Bijlage 3 Transitievisie Warmte Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem Stap voor stap naar een aardgasvrije gemeente
Verantwoording
Co-lezing: H. van der Heide, J.P. Pols Datum 1 december 2021 Projectnummer DWA 19072 Status Ter bespreking Opdrachtgever
Foto voorkant Facebookpagina Doetinchem Leden klankbordgroep en denktank Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de gemeente Doetinchem in de warmtetransitie. Wij danken woningcorporatie Sité, Liander en Waterschap Rijn en IJssel voor de inbreng en constructieve feedback.
Gemeente Doetinchem Raadhuisstraat 2 7001 EW Doetinchem Uitgevoerd door DWA B.V. Postbus 140 6710 BC Ede E-mailadres esmee.de.lorijn@dwa.nl Telefoonnummer 06 – 116 899 14 Auteurs mr. E. de Lorijn, T. Boschma,
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
2
Inhoudsopgave
1
Samenvatting
4
2
Voorwoord
5
3
Inleiding
7
4
Uitgangspunten
12
5
Alternatieven voor aardgas
13
6
Technische analyse
16
7
Multicriteria-analyse buurtprioritering
24
8
De warmtetransitie tot 2030
30
9
Kosten en betaalbaarheid
39
Bijlage 1 - Warmtebronnen en technieken
44
Bijlage 2 - Marktrijpheid technieken
49
Bijlage 3 - Buurten in Doetinchem
50
1 Samenvatting In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse woningen en gebouwen in 2050 geen aardgas meer gebruiken om te verwarmen en te
Op weg naar aardgasvrij
koken. We gaan daarom op zoek naar duurzame alternatieven voor aardgas.
Aardgasvrij worden kan niet voor heel Doetinchem in één keer, dit gaat in fasen en
De overstap naar een aardgasvrije gemeente gaan we zorgvuldig, stap voor
per buurt. De gemeenten in de Achterhoek stelden samen twaalf criteria op. Deze
stap realiseren. Die stappen brengen we in deze Transitievisie Warmte in
kijken naar de buurten op technisch-financieel gebied, meekoppelkansen en
beeld, te beginnen met de kansrijke buurten waar we al vóór 2030 een start
sociaaleconomische criteria. Deze criteria helpen om de buurten tegen elkaar af te
zouden kunnen maken.
wegen en te komen tot een buurtprioritering. Er vormde zich een top 15 van buurten waar we voor 2030 een buurtuitvoeringsplan mee gaan opstellen. Deze top 15 is
We doen het samen
niet in beton gegoten, maar geeft wel richting. De warmtetransitie is een proces van
Wanneer we in 2050 energieneutraal willen zijn, moeten er 29.476 gebouwen in
ervaring opdoen en leren in de eerste buurten. Daarnaast gaan we aan de slag met
28 jaar van aardgas overstappen op een duurzame bron. Dat gaat alleen lukken als
een aanpak per woningtype en gaan we individuele inwoners stimuleren om te
we dit samen met alle betrokken partijen doen. In meerdere sessies hebben we
verduurzamen.
daarom het gesprek gevoerd met belangrijke partners in de gemeente die allemaal een relatie hebben met de warmtetransitie. Ook bewoners zijn in deze fase van
Communicatie naar inwoners
visievorming betrokken geweest.
Om alle inwoners zo goed mogelijk mee te nemen, blijven we inzetten op een gemeentebrede bewustwording en ondersteuning, zodat iedereen goed
Uitgangspunten bij de warmtetransitie
geïnformeerd kan zijn, weet waar die aan toe is en in de gelegenheid wordt gebracht
In gesprek met de gemeenteraad, professionele betrokken partijen en met bewoners
om stappen te zetten. Hiertoe organiseren wij acties en willen we aansluiten waar
kwamen de volgende uitgangspunten naar voren als handvat bij de warmtetransitie
initiatieven zijn. Dit kan de buurtvolgorde veranderen.
de komende jaren. • We werken regionaal samen.
Regelmatig herijken
•
We werken lokaal, transparant en duurzaam.
De overstap naar een duurzame en aardgasvrije gebouwde omgeving is een opgave
•
Betaalbaarheid en betrouwbaarheid voor de eindgebruiker staan voorop.
voor de komende decennia. We gaan de komende jaren veel leren en ook landelijk
•
Bewoners en overige gebruikers worden betrokken bij plannen en uitvoering.
worden de voorwaarden om de overstap op grote schaal haalbaar en betaalbaar te
•
Onzekerheden in de uitvoering accepteren we.
kunnen maken steeds verder uitwerkt. Deze transitievisie wordt daarom tenminste
•
We kiezen voor een gebiedsbericht benadering
elke vijf jaar herijkt, om nieuwe inzichten, ervaringen en innovaties mee te nemen in
•
We hanteren een pragmatische en realistische houding bij de uitvoering.
de keuzes voor de toekomst.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
4
2 Voorwoord
In Nederland moeten de gemeenten een ‘Transitievisie Warmte’ vaststellen; een gemeentelijke visie op de warmtetransitie, die visie met antwoord geven op de vraag ‘hoe gaan we met elkaar op een goede manier van het aardgas af’? Deze verplichting komt voort uit de afspraken van het nationale Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord beschrijft hoe we op een groot aantal thema’s onze CO2-uitstoot zullen verminderen. Een onderdeel hiervan is de gebouwde omgeving; alle woningen en gebouwen in Nederland. Het opstellen van een transitievisie en de uitwerking in de komende jaren, is een
De aarde warmt op ten gevolge van het broeikaseffect veroorzaakt door CO 2. Hier merken we ook in Doetinchem de gevolgen van. Droogte, hitte, wateroverlast; we maken het steeds vaker mee. Minder CO2 kan door andere vormen van opwek en door energiegebruik te beperken. De overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen is hier een belangrijk onderdeel van. Om in 2050 aardgasvrij te zijn, moeten we hard aan de slag. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en onze partners. Ik ben ervan overtuigd dat het ons samen gaat lukken wijk voor wijk een alternatief te vinden voor aardgas en in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Ik begrijp heel goed dat dat ingrijpend is want verwarmen met aardgas is zo normaal dat we niet anders weten. Dat gaat dus echt veranderen. We nemen de tijd hier voor, maar we beseffen ons ook dat de klok tikt. Met deze warmtevisie geven we het startsein voor die verandering !
proces wat we niet alleen kunnen als gemeente. Daarom willen we
Gemeente Doetinchem – Frans Langeveld (wethouder duurzaamheid)
hier in dit voorwoord ook de ruimte geven aan de betrokken partners in het proces, te beginnen met de wethouder duurzaamheid van de gemeente Doetinchem. Naast de gemeentelijke betrokkenheid in de transitie naar een Ongeveer 30 procent van de woningen in de gemeente Doetinchem is in het bezit van Sité. Daarmee zijn we een belangrijke maatschappelijke speler in de wijken en buurten hier. Wij denken dan ook actief mee in deze visie op de warmtetransitie en zijn tevreden met de goede samenwerking tussen de partijen bij het schrijven van deze visie. Een visie op hoe we er met elkaar voor kunnen zorgen dat in 2050 alle woningen in de gemeente de warmte krijgen die nodig is, zonder aardgas te gebruiken. Dat werkt stimulerend en inspirerend voor de duurzame beweging die we al met elkaar aan het maken zijn. Die duurzame beweging gaat voor Sité niet alleen over ‘van het gas af’. Zeker zo belangrijk is de bijdrage die de verduurzaming levert aan comfortabele woningen en betaalbare woonlasten. Kortom, aan een duurzaam thuis voor bewoners. We zijn dan ook blij dat betaalbaarheid voor de eindgebruiker een belangrijk uitgangspunt is voor deze visie op de warmte transitie.
aardgasvrij Doetinchem zijn ook maatschappelijke partners van groot belang in het proces. Zo is er in projectgroepen goed gekeken naar het bezit van de woningcorporatie Sité. Om te zorgen dat hun lokale bezit een goede plek krijgt in de transitie naar aardgasvrij.
Sité Woondiensten – Michèle de Ruiter (manager Ontwikkeling & Wonen)
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
5
Buiten de maatschappelijke opgave is de overstap op een aardgasvrije warmtevoorziening ook een technische klus. Daarom wordt er al vroeg in het proces samengewerkt met de netbeheerder om de opgave zo goed mogelijk te laten verlopen.
De samenwerkingspartner die tenslotte niet vergeten mag worden bent u: de bewoner of gebouweigenaar. Door het organiseren van een klankbordgroep en inwoneravonden luisteren we naar u en betrekken we u in een vroeg stadium bij deze warmtetransitievisie In de
“De afgelopen periode hebben wij als netbeheerder samen met de gemeente Doetinchem gewerkt aan de transitievisie warmte. Een intensieve maar bovenal plezierige samenwerking. Als we kijken naar het proces dan zijn de verschillende belangen –waaronder het maatschappelijk belang bezien vanuit de elektriciteits- en gasnetten – meegewogen in het maken van keuzes. Positief aan wat er nu ligt is het feit dat de gemeente daadwerkelijk wijken heeft aangewezen waar gestart wordt. Vanuit ons perspectief van belang omdat het maken van keuzes door gemeenten houvast biedt maar ook voorkomt dat de opgave die hoe dan ook immens is, binnen een nóg korter tijdsbestek gerealiseerd moet worden. Een eerste stap is gezet; ook de komende periode zullen we intensief moeten blijven samenwerken. Om de gemaakte plannen verder te concretiseren, maar ook in de uitvoering (“wijkplannen”) waar plannen realiteit worden en samenwerken essentieel is om succesvol te zijn. Kijkend naar de samenwerking tot dusver, hebben wij hierin alle vertrouwen.”
buurtuitvoeringsplannen die zullen volgen op deze visie zal onze samenwerking verder gaan en willen we samen aan de slag.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Netbeheerder Liander – Wesley van Aalten (relatiemanager regio Achterhoek)
6
3 Inleiding landen zich daarom gecommitteerd aan doelstellingen uit het Klimaatakkoord van
3.1
Op weg naar aardgasvrij in 2050
Parijs. Hier is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden met een duidelijk zicht op anderhalve graad, dit om de schade
In Doetinchem gaan we, net als alle andere gemeenten in Nederland, van het
zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast gaan landen het gebruik van fossiele
aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, duurzame
energie afbouwen. Het verdrag vraagt van landen om nationale klimaatplannen te
warmtebron voor aardgas. Dit doen we om de opwarming van de aarde en de
maken om zo aan de doelen te voldoen. Dat betekent dat alle landen dezelfde
catastrofale gevolgen die de opwarming met zich meebrengt tegen te gaan.
einddoelstelling hebben maar ze de manier waarop ze dit invullen zelf mogen
Opwarming van de aarde leidt tot hittegolven en droogte, stijging van de zeespiegel
bepalen.
en extreme regenbuien, klimaatvluchtelingen omdat delen van de wereld onbewoonbaar worden en een verlies van biodiversiteit. Internationaal hebben 195
In Nederland werd dit het Klimaatakkoord. Een akkoord over meerdere thema’s opgesteld door overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties met twee duidelijke doelen: 49% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% minder in 2050, beiden ten opzichte van 1990. Het thema waar dit stuk over gaat is de warmtetransitie als onderdeel van de energietransitie. De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie in Nederland betekent het overgaan van circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van fossiele energie op duurzame warmte en elektriciteit. Dit betekent dat er de komende jaren in fasen veel gebouwen van het aardgas af gaan. 2050 klinkt nog ver weg, maar die tijd is echt nodig om samen onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Op welke manieren bewoners en ondernemers over kunnen stappen op andere warmte beschrijven we in deze Transitievisie Warmte (TVW). Daarbij leggen we de
Figuur 3.1
Routekaart gemeente Doetinchem op hoofdlijnen
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
focus op de doelen en stappen die we nemen tot 2030, de voorzienbare toekomst.
7
3.2
Positie en doel van de Transitievisie Warmte
Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het Nederlandse Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Buurtuitvoeringsplannen (BUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. Hieronder lichten we de drie documenten toe. Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een RES moeten opstellen. Doetinchem maakt onderdeel uit van de RES-regio Achterhoek. De eerste versie van de RES (concept RES) is in juni 2020 vastgesteld. In juli 2021 is de concept RES 1.0 opgeleverd, deze is concreter en besproken met een brede groep betrokkenen. De RES gaat over de opwekking van duurzame elektriciteit in de regio. Daarnaast beschrijft de RES de regionale warmtebronnen en onderzoekt deze ook. Deze onderzoeken zijn input voor de Transitievisie Warmte. Transitievisie Warmte - TVW
Figuur 3.2
3.3
Overzicht mondiaal naar lokaal
De Transitievisie Warmte
Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een TVW hebben vastgesteld. Deze bevat een routekaart waarop buurten van het aardgas gaan. Voor buurten
In deze TVW geven we richting aan hoe buurten in Doetinchem in de toekomst
waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële
warmte krijgen zonder het gebruik van aardgas. Daarnaast beschrijven we welke
alternatieve warmtebronnen en is er inzicht gegeven in de kosten.
stappen gezet moeten worden vóór 2030 om de opgave in 2050 klaar te hebben. De technische mogelijkheden die genoemd worden, zijn kansrijke oplossingen en geen
Buurtuitvoeringsplannen - BUP
definitieve beslissingen. Datzelfde geldt voor de buurtvolgorde. Deze kan
Het buurtuitvoeringsplan is een vervolg op de TVW. Vanaf 2022 gaat de gemeente
veranderen bij nieuwe inzichten. Dat betekent dat deze visie niet in beton is
Doetinchem met de eerste buurt een buurtuitvoeringsplan opstellen. Samen met
gegoten. Deze visie wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Op deze
inwoners, vastgoedeigenaren en andere betrokken partijen maakt ze een keuze
manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en goede
voor warmtetechniek en kijkt ze op welk moment de buurt van het aardgas gaat.
ideeën van inwoners.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
8
3.4
We doen het niet alleen
De gemeenteraad is regelmatig samengekomen in dit traject en stelt de uiteindelijke TVW vast.
In het opstellen van dit document en in de uitvoering hiervan is samenwerken essentieel. De gemeente neemt hierin regie. Deze rol heeft het Rijk namelijk bij
Inwoners
gemeenten neergelegd. Deze samenwerking is belangrijk binnen de verschillende
Inwoners zijn door middel van twee sessies bijgepraat en meegenomen in het
disciplines en bestuurslagen van de gemeente, maar ook daarbuiten met betrokken
proces. De eerste sessie meldden zich 110 inwoners aan. Voor de inwoners die
partijen. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte werkte de gemeente intensief
meer geïnteresseerd waren in techniek, is nog een verdiepende sessie over de
samen met deze partijen en deed dat in onderstaande structuur:
technieken gegeven. In de buurtuitvoeringsplannen wordt de samenwerking met inwoners intensiever en krijgen zij veel meer mogelijkheden om mee te denken en
Projectgroep
mee te praten.
De projectgroep is verantwoordelijk voor de algehele coördinatie en inhoud. Naast de externe betrokken partijen netbeheerder Liander, woningcorporatie Sité en
Achterhoekse gemeenten
waterschap Rijn en IJssel namen er ook verschillende inhoudelijk deskundigen
De Achterhoekse gemeenten werken niet alleen samen aan de regionale
vanuit de gemeente deel aan de projectgroep.
energiestrategie, maar ook aan de warmtetransitie. Het technische onderzoek is gezamenlijk uitbesteed, zodat gemeenten met dezelfde aannames en getallen
Stuurgroep
rekenen. Daarnaast stelden gemeenten gezamenlijke criteria op om te komen tot
De stuurgroep geeft bestuurlijke richting aan het proces. De stuurgroep bestaat uit
voorkeursbuurten. Elke gemeente heeft haar eigen warmtecoördinator. Deze
de wethouder van de gemeente Doetinchem en de bestuurders van netbeheerder
coördinatoren overleggen regelmatig, om ervoor te zorgen dat regio Achterhoek op
Liander en woningcorporatie Sité. De stuurgroep is op belangrijke momenten
één lijn blijft liggen.
samengekomen. Klankbordgroep
3.5
Leeswijzer
De klankbordgroep vervult de rol als maatschappelijk toetser. Zij bestaat uit vertegenwoordigers van bewoners en maatschappelijke organisaties en bedrijven.
In het volgende hoofdstuk bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten
De klankbordgroep heeft meegedacht in twee sessies. De klankbordgroepleden
voor Doetinchem, dit zijn de kaders waarbinnen we werken aan de warmtetransitie.
hebben meegedacht vanuit hun rol in de maatschappij in plaats van zichzelf als
In hoofdstuk 5 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen
woningeigenaar.
zijn er nog meer, en wat kenmerkt deze bronnen? Dit is een algemener hoofdstuk. In hoofdstuk 6 nemen we u mee in de technische mogelijkheden voor Doetinchem.
Gemeenteraad
Met welke technieken kan Doetinchem aardgasvrij worden? We bekijken de
De gemeenteraad bepaalt de kaders van de TVW. Dit betekent dat de raad de
warmtetransitie niet puur vanuit de techniek. Er zijn meerdere criteria die van belang
startnotitie heeft vastgesteld en input gaf op de uitgangspunten, de weging en de
zijn. In hoofdstuk 7 bespreken we de criteria die wij hebben meegenomen in het
buurtprioritering. Zij moeten genoeg kennis hebben om deze beslissingen te nemen.
bepalen van een logische volgorde van buurten. Hoofdstuk 8 beschrijft de route
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
9
richting 2030. Met welke buurten gaan we aan de slag en wat is de gemeentebrede aanpak? De betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, bespreken we kort in hoofdstuk 8.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
10
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
11
4 Uitgangspunten
Gezamenlijk met onze partners zijn de uitgangspunten voor de Transitievisie
Bewoners en overige gebruikers worden betrokken bij plannen en uitvoering
Warmte bepaald. Onderstaande uitgangpunten staan centraal in de totstandkoming én uitvoering van de Transitievisie Warmte voor Doetinchem.
Voor de uitvoering zijn alle woningeigenaren en overige vastgoedeigenaren aan zet.
Deze uitgangspunten zijn besproken met de inwoners, klankbordgroep, het college
Het is belangrijk om samen te werken met deze partijen, om uitvoering van de
en de gemeenteraad.
plannen mogelijk te maken.
Regionale samenwerking
Onzekerheden in de uitvoering accepteren we
Doetinchem werkt samen met de andere Achterhoekse gemeenten aan de
Er zijn nog veel zaken, zoals financiën, onzeker. Het is ondanks dat van belang om
warmtetransitie. De achtergrondstudie is gezamenlijk uitbesteed en koppelkansen
de transitie nu al te starten waar het wél al mogelijk is. Willen we het einddoel halen,
gezamenlijk in beeld gebracht. Op deze manier kan elke gemeente werken met
kunnen we het ons niet permitteren om langer te wachten met stappen zetten.
dezelfde data en kennis maar toch lokaal eigen afwegingen maken. Gebiedsgerichte benadering Samen, lokaal, transparant en duurzaam Een integrale benadering van een buurt als gebied. De verwachting is dat hiermee De gemeente Doetinchem kan het niet alleen, samenwerking is essentieel.
de warmtetransitie wordt versneld en de betaalbaarheid centraal staat. Dit betekent
Openheid en transparantie staan centraal. Het streven is om gezamenlijk een
dat de gemeente breed kijkt naar wijkverbetering, bijvoorbeeld door vergroening.
volledig duurzame warmtevoorziening te realiseren. Uitvoerbaar en realisme Betaalbaarheid en betrouwbaarheid voor de eindgebruiker staan voorop De uitvoerbaarheid van de transitie is belangrijk. Gezien de gestelde uitgangspunten De energierekening moet betaalbaar blijven. Per buurt wordt gezocht naar de
is het belangrijk om voldoende tijd te nemen voor de uitvoering, mede omdat er
maatschappelijk beste en betaalbare oplossingen. Nieuwe financieringsconstructies
onzekerheden zijn. Vanuit de netbeheerder en de installatiebranche is bovendien
zijn nodig.
beschikbaarheid van voldoende capaciteit aangedragen als onzekere factor. Een pragmatische en realistische houding bij de uitvoering is van belang, gecombineerd met het reduceren van onzekerheden, waar mogelijk.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
12
5 Alternatieven voor aardgas
Technisch gezien lijken er veel verschillende mogelijkheden beschikbaar om van
Gasnetten
aardgas af te stappen. Veel mogelijkheden zijn echter te groeperen op
(Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoog-energetische gassen als groengas
gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker wordt. In
en waterstofgas naar woningen vervoeren. De beschikbaarheid en marktrijpheid van
dit hoofdstuk komen eerst de alternatieven voor aardgas in het algemeen aan bod.
deze gassen is nog deels onbekend. De vraag naar duurzaam gas kan worden
Later spitsen we dit toe op de gemeente Doetinchem.
verminderd door de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen enkel bij koude dagen over op gas.
5.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen Individueel (All electric)
Om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn, moeten alle woningen in Nederland
Woningen worden elektrisch verwarmd, meestal met een warmtepomp.
die nu nog op aardgas aangesloten zijn over op andere manieren van verwarmen en
Warmtepompen verwarmen met een lage temperatuur. Als bron wordt de warmte uit
koken. Daarnaast zullen ook bedrijven en instellingen van het aardgas af moeten.
de lucht, bodem of grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel
Een grote en ambitieuze opgave, waarmee we zo snel mogelijk moeten starten.
woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere schaal. Een buurt All electric maken vraagt vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet.
Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met
Warmtenetten
verschillende temperaturen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in
Netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen. Mogelijke
collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt
energiebronnen zijn aardwarmte, restwarmte van bedrijven en vormen van
meer dan één woning over op een bepaalde technologie, vaak is dit een heel
aquathermie, zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. Afhankelijk
gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele
van de bron en de mate van isolatie kan het gaan om een hoogtemperatuur (HT),
oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld
middentemperatuur (MT) of laagtemperatuur (LT) warmtenet. Hierbij geldt dat hoe
daarvan is een warmtepomp. In deze Transitievisie Warmte maken wij onderscheid
lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter je de woning moet isoleren.
in drie hoofdcategorieën: bronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het
Warmtenetten hebben veel impact op de openbare ruimte en op de overige
bestaande gasnet voor (duurzaam) gas, warmtenetten en individuele elektrische
infrastructuur.
oplossingen. Deze zetten wij hiernaast verder uiteen. In bijlage 1 leest u meer over de verschillende alternatieve warmtebronnen. We sommen ze hier kort op.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
13
Wat is het verschil tussen HT-, MT- en LT-warmte? •
5.2
Marktrijpheid en geschiktheid voor woningen
HT-warmtebronnen: diepe geothermie, restwarmte, biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C.
De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet
•
MT-warmtebronnen: ondiepe geothermie, restwarmte, doorgaans 40-70°C.
elke techniek is al klaar om op de mark te brengen (ofwel: marktrijp) of een logische
•
LT-warmtebronnen: grondwater, lucht, energie uit afvalwater, oppervlaktewater,
keuze voor alle woningen. Zo waterstof nog niet op grote schaal beschikbaar en als
doorgaans 10 tot maximaal 40°C.
het beschikbaar komt dan is het voor de zware industrie en het zware transport en nog niet voor de woningbouw. Ditzelfde geldt voor groen gas. Hiervan verwacht
We maken een onderscheid tussen hoog- en laagtemperatuurwarmtebronnen. De
Rijksoverheid dat het in de toekomst een grotere rol gaat spelen, dit is echter pas na
temperatuur van de warmtebron bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem
2030 en voor woningen die moeilijk vergaand te isoleren zijn en waarbij weinig
(radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning moet hebben. Voor
andere opties logisch zijn. Geothermie is niet altijd een logische keuze omdat er een
HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig. Dit
bepaalde schaalgrootte nodig die niet elke gemeente kan bereiken. In bijlage 2 laten
is daarom met name geschikt voor oudere woningen. Bij LT-warmtebronnen moet
we de marktrijpheid en geschiktheid van technieken voor woningen zien.
de woning wel worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming et cetera) en moet de woning goed geïsoleerd zijn.
Figuur 5.1
Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
14
Welke alternatieve techniek er uiteindelijk ook gekozen wordt, er zijn altijd maatregelen die men kan nemen in de woning die altijd goed zijn. Dit noemen we de spijtvrij maatregelen (no regret-maatregelen). Deze zijn weergegeven op de afbeelding hiernaast. Hoe minder warmte, water en aardgas de woning nodig heeft, hoe zuinig deze ook omgaat met een nieuwe hernieuwbare bron. Isoleren is altijd een goed idee. Welke isolatiemaatregelen precies nodig zijn dat hangt af van de temperatuur van de uiteindelijke warmtetechniek. Op dit moment zijn in Nederland met name een warmtenet met verschillende bronnen en all electric verwarming (over het algemeen met een warmtepomp) kosteneffectieve technieken voor de huidige woningbouw. Dit is ook te zien in bijlage 2. De hybride warmtepomp is ook een geschikte (tussen)oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met een hybride warmtepomp heb je nog maar weinig aardgas nodig. Met een redelijk geïsoleerd huis zal aardgas alleen nodig zijn op piekmomenten (bijvoorbeeld de paar echt koude dagen in het jaar). Later kan dit worden vervangen door een groen gas. Duurzaam gas is schaars en zal voornamelijk benut gaan worden door de industrie en mobiliteit. Alleen daar waar laagtemperatuursystemen niet toepasbaar
Figuur 5.1
De spijtvrij-maatregelen in de woningbouw
zijn, zoals in bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en vrijstaande monumentale boerderijwoningen, is levering van groen gas op termijn denkbaar. Aankomende jaren zullen uitwijzen welke rol waterstof en biogas gaan spelen.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
15
6 Technische analyse
Huidige warmtevraag
Het vorige hoofdstuk beschreef welke technieken er beschikbaar zijn en hoe deze zijn in te delen. Dit hoofdstuk zoomt in op de huidige warmtevraag van de buurten in
Utiliteit met koudevraag 10%
de gemeente Doetinchem en kijkt welke duurzame warmtebronnen er zijn om deze vraag mee in te vullen. In het volgende hoofdstuk analyseren we de mogelijke
Utiliteit zonder koudevraag 8%
koppeling tussen de buurten en de duurzame bronnen.
6.1
De warmtevraag in Doetinchem Hoogbouw 8%
De Transitievisie Warmte gaat over de gebouwde omgeving. Dat zijn woningen en
Laagbouw 74%
utiliteitsgebouwen. De gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals kantoren en scholen, noemen we utiliteitsgebouwen. Binnen deze gebouwde omgeving zoeken we een alternatieve/duurzame vorm voor het verwarmen van de
Figuur 6.1
Verdeling huidige warmtevraag binnen Doetinchem
gebouwen en het bereiden van warm tapwater. Het gaat niet om proceswarmte in de (maak)industrie. Dat ligt op een andere tafel van het energieakkoord, namelijk de tafel industrie. Zij hebben eigen doelstellingen en afspraken.
Circa 18 procent van de warmtevraag ontstaat door de utiliteit, de overige 82 procent ontstaat in woningbouw. De warmtevraag van woningen is per buurt
Het figuur hiernaast geeft de totale warmtevraag van de gemeente Doetinchem weer
bepaald aan de hand van gasverbruik per woning uit 2018 gepubliceerd door
voor zowel de utiliteit als de woningbouw. De totale warmtevraag van gemeente
Cogas.1
Doetinchem bedraagt 1.300 TJ (50 miljoen m3).
1 De warmtevraag is hierbij berekend door het gasverbruik te vermenigvuldigen met het
ketelrendement van circa 85 procent.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
16
Het totale aardgasgebruik van de woningen in Doetinchem is ongeveer 40,9 miljoen
Bouwjaar woningen
kubieke meter (CBS, 2021). Het gemiddelde gasgebruik per huishouden in Doetinchem is 1.536 m3. Daarmee is het aardgasgebruik in Doetinchem ongeveer
t/m 1945 10%
1992heden 31%
gelijk aan het gemiddelde gebruik in Nederland (1.500 m 3). Het meeste aardgas gaat op aan het verwarmen van de woning, zo’n 75 procent. Daarnaast gebruiken
19461964 14%
huishoudens 20 procent voor warm water en maar een klein deel voor koken. Het aardgasgebruik is afhankelijk van onder meer de samenstelling van het huishouden, het woningtype en de ouderdom van een woning. In 2050 zal dit aardgasverbruik naar 0 m³ moeten op basis van het Parijsakkoord. Naast het gasgebruik hebben de woningen in Doetinchem ook een elektriciteitsgebruik. De verwachting is dat deze
19751991 27%
zal toenemen bij het overgaan op andere warmtebronnen dan aardgas, omdat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van warmtepompen. Deze toename is meegenomen in de Regionale Energie Strategie.
6.2
19651974 18%
Figuur 6.2
Bouwjaar woningen gemeente Doetinchem
Bouwjaar woningen in Doetinchem
Doetinchem heeft 58.009 inwoners (1 januari 2020) en 25.891 huishoudens. 60
6.3
Utiliteit in Doetinchem
procent van hen heeft een koopwoning, 30 procent huurwoning en 10 procent is onbekend. In totaal zijn er 29.476 gebouwen (woningen en utiliteit) in Doetinchem.
Naast woningen is ook de utiliteit een onderdeel van de Transitievisie Warmte. Het merendeel utiliteit bevindt zich op 4 bedrijfsterreinen: De Huet, Wijnbergen,
In figuur 6.2 is weergegeven hoe deze woningen verdeeld zijn naar bouwjaar. Ruim
Keppelseweg en A18 Bedrijvenpark. Utiliteit is hierin op te delen in verschillende
8.000 woningen zijn na 1992 gebouwd. Dit betekent dat ze volgens het
categorieën: kantoren, grootgebruikers, bedrijfshallen et cetera. Iedere categorie
aangescherpte Bouwbesluit zijn gebouwd en relatief goed geïsoleerd zijn of relatief
heeft binnen de transitie ook eigen doelstellingen. Zo wordt van kantoren verwacht
makkelijk te isoleren zijn. Dit soort woningen kunnen geschikt worden gemaakt voor
dat deze voor 2023 minimaal een energielabel C hebben.
een laag temperatuur warmtebron. Ook is er een groot aantal woningen uit de periode 1975-1991. Deze zijn vaak goed te isoleren tot een hoger energielabel (B),
Door de verscheidenheid binnen de categorie ‘utiliteit’ zullen de industrieterreinen in
waardoor overstappen naar midden temperatuur of laag temperatuur warmte
de BUP’s verder worden uitgewerkt. Het bijzondere hierbij is dat er binnen een
mogelijk wordt. Daarnaast zijn er ook ongeveer 6.500 woningen gebouwd vóór
terrein soms overschotten van warmte en koude zijn die uitgewisseld kunnen
1965, hiervan moeten we goed kijken tot welk energielabel er geïsoleerd kan
worden. Ook andere utiliteit met koudevraag, zoals kantoorpanden, kunnen een
worden en welke warmtetechniek hiervoor geschikt is.
belangrijke middelende rol spelen in de warmte- en koudevraag van een gebied.
In Figuur 6.3 op de volgende pagina staan de bouwjaren weergegeven op kaart.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
17
oetinchem Bron Overmorgen, DW
eeftijd bebouwing Datum
72 2
A Bouwjaar tm
5
5 7 75 2 heden
Figuur 6.3
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Bebouwingsleeftijd gemeente Doetinchem
18
6.4
Beschikbare warmtebronnen in Doetinchem
Op de volgende pagina is de warmtepotentie van de meest kansrijke bronnen in Doetinchem beschreven op hoofdlijnen. Dat een bron theoretische potentie heeft, betekent niet nog niet automatisch dat het ook mogelijk of wenselijk is deze bron in de praktijk te gebruiken. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld beschikken over warmte in de diepere aardlagen (geothermie), maar is er een bepaald schaalniveau van woningen nodig om een rendabele businesscase te krijgen. In het overzicht is dit onderscheid gemaakt tussen een theoretische potentie en een eerste inschatting van de praktische potentie: wat is er écht bruikbaar. Dit overzicht is deels gebaseerd op de gegevens in de WarmteTransitieMonitor van adviesbureau Overmorgen. Overmorgen heeft deze gegevens verzameld voor alle gemeenten in de Achterhoek. Hiervoor is gebruik gemaakt van openbare bronnen. Daarnaast is dit aangevuld met verschillende studies, zoals die voortkomend uit de RES en aangevuld met kennis, inzichten en data uit de uitgevoerde analyse van DWA. Een uitgebreide toelichting op de warmtebronnen is te vinden in bijlage 1.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
19
Omgevingswarmte Waar: overal
Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in de buitenlucht. Dit is warmte uit de buitenlucht en in principe ongelimiteerd. Deze warmte kan gebruikt worden door middel van een warmtepomp. Praktijk: overal.
TEO Waar: goed geïsoleerde buurten met hoge bebouwingsdichtheid bij de Oude IJssel
Bij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte onttrokken uit een rivier, kanaal of meer. In Doetinchem is dit het IJssel. De potentie hiervan wordt weergegeven over het geheel van de stroming, op basis van STOWA, en is ingeschat als meer dan 600 TJ/jaar. Praktijk: een quickscan laat zien dat alleen in de buurten Torenallee, IJsseltuin en Heelweg een warmtenet op basis van TEO de optie met de laagste nationale kosten is.
Restwarmte
WKO
Bodemlus
Groengas
Waar: Gaanderen
Waar: overal, behalve drinkwatergebied (ten noorden van Gaanderen)
Waar: daar waar geen goede alternatieven zijn
Bij thermische energie uit afvalwater (TEA) wordt warmte onttrokken aan afvalwater. In buurtgemeente Oude IJsselstreek staat een RWZI waar Doetinchem gebruik van kan maken. Op basis van de warmteatlas kan hier theoretisch 403 TJ aan warmte per jaar aan onttrokken worden.
Een bodemlus is een individuele techniek om warmte te winnen uit de bodem, 1 -100 meter diep; dit mag niet in drinkwaterbeschermingsgebied. Geschat wordt dat er circa 1,31,4 TJ/ha/jaar gewonnen kan worden.
Groengas is biogas dat is opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit en door het bestaande gasnet vervoerd kan worden. Biogas komt vrij bij de vergisting van natte biomassa (bijvoorbeeld mest en gft-afval). In Doetinchem is er 480 TJ aan groengas beschikbaar op basis van de Warmteatlas. Aangenomen kan worden dat dit in de realiteit lager zal zijn.
TEA
Praktijk: uit een quickscan blijkt dat deze RWZI Gaanderen voor 70-80% kan verwarmen.
Praktijk: voor bodemlussen is voldoende ruimte nodig; tussen verschillende systemen is circa 10 meter nodig. Hierdoor wordt dit vooral bij nieuwbouw woningen gepland.
waar: gebouwen met warmte- en koudevraag
Geothermie
Biomassa
Waar: niet binnen de gemeente
Waar: mogelijk Doetinchem kern
Waar: buitengebied
Restwarmte is de warmte die ‘overblijft’ na bijvoorbeeld een productieproces. Er is een aantal LT-bronnen in Doetinchem.
WKO staat voor warmtekoudeopslag en is toe te passen daar waar zowel warmte- als koudevraag is. De potentie voor WKO in Doetinchem is met 0-1,5 TJ/ha/jaar meer dan de warmtevraag van de gebouwde omgeving. Tussen Doetinchem een Gaanderen is een verbodsgebied voor WKO en bodemlussen.
Geothermische warmte ontstaat door de warmte-uitstraling uit de kern van de aarde. Zowel ondiepe als (ultra)diepe geothermie behoeven grotere bebouwingsdichtheid (40-50 WEQ/ha, en 1.000 tot 5.000 woningen) in totaal om een rendabel project te realiseren.
Biomassa is warmte opgewekt uit organische materialen die in de natuur voorkomen. Het geschatte potentieel aan warmte uit huishoudelijk snoeiafval in de gemeente Doetinchem is 66 TJ.
Praktijk: belangrijk is dat er in de nabijheid van de warmtebron voldoende afnemers zijn en er moet sprake zijn van leveringszekerheid. Dit is onvoldoende. De omvang van de laagtemperatuur restwarmte is te laag waardoor restwarmte niet als potentiële bron binnen de gemeente gezien wordt.
Praktijk: op basis van de eerste quickscan is er voldoende potentie voor WKO-opslag. Verdiepend onderzoek is noodzakelijk wanneer deze aangelegd worden.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Praktijk: de bebouwingsdichtheid is in de kern voldoende. Echter is de potentie in dit deel van Nederland nog slecht bekend. Verder onderzoek is daarom noodzakelijk.
Praktijk: onzeker bij groengas is in hoeveel en in hoeverre het in de toekomst voor de gebouwde omgeving beschikbaar komt.
Overzicht buurten Een overzicht van buurten en volgnummers is toegevoegd in bijlage 3. In figuur 6.4 is de locatie van de RWZI weergegeven. Buurten van Doetinchem: In bijlage 3 staat een kaart
Praktijk: de wenselijkheid van deze bron staat omwille van duurzaamheid ter discussie in Nederland. Doetinchem heeft als uitgangspunt een duurzame warmtetransitie.
van Doetinchem met daarop de 84 buurten en buurtnamen en de locatie van de RWZI en de IJssel.
20
oetinchem Bron DW
oorkeurstechniek voor aardgasvrije verwarming
Overmorgen Datum
Toelichting
72 2
Om een voorkeurstechniek per buurt te bepalen is gebruik gemaakt van de analyse van de WarmteTransitieAtlas (WTA) aangevuld recente onderzoeken. Het geeft een beeld van de technieken die op dit moment mogelijk zijn maar legt deze technieken niet vast. De uiteindelijk techniek wordt samen met de inwoners gedaan in de buurtuitvoeringsplannen. All electric Op basis van de WTA is aan buurten met nieuwere bebouwing een all electric oplossing toegewezen. Ook in buurten waar het merendeel van de bebouwing geschikt is voor een all electric oplossing wordt in de WTA een all electric oplossing toegewezen. Het grootste deel van deze buurten bevindt zich in, of nabij A
oorkeurstechniek ll Electric ll Electric bride Warmtenet Kostenverschil warmtenet en all electric
woonkernen, waar de bebouwing over het algemeen dichter en recenter is. Enkele buurten krijgen in de WTA een lokaal bronnet toegewezen. Dit zijn vooral industrieterreinen. In Figuur 6.4 hebben wij hier ook een all electric voorkeurstechniek aan gekoppeld. Dit is omdat de technische oplossingen binnen dit soort buurten vaak een elektrische basis voor de warmtevoorziening hebben. Ook
Figuur 6.4
Voorkeurstechniek Doetinchem
wanneer er een bronnet wordt aangelegd met een WKO als basis, zal deze warmte in de bedrijfspanden worden opgewaardeerd met warmtepompen tot het gevraagde niveau.
Nationale kosten: Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit
All electric/hybride
is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het
In sommige buurten in de buitengebieden wijst de WTA een gasnet toe, of zijn er
elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de
‘onvoldoende gegevens’ beschikbaar. Dit komt omdat de bebouwing oud is, er zeer
investeringen van de bewoners zitten hierin. De totale kosten zijn meegenomen in de afweging
weinig woningen in een buurt aanwezig zijn, of er onvoldoende informatie
om te komen tot de technische oplossingen per gebied.
beschikbaar is voor deze buurten. We nemen hier aan dat een individuele oplossing, eventueel in de vorm van een all electric of hybride oplossing hier de voorkeur zal krijgen. In Figuur 6.4 worden voor zowel de buurten waar een gasnet wordt toegewezen, als de buurten met onvoldoende gegevens een all
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
21
electric/hybride optie aangewezen. De hybride warmtepomp kan bij bijdragen aan
of extra nieuwbouw in de buurt zou dit balans de andere kant op kunnen stoten. In
het verlagen van de CO2-emissies ten opzichte van een volledig via het gas
de buurtuitvoeringsplannen zullen de exacte kosten in kaart gebracht worden.
verwarmde woning. Dit omdat de hybride warmtepompen voor een deel van het jaar de warmtevoorziening elektrisch kunnen verzorgen. Ten tijde van piekmomenten
Wanneer de uitvoeringsplannen worden opgesteld en een doorrekening gemaakt zal
(bijvoorbeeld in de winterperiode) kan de gasgestookte ketel bijstoken voor
worden van de aansluitkosten in verschillende scenario’s, kan in beeld gebracht
voldoende verwarming. Dit kan een tussenoplossing zijn voor de oudere woningen
worden of de aanleg van een warmtenet in deze buurten ook de techniek is met de
in het buitengebied.
laagste kosten voor de bewoners. De keuze voor een warmteoptie zal in de buurtuitvoeringsplannen verder verfijnd worden. De ervaring leert dat er zelfs binnen
Warmtenet
een buurt nog verschillende technieken mogelijk zijn. Dit ligt aan de mate van isolatie, de aanwezigheid van warmtebronnen in de omgeving, de kosten en
De WTA wijst een warmtenet toe aan buurten op basis van kosten voor isolatie,
noodzaak voor nieuwe of vervanging van de bestaande infrastructuur. Dit kan er dus
alternatieve warmtetechniek, toekomstige vaste en variabele energiekosten en een
ook toe leiden dat buurten waar op dit moment een warmtenet aangegeven staat,
laagste nationale kosten. De link met een warmtebron is hierin in eerste instantie
geen geschikte bron gevonden wordt, waardoor er toch individuele all electric of
niet meegenomen. De WTA gaat er vanuit dat er altijd een bron aanwezig is om een
hybride opties in beeld komen voor deze buurten.
warmtenet mee te voeden. Op de pagina hiervoor hebben we in beeld gebracht welke bronnen er zijn en voor welke buurten deze interessant zijn.
6.5
Conclusie
Voor een deel van de buurten in Gaanderen wijst de WTA een all electric optie als
Op dit moment zijn voor de meeste buurten in Doetinchem all electric of hybride
meest kosteneffectief. Echter blijkt uit een quickscan van de potentie van de RWZI in
oplossing het meest kosteneffectief. Enkele buurten hebben een warmtenet als
Etten (gemeente Oude IJsselstreek) dat een deel van de warmte uit de RWZI
voorkeurstechniek. De redenen hiervoor kunnen tweeledig zijn: of er is een goede
gebruikt zou kunnen worden voor een warmtenet in Gaanderen. De aanwezigheid
bron aanwezig, of de bebouwingsdichtheid is zodanig hoog dat een collectieve
van een duidelijk aanwijsbare bron om woningen mee te kunnen verwarmen is
oplossing potentie heeft. De RWZI in Gaanderen en de Oude IJssel zijn hierbij
bestempeld als kans voor de warmtetransitie. Daarom zijn enkele buurten in
bronnen die aanleiding geven voor verdere uitwerking van een warmtenet. Buurten
Gaanderen omgezet naar een warmtenet als voorkeurstechniek.
waar de bebouwingsdichtheid aanleiding geeft om over een warmtenet na te denken, bevinden zich allemaal binnen de kernen. Het kostenverschil tussen een
Kostenverschil kleiner dan 10%
warmtenet en all electric is in sommigen buurten echter klein. De aanwezige warmtebronnen zijn buiten beschouwing gelaten. Dit betekent dat de analyse ervan
In verschillende buurten is het kostenverschil tussen een warmtenet en all electric
uitgaat dat er altijd gebruik gemaakt kan worden van omgevingswarmte. Technische
optie kleiner dan 10% op basis van de WTA. Dit is weergegeven in de kaart omdat het een onzekerheid kan opleveren voor toekomstige plannen. Op dit moment is bijvoorbeeld een warmtenet goedkoper, maar kleine ontwikkelingen in de techniek,
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
22
verdere uitwerking in uitvoeringsplannen zal inzicht geven in welke bronnen hier mogelijk aan te koppelen zijn of dat bij een gebrek aan bronnen een all electric of hybride oplossing de voorkeur krijgt. In dit hoofdstuk bespraken we de bronnen en de alternatieve technieken. In het volgende hoofdstuk kijken we breder naar de warmtetransitie en wegen we twaalf criteria tegen elkaar af om te komen tot buurtprioritering vanuit een integrale benadering.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
23
7 Multicriteria-analyse buurtprioritering
7.1
Multicriteria-analyse
In samenspraak met de projectgroep is de weging van de twaalf criteria vastgesteld. Deze weging is vervolgens besproken met de stuurgroep, klankbordgroep, college
De Achterhoekse gemeenten definieerden samen twaalf criteria welke van belang
van B&W, gemeenteraad en inwoners. Zij konden zich allen vinden in de
zijn bij het bepalen van de buurtprioritering. De uitkomst van deze analyse is
toegekende waarden.
daarmee niet het eindoordeel. Het is een hulpstuk om buurten in te delen. Er zijn in totaal 12 criteria die zijn onderverdeeld in de volgende drie categorieën.
Technisch - financiële criteria
•
Technisch – financieel
•
Meekoppelkansen
Kosteneffectiviteit warmteoptie: dit criteria laat zien welke buurt het meest
•
Sociaaleconomisch
kosteneffectief (op basis van nationale kosten) de overstap naar een duurzaam warmtealternatief kan maken. In Doetinchem liggen deze kosten per buurt ver uit
Rekenmethode
elkaar vanwege de grote verschillen in bouwjaren. Omdat we een betaalbare
Deze criteria zitten met de bijbehorende data in de WarmteTransitieAtlas (WTA),
transitie belangrijk vinden, wegen we dit criteria extra zwaar.
een eerder besproken regionale tool, ontwikkeld door adviesbureau OverMorgen. Per criteria scoren buurten 0 tot 10 punten. Deze score is gebaseerd op data. Deze data komt uit openbare bronnen en uit gegevens die de gemeente, Liander of Sité zelf hebben aangeleverd. Gemeente kunnen naast de score gebaseerd op data ook zelf een weging geven aan de criteria. Dit maakt dat de MCA voor gemeente specifiek wordt. In de MCA zitten wegingsfactoren: •
Niet meewegen:
0 punten
•
Licht meewegen:
2 punten
•
Gemiddeld meewegen:
4 punten
•
Zwaar meewegen:
6 punten
•
Extra zwaar meewegen:
8 punten Figuur 7.1
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Technisch financieel
24
Consensus warmtemodellen: het gaat hier om de WTA van OverMorgen en de
Gasnet afschrijving: samen betalen wij het gasnet. Om de nationale kosten laag te
Startanalyse (SA) van het Planbureau voor de Leefomgeving. De modellen hebben
houden, moeten we starten in buurten waar het gasnet toch al vervangen moet
weinig overeenstemming (consensus). De reden hiervoor is dat de SA groen gas
worden en voorkomen dat we beginnen op plekken met grondroeringsgevoelige
toewijst aan het buitengebied. De WTA wijst dit alleen toe aan hele oude buurten,
leidingen. We wegen dit criterium dan ook extra zwaar.
ervan uitgaande dat groen gas beperkt beschikbaar is en blijft in de toekomst. In de kernen is er meer overeenstemming. Buurten met overeenstemming zijn robuuster
Agenda buurtontwikkeling: in Doetinchem is geen transformatie of grootschalige
qua resultaat. We wegen dit criterium licht mee, omdat er met andere aannames
nieuwbouw gepland. Dit criterium weegt daarom niet mee.
wordt gerekend. Homogeen eigenaarschap: buurten waarin woningen van één eigenaar zijn, bijvoorbeeld de woningcorporatie. In buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een deel van het vastgoed bezit, is contracteren van de warmtevraag eenvoudiger, omdat er met minder partijen afspraken gemaakt hoeft te worden. In het geval van Doetinchem gaat het alleen om het bezit van woningbouwcorporatie Sité. Sité heeft vooral in de kernen meer bezit. We wegen dit zwaar mee, omdat het makkelijker is om afspraken te maken met Sité dan met verschillende particuliere eigenaren. Dit kan zorgen voor voortvarendheid in de warmtetransitie. Daarnaast hebben woningcorporaties in het Klimaatakkoord de rol als startmotor van de warmtetransitie toegewezen gekregen. Uniformiteit wijk: een buurt waar veel gelijksoortige woningen staan maakt het mogelijk om in de uitvoering tot een eenduidige aanpak te komen, waardoor
Figuur 7.2
Meekoppelkansen
opschalen eenvoudiger is. Bij dit criterium wordt voornamelijk gekeken naar de bouwjaren van woningen. Dit criterium weegt zwaar mee, omdat het kan zorgen voor voortvarendheid in de warmtetransitie.
Investeringsagenda infrastructuur: er zijn weinig plannen voor vervanging of onderhoudswerkzaamheden aan riolering en wegen. Daarnaast zijn deze werkzaamheden op de korte termijn. Toch kan het een aanleiding zijn om met
Meekoppelkansen
inwoners in gesprek te gaan. Dit criterium weegt licht mee.
Om de warmtetransitie betaalbaar te houden en om te zorgen dat inwoners zo min mogelijk overlast ervaren, gaan vier criteria over de mogelijkheden om werk met
Investeringsagenda vastgoedeigenaren: feitelijk gaat het hier om de woningen
werk te maken. We noemen dit ook wel meekoppelkansen.
die de woningcorporatie Sité aankomende jaren gaat renoveren. De planning van Sité loopt niet jaren vooruit, waardoor werkzaamheden lastig op elkaar aan te sluiten zijn. Zij renoveren geen hele wijken of buurten, maar toch vormt het wel een
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
25
belangrijke aanleiding om te beginnen. Huizen die hier dichtbij staan, kunnen
Aandacht collectief: in hoeverre zijn er energie-initiatieven en hoe belangrijk is dit?
meedoen. Dit criterium weegt gemiddeld mee.
In Doetinchem is er alleen in Wehl een initiatief. We wegen dit daarom licht mee. Belangrijk is nog dat wanneer er serieuze nieuwe energie-initiatieven zijn, dit wél
Sociaaleconomische criteria
een reden kan zijn om deze buurten later naar voren te halen.
Naast de harde criteria kijken we ook naar wat ‘zachtere’ criteria. Deze criteria zijn subjectiever en waren daarom lastiger te scoren.
Mogelijkheid: kunnen inwoners van een buurt investeren in hun woning? Dit criterium kijkt naar het gemiddeld jaarinkomen. De betaalbaarheid van de transitie
Aandacht individueel: heeft betrekking op het aantal aangevraagde
hangt af van subsidies van de overheid, maar ook van het bedrag dat mensen
duurzaamheidsleningen, geplaatste zonnepanelen of andere
kunnen investeren in het comfort en de toekomstbestendigheid van hun woning. De
duurzaamheidsmaatregelen per buurt. Opvallend is hier dat de buurten waar Sité
overige criteria zorgden ervoor dat buurten met veel bezit van Sité hoog komen te
veel bezit heeft, hoog scoren. Dat betekent dat de buurten met veel
staan. Dit zijn ook juist de buurten waar huiseigenaren een lager inkomen hebben.
woningcorporatiebezit op meerdere plekken worden meegerekend (homogeen
Om dit verschil recht te trekken, is ervoor gekozen de criteria ‘Mogelijkheid’ extra
eigenaarschap, investeringsagenda vastgoedeigenaar). Omdat deze uitkomst weinig
zwaar mee te wegen.
zegt over motivatie van individuele eigenaren en meer over Sité, wogen we dit criterium licht mee.
Intentie: voor het bepalen van de intentie kijkt de tool naar opleidingsniveau (WO scoort beter dan geen opleiding) en of mensen al vijf jaar of meer in hun woning wonen. Dit criterium wegen wij licht mee omdat wij niet overtuigd zijn dat dit de intentie van mensen weergeeft. Toepassing criteria Nadat de punten per criteria verdeeld zijn over de buurten en dit vermenigvuldigd is met de weging, komt hier een buurtprioritering uit. Kijkend naar deze prioritering valt het op dat de kernen verder vooraan staan dan het buitengebied. Dit is logisch, omdat kernen vaak uniformer zijn, Sité hier meer bezit heeft en kernen oudere gasleidingen hebben. Daarnaast wordt in de kernen meer gebouwd en gerenoveerd. In het buitengebied staan de huizen meer verspreid en hebben deze verschillende bouwjaren. Dit maakt het moeilijker een uniforme aanpak te ontwikkelen en mensen
Figuur 7.3
Sociaal economisch
te motiveren ‘samen’ aan de slag te gaan. Op termijn zijn er misschien mogelijkheden voor groen gas in het buitengebied. Wanneer dit zo is, hoeven huiseigenaren minder ingrijpend te isoleren. Dit maakt het buitengebied minder logisch om te beginnen. Op de volgende pagina staan de scores van de eerste
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
26
MCA-scores 15 beste buurten
vijftien buurten die uit de multicriteria-analyse kwamen. In de grafiek is te zien hoe de score is verdeeld over de drie thema’s technisch-financieel, meekoppelkansen en sociaaleconomisch. 300 Andere overwegingen: redeneren vanuit bronnen Deze prioritering is niet de eindstand, maar een hulpmiddel om de
250
buurten in te delen. Wat de tool niet doet is kijken naar de warmtebronnen en vanuit daar redeneren. Ook zijn er vanuit de praktijk onwenselijkheden in deze prioritering. In de ‘technische
200 150
analyse’ las u al dat de RWZI Etten potentie heeft om de drie buurten van Gaanderen gedeeltelijk van warmte te voorzien. Dit geeft een reden om deze buurten naar voren te plaatsen. Deze buurten worden vervangen door Wijnbergen het Westen vanwege het bouwjaar van deze buurt. Deze buurt staat in de top 15 omdat
100 50 0
hij ‘kosteneffectief’ van het aardgas kan worden gehaald. De buurt is echter zo nieuw dat de tuinen in veel gevallen net aangelegd zijn. Het is daarom niet wenselijk hier te beginnen. Na het handmatig aanpassen komen we uit op de buurtprioritering op de volgende pagina. Op de volgende pagina staat de lijst na handmatige aanpassing. Omdat Doetinchem 84 buurten telt en deze Transitievisie gaat over de buurten waar de gemeente voor 2030 mee in gesprek wil, is ervoor gekozen om niet de hele lijst op te nemen. De lijst op de
Technisch-financieel Figuur 7.4
Meekoppelkansen
Sociaaleconomisch
MCA-scores top 15 buurten in Doetinchem
volgende pagina is het startpunt om het gesprek aan te gaan met inwoners. Deze lijst is besproken met betrokken partijen, inwoners en raadsleden. Zij begrepen de werkwijze en de uitkomst. Hiermee kunnen wij spreken van voldoende draagvlak.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
27
Naam buurt
Aantal
Aantal
Percentage
Percentage
Meest voorkomende
Voorkeursalternatief
inwoners
woningen
koopwoningen
huurwoningen
leeftijd bebouwing
1. Kleurrijke buurt – 262
725
379
60%
40%
1990-2005
Warmtenet
2. Romantische buurt Zuid – 260
955
326
87%
13%
1990-2005
All electric
3. Stadskwartier-Noord – 258
1.180
497
76%
24%
1990-2005
Kostenverschil warmtenet en all electric < 10%
4. De Elshof Zuid
1290
636
42%
58%
Overwegen gemengd.
Warmtenet RWZI Etten
Meest voorkomend: 19501975 5. Vulcaansoord en Richterbos-Zuid
1390
618
83%
17%
1975-2005
Warmtenet RWZI Etten
6. De Huet fase 4 – 252
1.120
472
64%
36%
1975-1990
Kostenverschil warmtenet en all electric < 10%
7. Romantische buurt Noord – 250
1.135
478
82%
18%
1990-2005
Kostenverschil warmtenet en all electric < 10%
8. Muziekbuurt – 246
840
447
29%
71%
1950-1975
Warmtenet
9. Wehl-Centrum – 242
4.205
1.918
71%
29%
Overwegend gemengd.
All electric
Meest voorkomend: 19501975 10. De Huet fase 6 + 7 – 242
1.955
789
80%
11. Landelijk Wonen – 242
950
327
82%
12. Stadskwartier-Zuid – 240
1.430
571
88%
13. Buitengebied Groot Hagen – 236
330
76
14. IJsseltuin en Heelweg – 232
600
15. Schöneveld-Zuid - 222
1100
20%
1975-1990
Kostenverschil warmtenet en all electric < 10%
1990-2005
All electric
12%
1990-2005
Kostenverschil warmtenet en all electric < 10%
88%
12%
1950-1975
All electric/hybride
293
80%
20%
>2005
Warmtenet
559
64%
27%
1950-1975
Warmtenet
Tabel 7.1
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
Informatie top 15 buurten MCA in Doetinchem
28
7.2
Aanpak top 15 buurten
De gemeente Doetinchem heeft als voornemen om deze 15 buurten voor 2030 te benaderen om samen met hen tot een buurtuitvoeringsplan te komen. In 2022 benaderen we de eerste twee buurten en bepalen dan wat een realistisch tempo is voor de volgende buurten. De top 15 van buurten is niet in beton gegoten. Het is vooral een technische analyse over de kansen per buurt en een startpunt voor gesprekken met de buurt en samenwerkingspartners. In de toekomst kunnen zich ontwikkelingen voordoen die erom vragen om in een buurt eerder te beginnen met een buurtuitvoeringsplan. Het gaat dan bijvoorbeeld om: ▪ een grootschalige renovatie of transformatie in een buurt van Sité Woondiensten; ▪ netbeheerder Liander gaat aan de gang met het aardgasnet in een buurt ▪ de gemeente heeft plannen voor een grootschalige herinrichting in een bepaalde buurt; ▪ in een buurt ontstaat een initiatief om zelf aan de gang te gaan met een alternatieve warmtevoorziening; ▪ toegekende subsidies (zoals Wijk van de Toekomst, Gelders Investeringsimpuls, Volkshuisvestingsfonds) voor de aanpak van specifieke buurten. Als dit aan de orde is, dan moet bekeken of het verstandig is om in deze
1.
Kleurrijke buurt
6. De Huet Fase 4
11. Landelijk Wonen
2.
Romantische buurt Zuid
7. Romantische buurt Noord
12. Stadskwartier Zuid
3.
Stadskwartier Noord
8. Muziekbuurt
13. Buitengebied Groot Hagen
4.
De Elshof Zuid
9. Wehl Centrum
14. IJsseltuin en Heelweg
5.
Vulcaansoord en het Richterbos-Zuid
10. De Huet fase 6+ 7
15. Schöneveld-Zuid
Figuur 7.5
Top 15 buurten weergegeven op kaart
buurt sneller te beginnen met een buurtuitvoeringsplan. In die gevallen zou de top 15 buurtprioritering aangepast kunnen worden en kan een andere buurtvolgorde aangehouden worden.
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
29
Gemeente Doetinchem ziet wel diverse voorwaarden voor een succesvolle start van
voor gemeenten om werknemers aan te trekken om het traject met de buurten te
de buurtuitvoeringsplannen. Zo moet de Rijksoverheid duidelijkheid geven over de
begeleiden.
financiering, zowel financiering voor woningeigenaren om maatregelen te nemen alsook
Transitievisie Warmte gemeente Doetinchem
30
Houd het volgende in gedachten bij het lezen van de Transitievisie Warmte en de buurtvolgorde: Een gebied of buurt is niet van de ene op de andere dag aardgasvrij In de kaart zijn de buurten aangegeven waar we voor 2030 willen starten met het opstellen van een buurtuitvoeringsplan. In die buurten willen we met de voorbereidingen gaan beginnen om toe te werken naar wonen zonder aardgas. Dit betekent niet dat in dat jaar de overstap naar aardgasvrij al gemaakt wordt. Starten betekent in dit geval samen met de belangrijke betrokken partijen in de buurt te beginnen met het opstellen van een concreet plan van aanpak voor de buurt. Daarbij worden ook bewoners, bedrijven en instellingen in de buurt betrokken. In het plan van aanpak worden keuzes gemaakt over de techniek, de organisatie, de financiering, de koppeling met andere opgaven in de buurt en de communicatie- en participatieaanpak. Het totale proces naar een aardgasvrije buurt of gebied kan vijf à tien jaar en soms zelfs langer duren afhankelijk van de complexiteit en daaraan gekoppelde benodigde acties en investeringen en de grootte van het gebied. Hoe meer er geïsoleerd moet worden voordat een aardgasvrije technologie kan worden toegepast, hoe langer het over het algemeen zal duren voordat de buurt aardgasvrij is.
De complexiteit kan ook toenemen als er in een buurt veel verschillende vastgoedeigenaren aanwezig zijn, die allemaal op een voor hen natuurlijk moment in hun woning willen investeren. Daarnaast kan de overstap versneld worden als de Rijksoverheid ruimte creëert op het gebied van financiering en juridische mogelijkheden. Er is keuzevrijheid maar wel onder voorwaarden Voor particuliere woningeigenaren geldt dat zij in principe zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd keuze is. Er zal bijvoorbeeld niet in alle buurten een warmtenet mogelijk zijn. All-electric zal soms vragen om een netverzwaring die niet is voorzien en duurzaam gas is maar beperkt beschikbaar. Daarnaast is het ook goed om er rekening mee te houden dat het maatschappelijk niet kosteneffectief is om een dubbele infrastructuur aan te leggen. We zullen daarom in een buurt waar een collectieve warmteoplossing de voorkeur heeft, particulieren niet aanmoedigen om te kiezen voor een individuele warmtepomp. De buurtprioritering en de bijbehorende warmteoplossingen die we beschrijven, geven de voorkeursrichting aan waar we ons gezamenlijk voor in willen zetten, om zo de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar en uitvoerbaar te kunnen houden. Daarnaast speelt bij het leveren van collectieve warmte de vraag over keuzevrijheid.
Voor het warmtenetwerk dat we in Doetinchem willen gaan ontwikkelen, ambiëren we een warmtenet met een open karakter, waarop meerdere leveranciers concurrerende aanbiedingen kunnen doen naar afnemers. Dat is een eindbeeld, ervaring leert dat in het begin vaak gewerkt wordt met één warmteleverancier om een warmtenet rendabel te ontwikkelen. De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten De buurtvolgorde in de kaart is een visie. Deze ligt dus niet vast. Wel willen we komende jaren starten met twee tot drie buurten uit de top 15 buurten. De warmtetransitie is een proces van ervaring opdoen en leren in de eerste buurten. Initiatief nemen en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om initiatieven in de gemeente, die passen binnen de uitgangspunten van deze Transitievisie, te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in buurten die nu nog niet zijn aangegeven om voor 2030 te starten, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij. Niet in de top 15 betekent niet niets doen De top 15 buurten bestrijken een deel van Doetinchem. Dat betekent niet dat er in de andere buurten helemaal niets hoeft te gebeuren voor 2030. De noodzaak van het transitiegereed maken van woningen door te isoleren, geldt voor alle woningen in alle buurten.