CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bestemmingsplan Zonnepark Europaweg - 2020 Bijlagen.pdf

gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4.1: Bestemmingsplan Zonnepark Europaweg - 202021.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zonnepark Europaweg - 2020 Bijlagen

Concept

Inhoudsopgave Bijlagen

5

Bijlage 1 Gebiedsuitwerking Europaweg

6

Bijlage 2 Quickscan natuurtoets Zonnepark Doetinchem

8

Bijlage 3 Bomen Effect Analyse

59

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek 1

91

Bijlage 5 Archeologisch onderzoek 2

127

Bijlage 6 Archeologisch onderzoek 3

145

3 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

4 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Bijlagen

5 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Bijlage 1 Gebiedsuitwerking Europaweg

6 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Gebiedsuitwerking E u r o p a w e g Inleiding

1 6

De Europaweg is één van de belangrijkste toegangswegen van Doetinchem vanaf de A18. De weg is een entree van de stad en is onderdeel van de regionale verbinding tussen de A18 en de A1. Voor de stad en de regio vormt de Europaweg een belangrijke economische schakel en is essentieel voor de doorstroming van autoverkeer door de stad in noordelijke richting. In de Structuurvisie Doetinchem 2035 ligt in het gebied tussen de Europaweg en wijk Dichteren de opgave om ‘de groene waas’ over Doetinchem te versterken. In de visie vormt het gebied een groene verbinding tussen stedelijk gebied en buitengebied. Tegelijkertijd is de ontwikkelingsdruk op de zone langs de Europaweg groot. Naast aanpassing van de Europaweg voor een betere doorstroming van het autoverkeer zijn er diverse verzoeken om in het gebied initiatieven te mogen realiseren. Om de wenselijkheid van dergelijke verzoeken te kunnen toetsen, is een integrale gebiedsuitwerking van de structuurvisie nodig. De gebiedsuitwerking vormt de integrale ruimtelijke basis voor de ontwikkeling van het gebied. De uitwerking bestaat uit enkele concrete projecten en biedt voor de komende jaren inzicht wat de mogelijkheden zijn voor ontwikkelingen in het gebied. Binnen een aantal voorwaarden zijn ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied mogelijk. In principe ligt het initiatief voor die ontwikkelingen bij de markt.

Daarnaast liggen er een aantal concrete opgaven waarvan de uitvoering onder regie van de gemeente noodzakelijk is. Sturen op inzet van middelen, fasering en tijd en op ruimtelijke kwaliteit zijn daarbij kernwoorden. De gebiedsuitwerking laat zien om welke opgaves het gaat en hoe de realisatie vorm kan krijgen.

Particulier initiatief – Ter versterking van de Europaweg bestaat de mogelijkheid een fastfoodrestaurant te realiseren tussen de meubelboulevard en de Europaweg. Het restaurant vergroot de aantrekkende werking van de woonboulevard. 7

7

Verbetering doorstroming Europaweg Fietsroutes

1

5

Boven – Een referentiebeeld voor het landschap. 2

Open groenzone - gras

Particulier initiatief – Voor de vestiging van een toekomstig hotel nabij de toegang tot de binnenstad van Doetinchem is in de gebiedsuitwerking een potentiële locatie opgenomen. Uitgangspunt is een hotel met 80 tot 140 bedden en zaalruimte voor gezelschappen tot een maximum van 500 personen. De kwaliteiten van de potentiële zoeklocaties zijn: – vlakbij de af- en oprit van de snelweg A18; – vlakbij het stadscentrum en de bij het stadscentrum behorende ontsluitingswegen; – goed zichtbaar vanaf de genoemde wegen; – voldoende ruimte om de ± 500 parkeerplaatsen te realiseren; – vlakbij doorgaande (recreatieve) fietsroutes; – in groene zone met recreatief (mede)gebruik.

Dichte groenzone - bos Bomen Waterloop 5 8a

7

Bebouwing Recreatief medegebruik + zoekgebied solarpark

3

3

Recreatieve medegebruik 8

Zoekgebied hotel 3

4

Locatie fastfoodrestaurant Boven – Een uitsnede van de kaart uit 1903.

Ontsluitng gebied (indien nodig) 2

5

Padenstructuur (voorbeeld) Hoogspanningsleiding

1

1

Molenbiotoop

8a

6

Milieucontour LPG-vulpunt (groepsrisico) Boven – Structuurelementen die van invloed zijn op de gebiedsuitwerking. 1 = De groene verbindingszone tussen stedelijk gebied en buitengebied. 2 = Het verbeteren van de doorstroming van de Europaweg. 3 = Het fietspadennet en het realiseren van de ontbrekende schakel tussen de woongebieden Dichteren en Wijnbergen. 4 = De ecologische bypass van de Oude IJssel via woonwijk De Huet en de Kapperskolk (woongebied Wijnbergen).

Milieucontour LPG-vulpunt

2 1

5

Ruimtelijk beeld Langs de Europaweg zorgt de landschappelijke zone voor het groene beeld van de stad. Tussen de weg en de wijk Wijnbergen bestaat dat landschap uit een bomenrij en geluidswal. Tussen de weg en de wijk Dichteren ligt een open groene zone die vooral bestaat uit weidegebied. Deze groene zone ligt in het rivierdal van de Oude IJssel en is een licht golvende uitloper van het Montferland tot bijna in het stadscentrum van Doetinchem.

Kenmerken van de gebiedsuitwerking zijn: – openheid van weilanden; – bomenrijen begeleiden wegen en oprijlanen; – bomenrijen op de kavelgrenzen; – steilranden en natte rietzones langs de Loopgraaf; – groene verbinding met de omliggende wijken, mede door het bieden van mogelijkheden voor recreatief medegebruik van het gebied, bijvoorbeeld door de aanleg van wandelpaden; – benadrukken van de verschillen in natheid in het gebied; – bospercelen in de richting van de snelweg. De gebiedsuitwerking vormt een casco waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn die het beeld van het landschap versterken. De zone is een potentieel uitloopgebied voor de bewoners van de aanliggende woonwijken. Waar mogelijk verleent de gemeente medwerking aan particuliere initiatieven voor het recreatief (mede)gebruik. Dicht bij de wijken kan het (mede)gebruik in verhouding intensief zijn. Daarbij valt te denken aan een hardloopparcours, wandelpaden, een route met skateaanleidingen, een picknickveld, terreinen met speelaanleidingen en ruiterpaden, maar bijvoorbeeld ook aan het inpassen van een veld met zonnepanelen (een zonnepark). Op slechts enkele plekken is in het gebied bebouwing mogelijk, maar die is in maat en schaal ondergeschikt aan het kenmerkende landschapsbeeld.

Concrete opgaven 1

Voor het beeld van Doetinchem en voor de aanliggende wijken vormt de open groenzone een meerwaarde die de gemeente graag wil behouden. Het versterken van de landschappelijke kwaliteiten in combinatie met het vergroten van de verbinding met de stedelijke omgeving vormt het uitgangspunt voor de gebiedsuitwerking. Tot ver in de 20e eeuw bleef het landschap in dit gebied vrijwel hetzelfde. Het gebied is van oudsher in gebruik als weiland of hooiland. Het ruimtelijk beeld was kleinschalig, open met bomenrijen langs wegen en langs kavelgrenzen en steilranden langs waterlopen. In het zuidelijk deel, richting waar nu de A18 ligt, lagen grote bospercelen. Door hoogteverschillen waren sommige delen van het gebied natter dan andere. In de zone langs de watergang de Loopgraaf, evenwijdig aan de Europaweg, is dat nog steeds zichtbaar. Voor de gebiedsuitwerking vormt dat beeld, dat in de 20e eeuw deels verdween, de referentie.

8

Wegen

(Geluid)Wal

1

Vervallen 150 KV hoogspanningsleiding

Opgave van netbeheerder Tennet – Op dit moment wordt de aanleg van een 380 kV hoogspanningsleiding tussen Doetinchem en Wesel door TenneT voorbereid. Naar verwachting vindt de realisatie in 2017 plaats. De bestaande 150 kV hoogspanningsleiding hierin geïntegreerd, waardoor in 2018 het bestaande tracé door het uitwerkingsgebied Europaweg vervalt.

Natte zone (geen open water)

4

Vestiging fastfoodrestaurant

1

Doorstroming Europaweg

Opgave voor de gemeente – De bereikbaarheid van de regionale voorzieningen in Doetinchem is belangrijk voor de Achterhoek. Een goede bereikbaarheid helpt de negatieve effecten van de bevolkingskrimp in de Achterhoek het hoofd te bieden en sluit aan op de mobiliteitsopgaven voor deze regio. De gezamenlijke regionale aanpak is er onder meer op gericht om het Doetinchemse hoofdwegennet te optimaliseren. Hieraan hebben gemeente Doetinchem, regio Achterhoek en ook de provincie Gelderland de laatste jaren een forse impuls gegeven, bijvoorbeeld met de realisatie van de Oostelijke Randweg, de aanleg van de Ruimzichtlaan en de ontsluiting van het A18 Bedrijvenpark bij Wehl op de provinciale weg N815. Uit nader onderzoek is gebleken dat verbreding ter hoogte van de kruising Bedrijvenweg gewenst is. De fietsoversteek Auroraweg komt in het kader van verkeersveiligheid te vervallen. De bestaande fietstunnel zal nabij hoek Liemersweg wordt opgewaardeerd.

Vestiging hotel

Fietsverbinding Wijnbergen – Dichteren

Opgave voor de gemeente – De komende jaren wordt de woonwijk Wijnbergen verder ontwikkeld. Omdat in deze wijk geen winkels komen, zijn de bewoners aangewezen op de voorzieningen in Dichteren. In de overeenkomsten met de ontwikkelaars van Wijnbergen is vastgelegd dat fietsers de Europaweg ongelijkvloers kunnen kruisen. De ontwikkelaars dragen via de afdracht fonds bovenwijks in belangrijke mate hieraan bij. Naast een lokale verbinding vormt de ongelijkvloerse kruising van de Europaweg voor langzaam verkeer ook een belangrijke schakel in het bovenlokale hoofdfietsnetwerk tussen ‘s-Heerenberg, Zeddam en het A18 Bedrijvenpark enerzijds en het stadcentrum– station in Doetinchem anderzijds. Het college heeft besloten een veilige fietstunnel te willen realiseren. Een fietstunnel heeft meer fietscomfort dan een fietsbrug. 4

Vernieuwing hoofdriolering langs Europaweg

Een opgave voor Waterschap Rijn en IJssel – Het bestaande persriool (asbestcementleiding, Ø 800 mm) van het Waterschap, langs de Europaweg, is aan vervanging toe. De afgelopen jaren is het gedeelte op Sportpark Zuid reeds vervangen. Het vervangen van het gedeelte in de berm van de Europaweg, vanaf de spoorlijn tot aan het gemaal, is door bezuinigingen een aantal jaren uitgesteld. Door onder meer de aanpassing van de Europaweg en de aanleg van de fietstunnel (zie opgave 3) is werk met werk te maken en is vervanging van het bestaande persriool weer in beeld. De kosten komen voor rekening van het Waterschap, tenzij de gemeente bijzondere eisen heeft die kostenverhogend werken. 5

Zonnepark

Opgave gemeente - De gemeente gaat de voorbereiding doen voor de aanleg van een zonnepark van ongeveer 1,5 hectare ten zuiden van de Sicco Mansholtweg. Hiermee realiseert de gemeente een belangrijke bijdrage aan haar duurzaamheidsdoelstellingen. De aanduiding 8a staat voor de mogelijke uitbreiding van het zonnepark.

Belemmeringen Bij het ontwikkelen van initiatieven is het belangrijk om rekening te houden met een aantal belemmeringen die in het gebied gelden. Zo is in een deel van het gebied de kans op een archeologische vondst groot. Daar is, voorafgaand aan werkzaamheden in de bodem, gedegen archeologisch onderzoek gewenst. Verder gelden er beperkingen voor de hoogte van bebouwing binnen de molenbiotoop, en voor bebouwing en verblijfsactiviteiten onder de hoogspanningsleiding en binnen de milieucirkels rond het lpgstation langs de Europaweg en rond agrarische functies in het gebied, zoals de kippenboerderij langs de snelweg.

Boven – Referentie voor de fietstunnel.

Uitvoering en financiën De uitvoering van de deelprojecten is afhankelijk van de initiatieven van derden en prioritering in de financiën van de gemeente in de periode 2016-2021. De financiering van de verbreding van de Europaweg is mede afhankelijk van de prioritering binnen gemeentelijke uitvoeringsprogramma mobiliteit en de bijdragen van derden. Voor de fietstunnel onder de Europaweg zijn bestaande middelen en bijdragen van derden beschikbaar.

Versterken ruimtelijke structuur

Particulier initiatief – In de Structuurvisie Doetinchem 2035 versterkt het gebied langs de Europaweg de groene verbinding tussen stedelijk gebied en buitengebied en daarmee ‘de groene waas’ van Doetinchem. Particuliere initiatieven zullen worden gestimuleerd om de ambities op het gebied van aanleg van landschapselementen en recreatieve faciliteiten als voetpaden, ruiterpaden te realiseren. De gemeente heeft een faciliterende rol. Onder: referentiebeelden voor het landschap.

Boven: voorbeeld van de inpassing van een solarpark.

Bijlage 2 Quickscan natuurtoets Zonnepark Doetinchem

8 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Quickscan natuurtoets Zonnepark in Doetinchem

In opdracht van Gemeente Doetinchem

Colofon Quickscan natuurtoets zonnepark in Doetinchem

Opdrachtgever Contactpersoon

Gemeente Doetinchem Dhr. M. Baten

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad

1847 Ing. R. Boerboom S.J.J. Wamelink 14 maart 2018 Plangebied (foto: R. Boerboom)

Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl

Inhoud Colofon ............................................................................................................................... 1 Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1

2

3

4

Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1

Inleiding ................................................................................................................ 4

1.2

Doel ...................................................................................................................... 4

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1

Gegevens plangebied ........................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5

2.4

Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5

Beschermde status plangebied .................................................................................... 7 3.1

Gebiedsbescherming ............................................................................................ 7

3.2

Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................... 7

3.3

Natura 2000 .......................................................................................................... 9

Beschermde soorten plangebied ............................................................................... 11 4.1

Methode ............................................................................................................. 11

4.2

Resultaten .......................................................................................................... 12

5

Wet natuurbescherming ............................................................................................. 17

6

Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................... 23 6.1

Conclusie ............................................................................................................ 23

6.2

Aanbeveling ........................................................................................................ 23

Bijlage 1

Impressie plangebied ...................................................................................... 25

Bijlage2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming .......................................................... 26

Bijlage 3

Beschermde plant- en diersoorten................................................................... 34

Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande aanleg van een zonnepark langs de Europaweg in Doetinchem het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is. Er moet bij de aanlegwerkzaamheden wel rekening worden gehouden met broedvogels. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd. Nadere toetsing of vergunningsaanvraag voor beschermde natuurgebieden is niet aan de orde. In verband met het voorkomen van de huismus en steenuil wordt sterk aanbevolen om de landschappelijke inpassing van het zonnepark op de habitateisen van deze soorten te richten. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om een zonnepark te realiseren in het plangebied nabij de Europaweg in Doetinchem. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Gemeente Doetinchem. Het bureau deed literatuuronderzoek in de Nationale Databank Flora en Fauna en voerde veldonderzoek uit op de locatie.

Pagina 3

1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Gemeente Doetinchem is voornemens om een zonnepark aan te leggen nabij de Europaweg in Doetinchem. De heer Baten is namens de gemeente Doetinchem betrokken bij deze plannen en heeft aan Staring Advies gevraagd om de quickscan natuurtoets uit te voeren. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde natuurgebieden en beschermde plant- en diersoorten. Om in te schatten wat het effect van de plannen is op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten wordt een quickscan natuurtoets uitgevoerd.

1.2 Doel Het doel van de quickscan natuurtoets is om snel te inventariseren of door de geplande activiteiten schade kan ontstaan aan beschermde natuurgebieden en beschermde flora of fauna. Wanneer dit het geval is wordt vervolgens geadviseerd over het noodzakelijk vervolgonderzoek en eventuele procedurele vervolgstappen.

Pagina 4

2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:

Europaweg – Kilderseweg – Sicco Mansholtweg Doetinchem Doetinchem Gelderland

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een aantal agrarische percelen binnen de bebouwde kom van Doetinchem (zie figuur 1). Het plangebied wordt globaal begrenst door de Europaweg aan de oostzijde, de Sicco Mansholtweg aan de noordzijde en de Kilderseweg aan de zuid- en westzijde. De directe omgeving van het plangebied bestaat onder andere uit de woonwijk Dichteren, bedrijventerrein Wijnbergen, Natuurpark de Kapperskolk, een woonwijk in aanbouw en het buitengebied van Doetinchem met een afwisseling van agrarische percelen, woonerven en infrastructuur (zie figuur 2). Ten oosten van het plangebied stroomt de Oude IJssel, vanaf circa 800 meter afstand. Het plangebied bestaat uit agrarische percelen, grenzend aan ondiepe, watervoerende sloten en woonerven. De agrarische percelen betreffen (gedeeltelijk braakliggende) akkers. Binnen het plangebied is geen opgaande begroeiing aanwezig (zie figuur 2).

2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Daarnaast wordt het zonnepark mogelijk in de toekomst uitgebreid in zuidelijke richting. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het plangebied voor het zonnepark, wordt bepaald door agrarische percelen, woonerven, opgaande groenstructuren, infrastructuur en watergangen (zie figuur 2).

2.4 Geplande werkzaamheden Het zonnepark krijgt een oppervlakte van circa 1,6 hectare en wordt in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied gesitueerd. Het zonnepark zal landschappelijk ingepast worden. Naast de zonnepanelen zelf worden er enkele bouwwerken bijgeplaatst. De bouwwerken hebben de volgende omvang: -

Transformatorgebouw (lxbxh): 4 x 2,5 x 2 meter PV-opstellingen: meestal tot bouwhoogte 2 meter Hekwerk tot 2 meter

Pagina 5

Figuur 1. Globale ligging het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2018).

Sicco Mansholtweg

Europaweg

Kilderseweg

Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (blauw) met daarbinnen het plangebied voor het zonnepark (rood). Bron: Provincie Gelderland (2018).

Pagina 6

3 Beschermde status plangebied 3.1 Gebiedsbescherming In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland. Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In paragraaf 3.2 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Wet natuurbescherming gaat over gebiedsbescherming en soortenbescherming. Wat betreft de gebiedsbescherming beschermt de Wet natuurbescherming Natura 2000gebieden. Dit is een Europees, samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. In paragraaf 3.3 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden.

3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.2.1 Conclusie Het plangebied ligt niet in het NNN. De kernkwaliteiten van het NNN worden niet aangetast. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden.

3.2.2 Gelders Natuurnetwerk De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland wordt in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten. Groene Ontwikkelzones (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groene' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het

Pagina 7

type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO.

3.2.3 Plangebied Het plangebied ligt niet in het GNN of in een GO (zie figuur 3). Rondom de bebouwde kom van Doetinchem liggen diverse bos- en natuurgebieden die zijn aangewezen als bestaande natuur. Ook de Oude IJssel die door de woonkern van Doetinchem stroomt, valt binnen het GNN. Tussen deze gebieden liggen verschillende GO’s. Het dichtstbijzijnde GNN natuurgebied is de Oude IJssel, ten oosten van het plangebied. Dit gebied ligt op circa 800 meter afstand van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt, langs de zuidrand van de autosnelweg A18, een GO, vanaf circa 630 meter afstand.

Oude IJssel

Figuur 3. Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk, bron: Provincie Gelderland 2018.

Pagina 8

3.3

Natura 2000

3.2.4 Conclusie Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in of nabij een Natura 2000-gebied. Door de aard en de beperkte omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als stikstofdepositie, verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring zijn op voorhand uit te sluiten.

3.2.5 Natura 2000 De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Wet natuurbescherming beschermt onder andere Natura 2000-gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig.

3.2.6 Plangebied In het plangebied vindt de realisatie van een zonnepark plaats. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op ruime afstand van het plangebied, vanaf circa 11,5 kilometer (zie figuur 4). Overige Nederlandse Natura 2000gebieden, waaronder ‘Veluwe’, ‘Landgoederen Brummen’ en ‘Stelkampsveld’ (niet afgebeeld) liggen op een nog grotere afstand, vanaf ruim 16 km. Het Duitse Natura 2000gebied ‘Hetter-Millinger Bruch’ (niet afgebeeld) ligt eveneens op ruime afstand, vanaf circa 11,3 km. Door de aard en de omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van desbetreffende Natura 2000-gebieden verwacht.

Pagina 9

Veluwe

Rijntakken

Rijntakken

Figuur 4. Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken’ en ‘Veluwe’ (groen). Bron: Provincie Gelderland 2018.

Pagina 10

4 Beschermde soorten plangebied 4.1

Methode

Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en een gericht veldonderzoek.

4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren in Nederland. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. In de NDFF is voor het onderzoeksgebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten.

4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied om een inschatting te maken van de beschermde soorten die aanwezig zijn en om beschermde flora en fauna waar te nemen (zie tabel 1).

Onderzoeker Bezoekronde

Datum

Tijd

Weersomstandigheden

R. Boerboom

07-03-2018

10.30 uur

Half bewolkt, droog, 6°C, wind 0 Bft

1

Tabel 1. Veldonderzoek.

Pagina 11

4.2 Resultaten Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek.

4.2.1 Literatuuronderzoek Flora De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten. Broedvogels De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied en omgeving melding van diverse beschermde vogelsoorten. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen hier of in de omgeving wel een territorium bezetten, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. Van de in de NDFF vermelde buizerd, gierzwaluw, huismus, roek en steenuil zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd. Zoogdieren De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied melding van een aantal beschermde zoogdiersoorten. Het betreft de volgende soorten:  

Nationaal beschermde soorten: egel, haas, huisspitsmuis, konijn en steenmarter1. Internationaal beschermde soorten (Habitatrichtlijn): gewone dwergvleermuis, laatvlieger, otter, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.

Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied melding van het voorkomen van de volgende beschermde amfibieënsoorten: 

Nationaal beschermde soorten: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander¹.

Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied melding van het voorkomen van de volgende beschermde ongewervelde diersoort: 

Nationaal beschermde soorten: beekrombout.

1 Deze soorten zijn in de provincie Gelderland, met uitzondering van de steenmarter, vrijgesteld van de

verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Pagina 12

4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied bestaat uit enkele akkers, grenzend aan bermen, slootkanten, woonerven en opgaande begroeiing. De natuurlijke vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit algemene eenjarige plantensoorten van ruderale omstandigheden, zoals vogelmuur, klein kruiskruid, zachte ooievaarsbek, grote ereprijs, veldereprijs, hondsdraf, paarse dovenetel, hoenderbeet, grote brandnetel en vroegeling. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten voor de omgeving van het plangebied. Beschermde plantensoorten worden niet verwacht omdat er geen geschikte groeiplaatsen zijn, zo blijkt uit het veldonderzoek. Broedvogels Een volledige broedvogelkartering heeft niet plaatsgevonden, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van de quickscan natuurtoets. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en de directe omgeving de volgende vogelsoorten aangetroffen: aalscholver, wilde eend, heggenmus, koolmees, meerkoet, waterhoen, huismus, grote zilverreiger, Turkse tortel, roek, buizerd, ringmus, ekster, merel, vink, winterkoning, roodborst en zwarte kraai. Het plangebied is geschikt als nestlocatie voor enkele, minder kritische weide- en akkervogels als kievit en scholekster.

Jaarrond beschermde nesten De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van de buizerd, gierzwaluw, huismus, roek en steenuil, waarvan de nesten jaarrond (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek zijn de buizerd, huismus en roek waargenomen in de directe omgeving van het plangebied. Buizerd Tijdens het veldbezoek is in een boom net ten zuiden van het plangebied een buizerd waargenomen. Het plangebied, bestaande uit enkele akkers zonder opgaande begroeiing, is ongeschikt als nestlocatie voor de buizerd. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bomen met recent gebruikte nesten aangetroffen. De waargenomen buizerd broedt elders in de omgeving van het plangebied, of het betreft een overwinterend exemplaar. Gierzwaluw Uit de omgeving van het plangebied zijn diverse waarnemingen van de gierzwaluw (bron: NDFF). Ten tijde van het veldbezoek (maart) is deze soort nog niet in Nederland. De soort is dan ook niet waargenomen. Diverse woningen in nabijgelegen woonwijken (o.a. de Huet, de Hoop en Dichteren) zijn geschikt als nestlocatie voor deze soort. In het plangebied ontbreken geschikte nestlocaties. De open agrarische percelen in het plangebied zijn ook van niet van belang als leefgebied voor de gierzwaluw.

Pagina 13

Huismus Uit de omgeving van het plangebied zijn diverse waarnemingen van de huismus (bron: NDFF). Ook tijdens het veldbezoek zijn bij verschillende woonerven rondom het plangebied roepende huismussen gehoord. Het betreft met name woningen langs de Kilderseweg en de Auroraweg. De mussen broeden op deze locaties vermoedelijk onder de dakpannen van de aanwezige woningen. De open agrarische percelen in het plangebied zijn, met uitzondering van het noordelijke braakliggende perceel, van geringe waarde voor de huismus. Het noordelijke braakliggende perceel is door de aanwezigheid van diverse grassen en ruigtekruiden een geschikt foerageergebied voor in de nabije omgeving broedende huismussen. Mogelijk worden de taluds en bermen rondom het plangebied ook als foerageergebied gebruikt. Roek In een populierenbosje ten noorden van het plangebied (afstand circa 250 meter) is een roekenkolonie aanwezig. De roeken foerageren in omliggende agrarische percelen en in het stedelijk gebied van Doetinchem. In het plangebied bevinden zich geen nestlocaties van de roek. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied voor de soort. Steenuil Rondom enkele erven ten noorden, ten westen en ten zuiden van het plangebied zijn waarnemingen van steenuilen bekend (bron: NDFF). In het onderzoeksgebied zijn tijdens het veldbezoek geen steenuilen waargenomen.

Ook zijn er geen steenuilenkasten aangetroffen in/aan gebouwen of in (fruit)bomen in het plangebied en de directe omgeving. Verder zijn er geen sporen als braakballen, uitwerpselen, veren etc. aangetroffen. Het plangebied is door het ontbreken van geschikte broedgelegenheden niet geschikt als nestlocatie. De open akkerpercelen in het plangebied zijn marginaal geschikt als foerageergebied. Vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties van overige jaarrond beschermde vogelsoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikte broedgelegenheden. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn hazen en sporen van de mol aangetroffen in het plangebied. Mogelijk gebruiken nog enkele algemene soorten als bunzing, egel, konijn, steenmarter, wezel en (spits)muizen het plangebied als leefgebied. De NDFF bevestigt de aanwezigheid van een deel van deze soorten voor de omgeving van het plangebied. Voor deze soorten geldt, met uitzondering van de steenmarter, in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt de strikt beschermde otter vermeld voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Steenmarter Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van steenmarters gevonden of steenmarters waargenomen. De steenmarter is echter hoofdzakelijk ’s nachts actief.

Het plangebied is door de afwezigheid van bebouwing en andere geschikte schuilgelegenheden ongeschikt

Pagina 14

als vaste rust- en verblijfplaats voor de steenmarter. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied voor de soort. Otter Bij de brug van de Bedrijvenweg over de Oude IJssel, ten oosten van het plangebied, zijn recent sporen van de otter gevonden. Ook bij enkele andere bruggen over de Oude IJssel in Doetinchem zijn ottersporen (spraints) gevonden (bron: NDFF). In de Oude IJssel leven sinds een aantal jaren otters, mede door de uitzetting van een ottermannetje in 2012 bij Doesburg (bron: Zoogdiervereniging VZZ). Sporen van de otter worden verspreid over de gehele Oude IJssel en enkele aangrenzende wateren aangetroffen2. Het plangebied, bestaande uit enkele agrarische percelen is ongeschikt als leefgebied voor de otter, door het ontbreken van geschikt habitat en de afstand tot de Oude IJssel. Overige strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het bronnenonderzoek bevestigt de afwezigheid van overige strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De NDFF maakt melding van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Door het ontbreken van gebouwen is het plangebied ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten als de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis.

In het plangebied bevinden zich geen bomen met geschikte holten die kunnen fungeren als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten, zoals de rosse vleermuis en watervleermuis. Het plangebied is door de het ontbreken van opgaande (lijnvormige) groenstructuren en open water ongeschikt als foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen. Aangrenzende en nabijgelegen erfbeplantingen, bomenrijen, bosschages en waterpartijen zijn mogelijk in gebruik als foerageergebied of vliegroute. Amfibieën Beschermde amfibieën zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De NDFF meldt de beschermde bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Open water ontbreekt, waardoor het plangebied ongeschikt is als voortplantingshabitat voor deze en andere amfibieën. Door het agrarisch gebruik van de percelen is het plangebied slechts marginaal geschikt als landbiotoop voor enkele weinig kritische soorten als bruine kikker en gewone pad. Strikt beschermde soorten worden hier niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Er zijn uit

2 Kuiters, A.T., G.A. de Groot, D.R. Lammertsma, H.A.H. Jansman & J. Bovenschen (2017).

Genetische monitoring van de Nederlandse otterpopulatie; Ontwikkeling van populatieomvang en genetische status 2016/2017. Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt-technical report 9.9

Pagina 15

het plangebied en de directe omgeving ook geen waarnemingen van strikt beschermde amfibieën bekend (zie paragraaf 4.2.1). Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen aangetroffen. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde reptielen bekend geworden (zie paragraaf 4.2.1). Beschermde reptielensoorten worden niet verwacht in het plangebied door het ontbreken van geschikte leefgebieden. Vissen Permanent open water ontbreekt in het onderzoeksgebied, waardoor het voorkomen van (beschermde) vissen uitgesloten is. Ongewervelde dieren Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de beschermde beekrombout (een libel) bekend geworden (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte leefgebieden. Beekrombout De beekrombout is een libellensoort van grotere beken en kleine rivieren en soms ook in grote rivieren en in kanalen (bron: De Vlinderstichting). Van de soort is éénmalig (2016) een imago aangetroffen langs de oevers van de Kapperskolk, ten noordoosten van het plangebied. De soort gebruikt traag tot vrij snel stromend water als voortplantingsbiotoop. Ook de waterkwaliteit is voor de beekrombout.

Vermoedelijk gebruikt de soort de Oude IJssel of een andere watergang als voortplantingswater en betreft de éénmalige waarneming een zwervend exemplaar. Na het uitsluipen verspreiden de imago’s zich in de wijde omgeving van het voortplantingswater. Soms zijn beekrombouten jagend aan te treffen boven ruige vegetatie of langs bosranden. Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor de soort. Sporadisch kan een rondzwervend exemplaar waargenomen worden in het plangebied, maar van een functioneel leefgebied is geen sprake. .

Pagina 16

5 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn:     

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren. Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10). Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11). Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.

Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. In dit hoofdstuk wordt vastgesteld of beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn of verwacht worden op de locatie. Vervolgens wordt bepaald of ze mogelijk nadelige effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Deze effecten worden getoetst aan de verbondsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1 en 2). Wanneer de Wet natuurbescherming (mogelijk) wordt overtreden wordt geadviseerd over het uitvoeren van aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing. Flora Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Uit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend geworden uit het plangebied en de directe omgeving. Deze worden ook niet in het plangebied verwacht. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Broedvogels Alle aangetroffen en te verwachten vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Wet natuurbescherming (Vogelrichtlijn). Ontheffing voor deze diergroep is niet mogelijk.

Dit betekent dat het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep niet is toegestaan. Daarom moet er buiten het broedseizoen gestart worden met de werkzaamheden. Als de werkzaamheden in volle gang zijn bij aanvang van het broedseizoen, is het verstoringeffect op (broed)vogels minimaal. Het broedseizoen ligt, afhankelijk van de weeromstandigheden en aanwezige soorten, ruwweg tussen 15 maart en 15 juli. Broedgevallen buiten deze periode zijn ook beschermd.

Pagina 17

Vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn In het plangebied bevinden zich geen geschikte gebouwen, groenstructuren of overige nestgelegenheden voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. De waargenomen soorten buizerd, gierzwaluw, huismus, roek en steenuil broeden elders. Door de geplande werkzaamheden is geen sprake van fysieke aantasting van een vaste rust- en verblijfplaats van deze of andere jaarrond beschermde vogelsoorten. Het plangebied behoort mogelijk wel tot functioneel leefgebied voor deze soorten. Buizerd In het plangebied en de directe omgeving bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van deze soort. De solitaire buizerd die net buiten het plangebied is waargenomen betreft vermoedelijk een overwinterend exemplaar. De geplande ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied is niet van invloed op vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van ontheffing niet noodzakelijk voor de buizerd. Huismus Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor de huismus door de aanwezigheid van grassen en onkruiden. Aantasting van foerageergebieden van de huismus kunnen leiden tot aantasting van een vaste rust- en verblijfplaats.

Het voedsel wordt gezocht op plaatsen zonder of met korte vegetatie, zoals wegbermen, erven en tuinen (bron: Soortenstandaard Huismus, Ministerie van Economische Zaken). De, in de directe omgeving broedende, huismussen zullen voor het foerageren dan ook voornamelijk aangewezen zijn op de woonerven waar de nestlocaties zich bevinden en aangrenzende bermen, gazons en aangrenzende tuinen. De (braakliggende) akkers in het plangebied kunnen echter ook tot het foerageergebied behoren. Het zal hierbij vooral om de akkerranden gaan, direct grenzend aan de erven, aangezien voedselbronnen van de huismus zich altijd op korte afstand van dekking in de vorm van opgaande begroeiing moeten bevinden. Met behoud van bijvoorbeeld een kruidenrijke rand rondom het zonnepark en voldoende (geschikte) landschappelijke inpassing blijft de functionaliteit van het leefgebied van de huismus behouden. Het aanvragen van een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Roek In een populierenbosje ten noorden van het plangebied is een roekenkolonie aanwezig. Het betreft een kolonie van 43 nesten in het broedseizoen van 2017 (bron: telgegevens gemeente Doetinchem). De roeken foerageren onder andere in omliggende agrarische percelen, waaronder het plangebied voor de aanleg van het zonnepark.

Uit onderzoek is gebleken dat 75 tot 90 procent van de foerageerbewegingen tijdens het voortplantingsseizoen binnen een straal van 1.500 meter van de kolonielocatie plaatsvindt (Soortenstandaard Roek, Ministerie van Economische Zaken). Hierbinnen wordt het meest gefoerageerd in een straal van 500-1.000 meter van de kolonie. Voldoende geschikt foerageergebied in een straal van 1.500 meter van de kolonie is dus vereist. Dit houdt in dat, als kolonies zich in de bebouwde kom bevinden, de percelen grenzend aan de bebouwde kom aan importantie winnen om ervoor te zorgen dat de foerageerafstand ten

Pagina 18

opzichte van de kolonie binnen de acceptabele marge van 1.500 meter blijft. Er moet minimaal 1,5 hectare (vochtig) bemest gras- of bouwland per broedpaar aanwezig zijn in een straal van 1.500 meter van de locatie waar de kolonie zich bevindt (bron: Soortenstandaard Roek, Ministerie van Economische Zaken). Door de realisatie van het geplande zonnepark verdwijnt er circa 1,6 hectare foerageergebied voor de roek. Er is berekend dat binnen een straal van 1.500 meter er in de huidige situatie circa 112 hectare geschikt foerageergebied voor de roek beschikbaar is (zie figuur 6). Aangezien er waarschijnlijk enige overlap in foerageergebied is met kolonies in de omgeving (vijvers de Huet, Liemersweg en Verheulsweiden) zal een deel van deze 112 hectare niet volledig meegewogen kunnen worden (zie figuur 6).

Overlap met overige kolonies

Figuur 6. Analyse functioneel leefgebied roekenkolonie Europaweg.

Pagina 19

Op basis van de koloniegrootte (43 nesten in 2017) is er circa 65 hectare benodigd voor deze kolonie. Dit betekent dat het na het verlies van circa 1,6 hectare foerageergebied door de aanleg van het zonnepark van de 112 hectare nog circa 110 hectare overblijft. Het verlies aan geschikt foerageergebied doet, rekening houdend met overlap in foerageergebieden van overige bekende roekenkolonies, geen afbreuk aan de functionaliteit van het leefgebied van deze kolonie. Steenuil In het plangebied bevindt zich geen nestlocatie van de steenuil. De open akkerpercelen in het plangebied zijn marginaal geschikt als foerageergebied. Aantasting van essentiële foerageergebieden van de steenuil kunnen leiden tot aantasting van een vaste rust- en verblijfplaats. Op basis van waarnemingen uit de NDFF blijkt dat er zich ten noorden, ten westen en ten zuiden van het plangebied mogelijke territoria van de steenuil bevinden (zie figuur 7).

Figuur 7. Waarnemingen van steenuil (groen) rondom het plangebied (rood). Bron: NDFF.

Pagina 20

De steenuil heeft een relatief kleine territorium. Het activiteitsgebied rond de nestplaats is slechts enkele honderden meters, vaak binnen 200 meter. In het broedseizoen vliegen ze vaak nog minder ver van de nestplaats (bron: Soortenstandaard Steenuil, Ministerie van Economische Zaken). Vanwege de afstand tot de vermoedelijke territoria van de steenuil in de omgeving en de beperkte geschiktheid als foerageergebied, zal het plangebied niet van essentieel belang zijn voor de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaatsen. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor de steenuil. Het wordt aanbevolen om bij de aanleg van het zonnepark te zorgen voor voldoende (geschikte) landschappelijke inpassing waardoor er een geschikter foerageergebied voor de steenuil ontstaat. Overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, zoals de uit de omgeving bekende gierzwaluw, worden niet verwacht in het plangebied. Voor overige jaarrond beschermde vogelsoorten is het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van ontheffing niet noodzakelijk. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn de beschermde haas en sporen van de beschermde mol waargenomen. Het plangebied wordt verder mogelijk gebruikt als foerageergebied/leefgebied door enkele algemene beschermde soorten als bunzing, egel, konijn, steenmarter, wezel en algemene muizensoorten.

Voor deze soorten zoogdieren geldt, met uitzondering van de steenmarter, in de provincie Gelderland automatisch de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ingrepen. De uit de omgeving bekende, strikt beschermde otter wordt niet verwacht in het plangebied. Steenmarter Het voorkomen van de beschermde steenmarter is alleen ontheffingsplichtig wanneer er vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn. Hiervan is geen sprake in het plangebied. Nader onderzoek naar het voorkomen van de steenmarter of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor overige grondgebonden zoogdiersoorten. Vleermuizen Om te bepalen of aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, worden de resultaten van de quickscan getoetst aan de checklist van Het Protocol voor vleermuisinventarisaties van de Gegevensautoriteit Natuur en de Zoogdiervereniging VZZ. Hieronder zijn de relevante passages uit de checklist weergegeven: 1. Zijn er gebouwen die gesloopt of gerenoveerd worden? Nee  Nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is niet noodzakelijk.

Pagina 21

2. Zijn er bomen met potentieel geschikte holten die gekapt of gesnoeid worden? Nee  Nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is niet noodzakelijk. 3. Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route/verbinding of een essentieel foerageergebied? Nee  Nader onderzoek naar foerageergebieden en routes van vleermuizen is niet noodzakelijk. Nader onderzoek naar vleermuizen is niet noodzakelijk aangezien er door de geplande activiteiten geen verblijfplaatsen, foerageergebieden of vliegroutes aangetast worden. Overige soortgroepen Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde amfibieën, reptielen, vissen en/of ongewervelde dieren, met uitzondering van enkele algemene soorten als bruine kikker en gewone pad, niet te verwachten in het plangebied. Voor deze soorten geldt in de provincie Gelderland automatisch de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ingrepen. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroepen.

Pagina 22

6 Conclusie en aanbevelingen

6.1 Conclusie Aan de hand van de resultaten van de quickscan natuurtoets in het onderzoeksgebied ‘zonnepark in Doetinchem’ kan de volgende conclusie worden getrokken: Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

6.2 Aanbeveling In verband met het voorkomen van de huismus en steenuil wordt sterk aanbevolen om de landschappelijke inpassing van het zonnepark op de habitateisen van deze soorten te richten.

Pagina 23

Bijlagen 1 2 3

Impressie plangebied Wettelijk kader Beschermde plant- en diersoorten

Pagina 24

Bijlage 1 Impressie plangebied

Pagina 25

Bijlage2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn:     

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden); Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren; Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10); Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11); Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Toetsing van effecten van projecten op Natura 2000-gebieden blijft hetzelfde als nu. Beschermde natuurmonumenten Beschermde natuurmonumenten en bijbehorende doelen komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor (nooit aangewezen) beschermde landschapsgezichten en beschermde leefomgevingen. De meeste natuurmonumenten vallen binnen het NNN areaal en zijn via dat beschermingsregime alsnog beschermd. Daarnaast kunnen gemeenten de natuurmonumenten via een bestemmingsplan als beschermde natuur aanwijzen. Provincies dienen gebieden aan te wijzen voor het NNN (voormalige EHS) en (evt. op verzoek) voor overige bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Het rijk kan een gebied, niet zijnde een Natura 2000-gebied, als bijzonder nationaal natuurgebied aanwijzen.

Soortbescherming Alle beschermde soorten worden aangewezen in de wet zelf (deels met verwijzing naar internationale regelgeving). Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. Ongeveer 200 thans beschermde soorten (vooral vaatplanten en zeevissen) worden niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming (anders dan door algemene zorgplicht). De lijst met beschermde soorten is niet meer opgedeeld in tabellen, zoals in de huidige Flora- en faunawet. Zie bijlage 3 voor de nieuwe lijst met beschermde plant- en diersoorten.

Pagina 26

Totaal aantal beschermde soorten is slechts een fractie van ongeveer 35.000 soorten die in Nederland voorkomen. Groot aantal bedreigde (Rode lijst) soorten wordt niet passief beschermd (wel actieve bescherming vereist).

Drie regimes voor beschermde soorten 1. Regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in EU (art. 3.1-3.4) 2. Regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5-3.9) 3. Regels ter bescherming van niet onder 2 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11) Inhoud beschermingsregimes  

Geen uniform verbodsstelsel, maar aparte verboden voor elk van de drie categorieën beschermde soorten. Verboden en uitzonderingen sluiten nauw aan bij Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (regime 1 en 2), maar ‘soepeler’ regime voor aanvullend beschermde soorten (regime 3). Meeste verboden nu alleen van toepassing op ‘opzettelijk’ handelen, maar dat dekt ook voorwaardelijk opzet (=willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaarden dat gedraging schadelijke gevolgen heeft voor beschermde soorten). Verschil met de huidige verboden zal in de praktijk dus waarschijnlijk gering zijn.

Alle in de Wet genoemde soorten zijn strikt beschermd. Voor de verbodsbepalingen is een ontheffing noodzakelijk. Dit geldt ook voor zeer algemene soorten waarvoor in het verleden automatisch de vrijstellingsregeling van kracht was bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter kunnen de provincies voor een aantal algemene soorten een vrijstellingslijst opstellen (op basis van Artikel 3.11). Dit betekent dat de beschermde soorten per provincie verschillen (zie bijlage 3). Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen zijn de volgende verbodsbepalingen voor soorten het meest relevant.

Intrinsieke waarde natuur Artikel 1.10 Deze wet is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit.

Pagina 27

Algemene Zorgplicht Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.3 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren.

Pagina 28

2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 en ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig:      

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;

c. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. In een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling worden in elk geval voorschriften opgenomen, onderscheidenlijk regels gesteld, over: a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden, waarbij enkel het gebruik wordt toegestaan van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen, installaties of methoden; b. de tijd en plaats waarvoor de ontheffing of vrijstelling geldt, en c. de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Pagina 29

3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig:   

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7465/documents/35726