Bijlage 4.b Overzicht wijzigingen Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2024.pdf
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijzigingen Erfgoedverordening Artikel 1 Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepalingen a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. onroerende zaak, die van algemeen belang is wegens zijn beeldbepalende kwaliteiten, cultuur-historische waarde of betekenis voor de wetenschap. Dit kan een gebouw zijn, maar ook een solitaire boom, een grafsteen, herdenkingssteen of iets dergelijks; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens zijn beeldbepalende kwaliteiten, cultuurhistorische waarde of betekenis voor de wetenschap. Dit kan een locatie zijn met archeologische waarden in de bodem, maar bijvoorbeeld ook een erf, park, tuin, laan, watergang of iets dergelijks; b. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities a. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; b. minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. beeldbepalend pand: een pand dat beeldbepalende eigenschappen heeft of overige cultuurhistorische waarden en dat als zodanig overeenkomstig deze verordening is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders; d. omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument; e. selectiekader: te hanteren als toetsingskader bij de aanwijzing van gemeentelijke monumenten of beeldbepalende panden.
Toelichting Artikel is aangepast naar juiste verwijzingen naar de Erfgoedwet en de Omgevingswet. Hierbij is de VNG Modelverordening 2021 gevolgd. Overbodige definities zijn geschrapt. Zo worden bijvoorbeeld terreinen met cultuurhistorische waarden en karakteristieke boerderijen niet meer apart benoemd, en is er ook geen sprake meer van een commissie cultuurhistorie. Rijksmonumenten worden beschermd via het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Ook de verwijzing naar archeologisch erfgoed kan komen te vervallen: de bescherming van archeologische waarden wordt inmiddels volledig via het ruimtelijke spoor geregeld.
c.
d.
e.
f.
g.
monument aangewezen onroerende zaken of terreinen zijn geregistreerd als bedoeld in onderdeel a; binnenring: leden die deel uitmaken van de commissie cultuurhistorie op grond van specialistische vakkennis die onder de noemer cultureel erfgoed valt; buitenring: leden die deel uitmaken van de commissie cultuurhistorie op grond van lokale kennis die onder de noemer cultuurhistorie valt; rijksmonument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, niet zijnde een gemeentelijk of provinciaal monument; cultuurhistorische waarde: de aan een onroerende zaak of terrein toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van die onroerende zaak of dat terrein; beeldbepalende kwaliteiten: kwaliteiten van een onroerende zaak of terrein die van betekenis zijn voor de directe omgeving van betreffende onroerende zaak of terrein;
h.
i.
j.
k.
beeldbepalend pand: een pand binnen de gemeente Doetinchem met beeldbepalende kwaliteiten of overige cultuurhistorische waarden, niet zijnde een boerderij en overeenkomstig deze verordening als zodanig aangewezen door het college; karakteristieke boerderij: een boerderij binnen of buiten de bebouwde kom van Doetinchem, Gaanderen of Wehl met beeldbepalende kwaliteiten en/of overige cultuurhistorische waarden, zijnde een boerderij, niet noodzakelijk in functie als zodanig en overeenkomstig deze verordening als zodanig aangewezen door het college; terrein met cultuurhistorische waarden: een op de kaart weergegeven afgebakend gebied met in de context van de gemeente Doetinchem meer dan gemiddelde cultuurhistorische waarden en overeenkomstig deze verordening als zodanig aangewezen door het college; commissie Welstand en monumenten: de op basis van de Welstandsnota 2011 ingestelde commissie die als taak
heeft het gemeentebestuur te adviseren over bouwplannen. l. gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; m. gemeentelijke archeologische beleidskaart: topografische kaart van het gemeentelijk grondgebied waarop aangegeven welke uitgangspunten gelden voor het archeologiebeleid en wat dit betekent voor de onderzoeksverplichting. Deze kaart dient vertaald te worden naar het bestemmingsplan. n. archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart- en verwachtingenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; o. archeologisch waardevolle gebieden (awb): gebieden als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart waarvoor
p.
q.
r.
s.
t. u.
uitgangspunten van het archeologiebeleid zijn geformuleerd; archeologisch waardevolle verwachtingsgebieden (awv): gebieden als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart waarvoor uitgangspunten van het archeologiebeleid zijn geformuleerd; programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek; plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem; vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
v.
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; w. redengevende beschrijving: door een architectuurhistoricus of bouwhistoricus opgestelde tekst aan de hand van de selectiecriteria als opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waarin wordt aangegeven waarom een onroerende zaak of terrein de status van gemeentelijk monument verdient of is te kwalificeren als karakteristieke boerderij of beeldbepalend pand en die van kracht wordt na toetsing door de commissie cultuurhistorie en goedkeuring door de beleidsadviseur cultuurhistorie en monumenten; x. quick scan: door een architectuurhistoricus of bouwhistoricus opgestelde tekst aan de hand van de selectiecriteria als opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waarin wordt aangegeven waarom een onroerende zaak of terrein een potentieel monument is en op basis daarvan nader onderzocht moet worden en/of waarom een onroerende zaak of terrein bepaalde cultuurhistorische waarden bezit, al dan niet voorzien van status;
y.
selectiecriteria: toetsinstrument als opgesteld door Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en gebruikelijk te hanteren bij het onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van een onroerende zaak of terrein.
Bestaande tekst Artikel 2. De aanwijzing tot gemeentelijk monument De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein als bedoeld in 1a. sub 1 en sub 2 geheel of gedeeltelijk aanwijzen als gemeentelijk monument. Het besluit van het college moet vergezeld gaan van een plattegrond en waar nodig aanvullende tekeningen waaruit blijkt of het gaat om volledige of gedeeltelijke bescherming van betreffende onroerende zaak of terrein. 2. Het verdient de voorkeur om voorafgaand aan de aanwijzing de rechthebbende mondeling in te lichten over de ophanden zijnde aanwijzing
Nieuwe tekst Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk monument of beeldbepalend pand 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een beeldbepalend pand, monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. 2. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als
De procedure tot aanwijzing als beeldbepalend pand of gemeentelijk monument is aangepast. Aanvullend op het in 2013 vastgestelde en nog steeds van kracht zijnde selectiekader wordt advies gevraagd aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie gemeente Doetinchem 2024. Dit is gedaan als extra waarborg voor een zorgvuldige en onafhankelijke advisering over de aanwijzing tot gemeentelijk monument of beeldbepalend pand.
en de consequenties, al dan niet tijdens een groepsbijeenkomst. 3. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, wint het college advies in bij een gekwalificeerde vakspecialist en toetst het college dit advies aan de hand van het Kader selectie en waardering cultuurhistorische objecten, 4. Voordat het college een onroerende zaak of terrein met een religieuze bestemming als gemeentelijk monument aanwijst, dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, voert hij overleg met de eigenaar. 5. De aanwijzing kan geen onroerende zaak of terrein betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de Monumentenverordening van de provincie Gelderland. Artikel 3. De aanwijzing tot beeldbepalend pand, karakteristieke boerderij of terrein met cultuurhistorische waarden De aanwijzing tot beeldbepalend pand, karakteristieke boerderij of terrein met cultuurhistorische waarden
bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6. van de Omgevingswet. Artikel 4. Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. Artikel 6. Advies gemeentelijke commissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening
1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein aanwijzen als beeldbepalend pand, karakteristieke boerderij of terrein met cultuurhistorische waarden. Het besluit van het college moet vergezeld gaan van een plattegrond en waar nodig aanvullende tekeningen waaruit blijkt of het gaat om volledige of gedeeltelijke bescherming van betreffende onroerende zaak of terrein. 2. De aanwijzing gebeurt op basis van met een positief advies beoordeelde onderzoeken naar beeldbepalende kwaliteiten en cultuurhistorische waarden. 3. Het verdient de voorkeur om voorafgaand aan de aanwijzing de rechthebbende mondeling in te lichten over de ophanden zijnde aanwijzing en de consequenties, al dan niet tijdens een groepsbijeenkomst.
op de Gemeentelijke Adviescommissie gemeente Doetinchem 2024. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van monumentenzorg en het gemeentelijke selectiekader bij het advies.
Bestaande tekst Artikel 4. Voorbescherming Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een potentieel gemeentelijk
Nieuwe tekst Artikel 5. Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing op het beeldbepalend pand,
Het bestaande artikel is opgesplitst zodat er een duidelijker onderscheid is tussen bescherming na bekendmaking van het voornemen tot aanwijzing (artikel 5
monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt, tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat de onroerende zaak of het terrein niet als gemeentelijk monument wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing. Er kan door het college worden overgegaan tot voorbescherming als er bijvoorbeeld dreiging is van sloop of als er destructieve werkzaamheden of wijzigingen plaatsvinden of dreigen te gaan plaatsvinden. Een gemeente moet gegronde redenen kunnen aanvoeren voor het inroepen van de voorbescherming en deze in haar besluit kenbaar maken.
monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 9. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument of beeldbepalend pand 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. In afwijking van artikel 6 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument of beeldbepalend pand vervalt na 26 weken of zo veel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de
Erfgoedverordening 2024) en bescherming ten gevolge van bijvoorbeeld dreigende werkzaamheden (artikel 9 Erfgoedverordening 2024). Bij de aanpassing van het artikel is de tekst van de VNG modelverordening 2021 gevolgd.
aanwijzing, bedoeld in artikel 3, eerste lid. 3. Paragrafen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument als voorlopig gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
Bestaande tekst Artikel 5 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. Een gekwalificeerde vakspecialist adviseert schriftelijk binnen 12 weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van een gekwalificeerde vakspecialist, maar in ieder geval binnen 14 weken na de adviesaanvraag.
Nieuwe tekst Artikel 7. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1. Op een aanvraag tot aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument of beeldbepalend pand, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument of beeldbepalend pand.
De termijnen van adviesaanvraag en aanwijzingsbesluit zijn samengevoegd tot 1 termijn van 26 weken. Ook is dit artikel samengevoegd met artikel 11 uit de Erfgoedverordening 2013 waarin de vereisten staan vermeld over de in te dienen documenten.
Bestaande tekst Artikel 6. Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 2 eerste lid en 3 eerste lid, wordt meegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Nieuwe tekst Artikel 8. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Bestaande tekst Artikel 7. Registratie onroerende zaken en terreinen met status 1. Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de beschrijving van het gemeentelijke monument en
Nieuwe tekst Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. Gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het
Dit artikel is uitgebreid met de vermelding in het gemeentelijk erfgoedregister. Zie hieronder.
Sinds de invoering van de Erfgoedwet in 2016 is sprake van een gemeentelijk erfgoedregister waarin registratie van rijksmonumenten en krachtens deze verordening aangewezen cultureel erfgoed plaatsvindt. Deze gegevens zijn ook nu al inzichtelijk via de digitale monumentenkaart. In de praktijk betekent het bijhouden van een gemeentelijk erfgoedregister dus geen wijziging.
het advies van de commissie cultuurhistorie. 3. Het college registreert de onroerende zaken en terreinen met door het college vastgestelde beeldbepalende kwaliteiten en cultuurhistorische waarden en maakt het registratiedocument inzichtelijk voor de burger.
aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. Gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet;
Bestaande tekst Artikel 8. Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 2, tweede, derde en vierde lid, alsmede de artikelen 4, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft van overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege.
Nieuwe tekst Artikel 10. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument of beeldbepalend pand 1. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten, voorlopige gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 2 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument
De artikelen zijn tekstueel aangepast en samengevoegd in één artikel.
4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst en/of registratiedocument voor onroerende zaken en terreinen met beeldbepalende kwaliteiten en cultuurhistorische waarden aangetekend. Artikel 9 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 2, derde lid, artikel 3, tweede lid en artikel 5 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988. 3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst en/of registratiedocument voor onroerende zaken en terreinen met beeldbepalende kwaliteiten en cultuurhistorische waarden aangetekend.
Bestaande tekst Artikel 10. Instandhoudingbepaling
of beeldbepalend pand waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Nieuwe tekst Artikel 11. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument
Artikel 10 is aangepast en sluit nu aan bij de VNG modelverordening 2021.
1.
2.
3.
4.
Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en sub 2, te beschadigen of te vernielen. Het is verboden een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1, onder a, sub I en sub 2 door verwaarlozing en gebrek aan onderhoud in een dusdanige staat te brengen dat de monumentale kwaliteiten worden aangetast. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en sub 2, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en sub 2, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het derde lid gelden niet: a. indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd;
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel 12. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt; b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het
De instandhoudingsplicht is ondergebracht in een apart artikel 11. In artikel 12 tweede lid is toegevoegd wanneer de vergunningplicht voor monumenten niet van toepassing is.
b.
5.
dit uit het aanwijzingsbesluit blijkt. Het bevoegd gezag verleent met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming uitsluitend een vergunning als bedoeld in het vierde lid, als dit in overeenstemming gebeurt met de eigenaar en het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
Bestaande tekst Artikel 11 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in viervoud ingediend. De commissie Welstand en monumenten behandelt de aanvraag conform de wettelijke termijnen en procedures.
monument, dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Nieuwe tekst Dit artikel vervalt als apart artikel.
De bepalingen in dit artikel zijn verwerkt in artikel 7 van de Erfgoedverordening 2024 over de beslistermijn en inhoud van het aanwijzingsbesluit.
Bestaande tekst Artikel 12. Weigeringsgronden Een vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
Nieuwe tekst Artikel 13. Weigeringsgronden 1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
Bestaande tekst Artikel 13. Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
Nieuwe tekst Vervallen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
In het eerste lid ligt op grond van de belangenafweging die moet worden gemaakt ook besloten dat rekening gehouden moet worden met het gebruik van het monument. In het tweede lid is voor wat betreft de vereiste overeenstemming met de eigenaar van een kerkelijk monument aangesloten bij artikel 3.2a van de Wabo. Hierin is de VNG modelverordening 2021gevolgd.
Dit artikel vervalt vanwege de inwerkingtreding van Omgevingswet en wordt vervangen door een beperkender regime. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in o.a. de artikelen 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet.
Artikel 14. Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden een onroerende zaak of terrein als bedoeld in artikel 1, onder h, i, en j te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden een onroerende zaak of terrein als bedoeld in artikel 1, onder h, i en j door verwaarlozing en gebrek aan onderhoud in een dusdanige staat te brengen dat de beeldbepalende kwaliteiten worden aangetast. 3. Het is verboden een onroerende zaak als bedoeld in artikel 1, onder h, i en j te slopen. 4. Het verbod in lid 3 is niet van toepassing indien: a. een bouwhistorisch rapport is overgelegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag terecht blijkt dat er onvoldoende sprake is van beeldbepalende kwaliteiten en cultuurhistorische waarden om te behouden; b. een bouwtechnisch rapport is overgelegd waaruit naar oordeel van het bevoegd gezag terecht blijkt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om de onroerende zaak te behouden.
Artikel 14. 1. Het is verboden een beeldbepalend pand te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden een beeldbepalend pand door verwaarlozing en gebrek in een dusdanige staat te brengen dat de beeldbepalende kwaliteiten worden aangetast. 3. Het is verboden een beeldbepalend pand te slopen. 4. Het verbod in lid 3 is niet van toepassing indien: a. Een bouwhistorisch rapport is overlegd, waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag terecht blijkt dat er onvoldoende sprake is van beeldbepalende kwaliteiten en cultuurhistorische waarden om te behouden. b. Een bouwtechnisch rapport is overlegd, waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag terecht blijkt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om de onroerende zaak te behouden.
Deze artikelen zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedverordening 2024. In vrijwel alle gevallen wordt de categorie beeldbepalende panden beschermd via het ruimtelijke spoor van het omgevingsplan. Er is echter sprake van één of enkele uitzonderingsgevallen. Daarom is er voor gekozen om deze artikelen wel op te nemen.
Bestaande tekst Artikel 15. Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of in een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder m en n de bodem dieper te verstoren dan is toegestaan volgens de uitgangspunten van het archeologisch beleid, als weergegeven op gemeentelijke archeologische beleidskaart. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: a. in het bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg en dit bestemmingsplan is vastgesteld na vaststelling van deze verordening en van de archeologische beleidskaart; b. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn
Nieuwe tekst Vervallen
Dit artikel vervalt omdat de bescherming van al het archeologisch erfgoed geregeld wordt via het omgevingsplan.
c.
d.
opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad;
-
of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Vervallen Artikel 16. Opgravingen en begeleiding 1. Indien binnen het grondgebied van de gemeente Doetinchem onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet: a. het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1, onder p, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek; b. de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1, onder q van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen. 2. In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen. 3. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels
Dit artikel vervalt omdat de bescherming van al het archeologisch erfgoed geregeld wordt via het omgevingsplan.
voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de archeologische monumentenzorg.
Bestaande tekst Artikel 17. Procedure De bepalingen uit artikel 11, 12 en 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de bepalingen uit artikel 14, vierde lid onder a en b, artikel 15, tweede lid, onder d, en artikel 6, eerste lid, onder b.
Nieuwe tekst Vervallen
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Vervallen
Artikel 18. Tegemoetkoming in schade Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: a. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen;
Dit artikel vervalt omdat de bescherming van al het archeologisch erfgoed geregeld wordt via het omgevingsplan.
Van deze bepaling is voor zover bekend geen enkele keer gebruik gemaakt, de bepaling maakt ook geen deel meer uit van de Model Erfgoedverordening van de VNG. Vanuit het Rijk is de vergoeding voor schade ten gevolge van archeologisch onderzoek enige tijd geleden vervallen
b. de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; c. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, vijfde lid; d. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder c; e. een aanwijzing als bedoeld in artikel 16, tweede lid, tweede volzin.
Bestaande tekst Artikel 19. Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 10, artikel 14 met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid onder a en b en artikel 15 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder d, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Nieuwe tekst Artikel 15. Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 11 of met het bepaalde krachtens artikel 12 , derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Bestaande tekst Artikel 20.
Nieuwe tekst Artikel 16. Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
Toezichthouders
In het artikel zijn de verwijzingen aangepast.
Artikel is tekstueel aangepast conform de VNG modelverordening.
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de toezichthouders van de gemeente Doetinchem belast. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
deze verordening zijn belast de toezichthouders van de gemeente Doetinchem. 2. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Bestaande tekst Artikel 21. Intrekken oude regeling De Erfgoedverordening Doetinchem, d.d. 30 november 2011 wordt ingetrokken.
Nieuwe tekst Artikel 17. Intrekken oude verordening
Bestaande tekst Artikel 22. Overgangsrecht 1. De op grond van de onder artikel 21 ingetrokken Erfgoedverordening aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen en geregistreerd
Nieuwe tekst Artikel 18. Overgangsrecht 1. Een krachtens Erfgoedverordening Doetinchem d.d. 30 mei 2013 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn
Verwijzing aangepast.
De Erfgoedverordening Doetinchem, d.d. 30 mei 2013 wordt ingetrokken.
Verwijzing aangepast.
2.
te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 21 ingetrokken verordening.
Bestaande tekst Artikel 23. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.
overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen en bezwaren om vergunning die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening d.d. 30 mei 2013 verordening.
Nieuwe tekst Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.
Artikel 24 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2013 gemeente Doetinchem.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2024
Twee artikelen samengevoegd tot één artikel