Bijlage 3 Transponeringstabel was wordt lijst versie.pdf
Tekst van het document
Onderwerp Algemeen
Reden Actualisatie
Oud artikel Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en Gedeputeerde Staten van Gelderland houdende regels omtrent de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek
Voorstel ---
Het woord voeren
Het woord oefenen
Vastgesteld hebbende
---
Welke regeling in werking is getreden op 7 november 2012, een dag nadat zij in de Provinciale registers is ingeschreven
Is in werking getreden op 7 november 2012.
Het schrappen van de biijdragetabel in artikel 10 in verband met de eerste stappen richting outputfinanciering
De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022; de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024;
Toelichting De eerste pagina van de regeling is geactualiseerd. De oude tekst, die zag op de oprichting van de ODA, is verwijderd.
Pagina 1 van 18
Algemeen
Actualisatie
Overwegingen
Omgevingswet
Definities
Omgevingswet
Het wijzigen van het aantal dagelijks bestuur leden van 3 naar v
de inwerking treding van de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren van 1 januari 2020;
De toestemming als bedoeld in artikel 51, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen verleend door de gemeenteraden van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en Provinciale Staten van Gelderland
De gemeenteraden van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en Provinciale Staten van Gelderland hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Uitvoeringsdienst vervangen De deelnemers voeren bevoegdheden uit op grond van onder andere de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften. Artikel 1 lid 1 sub a:
Omgevingsdienst De deelnemers voeren bevoegdheden uit op grond van onder andere de Omgevingswet, waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften. Artikel 1. lid 1 sub a:
Is nu de algemene term geworden. Tekst is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet.
Definitie is technisch omgezet door Hekkelman
Pagina 2 van 18
Omgevingswet
basistaken: taken bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit omgevingsrecht Artikel 1 lid 1, sub c: BRIKS-taken: de taken op het terrein van Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen.
basistaken: taken als bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit Vervalt
advocaten naar de Omgevingswet. Definitie is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. Door het vervallen van deze definitie verandert de nummering achtereenvolgend mee.
Artikel 1 lid 1 sub e: complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe bedrijven zijnde: • vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 of • inrichtingen waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of • overige inrichtingen onder provinciaal bevoegd gezag;
Artikel 1 lid 1 sub d: complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe activiteiten zijnde: • vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009; of • milieubelastende activiteiten waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is; of • overige milieubelastende activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag.
Term inrichting is omgezet naar milieubelastende activiteiten. Binnen het Gelders Stelsel is een werkgroepje opgericht van juristen uit enkele OD’s die zich gaan nog gaan buigen over deze definitie. De definitie sluit namelijk niet aan bij de definitie complex op basis van de Omgevingswet. Mogelijk dat deze definitie in de definitieve regeling nog wordt aangepast.
Pagina 3 van 18
Actualisatie
Artikel 1, lid 1, sub h: […]
Artikel 1, lid 1, sub h: Gelders stelsel: samenwerking van alle Gelderse omgevingsdiensten in de provincie Gelderland waarbij onderlinge afspraken worden gemaakt over het beleggen van taken.
Actualisatie
Artikel 1, lid 1, sub m robuust: in overeenstemming met de KPMG Kwaliteitscriteria, versie 2.1, dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving;
Vervalt.
Omgevingswet
Artikel 1 lid 4: 4. Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige inrichtingen die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009:
Artikel 1 lid 4: 4. Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave
Voor de definitie is aangesloten bij de reeds bestaande tekst in de overweging over het stelsel. Het begrip Gelders Stelsel komt een paar keer voor in de regeling en ter verduidelijking is dit begrip toegevoegd aan de definities. Door het invoegen van een nieuwe definitie verandert de nummering achtereenvolgend mee. De definitie van robuust is geschrapt vanwege het feit dat de term robuust in het kader van het Inter Bestuurlijk Programma (IBP) een ander begrip is. De tekst is nu integraal opgenomen in artikel 7, eerste lid. Per 1 juli 2019 zijn de VTH Kwaliteitscriteria 2.2 van toepassing. Artikel is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. In plaats van inrichtingen worden nu de activiteiten vermeld.
Pagina 4 van 18
• inrichtingen, die uitsluitend onder de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6 vallen; • inrichtingen bestemd voor cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931. 1t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); • rangeerterreinen (SBI 491,492.2); • trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 kV hoogspanningsnet; • agrarische inrichtingen die mest verwerken als nevenactiviteit, waarbij de mest uitsluitend afkomstig van de eigen inrichting; • inrichtingen met een helikopterlandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); • betonmortel en –waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365, en 2369) de vergunningplichtige niet IPPC‐inrichtingen;
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: • het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6; • activiteiten ten behoeve van cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931.1 t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); • het exploiteren van een rangeerterrein (SBI 491, 492.2); • activiteiten ten behoeve van trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 KV hoogspanningsnet; • agrarische activiteiten waarbij mest wordt verwerkt als nevenactiviteit, waarbij die mest uitsluitend afkomstig is uit de eigen activiteiten; • activiteiten met een helikopterstandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); • activiteiten met betrekking tot betonmortel en -waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365 en 2369), voor
Pagina 5 van 18
Taken, bevoegdheden en bijdragen
Taken, bevoegdheden en bijdragen
zover er geen sprake is van een ippc-installatie; • activiteiten met betrekking tot rioolwaterzuiveringen (SBI 3700), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie Artikel 4: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onder a, b en c van het Omgevingsbesluit onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.
Omgevingswet
Artikel 4: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onder a en b van het Besluit omgevingsrecht onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.
IBP
Artikel 5, titel, Overige taken
Artikel 5, titel, Plustaken
Omgevingswet
Artikel 5: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering onderbrengen bij het openbaar lichaam van overige taken in het
Artikel 5: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering van plustaken in het omgevingsrecht
Artikel is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. De vermelding van het onderbrengen van een bepaalde taak bij ODRN door de provincie Gelderland betreft die van de Brzo-inrichtingen (Onder de Omgevingswet Seveso te noemen). ODRN is door de Rijksoverheid aangewezen als 1 van de 6 Brzodiensten in Nederland. De term overige taken is gewijzigd naar de term plustaken uit het Interbestuurlijk Programma (IBP). Artikel is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. Een aantal overige wetten blijft vooralsnog bestaan en daarom zijn deze ook
Pagina 6 van 18
omgevingsrecht, waaronder in ieder geval begrepen de overige milieu taken niet vallend onder het basistakenpakket, BRIKStaken, taken betreffende de Huisvestingswet, Leegstandswet, Monumentenwet en Algemene plaatselijke verordening met betrekking tot de leefomgeving dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving. In het tweede lid het woord overige Taken, bevoegdheden en bijdragen
Actualisatie
Art. 6, titel: Incidentele taken
Actualisatie
Art. 6, lid 1: Op verzoek van een deelnemer voert het openbaar lichaam incidentele uitvoerende, coördinerende, adviserende en ondersteunende taken op het gebied van het omgevingsrecht uit.
onderbrengen bij het openbaar lichaam. Plustaken zijn in ieder geval de Omgevingswettaken voor zover niet behorend tot de in artikel 4 genoemde basistaken, taken betreffende de Huisvestingswet, de Leegstandswet, de Algemene Plaatselijke Verordening dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving.
In het tweede lid het woord plus Art. 6, titel: Verzoektaken
Art. 6, lid 1: Op verzoek van een deelnemer voert het openbaar lichaam andere uitvoerende, coördinerende, adviserende en ondersteunende taken uit op het gebied van het omgevingsrecht.
blijven staan naast de Omgevingswet. De term overige taken is gewijzigd naar de term plustaken uit het Interbestuurlijk Programma (IBP).
Tekstueel is dit aangepast aan de praktijksituatie ter verduidelijking. Tekstueel is dit aangepast aan de praktijksituatie ter verduidelijking.
Pagina 7 van 18
Term robuust
Actualisatie
Art. 6, lid 2: Over de uitvoering van deze incidentele taken worden afzonderlijk dienstverleningsovereenk omsten gesloten tussen de deelnemer en het openbaar lichaam.
Art. 6, lid 2: Voor de uitvoering van deze verzoektaken geeft de deelnemer, indien nodig, afzonderlijk opdracht hiertoe aan het openbaar lichaam en/of wordt daarover een individuele werkafspraak gemaakt..
Tekstueel is dit aangepast aan de praktijksituatie ter verduidelijking.
Artikel 7 lid 1 Het openbaar lichaam is gehouden het werk met betrekking tot de milieubelastende activiteiten die vallen onder de bovenregionale taken en complexe taken die niet robuust kunnen worden uitgevoerd door het openbaar lichaam, te laten uitvoeren door andere omgevingsdiensten in Gelderland aan wie de taken zijn toebedeeld.
Artikel 7 lid 1 Het openbaar lichaam is gehouden het werk met betrekking tot de milieubelastende activiteiten die vallen onder de bovenregionale taken en complexe taken die niet in overeenstemming met de VTH Kwaliteitscriteria, versie 2.3, dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving, kunnen worden uitgevoerd door het openbaar lichaam, te laten uitvoeren door andere omgevingsdiensten in Gelderland aan wie de taken zijn toebedeeld.
Aangepast omdat het begrip een andere inhoud kent in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP).
Pagina 8 van 18
Dagelijks bestuur
Actualisatie
Artikel 15, lid 2 De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder een stem. Ingeval van het staken van de uitgebrachte stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
Artikel 15, lid 2 De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder een stem. Ingeval van het staken van de uitgebrachte stemmen is de uitgebrachte stem van de voorzitter beslissend.
Het betreft een verduidelijking.
Dagelijks bestuur
Actualisatie
Artikel 16, lid 1 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de andere leden van het dagelijks bestuur aan
Artikel 16, lid 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan. Het algemeen bestuur wijst daarbij uit deze leden ook een plaatsvervangend voorzitter van het dagelijks bestuur aan.
Het aanwijzen van de plaatsvervangend voorzitter was nog niet opgenomen in de regeling.
Dagelijks Bestuur
Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren
Art. 18 lid 4: Het dagelijks bestuur benoemt en ontslaat het personeel, waaronder begrepen de directeur. Onder benoeming van personeel wordt tevens verstaan de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Art. 18 lid 4: Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het ontslaan en schorsen van het personeel, waaronder begrepen de directeur.
Noodzakelijk aanpassing, zodat de gemeenschappelijke regeling in lijn met de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren is. Het personeel wordt immers niet meer benoemd, maar treedt in dienst met een arbeidsovereenkomst.
Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren
Art. 18 lid 5: Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het
Art. 18 lid 5: De arbeidsvoorwaardenregeli
Idem.
Pagina 9 van 18
Voorzitter
Actualisatie
Informatieplicht
Wetswijziging Wgr 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Informatieplicht
Wetswijziging Wgr 1 juli 2022 ‘versterken
vaststellen van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel. Artikel 21: 1. De voorzitter voert geregeld overleg met de voorzitters van de dagelijkse besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten. 2. De voorzitters wijzen uit hun midden een voorzitter van het overleg aan. 3. Het overleg doet zo nodig voorstellen aan de deelnemers voor de programmering van bovenregionale taken. Artikel 23: Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de gemeenteraden en Provinciale Staten
ngen voor de directeur alsmede het overige personeel van het openbaar lichaam worden door het dagelijks bestuur vastgesteld. Vervalt
Zie toelichting art. 26a.
Artikel 23.a. Informatieplicht : Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de gemeenteraden en Provinciale Staten
Ter verduidelijking wordt de informatieplicht beter geduid in de artikelen en worden artikelen 23 en 24 gekoppeld onder 23.a. en 23.b. Inhoudelijk is het artikel niet gewijzigd. Aan het artikel is toegevoegd op welke
Artikel 23a, lid 4 en 5
Pagina 10 van 18
democratische legitimatie 35.513’
Wetswijziging wet gemeenschappelijke regeling
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Artikel 24: Leden algemeen bestuur ten opzichte van deelnemers
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’ Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
[…]
4. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend bij het betreffende bestuursorgaan. 5.Inlichtingen, als bedoeld in dit artikel worden digitaal verstrekt. Artikel 23.b. Informatieplicht: leden algemeen bestuur ten opzichte van deelnemers
wijze inlichtingen kunnen worden gevraagd en op welke wijze deze worden verstrekt.
Ter verduidelijking wordt de informatieplicht beter geduid in de artikelen en worden artikelen 23 en 24 gekoppeld onder 23.a. en 23.b. Inhoudelijk is het artikel niet gewijzigd.
Artikel 24 Zienswijzeprocedure, participatie en evaluatie Artikel 24.a. Uitbrengen van zienswijze door de raad 1. Voorafgaand aan het nemen van de in het derde lid van dit artikel genoemde besluiten door het bestuur worden de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie Gelderland gedurende 8 weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren brengen. Zienswijzen dienen schriftelijk naar voren te worden gebracht.
Dit artikel betreft de uitwerking van artikel 17 lid 2 en 3 in samenhang met artikel 52 van de Wgr over de actieve informatieplicht. Opgenomen is tegen welke besluiten van de ODA een zienswijze kan worden ingediend door de raad.
Pagina 11 van 18
2. Als op grond van het eerste lid zienswijzen naar voren zijn gebracht, dan stelt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het nemen van een besluit, de raden van de deelnemende gemeenten, provinciale staten van de provincie Gelderland en, indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 3. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie Gelderland worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen over besluiten tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van kaderstellende strategische en meerjarenplannen. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op beschikkingen zoals bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet
Pagina 12 van 18
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
bestuursrecht, het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting en besluiten zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb. Artikel 24.b. Participatie ingezetenen en belanghebbenden De regeling voorziet niet in participatie door ingezetenen en belanghebbenden. De deelnemende gemeenteen provinciebesturen bepalen ieder voor zich of, en zo ja, op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling worden betrokken. Artikel 24.c. Evaluatie 1. Deze regeling kan eens in de vier jaar worden geëvalueerd. 2. De evaluatie vindt plaats in het laatste jaar van een raadsperiode. 3. Het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de evaluatie plaatsvindt. 4. Het algemeen bestuur kan bepalen dat een aanvullende evaluatie plaatsvindt die afwijkt van de in het eerste en
Dit artikel betreft de uitwerking van artikel 10 lid 7 en 8 in samenhang met artikel 52 van de Wgr over burgerparticipatie. In de regeling dient te worden opgenomen op welke wijze invulling wordt gegeven aan burgerparticipatie. Omdat de ODA een beleidsarme uitvoeringsorganisatie is, is ervoor gekozen om dit bij de partners neer te leggen. Dit artikel betreft de uitwerking van artikel 11a in samenhang met artikel 52 van de Wgr over de evaluatie. In de regeling is nu opgenomen wanneer en op welke wijze de regeling kan worden geëvalueerd.
Pagina 13 van 18
Gelderse Omgevingsdiensten (Gelders stelsel)
Actualisatie
[…]
Directeur
Actualisatie
Artikel 26. Samenwerking tussen omgevingsdiensten: 1. De directeur voert geregeld overleg met de directeuren van de andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. 2. De directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter van het overleg aan.
tweede lid genoemde termijnen. Hoofdstuk 7 a. Gelderse Omgevingsdiensten (Gelders stelsel) Artikel 26. Samenwerking tussen Gelderse Omgevingsdiensten: 1. De voorzitter heeft regelmatig overleg met de voorzitters van de besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 2. De directeur heeft regelmatig overleg met de directeuren van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De overleggen hebben als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. 4. Het samenwerkingsverband tussen alle Gelderse omgevingsdiensten wordt aangeduid als: Gelders stelsel.
Ter verduidelijking is een nieuw hoofdstuk gemaakt van de samenwerking tussen de Gelderse Omgevingsdiensten. De oude artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel om de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloop is dit artikel samengevoegd in een nieuw artikel in een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking tussen de Gelderse Omgevingsdiensten (art. 26). Ook inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het artikel. In de oorspronkelijke tekst werd bepaald hoe het voorzittersoverleg en het directeurenoverleg vorm moest worden gegeven (de voorzitters/directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter aan). Dit is echter juridisch gezien niet mogelijk, aangezien deze overleggen niet onder het openbaar lichaam vallen. Het is dan
Pagina 14 van 18
ook niet mogelijk om te bepalen hoe dit overleg dient te worden georganiseerd. In de vernieuwde tekst is deze bepaling dan ook niet meer opgenomen in de regeling. Het bovenstaande betekent niet dat deze wijze waarop het voorzittersoverleg wordt georganiseerd niet is geformaliseerd. In 2016 is het functioneren van het Gelders Stelsel geëvalueerd. Een van de aanbevelingen die uit deze evaluatie kwam, was het formaliseren van het Voorzittersoverleg van de Gelderse Omgevingsdiensten. Dit heeft ertoe geleid dat in 2017 door de algemeen besturen van de Gelderse Omgevingsdiensten het Statuut Voorzittersoverleg Gelderse Omgevingsdiensten is vastgesteld. In dit statuut is de organisatie, bevoegdheden en instrumenten van het Voorzittersoverleg neergelegd.
Pagina 15 van 18
Begrotingsprocedure
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Artikel 28, lid 2
Artikel 28, lid 2
Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de Wet zorgt het dagelijks bestuur vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient voor de in dat lid bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting.
Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de Wet zorgt het dagelijks bestuur vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient voor de in dat lid bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting.
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Artikel 28, lid 6, tweede zin: Zij kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpbegroting hun zienswijze over de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Artikel 28, lid 8: Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan de minister. Artikel 29.lid 2
Artikel 28, lid 6, tweede zin: Zij kunnen binnen 12 weken na toezending van de ontwerpbegroting hun zienswijze over de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Artikel 28, lid 8: Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan de minister. Artikel 29, lid 2
Het dagelijks bestuur zorgt voor de toezending van de ontwerpjaarrekening vergezeld van een behoorlijke toelichting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden en wel voor
Het dagelijks bestuur zorgt voor de toezending van de ontwerpjaarrekening vergezeld van een behoorlijke toelichting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden en wel voor
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Jaarrekening
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Conform de wijziging Wgr is het moment van aanleveren verruimd.
Conform de wijziging Wgr is de periode gewijzigd naar 12 weken.
Conform de wijziging Wgr is het moment van aanleveren verruimd.
Conform de wijziging Wgr is het moment van aanleveren verruimd.
Pagina 16 van 18
Wetswijziging WGR 1 juli 2022 ‘versterken democratische legitimatie 35.513’
Verdeling saldo
Actualisatie
Archief
Actualisatie
15 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
30 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Artikel 29, lied 3, eerste zin: Provinciale Staten en de gemeenteraden kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpjaarrekening hun zienswijzen over de ontwerpjaarrekening bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Artikel 30, lid 2 Indien besloten wordt een batig of nadelig sado geheel of gedeeltelijk ten gunste of ten laste van de deelnemers te brengen geschiedt dit op basis van de gerealiseerde omzet per deelnemer van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Artikel 29, lied 3, eerste zin: Provinciale Staten en de gemeenteraden kunnen binnen 12 weken na toezending van de ontwerpjaarrekening hun zienswijzen over de ontwerpjaarrekening bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Artikel 30, lid 2 Indien besloten wordt een batig of nadelig sado geheel of gedeeltelijk ten gunste of ten laste van de deelnemers te brengen geschiedt dit op basis van de begrote omzet per deelnemer van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Artikel 31, lid 1 Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van
Artikel 31, lid 1 Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer stelt het algemeen
Conform de wijziging Wgr is de periode gewijzigd naar 12 weken.
Conform het besluit van het algemeen bestuur op 3 december 2020. Het voortzetten van de bestaande afspraken zou ertoe leiden dat juist een partner met een gerealiseerde hogere omzet door een calamiteit (bijvoorbeeld: grote asbest brand), nogmaals extra onevenredig zou moeten bijdragen aan een eventueel tekort. De archiefverordening omgevingsdienst Achterhoek is door het algemeen bestuur op 19 juni 2017 vastgesteld en op 9 december 2019 gewijzigd.
Pagina 17 van 18
Toetreding
Actualisatie
Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Actualisatie
Slot- en overgangsbepalingen
Actualisatie/wijziging Wgr
Bronckhorst van overeenkomstige toepassing, behoudens indien door het algemeen bestuur een archiefverordening is vastgesteld die anders bepaalt. […]
bestuur een archiefverordening vast.
Artikel 33 lid 1: 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer, doch niet eerder dan na vijf jaar na de eerste inwerkingtreding van de regeling. Artikel 38, lid 2
Art. 33 lid 1: 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer.
Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de in artikel 53 van de Wet bedoelde toezending en publicatie.
Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de in artikel 26, eerste lid van de Wet bedoelde publicatie in het Provinciaal blad van Gelderland.
Artikel 32, lid 3: Het verzoek tot toetreding wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur.
Artikel 38 lid 2
Procedure aangevuld met de bepaling dat een toetredingsverzoek schriftelijk moet worden gericht aan het dagelijks bestuur. De Omgevingsdienst bestaat al langer dan vijf jaar, waardoor deze bepaling overbodig is geworden.
De wijze van bekendmaking is gewijzigd per 1 juli 2021 als gevolg van de wijziging van de Bekendmakingswet in verband met de Wet elektronische publicaties.
Pagina 18 van 18