Bijlage 3 Transitievisie Warmte Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Individuele gebouweigenaren kunnen er bovendien altijd voor kiezen om zelf de overstap naar aardgasvrij te maken. Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij buurten of juist delen van buurten centraal staan. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een gebied, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één gebied mag plaatsvinden. De gebiedsgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel gebruikt worden om de communicatie te starten en daar richting aan te geven. Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Diversiteit binnen buurten is mogelijk
31
Diversiteit binnen buurten is mogelijk Het feit dat een buurt is aangeduid als kansrijk voor een warmtenet betekent niet dat elk gebouw in de buurt op een warmtenet aangesloten wordt. Buurten zijn niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een buurt andere oplossingen kostenefficiënter zijn. We starten bovendien niet in de hele buurt tegelijk, maar eerst met de woningen met een goed energielabel en andere panden met eigenaren die snel kunnen en willen aansluiten. We kijken per fase of particulieren en andere eigenaren mee kunnen en willen doen. Het is daarbij van belang dat er voldoende schaalgrootte is om te kunnen starten in een buurt. De minimale schaalgrootte die nodig is, is afhankelijk van de gekozen warmteoplossing. Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij buurten of juist delen van buurten centraal staan. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een gebied, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één gebied mag plaatsvinden. De gebiedsgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel gebruikt worden om de communicatie te starten en daar richting aan te geven.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
32
e warmtetransitie tot 2030
8
onderdelen van een uitvoeringsplan. Deze zijn in Doetinchem ook als basis In het vorige hoofdstuk werd duidelijk met welke buurten de gemeente gezamenlijk
genomen. Onderdelen van een buurtuitvoeringsplan zijn in elk geval de volgende.
draagvlak een buurtuitvoeringsplan opstelt. Op buurtniveau worden de stappen
-
vervolgens verder geconcretiseerd. In dit hoofdstuk is beschreven hoe de gemeente een buurtuitvoeringsplan op dit moment voor zich ziet. Daarnaast beschrijven we in
Buurtanalyse: een analyse van de bestuurlijke, financiële en technische kaders en de fysieke en sociale kenmerken van de buurt.
-
Projectplan: op basis van de buurtanalyse wordt een projectplan of startnotitie
dit hoofdstuk hoe de gemeente individuele woningeigenaren ondersteunt met
opgesteld. Hoe gaan we tot een breed gedragen uitvoeringsplan komen? Op
verduurzamen richting 2030.
welke manier betrekken we inwoners? Hoe pakken we dit integraal aan? Hoe spelen we in op de kenmerken van de buurt.
8.1
Buurtuitvoeringsplannen
-
Uitvoeringsplan: hierin worden verschillende keuzes gemaakt op verschillende gebieden:
De gemeente gaat met woning- en gebouweigenaren in gesprek om te kijken hoe de
•
techniek: welke technische oplossing zijn er mogelijk en is dit haalbaar?
buurt het best verduurzaamd kan worden. Dit gesprek is een traject van 1,5 tot 2
•
financiering: wat is de businesscase voor gemeente, exploitant en
jaar dat uiteindelijk leidt tot een buurtuitvoeringsplan. Samen bepalen we hoe ver we willen gaan in het verduurzamen tot 2030. Het uitgangspunt van de gemeente is om
eindgebruiker? Wie betaalt wat? •
bestuurlijk: is er draagvlak bij het bestuur? De gemeenteraad is niet
toe te werken naar een aardgasvrije buurt. Wanneer hier geen draagvlak voor is of
verplicht het uitvoeringsplan vast te stellen. Voor het bestuurlijk draagvlak
wanneer dit toch teveel kosten met zich meebrengt, kunnen deze woningen en
is dit wel beter.
gebouwen ook aardgasvrij-klaar worden gemaakt door het beperken van de
•
energievraag (door isolatie of een hybride warmtepomp). De manier waarop de samenwerking tussen gemeenten en woning- en gebouweigenaren verloopt, werken
aanbestedingseisen gelden? •
we verder uit in het projectplan (zie volgende alinea). Elke buurt heeft eigen
zoeken bij bestaande (energie)initiatieven en buurt- en dorpsraden.
ruimtelijke inpassing: welke inpassing zijn nodig in de onder- en bovengrond? Zijn er ruimtelijke koppelkansen of kan de openbare ruimte
kenmerken en een eigen type inwoner. De manier van benadering kan per buurt veel van elkaar verschillen. We proberen hierin zoveel mogelijk aansluiting te
juridisch: hoe kunnen we aansluiten op de omgevingswet? Welke
gelijk meegenomen worden? •
communicatie en participatie: bovenstaande moet met de buurt besloten worden. Wie zijn de relevante bewonersgroepen en betrokken partijen en hoe gaan we communiceren? Wat hebben inwoners nodig om stappen te
Het Rijk ondersteunt gemeenten die nu al bezig zijn met een wijkaanpak in het
zetten en welke stappen willen ze zetten? Hoe kunnen ze ontzorgd
Programma Aardgasvrije Wijken. Hier wordt momenteel veel geleerd over de
worden? Welke sociale koppelkansen zijn er?
samenwerking met inwoners en betrokken partijen. In dit programma vormden zich
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
33
-
Vaststellen: de laatste stap is het vaststellen van het uitvoeringsplan door het college van B&W. Het is niet verplicht, maar wel aan te raden om het uitvoeringsplan ook door de gemeenteraad te laten vaststellen. Daarnaast moet het uitvoeringsplan verankerd worden in het Omgevingsplan van de gemeente.
-
Bestuurlijk, juridisch en financieel
Gemeente moet warmtekavels2 aanwijzen en goed nadenken over haar rol in dit proces en de financiële risico’s die ze bereid zijn te lopen.
Er zijn beperkte bestuurlijke en juridische vraagstukken. Het gaat meer over vergunningverlening, subsidie en gedragsverandering. Gaat meer over kosten.
Ruimtelijke inpassing
Heeft een grote impact op de openbare ruime en op overige infrastructuur omdat daar het warmtenet aangelegd moet worden.
Er is wellicht een verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. De aanpassingen in de woning zelf zijn wel ingrijpender omdat een individuele oplossing vaak op lage temperatuur is.
Participatie en communicatie
Een groot gedeelte van de buurt moet in één keer meegaan om een rendabele businesscase te krijgen. Er is hierdoor minder ruimte om aan te sluiten op een natuurlijk investeringsmoment. Dit vraagt om een grote tijdsbesteding aan de voorkant.
Bij individuele oplossingen ligt communicatie meer op het aanprijzen van voorlopers in de buurt en juist informeren en ontzorgen van bewoners.
Uitvoeren: gezamenlijk met de inwoners uitvoering geven aan de buurtaanpak om op termijn tot een goed geïsoleerde buurt met een alternatieve warmtevoorziening te komen.
Verschillende uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan bij een collectieve oplossing is anders dan wanneer gebouw- en woningeigenaren allemaal individueel overstappen. Wanneer met de buurt is bepaald welke techniek zij kiezen en zij aan de slag gaan met het buurtuitvoeringsplan is het goed om rekening te houden met de verschillen in het proces.
Proces
Collectief
Individueel
Lange voorbereidingstijd en korte doorlooptijd in de uitvoeringsfase.
Uitvoering is per individu op een ander moment belangrijk of noodzakelijk. Lastig om op tijd te sturen.
2
Warmtewet 2.0 is nog niet officieel vastgesteld. Deze nieuwe wet beoogt groei van collectieve warmtesystemen door nieuwe spelregels (marktordening); transparantie in de tariefstelling; aanscherpen van vereisten voor leveringszekerheid en het zeker stellen van verduurzaming.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
34
Belangrijke elementen Doetinchem Er is nagedacht over het buurtuitvoeringsplan vanuit verschillende perspectieven. Samenvattend kwamen daar de volgende elementen uit: -
Het is belangrijk dat de gemeente de communicatie zorgvuldig opbouwt en nadenkt over een eenduidige boodschap. De gemeente moet duidelijkheid bieden over: •
Kaders en verwachtingen.
•
Noodzaak van de transitie: alles naar achteren schuiven is geen optie. De gevolgen van klimaatverandering zijn te urgent. De doelstellingen die we samen hebben gesteld zijn er niet voor niets. We moeten ons inspannen deze te halen. Wanneer wij door blijven gaan met het gebruik van aardgas redden we het niet om in 2050 aardgas volledig afgebouwd te hebben.
•
Mate van inspraak van inwoners.
•
Financieringsmogelijkheden.
•
Haalbaarheid van de verschillende technieken.
Daarnaast is het belangrijk op zoek te gaan naar enthousiasme in een buurt en een werkgroep met bewoners uit die buurt op te richten. In de buurt kunnen goede voorbeelden worden uitgelicht om anderen te motiveren.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
35
8.2
De gemeentebrede aanpak van Doetinchem
bewustwordingscampagnes om hun elektriciteits- en warmteverbruik zoveel mogelijk te verminderen.
Voor de hele gemeente geldt: energie besparen, isoleren, ventileren en groene energie opwekken. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en instellingen.
8.3
Verduurzaming huurwoningen Sité Woondiensten
Door te isoleren, hebben we minder energie nodig om gebouwen te verwarmen. Energie die we niet verspillen, hoeven we ook niet op te wekken. Bij isoleren is
Verduurzamen van huurwoningen is kostbaar voor corporaties. Er moet van alles
kierdichting en ventilatie heel belangrijk. Ventileren is nodig om gezonde en
gebeuren, van beter isoleren tot overstappen op een andere warmtebron. Sité
comfortabele woningen en gebouwen te houden.
Woondiensten is volop bezig met een definitieve strategie te bepalen voor de verduurzaming van haar vastgoedportefeuille. Belangrijk uitgangspunt van de
Alle woningen en gebouwen worden voorbereid op de warmtetransitie, met name
strategie is om eerst de oudere huurwoningen te verduurzamen. Met deze inzet valt
door te isoleren. Dat is een grote klus waar we gebouweigenaren zo goed mogelijk
de meeste CO2-reductie te behalen.
bij willen ondersteunen. Daar beginnen we niet pas in 2021 mee, maar daar zijn we de afgelopen jaren al mee gestart. We zetten de activiteiten voort. Een centrale boodschap in de benadering van deze opgave is: benut elk natuurlijk moment! We kiezen voor een campagnematige aanpak. Het doel van de campagnematige aanpak is ervoor te zorgen dat eigenaren van woningen op de juiste momenten de juiste keuzes kunnen maken. Dat betekent dat we ze informeren en stimuleren om de overstap naar elektrisch koken te maken bij vervanging van de keuken. En dat we alle informatie op een rij hebben om de overstap naar een warmtepomp mogelijk te maken wanneer de cv-ketel het begeeft. Naast isoleren zetten we in op bewustwording en kleine maatregelen. Denk aan het plaatsen van tochtstrips en radiatorfolie, maximaal vijf minuten douchen, de cv-ketel instellen op 60⁰C et cetera. Alle kleine stappen samen helpen om energie te besparen. In de campagnes van bewustwording speelt het Energieloket Agem een sleutelrol. Deze organisatie helpt inwoners en bedrijven in Doetinchem met advies, informatiebijeenkomsten, collectieve acties en activatie- en
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Figuur 8.1
Maatregelen aan de woning
36
8.4
Sité kiest ervoor om de huurwoningen in twee stappen uiteindelijk aardgasvrij
Grondroeringsgevoelige leidingen
te maken. In de eerste stap wordt met name ingezet op het isoleren van de
In de jaren zeventig zijn veel gasleidingen neergelegd die nog steeds in gebruik zijn.
huurwoningen tot een goed
Een deel hiervan is bestempeld als ‘grondroeringsgevoelig’. Bij werkzaamheden in
isolatieniveau en het verbeteren van
de bodem kunnen deze leidingen problemen opleveren. Het vervangen van ruim
de ventilatievoorzieningen. Hiermee
duizend kilometer grondroeringsgevoelige gasleidingen kost tijd. Liander heeft, net
worden deze huurwoningen
als alle andere netbeheerders, in overleg met het Staatstoezicht op de Mijnen
toekomstbestendig en zijn ze
(SodM) meerjarige vervangingsprogramma’s opgesteld voor twee typen
aardgasvrij-klaar. Na 15 – 20 jaren zet Sité de volgende stap naar volledig aardgasvrije huurwoningen. Jaarlijks worden zo’n 2
– 250 huurwoningen
op die wijze verduurzaamd. Rond
Samenwerking met Liander
grondroeringsgevoelige leidingen. Volgens deze afspraak vervangt Liander leidingen Figuur 8.2 In 2021 ontving Sité de Republiqduurzaamheidsprijs. Over de periode 2018-2019 hoorde de corporatie bij de 10 corporaties met de hoogste energiebesparing onder huurders.
2035 hebben de meeste huurwoningen een goed kwaliteitsniveau en kan gefaseerd de volgende stap naar aardgasvrij gezet worden. Deze aanpak van Sité past prima in de gemeentebrede aanpak en levert een flinke energiebesparing op. In buurten waar een grootschalige aanpak van huurwoningen door Sité plaatsvindt, gaan we als gemeente inzetten om de eigenaren van naburige koopwoningen te stimuleren hun woning ook te verduurzamen. Dit vraagt om een goede afstemming tussen Sité en de gemeente. Met Sité moet komende jaren intensief afgestemd worden wat hun inzet gaat worden voor de huurwoningen in de buurten waar begonnen wordt met het opstellen van een buurtuitvoeringsplan. In met name de eerste buurten van de buurtprioritering staan relatief nieuwe koop- en huurwoningen. Over het algemeen hoeven deze nieuwe huurwoningen niet eerst geïsoleerd te worden, maar kan in één keer de stap naar aardgasvrij gemaakt worden.
van grijs gietijzer en asbest cement voor 2032. Er zijn veel buurten in Doetinchem waar dit type leiding in de grond ligt. Het is belangrijk de timing en werkwijze af te stemmen zodat dit gelijk loopt met de TVW. Ruimtelijke inpassing Verduurzaming van ons energielandschap zal leiden tot nieuwe of verzwaarde infrastructuur, dit zorgt voor een vergroting van het aantal middenspanningstations in de publieke ruimte. Vaak kennen deze trajecten ook ingewikkelde en langere doorlooptijden. Het is noodzakelijk Liander vroegtijdig te betrekken en alvast als gemeente samen met Liander inzichtelijk te krijgen om hoeveel middenspanningsstations dat ongeveer gaat en welke type openbare ruimte nodig is. Gasklevers Een ander risico vanuit de betaalbaarheid en maakbaarheid van de warmtetransitie vormt de aanwezigheid van ‘gasklevers’.
et is belangrijk dat er geen gasklevers
komen in buurten waar de woningen voor het overgrote deel overgaan op een alternatief voor aardgas (bijvoorbeeld een warmtepomp). Voor een beperkt aantal woningen die op het aardgasnet blijven aangesloten moet namelijk het gehele
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
37
gasnet in stand gehouden worden. Bovendien moet er een nieuwe infrastructuur (een warmtenet of een versterkt elektriciteitsnet) aangelegd worden. We zetten ons samen in om deze risico’s te minimaliseren.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
38
9 Kosten en betaalbaarheid
9.1
Nationale kosten voorkeurstechnieken
Buurt
Onrendabele
Nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om: de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en
Buurt
Onrendabele
top
top
[€/woning]
[€/woning]
1.
Kleurrijke buurt
16.000
9. Wehl Centrum
29.000
2.
Romantische buurt zuid
18.000
10. De Huet fase
19.000
6+ 7
onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin. 4 3.
De nationale kosten zijn meegenomen in de afweging om te komen tot de
Stadskwartier Noord
18.000
11. Landelijk
18.000
Wonen
technische oplossingen per gebied, zoals beschreven in hoofdstuk 6. 4.
De Elshof Zuid
26.0003
In de tabel hiernaast is de onrendabele top voor de nationale kosten voor het
12. Stadskwartier
18.000
Zuid
verwarmen van de woningen met de aardgasvrije voorkeurstechniek indicatief 5.
weergegeven. Dit hebben we gedaan voor 15 buurten. De onrendabele top geeft
Vulcaansoord en het
29.000
Richterbos-Zuid
weer welke kosten er binnen de looptijd van een product (in dit geval 30 jaar) niet worden terugverdiend door de maatschappij. De jaarlijkse lasten zullen zeer
6.
De Huet Fase 4
13. Buitengebied
onbekend
Groot Hagen 25.000
waarschijnlijk lager zijn dan op dit moment, door verbeterde isolatie en hogere
14. IJsseltuin en
17.000
Heelweg
efficiëntie. In de buurt ‘buitengebied Groot hagen’ was het voor de WTA niet 7.
mogelijk een inschatting te maken vanwege de geringe bebouwing. Verder zien we
Romantische buurt Noord
19.000
15. Schöneveld-
24.000
Zuid
dat de onrendabele top binnen de gemeente op dit moment ingeschat wordt op een range van 16.000 € woning (Kleurrijke buurt) tot circa 38.000 € woning ( olterhoek).
8.
Muziekbuurt
20.000
Tabel 9.1 Onrendabele top voorkeursbuurten op basis van nationale kosten (WTA)
3
Onrendabele top op basis van WTA. Dit zijn de kosten voor een all electric optie. In deze technische analyse wordt een warmtenet aan deze buurten gekoppeld. Binnen de quickscan naar TEA is de onrendabele top van nationale kosten niet berekend.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
4
Nationale kosten zijn wat anders dan eindgebruikerskosten. Dat zijn de kosten voor de individuele woningeigenaar (eindgebruiker) voor het aanpassen van zijn woning.
39
9.2
Kosten woningeigenaar
buurtuitvoeringsplannen. Voor globale kosten kunnen woningeigenaren ook kijken op www.milieucentraal.nl en de rekentool van www.verbeterjehuis.nl.
Kosten voor de bewoners kunnen worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten. De investeringskosten zijn eenmalige kosten voor een duurzamere
Bouwjaren
Vloerisolatie
(Spouw)muurisolatie
Dakisolatie
HR++ glas
warmtetechniek. De jaarlijkse kosten zijn de kosten voor de bewoner die jaarlijks
t/m 1945
Bodem
Isolatie binnen/buitenzijde
Binnen
Dubbel glas
warmte zelf. Deze kosten komen in plaats van onderhoudskosten voor de cv-ketel of
1946 – 1964
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Tripelglas
de rekening voor het aardgas.
1965 – 1974
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Tripelglas
1975 – 1991
Bodem
Isolatie binnen/buitenzijde
Binnen
Tripelglas
1992 – 2011
-
-
-
Tripelglas
2012 - heden
-
-
-
-
betaald moeten worden voor bijvoorbeeld onderhoud van de techniek en/of de
De eerste stap voor het aardgasvrij maken van woningen is vaak inzetten op energiebesparing door middel van isolatiemaatregelen (zie ook tabel 9.2 en 9.3). Een volgende stap waarmee het aardgasverbruik verder wordt teruggebracht, is de overstap naar een hybride warmtepomp. Als laatste stap naar volledig aardgasvrij zijn elektrische warmtepompen of een hybride systeem op duurzaam gas (tabel 9.4
Tabel 9.3
Benodigde maatregelen voor verschillende bouwjaren
en 9.5). Individuele warmtebronnen Soort
Vloerisolatie
Spouwmuurisolatie
Dakisolatie
woning
HR++
Totaal
We hebben de warmtevraag van de gebouwde omgeving en het warmteaanbod van
glas
kansrijke warmtebronnen in beeld gebracht. De nadruk zal in sommige wijken in Vrijstaande
€2.7
€ .5
€7.5
€7.500
€22.000
woningen
Doetinchem liggen op het isoleren en het toepassen van individuele oplossingen. Wat betekent het voor de eindgebruiker als we inzetten op individuele oplossingen?
Hoekwoning
€2.
€3.
€5.
€6.000
€16.600
Rijwoning
€ .
€2.
€5.
€5.000
€14.200
Appartement
€5
€ .5
€5
€4.000
€6.500
Tabel 9.4 geeft een overzicht van de investeringskosten voor aanpassingen in de woningen en eventuele verzwaring van het elektriciteitsnet (deze worden niet direct
Tabel 9.2
door de bewoner betaald). Tabel 9.5 geeft de exploitatiekosten voor de bewoner weer. De bedragen in beide tabellen zijn indicatieve ramingen per woning (tabel 9.4) of per huishouden (tabel 9.5).
Gemiddelde isolatiekosten per maatregel en soort woning
De kosten die we in beeld brengen, zijn op basis van de huidige kengetallen. In de toekomst kunnen de kosten veranderen. Afhankelijk van de bouwjaren zijn er verschillende kostenposten. De kosten zullen nader worden berekend in de
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
40
Maatregelen
Bouwkundig5
deel van de warmtevraag invult. Technisch gezien is extra isolatie dan ook niet altijd
Woningen gebouwd vóór 1992
Woningen gebouwd 1992 2012
Woningen gebouwd na 2012
Hybride warmtepomp
All electric: luchtwarmte pomp
All electric: bodemwarmte pomp
All electric: luchtwarmtep omp
All electric: bodemwarmt epomp
met name de jaren ’
€ – €2 .
€ – € 5.000
€ – € 5.
-
-
bandbreedte in de nationale kosten bij de hybride warmtepomp.
€ 7.5
€ 5.
€ 7.5
€ 5.
6
nodig, maar wordt wel aanbevolen, omdat de energierekening te verlagen. Voor een groot deel van de woningen is geen aanpassing van het afgiftesysteem nodig. Voor
Warmtepomp/ warmteopwekking
€ 5.
Aanpassing warmteafgiftesysteem
€
Stelpost verzwaren elektriciteitsnet
-
Afsluiten gasnet
-
€7
€7
€7
€7
Totaal
€ 5.000 – € 34.000
€ 21.200 – € 26.200
€ 28.700 – € 33.700
€ 12.000 – € 21.000
€20.000 – € 29.000
woningen zal de investering dan beperkt zijn tot alleen de
installatie van de hybride warmtepomp (kosten woningeigenaar) en eventuele verzwaring van het elektriciteitsnet (kosten netbeheerder). Vandaar de grote
Kostencomponent -€ .
€ .
€ .
€
-€ .
7
€
-€ .
Huidig
Hybride
Luchtwarmte-
Bodemwarmte-
systeem
warmtepomp
pomp
pomp
€ 53
-
-
€ 57
€ . 5
€7
€2
€2
5
€ 25
€ 25
(cv-ketel) Gasverbruik
€ .3
Elektriciteitsverbruik
€5
Onderhoudskosten
€ 5
€2
Vastrecht
€
€
Tabel 9.4 Raming investeringskosten bewoner en kosten elektriciteitsnetverzwaring mogelijke warmteconcepten
Afschrijvingskosten
€
€ 330
€ 500
€ 750
We maken onderscheid tussen woningen gebouwd voor 1992, woningen gebouwd
Totale kosten
€ 2.350
€ 2.100
€ 2.000
€ 1.900
tussen 1992 en 2012 en woningen gebouwd na 2012.
bewoner
€ .
€ .
€ 4.000
8
€ . 9
warmteopwekker 5
investering
In het algemeen geldt dat hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe hoger het
Tabel 9.5
Indicatieve jaarlijkse lasten huiseigenaar
rendement van de (hybride) warmtepomp zal zijn omdat de warmtepomp een groter
5
De bouwkundige maatregelen zijn isolatiemaatregelen voor tripelglas. Isolatie naar label niveau A (mogelijke extra dakisolatie (binnen of buitenzijde), vloerisolatie, binnenmuurisolatie) is eventueel mogelijk voor een efficiëntere warmtepomp en een beter wooncomfort. De kosten hiervoor worden geschat op circa €13.000- €15.000.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
6
Label B isolatie. Kosten indien aangepast warmteafgiftesysteem in woningen na 2012 nog niet aanwezig. Kosten gasverbruik voor verwarming gemiddelde woning. 9 Uitgaande van 2.700 kWh – gemiddelde in Nederland. 7 8
41
9.3
Betaalbaarheid van de warmtetransitie
mag in de starterslening en blijverslening een deel worden gebruikt voor duurzame maatregelen.
In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet
•
zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden’. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. et kabinet maakt de komende periode middelen vrij om
aardgasvrij maken van een nieuwbouwwoning. •
gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar aardgasvrije gebieden. De financieringsconstructies kunnen de drempel tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen voor bewoners een stuk verlagen.
Toekomstbestendig Wonen Lening voor het verduurzamen van de woning of het Energiebespaarlening voor onder andere zonnepanelen, dakisolatie, gevelisolatie, maatwerkadvies et cetera.
•
Er zijn bovendien subsidies en leningen voor gemeenschapsvoorzieningen en non-profitorganisaties, kleine en micro-ondernemingen en huurwoningen
Subsidies
Tot slot zijn, naast energiebesparing en onderhoud, comfort en
Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Een nieuwe
levensbestendigheid van de woning ook argumenten om rekening mee te houden
maatregel levert vaak besparing op, of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet
en zijn kosten niet alleen belangrijk.
genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Het Energieloket AGEM laat op haar website de laatst beschikbare subsidies in Doetinchem zien. Er zijn verschillende subsidies. •
Subsidies voor particulieren bij het doen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH, Poen voor Groen).
•
Subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie (SDE+, SDE++).
•
Teruggave btw-tarief op zonnepanelen. Dit is terug te vragen bij de Belastingdienst.
•
Verlaagd btw-tarief voor woningisolatie. Er geldt dan een verlaagd btw-tarief van 9% op arbeidskosten.
Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand bij de start een grote investering uit eigen geld moet doen. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder de volgende. •
Energiebespaarfondsen voor particulieren. Deze bestaan er op nationaal (Nationaal Warmtefonds) en provinciaal niveau, maar ook op lokaal niveau: zo
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
42
9.4
De kosten van de transitie
verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren, zodat iedereen een vorm kan vinden die in de eigen situatie past.
Op dit moment weten we nog niet precies wat de transitie naar aardgasvrij in Nederland gaat kosten en hoe de kosten verdeeld worden. Daarbij is de financiële impact van de warmtetransitie voor woningen en andere gebouweigenaren voor iedereen verschillend. Er is dus nog veel onduidelijk. In de buurtuitvoeringsplannen wordt dit per buurt concreter. In figuur 9.1 staat een eerste kostenverdeling. De inzet van het Rijk is om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en
Figuur 9.1
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Kostenverdeling
43
Bijlage 1 - Warmtebronnen en technieken
Wanneer we kijken naar de warmte-alternatieven voor aardgas kunnen we deze onderverdelen naar temperatuurniveau. Warmtebronnen met een temperatuur onder
1
de 40°C noemen we laagtemperatuurwarmtebronnen. Deze warmte zal met een
Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in de buitenlucht.
Omgevingswarmte
warmtepomp opgewaardeerd moeten worden om een woning mee te verwarmen.
Luchtwarmtepompen onttrekken warmte uit de buitenlucht en waarderen deze
Warmtebronnen met een temperatuur boven de 70°C noemen we
warmte elektrisch op naar een temperatuur van minimaal 40°C. Dit doet het onder
hoogtemperatuurbronnen. Deze bronnen kunnen rechtstreeks in de woning
een gunstig rendement; gemiddeld levert één deel elektriciteit, drie tot vier delen
toegepast worden. Warmtebronnen tussen deze temperatuurniveaus in, noemen we
warmte op. Voor de luchtwarmtepomp neemt dit rendement af bij koude winters. De
mid-temperatuurbronnen. Het is afhankelijk van de isolatiegraad van de woning of
warmte wordt afgegeven in de woning via lucht of water (radiatoren).
deze warmte rechtstreeks of via een warmtepomp ingezet kan worden. Bij een temperatuur van 40°C moet de woning goed geïsoleerd zijn om Het vastgestelde potentieel van de laagtemperatuurbronnen in de volgende
warmteverlies/-verval te beperken en ook bij koude winterdagen een comfortabel
paragrafen is de warmte die de bron kan leveren, in combinatie met een
binnenklimaat te hebben. Voor alle nieuwbouwwoningen vanaf 2015 is de techniek,
warmtepomp. Voor aquathermie, ondiepe geothermie, WKO en (laag- of mid-
zonder aanvullende maatregelen, toepasbaar. Woningen die gebouwd zijn na
temperatuur) restwarmte is uitgegaan van de toepassing met hoogtemperatuur
199211, zijn met beperkte maatregelen geschikt te maken voor toepassing van deze
collectieve warmtepompen, omdat dit de meest voorkomende combinatie is10. Het
techniek. Dit betekent veelal het vullen van de spouwmuur en het vergroten van de
potentieel van de bodemlus (ondiepe bodemwarmte) is berekend op de toepassing
oppervlakte aan warmteafgifte doormiddel van vloerverwarming of grotere radiatoren
met een individuele warmtepomp.
of convectoren.
10
11
Voor de hoogtemperatuurwarmtenet-varianten is 20% aan (duurzaam)gas gerekend voor het
opvangen van de piekvraag. Voor de laagtemperatuurvarianten is 20% aan elektriciteit
In 1992 is in het Bouwbesluit een isolatiewaarde (Rc 2,5 voor gevel, ramen en vloer)
vastgelegd voor nieuwbouw.
gerekend voor tapwaterverhitting.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
44
Wanneer een pand oud is en het gecompliceerd en duur is om te isoleren tot een
Bij TEO is de locatie van de warmtebron van groot belang. Deze kan niet te ver
label A, kan worden gekozen voor een hybride warmtepomp, waarbij de piekvragen
liggen van de afzet omdat er warmteverlies optreed in het transport. Daarnaast is
met (duurzaam) gas worden ingevuld. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp
een grotere afstand ongunstig voor de businesscase door een toename in de
dus aangesloten op het gasnet. De energiebesparing met een hybride warmtepomp
infrastructurele investeringskosten voor het warmtenet. Een afstand van 500 – 1.000
is lager, maar de techniek kan een goede tussenstap zijn in de transitie naar
meter is algemeen aanvaard.
aardgasvrij. 2b 2
Aquathermie
TEA
Bij thermische energie uit afvalwater wordt - zoals de naam doet vermoeden -
Aquathermie is het benutten van warmte uit water. Op dit moment zijn er technieken
warmte onttrokken aan afvalwater. Er zijn verschillende bronnen van afvalwater
beschikbaar of ontwikkeling voor de benutting van warmte uit oppervlaktewater
waarvan de grootste ons rioolsysteem. De warmte kan op verschillende plekken
(TEO), warmte uit afvalwater (TEA) en warmte uit drinkwater (TED). Onderstaand
gewonnen worden, zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), pompgemalen of
wordt op deze drie warmtebronnen nader ingegaan.
rioolbuizen of bij de bron zelf zoals een productiebedrijf. TEA lijkt in vele opzichten op TEO, maar onderscheidt zich op één belangrijk punt: de temperatuur van het
2a
TEO
afvalwater is veel stabieler gedurende het jaar - 12 graden in de winter tot 20 graden
Bij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte onttrokken uit een
in de zomer bij de RWZI. Dit betekent dat opslag geen vereiste is. Korte termijn
rivier, kanaal of meer. In Nederland zijn open waterlichamen alleen in de zomer
opslag is vaak wel een vereiste wanneer de momenten van afvalwaterproductie niet
voldoende warm (>15°) om warmte aan te onttrekken. Er is daarom seizoensopslag
overeenkomen met de momenten van warmtevraag.
nodig om de warmte in de winter te kunnen gebruiken. Dit wordt veelal gedaan in een WKO-systeem (lees 0). Ook bij TEO wordt een warmtepomp gebruikt om de warmte op te waarderen voordat het naar de woning gaat. TEO wordt meestal toegepast met een collectieve hoogtemperatuurwarmtepomp en via een warmtenet naar de woningen/panden getransporteerd. Omdat TEO dus vraagt om 1) een warmtenet vanaf de waterbron, 2) opslag, 3) een warmtepomp en 4) een warmtenet naar de woning, is het een duur warmtealternatief. Alleen voor gebieden met hoge bebouwingsdichtheid en oude bebouwing waar geen andere hoogtemperatuurbron is, kan een hoogtemperatuur TEO warmtenet een goede optie zijn; in een dergelijk gebied is er geen ruimte is voor individuele systemen en de kosten van isolatie liggen vaak te hoog om met een laagtemperatuurtechniek te verwarmen. Daarnaast wordt warmte uit oppervlaktewater benut om de thermische balans in een WKO te realiseren door toevoeging van warmte uit oppervlaktewater.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
2c
TED
De laatste vorm van aquathermie is thermische energie uit drinkwater (TED). Dit is een nieuwe techniek die nog niet veel is toegepast. De potentie van TED per regio of de bijdrage die TED leveren kan aan de energietransitie is onbekend.
45
4a
Bodemlus
warmte en/of koude toe te voegen uit een externe bron, bijvoorbeeld
Een bodemlus is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1 -100
oppervlaktewater of elektrisch. Dit noemen we regeneratie. Als de benodigde
meter diep. Hierbij wordt een gesloten buis de bodem in geboord, ofwel horizontaal,
regeneratie omvangrijk is, is een WKO-systeem minder rendabel. Hoe dichter de
ofwel verticaal, en gevuld met een water en antivries mengsel. De vloeistof in de
warmte- en koudevraag dus bij elkaar liggen, hoe gunstiger de businesscase. Bij
buis neemt de temperatuur over van de omgeving, de bodem. De
goed beheer gaan WKO-systemen 30 jaar mee.
bodemtemperatuur is gedurende het jaar betrekkelijk constant en rond de 12°C. Zo kan er met een bodemlus in de winter warmte worden gewonnen en in de zomer
Een WKO warmtenet wordt dus toegepast daar waar zowel een warmte- als
koude. Een warmtepomp waardeert de warmte op naar 40°C of hoger om de woning
koudevraag is. Dit geldt bijvoorbeeld voor kantoorpanden, verzorghuizen of hotels
te verwarmen.
maar ook sommige industrie. Ook goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen hebben een grotere koudevraag dan bestaande woningen. Maar het aandeel aan
Een groot voordeel van een bodemlus gekoppelde warmtepomp ten opzichte van
koudevraag ten opzichte van warmte blijft klein.
een luchtwarmtepomp (zie 2.1) is dat het rendement hoger ligt en er in de zomer (passief) gekoeld kan worden, zonder elektriciteitsverbruik. Een nadeel van de
4c
Ondiepe geothermie
techniek is dat er voor bestaande bouw vaak twee bodemlussen per woning nodig
Ondiepe geothermie is het boren tot een diepte tussen de 500 en 1.500 meter. Op
zijn met een onderlinge afstand van 8 meter om interferentie te voorkomen. Dit
deze diepte wordt grondwarmte onttrokken met een temperatuur tussen de 15°C en
vraagt om voldoende tuinoppervlak per woning. Daarnaast resulteert het boren van
40°C. Wanneer het water 40°C is, kan de warmte via een warmtenet rechtstreek
de buizen in het overhoop halen van de tuin, wat niet iedere bewoner wil.
worden gebruikt voor het verwarmen van goed geïsoleerde woningen in combinatie
Bodemlussen zijn een individuele techniek; voor hoogbouw, of industriegebieden
met individuele boilers voor het tapwater. Bij andere temperaturen of woningtypen
met een grote warmtevraag zijn bodemlussen minder geschikt dan een open WKO-
zal de warmte eerst opgewaardeerd worden met een (centrale) warmtepomp. In
systeem, omdat de bodem dan overmatig aangeboord wordt (geperforeerd). Er zijn
tegenstelling tot een WKO-systeem hoeft er bij ondiepe geothermie geen balans te
gebieden waar de bodem helemaal niet aangeboord mag worden en slechts tot een
zijn in de koude- en warmteonttrekking.
bepaalde diepte om vervuiling van drinkwaterbuffers te voorkomen. Omdat ondiepe geothermie hoge investeringskosten vraagt, is er een minimale 4b
WKO
gegarandeerde afzet nodig om de techniek financieel haalbaar te laten zijn. Voor
Bij warmte-koudeopslag wordt warmte en koude gewonnen uit een afgesloten
ondiepe geothermie is de minimale schaalgrootte tussen de 1.000 en 2.500
waterpakket in de bodem op een diepte tussen de 100-500 meter en via een
woningen afhankelijk van de brondiepte. Daarnaast is een hoge woningdichtheid
warmtenet getransporteerd naar de woningen/panden. Het temperatuurniveau is
(oftewel warmtevraagdichtheid) een vereiste om de kosten van het warmtenet te
tussen de 8°C en 15°C. Het is gunstig wanneer de panden aangesloten op dit
beperken. In deze analyse is de grens gesteld op een minimum van 40
warmtenet zowel koude- als een warmtevraag hebben. Bij een WKO-systeem moet
woonequivalenten per hectare.
namelijk evenveel warmte onttrokken worden aan de bodem als er in wordt teruggebracht. Is dit niet het geval, dan raakt de bron uitgeput. Wanneer er een onbalans is tussen de warmte en koudevraag, kan deze worden hersteld door
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
46
4d
Diepe (en ultradiepe) geothermie
Wanneer er nog dieper wordt geboord, spreekt men van diepe geothermie (1.500 tot 4.000 meter) en ultra diepe geothermie (dieper dan 4.000 meter). Diepe geothermie wordt al langer toegepast in sectoren met een continue, hoge warmtevraag zoals de glastuinbouw en kan temperaturen leveren tot 100°C (stoom). Net als bij ondiepe geothermie, is een minimale afzet een vereiste voor het ontwikkelen van een geothermische boring. Woningen lenen zich al minder voor deze techniek, omdat de warmtevraag sterk fluctueert tussen de zomer en winter. Voor een geothermische boring wordt in het algemeen uitgegaan van een minimale afzet van 4.000 tot 5.000 woningen. Omdat er veel verlies optreedt in transport en een hoogtemperatuurwarmtenet duur is, moeten deze woningen dicht bij elkaar en dicht bij de bron staan. Een serie van galerijflats in een stadscentrum is dan ook het meest gunstige scenario voor het toepassen van geothermie voor woningen (40-50 woningen per hectare).
3
Biomassa
Vaste biomassa, zoals hout, gebruiken voor het verwarmen van woningen is omstreden. Het is een goedkope optie (bij resthout en snoeiafval) en levert hoogtemperatuurwarmte, maar er komt fijnstof en CO2 vrij bij verbranding. Er zijn vraagtekens over het effect op de CO2-uitstoot door biomassa: op papier is dit energieneutraal, maar onder andere het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) waarschuwen dat biomassa in de praktijk een grotere uitstoot dan kolen kan hebben, met name als niet alleen snoeiafval wordt verbrand.12
12
Zie onder andere Visiedocument KNAW (2015), Biobrandstof en hout als energiebronnen –
Effect op uitstoot van broeikasgassen, en PBL (2013), Climate effects of wood used for bioenergy.-- KNAW heeft bevestigd dat rapport ook in 2020 nog steeds relevant is.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
47
Daarnaast is er in Nederland veel te weinig biomassa beschikbaar om in onze
6
warmtevraag te kunnen voorzien. Met name in stedelijk gebied is het zeer de vraag
Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van natte biomassa zoals mest en
Groengas
waar de biomassa vandaan komt. Bij het ontwikkelen van een biomassacentrale is
GFT-afval. Biogas zelf kan niet worden gebruikt met onze huidige apparatuur, omdat
het dan ook van groot belang dat over een lange periode een toestroom van lokale
er naar ratio te veel koolstofdioxide, stikstof- en zwaveloxiden in het gas zitten. Deze
restbiomassa gegarandeerd kan worden. Zo moet voorkomen worden dat er
kunnen worden verwijderd om zo biogas om te zetten naar groengas: gas dat 1:1
biomassa uit andere landen moet worden gehaald of minder duurzame biomassa
aardgas kan vervangen. Dit opwaarderen van biogas naar groengas kost ongeveer
wordt gebruikt.
5% van de energetische waarde van het totale volume aan groengas en de kosten van een dergelijke installatie zijn hoog. Maar hiermee kan het gas worden gebruikt in
4
Restwarmte
onze bestaande aardgasleidingen, wat vele voordelen oplevert.
Restwarmtebronnen komen in veel vormen en maten voor. Het is de warmte die ‘overblijft’ na bijvoorbeeld een productieproces. Deze warmte kan zich bevinden in
Het aanbod aan biogas is op dit moment beperkt en vervult (volgens de sector) in
een gas of vloeibare stroom en de temperatuur verschilt per bron. Restwarmte wordt
2030 ongeveer 5% van onze huidige gasconsumptie.13 De vraag is: moeten we dit
via een warmtenet getransporteerd naar de woningen. Restwarmte van een hoge
gas inzetten voor de gebouwde omgeving? De industrie en het zware transport
temperatuur kan direct worden toegepast in woningen zonder gebruik van een
hebben deze brandstof écht nodig. Deze sectoren hebben weinig tot geen
warmtepomp en vraagt weinig tot geen aanpassingen in de woning. Dit is financieel
alternatieven, omdat zij de hoge ontbranding van gas nodig hebben. Woningen
dus een heel gunstig scenario (bij een voldoende hoge bebouwingsdichtheid). Bij
daarentegen kunnen al verwarmd worden met een temperatuur van 40°C. Het is
een lagere temperatuur restwarmte moet deze eerst met een (individuele of
daarom de vraag of het verstandig is om deze beperkte bron nu al in zijn geheel te
centrale) warmtepomp worden opgewaardeerd. Een risico bij het gebruik van
reserveren voor de gebouwde omgeving. De invloed van een verhoogde vraag naar
restwarmte is dat bij vertrek van het bedrijf, de bron dus ook verdwijnt. Niet alle
biogas vanuit de industrie kan ook gevolgen hebben voor de marktprijs van biogas
bedrijven zijn bereid een overeenkomst aan te gaan met betrekking tot levergarantie
waardoor dit straks niet meer betaalbaar is voor woningeigenaren.
voor een specifiek aantal jaren. Groengas als transitiewarmtebron in combinatie met een hybride warmtepomp is wel 5
Bodem- en aardwarmte
Warmte uit de bodem kan met behulp van diverse technieken gewonnen worden,
een goede keuze. Dit maakt het mogelijk om woningen die zich niet in één keer laten verduurzamen, of waarvoor er nu nog geen betaalbare warmtetechnieken.
afhankelijk van de bodemgesteldheid en beschikbaarheid van warmte. Onderstaand wordt op deze technieken ingegaan.
13
Green gas Roadmap Netherlands, Juli 2014. De geraamde hoeveelheid is het equivalent van
2,2 miljard m³ aardgas. Woningen en de industrie gebruiken allebei ongeveer 20 miljard m³ aardgas per jaar, samen ruim 40 miljard m³.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
48
Bijlage 2 - Marktrijpheid technieken
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
49
Bijlage 3 - Buurten in oetinchem oetinchem Gemeente met volgnummers per buurt
A Bebouwing Gemeentegrens
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
50
1 Stadscentrum-Zuid
19 Buitengebied Polmanlaan
37 Bedrijventerrein De Huet
55 Langerak-Zuid
73 Buitengebied Pinnedijk
2 Torenallee
20 Buitengebied de Wrange
38 Buitengebied De Huet
56 Het Loo
74 Wehl-Centrum
3 Het Loo
21 Koekendaal en VijverbergNoordoost
39 Buitengebied Dichteren Noordwest
57 De Happert Ziekenhuis
75 Wehl-West
4 Stadscentrum-Noord
22 Buitengebied Vossenstraat
40 Romantische buurt Noord
58 De Kruisberg
76 Wehl-Zuidwest
5 De Pas-Noord
23 Buitengebied Nutselaer en Abdij
41 Romantische buurt Zuid
59 De Happert Leerinkstraat
77 Wehl-Zuidoost
6 De Pas-Zuid
24 Buitengebied IJzevoorde
42 Landelijk Wonen
60 De IJkenberg
78 Wehl-Oost
7 Muziekbuurt
25 Buitengebied Slangenburg
43 Kleurrijke buurt
61 De Bezelhorst
79 Wehl-Noordoost
8 Schrijvers en dichtersbuurt
26 Hamburgerbroek
44 Stadskwartier-Zuid
62 Buitengebied De Kruisberg
80 Wehl-Noord
9 Wiltinksbrug
27 Verheulsweide-Noord
45 Stadskwartier-Noord
63 Buitengebied Groot Hagen 81 Nieuw-Wehl-Centrum
10 Overstegen-West
28 Verheulsweide-Zuid
46 Buitengebied en DichteremOost
64 Langerak-Noord
82 Nieuw-Wehl-Noordoost
11 Overstegen-Oost
29 Buitengebied Kemnaderallee
47 Bedrijventerrein en Wijnbergen
65 Buitengebied Christoffelstraat
83 Nieuw-Wehl-Noord
12 Wonninkhage
30 De Hoop-Noord
48 Wijnbergen-het Westem
66 Wassinkbrink-Noordwest
84 A18 Bedrijvenpark
13 Buitengebied de Gaarde
31 De Huet fase 1 + 3
49 Wijnbergen-het Midden
67 Vulcaansoord en het Richtersbos-Zuid
14 Wassinkbrink-Zuidoost
32 De Huet fase 2
50 Wijnbergen-het Oosten
68 De Elshof-Zuid
15 Holterhoek
33 De Huet fase 4
51 De Hoop-Zuid
69 De Pol en Akkermansweide
16 Schöneveld-Zuid
34 De Huet fase 6 + 7
52 IJsseltuin en Heelweg
70 Het Hartger en de Elshof-Noord
17 Schöneveld-Noord
35 De Huet fase 5
53 Bedrijventerrein Keppelseweg
71 Buitengebied 't Klooster
18 Oosseld en VijverbergZuidwest
36 Sportpark Zuid
54 Buitengebied Keppelseweg
72 Buitengebied Pierikstraat
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
51