maatregel ‘betalen voor restafval’. Sinds 1 januari 2022 betalen laagbouwhuishoudens per lediging van hun restafvalcontainer en hoogbouwhuishoudens per zak restafval die zij in een ondergrondse container voor restafval werpen. Om ‘betalen voor restafval’ goed in te kunnen voeren zijn een aantal stappen gezet: - Er zijn extra ondergrondse containers voor restafval geplaatst en nieuwe afvalpassen verstrekt aan bewoners van hoogbouwwoningen en compacte bouw. - Alle containers zijn gechipt en op de inzamelvoertuigen is leesapparatuur geplaatst die de chip bij lediging kan lezen. - Er is een digitale koppeling gemaakt tussen gemeente Doetinchem en Buha. In het kort betekent dit dat Buha de ledigingen van een bepaald adres doorstuurt naar de afdeling Belastingen, die deze gegevens kan koppelen aan het juiste huishouden en de bijbehorende aanslag kan opleggen.
Verhoging frequentie PBD bij hoogbouw In de tussenevaluatie van het grondstoffenplan is besloten dat er geen extra container voor PBD bij laagbouw wordt verstrekt. Er is ingezet op een verhoging van de frequentie van het ophalen van PBD op een aantal locaties in de hoogbouw.
Brengpunt tuinafval in Wehl Daarnaast is in 2024 het brengpunt in Wehl voor tuinafval geopend. Gemiddeld trekt het brengpunt ongeveer 22 bezoekers per zaterdag.
Pagina 4 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Luiers Voor de verwerking van luiers zijn verschillende toekomstige scenario’s mogelijk, die ieder om een ander inzamelsysteem vragen. Er zijn op dit moment verschillende ontwikkelingen rond de inzameling van luiers. Gezien deze ontwikkelingen acht Buha de tijd nu nog niet rijp om de luiers apart in te zamelen en te laten verwerken. De huidige (bijzondere) regeling voor de inzameling van luiers is voortgezet. Wel is er in 2023 een proef gedaan met wasbare luiers. De conclusie van de proef is dat wasbare luiers over het algemeen matig bevielen. De reacties waren erg wisselend: er waren gezinnen die stopten met het gebruiken van wasbare luiers tijdens de proef, maar er zijn ook enkele gezinnen die de luiers zijn blijven gebruiken na de proef. Toch blijft het wel belangrijk om inwoners ervan bewust te maken wat de milieu-impact van plastic luiers is: ruim 900 kilogram luiers in de eerste drie levensjaren van een kind is een flinke berg afval. Wasbare luiers zijn hierin het enige alternatief. Daarom gaat Buha wasbare luiers wel meenemen in communicatie-uitingen over afval.
Communicatie Gedurende de planperiode is intensief en uitgebreid gecommuniceerd over de nieuwe maatregel ‘betalen voor restafval’ en afvalscheiding. In september 2021 werd de bij het grondstoffenplan horende afvalscheidingscampagne Scheidzooi afgetrapt. Na een start met een algemene uitleg over het nieuwe systeem werd er een jaar lang iedere maand een nieuwe afvalsoort uitgelicht op sociale media, in het Doetinchems Vizier en met gerichte acties voor alle inwoners of in specifieke wijken. De bij de campagne horende winacties in samenwerking met bedrijven die afval als grondstof gebruiken voor nieuwe producten, konden online op veel respons rekenen. Dit kwam het bereik van de berichtgeving ten goede. Na het eerste jaar van de campagne werd er eens per drie maanden een afvalsoort uitgelicht. Telkens werd gekozen voor een iets andere insteek om de interesse te (blijven) wekken van verschillende doelgroepen. Er bleek bij diverse groepen inwoners veel behoefte aan papieren communicatiemiddelen. Daarom zijn er een folder met uitleg over het inzamelsysteem en een folder over afvalscheiding ontwikkeld.
Afvalcoaches Daarnaast is er gericht en persoonlijk gecommuniceerd door de afvalcoaches van Buha. De afvalcoaches zijn onmisbaar geworden en vormen het gezicht van Buha richting de inwoners als het om afvalscheiding gaat. Het contact met inwoners is dankzij hen intensiever en persoonlijker geworden. Inwoners voelen zich gehoord en zijn na gesprekken meer bereid om afval te scheiden en hun omgeving schoon te houden.
Zwerfafval Buha heeft een nieuwe aanpak als het gaat om zwerfafval. Het doel is om meer eigen regie te voeren, waardoor met meer structuur gewerkt kan worden. In januari 2024 heeft Buha de Troepers geïntroduceerd. Dit is een zwerfafvalgroep voor kinderen van 8 tot en met 12 jaar.
Pagina 5 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Doel hiervan is om kinderen op een educatieve manier te laten zien dat ze zelf een bijdrage kunnen leveren aan een schoon Doetinchem.
2.2 Afvalscheiding bij hoogbouw en compacte bouw Dat inwoners betalen voor hun restafval heeft er, samen met de overige maatregelen uit het Grondstoffenplan ’20-’24, voor gezorgd dat huishoudens hun afval beter zijn gaan scheiden. De hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval is met 35% afgenomen. Daarnaast heeft de maatregel enkele neveneffecten gehad. In de volgende paragrafen worden deze beschreven.
GFT+E (groente, fruit en tuinafval + etensresten) Sinds de invoering van ‘betalen voor restafval’ is er bij bewoners van hoogbouwwoningen en compacte bouw (zoals de binnenstad van Doetinchem) meer vraag naar mogelijkheden om GFT+E gescheiden aan te bieden. Dit is een goede ontwikkeling, omdat deze groep inwoners tot voorheen geen behoefte had aan extra scheidingsmogelijkheden voor GFT+E. Op locaties waar verzoeken van inwoners waren, heeft Buha containers voor GFT+E geplaatst en voorlichting gegeven. Op dit moment staan er op ruim 70 locaties één of meerdere containers voor GFT+E. De meeste van deze containers staan inpandig en in enkele gevallen staan de containers buiten. De containers voor GFT+E die buiten staan, zijn vrij toegankelijk en hebben geen toegangscontrole. Daardoor kan het bijvoorbeeld gebeuren dat bewoners die niet in de hoogbouwwoningen of compacte bouw wonen ook gebruik maken van deze containers voor GFT+E. Zolang dit afval goed gescheiden is, zorgt dat niet voor problemen. Wel kan bijvoorbeeld een grote hoeveelheid tuinafval ervoor zorgen dat een container voor GFT+E snel vol is en de bewoners van de hoogbouwwoning of compacte bouw deze tijdelijk niet meer kunnen gebruiken. Buha doet op dit moment een proef met 20 GFT+E cocons. In een GFT+E cocon wordt een container voor GFT+E geplaatst en is het mogelijk om toegangscontrole (voor afvalpassen) te plaatsen.
Daarnaast geven de cocons een mooier en netter beeld in de openbare ruimte.
Pagina 6 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Kwaliteit en veiligheid Landelijk is te zien dat afvalscheiding voor bewoners van hoogbouwwoningen en compacte bouw lastiger is dan voor bewoners van laagbouwwoningen. Ook in de gemeente Doetinchem is deze landelijke trend zichtbaar. Dit zorgt er bij een aantal hoogbouwwoningen voor dat de kwaliteit van met name PBD (plastic verpakkingen, blik en drinkpakken) en in mindere mate GFT+E onvoldoende is. Hierdoor worden PBD-vrachten van hoogbouwwoningen vaker afgekeurd. Dit kost geld omdat deze vrachten moeten worden verwerkt als restafval. Naast de mindere kwaliteit van de grondstoffen, is er de afgelopen jaren ook gekeken naar de veiligheid van de inzamelplekken. In de meeste hoogbouwwoningen staan de containers voor papier en PBD inpandig. Er zijn de afgelopen jaren een paar incidenten geweest met inpandige containers. Buha en Sité Woondiensten, de woningcorporatie die de meeste hoogbouwwoningen in de gemeente Doetinchem beheert en verhuurt, vinden deze situatie onveilig en onwenselijk. Buha en Sité zijn daarom gestart met het van binnen naar buiten verplaatsen van containers. Gestart werd met de inpandige containers aan de Caenstraat in Doetinchem. Buiten de complexen werden goed toegankelijke en veilige inzamelvoorzieningen gerealiseerd. Dit in combinatie met huis aan huis voorlichting door de afvalcoaches.
Ondanks dat er veiligere en schonere inzamelvoorzieningen zijn gerealiseerd en de kwaliteit van het PBD afval aanzienlijk is verbeterd, heeft het naar buiten verplaatsen van de inzamelvoorziening geleid tot meer afval rond de containers. Met name zakken met restafval die aan worden geboden op de inzamelplek voor PBD zijn hiervan de oorzaak. Buha ruimt dit afval na elke inzameling van PBD extra op. Daarnaast worden de afvalcoaches hier extra ingezet en is er veel aanvullende communicatie geweest. Dit probleem blijft de aandacht houden van Buha en Sité Woondiensten. In 2024 is Buha gestart met een project om de kwaliteit van PBD in containers aan huis te verbeteren. Door het structureel controleren van de inhoud van containers tijdens het legen door de chauffeurs en het gericht inzetten van maatregelen aan de hand van een (standaard) stappenplan, moet de kwaliteit van de grondstof PBD worden behouden en waar nodig worden verbeterd. De maatregelen bestaan o.a. uit (nieuwe) communicatiemiddelen en methoden zoals een afvalscheidingsfolder en verbeterde containerhangers, structurele controle bij legen door de chauffeurs, inzet van afvalcoaches en als laatste stap de inzet van toezicht en handhaving. Buha heeft voor dit project subsidie ontvangen vanuit de verpakkingsindustrie (Verpact).
Pagina 7 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
2.3 Gedumpt en bijgeplaatst afval Inwoners en passanten die afval achterlaten in de openbare ruimte, naast ondergrondse containers of bij prullenbakken, zorgen daarmee voor een vervuilde leefomgeving. Het blijkt bij inwoners één van de grootste ergernissen in de buitenruimte te zijn. De belangrijkste oorzaken van bijplaatsingen in de gemeente Doetinchem zijn: •
•
•
Het valt op dat een groot deel van het bijgeplaatste en gedumpte afval sinds jaar en dag bestaat uit grof huishoudelijk afval en huisraad, zoals bijvoorbeeld laminaat, piepschuim en stoelen. Hierin is geen verandering zichtbaar sinds ‘betalen voor restafval’. Buha zorgt jaarlijks voor voorlichting via meerdere kanalen om inwoners te laten weken hoe en waar ze grof huishoudelijk afval en huisraad (in de meeste gevallen gratis) kunnen inleveren of laten ophalen. Sinds de invoering van ‘betalen voor restafval’ wordt er vaker huishoudelijk (rest)afval aangeboden in openbare straatprullenbakken. Deze zijn daardoor sneller vol en kunnen minder goed gebruikt worden voor hun oorspronkelijke doel. Om deze reden zijn de openingen van een aantal straatprullenbakken verkleind. Bewoners van hoogbouwwoningen of compacte bouw bieden zakken met PBD vaak aan op dagen dat er geen inzameling is. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat mensen afval niet graag in hun woning of op hun balkon willen bewaren. Dit geeft een rommelig beeld in de buitenruimte en zorgt voor zwerfafval als de zakken worden opengemaakt door dieren. Om die reden is op een aantal locaties de inzamelfrequentie verhoogd van eens per twee weken naar eens per week. Daarnaast zijn er op een aantal plekken borden met uitleg en ophanghaken geplaatst. Dit heeft op die locaties een schoner en netter straatbeeld opgeleverd.
Locaties met veel bijgeplaatst afval zijn gericht aangepakt en aanzienlijk verbeterd Door een mix van communicatie en maatregelen, die specifiek gericht zijn op een bepaalde locatie, is het gedeeltelijk gelukt om het gewenste gedrag (de leefomgeving schoonhouden) te bewerkstelligen. Daarbij hebben met name containertuintjes, adoptie van containers, tijdelijke communicatiemiddelen gericht op gedrag bij containers en gesprekken door de afvalcoaches een positief effect gehad.
Pagina 8 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Buha heeft de locaties waar het meest werd bijgeplaatst nauwlettend gemonitord. Per locatie is bijgehouden of en wanneer er is bijgeplaatst en wat de samenstelling van het bijgeplaatste afval is. In onderstaande cirkeldiagrammen staan de totalen van de monitoring grafisch weergegeven. In 2024 is het percentage ‘geen bijplaatsing’ met 13% gestegen ten opzichte van 2023. Tegelijkertijd zijn de percentages restafvalzakken (grijs) PBD zakken (Oranje) en huisraad gedaald. Dat is een mooie verbetering.
Monitoring bijplaatsingen 2023
Monitoring bijplaatsingen 2024
Er zijn locaties waar nog altijd veel afval wordt bijgeplaatst. Deze plekken hebben gemeen dat ze veelal afgelegen liggen, er weinig zicht op is en dus weinig sociale controle. Bijvoorbeeld de ondergrondse containers aan de Bezelhorstweg. Bij maatregel 6 zoals beschreven in hoofdstuk 5 worden deze locaties meegenomen.
Pagina 9 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
3. Resultaten Het grondstoffenplan heeft veel invloed gehad op de hoeveelheden die Buha heeft ingezameld. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste veranderingen weergegeven en toegelicht. De totale inzamelresultaten van 2024 zijn op het moment van schrijven nog niet bekend en zijn daarom niet meegenomen in de overzichten.
3.1 Inzamelresultaten 2021, 2022 en 2023 Hoeveelheid ingezameld fijn restafval 2021, 2022 en 2023 12.000 10.000
9.597
8.000 5.939
6.000
6.622
x 1.000 kg
4.000 2.000 0 2021
2022
2023
De hoeveelheid fijn restafval is de afgelopen periode (2022 en 2023) gedaald met 35% ten opzichte van 2021, het jaar voordat ‘betalen voor restafval’ werd ingevoerd. In de jaren 2022 en 2023 zamelde Buha gemiddeld 106 kg fijn restafval per inwoner in. In 2021 was dit nog 165 kg per inwoner. In 2023 is er een lichte stijging van de hoeveelheid fijn restafval te zien. Dit wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door een toename van afkeur van vrachten PBD als gevolg van een aanscherping van de kwaliteitseisen die verwerkers aan het ingezamelde afval stellen. Ook is er een lichte toename van afgekeurde GFT+E vrachten. Door de invoering voor het tarief voor restafval is het aanbiedgedrag van de inwoners veranderd. In onderstaande tabel staat het gemiddeld aantal aanbiedingen per jaar op basis van 2022 en 2023.
Pagina 10 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Ondergrondse container (60 Liter) Container van 140 liter Container van 240 liter
Gemiddeld aantal aanbiedingen per jaar per huishouden 2022-2023 30 6 7
Opvallend is dat een 240 liter container vaker wordt aangeboden dan een 140 liter. Het formaat van de container heeft dus invloed op het scheidingsgedrag van inwoners. Dit is vergelijkbaar met andere gemeenten die een tarief voor restafval hebben ingevoerd. Hoeveelheid ingezameld grof restafval 2021, 2022 en 2023 3.000 2.500
2.366
2.422
2.444
2021
2022
2023
2.000 1.500
x 1.000 kg
1.000 500 0
De hoeveelheid grof restafval is licht gestegen (3%) ten opzichte van 2021. De verwachting is dat de hoeveelheid grof restafval sterk zal dalen na de realisatie van het Circulair ambachtscentrum. Hierover leest u verderop in dit plan meer.
Hoeveelheid ingezameld Groente fruit en tuinafval + etensresten (GFT+E) 2021, 2022 en 2023 8.200 8.000
8.107 7.864
7.800
7.653
x 1.000 kg
7.600 7.400 7.200 7.000 2021
Pagina 11 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
2022
2023
In 2022 was de hoeveelheid GFT+E lager dan in 2021. Deze daling was niet in lijn met de verwachtingen. Inwoners zijn immers beter gaan scheiden. In 2022 was de zomer echter heel droog en warm, wat resulteerde in veel minder tuinafval bij huishoudens. De zomer van 2023 was natter en dat is terug te zien in de hoeveelheid ingezameld GFT+E, omdat er toen weer meer tuinafval in het GFT+E zat.
Hoeveelheid ingezameld papier 2021, 2022 en 2023 3.500
3.120
3.142
3.053
2021
2022
2023
3.000 2.500 2.000
x 1.000 kg
1.500 1.000 500 0
De hoeveelheid ingezameld papier is de afgelopen jaren min of meer gelijk gebleven, met een lichte daling in 2023. Dit is in lijn met de verwachting. Als gevolg van steeds verdergaande digitalisering neemt de hoeveelheid ingezameld papier landelijk af.
Hoeveelheid ingezameld glas 2021, 2022 en 2023 1.400
1.282
1.282
1.245
2021
2022
2023
1.200 1.000 800
x 1.000 kg
600 400 200 0
De hoeveelheid ingezameld glas is in lijn met de verwachting min of meer gelijk gebleven. Inwoners boden in de gemeente Doetinchem hun glas afval altijd al erg goed gescheiden aan.
Pagina 12 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Hoeveelheid ingezameld Plastic Blik en Drinkpakken (PBD) 2021, 2022 en 2023 2.100 1.973
2.000 1.900
1.874
1.800
1.713
1.700 1.600
x 1.000 kg
1.500 1.400 1.300 1.200 2021
2022
2023
In 2022 is in lijn met de verwachting een forse stijging van de hoeveelheid ingezameld PBD gerealiseerd. In 2023 daalde deze hoeveelheid als gevolg van de eerder genoemde aangescherpte kwaliteitseisen bij de verwerker. Bij een groot deel van de Nederlandse gemeenten is hierdoor een trend zichtbaar van meer afkeur van PBD In hoofdstuk 4 over de ontwikkelingen en trends wordt dit verder toegelicht. Gemeenten zonder ‘betalen voor restafval’ hebben hier eveneens mee te maken en de verwachting is dat ook zonder de maatregelen in het grondstoffenplan er meer afkeur van PBD zou hebben plaatsgevonden.
3.2 Financiën Het grondstoffenplan heeft voor de verwerking van grondstoffen en restafval een besparing opgeleverd. De verwachte extra kosten en investeringen zijn binnen de geschatte hoeveelheid gebleven. Netto levert het grondstoffenplan daarom €120.000,- op ten opzichte van ‘niets doen’. Als de maatregel “betalen voor restafval” niet zou zijn ingevoerd, dan zouden de totale afvalkosten in 2024 € 120.000,- hoger zijn dan de huidige kosten.
3.3 Conclusie Het grondstoffenplan heeft een positief resultaat opgeleverd. De hoeveelheid fijn restafval is over de jaren 2022 en 2023 gemiddeld gedaald met 35% ten opzichte van 2021, het jaar voordat ‘betalen voor restafval’ werd ingevoerd. Daardoor is er per jaar ongeveer 3.000 ton restafval minder verbrand, waarmee jaarlijks 3.560 ton CO2-uitstoot wordt vermeden. Ter illustratie: om hetzelfde resultaat te bereiken, zou men een bos van 356 hectare moeten planten. De afgelopen periode is het scheiden van afval verbeterd. Er is bijvoorbeeld meer GFT+E en PBD ingezameld. Wel blijft de kwaliteit van het afval een aandachtspunt. Met name PBD wordt vaker afgekeurd vanwege de strenge kwaliteitseisen van verwerkers.
Pagina 13 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Als het gaat om bijplaatsingen bij ondergrondse containers ziet Buha een aanzienlijke verbetering. Met nog meer gerichte maatregelen is het doel om deze verbetering door te zetten in het nieuwe grondstoffenplan. De kwaliteit van de leefomgeving moet blijvende aandacht houden, ook wanneer nieuwe maatregelen worden ingezet.
Pagina 14 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
4. Trends en ontwikkelingen Grondstoffen en inzameling zijn landelijke thema’s die altijd in beweging zijn. De laatste trends en ontwikkelingen zijn belangrijk om in ogenschouw te nemen bij de ontwikkeling van nieuw beleid.
4.1 Nieuwe landelijke doelstelling: 60% recycling in 2030 en 65% in 2035 Gemeenten in heel Nederland hebben de afgelopen jaren flinke stappen gezet om het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval te verbeteren. Het doel was om in 2020 gemiddeld 100 kilo huishoudelijk restafval per inwoner per jaar over te houden. Een deel van de gemeenten is dit ook gelukt. De volgende stap is dat er nog meer focus komt op de kwaliteit van recyclen, want niet alles wat gemeenten gescheiden inzamelen kan worden gerecycled. Er zit nog te vaak vervuiling in de gescheiden stromen, zoals PBD, papier en textiel. Vervuilde stromen zijn minder goed te recyclen en belanden voor een deel in de verbrandingsoven als restafval. Door dit alles is de échte hoeveelheid restafval groter dan wat overblijft na alleen afvalscheiding. Daarom wordt ook landelijk voortaan meer gestuurd op het percentage gerecycled materiaal. Het nieuwe doel is om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen en 65% recycling in 2035. Doetinchem kent op dit moment een recyclingpercentage van rond de 61%.
4.2 Focus op grof huishoudelijk afval Gemiddeld bestaat ongeveer 30% van het huishoudelijk afval in Nederland uit grove afvalstromen, zoals bijvoorbeeld grof restafval en hout. De afgelopen jaren heeft de focus vooral gelegen op het scheiden van de fijne afvalstromen. Ondertussen is er hard gewerkt aan de totstandkoming van het circulair ambachtscentrum. Een circulair ambachtscentrum combineert de functies van een milieustraat, kringloopwinkel en reparatiewerkplaats en bevordert hergebruik en reparatie. Op basis van de bevindingen van circulaire ambachtscentra elders in het land wordt duidelijk dat materialen langer in gebruik blijven, een tweede en zelfs derde leven krijgen en de hoeveelheid grof huishoudelijk (rest)afval gereduceerd wordt. Ook voor Doetinchem betekent deze hernieuwde focus dat er opnieuw een positieve impuls wordt gegeven aan het halen van de doelstellingen op het gebied van afvalscheiding.
Pagina 15 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
4.3 Kwaliteit van PBD en GFT+E Voor de verwerking van PBD is Buha namens de gemeente Doetinchem aangesloten bij de ketenovereenkomst verpakkingen tussen de VNG en de verpakkingsindustrie (Verpact). Volgens deze overeenkomst betaalt Verpact aan Buha een vergoeding per ingezamelde ton PBD. Eerder in dit plan werd de landelijke toename van de hoeveelheid afgekeurd PBD vanaf 2023 genoemd. Hierdoor lopen bijna alle Nederlandse gemeentes inkomsten mis. Om deze reden heeft de VNG de ketenovereenkomst met Verpact niet tussentijds verlengd en worden er nieuwe afspraken gemaakt. De verwachting is dat als gevolg van deze nieuwe afspraken de hoeveelheid afkeur van PBD zal afnemen. Daarnaast worden bij de aanbieding van GFT+E strengere acceptatie-eisen gesteld. Kwaliteit van PBD en GFT+E afval blijft dus ook in dit nieuwe grondstoffenplan een punt van aandacht.
4.4 CO-2 heffing afvalverbrandingsinstallaties Als gevolg van het belastingplan van het huidige kabinet zal vanaf 2026 de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties gefaseerd stijgen. De CO2-heffing is een rijksheffing. Dit kan op termijn gevolgen hebben voor het verwerkingstarief voor restafval, omdat de verwachting is dat hierdoor de verwerkingskosten stijgen. Dit maakt de reductie van de Doetinchemse hoeveelheid restafval extra urgent.
4.5 Bron- en nascheiding Bron- en nascheiding is een veelbesproken thema als het over afvalscheiding gaat. Het is goed om op te merken dat het hierbij gaat over het scheiden van PBD. Stromen als GFT+E, glas, textiel en papier kunnen niet achteraf uit het restafval worden gehaald. Daarvoor blijft bronscheiding de enige optie. Bronscheiding betekent dat de inwoner het PBD gescheiden aanbiedt door middel van bijvoorbeeld zakken of containers aan huis. Nascheiding betekent dat PBD na inzameling door een sorteerinstallatie uit het restafval wordt gehaald.
Pagina 16 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Als het om bron- of nascheiding gaat, is te zien dat gemeenten hierin verschillende keuzes maken. In gemeenten waar PBD goed aan de bron gescheiden kan worden met behulp van zakken of containers bij huis, kiezen gemeenten veelal voor deze optie. In sommige gemeenten is het lastiger om PBD aan de bron te scheiden. Het gaat hier bijvoorbeeld om gemeenten waar het door de infrastructuur en bebouwing lastig is om ophaalplekken te creëren voor zakken of containers of gemeenten waar, ondanks alle inspanningen, het scheiden aan huis niet goed gaat en de kwaliteit dus sterk achterblijft. Gemiddeld gezien werd in de gemeente Doetinchem de afgelopen periode rond de 30 kg gescheiden PBD per inwoner ingezameld (dit is exclusief het afgekeurde PBD). Gemiddeld wordt met nascheiding ongeveer 26 kg PBD ingezameld. Het PBD dat met nascheiding wordt verkregen is wel vaak van mindere kwaliteit en het is sterk afhankelijk van het type installatie. Voor nagescheiden PBD is ook de opbrengst daarom lager dan voor brongescheiden PBD. Ook is de verwachting dat door bronscheiding van PBD ook andere fracties over het algemeen beter worden gescheiden. Door bronscheiding zijn inwoners bewuster bezig met hoeveel afval ze produceren en het scheiden ervan. Hierdoor is het percentage herbruikbare grondstoffen uit alle stromen in het geval van bronscheiding hoger.
Ondanks dat de verwerkers op dit moment strenger controleren op vervuiling, is de afvalscheiding in Doetinchem sterk verbeterd in de afgelopen jaren. Met de huidige inzamelresultaten, blijft bronscheiding nog altijd lonend. Bij nascheiding zou Buha een aanzienlijk lagere inzamelvergoeding krijgen van de verpakkingsindustrie (Verpact), terwijl de inzamelkosten vergelijkbaar zijn. Ook dit zou leiden tot extra kosten. Met de extra inzet van Buha om de kwaliteit van PBD in de gemeente Doetinchem te verbeteren en mogelijk soepelere eisen van de inzamelaars, is te verwachten dat bronscheiding gedurende de planperiode ook lonend blijft. Op dit moment overstappen naar een andere methode zou onnodig tot hoge kosten leiden. Daarnaast zouden dan de reeds gedane investeringen voor de huidige inzamelmethode teniet worden gedaan. Ondanks dat bronscheiding voor nu de beste keuze is voor de gemeente Doetinchem, zowel wat betreft milieurendement als kosten, gaan de ontwikkelingen op dit gebied snel. Met name grootstedelijke gemeenten gaan over op nascheiding of een combinatie van bron- en nascheiding. Buha blijft de ontwikkelingen op dit gebied nauwgezet volgen.
Pagina 17 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
4.6 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid Er worden steeds meer producten op de markt gebracht en mensen kopen steeds meer. Dit heeft invloed op de inzameling en verwerking van het afval dat hiermee ontstaat. Om deze verantwoordelijkheid niet alleen bij gemeenten en haar inwoners neer te leggen, is er vanuit Europese regelgeving Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) geïntroduceerd. Hiermee worden producenten financieel en organisatorisch verantwoordelijk voor de hele levenscyclus van producten en dus ook voor het afvalstadium. Op steeds meer afvalstromen is Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) van toepassing. UPV geldt op dit moment bijvoorbeeld voor elektrische apparaten, PBD, zwerfafval en matrassen. Voor textiel zijn de afspraken tussen producenten en gemeenten nog niet helemaal vormgegeven. Dit is de komende periode een actueel thema waarin verschillende ontwikkelingen zijn. De textielindustrie heeft een grote invloed op het gebruik van water, CO2uitstoot en het gebruik van chemicaliën. In Nederland wordt jaarlijks gemiddeld 17,7 kg per inwoner aan textiel weggegooid. Een kleine 8 kg daarvan wordt gescheiden ingezameld. De keten van textiel is complex en internationaal, zowel in de productiefase als in de afvalfase. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om te volgen wat er met het ingezamelde textiel gebeurt.
Landelijk is de doelstelling dat de textielketen in 2050 volledig circulair is. De branche van textielinzameling en -verwerking staat op dit moment onder druk. Er komt steeds meer kleding op de markt die door de slechte kwaliteit maar kort gedragen kan worden (fast-fashion). Dat zorgt ervoor dat goedkope nieuwe kleding in steeds meer landen de voorkeur krijgt boven goed tweedehands textiel uit Europa. Hierdoor staan afzetmarkten onder druk. Hergebruik is hierdoor steeds lastiger te realiseren. Ook voor luiers en incontinentiemateriaal wordt op dit moment de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) onderzocht. Momenteel bestaat 8% van het huidige restafval uit luiers en incontinentiemateriaal. Luiers en incontinentiemateriaal zijn met name afkomstig uit huishoudens, kinderdagverblijven en zorginstellingen. Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeenten om luiers gescheiden in te zamelen en er is ook nog onvoldoende verwerkingscapaciteit om deze afvalstroom in zijn geheel of voor een groot deel te kunnen recyclen. De enige verwerkingsinstallatie is nu te vinden bij ARN in Weurt waar jaarlijks 15.000 ton luiers- en incontinentiemateriaal wordt verwerkt. Deze installatie heeft op dit moment geen ruimte meer.
Pagina 18 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
4.7 Circulaire economie Volgens de Europese Green Deal en het grondstoffenakkoord moet Nederland in 2050 volledig circulair zijn, waarbij 2030 als tussenstap is vastgesteld om 50% circulariteit te bereiken. Gemeente Doetinchem heeft zich eveneens gecommitteerd aan deze doelstelling (Woonvisie en Omgevingsvisie 2023). Om deze ambitie te verwezenlijken, is een eerste Plan van Aanpak Circulaire Economie in de gemeenteraad van 24 juni 2024 vastgesteld. Dit plan wordt in 2024 uitgebreid met een uitvoeringsagenda en een participatie- en communicatieplan. Het plan van aanpak richt zich op vijf speerpunten: • Circulaire Gemeentelijke organisatie • Circulaire Consumptiegoederen • Circulaire Gebiedsontwikkeling • Circulaire Landbouw- en voedingssector • Circulaire Bedrijven en Bedrijventerreinen De circulaire economie wordt vaak uitgelegd aan de hand van de R-ladder. Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe circulairder de strategie is. Het hoogste niveau (Refuse/Rethink) verdient de voorkeur; dit is het niveau waarin de meeste grondstoffen bespaard worden en daarom is het ook de meest efficiënte interventie. De R-ladder (of soortgelijke modellen) wordt door veel organisaties gebruikt om de stappen te bepalen naar een circulaire toekomst.
Het gemeentelijke beleid over consumptiegoederen, en dan met name het afval van inwoners, wordt vormgegeven in dit grondstoffenplan en bij de realisatie van het circulair ambachtscentrum.
Pagina 19 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
5. Grondstoffenplan 2025-2028 Zoals in hoofdstuk vier al is aangeven, is de markt van de grondstoffen dynamisch. In dit grondstoffenplan is er daarom voor gekozen om maatregelen voor de komende twee jaar te beschrijven. Over twee jaar is ook het circulair ambachtscentrum in Doetinchem gerealiseerd. Hiermee wordt gepoogd om de hoeveelheid maatregelen voor inwoners overzichtelijk en duidelijk te maken. Na twee jaar vindt er een tussenevaluatie plaats en wordt er een voorstel gemaakt voor maatregelen in de daaropvolgende twee jaren. De genoemde doelstellingen en speerpunten gelden wel voor de periode 2025-2028.
5.1 Doelstellingen Kijkend naar de trends, ontwikkelingen en doelstellingen, vraagt het nieuwe grondstoffenplan van de gemeente Doetinchem om een duidelijke focus op het verbeteren van de afvalscheiding. Eerder in het plan was het al te lezen: in 2035 moet 65% van het afval in Nederland gerecycled worden. De doelstelling van maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar blijft hierin wel overeind. Ondanks dat in de gemeente Doetinchem de doelstelling van maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar in zicht is, is de doelstelling van 65% recycling in 2035 nog niet behaald. Doetinchem haalt op dit moment een recyclingpercentage van 61%. Met dit grondstoffenplan worden de landelijke doelstellingen door de gemeente Doetinchem onderschreven. Op basis van het huidige recyclingpercentage wordt verwacht dat de doelstelling van 2035 met een goede mix van maatregelen in 2028 haalbaar is. Daarbij zijn de volgende speerpunten leidend: ✓ Stimulering van afvalpreventie en producthergebruik ✓ Goede service voor de inzameling van grondstoffen (bijvoorbeeld PBD, GFT+E, papier, glas, textiel enz.) en minder service voor de inzameling van restafval ✓ Focus op de kwaliteit van grondstoffen ✓ Focus op de kwaliteit van de leefomgeving Tijdens de uitvoering van het huidige grondstoffenplan bleek dat de inzet van inwoners cruciaal is in het bereiken van de doelstellingen.
Daarbij is het nodig dat inwoners goed gefaciliteerd worden en de kwaliteit van de leefomgeving gewaarborgd blijft
Pagina 20 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
5.2 Maatregelen Om de doelstellingen te behalen is er een aantal maatregelen opgesteld voor de komende twee jaar:
Speerpunt: Stimulering van afvalpreventie en producthergebruik Maatregel 1 - Afvalpreventie een vast onderdeel maken van communicatie over grondstoffen Afvalpreventie is een belangrijk speerpunt van dit grondstoffenplan en dit wordt dan ook structureel opgenomen in communicatie over afval in de gemeente Doetinchem. Met de volgende afvalpreventiemogelijkheden gaat Buha de komende jaren aan de slag: •
•
•
•
Buha onderzoekt ter voorkoming van onnodig papierafval de invoering van de ‘ja-ja sticker’. Nu geven huishoudens via de ja-nee sticker aan of ze wel of geen reclamefolders willen ontvangen. De ja-ja-sticker werkt omgekeerd. Als er geen sticker op de brievenbus bevestigd is, ontvangen de bewoners geen reclamefolders. Als bewoners wel een sticker op hun brievenbus hebben, ontvangen ze wel folders. Diverse gemeentes werken al volgens deze methode. Buha komt na het onderzoek met een concreet voorstel voor de gehele gemeente. Buha gaat het delen van spullen promoten in haar communicatie. Denk aan het noemen van verschillende mobiele deel- en leen apps. Daarnaast onderzoekt Buha samen met inwoners de mogelijkheden tot het stimuleren van buurtinitiatieven om spullen te delen, bijvoorbeeld via een buurt-of wijk-app of naar voorbeeld van de wijk Wijnbergen een centraal punt in de wijk met een kast voor gemeenschappelijke spullen. Bij nieuwe projecten wordt de inrichting van een deelhoek of -plek een vast onderdeel. Buha gaat het gebruik van wasbare luiers meenemen in haar communicatie over afvalpreventie. Het blijft belangrijk om inwoners ervan bewust te maken wat de milieuimpact van wegewerpluiers is: ruim 900 kilogram luiers in de eerste drie levensjaren van een kind is een flinke berg afval. Wasbare luiers zijn hierin het enige alternatief.
Buha bekijkt mogelijkheden om wasbare luiers onder de aandacht te brengen bij aanstaande ouders, bijvoorbeeld via verloskundigenpraktijken of kraamverzorgenden. De inschrijving van een pasgeborene bij de gemeente zou ook een mogelijkheid kunnen zijn om wasbare luiers onder de aandacht te brengen. Buha promoot de mogelijkheid van reparatie van spullen en het kopen van tweedehands spullen in haar communicatie over afval.
Maatregel 2 - Focussen op een circulair netwerk met het circulair ambachtscentrum In januari van 2024 is de gemeenteraad via een raadsmededeling en het bezoek aan Buha nader geïnformeerd over de realisatie van het circulair ambachtscentrum. Het circulair ambachtscentrum in Doetinchem wort gerealiseerd bij het huidige brengpunt aan de Havenstraat. De kracht van het concept van het circulair ambachtscentrum voor Doetinchem is vooral dat alle inname van goederen en afvalstromen wordt samengevoegd op het circulair ambachtscentrum aan de Havenstraat. Inwoners kunnen dan op één plek zowel herbruikbare als niet herbruikbare goederen kwijt.
Pagina 21 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Het circulair ambachtscentrum in Doetinchem moet een plek worden waar inwoners zich bewust worden van het belang van hergebruik en recycling. Inwoners worden meegenomen in de stappen die ze hier zelf in kunnen zetten en worden goed geholpen bij het scheiden van het afval. Daarbij wordt het circulair ambachtscentrum onderdeel van een circulair netwerk. Als een spin in het web worden vanuit het circulair ambachtscentrum diverse circulaire (lokale) initiatieven aan elkaar gekoppeld, zoals bijvoorbeeld het bestaande repaircafé en bedrijfjes voor vintage kleding en reparatie in Doetinchem. Binnen het circulair ambachtscentrum wordt het scheiden van de grove afvalstromen verder geoptimaliseerd door het vernieuwen van het brengpunt, demontage en flankerende maatregelen zoals ophalen aan huis. Daar waar mogelijk worden in dit proces mensen die moeite hebben met het vinden van een reguliere baan ingezet. De fysieke aanpassingen zijn op hoofdlijnen samen te vatten tot het volgende: • Inwoners brengen grove afvalstromen naar de locatie van het brengpunt. • Bruikbare huisraad en stromen worden door de kringloop gratis aangenomen. • Voor de overige afvalstromen wordt gebruik gemaakt van het brengpunt van Buha. • Het brengpunt wordt gesplitst naar twee typen (afval)stromen; 1. Een brengperron voor gratis grove afvalstromen (met name voor gescheiden stromen) 2.
Een brengperron voor betaalde grove afvalstromen (met name voor grof restafval en afvalstromen waarvan de verwerking geld kost) Daarnaast wordt er een demontagehal gebouwd waar het grof restafval waar mogelijk wordt gedemonteerd in gescheiden afvalstromen. Binnen dit concept is het noodzakelijk dat inwoners ook het grove afval gaan scheiden. De huidige beleidslijn voor fijn restafval wordt binnen het circulair ambachtscentrum doorgetrokken. Bruikbare huisraad wordt door de kringloop gratis aangenomen en voor de overige stromen gaan inwoners over het brengpunt dat verdeeld is in een gratis perron en een betaald perron. Niet bruikbare huisraad (zoals een stoel met 3 poten) gaan daarbij altijd over het brengpunt. Op deze manier kan Doetinchem ook voor grof restafval de landelijke recyclingdoelstellingen halen en kan een forse besparing worden gerealiseerd op de hoeveelheid grof restafval. Bij grof restafval gaat het over alles wat aan grof afval overblijft dat niet kan worden gescheiden. Grof afval is afval dat niet in de minicontainer aan huis past Ter illustratie: vergelijkbare gemeenten zamelen tussen de 16 en 22 kg per inwoner per jaar aan grof restafval in. In de gemeente Doetinchem is dit rond de 40 kg per inwoner per jaar.
Ook gezien de te verwachten prijsstijgingen voor restafval is het noodzakelijk om grof afval beter te gaan scheiden en om de toegang tot het brengpunt te monitoren met toegangscontrole. De verwachting is dat het nieuwe circulair ambachtscentrum in 2026 kan worden geopend. Op het nieuwe ambachtscentrum worden de betaalde stromen gewogen en wordt per 10 kg afgerekend. Dit is op dit moment ook landelijk de meest effectieve methode. De inzameling aan huis zal ook op dit principe moeten worden aangepast.
Pagina 22 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
De exploitatie van het circulair ambachtscentrum wordt de komende periode verder afgerond, zodat deze in de begroting van 2026 kan worden opgenomen. De tarieven voor het circulair ambachtscentrum worden in december 2025 in de tarievenverordening vastgesteld. De komende periode wordt het concept van het circulair ambachtscentrum nader uitgewerkt. Hierbij wordt ook verbinding gezocht met bedrijven of maatschappelijke initiatieven die binnen Doetinchem gebruik kunnen maken van componenten van het afval dat op het ambachtscentrum wordt ingezameld. Hierover is onder andere al contact gelegd met de Stadskamer. Ook is het belangrijk om goed na te denken over de communicatie met de inwoners. Er verandert veel voor inwoners en daar wordt een apart communicatieplan voor opgesteld. Wanneer het circulair ambachtscentrum gereed is worden inwoners betrokken bij de ontwikkeling van communicatie op het circulair ambachtscentrum zelf (bijvoorbeeld de routing). Voor het circulair ambachtscentrum wordt een educatieplan opgesteld voor de verbinding met het onderwijs.
Speerpunt: Goede service voor de inzameling van grondstoffen en minder service voor de inzameling van restafval Maatregel 3 - Minder service op fijn restafval (omgekeerd inzamelen) Landelijk is te zien dat gemeenten in hun weg naar nog minder restafval, na ‘betalen voor restafval’ overgaan op ‘omgekeerd inzamelen’. Omgekeerd inzamelen houdt in dat restafval niet meer aan huis wordt opgehaald en door inwoners naar een ondergrondse container wordt gebracht. De servicegraad voor restafval gaat daarmee omlaag. Alleen de grondstoffen papier, GFT+E en PBD worden aan huis opgehaald. De servicegraad voor grondstoffen blijft daarmee hoog. De gemeenten die overgaan op omgekeerd inzamelen boeken hiermee veelbelovende resultaten. Om te zorgen dat ook de gemeente Doetinchem voortvarend koers kan zetten richting de gestelde doelstellingen, zet deze maatregel de eerste stappen richting ‘omgekeerd inzamelen’. Voor nieuwe projecten wordt restafval wegbrengen naar een ondergrondse container de norm. Bij een aantal projecten in de komende periode is dit al de werkwijze. De komende twee jaar worden benut om per wijk te onderzoeken wat de belangstelling is voor omgekeerd inzamelen en of er voldoende ondergrondse containers zijn voor restafval. Zo kan voor de tweede helft van dit grondstoffenplan een concreet voorstel worden gedaan over deze inzamelmethode.
Daarnaast wordt in de wijken goed gekeken naar het aantal ondergrondse containers voor glas en papier, zodat inwoners deze grondstoffen goed kunnen aanbieden.
Pagina 23 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Als inwoners goed gefaciliteerd worden, is het makkelijker om afval te scheiden en dit komt de resultaten ten goede (zie ook maatregel 6). Maatregel 4 - Financiële prikkel grof restafval Bij de realisatie van het circulair ambachtscentrum wordt de toegangscontrole die beschreven stond in grondstoffenplan ’20-’24 ingevoerd. Daarnaast wordt de financiële prikkel om zo min mogelijk restafval te produceren, uitgebreid naar grof restafval. Dit past ook bij de gedachte van het circulair ambachtscentrum, waar afval zoveel mogelijk gescheiden wordt ingezameld. Bij de maatregel over het circulair ambachtscentrum is dit nader toegelicht. Maatregel 5 - GFT+E cocons bij hoogbouw Zoals eerder benoemd zijn er op verzoek van veel bewoners van hoogbouwwoningen containers voor GFT+E geplaatst. Deze staan meestal in een beugel. Op dit moment doet Buha op 20 locaties een proef met een GFT+E cocon. De komende jaren worden op mogelijk geschikte plekken, bijvoorbeeld als de kwaliteit van het GFT+E slechter is of als de container voor GFT+E op een open plek staat, de bestaande GFT+E containers vervangen voor de nieuwe GFT+E cocons. Eventueel kan op deze cocons ook toegangscontrole worden geplaatst als er bijvoorbeeld veel verkeerd afval in komt.
Maatregel 6 - Ondergrondse containers voor textiel, glas en papier op strategische plekken die passen bij de bewoners De komende jaren moeten de ondergrondse containers voor glas, textiel en deels ook papier worden vervangen. Dit is een goed moment om nog eens goed naar de locaties te kijken. Belangrijk hierbij is dat de plek voor inwoners makkelijk te vinden is, maar ook dat de locatie niet uitnodigt tot bijplaatsen. Maatregel 7 - Vaker PBD bij hoogbouw + standaard haken Zoals in de tussenevaluatie al is aangegeven, worden op sommige plekken de zakken voor PBD ook buiten de inzameldag aangeboden. Op een aantal locaties is daarom de frequentie van ophalen al verhoogd naar eens in de week in plaats van eens in de twee weken. Het aantal locaties waar Buha ophaalt in zakken wordt de komende twee jaar verder uitgebreid. Ook worden op plekken met veel hoogbouw of compacte bouw, waar de inzameling met containers inpandig niet soepel verloopt, de inzameling overgezet naar inzameling met PBD zakken. Hiermee heeft Buha al een start gemaakt. Over het algemeen is de kwaliteit van PBD dat met zakken wordt ingezameld hoger en wordt op deze locaties ook een verbetering gezien. Daarbij wordt ook ruimte gecreëerd om de inzameling bij locaties waar eens per week inzamelen te weinig is, de inzameling op te hogen naar twee keer week.
Pagina 24 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Speerpunt: Focus op kwaliteit van grondstoffen Maatregel 8 - ‘Van binnen naar buiten’ voortzetten op meer locaties Voor hoogbouw is het altijd een vorm van maatwerk hoe gescheiden stromen het beste kunnen worden ingezameld. Restafval wordt ingezameld in een ondergrondse container en GFT+E afval in een container en eventueel met een cocon. De inzameling van PBD en papier hangt af van de locatie; in PBD zakken, containers of in het geval van papier in een ondergrondse container. Omdat inpandig inzamelen van afvalstromen wat betreft (brand)veiligheid en de kwaliteit van de afvalstromen niet altijd wenselijk is, heeft Buha in samenwerking met Sité woondiensten het afgelopen jaar een start gemaakt met het verplaatsen van de containers van binnen naar buiten. Deze werkwijze wordt toegepast bij een groot deel van de hoogbouwwoningen in de gemeente Doetinchem. Wanneer PBD in zakken (buiten) wordt ingezameld, vindt de inzameling één keer per week plaats. Eerder was dit eens per twee weken. De inpandige inzameling van papier in containers stopt voor heel de gemeente Doetinchem. Dit betekent dat er extra ondergrondse containers voor papier worden geplaatst.
Maatregel 9 - Project ter verbetering van kwaliteit ook uitzetten voor GFT+E en papier Het project ‘Verbetering kwaliteit grondstoffen’ die Buha in 2024 heeft opgestart richt zich op het behouden en het verbeteren van de kwaliteit van PBD. Het belang van dit project is tweeledig, want zowel vanuit het oogpunt duurzaamheid als vanuit kostentechnisch oogpunt, is het wenselijk dat er zo min mogelijk vervuiling in het gescheiden afval terechtkomt. De aanpak die voor PBD is ontwikkeld wordt vervolgens verder uitgebreid naar hoogbouw en de stromen GFT+E en papier bij laagbouw. Maatregel 10 - Een duurzame textielketen (aanpak hoeveelheid, kwaliteit en illegale containers) Zoals te lezen is in het hoofdstuk over trends en ontwikkelingen, staat inzameling en verwerking van textiel onder druk. Gemeenten hebben op basis van de wet Milieubeheer een inzamelplicht voor textiel. Gemeenten zijn dus maar deels verantwoordelijk voor het behalen van de doelstellingen rond circulair textiel. Zoals aangegeven moet Buha de komende periode de textielcontainers vervangen. Dit is een goed moment om een circulaire aanpak van textiel voor Doetinchem verder vorm te geven. Hiervoor is een integrale aanpak nodig: 1. Inzet op tweedehands textiel Aktief haalt uit het textiel dat wordt ingezameld kledingstukken, schoenen e.d. die zij in de winkel kunnen verkopen. 2.
De inzamelmiddelen De nieuwe containers voor textiel komen op toegankelijke plekken. Daarnaast wordt het aantal containers uitgebreid.
Pagina 25 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
3. Communicatie Buha communiceert met inwoners over afvalscheiding. Goede communicatie over het scheiden van textiel kan een bijdrage leveren aan de hoeveelheid en de kwaliteit van het ingezamelde textiel. Daarnaast is het wat betreft communicatie ook goed om in te zetten op de mogelijkheid om tweedehandstextiel aan te schaffen en kleding en schoenen waar mogelijk te laten repareren. Zo wordt ingezet op het gebruik van duurzame kleding. Ook is het goed om op bijvoorbeeld scholen voorlichting te geven over de huidige productie van kleding en het gebruik van duurzame kleding. 4. Handhaving Vanuit het Grondstoffenplan ’20 - ‘24 is het nog steeds een aandachtspunt om de illegale inzameling van textiel (via instellingen die daarvoor niet in de gemeente Doetinchem zijn aangewezen) aan te pakken. Er is onvoldoende bekend over deze instellingen en wat er met het ingezamelde textiel gebeurt. Bovendien loopt de gemeente door deze inzameling eventuele opbrengsten van het textiel mis, terwijl de inzamelplicht en daarmee de kosten wel bij de gemeente ligt.
Speerpunt: Focus op kwaliteit leefomgeving Maatregel 11 - Aanpak bijplaatsingen en dumpingen voortzetten Binnen het huidige grondstoffenplan zijn verschillende acties ingezet om bijplaatsingen en dumpingen te voorkomen. Dit blijft ook binnen dit grondstoffenplan doorgaan, om blijvend de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen. Maatregel 12 - Actieve aanpak zwerfafval Buha is met vrijwilligers actief om het zwerfafval op te ruimten. Zo houden we Doetinchem samen schoon. Buha blijft zich hiervoor inzetten. Ook de komende periode blijft Buha samen met de vrijwilligers kijken hoe het zwerfafval op een goede manier kan worden opgeruimd. Jaarlijks ontvangen actieve vrijwilligers hiervoor een attentie. Ook is Buha bezig om met MC Donalds een convenant op te stellen voor het samen opruimen van het zwerfafval. Ook gaat Buha op educatieve wijze met de Troepers aan de slag voor een schoon Doetinchem. Hiervoor worden acties, challenges en speciale Troepers middagen gehouden.
Algemeen Maatregel 13 – Communicatie en participatie Het succes van het grondstoffenplan van de gemeente Doetinchem hangt in grote mate af van de manier waarop inwoners hun afval aanbieden. Een positieve houding ten opzichte van afvalpreventie, een schone leefomgeving en het scheiden van afval is cruciaal voor het realiseren van de doelstellingen van dit plan. Daarom koerst Buha op een effectieve en strategische communicatieaanpak die door te focussen op kennis en bewustzijn inwoners motiveert. Dit alles op toegankelijke wijze.
Pagina 26 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
Als mensen zich gezamenlijk verantwoordelijk gaan voelen voor een schonere en duurzamere omgeving, is de kans groter dat zij positief gedrag laten zien. Daarbij spelen ook sociale invloeden zoals een sociale norm en groepsdruk een grote rol. Het is belangrijk om te realiseren dat gedragsverandering een complex proces is waarin veel verschillende factoren meespelen. Voor elke maatregel die binnen het grondstoffenplan wordt geïmplementeerd, zal er nauwkeurig worden bekeken welke communicatiemiddelen het meest effectief zijn voor de specifieke wijken en doelgroepen. Dit betekent dat er rekening gehouden wordt met de demografie, de voorkeuren en de behoeften van de inwoners. Bij verschillende maatregelen kunnen de inwoners van de gemeente Doetinchem actief participeren. Hierbij worden inwoners niet alleen geïnformeerd, maar hebben zij ook de mogelijkheid om hun ideeën en suggesties in te brengen. Door deze samenwerking voelen de inwoners zich meer betrokken bij de gekozen weg, wat de kans op succes vergroot.
Pagina 27 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
6. Financiële gevolgen Op basis voor bovenstaande maatregelen zijn dit de verwachte kosten per maatregel voor de komende vier jaar.
Maatregel
Investering
Vaker PBD inzamelen bij hoogbouw Extra ondergrondse containers rest, papier, glas en textiel Borden met PBD haken Optimalisatie GFT-inzameling bij hoogbouw Ja-ja stickers
Structurele kosten
Jaar van invoering
Kostenneutraal
2025
€ 312.500
€ 21.000
2026
€ 10.000
€ 2.000
2026
€ 75.000
€ 7.500
2026
€ 18.900
€ 1.300
2026
Tijdens de vorige planperiode is gestart met vaker PBD inzamelen bij hoogbouw. Dit werd gedekt uit een maatregel van het vorige Grondstoffenplan. De verdere uitbreiding van deze maatregel wordt terugverdiend uit een verdere optimalisatie van de afvalinzameling. Daarnaast wordt een terugverdieneffect verwacht in de verwerkingskosten van PBD. Nu wordt PBD uit hoogbouw vaak afgevoerd als restafval met bijbehorend restafvaltarief. Vaker PBD inzamelen in combinatie met inzameling in zakken zorgt voor een verbetering van de kwaliteit van ons PBD en daarmee voor een verhoging van de vergoeding voor onze inzamelkosten. In onderstaand overzicht staat een inschatting van de extra kosten voor de komende twee jaar voor de maatregelen van het grondstoffenplan.
Structurele kosten
2025 € 0,00
2026 € 31.800
De precieze kosten en baten voor 2026 worden verrekend via de gemeentelijke begroting. Voorgesteld wordt om de aanvullende maatregelen met ingang van 2026 van in totaal € 31.800 (zie pagina 26 van het nieuwe Grondstoffenplan) mee te nemen bij de berekening van de kostendekkende tarieven afvalstoffenheffing, als onderdeel van de begroting 2026. Na twee jaar volgt een tussenevaluatie. Er volgt dan een nieuw raadsvoorstel over omgekeerd inzamelen en eventuele andere maatregelen, met een inschatting van de kosten. Indien noodzakelijk zullen de financiële consequenties meegenomen worden bij de berekening van de kostendekkende tarieven afvalstoffenheffing, als onderdeel van de begroting.
Pagina 28 | Grondstoffenplan 2025 - 2026
In de raadsvergadering van 29 april 2021 is er een besluit genomen over het circulair ambachtscentrum. Voor de realisatie van het circulair ambachtscentrum staat de gemeente Doetinchem garant voor een lening van € 4.000.000,- In 2023 is een extra garantstelling aangevraagd van € 600.000,- vanwege de stijgende prijzen. De verwachting is dat dit binnen de vastgestelde investeringsruimte van €4.600.000,- kan worden gerealiseerd. Naar verwachting worden de structurele lasten (afschrijving en personeelskosten) van het circulair ambachtscentrum terugverdiend door een besparing op de verwerking van het Doetinchemse grof huishoudelijk afval. Daarnaast worden de tarieven voor de betaalde afvalstromen aangepast aan de tarieven in de regio. Bij de berekening van de exploitatie en de tarieven is het onze ambitie om het starttarief, zoals dat in het raadsvoorstel van het circulair ambachtscentrum stond, weg te laten, en alle kosten te dekken uit de tarieven per 10 kg en de besparing op het restafval. In de belastingverordening en begroting van 2026 komt een voorstel over de nieuwe tarieven voor het circulair ambachtscentrum.
Pagina 29 | Grondstoffenplan 2025 - 2026