Bijlage 2b. Bijlage Ruimtelijke onderbouwing_Milieuhygiënisch vooronderzoek.pdf
Tekst van het document
2025 Milieuhygiënisch vooronderzoek Broekstraat 17 te Doetinchem
MM25186 Montferland Milieu B.V. 10-9-2025
TITELBLAD Projectnaam Projectnummer Adres Postcode en plaats Gemeente
Broekstraat 17 te Doetinchem MM25186 Broekstraat 17 7009 ZB Doetinchem Doetinchem
Opdrachtgever
Initiatiefnemer
Adres
Broekstraat 17
Postcode en plaats Gemeente Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats
7009 ZB Doetinchem Doetinchem Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg
Opsteller
AEL
Autorisatie
HWI
info@montferlandmilieu.nl
Website
www.montferlandmilieu.nl
Telefoonnummer
Versienummer
0314-640414
1
Status
Definitief
Datum
10 september 2025
Aanleiding
Transactie
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING....................................................................................................................................... 3 1.1
Achtergrond .......................................................................................................................... 3
1.2
Betrouwbaarheid .................................................................................................................. 3
1.3
Onafhankelijkheid ................................................................................................................. 3
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................... 4
2.2
Huidige en toekomstige situatie ........................................................................................... 4
2.3
Historie .................................................................................................................................. 5
2.4
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten............................................................ 6
2.5
Asbest .................................................................................................................................... 6
2.6
PFAS....................................................................................................................................... 6
2.7
Voorgaande onderzoeken ..................................................................................................... 7
2.8
Geohydrologie ....................................................................................................................... 7
2.9
Locatie inspectie.................................................................................................................... 7
3.
CONCLUSIE ..................................................................................................................................... 8 5.1
Algemeen .............................................................................................................................. 8
5.2
Conclusie en aanbevelingen.................................................................................................. 8
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening Locatie inspectie Informatie vooronderzoek Omgevingswet
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch vooronderzoek verricht aan de Broekstraat 17 te Doetinchem (gemeente Doetinchem). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen transactie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In het onderzoek wordt vastgesteld of er aanleiding is tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek. 1.2 Betrouwbaarheid Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2023 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Voor de informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van bronnen en beschikbare gegevens. De conclusies zijn dan ook gebaseerd op deze gegevens. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Het vooronderzoek betreft een bureauonderzoek en een momentopname.
Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van verkennend, nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde onderzoek neemt. 1.3 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de historische informatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens zijn in hoofdstuk 3 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
MM25186
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Van de bodemgevoelige locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie en verhardingen. In bijlage 5 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de gemeente informatie uit het Provinciaal informatiesysteem informatie van de website gisviewer.odachterhoek.nl informatie van de website Gelderland.nl/kaarten-en-cijfers informatie van voorgaand onderzoek informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl luchtfoto’s locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan.
In bijlage 6 staan de belangrijkste nieuwe regels uit de omgevingswet samengevat. Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek niet noodzakelijk. 2.2 Huidige en toekomstige situatie De bodemgevoelige locatie is gelegen aan de Broekstraat 17 te Doetinchem (gemeente Doetinchem). De locatie is kadastraal bekend als gemeente DTC01, sectie Z, nummer 53 en 439. De bodemgevoelige locatie heeft een oppervlakte van circa 14.185 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening weergegeven. De bodemgevoelige locatie bevindt zich in het buitengebied ten noorden van Doetinchem. Het perceel heeft momenteel een agrarische bestemming. De initiatiefnemer is voornemens de locatie aan te kopen.
Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl
MM25186
Figuur 2: Huidige situatie
4
2.3 Historie Informatie van de gemeente Van het perceel zijn geen relevante historische gegevens bekend die wijzen op bodembedreigende activiteiten. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van onder- of bovengrondse opslagtanks, (voormalige) bedrijfsactiviteiten of overige potentiële bronnen van bodemverontreiniging. Voor zover uit de beschikbare informatie kan worden opgemaakt, hebben zich op deze bodemgevoelige locatie in het verleden geen calamiteiten voorgedaan die aanleiding geven tot vermoeden van bodemverontreiniging. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de bodemgevoelige locatie rond 2015 is bebouwd. Daarvoor was het terrein uitsluitend in gebruik voor agrarische en/of natuurdoeleinden. De kadastrale percelen werden destijds van elkaar gescheiden door een sloot. Hierbij wordt opgemerkt dat historische kaarten (1900-1950) soms afwijkingen in de positionering kunnen vertonen en daarom geen volledig betrouwbaar beeld geven van de exacte situatie ter plaatse.
Figuur 3: Historische kaart (1900)
Figuur 4: Historische kaart (1950)
Figuur 5: Historische kaart (1980)
Figuur 6: Historische kaart (2015)
Informatie uit het Provinciaal informatiesysteem Volgens gegevens uit het Provinciaal informatiesysteem zijn er geen historische activiteiten op het perceel geregistreerd. Wel is in 2014 een bodemonderzoek op de locatie uitgevoerd. De resultaten hiervan worden verder toegelicht in paragraaf 2.7. De volledige omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 5.
Figuur 7: Weergave bodemrapportage
MM25186
5
2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Doetinchem beschikt, in samenwerking met 9 andere gemeenten in de Regio Achterhoek over een Nota Bodembeheer / Bodemkwaliteitskaart (Lievense Milieu B.V., projectnummer: SOB011396, 2020). De bodemgevoelige locatie ligt binnen de bodemfunctie "Landbouw/natuur". De gemeente Doetinchem hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Ontgravingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Ontgravingsklasse ondergrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Toepassingsklasse ondergrond Landbouw/natuur 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart wordt het perceel als onverdacht aangemerkt ten aanzien van de aanwezigheid van asbesthoudende dakplaten. De bebouwing rond de onderzoekslocatie komt uit 2015. Dit is niet in een asbestverdachte periode. In de periode van 1945 tot en met 1993 is veelvuldig asbest toegepast in de bouw.
De bebouwing bij de huidige onderzoekslocatie valt buiten deze periode, en is dus niet verdacht op asbesthoudende materialen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele verhardingslagen, dempingen of verdachte activiteiten.
Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Op 29 december 2023 is het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, versie december 2023’ gepubliceerd. Dit kader is per 1 januari 2024 van kracht en vormt sindsdien een beleidsneutrale, maar formeel geïntegreerde uitwerking binnen de Omgevingswet. Het handelingskader beschrijft onder welke voorwaarden PFAS-houdende grond en baggerspecie mag worden hergebruikt. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.
MM25186
6
2.7 Voorgaande onderzoeken In 2014 is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: 13116193. Destijds werden er in zowel de boven- als ondergrond werden geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium en nikkel.
Figuur 9: Voorgaande onderzoeken
Figuur 10: verontreinigings- en saneringscontouren
2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 12,0 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 11,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 3,0 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting westelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.9 Locatie inspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging of mogelijke bronnen daarvan. Op het maaiveld is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Wel zijn op twee locaties IBC-containers aangetroffen met onbekende vloeistoffen. Op één van de containers stond vermeld dat deze calciumchloride bevat. Uit navraag is gebleken dat de containers gevuld zijn, of eerder gevuld zijn geweest met koeienurine. Ter plaatse van de klinkerverharding en de voormalige sloot tussen de kadastrale percelen zijn geen inspectieboringen uitgevoerd. Aangezien de bebouwing dateert uit 2015, is het mogelijk dat onder de klinkerverharding menggranulaat is toegepast.
Dit materiaal wordt doorgaans geleverd door een erkende leverancier. De vml. sloot is tijdens het uitgraven van de kikkerpoel gedempt met gebiedseigen grond. Op de betonnen vloeren in de bedrijfsruimte zijn geen olie- en/of vetsporen waargenomen. De gehele locatie ziet er ordentelijk uit.
Figuur 11: Inpandig
MM25186
Figuur 13: IBC-containers
7
3.
CONCLUSIE
5.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch vooronderzoek verricht aan de Broekstraat 17 te Doetinchem (gemeente Doetinchem). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen transactie. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Op het perceel zijn in het voorgaande onderzoek geen verhoogde gehalten aangetroffen. ▪ Op of nabij de bodemgevoelige locatie hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden die van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemgevoelige locatie. ▪ Tijdens de terreininspectie zijn in de huidige situatie geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op (mogelijke) bodemverontreiniging of op bronnen die een dergelijke verontreiniging zouden kunnen hebben veroorzaakt. ▪ De vml. sloot is gedempt met gebiedseigen grond. ▪ Op basis van de beschikbare informatie wordt het milieuhygiënisch verwachtingsbeeld van de bodemgevoelige locatie als niet verdacht aangemerkt. ▪ Derhalve kan worden gesteld dat er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een verkennend bodemen asbestonderzoek volgens de NEN5740/NEN5707. ▪ Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen transactie. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
▪ Ook bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in de nabije toekomst zullen, uitgaande van het huidige beleid en de geldende normen, geen bezwaren worden verwacht
Standaard slotopmerking: Wanneer tijdens eventuele graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met het bevoegd gezag worden overlegd. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
MM25186
8
BIJLAGE 1: Topografische kaart
Topografische kaart
A4
PROJECTNAAM: Broekstraat 17 te Doetinchem
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25186
GETEKEND: AEL DATUM: 10-9-2025
BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens
Kadastrale kaart
Kadastraal object Kadastrale gemeente:
DTC01
Sectie:
Z
Perceel:
53 - 439
A4
PROJECTNAAM: Broekstraat 17 te Doetinchem
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25186
GETEKEND: AEL DATUM: 10-9-2025
BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3: Situatietekening
A4
Situatietekening
Legenda Locatiegrens Bebouwing
PROJECTNAAM: Broekstraat 17 te Doetinchem
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25186
GETEKEND: AEL DATUM: 10-9-2025
BIJLAGE: 3
BIJLAGE 4: Locatie inspectie
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
BIJLAGE 5: Informatie vooronderzoek
Bodeminformatie Broekstraat 17 te Doetinchem
Geselecteerd gebied
Locatie
25-meter contour
Percelen
(c) 2024 Nazca - Pagina 1 van 10 - 26-06-2025
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
4
Locaties
4
Gegevens binnen de 25-meter contour rond het geselecteerde gebied
6
Locaties
6
Disclaimer
7
Toelichting
8
(c) 2024 Nazca - Pagina 2 van 10 - 26-06-2025
Inleiding Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend! Indien er stoffen in de bodem voorkomen die van nature niet in de bodem zitten is sprake van bodemverontreiniging. De provincies en gemeenten spelen een rol bij het saneren of beheersen van een bodemverontreiniging. De provincies en een aantal grotere gemeenten zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (bevoegd gezag Wetbodembescherming). Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS). In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg WBB-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Voorblad: Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied: De in het bodeminformatiesysteem aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. . 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage: Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
(c) 2024 Nazca - Pagina 3 van 10 - 26-06-2025
Gegevens binnen het geselecteerde gebied Locaties De volgende bodemlocaties zijn bekend in het geselecteerde gebied:
Locatie: AARDSGOED BV Locatienaam
AARDSGOED BV
Adres Woonplaats
Doetinchem
Gemeente
Doetinchem
Locatiecode
AA022202569
Locatiecode bevoegd gezag Wbb
GE022202569
Gegevensbeheerder
Doetinchem
Vervolgactie Wbb
voldoende onderzocht
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Laatst uitgevoerd onderzoek
Verkennend onderzoek NEN 5740: AARDSGOED BV 15-01-2014
Uitgevoerde onderzoeken De volgende bodemonderzoeken zijn bekend binnen deze locatie: Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer
15-012014
Verkennend onderzoek NEN 5740
AARDSGOED BV
ECONSULTANCY 1678-VO B.V.
Conclusie overheid Zintuiglijke concl: GEEN BIJZONDERHEDEN Analytische concl: OG: -; BG: -; GW: BA, NI > AW Vervolg: GEEN Prioriteit: Conclusie rapport: LOCATIE IS LICHT VERONTREINIGD (ALLEEN GRONDWATER), GEEN BELEMMERING VOOR DE BOUW
Beschikbare documenten per onderzoek Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Verontreinigende activiteiten Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Geconstateerde verontreinigingen Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Besluiten Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Nazca - Pagina 4 van 10 - 26-06-2025
Beschikbare documenten per besluit Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Sanering Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Saneringscontouren Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Zorgmaatregelen Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overige beschikbare documenten Bij de Provincie Gelderland zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Nazca - Pagina 5 van 10 - 26-06-2025
Gegevens binnen de 25-meter contour rond het geselecteerde gebied Locaties Bij de Provincie Gelderland zijn over locaties, onderzoeken en documenten geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Nazca - Pagina 6 van 10 - 26-06-2025
Disclaimer De inhoud hiervan is grotendeels gebaseerd op werkelijke gegevens maar de actualiteit en betrouwbaarheid hiervan zijn niet gegarandeerd. Verder kunnen ook testgegevens zonder relatie met de werkelijkheid voorkomen. Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend!
(c) 2024 Nazca - Pagina 7 van 10 - 26-06-2025
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS)
Verontreinigende activiteiten (HBB). Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd.
Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering. Saneringsplan opstellen Als is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden. Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd.
Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging. Gesaneerd
(c) 2024 Nazca - Pagina 8 van 10 - 26-06-2025
Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.
Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd. Toelichting op de gerapporteerde informatie
Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld 'Beschikking'. (mogelijk) verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met 'vervallen' wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met 'Benoemd' wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is.
Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit. Rapporten Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn. Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.
Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd. Zorgmaatregelen
(c) 2024 Nazca - Pagina 9 van 10 - 26-06-2025
Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven, zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
(c) 2024 Nazca - Pagina 10 van 10 - 26-06-2025
BIJLAGE 6: Omgevingswet (OW)
Omgevingswet (OW) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 ingegaan en vervangt onder andere de Wbb. De OW stelt regels om de bodem (grond en grondwater) te beschermen. Daarnaast wordt graven en saneren van (verontreinigde) grond door middel van de OW geregeld. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten. In het Bal wordt het werken in de bodem gezien als een Milieu Belastende Activiteit (MBA). In het Bal zijn de volgende regels met betrekking tot bodemwerkzaamheden opgenomen. Regels bij graven en tijdelijk uitnemen (omvang geldt voor het gehele graafwerk) Graven
< Interventiewaarde
< 25 m3
Geen
Geen of bruidsschat* dan melden één week bij • Beschikte gevallen • BKK-zones > Interventiewaarde • BRL6000 bij het doorgraven van afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag
> 25 m3
•
• • • • •
• •
*
> Interventiewaarde
Melding start één week vooraf (informatieplicht) Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven en opslag
Melding vier weken vooraf Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden graven, opslag Kwalibo: BRL6000, BRL7000 één week evaluatie (informatieplicht)
zie informatie opgenomen onder bruidsschat Tijdelijk uitnemen
< Interventiewaarde
> Interventiewaarde
< 25 m3
Geen
• •
Geen Gescheiden ontgraven en opslag
> 25 m3
• • •
• • • • •
Melding één week vooraf Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven Kwalibo: BRL6000, BRL7000 één week evaluatie (informatieplicht)
Geen Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven en opslag
De inzet van een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige begeleider (MKB) is noodzakelijk: • als terugplaatsen van de grond niet mogelijk is en dus sprake is van afvoer van grond. Maar enkel bij meer dan 25 m3 afvoer; • bij het doorgraven van een afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag; • bij meerdere partijen grond van verschillende kwaliteit waarbij gescheiden graven aan de orde is. Saneren Het Bal kent twee standaardaanpakken om de bodem geschikt te maken voor de (toekomstige) functie: 1. verwijderen van verontreiniging; 2. afdekken van de verontreiniging (leeflaag of duurzame verharding). Voor saneren geldt een procedure met een standaardaanpak: • Melden sanering vier weken voor aanvang (saneringsaanpak, detail gegevens). • Informatie met betrekking tot de uitvoering vier weken voor aanvang (begrenzing, start). • Informatie met betrekking tot Kwalibo één week voor aanvang (BRL7000 aannemer, BRL 6000 MKB). • Binnen vier weken na beëindiging indienen evaluatieverslag.
• •
Wijzigingen melden ten minste één week voor aanvang. Bij onvoorziene wijzigingen deze direct en in overleg melden.
Overgangsrecht Het oude recht, in dit geval de regels uit de Wbb, blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die onder de Wet bodembescherming zijn of worden voorbereid. Dit geldt voor: • Vastgestelde beschikkingen Wbb (spoedeisend) van voor 1 januari 2024. Deze blijven gelden. • Saneringsplannen en BUS meldingen die voor 1 januari 2024 zijn ingediend blijft onder de Wbb vallen. • Dit geldt ook voor de uitvoering en de evaluatie • Lopende nazorg. • Voor nieuwe verontreinigingen ontstaan tussen 1987 en 1 januari 2024 geldt de Wbb zorgplicht en de bijbehorende regels. Voor deze gevallen geldt dat het oude bevoegd gezag hetzelfde blijft zoals vastgelegd voor 1 januari 2024. Bruidsschat Set van regels die ervoor zorgen dat bepaalde bestaande regels blijven bestaan totdat gemeenten hun omgevingsplannen hierop hebben aangepast (overgangsregels). De regels gelden bij graven in de landbodem in een omvang die kleiner is dan 25 m3 op: • locaties waarbij een beschikking ‘ernst en geen spoed’ is afgegeven op basis van de Wbb of • locaties waarbij uit een Bodemkwaliteitskaart blijkt dat de grond diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde. Uitzondering hierop is: • als sprake is van alleen tijdelijk uitnemen van grond of • als sprake is van een spoedreparatie aan de vitale ondergrondse infrastructuur.
Toevalsvondst Bij een situatie waar sprake blijkt te zijn van een bodemverontreiniging met onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid die nog niet bekend is (ontstaan voor 1987) spreek men van een toevalsvondst. De veroorzaker is meestal niet bekend. In beginsel moeten beheermaatregelen worden genomen om directe contactmogelijkheden te voorkomen en risico’s te verwijderen (tenzij er een specifieke noodzaak is tot saneren). De eigenaar is verantwoordelijk. Indien de eigenaar geen maatregelen neemt, kan bevoegd gezag (gemeente) ingrijpen en kan zij de eventuele kosten verhalen/afdwingen. Het betreft geen saneringsplicht maar het nemen van (tijdelijke) maatregelen die contact met de verontreiniging voorkomen en risico’s wegnemen. Zorgplicht bodemverontreiniging Zorgplicht onder overgangsrecht van de Wbb naar de Omgevingswet Er geldt overgangsrecht voor 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn veroorzaakt. Dat wil zeggen dat artikel 13 Wbb op die verontreinigingen of aantastingen (die op of na 1 januari 1987 zijn veroorzaakt) van toepassing blijft. Handhaving van de vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet veroorzaakte 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem valt dus onder het oude recht.
Zorgplicht onder de Omgevingswet: ongewoon voorval en specifieke zorgplicht De zorgplicht geldt voor nieuwe bodemverontreinigingen of aantastingen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn ontstaan. Nieuwe verontreinigingen of aantastingen van de bodem moeten zoveel als mogelijk worden voorkomen of beperkt. Een ongewoon voorval dat verontreiniging of aantasting van de bodem tot gevolg heeft, valt onder het begrip ongewoon voorval uit de Omgevingswet. De specifieke zorgplicht uit art. 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is van toepassing als de bodemverontreiniging of aantasting ontstaat (of dreigt te ontstaan) bij een milieubelastende activiteit.