CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2024.pdf

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8.9: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Doetinchem 202410.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 7.3 Terugvorderen voorziening 1. Het college kan de geldwaarde van een voorziening of het pgb terugvorderen als sprake is van opzet aan de kant van de cliënt en dit de reden is voor het intrekken van de voorziening, zie artikel 7.3, lid 1, onder c, van deze verordening. 2. Het college handelt in deze gevallen conform artikel 2.4.1 van de Wmo of artikel 8.1.4 van de Jeugdwet.

24

Hoofdstuk 8 – Kwaliteit De diensten, hulp en hulpmiddelen die op grond van de Wmo en Jeugdwet worden geleverd, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten en hulp moeten aansluiten bij de behoefte van de cliënt. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de cliënt. 8.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van (mantel)zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; en d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid en het kunnen overleggen van een verklaring omtrent het gedrag van beroepskrachten daaronder begrepen. 3.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning. 8.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden (Wmo) 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet en het aangaan van een overeenkomst met derde of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1° een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en 2° de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen van deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b.

rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. De kosten van de beroepskracht; b. Redelijke overheadkosten; c. Kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. Reis- en opleidingskosten; e. Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. Overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders 25

waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. 8.3 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden (Jeugd) 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de kwaliteit van jeugdhulp.

26

Hoofdstuk 9 – Klachten, medezeggenschap en inwonerparticipatie Als cliënten klachten ervaren bij de uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning of de jeugdhulp, is het mogelijk om klachten in te dienen. In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke manier zij hun klachten kenbaar kunnen maken. Het beleid dat het college maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is ook vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. 9.1 Klachtregeling, calamiteiten en geweld 1. Het college behandelt klachten van cliënten, jeugdigen of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de intern vastgestelde klachtenregelingen. 2. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 3. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening of hulp onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 4.

De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld en over de eventueel te ondernemen acties naar aanleiding van calamiteiten en geweldsincidenten. Artikel 9.2 Medezeggenschap bij aanbieders 1. Aanbieders beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 9.3 Betrekken van inwoners bij het beleid 1. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2.

Het college zorgt ervoor dat inwoners kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en draagt er zorg voor dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 3. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

27

Hoofdstuk 10 – Slotbepalingen In dit laatste hoofdstuk zijn de slotbepalingen opgenomen. Aangegeven wordt welke verordeningen worden vervangen en wanneer onderhavige verordening ingaat. In dit hoofdstuk is ook de hardheidsclausule opgenomen. Dit artikel regelt dat kan worden afgeweken van de verordening als dat echt nodig is. 10.1 Evaluatie beleid 1.Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt minstens eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens vier jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid in de praktijk. 2. Het college houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 3. De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is. 10.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) 1. Het college en/of Buurtplein kunnen afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de Wmo of de Jeugdwet of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald. 2.

In gevallen de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 10.3 Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Doetinchem 2022; • De Verordening Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2022. 2. Een cliënt houdt recht op een geldende indicatie verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022 en de Verordening Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2022 tot afloop van de indicatieduur of tot de cliënt een nieuwe overeenkomst met het college aangaat. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022 en de Verordening Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2022 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

28

10.4 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Doetinchem op 27 juni 2024,

voorzitter

griffier

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7974/documents/47485