Bijlage 4 Begroting 2024 ODA.pdf
Tekst van het document
3
Begroting 2024 Meerjarenbegroting 2025 - 2027
1
Begroting 2024 Meerjarenbegroting 2025 - 2027
Datum: 5 april 2023 Status: Concept © Omgevingsdienst Achterhoek
Elderinkweg 2, 7255 KA Hengelo (Gld) info@odachterhoek.nl www.odachterhoek.nl www.gelderseomgevingsdiensten.nl @omgevingsdienstachterhoek
2
AANBIEDINGSBRIEF ......................................................................................................................... 4 INLEIDING ............................................................................................................................................ 5 I. DE BELEIDSBEGROTING............................................................................................................... 6 II.PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING ....................................................................... 10 III.PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING ............................................................... 11 IV.PROGRAMMA 3 – ADVIES ......................................................................................................... 14 V.PROGRAMMA 4 – STELSEL TAKEN.......................................................................................... 15 VI.PROGRAMMA 5 – PROJECTEN ................................................................................................. 17 VII.DE PARAGRAFEN ....................................................................................................................... 18 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ...........................................................................................................
18 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ................................................... 19 PARAGRAAF FINANCIERING ................................................................................................................ 25 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .......................................................................... 25 VIII.DE FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................................... 26 OVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN ............................................................................................................. 26 TOELICHTING FINANCIËLE BEGROTING ......................................................................................................... 26 FINANCIËLE MEERJARENBEGROTING 2025 – 2027......................................................................................... 29 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ....................................................................................... 29 OVERZICHTEN OVERHEAD EN ONVOORZIEN ................................................................................................ 30 GEPROGNOSTICEERDE BALANS ....................................................................................................................
31 IX.BESLUIT ALGEMEEN BESTUUR .............................................................................................. 32 BIJLAGE 1: BEVOORSCHOTTING DOOR DE PARTNERS 2024........................................................................... 33
3
Aanbiedingsbrief Voor het komende begrotingsjaar bied ik u de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027 van de Omgevingsdienst Achterhoek aan. De ODA voert in de Achterhoek voor gemeenten en provincie WABO-taken uit, zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies, met name gericht op milieu. Het lijkt eindelijk te gaan gebeuren! Bij Koninklijk Besluit is de datum van 1 januari 2024 vastgesteld voor de invoering van de Omgevingswet. Daarmee zal dit begrotingsjaar in het teken staan van de implementatie van de wet. Dat geldt uiteraard niet alleen voor de ODA, maar voor al onze partners. Daarbij gaan we aanlopen tegen knelpunten en die gaan we, waar nodig in overleg, zo praktisch mogelijk oplossen. We hebben samen met onze partners geoefend. Met het uitgangspunt dat we van fouten gaan leren kijk ik met vertrouwen naar deze ontwikkeling. De tien aanbevelingen uit het rapport van commissie Van Aartsen, ‘Om de leefomgeving’ zijn vertaald in 6 pijlers. Deze pijlers worden met projecten vertaald in een interbestuurlijk Programma (IBP). Hiervoor stelt het Rijk middelen beschikbaar die deels rechtstreeks naar de omgevingsdiensten gaan voor het verbeteren van de VTHprocessen. In eerste instantie was deze subsidie voor 2022 en 2023 bedoeld. Het programma krijgt een langere looptijd zodat dit doorloopt in 2024.
De Provinciale verkiezingen in 2023 hebben geleid tot een aardverschuiving in het politieke speelveld. Bij het schrijven van deze aanbiedingsbrief is het stof nog niet neergedaald. Dat betekent dat er nog een mistig beeld is over de gevolgen. Als uitvoeringsdienst zijn wij volgend op politieke keuzes. Wij wachten af of dit leidt tot veranderingen en zo ja, wat dit dan gaat betekenen voor de uitvoering. In de afgelopen jaren zijn we allemaal geconfronteerd met grote maatschappelijke vraagstukken zoals Corona, de Oekraïne-oorlog, vluchtelingenproblematiek, klimaatproblemen, energietransitie, stikstofproblematiek, tekort aan personeel, tekort aan woonruimte. Deze zaken leiden tot landelijke en/of internationale sturing om de maatschappelijke gevolgen te beperken. We zien dat deze problemen vragen om een integrale aanpak. Hierdoor zien we dan ook dat de taken van de ODA zich verbreden. De energietransitie is er een voorbeeld van. De ontwikkelingen en knelpunten volgen elkaar in een hoog tempo op. Door de krapte op de arbeidsmarkt kunnen we niet alles oplossen door meer personeel in te zetten. Daarom blijft de ODA zoeken naar innovatieve en flexibele manieren om onze taken goed uit te voeren. Hierbij is de risicobenadering een belangrijk uitgangspunt. Daarvoor gaan we steeds meer uit van data-analyse waardoor we meer zicht hebben op risico’s.
Ook het gebruik van innovatieve technieken helpt ons om efficiënt te werken, bijvoorbeeld met de inzet van een drone. Er is meer dan genoeg te doen en we zetten met zijn allen de schouders eronder. Met onze partners en de overige samenwerkingspartijen werken we met veel plezier aan een mooie, gezonde en veilige Achterhoek Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek Petra van Oosterbosch Directeur
4
INLEIDING Bestuursorganen De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen. Op 1 januari 2023 waren de besturen als volgt samengesteld: Algemeen Bestuur:
Dagelijks Bestuur:
5
I.
DE BELEIDSBEGROTING
Het Programmaplan Het programmaplan van de Omgevingsdienst is opgebouwd uit de volgende programma’s: ➢ Programma 1 – Vergunningverlening ➢ Programma 2 – Toezicht en Handhaving ➢ Programma 3 - Advies ➢ Programma 4 – Stelseltaken ➢ Programma 5 - Projecten Overzicht van baten en lasten per taakveld Begroting 2024 x € 1.000
Taakveld
Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 7.4 Milieubeheer Programma 2 Toezicht en handhaving 7.4 Milieubeheer Programma 3 Advies 7.4 Milieubeheer Programma 4 Stelseltaken 7.4 Milieubeheer Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten 7.4 Milieubeheer Overzichten Overhead 0.4 Overhead ondersteuning organisatie Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treausury Bedrag onvoorzien 0.8 Algemene baten en lasten Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat
Baten
Lasten
€ € €
2.407 € 5.788 € 2.266 €
1.765 3.550 1.575
€
80 €
95
€
€ 3 €
278 -
€ € €
€ € € 10.544 € - € 10.544 €
3.203 78 10.544 10.544
Begrotingsuitgangspunten 2024 Outputfinanciering De ODA werkt op basis van outputfinanciering. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de opdrachtgever betaalt voor geleverde producten tegen vooraf bepaalde prijzen. De begroting wordt gebaseerd op een geraamd aantal producten in uren tegen de daarvoor geldende tarieven. Uiteindelijk betalen de partners de door hen daadwerkelijk afgenomen producten en dienstverlening. De afrekening vindt plaats aan de hand van een jaarafrekening waarbij de eerder in rekening gebrachte voorschotten worden verrekend. Met de komst van de omgevingswet zal het productenboek van de ODA over 2024 gaan veranderen. Sommige producten worden opgeknipt in onderliggende onderdelen, andere producten zullen mogelijk vervallen en regiewerk zal daarvoor in de plaats komen, bijvoorbeeld voor vooroverleg. De wijziging leidt tot een veranderde omzetcombinatie van aantallen en productprijzen. Hiermee kan ook de uiteindelijke omzet wijzigen van de ODA. Op basis van ervaring zullen we dit goed kunnen inrichten maar tijdelijke onbalans tussen kosten en omzet is mogelijk. Beleid en nieuw beleid De begroting 2024 wordt gebaseerd op de begroting 2023 met als vertrekpunt het bestaande beleid 2022. Beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2023 (en volgende jaren), worden in de begroting 2024 verwerkt dan wel via de eerste begrotingswijziging 2023.
6
Van nieuw beleid is sprake wanneer de OD Achterhoek nieuwe taken krijgt toebedeeld. Voor 2024 kan daarbij worden gedacht aan b.v. de volgende thema’s: Omgevingswet In de Achterhoek wordt inmiddels stevig met elkaar samengewerkt, waarbij ODA steeds meer een coördinerende rol invult. Zo coördineren wij bij het oefenen in de praktijk, het maken van werkafspraken en het overdragen van kennis. Dit in samenspraak met de Achterhoekse gemeenten en ketenpartners. Na de invoering van de Omgevingswet (planning 1 januari 2023) zal bezien worden wat dit voor de ODA betekent. Gemeenten zijn aan de slag met Omgevingsvisies en Omgevingsplannen, waarvoor steeds vaker een beroep gedaan wordt op de expertise van de ODA. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid waardoor er verschillen kunnen ontstaan die gevolgen hebben voor de uitvoering. In de eerste jaren worden pieken in de workload en de doorlooptijden verwacht. Ook omdat we naar een andere werkwijze gaan en de regelgeving nieuw is. De nieuwe situatie zal procesmatig, digitaal en organisatorisch moeten worden ingeregeld. Het DSO en de systemen van gemeenten en andere ketenpartners werken nog niet optimaal. Daarom verwachten we extra capaciteit nodig te hebben, bijvoorbeeld ook voor het beantwoorden van vragen van inwoners en bedrijven of de doorlooptijden kunnen oplopen.
Bodem Met de komst van de Omgevingswet verschuiven een groot deel van de bodemtaken van het rijk en de provincie Gelderland naar de lokale overheden (warme overdracht). Op dit moment is het nog niet duidelijk of er een financiering vanuit het Rijk komt. Hierover zijn diverse partijen met elkaar in gesprek. De ODA heeft met haar partners contact gezocht over de uitvoering van deze bodemtaken. Met behulp van een impactanalyse zijn de activiteiten per partner in beeld gebracht met de consequenties voor capaciteitsinzet en budget. De begroting zal aangepast worden conform de gemaakte afspraken. NB Bij onvoldoende financiële compensatie is het onzeker of de partners de ODA opdracht geven om de bodemtaken op hetzelfde niveau uit te voeren als voor de overdracht. Mogelijke wijzigingen als gevolg van de commissie van Aartsen Als vervolg op het rapport “Om de leefomgeving” van de commissie van Aartsen zijn de ontwikkelingen om de kwaliteit van VTH te verbeteren in een stroomversnelling gekomen, Er is een Interbestuurlijk Programma (IBP) opgesteld met 6 pijlers gebaseerd op de 10 aanbevelingen uit het rapport, Daarvoor stelt het rijk subsidie beschikbaar. In het IBP zijn alle relevante partijen betrokken (ministeries, IPO,VNG, ODNL etc). Voor 1 januari 2024 moeten er al grote verbeterslagen gemaakt zijn.
Ondanks financiële compensatie zal dit ambitieuze plan grote gevolgen hebben voor de organisatie. Asbesttaken Naar aanleiding van het rapport Van Aartsen is de afspraak gemaakt dat de partners het hele basistakenpakket moeten inbrengen bij de Omgevingsdienst. Voor een aantal partners betekent het dat ze deze asbesttaken alsnog structureel inbrengen vanaf 1 januari 2023 Informatiemanagement • Gegevensmagazijn uitbouwen Een omgevingsdienst is een data gedreven organisatie. Het beschikken en het zorgvuldig beheren van data en informatie is daarom van groot belang voor de ODA. Met de komst van de Omgevingswet wordt informatie alleen nog maar belangrijker. Om te kunnen voorzien in deze toenemende informatiebehoefte is er meer tijd en aandacht nodig voor het uitbouwen en het beheren van het gegevensmagazijn van de ODA. Ook wordt informatieveilig en privacy steeds belangrijker. • Samenwerking informatiemanagement De ODA is als omgevingsdienst op het gebied van informatiemanagement kwetsbaar vanwege de kleine omvang van de organisatie. Daarom blijven we zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden. Dat kan binnen het Gelders Stelsel of op landelijk niveau 7
binnen ODNL. Dit zodat de ODA minder kwetsbaar is op het gebied van informatiemanagement en om gebruik te maken van elkaars kennis. Beheren van het archief De ODA bereidt zich samen met de DIV-collega’s van de partners en onze archiefinspecteur voor om de partners te ontzorgen in het beheren van het archief. We willen alles goed voor elkaar hebben binnen de ODA voordat we dit op gaan pakken en dat had nog iets meer tijd nodig. Verder is het noodzakelijk gebleken dat we archiefdeskundigheid aantrekken binnen de ODA. Geluid Op grond van nieuwe wetgeving geluid (Aanvullingswet & aanvullingsbesluit) wordt extra werk voorzien voor: • Wegverkeer: geluidbelastingkaarten (zijn emissiekaarten gebaseerd op de verkeerskaarten) • Industrielawaai: voor gezoneerde terreinen gaan geluidproductieplafonds gelden, veel terreinen zijn niet actueel Extra werk van nieuwe onderwerpen Er komt door de jaren heen steeds meer extra werk van nieuwe onderwerpen op ons af die bij de start van de ODA niet in het werkpakket zat. Voorbeelden hiervan zijn ondermijning/ drugslabenergietaken, en meer beleidsmatig georiënteerde adviesvragen. Dit heeft steeds meer invloed op de hoeveelheid werk. Komende taken zijn mogelijk de werkzaamheden rondom de Natuurbeschermingswet die nu bij de provincie liggen (landelijk ligt dit ook onder het vergrootglas vanwege het stikstofprobleem).
Daarvoor zijn bij ons en in het Gelders stelsel nu al diverse pilots lopend. In 2023 wordt verder bekeken of dit een vervolg zal krijgen. Diensten met betrekking tot vergunningen, toezicht en handhaving en specialismen De begrote dienstverlening 2024 (in uren) wordt gebaseerd op de begrote dienstverlening 2023. De werkelijke productie over 2022 kan aanleiding zijn voor aanpassingen. Daarnaast kunnen aanvullingen plaatsvinden als gevolg van beleidsmatige ontwikkelingen of specifieke afspraken met de partners. Willen de partners hiervan afwijken, dan moeten ze dit vroegtijdig doen voor 1 december 2022. Zoals aangegeven zal het productenboek wijzigen voor kalenderjaar 2024. Dit kan gevolgen hebben voor het omzetpatroon. Bovenregionale taken Taken die bovenregionaal worden uitgevoerd, maar inrichting gebonden zijn, zijn opgenomen in ons productenboek. Deze lopen dus gewoon mee in de begrote dienstverlening. De programmatische stelseltaken worden afgerekend op uren op basis van een vastgesteld werkplan met een passende verdeelsleutel, afhankelijk van het onderwerp. Personeelsformatie De capaciteit van de personeelsformatie wordt afgestemd op de begrote productie (in uren). Het verschil tussen de begrote productie en de eigen beschikbare capaciteit in uren wordt ingevuld met de flexibele schil.
De flexibele schil beoogt een flexibele inzet met behulp van inhuur derden en externe dienstverlening die kan meebewegen met toe- en afnemende productie. Indexatie Zowel de loonindex als de prijsindex baseren we op de externe berichtgeving aan de hand van de septembercirculaire. Deze geeft voor 2024 een loonindexatie aan van 4,2% en een prijsindexatie aan van 2,4%. Mochten bij nader inzien de indexaties toch duidelijk anders uitpakken dan kunnen deze, zo nodig, in de begrotingswijziging 2024 meegenomen worden. Deze (mogelijke) begrotingswijziging is een wijziging die, op basis van artikel 28 lid 10 van de GR, niet voor zienswijze naar de gemeenten en de Provincie hoeft. 8
Kortom: De loonindex te bepalen op 4,2%; De prijsindex te bepalen op 2,4%. Ondersteunende diensten Voor de bestaande ondersteunende diensten zullen de in de begroting 2024 opgenomen bedragen worden geactualiseerd aan de hand van de eind 2022 geldende DVO’s. Weerstandsvermogen/Onvoorzien De relatie tussen weerstandsvermogen en benodigde weerstandscapaciteit is in een verhoudingsnorm weer te geven. In het Algemeen Bestuur van 9 november 2016 is besloten om te streven naar een voldoende weerstandscapaciteit. Tot slot Het blijft de opmaat naar een begroting; gebaseerd op een inschatting naar de kennis van dit moment. Eventuele wijzigingen nemen we mee in de begrotingswijziging 2024. In de partner- en bestuursrapportages zullen we de daadwerkelijke ontwikkeling ten opzichte van afgesproken doelen, kaders en eventuele risico’s inzichtelijk maken. Procedure Voor de aanbieding en vaststelling van de (ontwerp) begroting geldt de volgende procedure. 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting 2024 vóór 15 april 2022 aan provinciale staten en aan de gemeenteraden. 2. Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerp begroting indienen bij het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst. 3. Het dagelijks bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerp begroting voorzien van de zienswijzen aan het algemeen bestuur. 4.
Het algemeen bestuur stelt de begroting 2024 vervolgens vóór 1 augustus 2022 vast. 5. Onmiddellijk na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zendt deze de begroting ter kennisname aan provinciale staten en de gemeenteraden. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval vóór 1 augustus (nieuwe termijn) aan de minister.
9
II.
PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING
1. Wat willen we bereiken? Vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen afhandelen en dat de verleende vergunningen bijdragen aan een veilige leefomgeving en handhaafbaar zijn. Meldingen worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. Vergunningverlening is lastig te plannen omdat dit voor een groot deel afhankelijk is van aanvragen van de bedrijven. De volgende prioriteiten hanteren we: • aanvragen worden op volgorde van binnenkomst opgepakt; • aanvragen krijgen altijd voorrang voor ambtshalve wijzigingen; • bij piekaanbod krijgen reguliere procedures voorrang boven uitgebreide procedures, omdat in de meeste gevallen bij een (korte) reguliere procedure de vergunning na het verlopen van de proceduretermijn van rechtswege van kracht wordt. Daarnaast verliezen door diverse oorzaken afgegeven vergunningen hun actualiteit. Voorbeelden zijn: • jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving; • wijzigingen in de meest milieuvriendelijke technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese regelgeving (BREF’s en BBT); • wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten (best beschikbare technieken); 2. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie afgewogen worden.
• De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Het uitvoeren van afspraken met de opdrachtgevers. • Kennis van medewerkers up to date houden • Prioriteiten stellen en het maken van meetbare doelstelling voor vergunningverlening en de actualisatie daarvan • Klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren. 3. Wat mag het kosten?
Overzicht baten en lasten Programma 1 Vergunningverlening x € 1.000
Begroting 2023 Baten
Lasten
Saldo
Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening
2.407
1.765
642
Overhead
707
-707
Onvoorzien
17
-17
2.489
-82
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
2.407
10
III. PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING 1. Wat willen we bereiken? Toezicht De ODA houdt toezicht op de naleving van milieuregelgeving. Hiervoor worden milieubelastende activiteiten gecontroleerd aan de hand van omgevingsplannen (bij invoering van de Omgevingswet), een omgevingsvergunning of een melding. Als er voor de betreffende activiteit geen benodigde vergunning is verleend of wanneer er geen benodigde melding is ingediend, wordt erop toegezien dat dit alsnog gebeurt. Maar nog belangrijker: we zien er op toe dat bedrijven de (landelijke) regels op het gebied van milieu naleven. Naast het toezicht op bedrijven worden in het uitvoeringsprogramma 2024 ook andere aspecten van toezicht meegenomen. Hierbij moet je denken aan bodemtoezicht, toezicht op evenementengeluid, toezicht op asbestsloop en toezicht op aspecten zoals vuurwerk en energiebesparing. Verder blijft ook ondermijning de komende jaren een grote rol spelen bij onze werkzaamheden. Milieuklachten- en meldingen De ODA neemt door burgers en/of bedrijven ingediende milieuklachten in behandeling en geeft daar een vervolg aan. Het indienen van klachten gaat via het provincieloket. Dit kan zowel telefonisch als digitaal. Handhaving, bezwaar en beroep De inzet vanuit de ODA is met name gericht op toezicht met daarin het bewustmaken van het naleven van de regelgeving.
Maar helaas leidt alleen toezicht niet altijd tot het beoogde resultaat. Dan moeten we de naleving van de regels afdwingen door gebruik te maken van bestuursrechtelijke en/ of strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. De afhandeling van de in dit kader ingediende bezwaar- en beroepschriften wordt ook door de ODA verzorgd. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Risico-, effect en naleefgericht toezicht op bedrijven Deze aanpak zal voor 2024 veranderen, want het staat onder invloed van ontwikkelingen op het gebied van het branchegericht werken, data gestuurd handhaven en de Omgevingswet. Alle drie geven hun eigen kansen en beperkingen op de uitdagingen om een goede risicoanalyse en daarmee planning te maken. Zo geeft de Omgevingswet aan dat er gewerkt gaat worden met milieubelastende activiteiten per locatie in plaats van met inrichtingen. Dit zal dan ook zijn weergave krijgen in het handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) van 2024. Er is al een opdracht gegeven aan hetzelfde adviesbureau die ook de huidige methodiek heeft geïmplementeerd om de risico-, effect en naleefgerichte benadering weer toekomstbestendig te maken. Hieronder staat de frequentiematrix die vooralsnog gebruikt wordt als basis van de keuzes voor het uitoefenen van toezicht op bedrijven.
Door de bedrijven volgens deze matrix te bezoeken wordt geborgd dat de toezichthouders van de ODA het bedrijf de aandacht kunnen geven die nodig is.
11
Branchegericht werken De ODA is voor het tweede jaar bezig met de huidige opzet van branchegericht werken. Er worden brancheplannen opgesteld met hierin verschillende manieren van toezicht houden, zoals de traditionele reguliere controle, de aspectcontrole en de zelfcontrole (bedrijven vullen vooraf zelf een checklist in, waarna gekeken wordt waar de ODA zelf nog langs moet gaan voor een controle). Verder wordt in een brancheplan ook beschreven hoe je mogelijke overtredingen kunt voorkomen door bijvoorbeeld voorlichting. Projectmatige en niet geplande werkzaamheden Naast het uitvoeren van regulier werk worden taken ook projectmatig opgepakt. Deze projecten hebben bijvoorbeeld betrekking op de branchegerichte aanpak of op stelseltaken zoals ketentoezicht. Daarnaast vinden waar nodig ook niet geplande werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden ontstaan als gevolg van wensen van onze partners op dat moment, landelijke ontwikkelingen, klachten en/ of onvoorziene voorvallen/ incidenten. Ons uitvoeringsprogramma is daarom flexibel opgesteld, waardoor waar nodig ook verschuivingen van werkzaamheden binnen de ODA plaats kunnen vinden. Ondersteuning bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning
Ook in 2024 zal er weer aandacht worden besteed aan ondermijning. Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld. In de Achterhoek hebben wij er helaas ook regelmatig mee te maken. Denk daarbij aan de drugslabs en hennepkwekerijen die zijn aangetroffen en waar lozingen of dumpingen van (gevaarlijke) afvalstoffen op bodems, in mestkelders, etc. hebben plaatsgevonden. Daar wordt o.a. de expertise van de ODA met betrekking tot handhaving en het veilig stellen van de omgeving in de praktijk gebracht. De ODA helpt verder door de ogen en oren te zijn voor het signaleren van dit soort zaken en het meegaan met de politie en gemeentes naar verdachte situaties en bedrijven. Landelijke HandhavingStrategie (LHS) In ons werkproces is de LHS geïmplementeerd. Deze werkwijze is onze basis voor de inzet van handhaving, waarbij we rekening houden met het mogelijk aanwezige specifieke handhavingsbeleid bij onze partners. Gebruik van strafrecht In het kader van de toetsing van overtredingen aan de hand van de LHS zijn de werkzaamheden in het kader van het strafrecht door de BOA’s steeds meer van belang. Verder wordt er ook gekeken naar een verbetering van de samenwerking met het OM, FP en de politie. De onderlinge contacten zijn goed, maar de verwachtingen en daarmee de werkafspraken en de -processen worden komend jaren nog beter op elkaar afgestemd.
Programmasturing complexe bedrijven: In 2021 en 2022 is binnen het Gelders stelsel bekeken of en hoe de gemeentelijke complexe bedrijven geplaatst kunnen worden onder een gezamenlijk Gelders programma. De conclusie was dat dit het beste kon door wel te werken met 1 programma, maar dat de 12
uitvoering daarvan bij de lokale Omgevingsdienst zou blijven. In 2023 wordt het programma verder vorm gegeven, waarna het in 2024 tot uitvoering gebracht kan worden. Overheveling bodemtoezichtstaken van provincie naar gemeenten: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuiven enkele nu nog provinciale bodemtaken van provincie naar gemeenten. Gemeenten zijn straks o.a. ook verantwoordelijk voor een adequaat toezichtproces bij de uitvoering van bodemsaneringen en het beheersen van verontreinigde locaties. Dit naast de bodemtaken die gemeenten al hadden, zoals het toezicht op meldingen grondverzet. De decentralisatie van bevoegdheden heeft dus consequenties voor de werkzaamheden op het gebied van bodemtoezicht van de gemeenten en de ODA. Want deze taken behoren tot het Basistakenpakket en worden dus bij invoering van de Omgevingswet bij de ODA uitgevoerd. Het betreft ca. 1 fte aan extra toezichtswerk binnen de ODA. Energie Energie blijft een ‘hot topic’. Naast de al langer bestaande regelingen (zoals Erkende Maatregelen Lijsten en informatieplicht) en de uitvoering ervan staan er ook nieuwe uitdagingen klaar om aangepakt te worden. Zo is er sinds 1 januari 2023 de verplichting voor eigenaren en huurders van kantoren (groter dan 100 m3) om minimaal te voldoen aan energielabel C.
Als een kantoor niet voor 1 januari 2023 aan deze eis voldoet, mag het niet meer worden gebruikt. In 2024 zal waar nodig de in 2023 opgestarte toezicht en handhaving hierop nog doorgezet worden. Daarnaast komt er regelgeving m.b.t. beperking van CO2-uitstoot door verkeer in het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Dit houdt in dat werkgevers met 100 of meer werknemers de CO2-uitstoot van de reizen van hun personeel moeten gaan registreren. Deze regeling gaat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook op 1 januari 2024 in werking. Daarin wordt de uitvoering bij de Omgevingsdiensten neergelegd. Voor ons betekent dit dat er een extra product aan het productenboek wordt toegevoegd. Uitstoot van stikstof (N) Op dit moment is de stikstofdiscussie helemaal actueel. Gezien de protesten en de politieke onenigheid zal dit ook niet direct tot duidelijkheid leiden. Wat dit voor toezicht en handhaving gaat betekenen is dan ook onduidelijk. Mogelijk houdt dit voor ons wel in dat de komende jaren ons wordt gevraagd om bij specifieke bronnen extra toezicht te gaan houden. Denk daarbij aan de grotere veehouderijen of de fabrieken met grote stookinstallaties. 3. Wat mag het kosten?
Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving x € 1.000
Begroting 2023 Baten
Lasten
Saldo
Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving
5.788
3.550
2.238
1.755
-1.755
43
-43
5.348
440
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten
5.788
13
IV.
PROGRAMMA 3 – ADVIES
1. Wat willen we bereiken? Het verstrekken van (milieu)advies over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Enerzijds zijn de adviezen een onderdeel van de vergunning- en handhavingsprocedures en anderzijds zijn de adviezen gericht op ruimtelijke processen waarbij voor alle relevante aspecten een beoordeling wordt gegeven over de (on)mogelijkheden van een ruimtelijke ontwikkeling. Het betreft adviezen op het gebied van archeologie, constructie, geluid, bodem, lucht, geur, licht, externe veiligheid, milieueffectrapportage, milieuzonering, ecologie natuurbeschermingswet, water, en juridische ondersteuning. 2. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie in het oog worden gehouden. • Het verstrekken van gevraagde specialistische en juridische adviezen aan in- en externe opdrachtgevers. • De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Binnen afgesproken termijnen leveren van advies dat voldoet aan gevraagde en/of geformuleerde afspraken • Kennis van medewerkers up to date houden. 3. Wat mag het kosten?
Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies x € 1.000
Begroting 2023 Baten
Lasten
Saldo
Programmaplan Programma 3 Advies
2.266
1.575
691
Overhead
741
-741
Onvoorzien
18
-18
2.334
-68
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
2.266
14
V.
PROGRAMMA 4 – STELSEL TAKEN
Inleiding De individuele Gelderse omgevingsdiensten zijn niet voor alle opgedragen taken voldoende “robuust”. Om die robuustheid wel te garanderen, is een Gelders stelsel ontwikkeld. Omgevingsdiensten waar bovenregionale taken zijn belegd, zorgen voor de uitvoering daarvan ten behoeve van alle Gelderse omgevingsdiensten. De volgende bovenregionale taken zijn als volgt belegd: Bovenregionale taak
Belegd bij
Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum
Omgevingsdienst De Vallei (ODDV) Omgevingsdienst Rivierenland ODR) Omgevingsdienst Veluwe en IJssel ODVIJ) Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)
Complexe vergunningverlening Complexe handhaving, meetdienst en bezwaar en beroep Personeel en Organisatie BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu)
Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV)
1. Wat willen we bereiken? In Gelderland hebben gemeenten en provincie gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin nabijheid, samenhang, kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. De keus om zo veel mogelijk in de regio en daarmee in de eigen organisatie te blijven werken, maakt samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten nodig en gewenst. Nodig omdat niet in alle regio’s de uitvoering van alle taken robuust en volgens de landelijk opgestelde en vereiste kwaliteitscriteria 2.2 mogelijk is. Samenwerking is gewenst omdat het een goede manier is om kwalitatief goede producten tegen een redelijke prijs te leveren. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Om het Gelders stelsel van zeven uitvoeringsdiensten blijvend, op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren, is het van groot belang duurzaam met elkaar in gesprek te zijn. De uitvoeringsdienst De Vallei voert daarover de regie. Jaarlijks bepalen de uitvoeringsdiensten samen op grond van welke indicatoren de kwaliteit wordt gemonitord. Ketentoezicht De regio Rivierenland is verantwoordelijk voor de analyses, de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de medewerkers van de verschillende omgevingsdiensten. In overleg met de ODR worden projecten bepaald voor de inzet op ketentoezicht.
Hiervoor is vanuit de ODA capaciteit beschikbaar gesteld. Portaal en kenniscentrum De Omgevingsdienst Veluwe-IJssel (OVIJ) fungeert als portaal en kenniscentrum. De OVIJ verzorgt de gemeenschappelijke contacten vanuit het stelsel met andere organisaties zoals het OM. Daarmee hebben deze organisaties in Gelderland één aanspreekpunt. Vanuit het kenniscentrum wordt ondersteuning geleverd aan het Gelders stelsel op het gebied van opleidingen. Zij krijgen hiervoor input vanuit de expertgroep HRM. Uitgangspunt is de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten. Complexe vergunningverlening Sinds 1 januari 2018 ligt het mandaat voor vergunningverlening bij provinciale bedrijven bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Op het grondgebied van de ODA liggen ook complexe gemeentelijke inrichtingen. Binnen het stelsel is afgesproken dat de ODRN over de complexe industriële vergunningen adviseert aan de ODA. De ODA coördineert het vergunningenproces, onderhoudt alle contacten en doet de administratieve 15
afhandeling. In 2023 wordt er een pilot uitgevoerd met als doel om met ingang van 2024 de complexe vergunningverlening redelijkerwijs weer vanuit de ODRN terug te brengen richting de ODA. Complexe handhaving Complexe handhaving op het gebied van provinciale bedrijven (zie ook bij beleidsbegroting), vuurwerk en het toezicht op bodemsaneringen worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). De ODA is voor de complexe handhaving bij gemeentelijke bedrijven robuust en voert deze taken zelf uit. We maken daarbij waar nodig wel gebruik van de meetdienst van de ODRA. Personeel en Organisatie Bij de oprichting van de Gelderse Omgevingsdiensten is afgesproken dat de taken en voorzieningen op het gebied van HRM zoveel mogelijk voor alle zeven omgevingsdiensten gemeenschappelijk worden geregeld. Het gaat er daarbij niet alleen om dat beleid en instrumenten zoveel mogelijk gelijk zijn, maar ook dat gezamenlijk en gecoördineerd wordt gemanaged op loopbaanontwikkeling. In brede zin moeten we denken aan: evaluatie van bestaande regelingen (o.a. reiskosten, IKB), arbeidsmarktcommunicatie en de gesprekkencyclus. Onze gemeenschappelijke arbeidsvoorwaarden liggen vast in de lokale arbeidsvoorwaardenregeling Gelderse Omgevingsdiensten (LAGO) en het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AvR). De ODA fungeert als trekker van de stelseltaak HRM.
Vanuit deze rol coördineren we het Centraal Lokaal Overleg (CLO) en leveren we de ondersteuning voor het CLO. Door de inwerkingtreding van de WNRA ligt hier ook een rol grotere rol voor de OR. Ook coördineren we de taken van de Expertgroep HRM. Deze expertgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van P&O-taken. We worden hierbij ondersteund door een arbeidsjurist. Het grote voordeel van deze gezamenlijke aanpak is dat niet elke Omgevingsdienst “het wiel hoeft uit te vinden”. Kosten (vooral personele inzet) die hiervoor door de ODA worden gemaakt, worden verdeeld over de zeven omgevingsdiensten. Bestuurlijke Straf Beschikking milieu (BSBm) De stelseltaak coördinatie BSBm is belegd bij de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. Dit gaat om de ‘grijze’ BSBm en de aansturing en coördinatie van de ‘grijze’ boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) die in dienst zijn van de Gelderse omgevingsdiensten. Voor deze taak wordt gebruik gemaakt van een centrale registratie. Ook de afstemming met het Openbaar Ministerie wordt door de ODNV gedaan. Daarnaast is er een vervangingspoule voor inzet en continuïteit bij de Gelderse omgevingsdiensten. 3. Wat mag het kosten?
Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken x € 1.000
Begroting 2023 Baten
Lasten
Saldo
Programmaplan Programma 4 Stelseltaken
80
373
-293
80
373
-293
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten
16
VI.
PROGRAMMA 5 – PROJECTEN
Inleiding In dit programma staan projecten die een incidenteel karakter hebben. 1. Wat willen we bereiken? Projecten worden meestal gestart om een impuls te geven aan nieuwe onderwerpen of zaken die onvoldoende zijn geborgd in het primaire proces. Vooralsnog hebben we voor 2024 alleen nog maar de Omgevingswet als project die overigens al langer loopt. Maar hier komen zeker nog wel wat projecten bij. Wat gaan we daarvoor doen? Omgevingswet Naar verwachting zal de Omgevingswet wet op 1 januari 2024 in werking treden. Gemeenten zijn aan de slag met Omgevingsvisies en Omgevingsplannen, waarvoor een beroep gedaan wordt op de expertise van de ODA. In de eerste jaren worden pieken in de werkbelasting verwacht. Ook omdat we naar een andere werkwijze gaan en de regelgeving nieuw is. De nieuwe situatie zal procesmatig, digitaal en organisatorisch moeten worden ingeregeld. Zo zullen Omgevingsplannen weergegeven worden in een GIS viewer etc. Om de implementatie van de Omgevingswet in 2023 te laten slagen en door te ontwikkelen hebben we eerder afgesproken voor zowel 2021 en 2022 extra middelen te reserveren. Een gedeelte van de werkzaamheden hebben we zonder deze middelen kunnen uitvoeren. Daarom is het voorstel, bij de jaarrekening van 2022, om de helft van de middelen in te zetten voor het tekort. De andere helft van de middelen laten we voorlopig nog doorlopen in 2024.
Resultaten: • Landelijk wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ingericht. Diverse ODA systemen en applicaties worden hierop aangesloten. • Inhoud en kennis: - medewerkers onderhouden hun kennis en blijven bij met de ontwikkelingen. - waar mogelijk ondersteunen we partners met kennis over ons vakgebied - we kunnen input leveren bij omgevingsvisie- en planvorming. • De interne- en externe werkprocessen van de ODA zijn geoptimaliseerd. Dit gaat om de eigen werkprocessen en ook de gezamenlijke werkprocessen met (keten)partners. 2. Wat mag het kosten? Om de implementatie van de omgevingswet in 2024 te laten slagen zullen we in 2023 de normuren monitoren en ons (norm)producten en daarmee het productenboek aanpassen gaande het jaar. Dit betekent wel dat de begroting van 2024 en de opvolgende jaren begin 2024 gewijzigd zullen worden aan de hand van de dan bekende wijzigingen.
17
VII. DE PARAGRAFEN Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Risicobeheer en weerstandsvermogen 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Kwaliteit Voor de beoordeling van kwaliteit zijn de kwaliteitscriteria 2.2 de uitgangspunten. Periodiek worden zowel de procescriteria als de criteria voor de kritieke massa (op basis van capaciteit, kennis en ervaring van de medewerkers) gemonitord. Daaruit blijkt dat we aan veel maar niet altijd alle kwaliteitscriteria volledig voldoen. We hebben ons als doel gesteld om robuust te zijn op alle deskundigheidsgebieden waarvoor de ODA aan de lat staat. Daarnaast streven we ernaar dat onze medewerkers zoveel mogelijk individueel voldoen. Ons opleidingsplan en andere acties zijn daarop gericht. Informatiebeleid en ICT De ODA heeft een aantal systemen in gebruik.
Voorbeelden van deze systemen zijn een vergunningen, toezicht- en handhavingssysteem), een systeem waar documenten worden opgeslagen en een systeem die de informatie van de ODA op de kaart toont. Al deze systemen staan in verbinding met elkaar. De komst van de Omgevingswet en de huidige AVG wetgeving stellen specifieke eisen aan enerzijds gegevensuitwisseling en anderzijds aan het beheer van gegevens. Om aan de regelgeving te kunnen voldoen zijn er regelmatig aanpassingen aan de systemen nodig. Binnen het Gelders Stelsel is er een kernregistratie waarmee we binnen Gelderland informatie over bedrijven uitwisselen. Dit centrale systeem kan ook gebruikt worden voor koppelingen met bijvoorbeeld landelijke gegevensbanken, zoals Inspectieview Milieu (IVM). Bij de aanschaf van een nieuw systeem wordt ook steeds gekeken naar wat er gezamenlijk binnen het stelsel kan worden opgepakt. Organisatieondersteuning De ondersteuning is nu deels belegd bij 4 partners. Dit is vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten met een relatief korte looptijd. Dit om telkens te beoordelen of de samenwerking met de huidige partners nog wel de beste keuze is. Een korte looptijd houdt andere opties voor de toekomst open.
18
PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING De wereld om ons heen verandert snel. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Neem als voorbeeld de corona. Deze ontwikkelingen kunnen geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve.
Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2,0 Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0 Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4 Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0 Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8 Kleiner dan 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA kan de beschikbare weerstandscapaciteit uit twee posten worden berekend: •
Post onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit) begroting 2024: € 78.000;
•
Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit) stand 1-1-2022: € 150.000; In 2022 heeft een dotatie vanuit het negatieve rekeningresultaat plaatsgevonden van € 36.000; de actuele algemene reserve bedraagt € 114.000. 19
Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:
Klasse 1 2 3 4 5
Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000
Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling:
Klasse 1 2 3 4 5
Waarschijnlijkheid Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Zeer groot
Kans 10% 30% 50% 70% 90%
Referentiebeeld 1 keer per 10 jaar of > 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of <
Inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit.
Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering. Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. 20
Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de accountantscontrole en de accountantsverklaring. We schatten het (rest)risico op nihil. Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Het (rest)risico voor de ODA schatten we daarmee op nihil. Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2021 is een nieuw onderhandelaarsakkoord in de maak tussen de VNG en de werknemersorganisaties wat zal resulteren in loonstijgingen in 2021 en 2022: per 1 april 2022 van 2,4%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico.
Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risico drager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productie uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2022 bedraagt 6,3%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces. Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers.
Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld).
21
BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd.
Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).
Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn.
We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot).
22
Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil. Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein) Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten.
Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd.
Risico
Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Taakuitvoering Calamiteit bij bedrijf Rechtmatigheid Bezuinigingen bij de deelnemers Loon- en prijsontwikkelingen Eigen risico voor werknemersverzekeringen Ziekteverzuim Werkkostenregeling BTW Vennootschapsbelastingplicht Productenboek Automatisering Aanbestedingen Outputmodel Gelders Stelsel Omgevingswet Datalekken Totaal
Geschatte omvang
€ 50.000 € 12.500 nihil nihil €0 € 150.000 € 50.000 € 70.000 € 12.500 nihil nihil € 50.000 € 12.500 € 137.500 € 50.000 € 12.500 €0 € 137.500
Geschatte kans (in %) 30% 10% 0 0 0% 50% 50% 50% 30%
30% 50% 10% 30% 70% 0% 10%
Financieel effect van de risico's € 15.000 € 1.250 €0 €0 €0 € 75.000 € 25.000 € 35.000 € 3.750 €0 €0 € 15.000 € 6.250 € 13.750 € 15.000 € 8.750 €0 € 13.750 € 227.500 23
In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o.i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 113.750. Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, beloopt de benodigde weerstandscapaciteit € 114.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 192.000. (Per 31-12-2022 is € 114.000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de begroting 2023 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 78.000). Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit: Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit ------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
In bedragen: € 192.000 / € 114.000 = 1,68 Waarderingscijfer: B Betekenis: Ruim Voldoende Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen Ruim Voldoende is. Kengetallen
Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel van deze kengetallen is inzicht te verschaffen of de begroting structureel en duurzaam in evenwicht is.
Kengetallen (in procenten) 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsrisico 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit
2022
2023
2024
Jaarrek
Begroting
Begroting
-3 -3 17 0 n.v.t. n.v.t.
-2 -2 13 0 n.v.t. n.v.t.
0 0 -5 -1 n.v.t. n.v.t.
De netto schuld quote en de netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is relatief laag. Dit komt met name door een hoog bedrag aan kortlopende passiva en een laag eigen vermogen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Aangezien de geraamde structurele lasten in evenwicht zijn met de geraamde structurele baten is er geen structurele exploitatieruimte.
24
PARAGRAAF FINANCIERING Treasuryfunctie De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenschappelijke regeling richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. De treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de Omgevingsdienst Achterhoek verricht. Risicobeheer De ODA heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: ➢ het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering; ➢ het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Zodra grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan ontstaat behoefte aan een langlopende financiering. Ook de ODA heeft te maken met het zogenaamde “schatkistbankieren”. De rekeningcourant tegoeden van de ODA bij de Bank Nederlandse Gemeenten worden dagelijks afgeroomd ten gunste van ’s-Rijks kas. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de lasten van de primitieve begroting. De totale lasten belopen € 10.544. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2024: € 896.000.
PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” heeft tot doel aan te tonen hoe de ODA de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Voor het up-to-date houden van software zijn zoveel mogelijk onderhoudscontracten afgesloten met de leveranciers. De hieraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de vergoeding welke de ondersteunende partner ontvangt van de ODA. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. hardware: 3 jaar software: 5 jaar dienstvervoermiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 7) dat materiële vaste activa met economische waarde lineair worden afgeschreven.