CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Winkelcentrum De Bongerd - 2020_Toelichting.pdf

beeldvormende raad 15 april 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Winkelcentrum De Bongerd - 202121.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor investeringen is het mogelijk om voor leningen een waarborgstelling aan te vragen. De gemeente werkt in dit kader altijd samen met het Waarborgfonds voor de Sport. De waarderingsbijdrage voor clubaccommodaties blijft waarschijnlijk bestaan. Onderzoek en conclusie Het vervangen van de sporthal past binnen de gemeentelijke beleidsnota 'Doetinchem in vorm' en sluit aan bij de missie van sport en bewegen in Doetinchem. Door de ontwikkeling wordt de sportvoorziening vervangen door een nieuwe moderne voorziening, waarmee de kwaliteit van de voorziening fors verbeterd wordt.

31 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

32 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

Hoofdstuk 4 4.1

Haalbaarheid

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en overige aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 4.2.2

Situatie plangebied

Econsultancy bv heeft in het plangebied een 'Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest in puin winkelcentrum De Bongerd' uitgevoerd. De resultaten en conclusies van dit onderzoek zijn opgenomen in deze paragraaf. Het onderzoek (kenmerk: Econsultancy, d.d. 24 mei 2019 is als Bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig grof zand. De boven- en ondergrond is bovendien plaatselijk zwak humeus. Ter plaatse van het parkeerterrein en het plein is onder de klinkerverharding (groten)deels sprake van een tussen de 20 en 50 centimeter dikke gebroken puinfundatielaag. Verder zijn sporadisch bijmengingen met plastic en baksteen en/of beton in de bodem aanwezig. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de zwak baksteenhoudende en zwak betonhoudende zandige bovengrond op de onderzoekslocatie zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. In de zintuiglijk schone zand bovengrond en in de zintuiglijk schone zandlaag onder de puinfundatielaag zijn analytisch eveneens geen verontreinigingen aangetoond. De sterk plastichoudende klei ondergrond is analytisch niet verontreinigd. De zwak tot matig baksteenhouddende en zwak betonhoudende zand ondergrond is licht verontreinigd met kobalt.

Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van barium in het grondwater. In de gebroken puinfundatielaag die rond 2000 onder de parkeerplaats is aangebracht, is zowel visueel als analytisch (indicatief) geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet-lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er echter géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het puingranulaat kan als niet-asbesthoudend worden beschouwd.

33 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.2.3

Conclusie

De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Akoestiek

4.3.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies (o.a. wonen). Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en railverkeerslawaai. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Wegverkeer kan overlast bij woningen of geluidsgevoelige functies veroorzaken. In de Wet geluidhinder zijn daarom geluidsnormen en voorkeursgrenswaarden opgenomen. Er is van rechtswege een zone gelegen langs iedere weg, met uitzondering van woonerven en 30 km gebieden. Voor alle woningen en geluidgevoelige bestemmingen die binnen de zone van die weg liggen, moet de geluidbelasting als gevolg van verkeerslawaai berekend worden. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 2019 Om het effect van de toename van verkeersbewegingen ten gevolge van het plan op de omliggende woningen inzichtelijk te maken is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (kenmerk Econsultancy, d.d 28 oktober 2019) uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 6. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Om het akoestisch effect van het plan op omliggende geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk te maken zijn geluidsmodellen opgesteld voor zowel de autonome ontwikkeling als de toekomstige ont-wikkeling. In bijlage 1 en 2 van het rapport zijn respectievelijk de volledige invoergegevens en berekeningsresultaten van de modellen opgenomen. De grenswaarde is gelijk aan de autonome ontwikkeling met een minimum van 48 dB (de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting).

In onderstaand tabel zijn de geluidsbelastingen voor zowel de autonome ontwikkeling als de planontwikkeling inzichtelijk gemaakt.

De voorziene toenames van de geluidsbelastingen vanwege het plan zijn lager dan 1,5 dB en worden acceptabel geacht. Bij het hanteren van de daadwerkelijke verkeersgeneratie van 2902 motorvoertuigen per etmaal zullen de toenames in de praktijk nog lager uitvallen. Het plan wordt 34 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

akoestisch inpasbaar geacht, de verkeersaantrekkende werking zal niet zorgen voor een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 2021 Naar aanleiding van zienswijzen is het akoestisch onderzoek gewijzigd (kenmerk Econsultancy, d.d 11 februari 2021). Het gewijzigde akoestisch onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 6. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. De grenswaarde is gelijk aan de autonome ontwikkeling met een minimum van 48 dB (de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting). Omdat alleen als gevolg van de Plattenburgstraat de geluidsbelasting hoger is dan 48 dB zijn in onderstaand tabel de geluidsbelastingen voor zowel de autonome ontwikkeling als de planontwikkeling inzichtelijk gemaakt. De geluidsbelastingen als gevolg van de overige wegen zijn lager dan 48 dB.

De voorziene toenames van de geluidsbelastingen vanwege het plan zijn lager dan 1,5 dB en worden acceptabel geacht. De verkeersaantrekkende werking van het plan zal niet zorgen voor een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat ter hoogte van de geluidgevoelige bestemmingen. 4.3.3

Railverkeerslawaai

Voor railverkeerslawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Er is van rechtswege (Wet geluidhinder) een zone gelegen langs iedere spoorlijn (die zone bedraagt binnen de gemeentegrens Doetinchem 100 meter). Dit bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai kan achterwege blijven. 4.3.4

Industrielawaai/bedrijfszonering

In het kader van voorliggend plan zijn de volgende aspecten akoestisch relevant; de bevoorrading van de detailhandel (laden en lossen), de (technische) installaties, eventueel buitenterras (roepen van personen), toename van verkeersbewegingen op de ontsluitende wegen, dichtslaan van portieren en het lopen en stallen van winkelwagens. Akoestisch onderzoek industrielawaai 2019 Vorenstaande aspecten zijn beoordeeld in het 'akoestisch onderzoek indirecte hinder winkelcentrum De Bongerd' (kenmerk Econsultancy, d.d 18 juli 2019) uitgevoerd. Het akoestisch 35 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. De berekeningen voor de maximale representatieve bedrijfssituatie zijn uitgevoerd conform methode II.8 van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999) met behulp van het softwarepakket Geomilieu versie 5.00. In het model is de inrichting en de directe omgeving opgebouwd door middel van gebouwen, bodemgebieden, geluidsbronnen en toetspunten. Op de omliggende geluidgevoelige bestemmingen vinden geen overschrijdingen van de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau plaats. Enkel ter hoogte van de Fruitweg 2 treden in de nachtperiode overschrijdingen van de grenswaarde voor maximale geluidniveaus op. Vanwege de situering van de bestaande parkeerplaatsen zal geen verslechtering van het huidige akoestisch woon- en leefklimaat plaatsvinden. Aangezien de supermarkt tot maximaal 22.00 uur is geopend, zal de frequentie waarin na sluitingstijd een overschrijding zal optreden laag zijn. In de avondperiode treden overschrijdingen tot 1 dB van de grenswaarden voor de indirecte hinder op. De toenames van de geluidsbelastingen vanwege het plan zijn echter lager dan 1,5 dB en worden acceptabel geacht. Bij het hanteren van een meer realistische verdeling van het verkeer over de verschillende ontsluitingswegen zullen de toenames in de praktijk nog lager uitvallen.

Het plan wordt akoestisch inpasbaar geacht, de verkeersaantrekkende werking zal niet zorgen voor een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat. De beperkte overschrijding kan met onderstaande aanvullende onderbouwing met betrekking tot het binnenniveau onder stap 3 van de VNG-brochure acceptabel worden geacht. Slaapverstoring is voor het onderhavig plan niet aan de orde. Het woon- en leefklimaat in de woningen (binnenniveau) ten gevolge van indirecte hinder en maximale geluidniveaus wordt, bij aansluiting op de grenswaarden voor in- of aanpandige gevoelige gebouwen van respectievelijk 35 en 55 dB(A) etmaalwaarde, bij een geluidwering van de gevels van minimaal 20 dB gegarandeerd. Ingevolge de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening mag vanuit worden gegaan dat bij een goed onderhouden woning de geluidwering tenminste 20 dB bedraagt. Op basis van de staat van onderhoud wordt geconcludeerd dat het vereiste binnenniveau in de woningen wordt gegarandeerd. Akoestisch onderzoek industrielawaai 2021 Naar aanleiding van zienswijzen is het akoestisch onderzoek gewijzigd (kenmerk Econsultancy, d.d 24 februari 2021). Het gewijzigde akoestisch onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen.

In onderstaand tabel zijn het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau ten gevolge van het plan weergegeven. In bijlage 3 van het rapport is een volledig overzicht van berekeningsresultaten weergegeven.

Op de omliggende geluidgevoelige bestemmingen vinden, met uitzondering van Fruitweg 2, geen 36 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

overschrijdingen van de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus plaats. De grenswaarde volgens stap 3 van de VNG-publicatie wordt ter hoogte van de Fruitweg 2 niet overschreden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een afweging van aanvullende geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. De overschrijdingen van de grenswaardes bedragen 1 en 3 dB voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus. Maatgevend voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zijn de verkeersbewegingen op het parkeerterrein en uit de parkeerkelder. Maatgevend voor de maximale geluidniveaus zijn de dichtslaande portieren. Aan dergelijke bronnen (die niet in eigen beheer zijn) zijn geen bronmaatregelen mogelijk. Een overdrachtsmaatregel op het parkeerterrein zelf is vanwege overwegende bezwaren van verkeerskundige aard en de beperkte ruimte niet realistisch. Beschouwd zijn: het plaatsen van een geluidscherm; het aanpassen van het parkeerterrein. Een geluidscherm is niet wenselijk gebleken, aangezien deze een minimale hoogte zou moeten krijgen van 4 meter en hiermee het zicht vanuit de woning volledig zal ontnemen.Geconstateerd is dat reeds in de huidige situatie op korte afstand van de woningen aan de Fruitweg worden geparkeerd.

Door de indeling van het parkeerterrein aan te passen is het mogelijk om de afstand tussen de parkeervakken en de woningen te vergroten. In afbeelding 4.1 is de oorspronkelijke situatie (links) en na aanpassing van de indeling (rechts) weergegeven.

Afbeelding 4.1: Inrichting parkeerterrein oorspronkelijke situatie (links) en na aanpassing (rechts)

In onderstaand tabel zijn de akoestische effecten van de gewijzigde indeling opgenomen. In bijlage 5 van het rapport zijn de volledige invoergegevens en resultaten opgenomen.

Er zal wat betreft de hoogte van de maximale geluidniveaus met een wijziging van de indeling van het parkeerterrein een kleine verbetering optreden van het huidige akoestisch woon- en leefklimaat. De beperkte overschrijding van 2 dB kan met onderstaande aanvullende onderbouwing met betrekking tot het binnenniveau onder stap 3 van de VNG-brochure acceptabel worden geacht. 37 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

Slaapverstoring is voor het onderhavig plan niet aan de orde. Het woon- en leefklimaat in de woningen (binnenniveau) ten gevolge van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus wordt, bij aansluiting op de grenswaarden voor in- of aanpandige gevoelige gebouwen van respectievelijk 35 en 55 dB(A) etmaalwaarde, bij een geluidwering van de gevels van minimaal 17 dB gegarandeerd. Ingevolge de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening mag vanuit worden gegaan dat bij een goed onderhouden woning de geluidwering tenminste 20 dB bedraagt. Op basis van de staat van onderhoud wordt geconcludeerd dat het vereist binnenniveau in de woning wordt gegarandeerd. 4.3.5

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Algemeen

Sinds 15 november 2007 zijn bepalingen met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 titel 2 Wm). In titel 5.2 staat een kader opgenomen waaraan de toelaatbaarheid van een project kan worden getoetst. Op basis van artikel 5.16, eerste lid geldt dat een project onder andere toelaatbaar is indien deze niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen. 4.4.2

Besluit- en regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)

In het besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) staat vermeld dat een project NIBM is als het project een toename van maximaal 3 % van de grenswaarde (zijnde 1,2 µg/m³) voor de jaargemiddelde concentratie NO en PM10. Wanneer een project als NIBM kan worden beschouwd, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project. Met de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën aangewezen die in elk geval NIBM bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht. In artikel 4, eerste lid van de regeling worden nieuwbouwlocaties met 1.500 en 3.000 woning en respectievelijk één en twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, als NIBM aangewezen. 4.4.3

Situatie plangebied

Onderzoek luchtkwaliteit 2019 Om te beoordelen of de ontwikkeling zich verhoudt tot luchtkwaliteitseisen is een Notitie luchtkwaliteit (kenmerk Econsultancy, d.d. 17 oktober 2019) opgesteld. In dit onderzoek, bijgevoegd als Bijlage 8, wordt dit berekend. Hierna worden de conclusies beschreven. De uitbreiding van het winkelcentrum leidt tot een gemiddelde toename van circa 3000 motorvoertuigen per etmaal. Deze voertuigen zullen zich gelijkmatig uitsplitsen in drie richtingen, naar het oosten (Doetinchem), westen (Wehl) en zuiden (Dichteren). Het extra verkeer per ontsluitingsweg 1000 motorvoertuigen per etmaal bedragen. Met behulp van de NIBM-tool is het effect van de toekomstige verkeersgeneratie per ontsluitingsweg inzichtelijk gemaakt. Uit de berekeningen blijkt dat de extra verkeersgeneratie per ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het plan wordt niet noodzakelijk 38 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

geacht. Onderzoek luchtkwaliteit 2021 Naar aanleiding van zienswijzen is het luchtkwaliteitsonderzoek gewijzigd (kenmerk Econsultancy, d.d 12 februari 2021). Het gewijzigde luchtkwaliteitsonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. De beoordeling van de luchtkwaliteit heeft plaatsgevonden voor de toekomstige situatie met peiljaar 2023. Door technologische verbeteringen aan emissiebronnen zal de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door het wegverkeer in de toekomst afnemen. Uit de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland blijkt dat er sprake is van een dalende trend van concentraties luchtverontreinigende stoffen naar toekomstig peiljaar 2030. Hierdoor belicht een berekening met peiljaar 2023 een worstcasescenario. Voor de berekening van de luchtkwaliteit nabij de wegen is gebruik gemaakt van de AERIUS Lucht rekentool met de meest actuele versie (versie 2020). In onderstaand zijn de berekeningsresultaten van het maximale concentraties ter plekke van de rekenpunten opgenomen. In bijlage 3 van de rapportage zijn de volledige resultaten per rekenpunt opgenomen.

Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat voor de toekomstige situatie (peiljaar 2023) geen overschrijdingen optreden voor NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van de toetspunten langs de desbetreffende wegdelen. Er wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vernieuwing van het winkelcentrum De Bongerd. 4.4.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: de Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 39 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Regelgeving ten aanzien van transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.5.2

Situatie plangebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven. Het plangebied is (globaal) weergegeven met een blauwe cirkel.

Afbeelding 4.2: Uitsnede risicok aart (Bron: Risicokaart) Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 4.5.3

Conclusie

Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

40 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.6

Bedrijvigheid

4.6.1

Algemeen

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.6.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als 'gemengd gebied'. Bij 'gemengde gebieden' moet gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het gebied waarin het plangebied zich bevindt is aan te merken als een 'gemengd gebied'.

Er is sprake van een winkelcentrum, een gebied waar bewust functiemenging wordt nagestreefd om een grotere levendigheid tot stand te brengen.

41 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.6.3

Situatie plangebied

Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals al hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 1. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De gewenste ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuwe supermarkt, sluiterij, wijkcentrum en sporthal. Deze functies worden hierna getoetst. Supermarkt (incl. slijterij) Een supermarkt wordt in de VNG-uitgave genoemd als 'supermarkten, warenhuizen' (SBI 2008: 471), te onderscheiden in milieucategorie 1, waarvoor een grootste richtafstand van 10 meter geldt voor het aspect 'geluid' in een rustig omgevingstype. In een gemengd gebiedstype geldt een richtafstand van 0 meter. In alle gevallen wordt voldaan aan deze richtafstanden.

Opgemerkt wordt dat voor de volledigheid in het kader van indirecte hinder een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Voor de resultaten wordt naar paragraaf 4.3.4. Wijkcentrum Een wijkcentrum wordt niet expliciet in de VNG-uitgave genoemd. De functie is het meest te vergelijken met 'Buurt- en clubhuizen' (SBI 2008: 94991), te onderscheiden in milieucategorie 2, waarvoor een grootste richtafstand van 30 meter geldt voor het aspect 'geluid'. Gelet op de ligging in een gemengd gebiedstype geldt een richtafstand van 10 meter. Binnen deze richtafstand zijn geen milieugevoelige objecten gelegen. Om te beoordelen of de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt aanvaardbaar is, is een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Voor de resultaten wordt naar paragraaf 4.3.4. Sporthal Een sporthal wordt in de VNG-uitgave genoemd als 'sporthallen' (SBI 2008: 931), te onderscheiden in milieucategorie 3.1, waarvoor een grootste richtafstand van 50 meter geldt voor het aspect 'geluid'. Gelet op de ligging in een gemengd gebiedstype geldt een richtafstand van 30 meter. Binnen deze richtafstand zijn milieugevoelige objecten gelegen. Om te beoordelen of de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt aanvaardbaar is, is een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Voor de resultaten wordt naar paragraaf 4.3.4. 2.

Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Binnen de begrenzing van het plangebied worden geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. Omliggende bedrijvigheid vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het gewenste plan. 4.6.4

Conclusie

Het plan is in het kader van 'milieuzonering' aanvaardbaar.

42 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.7

Flora en fauna

4.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebieds- en soortenbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming. Om in te schatten of er binnen het plangebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de wet een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (kenmerk: Quickscan Flora en Fauna, Econsultancy, d.d 30 april 2019). Tevens is in dit voorgenoemde onderzoek beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die volgens de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Het volledige onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 9 Quickscan flora en fauna. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten uit dit onderzoek. 4.7.2

Gebiedsbescherming

4.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura-2000 gebied, het meest nabijgelegen gebied betreft het Natura 2000-gebied "Rijntakken". Dit gebied ligt op een afstand van ongeveer 10 kilometer van het plangebied. Het Natura 2000-gebied "Veluwe" bevindt zich op 15 kilometer afstand. De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden wordt hierna weergegeven.

43 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

Afbeelding 4.3: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: provincie Gelderland) Directe negatieve effecten (geluid-, lichthinder etc.) op Natura 2000-gebied Rijntakken is, gelet op zeer grote afstand tot het plangebied en de aard van de ingreep niet aan de orde. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dient tevens onderzoek plaats te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Stikstofonderzoek 2019 Econsultancy bv heeft in voorliggend geval een stikstofonderzoek uitgevoerd. De resultaten en conclusies van dit onderzoek zijn opgenomen in deze paragraaf. Het onderzoek (kenmerk: Econsultancy, d.d. 22 november 2019) is als Bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie ten behoeve van de realisatie van het plan. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan en het gasverbruik van het pand.

De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2020 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie 44 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Stikstofonderzoek 2021 Naar aanleiding van zienswijzen is het stikstofonderzoek gewijzigd (kenmerk Econsultancy, d.d 10 februari 2021). Het gewijzigde stikstofonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 10. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2020). In bijlage 1 en 2 van de rapportage zijn de AERIUS berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstofdepositie. 4.7.2.2 Gelders natuurnetwerk en ontwikkelingszone Het Gelders natuur netwerk (GNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De ligging van het plangebied ten opzicht van het Gelders Natuurnetwerk is in afbeelding 4.4 weergegeven.

Afbeelding 4.4: Ligging plangebied ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (Bron: provincie Gelderland) Aangezien de onderzoekslocatie niet is gelegen in of grenst aan een onderdeel dat behoort tot de het Natuurnetwerk Nederland, is aantasting niet aan de orde. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de invloedsfeer van een beschermd natuurmonument. 45 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.7.3

Soortenbescherming

Quickscan flora en fauna De aanwezigheid van een geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 4.1: Tabel conclusies onderzoek soortenbescherming (Bron: Econsultancy bv) In onderhavig geval vindt er ten aanzien van vleermuizen mogelijk verstoring plaats, omdat een potentiële verblijfplaats door de sloop verloren gaat. Gelet op de geschiktheid van de te slopen panden op de onderzoekslocatie voor vleermuizen, is aanvullend onderzoek gedaan om de functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Nader vleermuizenonderzoek Econsultancy heeft nader onderzoek verricht naar het mogelijk voorkomen van vleermuizen binnen het plangebied. Het volledige onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 11 Nader onderzoek vleermuizen (kenmerk: Vleermuisonderzoek De Bongerd te Doetinchem, Econsultancy, d.d 11 oktober 2019). Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten uit dit onderzoek. Tijdens het onderzoek naar vleermuizen zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Tijdens de laatste twee rondes zijn daarnaast nog vier baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Geen van deze vleermuizen vertoonde binding met de onderzoekslocatie. Er zijn geen laatvliegers waargenomen. Hiermee valt met voldoende zekerheid uit te sluiten dat de onderzoekslocatie een verblijfsfunctie heeft voor vleermuizen.

Resumerend; er zijn geen beschermde functies van vleermuizen op de onderzoekslocatie aanwezig. Vanwege het ontbreken van beschermde functies onder de Wet natuurbescherming, 46 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

zijn verdere vervolgstappen niet noodzakelijk. 4.7.4

Conclusie

Gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het voornemen.

4.8

Water

4.8.1

Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is opgenomen in subparagraaf 4.8.4. 4.8.2

Watersysteem

4.8.2.1 Bodemopbouw en grondwater Op basis van (veld)onderzoeken uit 2015 en 2018 blijkt dat De bodem bestaat voornamelijk uit zwak grindig, zwak tot matig siltig, matig fijn zand. Tot circa 1,8 m -mv worden in de bodem op wisselende diepten zwak zandige kleilagen en of zandlagen met brokken klei aangetroffen. Het watervoerend pakket heeft een dikte van > 50 m en wordt gevormd door matig tot zeer grove, grindrijke afzettingen van de Formatie van Kreftenheye en gestuwde afzettingen van de Peize Formatie. Dit pakket wordt bedekt door een laag siltige en zandige kleien, behorende tot de Formatie van Echteld, met een dikte van circa 2 meter. Het watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door slecht doorlatende Tertiaire afzettingen, bestaande uit fijne zanden en kleien, behorend tot de Formatie van Oosterhout. Op basis van de bodemopbouw wordt de bodem boven grondwaterniveau (de onverzadigde zone), mede vanwege de aanwezigheid van de zeer wisselende zwak zandige kleilagen, op voorhand niet geschikt geacht voor infiltratie. Om inzicht te krijgen in de infiltratiecapaciteit beneden de aanwezige kleilagen is op 3 locaties de doorlatendheid gemeten beneden het grondwaterniveau (verzadigde zone). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de bodem in de verzadigde zone geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater.

Voor het ledigen van de infiltratievoorzieningen wordt geadviseerd om voor de zandlagen beneden de aanwezige leemlagen een rekenwaarde te hanteren van circa 4 m/dag. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is voor het plangebied ingeschat op 11,0 m +NAP. 4.8.2.2 Oppervlaktewater Ten noordoosten van het plangebied, is de Dichterense Tochtsloot gelegen. Deze watergang, die opgenomen is op de legger, is ter plaatse van de Plattenburgstraat geheel overkluisd en mondt aan de noordzijde van het plangebied uit in de Wijnbergse Loopgraaf. 4.8.2.3 Riolering In de rondom liggende wegen is een gemengd rioleringsstelsel gelegen. 47 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.8.3

Waterplan

In paragraaf is het Waterplan Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord is vertaald in deze waterparagraaf. 4.8.4

Waterhuishoudkundige aspecten

4.8.4.1 Watertoetstabel Thema

Toetsvraag

Releva Intensi nt teit

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee Nee

2 2

Riolering en afvalwaterketen

1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van waterschap?

Nee Nee Nee

2 1 1

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee Nee Ja Nee

2 1 1 1

Grondwater- overlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelssloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage?

Ja Nee Nee Nee

1 1 1 1

Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

Grondwaterkwaliteit

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1

Inrichting en beheer 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

1

Nee

2

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstarten uit Nee het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het Nee plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1

Hoofdthema's

Volksgezondheid

48 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

1

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Nee Nee Nee Nee

2 2 1 1

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

1

Ten aanzien van de bovenstaande watertoetstabel wordt opgemerkt dat een verkorte watertoets doorlopen kan worden aangezien de vragen met een intensiteit '2' in het voorliggende geval niet van toepassing zijn. 4.8.4.2 Geohydrologisch onderzoek In het kader van de watertoets is onderzoek uitgevoerd naar diverse relevante wateraspecten. Het volledige onderzoek (kenmerk: Watertoets Winkelcentrum De Bongerd, Econsultancy, d.d. 22 januari 2020 is bijgevoegd in Bijlage 12. Hieronder wordt ingegaan op de conclusies. Het totale plangebied (2,1 ha) is in de huidige situatie nagenoeg geheel verhard. De initiatiefnemer is voornemens de locatie te herontwikkelen. Hiertoe zal de sporthal en de peuterspeelzaal worden gesloopt, waarna een wijkcentrum en een sporthal annex supermarkt zullen worden gerealiseerd. Buiten de sloop en herontwikkeling van een nieuwe wijkcentrum en sporthal, zal de gehele buiteninrichting (ontsluiting en parkeren) worden heringericht. Om de parkeermogelijkheden te vergroten is in de huidige plannen onder het nieuwe wijkcentrum en sporthal een parkeerkelder voorzien. Het gebied waarbinnen de nieuwe sporthal is voorzien is reeds afgekoppeld. Extra afkoppelen is hier niet noodzakelijk. Door de gemeente is aangegeven dat het dakoppervlak van de nieuwe sporthal op de aanwezige afvoerleiding aangesloten mag worden.

Het gebied waarop in de huidige situatie de sporthal staat is niet afgekoppeld. Als gevolg van de ontwikkeling de inrichting wijzigen, de hoeveelheid verharding blijft echter hetzelfde. Bij sloop en her-bouw hanteert de gemeente Doetinchem, met het oog op klimaatontwikkeling, het uitgangspunt dat 20 mm/m2 afgekoppeld moet worden. Dit komt overeen met hetgeen het waterschap hanteert bij sloop en herbouw. Op basis van het nog af te koppelen verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave 148 m³. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater van het nog niet afgekoppelde oppervlak niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen - afvoeren behandeld. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Vanwege het ruimtegebruik, zal hemelwater ondergronds geborgen moeten worden. Dit kan door het toepassen van een fundatiepakket van lava onder de parkeervoorzieningen.

Ten aanzien van de lediging van het toekomstig systeem dienen de aanwezige storende lagen in de ondergrond ter plaatse van de toekomstige infiltratievoorziening(en) te worden verwijderd of in ieder geval op meerdere plaatsen te worden doorbroken zodat contact wordt gemaakt met de zandlagen in de verzadigde zone. In een situatie waarbij in een korte tijd een grote hoeveelheid regen valt kan tijdelijk een water-op-straat situatie ontstaan. Het terrein dient dusdanig te worden ingericht dat in een dergelijke situatie afvoer van hemelwater richting gebouwen of aangrenzende percelen wordt voorkomen. Mede met het oog op het realiseren van een garage onder de nieuwbouw van het 49 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

winkelcentrum is het daarnaast van belang te controleren of bij intensieve buien, er geen waterschade kan ontstaan. Overtollig hemelwater kan eventueel vanuit de voorziening overstorten op de bestaande afvoerleiding. Een directe aansluiting is in ieder geval niet toegestaan. De mogelijkheid hiertoe zal tijdens het verdere planproces bekeken worden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater waarschijnlijk niet wijzigen of indien van toepassing slechts zeer gering zijn. Op basis van bovenstaande randvoorwaarden en uitgangspunten kan het hemelwater verwerkt worden conform de uitgangspunten van de waterbeheerders. Vanuit het oogpunt van de waterhuishouding zijn er dan ook geen belemmeringen ten aanzien van voorliggend plan.

4.9

Archeologie & Cultuurhistorie

4.9.1

Archeologie

4.9.1.1 Algemeen Op grond van de Ergoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.9.1.2 Situatie plangebied Inleiding Op basis van de geomorfologische kaart (archeologische waarden- en verwachtingskaart) is een archeologische beleidskaart voor het gebied binnen de gemeente Doetinchem vervaardigd. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Doetinchem hebben het centrale en noordoostelijke deel van het plangebied die op een rivierduin liggen, een hoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten (AWV categorie 6).

Het zuidwestelijke deel van het plangebied, dat binnen een laaggelegen terrasrest ligt, heeft een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten (AWV categorie 8). Om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door eventuele toekomstige bodemingrepen kunnen worden aangetast is een 'archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend- en karterend booronderzoek' uitgevoerd in 2015 en 2019 (aanvullende boringen). Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 13 bij deze toelichting. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, in de vorm van een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek. Dit booronderzoek is alleen uitgevoerd voor de nieuwbouwlocatie in het centraal-zuidwestelijke en zuidwestelijke deel van het plangebied en de marge daaromheen (oppervlakte van circa 7.140 m²). Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het gecombineerd verkennend en 50 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

karterend booronderzoek er geen aanwijzing zijn om resten van puntlocaties van zeer kleine omvang (losse vondsten of rituele deposities, complextype 0), restanten van een basis-/extractiekamp (Jagers-Verzamelaars), een nederzettingscomplex of huisplaats (Landbouwers) (complextype 5b) of van afvaldumps (complextype 3a) nog binnen het onderzochte terreindeel te verwachten. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. Selectieadvies en Selectiebesluit Op grond van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek wordt geadviseerd om, binnen het kader van de AMZ-cyclus, geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden voor het terreindeel waarbinnen het booronderzoek is uitgevoerd (en waarbinnen de nieuwbouw gepland is). Binnen dit terreindeel is sprake van een verstoord bodemprofiel tot in de vlechtende rivierterrasafzettingen (vorming van een zanderijgrond). Tevens heeft de geleverde onderzoeksinspanning, in de vorm van een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek, geen archeologische indicatoren opgeleverd. Voor het overige deel van het plangebied, waarvoor alleen een bureauonderzoek is uitgevoerd, dient voorafgaand aan toekomstige ontwikkelingen eerst een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen te worden uitgevoerd, waarna bepaald kan worden of aanvullend archeologisch onderzoek wel of niet noodzakelijk is.

Dit selectieadvies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Doetinchem en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd. Met bovenstaand selectieadvies wordt ingestemd. Voor de overige gronden waar geen onderzoek is geweest, zijn wel archeologische dubbelbestemmingen opgenomen (6 Waarde - Archeologische verwachting 2 en 7 Waarde Archeologische verwachting 4) ter planologische bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden. Deze dubbelbestemmingen sluiten aan bij de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. 4.9.2

Cultuurhistorie

4.9.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.9.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in en in directe omgeving van het plangebied geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Voor het overige is ook geen sprake van overige cultuurhistorische waarden in of nabij het plangebied. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 4.9.3

Conclusie

Zowel archeologie (met inachtneming van het selectieadvies) als cultuurhistorie staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. 51 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1 Onderzoek 2019 Verkeersafwikkeling Met de toevoeging van een full service AH en de verplaatsing van de sporthal in het wijkcentrum van Doetinchem de Huet wijzigt de ontsluiting in beperkte mate (zie afb. 2.4). De bestaande toegang aan de Plattenburgstraat naar het parkeerterrein komt te vervallen en zal dienst gaan doen als toegang voor het vrachtverkeer om te laden- en lossen. Het centrum blijft ontsloten vanaf de Plattenburgstraat en de Bongerd. De bevoorrading van het bestaande deel van het winkelcentrum blijft via de Bongerd lopen voor de toegevoegde supermarkt is een aparte parallelstructuur aan de Plattenburgstraat opgenomen. Vrachtverkeer hoeft daarbij niet te keren. De laad en losvoorziening is inpandig. De aansluitingen van het terrein van het wijkcentrum met de Plattenburgstraat is daarmee in basis gelijk aan de huidige vormgeving, met uitzondering van de hiervoor genoemde toegang aan de Plattenburgstraat. Voor de fiets blijft de vrijliggende structuur langs de Plattenburgstraat beschikbaar. In de nieuwe situatie zal er echter minder over het parkeerterrein gefietst worden om een kortste route van of naar huis te kunnen nemen. De nieuwe supermarkt blokkeert die route grotendeels. De belangrijkste toegang tot het plein ligt in het verlengde van de Jan Wilminkstraat.

Deze route is vrijgehouden van kruisend parkeerverkeer en fietsopstelplalatsen. De maatschappelijke functies aan de oostzijde van het centrum zijn rechtstreeks via het fietspad aan de oostzijde bereikbaar of via de toegang parkeerplaats. De uitbreiding van het centrum leidt tot een gemiddelde toename van de verkeersbewegingen met 3000 motorvoertuigen. Deze voertuigen verspreiden zich over drie richtingen; oost (Doetinchem), west (Wehl) en zuid (Doetinchem Dichteren). Bij gelijke verdeling over de richtingen is dat 1000 bewegingen per richting. Deze extra bewegingen vinden vooral buiten de reguliere avond en ochtendspits plaats. Op (delen van) de Plattenburgstraat en de Jan Willinkstraat zal respectievelijk sprake zijn van maximaal 5.662 en 3.591 etmaalintensiteit (mvt). Beide wegen kennen een breedte van 6 meter. De voorkeur voor dit type wegen qua capaciteit is een intensiteit van maximaal 6000 voertuigen/etmaal. Gegeven de omstandigheid van het winkelcentrum en het feit dat het eigenlijk een afgewaardeerde 50-km/uur weg betreft is een intensiteit tot 8000 voertuigen per etmaal in principe acceptabel. Ten gevolge van het plan neemt de verkeersintensiteit dan ook niet zodanig toe dat de acceptabele capaciteit van het omliggende wegennet in het geding komt.

Hierbij wordt opgemerkt dat de maximale capaciteit van de hiervoor wegen nog hoger ligt (1500 personenauto-eenheid/uur voor beide richtingen). Ten aanzien van de verkeersintensiteiten worden dan ook geen problemen verwacht.Temeer een groot deel van de toename buiten de spitsen plaatsvindt als er voldoende capaciteit beschikbaar is. Voor zover ze wel in de spits vallen is dat vooral de avondspits en zijn het vaak combinatie-ritten van werk naar huis. Dit geldt ook voor klanten van de AH die andere winkels in het winkelcentrum bezoeken. Dat betreffen dus geen nieuwe ritten. In de berekening wordt echter uitgegaan van een worst-case, oftewel zonder combinatie-ritten. Geconcludeerd wordt dat het plan heeft geen negatieve gevolgen voor het omliggende wegennet.

Verkeersveiligheid In het kader van verkeersveiligheid heeft Politie Eenheid Oost Nederland een advies uitgebracht. Hierna zijn onderdelen uit het advies opgenomen. Voor het volledige advies wordt verwezen naar bijlage 14 bij deze toelichting. 52 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

De mogelijke risico's als gevolg van het ruimtelijk profiel zijn/ontstaan door: Door de hoeveelheid van verkeersbewegingen op de rijbaan van de Plattenburgstraat is de kans op het niet tijdig waarnemen van de fietsers,op de plaats waar deze weg een verbinding heeft met het overige wegennet.(ln - en uitrit) Foutief parkeren op de loslocatie kan leiden tot blokkeren van deze locatie voor de vrachtauto's waarbij wederom stremming dan wel blokkade van de rijbaan kan ontstaan. Door de omstandigheid kan er een blokkade van de hulpverlening ontstaan. Gelet op het vorenstaande adviseer ik in het kader van mobiliteit en bereikbaarheid en om de veiligheid voor de fietsers te waarborgen een aantal maatregelen te nemen. De laad- en losplek is slechts op één manier toegankelijk. Vanaf de Liemersweg rijdt vrachtverkeer via de Plattenburgstraat de laad- en los ruimte van de supermarkt aan de rechterzijde van de weg binnen. Bij het uitrijden gaat verkeer rechtsaf de Plattenburgstraat op om de Liemersweg weer te bereiken. Deze circulatie wordt fysiek ondersteund door de vormgeving van de in- en uitrit en de via de Albert Hein keten bekend gemaakt bij de leveranciers. Door de vormgeving van de inrit en de uitrit worden de conflict situaties voor aanrijdend en wegrijdend vrachtverkeer met fietsers en voetgangers, zoveel mogelijk beperkt dan weloverzichtelijker gemaakt.

Vrachtverkeer maakt daarmee alleen een voorwaartse beweging. Risicovolle achterwaartse manoeuvres worden vermeden. De chauffeur wordt hiermee in de gelegenheid gesteld om de benodigde aandacht aan de fietsers en voetgangers kunnen geven. Om die reden dienen de bochten voor vrachtverkeer overrijdbaar gemaakt te worden, zodat in één vloeiende beweging toegang gekregen kan worden tot de laad- en losruimte. De snelheid bij in- en uitrijden dient daarbij stapvoets zijn. Om de veiligheid voor de fietsers en voetgangers verder te optimaliseren dient er voorkomen te worden dat deze verkeersdeelnemers, in de zogenaamde "dode hoek" van de vrachtauto terecht komen. Hiertoe wordt geadviseerd om uitzicht verbeterende maatregelen zowel bij de inrit als de uitrit in te stellen. Deze maatregel in de vorm van een verkeersspiegel, dient nabij de inrit zodanig geplaatst te worden dat chauffeurs zicht hebben op fietsers vanuit de richting Jan Willinkstraat. Bij het inrijden heeft de chauffeur automatisch goed zicht of fietsers vanuit de richting Fruitweg. Bij de uitrit constructie wordt geadviseerd om het fietspad richting weg verschuiven, conform de aangeleverde tekening. Het verschuiven van het fietspad voorkomst dat de achteropkomende fietser makkelijk in de zogenaamde "dode hoek" terechtkomt naast het voertuig.

Ook wordt geadviseerd om een verkeerspiegel te plaatsen zodat het zicht op de achteropkomende fietsers en voetgangers extra wordt verbeterd. De laad- en losstrook dient daarnaast te worden voorzien van bebording conform C1 van de bijlage Il van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 met een onderbord dat laden en lossen voor leveranciers is toegestaan . Naast vorenstaande maatregelen wordt geadviseerd om de fietser te attenderen op het in- en uitrijden van vrachtvoertuigen middels een signaleringssysteem. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een knipperbol of licht. Bovenstaande adviezen en maatregelen zijn tevens weergegeven in de bijlage van het adviesrapport. De adviezen en maatregelen zijn juridisch verankert in de overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente, oftewel initiatiefnemer is verplicht de genoemde adviezen en maatregelen uit te voeren. Parkeren Algemeen Het huidige centrum voorziet in 185 parkeerplekken. Dit is inclusief de plekken langs de Bongerd en in de omgeving van de maatschappelijke voorzieningen. Op grond van de nota Parkeernormen auto en fiets van de gemeente Doetinchem uit 2016 moet iedere nieuwe ontwikkeling in zijn eigen 53 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

parkeervraag voorzien. De parkeervraag wordt hier bepaald aan de hand van het gemiddelde actueel parkeerkencijfer voor matig stedelijk gebied voor de rest van de bebouwde kom. Conform het beleid hoeft alleen in de parkeervraag van de nieuwe ontwikkeling te worden voorzien. Eventuele bestaande tekorten hoeven niet te worden aangevuld. De sporthal die gesloopt wordt en daarna in dezelfde omvang wordt herbouwd op de AH wordt beschouwd als bestaande voorziening. De parkeerbehoefte hiervoor wordt geacht beschikbaar te zijn in de bestaande parkeercapaciteit. De nota parkeernormen stelt dat als de kencijfers veranderen, de dán actuele cijfers gelden. Om die reden is hier voor de auto gerekend met de gemiddelde normen conform CROW publicatie 381 uit 2018. De ontwikkeling van de Albert Heijn en Gall en Gall vraagt op basis van de deze cijfers een extra parkeerbehoefte van 180 parkeerplekken (Bijlage 15). De ombouw van de bestaande AH levert een verminderde vraag op van 2 parkeerplekken. Per saldo moeten 178 extra plekken in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Rondom het centrum zouden op grond van de norm 363 (185+178) parkeerplekken beschikbaar moeten zijn. De plannen voorzien in 364 parkeerplaatsen waarvan 179 in de vorm van een parkeerkelder onder de AH en twee parkeerterreinen op maaiveld.

Conform de nota parkeernormen zal 2% van de toe te voegen openbare parkeerplaatsen uit worden gevoerd als minder-validenplaatsen. Tevens zal bij de nadere planuitwerking aandacht worden besteed aan de toename van elektrische voertuigen, inhoudende dat enkele parkeerplaatsen voorzien zullen worden van een laadpaal. In de nota parkeernormen zijn hier echter geen normen voor opgenomen. Wanneer bezoek aanrijdt via de zuidoostelijke toegang aan de Plattenburgstraat, zijn alle parkeerplekken in één circulatie met elkaar verbonden. Na sluitingstijd van AH kan de garage worden afgesloten. De beide maaiveld parkeerterreinen functioneren dan als twee afzonderlijke terreinen. De één met een in/uitgang aan de Plattenburgstraat, de ander met een in/uitgang aan de Bongerd. Het aanbod is dan weer gelijk aan het huidige aanbod en biedt voor die situatie voldoende capaciteit. Fietsparkeren De fietsnietjes voor het winkeldeel zijn rondom het centrale plein gesitueerd\. Op grond van de nota Parkeernormen moet iedere nieuwe ontwikkeling ook in zijn eigen fietsparkeervraag voorzien. De gemeente Doetinchem heeft op basis van kencijfers van het CROW (+Leidraad Fietsparkeren) de fietsparkeernormen bepaald (Bijlage 15). Deze zijn sinds het verschijnen van de nota niet meer gewijzigd. Voor de supermarkt geldt daarom dat per 100 m2 BVO 1,6 fietsparkeerplek moet worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7571/documents/36424