Bijlage 5.b Overzicht wijzigingen Bomenverordening Omgevingswet 2024.pdf
Tekst van het document
Bijlage 5.b Overzicht wijzigingen Bomenverordening gemeente Doetinchem 2024 Huidig artikel In het algemeen is het woord ‘boom of bomen’ vervangen door ‘houtopstand of houtopstanden. Artikel 1.1 b openbare boom: een boom in de openbare ruimte (eigendom van gemeente, provincie, waterschap, rijk); Artikel 1.1 c particuliere boom: bomen in particulier eigendom; Artikel 1.1 h. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1 Wet natuurbescherming. Artikel 1.2 In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, kappen, met inbegrip van verplanten, snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume, met inbegrip van kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 2: Kapverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het verbod in lid 1 geldt niet voor openbare bomen met een stamomtrek van minder of gelijk aan 60 centimeter op 1.30 m. hoogte boven het maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de dikste stam van doorslaggevende betekenis voor het vellen van de gehele boom. 3. Het verbod in lid 1 geldt niet voor particuliere bomen met een stamomtrek van minder of gelijk aan 120 centimeter op 1.30 m. hoogte boven het
Voorgesteld artikel
Artikel 1.1 b. openbare houtopstand: een houtopstand in de openbare ruimte (eigendom van gemeente, provincie, waterschap, rijk); Artikel 1.1 c. niet openbare houtopstand: houtopstand in particulier eigendom; Artikel 1.1 h. bebouwingscontour houtkap: de bebouwingscontour houtkap van de gemeente, vastgesteld in het omgevingsplan. Artikel 1.2 In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, kappen, verplanten, snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume, kandelaberen en het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 2: Verbod en omgevingsvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. een openbare houtopstand te vellen met een stamomtrek van 60 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b. een niet openbare houtopstand te vellen met een stamomtrek van 120 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; c. een houtopstand te vellen met een grotere oppervlakte dan 1000 m2 binnen de bebouwde kom;
Toelichting Vanwege de terminologie in de Omgevingswet Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen. Artikel is tekstueel aangepast. Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen.
Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen.
maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de dikste stam van doorslaggevende betekenis voor het vellen van de gehele boom. 4. Het verbod in lid 1 geldt niet voor houtopstanden binnen de bebouwde kom, uitgezonderd: a. Houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen en een grotere oppervlakte bestaan dan 1000 m2; b. Openbare bomen met een stamomtrek van meer dan 60 centimeter; c. Particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter; d. Bomen die zijn geïnventariseerd en geplaatst op de bijzondere bomenlijst; 5. Het verbod in lid 1 geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde kom boswet, uitgezonderd: e. Openbare bomen met een stamomtrek van meer dan 60 centimeter; f. Particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter; g. Bomen die zijn geïnventariseerd en geplaatst op de bijzondere bomenlijst. 6. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet, indien het betreft: h. populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; i. fruitbomen, en windschermen om boomgaarden; j. fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
d. bomen te vellen die zijn geplaatst op de bijzondere bomenlijst; e. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een herplant- en instandhoudingsplicht; f. een houtopstand te vellen die is aangelegd ter uitvoering van een overeenkomst met een bestuursorgaan of een publiekrechtelijke rechtspersoon. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand die moet worden geveld volgens de Plantenziektenwet of een aanschrijving van het college; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; c. dunning en ander regulier onderhoud in een aaneengesloten houtopstand; d. het periodiek knotten of kandelaberen als beheermaatregel; e. populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij dit knotbomen zijn; f. houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; g. houtopstanden waarop de Omgevingswet (aanvullingsspoor Natuur) van toepassing is.
k. kweekgoed; l. houtopstand, niet gelegen binnen de bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20. 7. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikel 10 van deze verordening; b. houtopstand die moet worden geveld op grond van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid op last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze verordening; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel, ter uitvoering van het reguliere onderhoud, bij daarvoor geschikte boomsoorten; e. dunning en ander regulier onderhoud; dunning is een velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. Artikel 3: Aanvraag vergunning 1. De omgevingsvergunning voor de activiteit kappen moet door middel van het
Artikel 3, vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Indieningsvereisten zijn geregeld in de Omgevingswet.
aanvraagformulier en onder bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 2. Het college beslist omtrent een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit kappen binnen acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. Artikel 4: Weigeringsgronden 1. Het college kan de omgevingsvergunning voor de activiteit kappen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer: - natuur- en milieuwaarden; - landschappelijke waarden; - cultuurhistorische waarden; - waarden van stads- en dorpsschoon; - waarden voor recreatie en leefbaarheid. 2. Het college kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning mede de boomwaarde als motivering hanteren. 3. Geen vergunning om te vellen wordt verleend voor houtopstand voorkomende op de in artikel 11 genoemde lijst van bijzondere bomen, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang of grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid. Artikel 5: Openbaarmaking Van een besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt onverwijld kennis gegeven in het
Artikel 4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geweigerd in het belang van onder meer: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. waarden van stads- en dorpsschoon; e. waarden voor recreatie en leefbaarheid. 2. Het college kan de boomwaarde als motivering hanteren bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning. 3. Vergunning om te vellen wordt geweigerd voor een houtopstand die geplaatst is op de lijst van bijzondere bomen (artikel 9), tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, grote gevaarzetting of spoedeisend belang van openbare orde.
Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen.
Artikel 5: Openbaarmaking Een besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt digitaal bekend gemaakt op
Aangepast aan wijze van bekendmaking.
Gemeenteblad (overheid.nl) na verzending aan de aanvrager. Artikel 6: Vervaltermijn vergunning De vergunning vervalt indien daarvan niet binnen maximaal twee jaar na het onherroepelijk zijn gebruik is gemaakt. Artikel 7: Bijzondere vergunningsvoorschriften 1. Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat in geval van ruimtegebrek voor herplant ter plaatse het bedrag van de boomwaarde in het bomenfonds dient te worden gestort voor de aanplant van bomen met dezelfde functie elders. 4. Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden waarbij aanwijzingen worden gegeven ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 5. Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat van de vergunning geen gebruik mag worden gemaakt totdat andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
ruimtelijkeplannen.nl na verzending aan de aanvrager. Artikel 6 Beperking geldigheidsduur De vergunning vervalt als daarvan niet binnen twee jaar na het onherroepelijk worden gebruik is gemaakt Artikel 7 Bijzondere vergunningvoorschriften 1. Bij een vergunning kan worden voorgeschreven dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Wordt een vergunning verleend met herplant, dan kan daarbij ook worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Als herplanting niet mogelijk is, kan bij de vergunning worden voorgeschreven dat het bedrag van de boomwaarde in het bomenfonds dient te worden gestort voor de aanplant van bomen. 4. Ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna, kunnen aanwijzingen worden voorgeschreven. 5. Bij de vergunning kan worden voorgeschreven dat pas tot vellen van houtopstanden mag worden overgegaan als andere vergunningen of ruimtelijke besluiten onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
Omschrijving artikel is duidelijker Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen.
6. Degene aan wie een verplichting of een voorschrift als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel 8: Herplant-/instandhoudingsplicht 1. Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, danwel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om : - overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;
Artikel 8 Instandhouding en herplant van houtopstanden 1. Als een vergunningplichtige houtopstand zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de rechthebbende de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen, binnen een door hem te stellen termijn. 2. In de beschikking als bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Als een verguningplichtige houtopstand in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de rechthebbende de verplichting opleggen om: a. binnen een te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. b. een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.
Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen.
- een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden. 4. Degene aan wie een verplichting of een voorschrift met een voorziening als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel 9: Schadevergoeding Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet. Artikel 10: Bestrijding van iepziekte 1. Dit artikel verstaat onder: a. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); b. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus. 2. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; b. de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen; c. de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 3.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout
Artikel 9, vervalt bij de inwerkingtreding van de omgevingswet.
Financiële aspecten zijn geen onderdeel van de omgevingswet.
Artikel 10, vervalt.
Er wordt al verwezen naar de Plantengezondheidswet.
en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. 4. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. Artikel 11: Bijzondere bomen 1. Het college stelt een lijst op met bijzondere bomen. Op deze lijst wordt vermeld: de plaatselijke aanduiding, de naam van de eigenaar en een beschrijving van de houtopstand met foto’s en een kaart met de exacte situering van de houtopstand. 2. Deze lijst omvat de houtopstanden die voorkomen in het nationale register van monumentale bomen van de landelijke Bomenstichting, lokaal bijzondere bomen en herdenkingsbomen ongeacht hun leeftijd. 3. De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst met bijzondere bomen is verplicht het college onmiddellijk mededeling te doen van: - eigendomsoverdracht van de houtopstand; - het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand; - de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.
Artikel 11 Bijzondere bomen 1. Het college stelt een lijst op met bijzondere bomen. 2. Op de lijst wordt vermeld: a. de plaatselijke aanduiding; b. een beschrijving van de houtopstand met foto's en een kaart met de exacte situering van de houtopstand. 3. De lijst omvat: a. de houtopstanden die voorkomen in het nationale register van monumentale bomen van de landelijke Bomenstichting; b. lokaal bijzondere bomen; en c. herdenkingsbomen ongeacht hun leeftijd. 4. De rechthebbende van een houtopstand die vermeld staat op de lijst, bedoeld in het eerste lid, is verplicht het college onmiddellijk mededeling te doen van: a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand; b. de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.
Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen. In verband met de AVG zijn privacy gevoelige gegevens verwijderd van de lijst bijzondere bomen.
Artikel 12: Bescherming bomen 1. Het is verboden om houtopstanden, die gemeentelijk eigendom zijn: - te beschadigen, te bekladden of te beplakken; - daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak. 2. Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het college. Artikel 15: Strafbepaling 1. Degene, die handelt in strijd met het voorschrift als bedoeld in artikel 10, wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2. Bij de strafmaatbepaling kan rekening gehouden worden met de boomwaarde.
Artikel 12 Bescherming bomen 1. Het is verboden om houtopstanden, die gemeentelijk eigendom zijn: a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken; b. te snoeien behalve door medewerkers die namens de gemeente hun opgedragen boomverzorgende taak uitoefenen; 2. Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke houtopstand aan te brengen of te bevestigen.
Artikel is tekstueel vereenvoudigd. Geen inhoudelijke wijzigingen.
Artikel 15 vervalt.
Is geregeld in de Plantengezondheidswet.