Bijlage 4 Winkelcentrum De Bongerd - 2020_Regels.pdf
Tekst van het document
Winkelcentrum De Bongerd - 2020 Regels
Vastgesteld
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
7
Artikel 1
Begrippen
7
Artikel 2
Wijze van meten
13
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
15
Artikel 3
Centrum
15
Artikel 4
Gemengd - 2
19
Artikel 5
Verkeer
22
Artikel 6
Waarde - Archeologische verwachting 2
25
Artikel 7
Waarde - Archeologische verwachting 4
28
Hoofdstuk 3
Algemene regels
31
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
31
Artikel 9
Algemene bouwregels
32
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
34
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
35
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
36
Artikel 13
Overige regels
37
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
39
Artikel 14
Overgangsrecht
39
Artikel 15
Slotregel
40
3 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
4 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Regels
5 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
6 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' met identificatienummer NL.IMRO.0222.R38H304A-0002 van de gemeente Doetinchem; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
antennedrager
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.6
archeologisch deskundige
de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.7
archeologische verwachting
een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.8
archeologische waarde
een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.9
archeologisch onderzoek
een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
7 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11
bedrijf
een zelfstandige productie-eenheid; 1.12
bestaand
op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan; 1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.16
boeiboord
opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal; 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
8 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
1.22
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen (dus geen kantoor); 1.25
druiplijn
onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak; 1.26
escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
hoofdgebouw
gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.29
horeca categorie 1
het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 1 begrepen: a. dagzaak: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, beide voor consumptie ter plaatsen en waarvan de openingstijden grotendeels overeenkomen met die van een winkel; b. hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse; c. pension: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of alcoholische en niet-alcoholische dranken aan de logerende gasten; d. restaurant: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken aan de gasten; 9 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
e. snackbar/cafetaria: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van etenswaren al dan niet voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken; 1.30
instellingen voor cultuur en ontspanning
culturele voorzieningen en voorzieningen voor ontspanning, waaronder dagrecreatie en sportvoorzieningen, of een combinatie daarvan; 1.31
luifel
een afdak met een diepte van meer dan 0.75m; 1.32
maaiveld
bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.33
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociale, medische en levensbeschouwelijke voorzieningen evenals voorzieningen voor openbare dienstverlening, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.34
mogelijkheden voor ontmoeting
terrassen, standplaatsen voor de ambulante handel, weekmarkten, rommelmarkten, braderieën, kermissen, volksfeesten, stadsfeesten, straattheaterfestivals, openluchtfestivals, fancy fairs, circussen, stadspromotionele activiteiten (bijvoorbeeld tijdelijke ijsbaan), e.d.; 1.35
naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn)
een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten; 1.36
ondergronds bouwwerk
een bouwwerk of een gedeelte van een bouwwerk, dat zich geheel onder het niveau van het maaiveld bevindt en daarmee niet gelijk ligt of erboven uit steekt; 1.37
openbaar toegankelijk gebied
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, maar ook pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar toegankelijk gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.38
openbare dienstverlening
dienstverlening door een overheids- of een semi-overheidsinstelling; 1.39
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
10 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
1.40
overkapping
een bouwwerk met een open constructie; 1.41
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.42 peil a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse; d. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afgewerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend); 1.43
raamprostitutie
een vorm van prostitutie, waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostituee, die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden; 1.44
reclamezuil
een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame; 1.45
rijbaan
elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van fietspaden; 1.46
(rij)wegen
alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; 1.47
ruimtelijke uitwerking
de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de ruimtelijke uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken; 1.48
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. b. c. d.
een seksbioscoop; een seksautomatenhal; een sekstheater; een parenclub; 11 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
e. een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder ook begrepen een erotische massagesalon; al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. Thuisprostitutie en een escortbedrijf vallen niet onder het begrip seksinrichting. 1.49
straatmeubilair
bij of op de weg behorende bouwwerken zoals verkeersgeleiders, abri's, zitbanken, reclamezuilen, bloembakken, ondergrondse vuilcontainers en cocons van vuilcontainers; 1.50
supermarkt
een detailhandelsbedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het verkopen van voedings- en genotmiddelen en dagelijkse levensbenodigdheden in een algemeen assortiment, in de vorm van een zelfbedieningszaak, waarbij de winkelvloeroppervlakte minimaal 300 m2 bedraagt; 1.51
terrasinrichting
bij een terras behorende (semi-permanente) bouwwerken zoals terrasschermen, parasols en vlonders; 1.52
thuisprostitutie
een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook uitsluitend door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee; 1.53
toegangspartij
een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte; 1.54
voorgevel
de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.55
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding, woonwagens niet inbegrepen; 1.56
woonwagen
een voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;
12 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens
de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend; 2.2
de bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein
de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals dakranden, schoorstenen, antennes, liftschachten, installaties (voor het opwekken van duurzame energie), technische opbouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen ongeacht de materialisatie tot een maximum van 3 m boven de toegestane bouwhoogte. 2.4
de breedte van een bouwwerk
van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte; 2.5
de winkelvloeroppervlakte (w.v.o.)
De voor winkelend publiek toegankelijke verkoopruimte van een detailhandelsbedrijf. Onder winkelvloeroppervlak wordt in ieder geval niet begrepen etalages, (verkeer)ruimtes achter de toonbank(en) en de kassa's, loopbanden (tapis roulants), trappen en/of liften, winkelwagenvoorzieningen, de entreezone van en naar het detailhandelsbedrijf en aan het detailhandelsbedrijf ondersteunende ruimtes, zoals magazijnruimtes, koel- of diepvriescel(len), kantoorruimtes en kantines. Kolommen en leidingschachten groter dan 0,5 m² zijn in het winkelvloeroppervlak niet inbegrepen. 2.6
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;
13 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend; 2.9
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10
de oppervlakte van een overkapping
tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
14 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Centrum
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met dien verstande dat een supermarkt uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' en de winkelvloeroppervlakte van een supermarkt niet meer mag bedragen dan de bestaande winkelvloeroppervlakte; b. dienstverlening; c. maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen voor een 24-uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; d. instellingen voor cultuur en ontspanning, niet zijnde attractieparken, seksinrichtingen of casino's/speelautomatenhallen; e. horeca categorie 1; f. waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; g. groen- en nutsvoorzieningen; h. voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Centrum' worden gebouwd. 3.2.2
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' gelden de weergegeven maten; c. in afwijking van het bepaalde onder 3.2.2. a en b geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen maximaal 50 m² mag bedragen 2. voor ten hoogste 20 m² aan gebouwen de bouwhoogte maximaal 20 m mag bedragen; 3. voor de overige 30 m² aan gebouwen geldt dat de bouwhoogte maximaal 8,8 m mag bedragen; 4. de gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van de functies genoemd in lid 3.1, reclamedoeleinden, verkeers- en technische ruimten; 5. het hiervoor bepaalde is niet van toepassing op luifels. Voor luifels gelden de regels zoals opgenomen in lid 3.2.3 onder c. 3.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte binnen het bouwvlak mag maximaal 2 m bedragen en de bouwhoogte buiten het bouwvlak mag maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 15 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
1. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten, reclamemasten en reclameborden maximaal 10 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde onder a zijn luifels toegestaan met een afwijkende hoogte 5,5 m ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifels', met dien verstande dat de luifel maximaal 8 m uit de gevel dan wel bestaande luifel van het hoofdgebouw mag steken; d. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet zijnde luifels, mag maximaal 20 m2 per bouwwerk bedragen, waarbij geldt dat de bouwwerken stedenbouwkundig inpasbaar moeten zijn. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.2, op gronden met de bestemming 'Centrum' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlak
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 sub a voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied, waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 m bedraagt; c. de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden; g. voldaan wordt aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; h. voor het overige de bouwregels in lid 3.2.2 gelden. 3.4.2
Luifels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 sub a voor het bevestigen van een luifel aan een hoofdgebouw, onder voorwaarden dat: a. de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel en/of de zijgevel van het hoofdgebouw; b. de luifel maximaal 1,50 m uit de gevel van het hoofdgebouw mag steken; c. de breedte van de luifel niet meer dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd mag bedragen met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 m; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; 16 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden. 3.4.3
Nieuwe woning
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor de bouw van een nieuwe woning, onder voorwaarden dat: a. de nieuwe woning past in het gemeentelijk woningbouwprogramma; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; d. moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; e. het parkeren en de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden; f. voor het overige de bouwregels in lid 3.2.2 gelden. 3.4.4
Uitbreiding supermarkt
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 3.1 opgenomen verbod en de uitbreiding van een supermarkt toestaan, onder voorwaarden dat: a. de vloeroppervlakte van de nieuwe supermarkt voldoet aan de maatvoeringen (individueel en per gebied), zoals opgenomen in de 'Visie boodschappenstructuur', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 22 februari 2018 (Bijlage 2), met dien verstande dat wanneer deze visie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. de nieuwe supermarkt ook voor het overige past in het gemeentelijk detailhandelsbeleid, zoals opgenomen in bovengenoemde visie; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; e. het parkeren en de logistieke afwikkeling op eigen terrein gaat plaatsvinden. 3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Parkeren
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 3.5.2
Verbod dak- en thuislozenvoorziening
Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik alsvoorziening voor 24 uurs begeleidwonen met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden.
17 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1
Dak- en thuislozenvoorziening
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 3.5.2 genoemde gebruiksverbod voor de realisatie van een 24 uurs begeleidwonenvoorziening voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden onder voorwaarden dat: a. het voornemen om een dergelijke voorziening te realiseren passend is binnen de beleidsplannen 'regionaal beleidsplan OGGz' en het 'Regionaal kompas bestrijding daklozen'; b. een veiligheidsanalyse voor het bewuste gebruik is uitgevoerd; c. een beheersplan voor het bewuste gebruik is opgesteld; d. een convenant inzake het beheersplan tussen exploitant / eigenaar en gemeente is opgesteld en overeengekomen; e. uit voorgaande documenten blijkt dat het beoogde gebruik qua aard en schaal passend is in de omgeving; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; h. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is. 3.6.2
Nieuwe woning
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor de realisatie van een nieuwe woning in de bestaande bebouwing, onder voorwaarden dat: a. de nieuwe woning past in het gemeentelijk woningbouwprogramma; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; d. moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; e. het parkeren en de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden; f. voor het overige de bouwregels in lid 3.2.2 gelden. 3.6.3
Uitbreiding supermarkt
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 3.1 opgenomen verbod en de uitbreiding van een supermarkt toestaan, onder voorwaarden dat: a. de vloeroppervlakte van de nieuwe supermarkt voldoet aan de maatvoeringen (individueel en per gebied), zoals opgenomen in de 'Visie boodschappenstructuur', zoals opgenomen in Bijlage 2 bij het vastgestelde raadsbesluit van 22 februari 2018, met dien verstande dat wanneer deze visie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. de nieuwe supermarkt ook voor het overige past in het gemeentelijk detailhandelsbeleid, zoals opgenomen in bovengenoemde visie; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; e. het parkeren en de logistieke afwikkeling op eigen terrein gaat plaatsvinden.
18 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Artikel 4 4.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, niet zijnde detailhandel in de vorm van een supermarkt; b. een supermarkt, met dien verstande dat: 1. een supermarkt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' is toegestaan; 2. de winkelvloeroppervlakte van een supermarkt niet meer mag bedragen dan 2.500 m²; 3. een slijterij niet als (onderdeel van een) supermarkt wordt beschouwd. c. een sporthal; d. wijkcentrum met bijbehorende voorzieningen, waaronder in elk geval opslag- en stallingsruimten, multifunctionele gebruiksruimten, bijeenkomstzalen en een keuken; e. dienstverlening; f. horeca, alleen ondergeschikt aan de in sub a tot en met e genoemde functies; g. ondergrondse parkeergarages met bijbehorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; h. voorzieningen voor de stalling van winkelwagentjes; i. verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting; j. geluidswerende voorzieningen; k. straatmeubilair en speeltoestellen; l. parkeervoorzieningen; m. kunstobjecten; n. groen- en nutsvoorzieningen; o. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen, waaronder tevens sprinklerkelders wordt verstaan; p. voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Gemengd - 2' worden gebouwd. 4.2.2
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' gebouwen ten behoeve van functies genoemd onder a tot en met f slechts mogen worden gebouwd in een bouwdeel dat gelegen is op minimaal 3 m boven het maaiveld met uitzondering van ondersteunende voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' gelden de weergegeven maten; c. in afwijking van het bepaalde onder a en b geldt voor ondergrondse parkeergarages dat: 1. ondergrondse parkeergarages uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' zijn toegestaan; 2. de ondergrondse bouwdiepte maximaal 8 meter onder peil mag bedragen; 3. toegangsvoorzieningen en nooduitgangen zowel binnen als buiten de aanduiding 'parkeergarage' zijn toegestaan waarbij de bouwhoogte maximaal 8 m mag bedragen. d. in afwijking van het bepaalde onder a en b geldt voor sprinklerkelders dat de ondergrondse 19 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
bouwdiepte maximaal 10 meter onder peil mag bedragen. 4.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte binnen het bouwvlak mag maximaal 2 m bedragen en de bouwhoogte buiten het bouwvlak mag maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten, reclamemasten en reclameborden maximaal 10 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; 4. vluchttrappen maximaal 10 m bedragen. c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwwerk bedragen, waarbij geldt dat de bouwwerken stedenbouwkundig inpasbaar moeten zijn; d. in afwijking van het bepaalde onder a, b en c geldt voor bouwwerken bij een ondergrondse parkeergarage dat: 1. de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen; 2. de ondergrondse bouwdiepte maximaal 8 meter onder peil mag bedragen. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 4.2, op gronden met de bestemming 'Gemengd - 2' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlak
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 sub a voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied, waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 m bedraagt; c. de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden; g. voldaan wordt aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; h. voor het overige de bouwregels in lid 4.2.2 in acht worden genomen. 20 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
4.4.2
Luifels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.3 sub a en c voor het bevestigen van een luifel aan een hoofdgebouw, onder voorwaarden dat: a. de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel en/of de zijgevel van het hoofdgebouw; b. de luifel maximaal 1,50 m uit de gevel van het hoofdgebouw mag steken; c. de breedte van de luifel niet meer dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd mag bedragen met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 m; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden. 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Parkeren
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Galerie, atelier
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 voor het toestaan van een galerie, atelier of een daarmee naar aard en omvang vergelijkbaar te stellen functie, onder voorwaarden dat: a. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast. 4.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
4.7.1 Sporthal a. Een omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande sporthal wordt slechts verleend indien de nieuwe sporthal in gebruik is genomen. b. In afwijking van het bepaalde onder a kan bedoelde omgevingsvergunning eerder worden verleend, mits verzekerd is dat de sloopwerkzaamheden niet eerder aanvangen dan de in gebruikname van de nieuwe sporthal.
21 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting; b. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen, waaronder tevens sprinklerkelders wordt verstaan; c. geluidswerende voorzieningen; d. straatmeubilair en speeltoestellen; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. kunstobjecten; i. ondergrondse parkeergarages met bijbehorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' en met dien verstande dat in- en uitritten van de parkeergarage uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - in- en uitrit parkeergarage'. j. toegangsvoorzieningen en nooduitgangen behorend bij ondergrondse parkeergarages; k. voorzieningen voor de stalling van winkelwagentjes; l. voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Verkeer' worden gebouwd. 5.2.2
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken op gronden met de bestemming 'Verkeer' gelden de navolgende regels: a. de gebouwen en bijbehorende bouwwerken dienen zodanig gesitueerd te worden dat zij niet onevenredig afbreuk doen aan de stroomfunctie en de ontsluitingsfunctie van de gronden met de bestemming 'Verkeer'; b. de bouwhoogte van de gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 m bedragen; c. de oppervlakte van een gebouw of bijbehorend bouwwerk mag maximaal 50 m2 per gebouw of bijbehorend bouwwerk bedragen, met dien verstande dat: 1. de totale gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen en bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag bedragen; 2. bij de berekening van de onder 1 genoemde oppervlakte gebouwen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van nood- en veiligheidsvoorzieningen (nooduitgangen, vluchttrappen en soortgelijke voorzieningen), ondergrondse parkeergarages en sprinklerkelders niet worden meegerekend; d. in afwijking van het bepaalde onder b en c geldt voor ondergrondse parkeergarages dat: 1. ondergrondse parkeergarages uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' zijn toegestaan; 2. de ondergrondse bouwdiepte maximaal 8 meter onder peil mag bedragen; 3. toegangsvoorzieningen en nooduitgangen zowel binnen als buiten de aanduiding 'parkeergarage' zijn toegestaan waarbij de bouwhoogte maximaal 8 m mag bedragen.
22 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
e. in afwijking van het bepaalde onder b en c geldt voor sprinklerkelders dat de ondergrondse bouwdiepte maximaal 10 meter onder peil mag bedragen. 5.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde op gronden met de bestemming 'Verkeer' gelden de navolgende regels: a. terrasinrichting ten behoeve van aangrenzende bestemmingen is tot maximaal 15 meter uit de gevel toegestaan; b. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde onder sub b mag de bouwhoogte van 1. speeltoestellen, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; 2. antennedragers inclusief antennes, verlichting en vergelijkbare bouwwerken maximaal 15 m bedragen; 3. vlaggenmasten, reclamemasten en reclameborden maximaal 10 m bedragen; d. de oppervlakte van een bouwwerk geen gebouw zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwwerk bedragen, met dien verstande dat voor voorzieningen voor de stalling van winkelwagentjes dient te worden voldaan aan de maatvoeringseisen zoals opgenomen in lid 5.2.2 onder a, b en c en de bouwwerken stedenbouwkundig inpasbaar moeten zijn; e. in afwijking van het bepaalde onder b, c en d geldt voor bouwwerken bij een ondergrondse parkeergarages dat: 1. in- en uitritten van de parkeergarage uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - in- en uitrit parkeergarage'; 2. de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen; 3. de ondergrondse bouwdiepte maximaal 8 meter onder peil mag bedragen. f.
in afwijking van het bepaalde onder b, c en d geldt voor sprinklerkelders dat de ondergrondse bouwdiepte maximaal 10 meter onder peil mag bedragen. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 5.2, op gronden met de bestemming 'Verkeer' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1
Gebouwen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub b voor de bouwhoogte van gebouwen tot maximaal 6 m, onder voorwaarden dat: a. niet onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de stroom- of ontsluitingsfunctie van gronden met de bestemming 'Verkeer'; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.
23 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
5.4.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.3 sub b voor de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximaal 30 m onder voorwaarden dat: a. niet onevenredig inbreuk wordt gedaan aan de stroom- of ontsluitingsfunctie van de gronden met de bestemming 'Verkeer'; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is. 5.4.3
Overkappingen met zonnepanelen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.3 sub b, c en d voor het plaatsen van een overkapping voor zonnepanelen met bijbehorende voorzieningen ter plaatse van parkeervoorzieningen onder voorwaarden dat: a. b. c. d.
de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen; accu's binnen de bestemming 'Verkeer' onder de grond gerealiseerd moeten worden; het niet ten koste gaat van het aantal parkeerplaatsen; de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.
5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Mogelijkheden voor ontmoeting
Activiteiten in het kader van 'mogelijkheden voor ontmoeting' moeten als het gaat om terrassen passen in de 'Nota terrassenbeleid', zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 5 maart 2013 of als het gaat om standplaatsen passen in de 'Nota standplaatsenbeleid 2011', zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 22 november 2011, met dien verstande dat wanneer de nota's gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 5.5.2 Voorwaardelijke verplichting herinrichting parkeerterrein a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder: 1. het inachtneming van de aanbevelingen conform de in bijlage 3 opgenomen Bomeneffectanalyse; 2. overeenstemming over de wijze waarop compensatie plaatsvindt; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat op een andere wijze deugdelijk wordt onderbouwd dat aan de aanbevelingen kan worden voldaan.
24 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologische verwachting 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Als een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op één bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Archeologisch rapport
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m2 moet de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. als uit in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is mutatis mutandis van overeenkomstige toepassing. 6.2.2
Advies archeologisch deskundige
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 6.2.1 sub a, wint het advies in bij de archeologisch deskundige. 6.2.3
Geen archeologisch rapport
Het bepaalde onder lid 6.2.1 sub a geldt niet als: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 250 m2 wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen. 25 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
6.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 6.2, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de afmetingen van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; c. de inrichting en het gebruik van gronden; als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond ('in situ') te behouden. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Vergunningplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2 waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, maar ook het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en het graven van een bouwput; c. bodem verlagen of afgraven (ook voor het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.4.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in lid 6.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; c. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; d. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; e. als op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet gelden. 6.4.3
Beoordelingscriteria
Ten aanzien van de in lid 6.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de 26 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
aanvraag voor een omgevingsvergunning moet overleggen. in het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, moet op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 6.4.4 Voorschriften a. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden, waaronder; 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel gericht zijn; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b.
voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wint het advies in bij een archeologisch deskundige. 6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, als op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' te wijzigen in 'Waarde Archeologie' als uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, met dien verstande dat de dubbelbestemming gelijkluidende regels bevat als de te wijzigen dubbelbestemming, de genoemde oppervlaktematen komen te vervallen en ook een uitzondering op de omgevingsvergunningsplicht geldt voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,3 m onder het bestaande maaivelden waarvan de oppervlakte kleiner is dan 50 m2.
27 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologische verwachting 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologisch waarden in de bodem. Als een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op één bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Archeologisch rapport
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. als uit in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.
het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, wat is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is mutatis mutandis van overeenkomstige toepassing. 7.2.2
Advies archeologisch deskundige
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 7.2.1 sub a, wint het advies in bij de archeologisch deskundige. 7.2.3
Geen archeologisch rapport
Het bepaalde onder lid 7.2.1 sub a geldt niet als: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 5.000 m2 wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen.
28 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
7.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 7.2, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de afmetingen van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; c. de inrichting en het gebruik van gronden; als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond ('in situ') te behouden. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Vergunningplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5.000 m2 waartoe wordt gereken woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, maar ook het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en het graven van een bouwput; c. bodem verlagen of afgraven (ook voor het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in lid 7.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; c. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; d. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; e. als op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet gelden. 7.4.3
Beoordelingscriteria
Ten aanzien van de in lid 7.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, wat moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de 29 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. 7.4.4 Voorschriften a. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dot doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. b.
Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunningaanvraag als bedoeld in lid 7.4.1 wint het advies in bij een archeologisch deskundige. 7.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, als op basis van ander archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4' te wijzigen in 'Waarde Archeologie' als uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, met dien verstande dat de dubbelbestemming gelijkluidende regels bevat als de te wijzigen dubbelbestemming, de genoemde oppervlaktematen komen te vervallen en ook een uitzondering op de omgevingsvergunningplicht geldt voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en waarvan de oppervlakte kleiner is dan 50 m2.
30 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
31 bestemmingsplan 'Winkelcentrum De Bongerd - 2020' vastgesteld
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Bouwregels bij overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen
Het verbod tot bouwen met overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen is niet van toepassing met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voorzover zij de grens van de weg niet overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, galerijen en luifels, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 50 cm bedraagt en zij niet lager zijn aangebracht dan: 1. 4,20 m boven een rijbaan of boven een strook ter breedte van 1,50 m langs een rijbaan; 2. 2,20 m boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder nummer 1 genoemde strook; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voorzover dezen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; e. goten, ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen; f. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voorzover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand: 1. de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 1 m overschrijden; 2.