CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Winkelcentrum De Bongerd - 2020_Toelichting.pdf

gemeenteraad 29 april 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8.2: Bestemmingsplan winkelcentrum De Bongerd21.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor de AH met Gall en Gall levert dit een extra vraag van 55 fietsparkeerplekken op. In de huidige situatie zijn 256 fietsopstelplekken aanwezig. Het nieuwe plan voorziet in 335 fietsopstelplekken; een toename van 79 fietsplekken. Het plan voldoet daarmee ruimschoots aan de gestelde norm. Opgemerkt wordt dat de fietsopstelplekken buiten de fietsrouting zullen worden gesitueerd, ter voorkoming van hinder en beperking van de doorstroming. 4.10.2 Onderzoek 2021 Naar aanleiding van zienswijzen is het aspect verkeer en parkeren nader onderzocht (kenmerk Royal HaskoningDHV, d.d 24 februari 2021). Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 16. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is gevraagd om nadere toelichting op verkeerskundig gebied. Met name is gevraagd om de aard en omvang van de te verwachten verkeersstromen te beschouwen en de mogelijk effecten daarvan op doorstroming en geluid in ogenschouw te nemen. Ook is verzocht in te gaan op de verkeersveiligheid rondom de locatie, met name in relatie tot het fietspad en expeditieverkeer. In voorliggende notitie is naar aanleiding van overleg met vertegenwoordigers van de gemeente en 54 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

de ontwikkelaar, met behulp van vuistregels en expert judgement ingegaan op de gevraagde punten. Conclusie van die beschouwing is dat er in verkeerskundige zin geen aanleiding is om te veronderstellen dat de exploitatie van de bedoelde supermarkt op de genoemde locatie zal leiden tot onoverkomelijke knelpunten. De situatie ter plekke, de restcapaciteit van de omliggende wegen en het ontwerp van de nieuwe situatie, zijn van dien aard dat er sprake is en kan zijn van een goede ruimtelijke en verkeerskundige inpassing. 4.10.3 Conclusie De verkeersontsluiting vormt, met inachtneming van de hiervoor gestelde maatregelen, geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. In de toekomstige situatie kan voorzien worden in voldoende parkeercapaciteit om de parkeervraag die de planologische mogelijkheden van dit bestemmingsplan biedt te kunnen faciliteren. De aanleg van voldoende parkeerplaatsen en fietsopstelplekken wordt afgedwongen door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan (artikel 3 en 4).

4.11 Besluit milieueffectrapportage 4.11.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

55 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

4.11.2 Situatie plangebied 4.11.2.1

Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' is gelegen op 10 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de aard en omvang van het voornemen en de grote onderlinge afstand zijn van directe negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling op Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Naast directe negatieve effecten dient tevens de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Hiertoe heeft Econsultancy bv stikstofonderzoeken uitgevoerd. De resultaten en conclusies van deze onderzoeken zijn hierna opgenomen. Stikstofonderzoek 2019 Het onderzoek (kenmerk: Econsultancy, d.d. 22 november 2019) is als Bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie ten behoeve van de realisatie van het plan. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan en het gasverbruik van het pand. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2020 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar.

Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Gelet op het vorenstaande is een Wet natuurbeschermingsvergunning of het opstellen van een passende beoordeling niet noodzakelijk. Stikstofonderzoek 2021 Het onderzoek (kenmerk: Econsultancy, d.d. 10 februari 2021) is als Bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2020). In bijlage 1 en 2 van de rapportage zijn de AERIUS berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstofdepositie. 4.11.2.2

Drempelwaarden Besluit m.e.r.

Dit bestemmingsplan voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. De beoogde ontwikkeling is opgenomen is de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage, namelijk: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Er is door BJZ.nu een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, waarin de kans 56 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

op het optreden van belangrijke nadelige milieueffecten is beoordeeld. Deze notitie is opgenomen in bijlage 17 bij deze toelichting. Uit deze notitie kan geconcludeerd worden dat er geen belangrijk negatieve milieueffecten te verwachten zijn voor de onderzochte aspecten, mits enkele mitigerende maatregelen worden toegepast . Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is dan ook niet nodig. Opgemerkt wordt dat naar aanleiding van zienswijzen diverse onderzoeken zijn gewijzigd of aangevuld. Ook uit deze onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de gestelde normen. Ook op basis van deze onderzoeken is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk. 4.11.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

57 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

58 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

Hoofdstuk 5 5.1

Wijze van bestemmen

Inleiding

Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsplan, waarbij flexibiliteit wenselijk is. Voor een deel is dat mogelijk met de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Daarmee kunnen reeds voorziene maar ook onvoorziene ontwikkelingen planologisch worden geregeld zoals verschuiving binnen de bedrijfsbestemmingen en uitbreidingen van gebouwen en functies. Het plan is daarom opgezet als een globaal bestemmingsplan. Op hoofdlijnen is duidelijk waarvoor gronden en gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt voldoende rechtszekerheid voor de burger.

5.2

Toelichting op de regels

De regels bestaan uit de volgende onderdelen: hoofdstuk I: hoofdstuk II: hoofdstuk III: hoofdstuk IV: 5.2.1

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels

De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen en afkortingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). 5.2.2

Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, overeenkomstig de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. 5.2.2.1 Centrum De bestemming 'Centrum' is opgenomen vanwege de uiteenlopende centrumfuncties die nu al aanwezig zijn. In de omschrijving is aansluiting gezocht bij wat nu planologisch ook al mogelijk is en ook aanwezig is. Detailhandel moet beperkt blijven tot hoofdwijkcentrumgerelateerde detailhandel. Daarnaast is ook dienstverlening, horeca cat. 1, dienstverlening en een galerie/atelier toegestaan. In principe dient de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden. Met deze bepaling wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een rommelig en onoverzichtelijk aanzicht ontstaat op het terrein. Onder voorwaarden is van deze bepaling voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken afwijking mogelijk.

De afstand van het bouwvlak tot de naar de weg gekeerde perceelsgrens die is 59 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

aangehouden houdt verband met het behoud van het open karakter. Deze ruimte mag wel gebruikt worden ten behoeve van groenaanleg en parkeren. In de bestemming is een voorwaardelijke verplichting parkeren opgenomen. Binnen de centrumbestemming zijn enkele bouwwerken voorzien, waarvoor een afwijkende regeling geldt. Het gaat hierbij om luifels en een toren, welke specifiek zijn aangeduid. Voor de toren geldt een hogere bouwhoogte (max. 20 meter) en ten aanzien van luifels is bepaald dat deze, daar waar aangeduid met 'specifieke bouwaanduiding luifels' maximaal 8 meter uit de gevel dan wel bestaande luifel van het hoofdgebouw mag steken. 5.2.2.2 Gemengd - 2 De bestemming 'Gemengd - 2' is toegekend aan de gronden waar de nieuwbouw plaatsvindt. Gelet op het gemengde karakter (ondergrondse parkeerkelder, supermarkt en sportvoorzieningen) is gekozen voor de betreffende bestemming. Binnen deze bestemming zijn de functies beperkt tot onder andere een supermarkt waarbij is beperkt tot 2.500 m2 winkelvloeroppervlakte (w.v.o). Naast een supermarkt vestigt zich hier een slijterij. De oppervlakte daarvan telt niet mee bij de gestelde maximale oppervlakten voor een supermarkt. Tevens is in deze bestemming een wijkcentrum, een sporthal en een parkeerkelder met bijbehorende in- en uitritten en groen- en nutsvoorzieningen toegestaan.

De bebouwing moet binnen een bouwvlak worden gebouwd en middels een aanduiding is de bouwhoogte gemaximaliseerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende bouwhoogtes. In de bestemming is een voorwaardelijke verplichting parkeren opgenomen. 5.2.2.3 Verkeer De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de gronden met een ontsluitende en verkeersdoorstromende functie. Tevens is de bestemming toegekend aan bermen, in- en uitritten ten behoeve van de parkeerkelder, parkeerplaatsen en niet structurele groenvoorzieningen. In de regels van deze bestemming is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen ten behoeve van de bestemming zoals nutsvoorzieningen. Tevens is ten behoeve van deze bestemming een bebouwingsregeling opgenomen voor bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals straatmeubilair, straatverlichting, e.d. In de bestemming Verkeer zijn ook stallingen voor winkelwagens mogelijk. Ook in- en uitritten met bijbehorende constructie voor de parkeerkelder mogelijk zijn mogelijk maar alleen op de plek waar dit met een aanduiding is aangegeven. Binnen de regels zijn afwijkingsregelingen opgenomen om onder voorwaarden van de maximale bouwhoogte te mogen afwijken en overkappingen voor zonnepanelen te mogen bouwen.

5.2.2.4 Archeologische dubbelbestemmingen De bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waarde - Archeologische verwachting 4' is toegekend aan de gronden die in het kader van de archeologische onderzoeken niet zijn onderzocht. Het westelijke / noordwestelijke deel van het plangebied is op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart gekarteerd als AWG-8 (laag) en derhalve voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4'. Het noordoostelijke deel van het plangebied is op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart gekarteerd als AWG-6 (hoog) en derhalve voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. In de archeologische dubbelbestemmingen is een omgevingvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van de mogelijk voorkomende archeologische waarden. 5.2.3

Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheid

Een aantal planregels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. In de 60 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

planregels wordt een aantal criteria voor de uitoefening van de nadere eisen-bevoegdheid gesteld, te weten: a. b. c. d. e. f.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Binnenplanse afwijking is mogelijk van een aantal specifieke bouwregels en regels, die het gebruik in enge zin regelen. Voor zover aangegeven zijn ook hierbij bovengenoemde criteria van toepassing. In het onderstaande wordt nader uiteengezet hoe deze criteria moeten worden gehanteerd. De woonsituatie Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening gehouden te worden met het instandhouden c.q. tot stand brengen van een redelijke lichttoetreding, alsmede de aanwezigheid van voldoende privacy. Het straat- en bebouwingsbeeld Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden gestreefd naar het instandhouden c.q. tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. De verkeersveiligheid Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot stand brengen van een verkeersveilige situatie.

De sociale veiligheid Ten aanzien van de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden voorkomen dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is. De milieusituatie Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed. 5.2.4

Algemene regels

De algemene of aanvullende regels tenslotte vormen een set algemene regels die op alle onderdelen van het plan van toepassing zijn. De algemene regels bestaan onder meer uit afwijking- en wijzigingsbepalingen. Tevens is een anti-dubbeltelbepaling opgenomen. De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd 61 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

met de bestemming. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. De algemene afwijkingsregels voorzien in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. De in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. 5.2.5

Overgangs- en slotregels

In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld in hoeverre deze afwijkingen positief bestemd worden. Daar waar maten van bestaande legale bouwwerken op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp meer bedragen dan is voorgeschreven in het nieuwe bestemmingsplan, gelden deze maten ingevolge het in het bestemmingsplan neergelegde overgangsrecht als maximum. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.

62 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Er is sprake van een particulier initiatief waarover een anterieure overeenkomst is afgesloten met de gemeente waarin afspraken zijn gemaakt over: Kostenverhaal; Aankoop en verkoop van gronden; Afspraken over de sloop en herbouw van de sporthal Het verhalen van eventuele planschade; hiervoor is een planschaderisicoanalyse uitgevoerd. Omdat alle gemeentelijk kosten samenhangend met het particuliere initiatief een plek hebben gekregen in de anterieure overeenkomst, en dus gedekt zijn, is een exploitatieplan niet nodig. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen.

De financieel- economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

63 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

64 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Algemeen

Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd worden met de besturen van waterschap, provincie en Rijk. In dit hoofdstuk zullen de resultaten van deze procedure en overleggen worden behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Dit maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.

7.2

Inspraak

Op 21 december 2015 is door de gemeente en de ontwikkelaar in het sportcafé een inloopavond georganiseerd, waar honderden omwonenden in een straal van 200 meter rondom het plangebied voor waren uitgenodigd. Deze inloopavond is bezocht door circa 150 personen. De reacties waren overwegend positief. Met twee omwonenden is nagepraat over de ontwikkeling. Het ontwerp is naar aanleiding hierna aangepast. Daarnaast zal voor de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan omwonenden en andere belanghebbenden opnieuw geïnformeerd worden.

7.3

Overleg

Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

Het ontwerpbestemmingsplan is naar de provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel toegezonden. Hierna is een samenvatting van de binnengekomen reacties opgenomen. Provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft in het kader van het wettelijk vooroverleg een adviesbrief geschreven (d.d. 14 juli 2017, kenmerk 2017-008793, op 24 februari 2020 opnieuw bevestigd n.a.v. het geactualiseerde plan). De provincie gaf hierin aan dat de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast. Dit is gedaan en uit de toets (bijlage 3) blijkt dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het winkelcentrum De Bongerd, binnen het stedelijk gebied. Daarnaast gaf de provincie aan dat het plan past binnen het provinciaal detailhandelsbeleid en verzocht subparagraaf 3.3.3 hierop aan te vullen. In voorliggend plan is de betreffende aanpassing doorgevoerd. De provincie is akkoord met de inhoud van voorliggend plan.

Waterschap Rijn en IJssel Er is gedurende de planontwikkeling overleg geweest met het waterschap. Op 18 december 2019 65 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

heeft het waterschap onderstaande reactie toegezonden. Sloop aanwezige sporthal. Het gebied waarop de sporthal staat is niet afgekoppeld. Op de plek van de sporthal wordt een parkeerplaats aangelegd. De inrichting wijzigt, de hoeveelheid verharding blijft hetzelfde. Bij sloop en herbouw hanteert de gemeente het uitgangspunt dat er 20 mm. afgekoppeld moet worden, met het oog op klimaatontwikkeling. Dit komt overeen met hetgeen het waterschap hanteert bij sloop en herbouw, namelijk 10 mm. afkoppelen maar liever 20 mm. Dit uitgangspunt vloeit voort, om te voorkomen dat bij rechtstreekse lozing van bijv. hemelwater afkomstig van wegen en parkeerterreinen, er verontreiniging plaats vindt van het oppervlaktewater. Daarnaast is dit ook van belang met het oog op klimaatontwikkeling. Eén van de mogelijkheden die besproken is, is het af te koppelen water te infiltreren in de bodem, door verticale infiltratiebuizen die door de aanwezige kleilaag aangelegd worden. Nieuwbouw winkelcentrum. Op de bestaande plek, waar nieuwbouw plaats vindt, ligt al een verharding, die afgekoppeld is. Extra afkoppelen bij nieuwbouw is hier niet noodzakelijk. Het afgekoppelde hemelwater wordt geloosd op een wadi, ten noorden van De Bongerd, aan de Belderstraat. Deze wadi heeft geen verbinding met de Wijnbergse Loopgraaf. Er wordt dus geen hemelwater direct of indirect afgevoerd, naar het oppervlaktewater.

Upgrade bestaand winkelcentrum. Dit heeft geen invloed op de wateraspecten. Mede met het oog op het realiseren van een garage onder de nieuwbouw van het winkelcentrum, maar ook voor de overige bebouwing is het belang te controleren of bij intensieve buien, er geen waterschade kan ontstaan. Daarbij moet ook gekeken worden naar de capaciteit van de wadi en de toevoer hier naar toe. Op basis van bovenstaande aanvullingen, hebben wij geen op- of aanmerkingen van de op watertoets, behorende tot de waterparagraaf, in de toelichting op het bestemmingsplan “Wink elcentrum De Bongerd - 2020”. Bovenstaand advies is betrokken bij het opstellen van het geohydrologisch onderzoek. Voor het rapport wordt verwezen naar Bijlage 12 bij deze toelichting. Het waterschap is akkoord met de inhoud van voorliggend plan.

66 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7468/documents/36544