CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Notitie behandeling principeverzoek beoogd windark Doetinchem.pdf

gemeenteraad 27 november 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Principeverzoek beoogd windpark Doetinchem (omgeving Barlhammerweg)3.966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Behandeling principeverzoek beoogd windpark Doetinchem

Versie: september 2025

Inleiding Het proces met betrekking tot het beoogde windpark Doetinchem loopt al meerdere jaren (vanaf 2019). De initiatiefnemers zijn Pallandt van Keppel Stichting en Green Trust Consultancy (hierna initiatiefnemers). Na een intensief participatieproces met een klankbordgroep hebben de initiatiefnemers afgelopen juli een hernieuwd principeverzoek ingediend. In het nieuwe principeverzoek stellen de initiatiefnemers 3 verschillende varianten voor. ▪ Variant 1: 5 windturbines, 210 m tiphoogte, ca. 22,5 MW opgesteld vermogen ▪ Variant 2: 4 windturbines, 230 m tiphoogte, ca. 24 MW opgesteld vermogen ▪ Variant 3: 2 windturbines, 250 m tiphoogte, ca. 17 MW opgesteld vermogen Met dit principeverzoek hopen de initiatiefnemers op een definitieve principemedewerking van de gemeente. Dit stelt de initiatiefnemers in staat om de volgende fase te starten, waarin zij de MER (beoordeling)-procedure kunnen doorlopen om de milieu- en gezondheidseffecten te onderzoeken en in beeld te brengen, waarna de benodigde omgevingsvergunningen kunnen worden aangevraagd Normaliter worden principeverzoeken door het college afgedaan. Omdat het om een grootschalige duurzame opwek gaat en omdat er twee moties van de gemeenteraad liggen wil het college de gemeenteraad nadrukkelijk betrekken bij de besluitvorming van het principeverzoek.

Procesbeschrijving Het proces voor het beoogde windpark Doetinchem is in 2019 begonnen met het ingediende principeverzoek. Na het collegebesluit hebben de initiatiefnemers het participatieproces met een klankbordgroep in gang gezet. Het participatieproces in deze fase heeft geresulteerd in een adviesrapport van de klankbordgroep. Onderstaand hebben we de verschillende processtappen kort toegelicht. Principeverzoek d.d. 11 december 2019 Op 11 december 2019 hebben de initiatiefnemers van Windpark Doetinchem, de gemeente Doetinchem om een principemedewerking gevraagd voor de realisatie van windturbines binnen de grenzen van de gemeente Doetinchem. In 2020 heeft het college een positief besluit genomen, waarin het college de initiatiefnemers verzocht hebben om het plan participatief verder te ontwikkelen. Op basis van de uitkomsten van het participatieproces en diverse onderzoeken hebben de initiatiefnemers het plan herzien. Dit aangepaste plan leggen zij aan het college voor met als doel een definitief principebesluit te verkrijgen voor de verdere ontwikkeling van Windpark Doetinchem. Het participatieproces Na het principebesluit van oktober 2020 hebben initiatiefnemers het participatieproces voortgezet, waarbij zij de gedragscode “Acceptatie & Participatie Windenergie op Land” als leidraad hebben genomen.

Deze gedragscode stelt eisen aan initiatieven, zoals vroege en transparante betrokkenheid van de omgeving, het opstellen van een participatieplan, de benoeming van een aanspreekpunt, mogelijkheden voor financiële participatie en aandacht voor natuur, landschap en lokaal eigendom. De initiatiefnemers zijn van mening dat zij met het nieuwe principeverzoek en de daaraan voorafgaande stappen aan deze richtlijnen hebben voldaan. Zo hebben de initiatiefnemers: ▪ Informatiebrieven verstuurd naar direct omwonenden van het windpark; ▪ Keukentafelgesprekken gevoerd; ▪ Een digitale informatieavond georganiseerd; ▪ Een klankbordgroep (KGB) gevormd; ▪ Een onafhankelijke gespreksleider (mediator) aangesteld voor het begeleiden van het participatieproces en de gesprekken in de klankbordgroep; ▪ 13 bijeenkomsten georganiseerd waar verschillende thema’s met de KBG zijn besproken; ▪ Informatiebrief gestuurd aan omwonenden binnen een straal van 2,3 kilometer. Voor een uitgebreide beschrijving van het participatieproces verwijzen we naar paragraaf 1.4 van het ingediende principeverzoek. Adviesrapport Klankbordgroep Het college heeft initiatiefnemers gevraagd om samen met de omgeving tot een planuitwerking te komen. In overleg met de gemeente is besloten dat een

klankbordgroep met (direct) omwonenden en belanghebbenden een goede manier is om hier concreet invulling aan te geven. De klankbordgroep heeft in meerdere bijeenkomsten onder leiding van de onafhankelijke gespreksleider uiteenlopende thema’s besproken met betrekking tot het windinitiatief, zoals gezondheid, natuur en participatie. Het doel en de opdracht van de klankbordgroep was om een advies op te stellen over het beoogde windturbinepark en de bijbehorende randvoorwaarden. De initiatiefnemers zouden bekijken of de aanbevelingen in het adviesrapport meegenomen konden worden in de planvorming. Het adviesrapport is ook naar het college en de gemeenteraad verzonden om mee te nemen in de belangenafwegingen voor het hernieuwde principeverzoek. Eindconclusie van het adviesrapport van de klankbordgroep is geen medewerking aan het beoogde windpark Doetinchem te verlenen. Hernieuwd principeverzoek d.d. 16 juli 2025 Op 16 juli 2025 hebben de initiatiefnemers een hernieuwd principeverzoek ingediend voor de ontwikkeling van Windpark Doetinchem. Met dit principeverzoek hopen de initiatiefnemers op een definitieve principemedewerking van de gemeente.

Dit stelt de initiatiefnemers in staat om de volgende fase te starten, waarin zij de MER (beoordeling)-procedure kunnen doorlopen om de milieu- en gezondheidseffecten te onderzoeken en in beeld te brengen, waarna de benodigde omgevingsvergunningen kunnen worden aangevraagd. De huidige locaties waarop windturbines zijn voorzien hebben momenteel een agrarische bestemming met (landschaps)waarden. Het huidige bestemmingsplan/omgevingsplan staat de bouw/realisatie van grootschalige windturbines niet toe. Daarom is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een wijziging van het Omgevingsplan vereist.

Relevante gemeentelijke besluitvorming Het college en de gemeenteraad hebben afgelopen jaren een aantal besluiten genomen die relevant zijn voor het beoogde windpark Doetinchem. Het gaat om besluiten die betrekking hebben op de RES Achterhoek en besluiten die specifiek op het beoogde windpark Doetinchem genomen zijn. Hieronder vindt u de relevante besluiten op chronologische datumvolgorde. Concept-RES Achterhoek Op 16 juni 2020 heeft het college het volgende besloten: 1. In te stemmen met het regionale bod om in 2030 1,35 TWh aan grootschalige duurzame energie te produceren in de Achterhoek. Dit bod is onderverdeeld in 1.0 TWh op land (zon en wind) en een streven naar 0,35 TWh zon-op-dak. 2. De 'Concept-RES Achterhoek', waarin dit bod wordt onderbouwd, vast te stellen. 3. De gemeenteraad te informeren met de bijgevoegde raadsmededeling. Eerste principeverzoek windmolenpark Op 11 december 2019 hebben Pallandt van Keppel Stichting en Green Trust Consultancy (hierna initiatiefnemers) een verzoek voor een principemedewerking uitwerkingsplan windmolenpark Barlhammerweg ingediend. Op 27 oktober 2020 heeft het college het volgende besloten: 1.

Gelet op de uitgangspunten van het beleidskader "duurzame energieopwekking in Doetinchem" in principe medewerking te geven aan de verdere uitwerking van het plan windmolenpark Barlhammerweg middels het doorlopen van een participatieproces met de omgeving; 2. Aanvrager te informeren dat een definitieve principemedewerking en de besluitvorming hierover afhankelijk is van het goed doorlopen van een participatieproces met omwonenden, alsmede een goede uitwerking van het plan windmolenpark Barlhammerweg; 3. Aanvrager te verzoeken het participatieproces, om te komen tot een uitgewerkt plan, zodanig in te richten dat dit proces aansluit bij de gedragscode "Acceptatie & Participatie Windenergie op land" en zal worden geleid door een onafhankelijk en deskundig derde (gespreksleider en notulist); 4. De raad met een raadsmededeling over het onderhavige besluit te informeren. Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad het volgende besloten: 1. Een bijdrage te leveren aan het Achterhoekse RES-bod van 1,35 TWh tot 2030. 2. Ten behoeve van deze bijdrage: a. het Doetinchemse deel van gebied B (rond Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg) aan te wijzen als potentiële locatie voor geclusterde windenergie en daarbij uit te gaan van een op te wekken vermogen van ongeveer 0,06 TWh; b.

de bekende zonneparkinitiatieven in Doetinchem ten aanzien van zon op land als bijdrage aan te wijzen voor de RES-opgave ten aanzien van zon;

3. 4.

5. 6.

c. het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak zon op dak uit te werken; d. het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak lokaal eigenaarschap uit te werken. De RES 1.0 Achterhoek vast te stellen. Het college opdracht te geven om deze RES te verwerken in het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem en om tot vaststelling van het aangepaste beleidskader geen nieuwe initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking met wind of met zon op land in behandeling te nemen. Het college opdracht te geven om met de RES-gemeenten toe te werken naar een hernieuwd akkoord van Groenlo, waarin de opwekopgave en de besparingsopgave met elkaar zijn verweven. Het college opdracht te geven bij de hiervoor genoemde uitwerkingspunten rekening te houden met de recente uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid voor het plaatsen van windmolens.

Moties gemeenteraad Ten aanzien van het beoogde windpark Doetinchem heeft de gemeenteraad een tweetal moties aangenomen, te weten: 1. Motie geen onomkeerbare stappen m.b.t. plaatsen van windmolens (d.d. 8 juli 2021); 2. Motie geen eigen normen voor windmolens opstellen (d.d. 24 februari 2022). Voor de inhoud van de moties verwijzen wij u naar bijlage

Landelijke ontwerp milieunormen voor windparken In 2021 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de toen landelijk geldende windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit niet langer mochten worden toegepast bij ruimtelijke besluiten over windturbineparken (met ten minste drie windturbines), omdat er ten onrechte nooit milieuonderzoek (plan-MER) is uitgevoerd voor die normen. De consequenties van deze uitspraak verschillen per windproject. ▪ Voor nog niet vergunde windprojecten bestaande uit 1 of 2 turbines is er niet direct iets veranderd naar aanleiding van de uitspraak. Die had namelijk alleen betrekking op windparken, bestaande uit 3 of meer turbines. Maar als de nieuwe normen in werking treden vervalt dit onderscheid. De nieuwe normen zullen ook van toepassing zijn op windprojecten bestaande uit 1 of 2 turbines, zoals in Rotterdam veelal het geval. ▪ Voor nog niet vergunde windprojecten bestaande uit 3 of meer turbines gelden de landelijke normen uit het Activiteitenbesluit niet meer. Voor die projecten moet een keuze gemaakt worden om lokale projectspecifieke normen op te stellen, of te wachten totdat de nieuwe landelijke normen in werking zijn getreden. ▪ Voor bestaande windparken en nog niet gerealiseerde projecten waarvoor wel een onherroepelijke vergunning is afgegeven, zijn er geen directe gevolgen.

De overbruggingsregeling biedt eenzelfde mate van milieubescherming als de vervallen normen uit het Activiteitenbesluit. Ontwerp normen Het Rijk heeft een plan-MER op laten stellen, ter onderbouwing van de nieuwe normen. Van 12 oktober tot en met 22 november 2024 heeft het ontwerp van de nieuwe landelijke windturbine normen ter inzage gelegen. Over het algemeen zijn deze nieuwe normen strenger dan de oude normen. In het ontwerp zat ook een afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte van een turbine. Het is onduidelijk of de nieuwe normen inhoudelijk ongewijzigd ten opzichte van het ontwerp in werking zullen treden. Uiteindelijk zullen de nieuwe normen moeten gaan gelden voor alle Nederlandse wind op land projecten, zonder onderscheid naar aantallen turbines. Voor de inhoud van de landelijke ontwerp milieunormen voor windparken verwijzen wij u naar: https://www.helpdeskwindopland.nl/themas/milieunormering+windturbines/lande lijke+milieunormen+verbreed/Default.aspx De beoogde datum van inwerkingtreding van de nieuwe normen was 1 juli 2025, maar is tot nader orde uitgesteld.

Bevoegd gezag windparken De Elektriciteitswet bepaalt welke overheid het bevoegd gezag voor uw windpark is. En ook welke procedure u moet doorlopen. Dit hangt af van de grootte van het windpark: ▪ Gemeenten zijn het bevoegd gezag voor windparken of windturbines met een vermogen tot 5 megawatt (MW). Gemeenten geven omgevingsvergunningen af om windturbines toe te staan of besluiten hiervoor eerst het omgevingsplan aan te passen. We verwachten dat per 1 januari 2026 de Energiewet ingaat. Daarin staat dat de gemeente het bevoegd gezag is voor windparken tot 15 MW. ▪

Provincies zijn het bevoegd gezag voor windparken met een vermogen tussen 5 en 100 MW. De provincie doorloopt hiervoor de projectprocedure en neemt een projectbesluit voor het windpark. Het projectbesluit staat uw windpark op een bepaalde locatie toe. We verwachten dat per 1 januari 2026 de Energiewet ingaat. Daarin staat dat de provincie het bevoegd gezag is voor windparken van 15 tot 100 MW.

▪

Het Rijk is het bevoegd gezag bij windparken van meer dan 100 MW. Ook het Rijk neemt een projectbesluit om uw windpark mogelijk te maken. In dit geval is de minister van Klimaat en Groene Groei het bevoegd gezag.

Wanneer draagt het bevoegd gezag haar bevoegdheid over? De provincie en het Rijk kunnen hun bevoegdheid voor het nemen van het besluit voor windparken overdragen. Het Rijk kan de bevoegdheid overdragen aan de provincie (als die daarmee instemt). De provincie kan op haar beurt de bevoegdheid aan de gemeente overdragen. Ook dan moet de gemeente het hier wel mee eens zijn. Gemeenten houden graag zelf grip op ontwikkelingen binnen hun gemeente. Daarom krijgen zij vaak de bevoegdheid voor het nemen van besluiten over windprojecten van de provincie. Om die reden is de gemeente meestal het bevoegd gezag. Bevoegd gezag beoogd windturbinepark Doetinchem Het opgestelde vermogen van het beoogde windturbinepark Doetinchem is groter dan 15 MW, zodat de provincie Gelderland bevoegd gezag is van dit windturbinepark. Normaliter draagt de provincie Gelderland deze bevoegdheid over aan de gemeente.

Beoordeling principebesluit d.d. 16 juli 2025 Op 16 juli 2025 hebben de initiatiefnemers een hernieuwd principeverzoek bij de gemeente ingediend. Dit principeverzoek dient beoordeeld te worden. Als eerste hebben we het principeverzoek voorgelegd aan de Omgevingskamer. Verder hebben we het principeverzoek beoordeeld aan de hand van het eerdere collegebesluit, de twee raadsmoties en landelijke ontwerp milieunormen voor windparken.

Omgevingskamer d.d. 9 september 2025

Advies: GO met randvoorwaarden: voldoen aan (toekomstige vastgestelde) landelijke normen, landschappelijke inpassing en compensatie en participatieproces voortzetten.

Collegebesluit m.b.t. eerste principeverzoek windmolenpark d.d. 27 oktober 2020 Op 27 oktober 2020 heeft het college het volgende besloten: 1. Gelet op de uitgangspunten van het beleidskader "duurzame energieopwekking in Doetinchem" in principe medewerking te geven aan de verdere uitwerking van het plan windmolenpark Barlhammerweg middels het doorlopen van een participatieproces met de omgeving; 2. Aanvrager te informeren dat een definitieve principemedewerking en de besluitvorming hierover afhankelijk is van het goed doorlopen van een participatieproces met omwonenden, alsmede een goede uitwerking van het plan windmolenpark Barlhammerweg; 3. Aanvrager te verzoeken het participatieproces, om te komen tot een uitgewerkt plan, zodanig in te richten dat dit proces aansluit bij de gedragscode "Acceptatie & Participatie Windenergie op land" en zal worden geleid door een onafhankelijk en deskundig derde (gespreksleider en notulist); 4. De raad met een raadsmededeling over het onderhavige besluit te informeren Na het principebesluit van oktober 2020 hebben initiatiefnemers het participatieproces voortgezet, waarbij zij de gedragscode “Acceptatie & Participatie Windenergie op Land” als leidraad hebben genomen.

Deze gedragscode stelt eisen aan initiatieven, zoals vroege en transparante betrokkenheid van de omgeving, het opstellen van een participatieplan, de benoeming van een aanspreekpunt, mogelijkheden voor financiële participatie en aandacht voor natuur, landschap en lokaal eigendom. Wij zijn van mening dat de initiatiefnemers met het nieuwe principeverzoek en de daaraan voorafgaande stappen aan de in het collegebesluit vermelde participatievoorwaarden hebben voldaan.

Adviesrapport klankbordgroep beoogd windpark Doetinchem d.d. 20 november 2024 De Klankbordgroep Doetinchem (KBG) spreekt zich nadrukkelijk uit tegen de plaatsing van windturbines langs de Oude IJssel. De KBG heeft zich zeer grondig in de materie verdiept, wetenschappelijke en openbare bronnen geraadpleegd, naast de voorlichting die Greentrust heeft gegeven, en is tot de conclusie gekomen dat het beoogde gebied niet geschikt is. Het voorgestelde zoekgebied ligt in een waardevol natuurgebied, een beschermde natuurlijke en cultuurhistorische omgeving en dichtbij bewoonde gebieden. De gevolgen van het windpark zouden onomkeerbaar en ernstig zijn voor de gezondheid van omwonenden, de natuur, en het landschap. De KBG refereert aan de destijds aangenomen motie dat de gemeente Doetinchem geen onomkeerbare besluiten zal nemen. De besluiten rondom Windpark Doetinchem hebben grote invloed op de leefomgeving van de inwoners en een hele generatie krijgt hiermee te maken. De KBG roept op om de zorgplicht in acht te nemen en te zorgen voor een optimale bescherming van de gezondheid en de belangen van omwonenden, natuur, landschap en recreatie. De oproep van de KBG is om onderzoek te doen naar alternatieve locaties en alternatieve vormen van duurzame energie. In bijgevoegde ‘Reactienota adviesrapport klankbordgroep beoogd windpark Doetinchem d.d.

20 november 2024’ hebben we op de verschillende onderdelen onze gemeentelijke reactie weergegeven. Op veel argumenten in het advies van de klankbordgroep kan nu nog niet inhoudelijk ingegaan worden. De initiatiefnemers moeten eerst nog de nodige onderzoeken laten uitvoeren. Ook moet er nog een MER procedure doorlopen worden. Als de resultaten van de onderzoeken en het planMER-onderzoek bekend zijn kan definitief op de argumenten ingegaan worden.

Motie geen onomkeerbare stappen m.b.t. plaatsen van windmolens d.d. 8 juli 2021 Deze raadsmotie bevat twee elementen, teweten: 1. afwachten van het onderzoek van gezondheidseffecten van windturbines; 2. geen onomkeerbare stappen nemen.

Onderzoek van gezondheidseffecten van windturbines In deze raadsmotie wordt verwezen naar de motie van de leden Erkens en Leijten van 15 juni 2021. Naar aanleiding van de motie Erkens en Leijten hebben de volgende onderzoeken plaatsgevonden: Onderzoek afstandsnormen windturbines In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is onderzoek verricht om gedeeltelijk invulling te geven aan de op 22 juni 2021 aangenomen motie Erkens en Leijten en aan het in het coalitieakkoord 2021-2025 opgenomen voornemen om heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens vast te

stellen. Het doel van het onderzoek is om op basis van bestaande inzichten in beeld te brengen wat de effecten van verschillende afstandsnormen op de hinder voor omwonenden zijn en wat de voor- en nadelen van een afstandsnorm zijn ten opzichte van specifieke normen voor geluid- en slagschaduw. Naast dit onderzoek loopt een verkenning door het RIVM van de mogelijkheden voor een praktijkonderzoek dat de wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van windturbines in Nederland met nieuwe empirische gegevens kan aanvullen. https://klimaatweb.nl/wp-content/uploads/po-assets/716096.pdf Gezondheidsverkenning windturbines De onderzoekers van Nivel hebben geanonimiseerde huisartsengegevens van een periode van tien jaar (van 2012 tot 2021) gekoppeld aan de nabijheid tot windturbines en aan bijbehorende geluidsniveaus. In deze verkennende studie is onderzocht of er aanwijzingen gevonden kunnen worden dat mensen die dichter bij windturbines wonen meer door de huisarts gediagnosticeerde gezondheidsklachten hebben dan mensen die verder weg van windturbines wonen. Belangrijk hierbij is dat met deze vorm van onderzoek eventuele samenhang kan worden aangetoond, maar niet of er dan ook een oorzakelijk verband is.

De conclusie van de verkenning is dat er over de jaren heen geen consistent significant verband is gevonden tussen het wonen in de buurt van windturbines of de bijbehorende geluidsniveaus en de aanwezigheid van aan de huisarts gepresenteerde gezondheidsproblemen. Problemen die eerder in de literatuur zijn genoemd op basis van zelfrapportage van omwonenden, zoals slaapverstoring, worden niet bevestigd in deze verkenning. Evenmin worden consistente significante verbanden gezien met meer indirecte gezondheidsgevolgen, zoals hart- en vaatziekten. In deze verkenning is gebruik gemaakt van betrouwbare gezondheidsgegevens, van een grote steekproef en van een lange onderzoeksperiode. De verkenning heeft echter ook beperkingen. De belangrijkste is dat er relatief weinig mensen binnen 500 meter van een windturbine wonen, waardoor de statistische kracht om verbanden aan te tonen beperkt is. https://open.overheid.nl/documenten/5c43ce65-fd72-49d5-8824-99b34709b108/file Blootstelling-responsrelatie-onderzoek Het RIVM is begin 2024 in opdracht van de ministeries van EZK en IenW gestart met een zogeheten blootstelling-responsrelatie-onderzoek (BR) uitvoeren gericht op de Nederlandse situatie. In dit blootstelling-responsrelatie-onderzoek worden geluidniveaus van windturbines (de ‘blootstelling’) gekoppeld aan de mate van hinder en slaapverstoring (de ‘respons’) bij omwonenden.

Een BR-relatieonderzoek kan behulpzaam zijn bij het schatten van de omvang van de hinder rondom te vervangen of nieuw te plaatsten windturbines. De resultaten worden in 2026 verwacht.

Samengevat komt het erop neer dat een deel van de gezondheidsonderzoeken afgerond is. Het blootstelling-responsrelatie-onderzoek loopt echter nog en de resultaten worden in 2026 verwacht. Geen onomkeerbare stappen nemen De vraag is of het nemen van een principebesluit door het college een onomkeerbare stap is. Een principebesluit is in eerste instantie bedoeld als een informele toetsing van een plan, om te zien of het plan in lijn is met het gemeentelijk beleid en of er überhaupt mogelijkheden zijn voor realisatie. Het is slechts een indicatie van de bereidheid om mee te werken. Een principebesluit wordt vaak gebruikt om de haalbaarheid van een plan te onderzoeken voordat er veel tijd en geld in een formele aanvraag wordt gestoken. Het is een manier om te voorkomen dat er later verrassingen of vertragingen ontstaan. Het is geen officiële vergunningsaanvraag, en er is geen formele rechtsgang aan verbonden. Omdat het geen formeel besluit is, is het niet mogelijk om er bezwaar of beroep tegen aan te tekenen. Een positief principebesluit geeft aan dat de gemeente in principe bereid is mee te werken aan het plan, wat de kans op een latere vergunningaanvraag vergroot. Het principebesluit kan inzicht geven in de voorwaarden en randvoorwaarden die de gemeente stelt aan het plan, wat helpt bij het verder uitwerken ervan.

In sommige gevallen kan een positief principebesluit leiden tot een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, waarbij de initiatiefnemer erop mocht vertrouwen dat de gemeente het plan zou ondersteunen. De vraag of een principebesluit van het college een onomkeerbare stap is, is niet eenduidig te beantwoorden. Met het principebesluit geeft het college aan dat het mogelijkheden ziet voor de realisering van een windturbinepark. Een belangrijk afwegingskader voor het college is of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De belangrijkste besluiten in de fysieke leefomgeving hebben als beoordelingsregel dat het besluit moet zien op ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Op die manier kan bij nieuwe initiatieven een balans worden gevonden tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Wel kunnen er bij een positief principebesluit veel randvoorwaarden meegegeven worden. Dit maakt het principebesluit meer omkeerbaar. In een later stadium zijn er argumenten te vinden om op basis van de gestelde randvoorwaarden geen medewerking te verlenen.

Motie geen eigen normen voor windmolens opstellen d.d. 24 februari 2022 Het Rijk heeft een plan-MER op laten stellen, ter onderbouwing van de nieuwe normen. Van 12 oktober tot en met 22 november 2024 heeft het ontwerp van de nieuwe landelijke windturbine normen ter inzage gelegen. Over het algemeen zijn deze nieuwe normen strenger dan de oude normen. In het ontwerp zat ook een afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte van een turbine. Het is onduidelijk of de nieuwe normen inhoudelijk ongewijzigd ten opzichte van het ontwerp in

werking zullen treden. Uiteindelijk zullen de nieuwe normen moeten gaan gelden voor alle Nederlandse wind op land projecten, zonder onderscheid naar aantallen turbines. Het projectgebied van het initiatief ligt direct ten (noord)westen van Doetinchem (De Huet) aan de Barlhammerweg en ten zuiden van Laag-Keppel nabij Eldrik. De initiatiefnemers hebben een onderzoek door Pondera laten opstellen wat de mogelijkheden voor een windturbinepark zijn als rekening wordt gehouden met de landelijke ontwerp milieunormen voor windparken. De afstanden gehanteerd in de analyse lopen van 420-500 meter. Binnen deze marge lijkt het haalbaar om een opstelling te realiseren die voldoet aan de (concept)geluidsnormen en aan de (concept) afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte. Deze analyse toont aan dat er ruimte is voor windturbines met een tiphoogte tussen de 210-250 meter. Hoeveel windturbines, welk type, welke tiphoogte en waar deze uiteindelijk gerealiseerd zullen worden staat in deze fase nog niet vast. In het rapport van Pondera zijn de volgende combinaties onderzocht: ▪ 5 windturbines met een maximale tiphoogte van 210 meter (Figuur 1), met een totaal opgesteld vermogen van ca. 22,5 MW (4,5 MW per windturbine) ▪ 4 windturbines met een maximale tiphoogte van 230 meter (Figuur 2), met een totaal opgesteld vermogen van ca.

24 MW (6 MW per windturbine) ▪ 2 windturbines met een maximale tiphoogte van 250 meter (Figuur 3), met een totaal opgesteld vermogen van ca. 18 MW (9 MW per windturbine) De beoogde datum van inwerkingtreding van de nieuwe normen was 1 juli 2025, maar is tot nader orde uitgesteld. De initiatiefnemers geven in hun principeverzoek aan dat het beoogde windpark Doetinchem zal voldoen aan de nieuwe landelijke milieunormen voor windparken. Voor het principeverzoek en de onderzoeken gaan de initiatiefnemers voorlopig uit van de Landelijke ontwerp milieunormen voor windparken. De initiatiefnemers dienen pas een verzoek tot wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergunningaanvraag in op het moment dat de landelijke normen definitief zijn geworden (verwachting medio/eind 2026). Mochten de normen t.z.t. toch aangescherpt worden, dan zullen de initiatiefnemers de onderzoeken en rapporten hierop aanpassen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8322/documents/50938