CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Landelijk gebied - 2020 Bijlagen bij de regels Bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport.pdf

beeldvormende raad 1 juli 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Beheersverordening landelijk gebied4.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied Gemeente Doetinchem Februari 2011

2

.

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

Colofon

In opdracht van

:

Gemeente Doetinchem

Afdeling Fysieke Ontwikkeling,

Beleidsadviseur Cultuurhistorie en monumenten, Yana van Tienen Oude Terborgseweg 202 Uitvoering

:

7004 KA Doetinchem

Bureau Helsdingen

Helsdingse voorweg 2a 4133 ND Vianen 0347 370 651

www.bureauhelsdingen.nl

advies@bureauhelsdingen.nl

Bureau Helsdingen is een adviesbu-

reau op het gebied van monumenten en bouwhistorie; gespecialiseerd in Veldwerk, fotos, waardering en selectie.

:

het landelijk gebied.

ing. P.T. den Hertog,

ing. C.A. de Visser, ing. L.W. van Pelt, J.A. Saenen MA

.

3

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

4

Inhoudsopgave

1. Samenvatting

p. 5

2. Cultuurhistorie in Doetinchem

p. 7

3. Werkwijze inventarisatie

p. 9

4. Opzet van het rapport

p. 11

5. Waardering en score

p. 15

6. Literatuur en bronnen

p. 19

Bijlage: veldwerkformulier

.

1.

Samenvatting

Hier voor u ligt de inventarisatie cultuurhistorische waarden van de

bebouwing van het landelijk gebied van de gemeente Doetinchem.

De recente ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en in de mo-

numentenzorg pleiten ervoor om cultuurhistorische waarden in het Ruimtelijke Ordening proces in een vroeg stadium in kaart te brengen. Vervolgens dienen de cultuurhistorische waarden te worden

meegewogen in de verdere planvorming. Het gaat dan met name om structuurvisies en bestemmingsplannen.

Deze inventarisatie is gemaakt door Bureau Helsdingen in samenwerking met Bureau Waterland in opdracht van mw. Y van Tienen van de gemeente Doetinchem.

Deze inventarisatie wordt gevolgd door een waardering en een selectie, waaruit de meest waardevolle objecten en complexen blijken.

Het resultaat van deze inventarisatie is weergegeven in dit inventa-

risatierapport en op de Cultuurhistorische - en landschappelijke waardenkaarten.

De landschappelijke waarden zijn geïnventariseerd en gewaardeerd door Bureau Waterland te Utrecht. De waardenkaarten zijn ontstaan door samenwerking tussen Bureau Waterland en Bureau Helsdingen. Op de kaart zijn bij de objecten symbolen geplaatst. Uit de

symbolen zijn de bouwperiode, gebouwtypologie en cultuurhistorische waarden van het hoofdgebouw af te leiden. Ook aan de bijgebouwen is aandacht besteed.

.

5

6

.

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

2.

Cultuurhistorie in Doetinchem

In de structuurvisie “Doetinchem: Cultuurhistorierijk!’ is een aanzet gegeven tot het in kaart brengen van historische gelaagdheid van

het gemeentelijk grondgebied. De aandachtspunten bij het in kaart brengen van deze gelaagdheid zijn: de (na)oorlogse stedenbouw en

architectuur (zowel objecten als structuren), het industrieel erfgoed en het landelijk gebied.

Dit rapport richt zich op het landelijk gebied. Het doel van deze inventarisatie is om inzicht te verkrijgen van de cultuurhistorische

waarden in het landelijk gebied van de gemeente. Deze informatie is bedoeld als onderlegger bij het opstellen van nieuwe bestem-

mingsplannen en andere beleidsbeslissingen voor het onderzochte gebied.

Hiermee voldoet de Gemeente Doetinchem (als een van de eerste

gemeenten in Nederland) aan het nieuwe beleid zoals vastgesteld door het Rijk in recente nota Modernisering Monumentenzorg (Mo-

cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten gaan houden

met cultuurhistorische waarden. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een

bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden.”1

De gemeente Doetinchem heeft in 2009 aan Bureau Helsdingen opdracht gegeven om een inventarisatie op te stellen van alle objecten in het buitengebied van de gemeente en om de meest waar-

devolle panden hieruit te filteren. De resultaten moeten leiden tot

een inspiratie en toetsboek voor de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied.

Alle bebouwing buiten de bebouwde kom is geïnventariseerd. Naast de panden met de monumentale status (rijksmonument of gemeen-

telijk monument) zijn er veel meer objecten die vanuit cultuurhisto-

risch oogpunt waardevol zijn en waard zijn om voor de toekomst te behouden.

Mo). De eerste peiler van dit nieuwe beleid is dat Cultuurhistorische belangen meegewogen worden in de ruimtelijke ordening. In de

beleidsbrief staat hierover geschreven: “Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Eén van die be-

langen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te be-

schermen. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van

1

Bron: Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg dd. 01-10-2009

Bijlage a deel 1

.

7

8

.

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

3.

Werkwijze inventarisatie

De inventarisatie van de objecten werd voorbereid door Bureau

Helsdingen, die ook de inventarisatie (het veldwerk) heeft uitgevoerd, onder verantwoordelijkheid van ing. P.T. den Hertog. De in-

van de bebouwde kom ruim rond de kernen getrokken. Diverse

malen zijn panden die formeel binnen de bebouwde kom staan,

maar feitelijk in een landelijke setting, ook meegenomen in de inventarisatie. Het onderzoeksgebied is opgedeeld in drie delen; 

ventarisatie vond plaats tussen november 2009 en augustus 2010.



Geïnventariseerd werd in principe vanaf de openbare weg. Indien



het pand vanaf de openbare weg niet goed zichtbaar was, werd

aan de bewoners toestemming gevraagd om de inventarisatie vanaf

het erf te mogen doen. Enkele eigenaars wilde geen medewerking verlenen. In de uitdraai is op bij deze adressen in plaats van de foto de tekst “geen toestemming voor foto’s” opgenomen.

De verkregen gegevens zijn verwerkt in de volgende producten:   

De waarderingsmatrix

De cultuurhistorisch waardenkaarten

Dit rapport, met een overzicht van alle gegevens per adres

Alle objecten in het omschreven gebied zijn geïnventariseerd. Tijdens deze inventarisatie is uitgegaan van de adressenlijst en de wijkindeling zoals die is aangeleverd door de gemeente Doetinchem.

3.1

Onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied is het landelijk gebied van de gemeente

Doetinchem. Dus het gehele gebied van de gemeente met uitzondering van de bebouwde kommen. Uitgangspunt is de aangegeven

begrenzing van de bebouwde kom. In Doetinchem zijn de grenzen

3.2

het landelijk gebied rondom Gaanderen

het landelijk gebied rondom de plaats Doetinchem het landelijk gebied rondom Wehl. Het inventarisatieformulier

De inventarisatie is uitgevoerd aan de hand van een inventarisatie-

formulier. Alle objecten (ruim 1400 stuks) zijn bekeken. Bij dit on-

derzoek vormen de gebouwen zelf als de belangrijkste bron. Ar-

chiefonderzoek is niet uitgevoerd. Voor elk adres is een formulier ingevuld. Hierbij werden het hoofdgebouw en de eventuele bijge-

bouwen gestandaardiseerd omschreven en gewaardeerd in cijfers.

Maar een gebouw laat zich niet altijd in standaard termen en cijfers vangen. Hierom is er op sommige plaatsen vrije tekst mogelijk. Bo-

vendien zijn er van alle panden één of meer foto’s gemaakt. Het inventarisatieformulier is opgenomen in de bijlage van deze inleiding. 3.3.

De waarderingsmatrix

De inventarisatie is opgesteld om tot een goed inzicht te komen in

het onderscheid tussen objecten met een groot en objecten met een minder groot cultuurhistorisch belang. Daarbij is gebruik ge-

.

9

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

maakt van een zogenaamde waarderingsmatrix. De matrix maakt

Cultuurhistorische waarde:

De score in de matrix is een nuttig instrument om in één oogopslag

historische waarde van het gebouw is. Hier zijn de kleuren rood,

een objectieve afweging mogelijk.

een totaaloverzicht te kunnen geven van de lijst met de daarin aanwezige differentiatie ten aanzien van verschillende (en soms moeilijk vergelijkbare) deelaspecten en kwaliteiten.

Zeker wanneer in een later stadium selecties moeten plaatsvinden, blijkt de matrix in de praktijk een bijzonder waardevol (bij grote

aantallen objecten zelfs onmisbaar) en tijdbesparend hulpmiddel te zijn. 3.4.

De Cultuurhistorische waardenkaarten

De kaarten komen voort uit de waarderingsmatrix. Op de kaart zijn

bij alle objecten door middel van symbolen de cultuurhistorische

waarde, gebouwtypologie en de bouwperiode weergegeven. Op de tekeningen staan deze symbolen uitgelegd in de legenda’s.

oranje en geel gebruikt voor een hoge, een positieve en geen

waarde. De kleur van het grootste huisje (het hoofdgebouw) kan dus anders zijn dan de kleur van het kleine huisje (het bijgebouw).

De landschappelijke waarde van het gebied rond het object kan bijvoorbeeld een positieve invloed hebben op de cultuurhistorische waarde van het object. 3.5.

Eerdere inventarisaties

De gegevens uit de volgende lijsten en eerdere inventarisaties (afkomstig van gemeente Doetinchem) zijn in dit rapport verwerkt: -

Lijst met Rijksmonumenten

Gemeentelijke monumentenlijst

Lijst met potentiële Karakteristieke objecten

De gegevens uit het Monumenten Inventarisatie Project (MIP)

De symbolen zijn opgebouwd uit een eenvoudig huisje (dat het

-

bijgebouw).

eveneens voor de lijst met gemeentelijke monumenten. Ook deze

hoofdgebouw symboliseert) met daartegen een kleiner huisje (het

Deze eerdere inventarisaties zijn een momentopname. Dat geldt

Bouwperiode:

lijst is aan verandering onderhevig. Het is altijd mogelijk om na

Boven het dak van het grootste huisje zijn 1, 2 of 3 extra ‘daken’ getekend. Deze ‘daken’ geven de ouderdom (van het hoofdgebouw) weer. Hoe meer daken, hoe ouder het object. Gebouwtypologie:

In het grootste huisje is een cijfer geplaatst. Het cijfer is een indicatie voor het gebouwtype van het hoofdgebouw.

10

Het symbool heeft ook nog een kleur die aangeeft wat de cultuur-

verloop van tijd gemeentelijke monumenten aan te wijzen. De ge-

noemde lijsten zijn als bron bij de inventarisatie vermeld. Vaak komt

een object in meerdere bronnen voor. Zo kan een pand zowel rijksof gemeentelijk monument zijn, en ook voorkomen op de lijst van MIP monumenten.

.

4

Opzet van dit rapport

Van alle objecten is in dit rapport één foto en een korte beschrij-

ving / waardering opgenomen. Van een object met een bijgebouw met een hogere Cultuurhistorische waarde is er een extra foto opgenomen van dit bijgebouw en een korte waardering.

Hierbij is het adres en het huisnummer, eventueel gevolgd door de naam van het object aangegeven. Dit laatste met het oog op de herkenbaarheid van de objecten.

Vervolgens is aangegeven in welk gebied het object is gelegen. Deze gebiedsindeling is gebaseerd op de door de gemeente gehanteerde wijknummering.

Een gebouw wordt getypeerd door een aantal karakteristieken. Van ieder adres zijn vervolgens de volgende karakteristieken vermeld: 1. Oorspronkelijke functie 2. Huidige functie 3. Gebouwtype

4. Bouwperiode 5. Bouwstijl

6. Status (b.v. rijksmonument of gemeentelijk monument)

Als een bijgebouw geen cultuurhistorische waarde heeft of er zijn duidelijk meer bijgebouwen met andere gebouwtypologieën: 12. De gebouwtypologie van de bijgebouwen

Als tenminste één gebouw op dit adres (hetzij hoofdgebouw of bij-

gebouw) een cultuurhistorische waarde heeft dan is ook het volgende punt meegenomen:

13. Waardering van het gehele complex

Wanneer er sprake is van de cultuurhistorische waarde van het

hoofdgebouw of bijgebouw dan is de score uit de waarderingsmatrix overgenomen. Bij panden zonder cultuurhistorische waarde is er geen score opgenomen of staat er score met nul punten.

Wanneer er sprake is van ensemblewaarden van hoofdgebouw en

bijgebouw(en) samen, al dan niet in relatie met de situering, dan

wordt hieraan eveneens een score toegekend. De totaalscore is dan de som van deze drie scores. Groenaanleg en tuininrichting blijven hierbij buiten beschouwing. 4.1

Oorspronkelijke functie:

Voor de oorspronkelijke functie wordt teruggekeken in de tijd en

7. Cultuurhistorische waarde

voornamelijk op basis van de gebouwtypologie bepaald voor welke

9. Aanwezigheid van eventuele bijgebouwen

werd gebouwd volgens het principe ‘form follows function’. De oor-

8. Waardering

Verder is er bij adressen met een bijgebouw met een cultuurhistorische waarde het volgende toegevoegd:

functie een gebouw oorspronkelijk gebouwd is. Ook in het verleden spronkelijke functie is daardoor meestal gemakkelijk te herkennen.

10. Gebouwtypologie van het bijgebouw

11. Cultuurhistorische waarde van het bijgebouw

.

11

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

4.2

Huidige functie:

De huidige functie is aan verandering onderhevig. Het is dus een momentopname. Het gaat hier om wat de zichtbare functie van een

complex is, gezien vanaf de openbare weg. Dit kunnen dus andere

functies zijn dan de bestemming die in het bestemmingsplan staat.

Bij de huidige functie is het onderscheid tussen de verschillende

categorieën soms vaag. Het verschil tussen een woonfunctie en een

modern agrarisch bedrijf is makkelijk te zien. Maar er zijn ook hob-

byboeren op een woonboerderij met een aantal schapen, twee paarden en een kleine trekker. Daarnaast zijn er ook agrariërs op een historische boerderij die geen opvolger hebben en langzaam aan het afbouwen zijn. Het verschil tussen de laatste twee groepen

is lastig te onderkennen. Belangrijke informatie hierbij is de inrich-

ting van het erf. Is dit primair gericht op de sier en ligt de siertuin

rondom de boerderij dan is er sprake van een woonboerderij. Ligt alleen aan de voorzijde een siertuin en is de rest van het erf func-

tioneel ingericht, waarbij de trekker de schaal bepaalt, dan is er sprake van een agrarisch bedrijf. 4.3

Gebouwtype:

Hierbij kan gekozen worden uit de volgende gebouwtypes 1. Villa

2. Boerderij

3. Rijtje woonhuizen

4. Woonhuis (vrijstaand eventueel met garage) 5. Industrie en Nijverheid

12

6. Overig

7. Moderne agrarische bedrijfswoning

De bovenstaande gebouwtypes lijken nogal voor zichzelf te spreken.

Er zijn echter een paar nadere definities nodig.

Het verschil tussen een boerderij en een moderne agrarische bedrijfswoning heeft te maken met de bouwtijd en het al of niet com-

bineren van functies in één bouwvolume. Een boerderij is een tradi-

tionele boerderij met een (hoofd)gebouw van voor 1940 waarbij in het hoofdgebouw wonen en werken onder één dak ondergebracht zijn of waar woonhuis en stal aaneen zijn gebouwd. Een T-boerderij wordt dus ook als één bouwvolume gezien. Bij een moderne agrari-

sche bedrijfswoning is het woonhuis meestal gebouwd na 1940 en is vrijstaand of is slechts via een tussenlid verbonden met een an-

der bouwvolume. Typologisch heeft de moderne agrarische bedrijfs-

woning meer overeenkomsten met het woonhuis dan met de boerderij.

De twee onder één kap woonhuizen worden gezien als een (kort) rijtje woonhuizen.

Een villa is een vrijstaand woonhuis onder architectuur gebouwd. Het is een pand met uitstraling. Het is dus niet alleen een duur en groot pand maar ook een architectonisch ‘fraai’ pand.

Industrie en Nijverheid zijn de gebouwen waar grondstoffen of goe-

deren worden verwerkt (fabrieken) of opgeslagen (pakhuizen). Ook de Nutsbedrijven (zoals watertorens, schakelstation, transformator-

huisjes, pompgemalen) en de infrastructuur (sluizen en bruggen)

worden hieronder gerekend. In het kader van de inventarisatie voor de structuurvisie ‘Doetinchem: Cultuurhistorierijk!’ zijn ook de bank-

.

gebouwen en de beroepsscholen onder deze categorie geschaard.

Wanneer er sprake is van objecten uit de periode 1880 – 1965 met een kenmerkende verschijningsvorm, en architectonische, steden-

bouwkundige of cultuurhistorisch belang, dan kan men ook spreken

van Industrieel erfgoed. Deze objecten zijn ook wel bekend als ‘monumenten van bedrijf en techniek’.2 4.4 Bouwperiode: Iedere bouwperiode wordt gekenmerkt door specifieke bouwstijlen, typologische ontwikkelingen en bouwmaterialen. De bouwperiode

heeft daardoor bouwhistorische betekenis. In de waarderingsmatrix wordt uitgegaan van de volgende bouwperioden: 1. Vóór 1800 2. 1800-1850 3. 1850-1900 4. 1900-1940 5. 1940-1965 6. 1965-nu

Indien er een exacte bouwperiode of bouwjaar bekend is dan is deze aangegeven.

In de verwerking op de kaart wordt gewerkt met een kleiner aantal bouwperioden: vóór 1800, 1800-1940 en na 1940.

2

Hierbij wordt aangesloten op de uitgangspunten uit: R. Stenvert,

Inventarisatie industrieel erfgoed Doetinchem (BBA (Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis) te Utrecht, 2009).

4.5

Bouwstijl

Indien een pand een duidelijk voorbeeld is van een bepaalde

bouwstijl, is dit hier weergegeven. Dat is lang niet altijd het geval. De traditionele boerderijen voldoen maar zelden (of slechts op on-

dergeschikte onderdelen) aan de bouwstijlen zoals die in de architectuurboeken beschreven staan. In die gevallen wordt volstaan met

de aanduiding ‘traditionele, ambachtelijke streekeigen bouwstijl’, of een variant van die aanduiding. Alle bouwkunst uit de periode 19401965 wordt geschaard onder de (na)oorlogse architectuur. Daarmee wordt aangesloten bij de definitie die wordt gehanteerd bij de inven-

tarisatie van de naoorlogse stedenbouw en architectuur binnen de gemeente Doetinchem.3

Met name de bouwstijl voor de gebouwen van na 1965 is lastig. Hierbij worden de stijlen ‘bungalowstijl’ en ‘boerderettestijl’ geïntroduceerd om de verschijningsvorm aan te duiden. 4.6

Status:

De omschrijving van de status is afkomstig uit de lijsten met Rijksmonumenten, Gemeentelijke monumenten, MIP-objecten, of potentiële karakteristieke objecten. Het komt een enkele keer voor dat een

Karakteristiek- of een MIP-object een indifferente Cultuurhistorische waarde heeft gekregen. Meestal is dan het oude pand dat op de

3

Zie hiervoor de inventarisatie van de naoorlogse stedenbouw en

architectuur door L. van Meijel; eveneens is het kader van de Structuurvisie “Doetinchem: Cultuurhistorierijk!’

.

13

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

lijst stond, gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In de gevallen waar dit vrij duidelijk is, is dit ook in de tekst weergegeven. 4.7

tuurhistorische waarde dan is dit terug te vinden in de complexscore.

Cultuurhistorische waarde:

De Cultuurhistorische waarde kan hoog, positief of indifferent zijn.

4.11

Overige bijgebouwen:

Indifferente objecten hebben geen cultuurhistorische waarde en de

Als een bijgebouw geen cultuurhistorische waarde heeft of er zijn

de bepaling van de cultuurhistorische waarde zijn zowel de ont-

wordt dat hier vermeldt.

score uit de waarderingsmatrix wordt dan ook niet weergegeven. Bij staansgeschiedenis, uniciteit en ouderdom van belang. 4.8 De

Waardering: waardering

kan

beeldbepalend zijn. 4.9

beeldbepalend,

beeldondersteunend

of

niet

Eventuele bijgebouwen:

Bij de aanwezigheid van de eventuele bijgebouwen wordt vermeld tot welk gebouwtype dit bijgebouw behoort. 4.10

Bijgebouwen met cultuurhistorische waarde:

Het bijgebouw met een zekere cultuurhistorische waarde (een posi-

gegeven tot wat voor gebouwtype dit bijgebouw behoort en de hoogte van de cultuurhistorische waarde van dit bijgebouw.

duidelijk meer bijgebouwen met andere gebouwtypologieën dan

4.12

tieve of een hoge waarde) wordt hier beschreven. Hier wordt weer-

14

Als er meerdere bijgebouwen te vinden zijn met een hogere cul-

Totaal complex:

Van het beschreven object wordt ook de ensemblewaarde van het

complex / erf bekeken. Het gaat hier om de samenhang van de bijgebouwen en de uitstraling door de bijgebouwen, de inrichting van het erf en de relatie van het complex met zijn omgeving. Met name de aanwezigheid van ontsierende gebouwen kan zorgen voor vermindering van de ensemblewaarde.

Bij het complex / ensemble is ook aangegeven in welk landschapstype het adres is gelegen. Hier zijn de gegevens van Bureau Wa-

terland overgenomen. Er is geen relatie gelegd tussen de ensemblewaarde en het landschapstype.

NB. Er is niet gekeken naar de technische kwaliteit van het pand / complex. Vanzelfsprekend is dit een belangrijke factor bij instandhouding en een eventuele herontwikkeling van een gebouw, maar

technische kwaliteit is geen onderdeel van de cultuurhistorische waarde, en blijft daarom buiten beschouwing.

.

5.

Waardering en score

In het rapport zijn van alle cultuurhistorisch waardevolle hoofd- en / of bijgebouwen de scores vermeldt en de ensemblewaarde van het

complex. Onderaan de pagina is (indien relevant) de totale score

onderdeel Hoofdgebouw 1.

van het hoofdgebouw en / of de bijgebouwen en het ensemble

Architectuurhistorische 0 = zeer eenvoudig waarde / Bouwstijl

vermeld.

Ieder object is op bovenstaande deelaspecten gewaardeerd. Dit is gedaan aan de hand van een cijfermatige schaal, variërend tussen

Deze weegfactor geeft het relatieve belang weer dat het deelaspect

2.

3.

Cultuurhistorische

waarde

Gaafheid

heeft in de totale waardering. Op basis hiervan wordt voor de

4.

worden. Met deze cijfermatige waarderingsmethode is beoogd om

Monumentale waarde (totaalindruk)

enerzijds alle belangrijke aspecten zo objectief mogelijk te benoe-

Met enige aanpassingen gebaseerd op: Handleiding selectie en

registratie Jongere stedenbouw en Bouwkunst, (uitgave Rijksdienst

voor de Monumentenzorg, Zeist 1991)

voorbeeld of rijke detaillering) 0 = geen; indifferent 1 = positief 2 = hoog

0 = forse verminking

(aanbouwen, nieuwe gevels)

2 = gaaf

0 = geen

1 = positief

3

3

2

2 = hoog (potentieel monu-

Bijgebouw (met hoogste Cultuurhistorische waarde) 1.

2 = redelijk

ment)

men en anderzijds ook een weging mogelijk te maken tussen soms zeer uiteenlopende waardevolle objecten.

3

(dakkapel, kozijnen)

wijze met deze matrix is gebaseerd op een algemeen aanvaarde

een maximale score van 45 of een minimale score van 0 behaald

factor

1 = beperkte verminking

beeldbepalende panden in de Matrix een score berekend. De werk-

waarderingssystematiek. Op deze wijze kan, in theorie, per adres

1 = gewoon

Weeg-

3 = hoogwaardig (duidelijk stijl-

1 en 3 of tussen 0 en 3 (0, 1, 2, 3). De behaalde scores per deelaspect zijn vervolgens vermenigvuldigd met een weegfactor.

puntentelling

Architectuurhistorische 0 = geen waarde / Bouwstijl

1 = gewoon

2

2 = redelijk

3 = hoogwaardig (duidelijk stijlvoorbeeld of rijke detaillering)

.

15

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

2

3.

Cultuurhistorische

waarde

Gaafheid

0 = geen; indifferent 1 = positief 2 = hoog

0 = forse verminking

(aanbouwen, nieuwe gevels)

2

2

Bij de bepaling van de cultuurhistorische waarde zijn de volgende drie onderdelen van belang: 

is en de mate waarin het sociale en lokale aspect een rol

(dakkapel, kozijnen) 4.

Monumentale waarde (totaalindruk)

Gehele complex

2 = gaaf

0 = geen

1 = positief

0 = verstoord door lelijke be-

ling door bijgebou-

1 = neutraal

complex / erf (uitstra- bouwing wen)

speelt.  1

2 = hoog

Ensemblewaarde van

Ontstaansgeschiedenis en lokaal belang: de mate waarin het ontstaan of het gebruik van het object van historisch belang

1 = beperkte verminking

2

2 = gaaf, compleet

Uniciteit: de mate waarin het object zeldzaam is, lokaal gezien. Die zeldzaamheid kan betrekking hebben op de functie of op de typologische verschijningsvorm.



Ouderdom: oudere gebouwen hebben door hun leeftijd een

bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de omgeving.

Wanneer er bij een hoofdgebouw of bij een bijgebouw geen sprake

is van cultuurhistorische waarde (waarde indifferent, 0 punten), dan wordt er geen score voor dat hoofdgebouw of bijgebouw weergegeven in de matrix en in de rapportage.

Ad 3 Gaafheid: Ad 1 Architectuurhistorische waarde / bouwstijl:

De mate waarin de architectonische stijl van een object herleidbaar

is tot, of een goed voorbeeld is van, lokaal of regionaal bekende architectuur of een architectuurstroming. Bovendien wordt hierbij in aanmerking genomen of er bij het object sprake is van een complex ontwerp en / of versierende details.

16

Ad 2 Cultuurhistorische waarde:

De mate waarin de authenticiteit en de monumentale waarde van

het pand nog aanwezig is. Niet iedere wijziging wordt gezien als een aantasting van de gaafheid of een verminking. Een verminking

van een pand is een niet-harmonieuze wijziging van de bij de bouwstijl gewaardeerde architectuur. Hierbij ligt het accent op de verminking van de beeldbepalende verschijningsvorm en niet zozeer op de verminking van eventuele details zoals die bij potentiële monumenten een rol spelen.

.

Ad 4 Monumentale waarde (totaalindruk)

Hierbij wordt gekeken of een pand in principe monumentwaardig is.

Bij een hoge monumentale waarde is dit waarschijnlijk het geval. Bij een positieve monumentale waarde is dit mogelijk het geval. Bij geen monumentale waarde is dit zeker niet het geval. Dit aspect is bij de inventarisatie betrokken om een indicatie te kunnen geven

over de hoeveelheid panden die op termijn mogelijk in aanmerking

komen als gemeentelijk monument. Het verschil met de cultuurhistorische waarde is niet alleen dat bij de monumentale waarde de lat

hoger ligt maar hier wordt meer naar de totaal indruk gekeken. Het

is dus een samenspel van cultuurhistorische waarde, bouwstijl,

bouwhistorische gelaagdheid, gaafheid, authenticiteit maar ook de ligging, de ensemblewaarde en de schoonheid worden meegewo-

gen. De aspecten bouwhistorische gelaagdheid en authenticiteit spe-

len alleen een rol bij de bepaling van de monumentale waarde. Bij de rest van de waardering blijven deze aspecten buiten beschouwing.

Ad 5 Ensemblewaarde van complex / erf (uitstraling door bijgebou-

wen):

Bij de ensemblewaarde gaat het om het hele complex dus het erf

met hoofd- en bijgebouwen. Twee belangrijke onderdelen hierin zijn: 

Ligging: de mate van waardering van de stedenbouwkundige of landschappelijke situering, met name van de beeldbepalende rol die het betreffende object daarin vervult.



Verstoring ensemble: de mate waarin de oorspronkelijke directe omgeving is aangepast of aangetast ensemble.

.

17

18

.

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

6.

Literatuur en bronnen

Bij de voorbereiding van de inventarisatie en bij de datering en

afkortingen

waardering is gebruik gemaakt van de volgende literatuur. M.b.v. afkortingen wordt bij de beschrijvingen hiernaar verwezen. MIP-D MIP-W BidGD

Divb

Monumenten Inventarisatie Project (Doetinchem), Uitga-

ve Provinciaal bestuur van Gelderland, 1992

Monumenten

Inventarisatie

Project

(Wehl),

Provinciaal bestuur van Gelderland, 1992

Uitgave

Boerderijen in de gemeente Doetinchem door Gon

Boekkooi en A. K. Kisman; Oudheidkundige Kring Deutekom (Doetinchem 1988)

Doetinchem in vervagende beelden; veranderingen in het stadsbeeld in de tweede helft van de twintigste

Afkorting

Betekenis

RM en

Rijksmonument (met bijbehorend Rijksmonumentnum-

GM en

Gemeentelijk monument (met bijbehorend Gemeentelijk

RMnr

GMnr

MveM

’n

Moment

voor

een

monument;

beeldbepalende

bouwwerken in Doetinchem en omgeving door R. Lu-

reman, J. Steijntjes en G. Boekkooi; Oudheidkundige WioA Wten

Kring Deutekom (Doetinchem 1984)

Wehl in oude Ansichten door A.G.B. Koster; Europese

monumentnummer)

GEM

Object uit de aangeleverde adressendatabase van de

Karak.

Object uit de lijst van potentiële karakteristieke objec-

BHD

Bureau Helsdingen; object

vg

Voorgevel

Ca.

Circa

eeuw door S. Grit en A.K. Kisman; Staring Instituut en

Steenbergenstichting (Doesburg 2000)

mer)

bg

ongnr nnb

Gemeente Doetinchem ten

tijdens de inventarisatie

aangetroffen door Bureau Helsdingen

Begane grond

Ongenummerd

Nog niet bekend

bibliotheek (Zaltbommel 1990)

Wehl toen en nu door A.G.B. Koster; Oudheidkundige

Vereniging Wehl (Wehl 1995)

.

19

20

.

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

Bijlage: veldwerkformulier

.

21

22

.

Gemeente Doetinchem Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7464/documents/37280