CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b. Bijlage 1 bij toelichting_Ruimtelijke onderbouwing Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022.pdf

gemeenteraad 20 april 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.1: Bestemmingsplan Dr Huber Noodtstraat 38-42a - 202218.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022’ Ruimtelijke onderbouwing (ROB)

gemeente Doetinchem definitief versiedatum 17-02-2023 NL.IMRO.0222.nnb-0001

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.

Inleiding ....................................................................................................3

1.1.

Aanleiding en doel ............................................................................................. 3

1.2.

Planologische situatie........................................................................................ 5

1.3.

Leeswijzer .......................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2.

Planbeschrijving.........................................................................................7

2.1.

Huidige situatie ................................................................................................. 7

2.2.

Toekomstige situatie ......................................................................................... 8

Hoofdstuk 3.

Beleidskader ............................................................................................ 13

3.1.

Algemeen ........................................................................................................ 13

3.2.

Rijksbeleid ....................................................................................................... 13

3.3.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 16

3.4.

Regionaal beleid .............................................................................................. 19

3.5.

Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 23

Hoofdstuk 4.

Haalbaarheid ........................................................................................... 34

4.1.

Algemeen ........................................................................................................ 34

4.2.

M.e.r.-beoordeling .......................................................................................... 34

4.3.

Bodem ............................................................................................................. 35

4.4.

Akoestiek ......................................................................................................... 36

4.5.

Luchtkwaliteit .................................................................................................. 38

4.6.

Externe veiligheid ............................................................................................ 40

4.7.

Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 41

4.8.

Flora & fauna ................................................................................................... 42

4.9.

Water............................................................................................................... 48

4.10.

Archeologie en cultuurhistorie........................................................................ 52

4.11.

Verkeer en parkeren ....................................................................................... 57

4.12.

Kabels, leidingen en straalpaden .................................................................... 59

4.13.

Bezonning ........................................................................................................ 59

1

Hoofdstuk 5.

Economische uitvoerbaarheid .................................................................. 61

5.1.

Exploitatieplan................................................................................................. 61

5.2.

Planschade ...................................................................................................... 61

Hoofdstuk 6.

Procedure ................................................................................................ 62

6.1.

Algemeen ........................................................................................................ 62

6.2.

Inspraak ........................................................................................................... 62

6.3.

Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro .................................................................... 62

Bijlagen bij de toelichting ................................................................................................... 63 Bijlage 1.

Ontwikkeling Dr. Huber Noodtplaats - Verkenning integrale duurzaamheid

Bijlage 2.

Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek

Bijlage 3.

Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning Huber Noodtstraat 38a

Bijlage 4.

Bouwhistorische verkenning Setax-terrein

Bijlage 5.

Briefrapportage waterparagraaf

Bijlage 6.

Stikstofdepositie berekening

Bijlage 7.

Quickscan flora & fauna

Bijlage 8.

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 9.

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 10.

Doorlatendheidsonderzoek

Bijlage 11.

Bomeneffectanalyse en waardebepaling

Bijlage 12.

Voorontwerp buitenruimte

Bijlage 13.

Aanvullend onderzoek flora & fauna

Bijlage 14.

Activiteitenplan Wnb

Bijlage 15.

Ontheffing Wnb

Bijlage 16.

Bezonningsstudie

2

Hoofdstuk 1.

Inleiding

1.1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens een appartementengebouw te realiseren aan de Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem. Om deze nieuwbouw te realiseren wordt de huidige bebouwing t.b.v. het voormalige Setaxterrein gesloopt. De nieuwbouw omvat de toevoeging 60 wooneenheden. Het Setax-kantoor blijft gehandhaafd en daar worden 2 wooneenheden toegevoegd aan de 2 bestaande wooneenheden. De gewenste toekomstige situatie is in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’. Een herziening van dat plan is daarom noodzakelijk. Daarom is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Vooruitlopend op de herziening van het bestemmingsplan is een ruimtelijke onderbouwing (ROB) opgesteld. Bij het opstellen van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Doetinchem wordt in principe overal dezelfde plansystematiek gehanteerd. De bestemmingen en regels uit het voorliggende bestemmingsplan sluiten daardoor grotendeels aan op de bestemmingen en regels uit andere bestemmingsplannen. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van de burgers vergroot.

Topografische kaart (het plangebied is rood omlijnd)

De beoogde ontwikkeling is gelegen in het centrum van Doetinchem. De locatie is gelegen aan de Dr. Huber Noodtstraat 38A en B, 40 en 42. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.850 m². Het betreffen de kadastrale percelen 3105, 3106, 1386, 1388 en 1563 (kadastrale gemeente Doetinchem, sectie C).

3

Topografische kaart met kadastrale ondergrond (plangebied blauw omlijnd)

Luchtfoto 2020 vanuit het zuiden (plangebied rood omlijnd)

4

1.2. Planologische situatie Voor het plangebied geldt conform het vastgestelde bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’ de bestemming ‘Centrum’ en tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Daarnaast zijn de functieaanduidingen ‘sportschool’, ‘horeca van categorie 1’ en gedeeltelijk ‘cultuurhistorische waarden’ aanwezig. Het plangebied heeft geen bouwvlak, met uitzondering van de noordelijke straatzijde. Wel is de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ aanwezig.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’ (vastgesteld d.d. 16 juni 2021)

Het bestemmingsplan laat de ontwikkeling van appartementengebouwen niet toe. Er is namelijk opgenomen dat er uitsluitend bestaande woningen zijn toegestaan. Het bestemmingsplan biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om het plan alsnog mogelijk te maken. Om het beoogde initiatief te kunnen realiseren is daarom een nieuw juridischplanologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Voorts gelden de paraplubestemmingsplannen ‘Archeologie - 2020’, ‘Externe veiligheid - 2020’ en ‘Kantoren, uitsluiten woningbouw en supermarkt - 2019’, ‘Parkeren - 2018’ en ‘Uitsluitend woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd - 2018’. Dit zijn bestemmingsplannen die zijn vastgesteld om beleid van sectorale onderwerpen via een zogenaamd paraplubestemmingsplan te herzien. Deze sectorale onderwerpen komen in de betreffende paragraven in de toelichting van dit bestemmingsplan aan bod, indien het betreffende onderwerp ruimtelijk relevant is.

5

1.3. Leeswijzer Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de plantontwikkeling nauwkeurig beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders van overheden voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 staat uitleg over de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 6 geeft de procedure weer. Hierna volgen de bijlagen bij de toelichting. De meeste bijlagen zijn bevatten rapportages waarin is gewerkt op basis van het voorlopig ontwerp (VO). Dit wijkt op enkele onderdelen af van het DO. Dit bestemmingsplan (ROB) gaat uit van het DO. Plaatjes in de bijlagen die nog uitgaan van het VO zijn puur ter illustratie.

6

Hoofdstuk 2.

Planbeschrijving

2.1. Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de stad Doetinchem. Meer specifiek is de locatie gelegen in de wijk Centrum en in de buurt Stadscentrum-Noord. Het plangebied is gelegen buiten het ‘ei’, zoals de oude binnenstad van Doetinchem ook wel wordt genoemd. Ten zuiden van de beoogde nieuwbouw is een openbaar parkeerterrein gesitueerd (Dr. Huber Noodtplaats). Verder grenst het oosten en noorden van het plangebied aan bebouwing. Het gaat om een vijftal grondgebonden woningen aan de Dr. Huber Noodtstraat en een appartementengebouw met winkels in de plint aan de oostzijde. De westzijde bestaat uit een smalle steeg die loopt van het parkeerterrein naar de noordelijk gelegen Dr. Huber Noodtstraat. Direct ten westen hiervan zijn appartementen gesitueerd. Het “Setax” terrein is in het verleden in gebruik geweest voor o.a. een begrafenis onderneming en een taxi onderneming. Er zijn verschillende panden tot stand gebracht, zoals het voormalige kantoor aan de Dr. Huber Noodtstraat, en enkele gebouwen op het terrein, min of meer rondom een verharde binnenplaats. Deze gebouwen waren in gebruik voor o.a. een werkplaats en een wagenloods. De schuur midden op het terrein is ten tijde van de begrafenisonderneming in gebruik geweest voor meerdere functies, waaronder een toonkamer, een opslagkamer voor kisten, ontvangstkamer en rouwkamer.

Toen het pand werd verkocht aan het autoverhuur- en taxibedrijf Setax werd voor de gevel van deze schuur een benzine-installatie geplaatst. Ook kreeg de schuur toen de naam ‘Petro-hal’.

“Petro-hal” (Vromen, 2020)

7

Het plangebied is bijna volledig verhard, op enkele heesters en bomen na. De heesters zijn aanwezig in het uiterst zuidwesten van het perceel en een bomenrij is aanwezig op de perceelsgrens met de smalle steeg in het westen van het plangebied.

2.2. Toekomstige situatie Het planinitiatief betreft de realisatie van een U-vormig appartementengebouw met in totaliteit 60 wooneenheden. De huidige bebouwing wordt hiertoe gesloopt, met uitzondering van het bestaande pand met het adres Dr. Huber Noodtstraat 40-42 (het voormalige Setax-kantoor met 2 bovenwoningen). Inpandig worden 2 appartementen toegevoegd. Het plangebied bestaat in de toekomstige situatie aldus in totaliteit uit 64 wooneenheden.

Stedenbouwkundig schetsontwerp (Kolpa architecten)

De bedoeling is om met de toekomstige bebouwing aan te sluiten op de verschillende omgevingskarakteristieken. Hiertoe is de historie als inspiratiebron gebruikt, met ruimte voor het hedendaagse. De buitenkanten begeleiden duidelijk de openbare ruimte aan de Dr. Huber Noodtplaats en Dr. Huber Noodtstraat. De binnenkant wordt gevormd door een semi-openbare ruimte met een groene parkachtige inrichting. Aan de noordzijde wordt het historische lint gerespecteerd door de huidige bebouwing niet te slopen, maar te verbouwen.

8

Er is een U-vormig appartementengebouw voorzien, dat bestaat uit afzonderlijk verschillende architectuurstijlen en gebouwvormen. Aan de Dr. Huber Noodtplaats kent het gebouw de meeste bouwlagen, namelijk 5. Op de hoeken aan het parkeerplein zijn de gebouwen voorzien van een kap, voor het overige een plat dak. De hoogte wordt afgebouwd naar 2 bouwlagen richting het noorden, daarbij rekening houdend met de aanwezige bebouwing. Hierdoor ontstaat een geleidelijke afbouw richting de wat kleinere korrel en bouwmassa aan de lintbebouwde Dr. Huber Noodtstraat. Daarnaast ontstaat door het toepassen van verschillende gebouwmassa’s een gemengd bebouwd en stedelijk karakter. Er is een groen binnenterrein voorzien. Beoogd is met deze semi-openbare ruimte een verbinding te maken tussen het parkeerterrein en de Dr. Huber Noodtstraat. Door hier een groene ruimte te creëren wordt er een bepaalde belevingskwaliteit toegevoegd aan het centrum van de stad. De verbinding is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer.

Schetsontwerp in 3D-perspectief vanuit Dr. Huber Noodtstraat

Onder de bebouwing wordt een parkeerkelder gerealiseerd voor de bewoners van dit plan. De in- en uitrit wordt gesitueerd richting het huidige parkeerterrein.

9

Gevelaanzichten vanuit parkeerterrein (Kolpa architecten)

De ontwikkeling van het terrein en de opstallen zal geschieden middels een integrale duurzaamheidsbenadering. Alle ingrepen in de buitenruimte zijn gericht op een goede waterhuishouding, een aangenaam stadsklimaat, een natuurinclusieve benadering welke de biodiversiteit versterkt en een inrichting met een hoge gebruiks- en belevingswaarde (zie ook bijlage 12 bij deze toelichting). Alle materialen in het openbare gebied dienen te voldoen aan het gemeentelijk Technisch Programma van Eisen Openbare Ruimte. Daktuinopbouw en waterhuishouding Het binnenterrein op de verdiepte parkeergarage krijgt een hoogwaardige groeninrichting volgens bewezen ‘daktuin-principes’. Zo wordt er op het gehele oppervlak van de binnentuin een intensief daktuinsubstraat aangelegd in verschillende laagdiktes, afgestemd op de gevarieerde beplanting. Onder deze substraatlaag zal een retentielaag worden aangebracht die zorgt voor de berging van regenwater. Dit water zal vervolgens worden gebruikt voor het irrigeren van beplanting van de binnentuin. Bij extreme neerslag zal het overschot aan water de retentielaag en het substraat volledig verzadigen en hierdoor zorgen voor een vertraagde afvoer naar het rioolstelsel en/of de ondergrond. Een en ander conform de eisen van de gemeente Doetinchem, zoals in paragraaf 4.9. is beschreven.

10

Schets waterberging via rententielaag boven parkeergarage

Natuurinclusiviteit en verhogen biodiversiteit De constructie van de garage en de hierboven beschreven opbouw van het daktuinpakket zorgen ervoor dat de binnentuin kan worden ingericht met een meerlaagse beplanting van vaste planten, heesters, struiken en zelfs een enkele boom. Deze gelaagdheid zorgt voor aantrekkelijke ecologische gradiënten die voorzien in verschillende leefmilieus voor stadsnatuur, zoals vogels, insecten en kleine zoogdieren. Dracht en voedsel Bij de keuze van de beplanting worden soorten geselecteerd die goed zijn afgestemd op het substraat en op de lokale ecologie. Zo zal de beplanting bloeien en voorzien in de voedselvraag van de voorkomende dierensoorten. Daarnaast kunnen vruchtdragende soorten ook geoogst worden door bewoners en vormt de binnentuin een ‘mini-voedselbos’ voor mens en dier. Schuil- en nestgelegenheid Voor een gezond ecologisch systeem is het niet voldoende de dieren alleen te voorzien in voedsel, juist ook het zorgen voor beschutting en nestgelegenheid is van groot belang. Het bovengenoemde gelaagde beplantingsconcept draagt hier al aan bij. Ook zal in de tuin, tussen de beplanting, georiënteerd op de zon, een insectenhotel zorgdragen voor nestgelegenheid van solitaire bijen, vlinders en andere insecten. Hiernaast zullen ook nest- en schuilgelegenheid voor vogels en/of vleermuizen worden geïntegreerd in het gebouw.

11

3D-Sfeerschets buitenruimte (lopend vanaf Dr. Huber Noodtstraat naar binnenterrein)

Opmerking: De opgenomen afbeeldingen in deze paragraaf zijn afkomstig uit het architectonisch ontwerp waarop het ontwerpbestemmingsplan is gebaseerd. Bij de verdere uitwerking van het bouwplan kunnen (beperkte) wijzigingen plaatsvinden die qua aard en omvang geen invloed hebben op de omgeving. Na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn de regels en verbeelding leidend voor het verder uitwerken van het bouwplan. Ook kunnen de bijgevoegde onderzoeksrapporten verouderde c.q. afwijkende afbeeldingen bevatten. Dit heeft geen invloed op de getrokken conclusies in de onderzoeksrapporten.

12

Hoofdstuk 3.

Beleidskader

3.1. Algemeen In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de specifieke voorgenomen nieuwbouw m.b.t. dit planvoornemen. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn:  afsprakenkader detailhandel, Regio Achterhoek, 24 september 2015;  planologisch beleid 2011, gemeente Doetinchem, vastgesteld op 30 juni 2011 en onherroepelijk op 5 september 2011;  masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007;  cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 december 2003;  detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013;  visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018;  kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008;  beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019;  continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017;  mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016; Deze plannen worden daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid dat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.

3.2. Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio’s  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling plan In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

13

Nationale woonagenda 2018-2021 De drie uitdagingen waar de afspraken in de Nationale woonagenda zich op richten, zijn het vergroten en versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande voorraad en de betaalbaarheid van het wonen. 1. Meer woningen bouwen (Versnellen en vergroten aanbod) Om de woningbehoefte op de korte termijn tegemoet te komen, moeten er de komende jaren meer woningen worden gebouwd en bestaande plannen worden versneld. Om daarnaast ook aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen, moet er kritisch naar de plancapaciteit voor de lange termijn worden gekeken. Partijen besluiten binnen de regionale context of dit aanleiding geeft om, bijvoorbeeld, in te zetten op vergroting daarvan. 2. Betaalbaarheid Een woning moet passen bij de financiële mogelijkheden van mensen. Huishoudens met een laag inkomen en mensen die om andere redenen moeilijk passende huisvesting kunnen vinden, mogen niet uit het oog verloren worden. Voor hen moeten voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn die ook betaalbaar blijven. De grote verduurzamingsopgave op de woningmarkt moet hand in hand gaan met die betaalbaarheid. Ook de leefbaarheid moet niet uit het oog worden verloren. 3. Beter benutten bestaande voorraad Omdat nieuwbouw alleen de grote woningbehoefte niet kan oplossen, is het van groot belang om de bestaande voorraad zo goed mogelijk te benutten.

Dit houdt mede verband met de ambitie om het aanbod te vergroten: op regionaal niveau dient voldoende aandacht te zijn voor een goede balanstussen gereguleerde huur, middenhuur, middeldure koop en koopwoningen en kwalitatieve kenmerken van woningen die goed aansluiten bij de vraag. Beoordeling plan Met dit plan wordt een bijdrage gedaan aan het realiseren van meer woningen en het vergroten van het aanbod op lokaal niveau en in lijn met de lokale vraag. Daarmee past het plan binnen het beleidskader van de Nationale woonagenda 2018-2021. Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Inleiding Met name nationale belangen 1, 2 en 5 uit de toelichting bij de NOVI vragen om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

14

2. Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 62 wooneenheden binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien de hoeveelheid woningen is er sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Voor woningbouwlocaties geldt namelijk op basis van jurisprudentie dat vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijk is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan een groter ruimtebeslag/meer bebouwing mogelijk maakt dan het geldende planologische regime. Daar is in dit geval sprake van, waarmee ook sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarmee moet de behoefte aan de ontwikkeling gemotiveerd worden. De beschrijving van de behoefte is in paragraaf 3.4.3 en (hoofdzakelijk) en paragraaf 3.5.4 beschreven. Geconcludeerd wordt dat met het bouwplan kan worden voldaan aan de lokale behoefte, omdat het bouwprogramma is afgestemd op de lokale woningbouwbehoefte. 3. Conclusie Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er behoefte is voor deze ontwikkeling. Omdat het planvoornemen binnen bestaand gebied wordt gerealiseerd is een motivering zoals genoemd onder sub b niet benodigd. Aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan derhalve worden voldaan.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast. Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied).

Beoordeling plan Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan.

15

3.3. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven:  Energietransitie;  Klimaatadaptatie;  Circulaire economie;  Biodiversiteit;  Bereikbaarheid;  Vestigingsklimaat;  Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Achterhoek Het projectgebied is gelegen in de Achterhoek. Dit is een regio met bijzondere kwaliteiten. Fysieke kwaliteiten in termen van een mooi landschap met veel natuurschoon en met mooie steden en dorpen.

Maar ook kwaliteiten in sociaaleconomische zin: grote onderlinge betrokkenheid (naoberschap), hoge arbeidsmoraal, bescheidenheid. Dit zijn kwaliteiten en waarden die het kapitaal vormen voor ontwikkelingen en innovaties in een fase van transitie. De onontkoombare transitie wordt voornamelijk veroorzaakt door de ingrijpende demografische ontwikkelingen (krimp en vergrijzing), maar ook door economische ontwikkelingen (recessie, schaalvergroting). Alleen door krachten te bundelen en slimme verbindingen tussen maatschappelijke partners te leggen krijgt de vereiste transitie gestalte die nodig is voor deze vraagstukken. De ontwikkelingen die op de Achterhoek afkomen zijn ingrijpend. Demografie, economie en energie ondergaan verregaande veranderingen. Dit vraagt transities op tal van terreinen om ook in de toekomst de Achterhoek vitaal te houden. Inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om deze opgave waar te maken. Daarbij richten de provincie en haar partners hun gezamenlijke inspanningen op vier speerpunten: - Kansrijk platteland; - Duurzame en innovatieve economie;

16

-

Vitale leefomgeving; Slim en snel verbinden.

De navolgende afbeelding duidt de belangrijkste opgaven voor de woon- en leefomgeving in Gelderland. Te zien is de klimaataanpak die voor stedelijke gebieden zoals het onderhavige geldt. Ook zijn gebieden gearceerd die het meest te maken hebben met dynamiek op de woningmarkt als gevolg van doorgroei van de Randstad. De kaart toont daarnaast ook gebieden met een krimpopgave en vitaal platteland. De ambitie is dat Gelderland een aanbod heeft aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Visie woon- en leefomgeving

Met meer detailniveau naar de regio Doetinchem gekeken is de stad aangegeven als ‘Klimaataanpak stedelijke gebieden’ en is de regio Achterhoek als ‘Dynamiek woningmarkt doorgroei Randstad’ aangeduid. Daaromheen (m.u.v. het westen) bevinden zich gebieden die zijn aangeduid als ‘Krimpgebied’. Beoordeling plan Met dit project worden woningen gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Zoals op de schets is weergegeven is de klimaataanpak in stedelijke gebieden van groot belang. In dit bouwplan

17

zijn meerdere klimaatadaptieve oplossingen voor ogen. In bijlage 1 van deze toelichting zijn deze klimaatadaptieve oplossingen in meer detail weergegeven, waardoor ook de risico’s van klimaatverandering worden verkleind (waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte). Naast bijlage 1 wordt er in de paragraven 2.2, 3.5.2, 3.5.5, 4.9.4 ingegaan op het feit dat de opgave om te verduurzamen niet groter wordt en is in deze paragraven ingegaan klimaatadaptieve karakter van dit planvoornemen. Onder andere door een binnentuin en groene daken aan te leggen. Daarnaast wordt met dit plan beoogd aan de huidige woningbouwbehoefte te voldoen. Het planvoornemen past daarom binnen de beleidskaders zoals die zijn gesteld in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Omgevingsverordening Gelderland Algemeen De Omgevingsverordening is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. Op 1 februari 2022 is een geactualiseerde versie van de omgevingsverordening in werking getreden nadat deze op 15 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet.

Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Beoordeling plan Het plangebied is niet gesitueerd binnen ruimtelijk relevante aanduidingen waarvoor in de Omgevingsverordening Gelderland regels zijn opgenomen als het gaat om de 10 kaarten. Wel is gezien de aard van de ontwikkeling afdeling 2.1 ‘Woonlocaties en recreatiewoningen’ van toepassing (art. 2.2). Ook is afdeling 2.7a klimaatadaptie van toepassing (art. 2.65b). In het navolgende is het planvoornemen aan de van toepassing zijnde regels getoetst. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening Gelderland geen ruimtelijk relevante regels waar in het voorliggende bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c.

er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling Toetsing artikel 2.2 Met dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid gecreëerd binnen het plangebied 62 appartementen te realiseren. Zoals in paragraaf 3.4 en 3.5.4. blijkt past het planvoornemen binnen de regionale woonagenda.

18

Voor het overige staan in de Omgevingsverordening Gelderland geen specifieke regels waar in het voorliggende bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing artikel 2.65a In dit bouwplan zijn meerdere klimaatadaptieve oplossingen voor ogen. In bijlage 1 van deze toelichting zijn deze klimaatadaptieve oplossingen in meer detail weergegeven, onder meer ter voorkoming van wateroverlast, droogte en hittestress. Naast bijlage 1 wordt er in de paragraven 2.2, 3.5.2, 3.5.5, 4.9.4 ingegaan op de verschillende onderwerpen m.b.t. klimaatadapatie, zoals natuurinclusief bouwen, groen- en hemelwatervoorzieningen en duurzaamheid. Het planvoornemen voldoet daarmee aan de regels zoals deze zijn gesteld in Omgevingsverordening Gelderland.

3.4. Regionaal beleid Regionale structuurvisie Achterhoek 2012 De gemeenten in de regio Achterhoek hebben in 2012 de Regionale structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. De structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen voordoen, zoals: - energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; - bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; en - de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De Achterhoek ziet zichzelf als een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving te midden van de stedelijke netwerken zoals het Knooppunt Arnhem-Nijmegen, de Stedendriehoek en Twentestad. De Achterhoekse gemeenten beschikken over een volwaardig aanbod van voorzieningen en hebben voldoende bovenregionale voorzieningen in de nabijheid. Het gaat hierbij echter ook om voorzieningen in de stedelijke knooppunten om de Achterhoek heen. De Achterhoek ligt in de verzorgingsgebieden van De Stadsregio Arnhem- Nijmegen en Twentestad en in minder mate de stedendriehoek Apeldoorn, Deventer Zutphen en Bocholt

19

/Borken die een groot aantal goede onderwijs, zorg en economische voorzieningen herbergen. De Achterhoek kan hier meer van mee profiteren. Er liggen kansen voor de Achterhoek om haar positie in netwerk van stedelijke knooppunten nog meer te benutten ter versterking van de eigen beroepsbevolking en bedrijvigheid. De strategische ligging biedt kansen voor de Achterhoek o.a.: - als aantrekkelijk woon- en werkgebied - als recreatief inloopgebied - door de nabijheid van onderwijs- en zorgvoorzieningen van hoge kwaliteit - door het aansluiten bij de economische en kennisontwikkeling. De ontwikkelde kennis vindt toepassing in de industrie in de Achterhoek. De bevolkingsdaling is voor het ruimtelijk beleid de dominante ontwikkeling. De afname van de bevolking is in een aantal gemeenten zichtbaar en zal ook op regionale schaal zichtbaar worden. De verwachting is dat de totale bevolking van de Achterhoek in dertig jaar zal dalen van 300.000 inwoners in 2010 naar 275.000 inwoners in 2040. Het aantrekken van arbeidskrachten van elders, vanwege terugloop in de beroepsbevolking, zou er toe kunnen leiden dat de effecten van de voorspelde krimp wat afgezwakt worden. De Achterhoek reageert op deze krimpvoorspelling door maatregelen te nemen op volkshuisvestelijk en ruimtelijk gebied. In regionaal verband is de planvoorraad teruggebracht van ruim 15.000 woningen naar 5.900 woningen.

De focus moet komen te liggen bij de bestaande (particuliere) woningvoorraad. Het is een belangrijke opgave om de woningvoorraad aan te passen aan de toekomstige kwalitatieve woningbouwbehoefte. Zeven gemeenten in de Achterhoek, de provincie Gelderland en alle corporaties in de Achterhoek hebben de samenwerking op het woonbeleid gestalte gegeven middels de ‘Regionale woonvisie 20102020’. Deze is inmiddels geactualiseerd en komt in de volgende paragraaf aan bod. Beoordeling plan Met dit plan worden woningen gerealiseerd waarvoor op lokaal niveau vraag is. Daarmee wordt ingespeeld op de bevolkingsverandering. Ook wordt ingespeeld op de energietransitie, omdat met de bouw aan de BENG-normen zal moeten worden voldaan. Dit betekent dat er een bijna energieneutraal gebouw wordt gerealiseerd. Ten slotte wordt er met het groene binnenterrein een bijdrage geleverd aan klimaatadaptatie. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen de Regionale structuurvisie Achterhoek 2012. Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen.

Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar proces begeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook:  er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025)

20

 

verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025; een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn; voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn; wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen.

De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Doetinchem heeft daartoe een herziene woningbouwstrategie en een lokale woonagenda opgesteld. Op 5 november 2015 is de Herziene woningbouwstrategie 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor Doetinchem betekent dit dat is ingestemd met een maximaal aantal woningen. In de gemeente Doetinchem mogen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025 maximaal 1.375 woningen toegevoegd worden. De in navolgende paragraaf 3.4.3 toegelichte notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek', vervangt de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 voor wat betreft het kwantitatieve deel. Dit betekent concreet dat passages uit de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 die (in relatie tot inmiddels verouderde prognoses) betrekking hebben op (de afspraken over) het aantal (netto) toe te voegen woningen tot 2025 (inclusief de in 2015 afgesproken verlaging met 10%) niet meer van toepassing zijn c.q. worden vervangen door de inhoud van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek'.

Daarmee wordt op grond van regionaal beleid ruimte geboden om woningen toe te voegen voorzover die woningen (onder andere) voorzien in een aantoonbare behoefte in plaats van dat de ruimte die er is om woningen toe te voegen een afgeleide is van een afgesproken maximaal aantal woningen (het woningcontingent). Daarnaast is met het vaststellen van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' de onwenselijkheid die in de Regionale Woonagenda 2015-2025 is opgenomen t.a.v. het toevoegen van extra woningen in de kleine kernen en het buitengebied, niet meer van toepassing voor nieuwe plannen. De in de Regionale Woonagenda 2015-2025 opgenomen mogelijkheid voor maatwerkoplossingen in incidentele gevallen blijft onverkort van toepassing op bestaande en nieuwe plannen die betrekking hebben op het toevoegen van woningen in de kleine kernen en het buitengebied. De provincie Gelderland stelt de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' vast als wijziging van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 op de hiervoor genoemde passages. Plannen die betrekking hebben op het toevoegen van nieuwe woningen in de gemeente Doetinchem en voldoen aan de lokale uitwerking van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' c.q. de 'Woningbouwstrategie 2019', zijn daarmee ook passend binnen de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025.

In de navolgende paragraaf komt deze notitie aan bod, en tevens wordt dit planvoornemen getoetst aan de beleidsnotitie.

21

Beoordeling plan Het planvoornemen betreft de realisatie van 62 wooneenheden in de vorm van een appartementengebouw rondom een nieuw aan te leggen binnenterrein en een parkeergarage. In paragraaf 3.5.4. is geconcludeerd dat het plan voldoet aan de lokale uitwerking van de notitie ‘Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek’ c.q. ‘Woningbouwstrategie 2019’. Hierdoor is dit plan ook passend binnen de ‘Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025’. Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio Achterhoek houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen om te kunnen voorzien in de kwalitatieve behoefte die er nu en in de toekomst is. Daarom is in regionaal verband vanuit de thematafel Wonen en Vastgoed de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' opgesteld en door alle Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem heeft deze notitie op 26 september 2019 vastgesteld. Op basis van deze notitie wordt onder voorwaarden ruimte gegeven aan de bouw van extra woningen in de regio Achterhoek. Daarmee moeten nieuwe plannen voor het toevoegen van woningen in ieder geval worden getoetst aan de volgende drie voorwaarden/kwaliteitscriteria: 1. de behoefte is aangetoond, ; 2.

voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); 3. en inbreiding gaat voor uitbreiding. De notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' is door de provincie Gelderland vastgesteld als wijziging op een aantal passages van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 en geldt als toetsingskader in het kader van artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland. Tegelijkertijd heeft de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem, conform en met in achtneming van de inhoud van de notitie, het college van burgermeester en wethouders opdracht gegeven om de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' nader uit te werken voor de gemeente Doetinchem. Deze nadere uitwerking is noodzakelijk om daadwerkelijk medewerking te kunnen verlenen aan plannen voor het toevoegen van nieuwe woningen in de gemeente Doetinchem. De nadere (lokale) uitwerking heeft zijn beslag gekregen in de 'Woningbouwstrategie 2019'. Meer hierover in paragraaf 3.5.4 Woningbouwstrategie 2019. Beoordeling plan Het planvoornemen betreft de realisatie van 62 wooneenheden in de vorm van een appartementengebouw rondom een nieuw aan te leggen binnenterrein en een parkeergarage. In paragraaf 3.5.4. is geconcludeerd dat het plan voldoet aan de lokale uitwerking van de notitie ‘Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek’.

Hierdoor is dit plan ook passend binnen de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek’.

22

3.5. Gemeentelijk beleid Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: - beherend ontwikkelen van stad en land; - kwaliteit en beleving; - economische kansen; - Doetinchem en haar omgeving. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Doetinchem en haar omgeving Als centrumgemeente zal Doetinchem de komende jaren een steeds belangrijkere rol vervullen. Als gevolg van bevolkingsontwikkeling zullen omliggende dorpen steeds vaker gebruik maken van de Doetinchemse voorzieningen. Goede verbindingen met de buurgemeenten zijn noodzakelijk. Er zijn verschillende samenwerkingsvormen, ook met buurland Duitsland. Belangrijke aandachtsgebieden zijn momenteel de infrastructuur, de zorg, het onderwijs, de werkgelegenheid en de cultuur.

23

Uitsnede Plankaart Structuurvisie Doetinchem - 2013

Beoordeling plan Het planvoornemen is conform de Plankaart gelegen in de aanduidingen ‘De groene waas’, ‘Acupunctuur in de stad’ en ‘Beleef het land’. Het plan draagt bij aan een meer groene binnenstad door de aanleg van o.a. de binnentuin en groene daken. Dit draagt tevens bij aan meer herkenbaarheid en beleefbaarheid van groen in de stad. Het plangebied is gelegen in de centrumrand van de stad. Met het plan wordt een passende toevoeging gedaan en een kwalitatieve bijdrage geleverd aan de directe omgeving, omdat verouderde en leegstaande panden worden gesloopt en omdat er hoogstaande nieuwbouw in de vorm van 62 appartementen boven een parkeerkelder rondom een nieuw aan te leggen binnenterrein voor in de plaats komt. Dit heeft een positieve bijdrage aan de stad en de levendigheid van het centrum en de centrumrand. Ten slotte draagt het transformatieplan bij aan het beherend ontwikkelen van de stad. Deze planelementen zijn passend in de ‘Structuurvisie Doetinchem 2035’. Doetinchem Natuurlijk Duurzaam Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om onze duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip.

Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven.

24

Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen. In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Beoordeling plan Naast het feit dat de toekomstige nieuwbouw moet voldoen aan de duurzaamheidseisen die voortvloeien uit het Bouwbesluit 2012 en de nieuwste BENG-normen (milieuprestatie van ten hoogste 0,8), zal de ontwikkeling van het terrein en de opstallen geschieden middels een integrale duurzaamheidsbenadering.

Alle ingrepen in de buitenruimte zijn gericht op een goede waterhuishouding, een aangenaam stadsklimaat, een natuurinclusieve benadering welke de biodiversiteit versterkt en een inrichting met een hoge gebruiks- en belevingswaarde (zie ook bijlage 1 bij deze toelichting). Dit is passend in het beleidskader ‘Doetinchem Natuurlijk Duurzaam’. In dit stadium is nog niet bekend op welke manier de toekomstige huishoudens worden voorzien van energie. Hoogstwaarschijnlijk zullen de daken worden voorzien van zowel sedum als zonnepanelen en/of zonnecollectoren. Omdat nog niet in detail is onderzocht hoe in de energie wordt voorzien is in dit stadium ook nog niet bekend om hoeveel panelen en/of collectoren het gaat. De nieuwe appartementen in de bestaande bebouwing worden integraal betrokken in de voorziening van energie (dus gasloos en all-electric). Na een eerste verkenning is gebleken dat er voorkeur is naar de variant met warmtepompen op basis van ventilatie retourlucht, waarbij de warmtepompen inpandig worden voorzien. Sinds 10 maart 2020 geldt op grond van het Bouwbesluit de eis dat bij nieuwe woongebouwen met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein voor elk parkeervak, dat aan een woning wordt toegekend, leidinginfrastructuur (loze leidingen) wordt aangelegd voor de aanleg van laadpunten. Deze eis zal worden meegenomen bij de uitwerking van het bouwplan.

Duurzame energieopwekking in Doetinchem Op 25 april 2019 heeft de gemeenteraad het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem vastgesteld. Met dit beleidskader is helder hoe de gemeente initiatieven voor duurzame energieopwekking in behandeling wil nemen. Dit beleidskader is een nadere uitwerking van het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam. Het biedt inwoners de mogelijkheid om mee te doen en mee te beslissen bij projecten voor duurzame energieopwekking in hun buurt. Daarnaast geeft het initiatiefnemers een handelingsperspectief

25

waarmee zij projecten voor duurzame energieopwekking tot ontwikkeling kunnen brengen in Doetinchem. De doelstelling van het beleidskader is drieledig: 1. Het beleidskader heeft als doel ruimte te bieden voor duurzame energieopwekkingsinitiatieven. Door het beleidskader is de gemeente in staat om initiatieven te 'toetsen' op hun inpasbaarheid. 2. De ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied waarborgen en waar mogelijk versterken. Het beleidskader geeft richtlijnen voor 'inpassing' van initiatieven met een grote ruimtelijke impact zoals zonneparken en windparken. 3. Ten derde is het doel dat grootschalige initiatieven met een zo groot mogelijke maatschappelijke betrokkenheid tot stand komen. Dit alles om de betrokkenheid te vergroten en de omgeving mee te laten profiteren van de voordelen die ook ontstaan. Beoordeling plan In dit stadium is nog niet bekend op welke manier de toekomstige huishoudens worden voorzien van energie. Hoogstwaarschijnlijk zullen de daken worden voorzien van zowel sedum als zonnepanelen en/of zonnecollectoren. Omdat nog niet in detail is onderzocht hoe in de energie wordt voorzien is in dit stadium ook nog niet bekend om hoeveel panelen en/of collectoren het gaat. Na een eerste verkenning is gebleken dat er voorkeur is naar de variant met individuele warmtepomp op basis van ventilatie retourlucht, waarbij de warmtepompen inpandig worden voorzien.

Conform het Bouwbesluit 2012 en BENG-norm worden de nieuwe woningen gasloos opgeleverd en zullen de woningen voldoen aan de geldende duurzaamheidsvereisten. Dit geldt ook voor de nieuwe appartementen in de bestaande bebouwing. Met het voorliggende bestemmingsplan worden meerdere klimaatadaptieve oplossingen beoogd, zoals op het terrein van water, vergroening en duurzaamheid. In bijlage 1 bij deze toelichting is hier in meer detail op ingegaan. Met deze duurzaamheidsambities voldoet het bouwplan aan het beleid ‘Duurzame energieopwekking Doetinchem’. Woningbouwstrategie 2019 (versie januari 2021) Op 28 november 2019 heeft de gemeenteraad de 'Woningbouwstrategie 2019' vastgesteld. De afgelopen jaren kon beperkt medewerking worden verleend aan woningbouwplannen. Aanleiding daarvoor waren regionale afspraken over het maximaal aantal toe te voegen woningen en bijbehorend lokaal beleid onder de noemer (uitvoering) herziene woningbouwstrategie uit 2015 en 2016. Tegelijkertijd heeft dit beleid ervoor gezorgd dat de gemeente de regie weer in handen heeft als het gaat om het toevoegen van nieuwe woningen; de latente woningbouwcapaciteit in bestemmingsplannen is geschrapt. De gemeente kan nu weer meewerken aan gewenste woningbouw ontwikkelingen.

De groei van het aantal huishoudens in de regio Achterhoek alsook in de gemeente Doetinchem houdt langer aan dan eerder was voorzien ten tijde van het vaststellen van regionale afspraken over het maximaal aantal toe te voegen woningen en bijbehorend lokaal beleid onder de noemer (uitvoering) herziene woningbouwstrategie uit 2015 en 2016. Dat de groei van het

26

aantal huishoudens langer aanhoudt dan verwacht, betekent dat er extra woningen moeten komen om te kunnen voorzien in de kwalitatieve behoefte die er nu en in de toekomst is. De gemeenteraad van Doetinchem heeft daartoe op 26 september 2019, net als de andere Achterhoekse gemeenten, de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek' vastgesteld. Daarmee is een nieuw regionaal kader gegeven waaraan nieuwe woningbouwontwikkelingen in de regio en dus ook in de gemeente Doetinchem moeten voldoen. Zie voor meer informatie paragraaf 3.4.1. De 'Woningbouwstrategie 2019' vormt de uitwerking van dat kader c.q. de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek'. Met de 'Woningbouwstrategie 2019' kan de gemeente Doetinchem sturen op het toevoegen van woningen waar behoefte aan is voor de verschillende doelgroepen, op het toevoegen van stedenbouwkundige kwaliteit en op het bestrijden van leegstand. Daarmee geeft de 'Woningbouwstrategie 2019' mede invulling aan de opvatting van de gemeente dat degenen die in de gemeente Doetinchem willen wonen ook terecht moeten kunnen op de woningmarkt binnen de gemeente Doetinchem. Met de 'Woningbouwstrategie 2019' wordt het voor initiatiefnemers duidelijk aan welke voorwaarden hun initiatieven in ieder geval moeten voldoen om in principe medewerking van de gemeente te verkrijgen.

Doetinchem In de ‘Woningbouwstrategie 2019’ (versie januari 2021) is de algemene behoefte aan woningen in Doetinchem in beeld gebracht. Daartoe is geconcludeerd dat er voor de stad Doetinchem een kwantitatieve woningbehoefte bestaat van circa 1.290 tot 1.955 woningen in de periode 20182028. Daarnaast is er ook naar kwalitatieve aspecten gekeken. Voor de stad Doetinchem geldt dat in de huursector met name behoefte is voor sociale rijwoningen en in mindere mate middenhuur rijwoningen en middenhuur toegankelijk. Toegankelijk staat voor woningen waarbij de belangrijkste functies op één verdieping zijn gerealiseerd, zoals appartementen of patiowoningen. In de koopsector is met name behoefte aan tweekappers/vrijstaande woningen van € 250.000 - € 350.000. Daarnaast is tevens behoefte aan rijwoningen en tweekappers tot en met € 250.000 en toegankelijke woningen tot € 350.000. Wat verder opvalt is dat de behoefte aan middeldure koopwoningen in de kern Doetinchem niet echt prominent naar voren komt, terwijl de behoefte aan binnenstedelijke kavels in de kern Doetinchem, afgaande op de flinke wachtlijsten bij de gemeente, groot is. Op basis van die informatie heeft de gemeente een extra V-tje toegevoegd aan de dure koop van vrijstaande woningen in de kern Doetinchem. De meeste binnenstedelijke kavels bieden uiteraard ook de mogelijkheid om daarop een toegankelijke woning te realiseren.

27

deze tabel is ontleend aan de 'Vragenlijst toetsing woningbouwstrategie 2019 - versie januari 2021'

Beoordeling plan Met het plan worden 62 wooneenheden toegevoegd aan een locatie waarin de huidige situatie 2 wooneenheden aanwezig zijn. Met dit project is het volgende programma beoogd:  Koop > toegankelijk tot € 185.000 / sociale huur: circa 10% (9 eenheden, waarvan 2 reeds aanwezig);  Koop > middelduur laag € 185.000 – 250.000: circa 20% (16 eenheden);  Koop > middelduur hoog € 250.000 – 350.000: circa 50% (28 eenheden);  Koop > toegankelijk vanaf € 350.000: circa 20% (11 eenheden). Het beoogde programma is volledig in lijn met de Woningbouwstrategie 2019 omdat er beoogd wordt te bouwen voor de doelgroepen waar behoefte naar is (V’s in bovenstaande tabel). De woningen worden levensloopbestendig wat tevens bijdraagt aan de doelgroepenbenadering. Daarnaast geldt dat er kwantitatief gezien voldoende ruimte is. De beoogde 62 wooneenheden vallen ruim binnen de bandbreedte 1.290-1.955 eenheden. Door realisatie van het initiatief verbetert de stedenbouwkundige kwaliteit. Enerzijds wordt een gevarieerd programma gerealiseerd. Anderzijds wordt dit programma in een architectuur voorzien met veel afwisseling. Ten derde wordt een doorsteek voorzien met een semi-openbare ruimte. Deze doorsteek en groene semi-openbare ruimte voegt kwaliteit toe. Hierdoor past het bouwplan goed binnen het gemeentelijk beleid, zowel wat betreft woonbeleid als overige kwalitatieve aspecten.

Zo wordt ook het openbare parkeerterrein voorzien van een kwaliteitsimpuls. Groenstructuurplan Doetinchem 2017 Het Groenstructuurplan Doetinchem 2017 vormt de basis van de groene bestemmingen in dit plan. Het groenstructuurplan is recent geactualiseerd en op 27 juni 2017 vastgesteld door het college. Het plan is het beleidsdocument waarin beleid en ambities ten aanzien van de groenen bomenstructuren zijn vastgelegd. Het gaat daarbij zowel om de functionele als de visueelruimtelijke aspecten van het groen. Het groenstructuurplan is leidend bij ruimtelijke

28

vraagstukken waar zij onderdeel van uitmaakt. De beleidsuitgangspunten voor het plan komen voort uit de Structuurvisie Doetinchem 2035. De belangrijkste doelen van het plan zijn:  vastleggen van bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd)groen- en bomenstructuren;  verwoorden groene ambities en uitwerken naar concrete projecten en acties;  handvatten bieden voor afwegingen bij ruimtelijke claims, afstoten en verkoop van het openbaar groen;  functioneren als toetsingsinstrument voor de Bomenverordening;  mede richting geven aan aanleg, beheer en onderhoud.

Groenstructuurkaart, Kaart 1 Doetinchem

Beoordeling plan Het plangebied (rood omlijnd) is niet aangeduid met een hoofd-, neven-, of andere structuur. De Dr. Huber Noodtstraat is aangeduid als ‘Nevenstructuur bomen - gewenst’. Ook is er een groene pijl zichtbaar die staan voor gewenste verbindingen in groenstructuren. Aan de westzijde van het plangebied zijn 6 bomen gesitueerd. 5 bomen zijn gelegen direct naast de perceelsgrens (gemeentelijk eigendom) en 1 boom is gesitueerd binnen het plangebied. Het betreffen exemplaren van de soort gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), hebben een leeftijd van circa 45 jaar en verkeren over het algemeen in matige conditie. Met een boomeffectanalyse is inzicht verkregen in de mogelijke negatieve invloeden van het bouwplan op de bomen (rapportnummer 17537.002, d.d. 3-12-2021). Daarnaast is een boomwaardetaxatie verricht van de bomen (rapportnummer 048-21-006, d.d. 30-11-2021). Deze rapporten zijn als bijlage 11 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Hierna volgen de conclusies.

29

Stampositie en kroonprojectie 6 esdoorns

Boom 1 t/m 6 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De bomen zijn niet duurzaam te behouden vanwege de verwachtte negatieve boven- en ondergrondse effecten. De vervangingskosten van de gemeentelijke bomen is getaxeerd op een waarde van € 6.649,-. Het taxatiebedrag zal door de gemeente geïnvesteerd worden in nieuw groen in de nabijheid van het plangebied. Het taxatiebedrag zal in de anterieure overeenkomst opgenomen worden. Omdat de bomen van de gemeente zijn zal de kapvergunning door de gemeente aangevraagd worden. De kosten voor de kap en eventuele aanvullende zaken (herplantplicht) komen voor rekening van de initiatiefnemer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7863/documents/42739