Bijlage 2b.4. Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische verkenning Setaxterrein.pdf
Tekst van het document
Bouwhistorische verkenning Setax-terrein, Doetinchem Burgland Real Estate 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Contactpersoon LUC TIMMERMANS Adviseur gebouwd erfgoed
M 06 2548 2988 E luc.timmermans@arcadis.com
2
Datum: 11 juni 2021
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1632 6201 BP Maastricht Nederland
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1
4
Aanleiding
2
Redengevende omschrijving
5
3
Historische achtergrond
7
3.1
Gebr. Sevink
7
3.2
Wederopbouw Doetinchem
9
3.3
Jan Ovink
10
3.4
Ontwikkelgeschiedenis Setax-terrein
13
4
5
6
Beschrijving
21
4.1
Woonhuis/showroom
23
4.2
Werkplaats I
24
4.3
Wasplaats
25
4.4
Werkplaats II
26
4.5
Garageboxen
27
4.6
Garage
28
Waardestelling
29
5.1
Contextuele waarden
29
5.2
Interne waarden
30
Conclusies en aanbevelingen
31
6.1
31
Aanbevelingen
Bronnen
35
Colofon
36
3
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
1
Inleiding
De industriële bebouwing op het Setax-terrein aan de Dr. Hubert Noodtstraat in Doetinchem zijn tot stand gekomen in het tweede en derde kwart van de twintigste eeuw. De bebouwing bestaat uit een aaneenschakeling van verschillende gebouwdelen uit verschillende bouwtijden en vormen samen een grillig, langgerekt bedrijfscomplex. De bebouwing is in de loop van de vorige eeuw meegegroeid met de onderneming van de gebroeders Sevink, die op deze plaats eerst een rijwielhandel en later een autowerkplaats en taxibedrijf exploiteerden. Tegenwoordig staan de gebouwen grotendeels leeg of hebben geen duurzame functie waardoor de bouwkundige staat verslechtert. Er zijn plannen om deze locatie te herontwikkelen voor woningbouw.
1.1
Aanleiding
In het bestemmingsplan Stedelijk gebied - voorjaar - 2020 van de gemeente Doetinchem is het ‘gehele ensemble’ aan de Dr. Huber Noodtstraat 40/42 opgenomen als ‘cultuurhistorisch waardevol’. Dit betekent dat ze niet zonder vergunning mogen worden gesloopt. Om die reden is Arcadis gevraagd een bouwhistorische verkenning met waardestelling uit te voeren naar het exterieur en interieur van de gebouwen behorende bij het complex. Hiertoe is het terrein bezocht en heeft er beperkt archiefonderzoek plaats gevonden, gericht op het bouwdossier. Doordat een gedeelte van de gebouwen op last van de gemeente Doetinchem ten tijde van het locatiebezoek was verzegeld, heeft de opname met name betrekking gehad op het exterieur van de gebouwen. De bouwhistorische verkenning is uitgewerkt in hoofdstukken 3 tot en met 5. Er is gewerkt volgens de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009. De verkenning sluit af met een waardenstelling op hoofdlijnen. Vanwege het inventariserende karakter van deze verkenning – en omdat het een ensemble van gebouwen betreft - is deze waardering schriftelijk uitgewerkt. Een waarderepresentatietekening is niet uitgewerkt, omdat zo’n tekening een hoger detailniveau van de waarderingen zou doen vermoeden dan is uitgewerkt.
Het onderzoek bouwt gedeeltelijk voort op de bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning met waardestelling (Vromen, Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning met waardestelling Dr. Hubert Noodtstraat 38a te Doetinchem, 2020) van de op hetzelfde terrein gelegen Petro-hal. De analyse van de historisch-stedenbouwkundige context uit die rapportage biedt ook inzicht in de vroege ontwikkeling van het Setax-terrein. Er wordt aangenomen dat de inhoud daarvan bekend is, en wordt daarom niet nogmaals in onderhavige rapportage opgenomen. Op basis van het bouwdossier van de gemeente Doetinchem is de ontwikkelgeschiedenis van het gebied in kaart gebracht. Er is daarnaast een beknopt literatuur- en archiefonderzoek verricht naar het oeuvre en de werkzaamheden van architectenbureau Ovink & zn., dat verantwoordelijk was voor het ontwerp van een aantal van de gebouwen op het terrein. Op basis van de bouwhistorische verkenning is er een advies uitgebracht voor het op een verantwoorde wijze integreren van de vastgestelde waarden bij toekomstige ontwikkelingen van het terrein. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 6.
4
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
2
Redengevende omschrijving
Een gedeelte van het ensemble aan de Dr. Huber Noodtstraat 40/42 is door de gemeente in het vigerende bestemmingsplan aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevol’. Als onderdeel van de actualisatie van de bestemmingsplannen in het stedelijk gebied is in 2019 en 2020 een inventarisatie uitgevoerd naar cultuurhistorisch waardevolle objecten in de kernen van de gemeente Doetinchem. De beschrijving van het ensemble in dat rapport (Vromen, Doetinchem Centrum, cultuurhistorisch waardevolle panden, 2020) luidt als volgt:
Inleiding In 1933 werd aan de Dr. Huber Noodtstraat een handel in rijwielen, motoren en auto’s opgericht door de gebroeders Sevink. De broers breidden in 1937 het bedrijf uit met een autoverhuurinrichting en taxibedrijf onder de naam Setax. Op het binnenterrein staat nog een werkplaats uit de jaren ’30 (wit geschilderd onder zadeldak). In 1949 liet M.L.Th. Sevink achter op het terrein een garage bouwen. Tussen deze garage en de bestaande werkplaats lag destijds al een magazijn. In 1950 kreeg Sevink vergunning voor de bouw van een nieuwe woning met showroom aan de Dr. Huber Noodtstraat, met achtergelegen werkplaats voor de reparatie van rijwielen. Het ontwerp voor zowel de garage uit 1949 als de woning uit 1950 werd verzorgd door het architectenbureau H.J.L. Ovink en Zn. In 1961 werd achter de reparatiewerkplaats een extra onderhoudswerkplaats gebouwd. Het bestaande magazijn werd in 1964 verbouwd en vergroot.
Beschrijving Woning met showroom uit 1950 op een rechthoekige plattegrond van twee bouwlagen onder een met gesmoorde, opnieuw verbeterde Hollandse pannen gedekt (licht geknikt) schilddak. Op het dak staat een forse gemetselde schoorsteen. Het dak watert af via houten goten op geprofileerde klossen. De gevels zijn inclusief trasraam uitgevoerd in schoon metselwerk in Vlaams verband. Vensters zijn gemoderniseerd. De voorgevel is voorzien van een grote drieledige pui van kunststeen, afgesloten met een betonnen puibalk. De rechter zijgevel bevat de hoofdentree van de vml. Showroom onder een brede segmentboog die voorzien is van aanzet- en (sluit)stenen. Daarachter is ter plaatse van het woongedeelte een driezijdige erker aangebracht op een gemetselde borstwering. Reparatiewerkplaats uit 1950 op een rechthoekige plattegrond onder een plat dak. De ruimte ontvang daglicht via een op het platte dak aangebrachte, langgerekte lichtstraat. De gevels zijn inclusief trasraam opgetrokken in schoon metselwerk in Vlaams verband. De gevel aan het binnenterrein bevat centraal een dubbele bedrijfstoegang onder een segmentboog, draaiend op duimgehengen. Aan weerszijden een venster met stalen raam met roedeverdeling onder een rollaag, met een bakstenen lekdorpel. De ramen zijn gevuld met figuurdraadglas. Werkplaats uit ca.
1934 op een rechthoekige plattegrond onder een met overwegend gesmoorde muldenpannen gedekt zadeldak. De gevels bevatten gevelankers van de zolderbalklaag en zijn later wit geschilderd. De gevel aan het binnenterrein is voorzien van een brede bedrijfstoegang op de begane grond. Rechts op de begane grond en op zolderniveau een stalen raam met roedeverdeling (staand en liggend). De ramen zijn gevuld met figuurdraadglas. Garage uit 1949 op een rechthoekige plattegrond onder een zadeldak. Het dak wordt gedragen door gebogen gelamineerde Nemaho. De gevels zijn opgetrokken in kruisverband waarschijnlijk later wit geschilderd. De noord- en zuidgevel bevatten in de top een rond venster met stalen roeden. De westgevel is ingedeeld met vijf stalen ramen met roedeverdeling, waarvan de onderramen gevuld zijn met kathedraalglas. De vensters zijn voorzien van bakstenen lekdorpels. Geheel rechts een deur. De indeling van de gevel aan de binnenplaats is gemoderniseerd.
5
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Waardering Dr. Huber Noodtstraat 401 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. Cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) De woning met showroom, werkplaatsen en garage is van belang vanwege de indirecte verwijzing naar de toename van het gemotoriseerde verkeer en vervoer in Doetinchem in de loop van de 20e eeuw en de vestiging van de bijbehorende dienstverlening aan de belangrijke uitvalswegen. Het complex is verder van belang vanwege de plaatselijke herinneringswaarde aan het hier sinds de jaren ’30 gevoerde taxibedrijf Setax, opgericht in 1933 door de gebroeders Sevink, en aan de bedrijfsuitbreiding kort na de Tweede Wereldoorlog. Architectuurhistorische waarde (II.1, II.3, II.6, II.7 en II.8) Het complex is van belang vanwege de ordening en vormgeving van de verschillende gebouwdelen waarbij logistiek, functionaliteit en doelmatigheid voorop stond. Het pand aan de straat is een herkenbaar en gaaf bewaard voorbeeld van een woning met showroom in traditionalistische stijl uit de vroege wederopbouwperiode. De Nemaho spanten in de garage uit 1949 zijn van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek.
Het complex is verder van belang vanwege het materiaalgebruik, de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis en vanwege de bijdrage aan het oeuvre van het architectenbureau H.J.L. Ovink & Zoon. Stedenbouwkundige waarden (III.2 en III.6) Het complex levert vanwege de situering aan een ruim binnenterrein en vanwege de onderlinge ordening van de gebouwen een belangrijke bijdrage aan het ruimtelijke beeld ter plaatse.
1 Hier worden nummers 40 en 42 bedoeld
6
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
3
Historische achtergrond
Een historische analyse van de plek is opgenomen in de bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning van het gebouw aan de Dr. Huber Noodtstraat 38a (Vromen, Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning met waardestelling Dr. Hubert Noodtstraat 38a te Doetinchem, 2020), en wordt hier verder niet herhaald. Om de historische achtergrond van de bebouwing op het Setax-terrein te beschouwen worden onderstaand aanvullend een aantal onderwerpen nader uitgelicht.
3.1
Gebr. Sevink
De ontwikkeling van het bedrijfsterrein aan de Dr. Huber Noodtstraat 40 hangt voor een groot deel samen met de introductie van de auto in Nederland begin twintigste eeuw. Nederland is eind negentiende eeuw niet heel ontvankelijk voor de komst van de automobielen. Gemeentes legden verboden op, de overheid eiste talloze vergunningen en de auto werd afgebeeld als speelgoed van de elite dat een bedreiging voor de verkeersveiligheid veroorzaakte (Sijtsma, 2007). De eerste auto’s waren licht, duur en open en dus niet geschikt voor alle doeleinden en doelgroepen. In 1903 wordt echter besloten dat de postdienst sneller kon functioneren wanneer zij gebruik ging maken van auto’s in plaats van de meer ouderwetse trein. De acceptatie van de auto groeit daardoor. In het eerste kwart van de twintigste eeuw worden auto’s langzaam gemeengoed in Nederland. Waar er in 1896 de eerste twee auto’s in Nederland op de weg gebracht worden, rijden er in 1900 ongeveer 200 auto’s in Nederland en in 1939 al zo’n 100.000 (Sijtsma, 2007). Het gebruik van auto’s heeft ook dan al zijn invloed op de stedenbouwkundige ontwikkeling van binnensteden. Straten en openbare ruimtes worden ingericht voor het gebruik van de auto en er ontstond een vraag naar steeds meer voorzieningen als benzinestations en reparatiewerkplaatsen. De gebroeders Sevink spelen in op precies deze ontwikkeling.
In 1933 richten zij in Zelhem – zo’n 6 km ten noordoosten van Doetinchem - een handel op in rijwielen, motoren en auto’s. Al snel - vermoedelijk in of rond 1934 breidt het bedrijf uit met een vestiging in Doetinchem aan de Dr. Huber Noodtstraat. Daar wordt op het achterterrein van een bestaand gebouw een werkplaats met garage opgericht. Beide ‘vestigingen’ van het bedrijf houden zich bezig met het de verkoop en reparatie van rijwielen, motoren en auto’s (Figuur 1). Zowel in Zelhem als in Doetinchem gebruiken zij daarvoor relatief kleine gebouwen.
Figuur 1 Advertentie Gebr. Sevink: De Gelderse Achterhoek, 24 augustus 1936
De Arnhemse Courant van 27 december 1937 (Arnhemse Courant, 1937) meldt dat het bedrijf van de Gebrs. Sevink aan de Dr. Huber Noordstraat 40 wordt uitgebreid met een ‘autoverhuurinrichting’ en taxibedrijf onder de naam “Setax” (Sevink taxi). Daarmee werd vooral overgegaan op een nieuwe, modernere handelsnaam, aangezien de gebroeders Sevink al eerder taxidiensten aanbieden.
7
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Na de Tweede Wereldoorlog gaan de zaken schijnbaar goed voor de broers Sevink. Zowel in Doetinchem als in Zelhem zijn er plannen voor de nieuwbouw van grotere, modernere werkplaatsen. Aan de Dr. Huber Noodtstraat wordt door M. Sevink in 1949 – 1950 op het achterterrein een groot garagegebouw opgericht naar ontwerp van architectenbureau Ovink & zn. Aan de straatzijde van het perceel wordt dan bovendien een woon-winkelhuis gebouwd, met een aangebouwde werkplaats (Figuur 2). Daarmee ontstaat er een professioneel garagebedrijf voor de verkoop en reparatie van auto’s en rijwielen.
Figuur 2 Ontwerp voor een woonhuis met werkplaats
Ook in Zelhem voldoet de werkplaats niet meer aan de eisen van de tijd. In 1955 laat de andere broer, G. Sevink een nieuwe winkel met een bovenwoning, garage en benzinestation bouwen. Deze wordt gerealiseerd in het centrum van Zelhem, aan de Markt.
Figuur 3 Garage Sevink aan de Ruurloseweg in 1946 te Zelhem
Figuur 4 Garage Sevink aan de Markt in 1955 te Zelhem
De broers blijven als één bedrijf opereren en adverteren. Beide garages blijven lang gemengde bedrijven, die zich bezighouden met zowel de verkoop, reparatie als verhuur van auto’s, motoren en fietsen. In de jaren ’50 is het bedrijf merkdealer van o.a. Volkswagen (auto’s), Rudge (motoren) en Gazelle (fietsen).
8
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Figuur 5 Advertentie Gebr. Sevink ca. 1951
Langzaam maar zeker vindt er een scheiding in de werkzaamheden plaats tussen de twee vestigingen. Eind jaren ’50 richt Sevink in Doetinchem zich enkel nog op de verkoop en reparatie van fietsen en personenvervoer. Daarvoor wijzigt de naam naar Sevink’s Rijwielspeciaalzaak en Taxibedrijf. Het taxibedrijf maakt daarnaast nog steeds gebruik van de naam Setax. Op het terrein van aan de Dr. Huber Noodtstraat worden de garages en werkplaatsen keer op keer uitgebreid en aangepast op de nieuwe werkzaamheden en schaalvergroting van het bedrijf. Ook worden aangrenzende gebouwen opgekocht in de zoektocht naar meer ruimte op het perceel tegen de rand van de binnenstad van Doetinchem. In de jaren ’70 komt de naam Sevink in de bedrijfsnaam geheel te vervallen, wanneer het bedrijf doorgaat als Setax. Het bedrijf richt zich op de taxidiensten, maar heeft ook een licentie als autorijschool. In de roerige taxi-industrie fuseert het bedrijf en wordt het enkele malen overgenomen. Hoewel de familie Sevink zich al lang uit het bedrijf heeft teruggetrokken, behoudt het de naam Setax. Het taxibedrijf groeit en heeft op het hoogtepunt zo’n 70 taxi’s in bezit. In 2015, wanneer het bedrijf een gemeentelijke aanbesteding niet wint, is een faillissement echter onvermijdelijk (Pit, 2015), waarna de gebouwen aan de Dr. Huber Noodtstraat hun functie verliezen.
3.2
Wederopbouw Doetinchem
De stad Doetinchem kwam redelijk ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog. Tot kort voor de bevrijding, in maart 1945, geallieerde jachtbommenwerpers drie keer een vergissingsbombardement uitvoeren op doelwitten in en rond Doetinchem. Daardoor gingen het monumentale gemeentehuis en de Grote of St. Catharinakerk als meest waardevolle historische gebouwen verloren. Architect Jan Ovink (zie ook hoofdstuk 3.3) wordt vrij snel na de bombardementen belast met het inventariseren van de oorlogsschade in de stad. Zijn bevindingen geeft hij weer in een schadekaart, die aan de basis staat voor de plannen voor de wederopbouw van de stad (Figuur 6). Conclusie van zijn onderzoek: binnen de gemeente werden naast het gemeentehuis en de kerk 127 woon- en winkel-huizen, 9 winkelpanden, 5 fabrieken, 2 scholen, het
9
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
politiebureau, een hotel, een vergaderzaal en 9 bruggen geheel verwoest. Op deze kaart is de garage van de Gebr. Sevink niet gekleurd, dus is er geen oorlogsschade aan het gebouw gemeld.
Figuur 6 Schadekaart, met daarop aangegeven welke gebouwen licht beschadigd (geel), zwaar beschadigd (blauw) en verwoest (rood) werden tijdens de oorlog.
Na de oorlog ging de wederopbouw van Doetinchem op volle kracht van start. Direct na de bevrijding wordt het puin door de Nederlandse Heidemaatschappij via smalspoor en kiepwagens afgevoerd. Van de nood wordt een deugd gemaakt. Om ruimte te maken voor een modernere stad worden na het puinruimen de percelen door de gemeente onteigend (Van Meijel & Van Es, 2009). Daardoor wordt het mogelijk een efficiëntere verkaveling en een doelmatiger stratenpatroon te realiseren. Er worden stedenbouwkundige plannen ontwikkeld voor zowel de leeggekomen ruimtes als de expansie van de stad. Tegelijkertijd wordt een aantal belangrijke monumenten (onder andere de Grote Kerk) – onder toeziend oog van de Rijksdienst voor Monumentenzorg – herbouwd. Maar de meeste verwoeste gebouwen worden niet herbouwd. De opvulling van de gaten in de straatwanden gebeurt in een traditionalistische stijl van overwegend kleinschalige, individuele gebouwen die zich – samen met de gespaarde oudbouw – aaneenrijgen tot gesloten straatwanden en bouwblokken. Daarmee wordt geprobeerd het kleinschalige en besloten stadsbeeld te behouden. De traditionalistische stadsreparatie combineert de wens tot behoud van het historisch waardevolle en de noodzaak tot stedelijke vernieuwing (Van Meijel & Van Es, 2009).
De traditionele toevoegingen uit de wederopbouwperiode is een omvangrijke en beeldbepalende ‘laag’ in en rond de historisch gelaagde binnenstad van Doetinchem. Het concept van de traditionalistische stadsreparatie is in Doetinchem redelijk consequent toegepast, en tegenwoordig nog duidelijk zichtbaar.
3.3
Jan Ovink
De Terborgse architect Hendrik Ovink wordt in 1836 geboren als zoon van Hendrik Willem Ovink en Johanna Wilhelmina Salemink. In 1869 vestigt hij zich als zelfstandig architect in Doetinchem, waar op dat moment een grote uitbreiding van de stad buiten de voormalige stadswallen plaatsvindt. Ovink ontwerpt voor de uitbreidingen een aantal villa’s in een eclectische bouwstijl aan een lommerrijk plantsoen. Ook in de dorpen in de omgeving van Doetinchem verrijzen statige villa’s van de hand van Ovink. De ontwerpen kenmerken zich door het gebruik van rode baksteen met decoratieve speklagen in natuursteen, rijk geornamenteerde goot- en waterlijsten en de veelvuldige toepassing van dakkappelen en erkers, vaak met classicistische timpanen, pironen en torentjes. De statige, rijke uitstraling van deze bouwwerken paste goed bij de uitbreidingen van de stad, die vooral landelijk en ‘ruimtelijk’ moest zijn, als tegenhanger van de krappe binnenstad binnen de omwallingen. 10
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Figuur 7 Hummelo, Villa 'Johanna', 1903
Figuur 8 Ulft, Villa ‘Zeno’, 1896
In 1904 treedt zijn zoon Bernard Ovink toe tot het architectenbureau, dat voortaan H.J.L. Ovink & Zoon heet. Vader en zoon Ovink weten met hun eclectische stijl een groot aantal opdrachtgevers aan zich te binden, en krijgen zo de gelegenheid om een duidelijke stempel te drukken op de bebouwing in en rondom Doetinchem. De ontwerpen zijn niet stijlvast, maar kennen onderling een grote overeenkomst. Opvallend is dat het bureau een indrukwekkende productiviteit aan de dag legt in met name de eerste decennia van de twintigste eeuw. (mijnGelderland, sd). Een van de belangrijkere vooroorlogse opdrachten voor het bureau moet het bankgebouw van de Geldersche Crediet Vereeniging zijn geweest. In het ontwerp (Figuur 10) zijn duidelijk de stijl van de Amsterdamse school te herkennen, maar met invloeden van aan de lokale, traditionelere bouwkunst. Waarschijnlijk komt de wens voor een modernere vormentaal dan vanuit de opdrachtgever. Het ontwerp aan de Grutstraat toont veel soberder dan de villa’s uit de jaren daarvoor, maar is met veel oog voor detail vormgegeven. Voor de vormgeving van het de ornamenten in de gevel, en voor delen van de interieurafwerking wordt de Amsterdamse beeldhouwer Hildo Krop ingeschakeld.
Figuur 10 Doetinchem, Geldersche Crediet Vereeniging, 1915
Figuur 11 Doetinchem, Julianaplein 31, 1929
De invloed van de Amsterdamse school zien we in de ontwerpen die volgen steeds terugkomen, bijvoorbeeld in het ontwerp voor het woonhuis aan het Julianaplein in Doetinchem (Figuur 11). In 1920 wordt Hendrik Johan Lambert (Jan) Ovink jr. geboren. Als zoon van een architect, en vernoemd naar zijn opa, tevens architect, zal zijn beroepskeuze niemand hebben verbaasd. Na het plotseling overlijden van Bernhard in 1939 treedt Jan Ovink dan ook als de derde generatie Ovink toe tot het architectenbureau, hoewel dan zijn opleiding bouwkunde in Delft nog moet beginnen. Hij vormt samen G.H.A. Clerx de maatschap Ovink-Clerx waarbij Clerx de dagelijkse leiding over het bureau heeft. Jan combineert studie met het ontwerpen voor het architectenbureau, maar 11
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
wordt in de laatste dan van de Tweede Wereldoorlog gevraagd zich te richten op het herstel van de schade van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bombardementen wordt het gemeentearchief in de buurt van het treinstation getroffen. De directeur gemeentewerken en zijn rechterhand zijn daarbij om het leven gekomen en het archief is verbrand (Stichting Doetinchem Herdenkt, n.d.). Er is daarom amper informatie over de panden in de binnenstad. De gemeente vraagt daarom Jan Ovink om een en ander weer in kaart te brengen. Bewoners kunnen zich bij hem melden in een kantoortje in de buurt van de Zuivelweg. De schadekaart die Jan opstelt (Figuur 6), staat aan de basis van de wederopbouw van Doetinchem. Ook in de uitvoering van de herstelwerkzaamheden en de nieuwe toevoegingen heeft het bureau een grote invloed. In het decennium na de oorlog tekent het bureau vooral in een traditionalistische stijl die op dat moment populair is. Met het modernisme, dat na de oorlog door veel architecten wordt omarmd, wordt hoogstens geflirt. De ontwerpen die het bureau aflevert kenmerken zich door het gebruik van bakstenen, hoge daken en sobere ornamenteringen in de gevels. Veel ontwerpen vertonen een gevelgeleding door gebruik van kleine risalieten en kunststenen ornamenten op hoeken en constructief belangrijke punten.
Toch zijn de ontwerpen uit deze periode vooral gericht op een hoge productiviteit en snelle wederopbouw van de stad. De industriegebouwen en gebouwen op minder zichtbare locaties krijgen een andere behandeling. Deze worden veelal functionalistisch ontworpen, gebruikmakend van moderne technieken als gelamineerde liggers en betonconstructies. Over de gehele breedte zijn de ontwerpen degelijk en praktisch, geheel in lijn met de reputatie van het bureau.
Figuur 12 Ir. H.J.L. Ovink (Jan Ovink jr.), 1979
12
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
In 1957 rondt Jan zijn studie in Delft af. De lange studieduur is met name te wijten aan het feit dat hij veel in Doetinchem in het architectenbureau werkt. Vanaf dat moment is te zien dat de jongste generatie een grotere invloed in de ontwerpen krijgt. Vanaf de jaren ‘60 laat Jan de traditionalistische ontwerpprincipes steeds meer los, en ontwerpt hij steeds modernistischer. Voorbeelden zijn het P.G.E.M.-gebouw (Figuur 14) aan de Houtmolenstraat, flats aan de Zuivelweg, het pand van de Graafschapbode (Figuur 13) aan het Simonsplein, het consultatiebureau voor tuberculose aan de Jongstraat - Heyermansstraat, diverse raadshuizen en bedrijfspanden.
Figuur 13 Doetinchem, kantoor Graafschapbode (later Gelderlander)
3.4
Figuur 14 Doetinchem, P.G.E.M.-gebouw
Ontwikkelgeschiedenis Setax-terrein
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw groeit de stad Doetinchem een langzaam uit haar voegen. Er wordt gezocht naar ruimte voor uitbreiding van de bebouwing buiten de stadsgrenzen. Deze wordt in eerste instantie gevonden langs de verschillende uitvalswegen naar de omliggende dorpen en buurtschappen. Eén van die wegen is de Dr. Huber Noodtstraat, waar een lint van bebouwing ontstaat (Vromen, Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning met waardestelling Dr. Hubert Noodtstraat 38a te Doetinchem, 2020). Op een luchtfoto uit 1929 (Figuur 15) is deze lintbebouwing te zien. De locatie van het huidige Setax-terrein is op de foto gearceerd. Aan de straatzijde binnen het tegenwoordige Setax-terrein is dan een gebouw aanwezig. Waarschijnlijk is dit als onderdeel van de lintbebouwing in het begin van de twintigste eeuw gebouwd. Achter de hoofdbebouwing aan de zuidzijde (op foto links) van de Dr. Huber Noodtstraat worden de percelen vanaf de late 19e eeuw in meerdere fasen gesplitst in smallere achtererven. Deze erven blijven aanvankelijk in gebruik als tuin of kleinschalige akker. Haaks op de Dr. Huber Noodtstraat is op het achtererf van het tegenwoordige Setax-terrein is een pad zichtbaar dat voor een doorsteek zorgt naar de Plantsoenstraat, links op de luchtfoto hieronder.
13
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Figuur 15 Luchtfoto Dr. Huber Noodtstraat (rechts) en omgeving, 1929
Later, in het begin van de twintigste eeuw, wordt de bebouwing nogmaals geïntensiveerd, wanneer de achtererven van de lintbebouwing worden bebouwd. Hier ontstonden met name kleine bedrijfsgebouwen van verschillende ondernemingen. Op het tegenwoordige Setax-terrein wordt in 1934 een kleine garage opgericht door de gebroeders Sevink. Ongeveer gelijktijdig wordt door de ‘Doetinchemsche Begrafenis Onderneming “Draagt Elkanders Lasten”’ hier een werkplaats annex garage gebouwd (Vromen, Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning met waardestelling Dr. Hubert Noodtstraat 38a te Doetinchem, 2020). Beide ondernemingen delen een inrit aan de Dr. Huber Noodtstraat, en sluiten daarmee aan aan het bestaande pad richting Plantsoenstraat. De bebouwing op het perceel is dan nog steeds sterk georiënteerd op de Dr. Huber Noodtstraat. Dat gebouw is hieronder in zwart weergegeven, omdat het exacte volume en vormgeving van het gebouw onbekend is. We kunnen met vrij grote zekerheid zeggen dat het gebouw rond 1833 nog niet aanwezig was op deze locatie, aangezien het dan nog niet op de kadastrale kaart staat. In 1929 zien we het gebouw in elk geval op de luchtfoto. De noklijn van het gebouw staat haaks op de weg, en haaks op de overige bebouwing.
Op de luchtfoto lijkt het gebouw kenmerken van een T-boerderij te vertonen, met een voorhuis aan de straatzijde met een noklijn parallel aan straat, en daarachter haaks op het voorhuis de deel met wolfsdak. De garage van de gebroeders Sevink (midden links) is in 1934 qua volume een kleinschalige toevoeging op het gebouw aan de straatzijde. Het bestaat uit een éénlaags bakstenen gebouw onder zadeldak, met daarnaast een éénlaagse garage onder plat dak. Zowel het garagegebouw als het gebouw aan de straatzijde zijn duidelijk ingetekend op de kadastrale hulpkaart uit 1934 (Figuur 16). Hierop zijn de contouren van zowel het bestaande voorhuis aan de Dr. Huber Noodtstraat als de nieuwe toevoegingen op de achtererven te zien. De garage van de Doetinchemsche Begrafenis Onderneming is veel mee solitair gelegen en staat los van de bebouwing aan de straat. Op de hulpkaar is ook het pad tussen de percelen van Sevink en de begrafenisonderneming zichtbaar. Het Setax-terrein is op de kaart oranje gearceerd, maar bestaat op dat moment uit twee separate percelen die onafhankelijk van elkaar functioneren. 14
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
De situatie die zo is ontstaan blijft grotendeels onveranderd, tot ca. 1949. De situatie op dat moment is weergegeven in Figuur 21.
Figuur 16 Kadastrale hulpkaart uit 1934
In 1949 wordt door M. Sevink een vergunning aangevraagd voor het realiseren van een nieuw woonhuis met showroom aan de straatzijde met een achtergelegen werkplaats (Figuur 19), en een garagegebouw (Figuur 18). Opvallend is dat er geen sloopvergunning wordt aangevraagd voor het bestaande woonhuis. Voor beide ontwerpen is het architectenbureau Ovink & Zn. verantwoordelijk, waar G.A.H. Clerx het tekenwerk op zich neemt. Voor het garagegebouw in de zuidelijke hoek van het perceel wordt zonder veel problemen een vergunning verleend. Het ontwerp omvat een functionalistisch vormgegeven garagegebouw met een grote garagepoort aan het binnenterrein, hoge, lange vensters en een daklicht. De ronde vensters in de beide kopgevels vormen een sober architectonisch accent. Het gebouw sluit aan op de dan reeds bestaande garageboxen, die in de tussenliggende tijd verlengd moeten zijn. Het vloeroppervlak van 12,7 × 16,5 meter wordt vrijwel vrijgelaten, op een kleine was- en kleedruimte, een berging en een schaflokaal voor de taxichauffeurs na. In de vloer wordt een smeerput aangelegd. Voor de overspanning van ruim 16 meter wordt gebruik gemaakt van vier spanten van gelamineerd hout. Deze spanten worden ontworpen en gefabriceerd door de Nemaho (Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructies) uit Doetinchem.
De grote vrije ruimte die daardoor ontstond was ideaal voor de reparaties en stalling van auto’s en taxi’s. Het eerste ontwerp voor het woonhuis annex showroom aan de straatzijde valt minder goed bij de gemeente. Het Gelders Genootschap, dat optreedt als welstandscommissie, vindt het ontwerp van Ovink onsamenhangend, de plattegrond onlogisch en de gevelindeling onrustig. De commissie is extra kritisch op het ontwerp aangezien “het hier een belangrijk pand geldt”. Uiteindelijk levert Clerx in 1950 een ontwerp aan dat voor de commissie “in hoofdzaak aanvaardbaar” is. De commissie heeft een stevige invloed op het uiteindelijke ontwerp, met name op de kapvorm. In de eerste tekeningen (Figuur 19) zijn duidelijk de ontwerpprincipes van de Delftse School te herkennen2. Het voor die populaire na-oorlogse architectuurstijl kenmerkende gebruik van baksteen, hoge kozijnen met roedeverdelingen, erkers en hoge gootlijnen zijn allen terug te zien in het ontwerp. Ook de natuurstenen accenten op constructief belangrijke punten en de geleding van de zijgevel door een ondiepe risaliet zijn stijlkenmerken van de Delftse School. Het ontwerp dat uiteindelijk gerealiseerd wordt heeft niet alleen een ongelede gevel, maar mist ook de natuurstenen accenten in de top, aangezien het oorspronkelijk zadeldak moest worden vervangen door een holgeknikt schilddak.
De vormgeving is nog steeds sterk traditionalistisch. Het gebouw is volledig opgetrokken in roodbruine baksteen. De
2 Ovink (junior, die in die periode de leiding over het bureau heeft) heeft zich nooit bij de Delftse School aangesloten,
maar de ontwerpen tijdens de eerste jaren van de wederopbouw van Doetinchem tonen sterke overeenkomsten met deze dan populaire traditionalistische architectuurstroming. 15
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
brede bakgoten op consoleblokken, de hoge schoorsteen en kunststenen accenten rondom de gevelopeningen zorgen – ondanks de vrij beperkte omvang van het gebouw - voor een haast statige en in zekere zin rijke uitstraling. Het gebouw is grotendeels ontworpen als woonhuis, maar op de begane grond aan de straatzijde is een showroom voorzien. In de voorgevel zien we dit duidelijk terug in de drie grote gevelpuien, omrand met een sobere natuurstenen omlijsting. In de zijgevel, aan de toegang richting het achtererf wordt een grote segmentboog aangebracht met kunststenen hoek- en sluitsteen. Deze poort kon in drie delen worden geopend en was bedoeld om een auto de showroom in te rijden (Figuur 17). Via een separate ingang aan de oostgevel is het woongedeelte bereikbaar, dat op de begane grond bestaat uit een gang, woonkamer en keuken met bijkeuken. Op de verdieping vinden we vier slaapkamers en een badkamer met douche.
Figuur 17 Uitgevoerd ontwerp van het woonhuis met bedrijfsgedeelte: plattegrond begane grond (niet op schaal)
Achter het woon-/winkelhuis is een éénlaags garagegebouw gerealiseerd. Volgens de notities op de tekening hierboven is dat bedoeld als werkplaats voor rijwielreparatie. Het gebouw heeft een dubbele segmentboogpoort met bakstenen rollaag en een daklicht. De bijkeuken van het woonhuis vormt het tussenlid dat beide gebouwen met elkaar verbindt, en tevens voor een doorgang zorgt. De wigvormige ruimte tussen de gebouwen wordt enkel aan de achterzijde afgesloten met een muurtje, en wordt gebruikt als wasplaats voor auto’s en taxi’s. De door de nieuwbouw ontstane situatie is zichtbaar in Figuur 22.
16
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Figuur 18 Uitgevoerd ontwerp van het garagegebouw: gevelaanzichten (niet op schaal) ▲ Figuur 19 Tussenontwerp van het woonhuis met bedrijfsgedeelte: gevelaanzichten (niet op schaal) ▼
Figuur 20 Uitgevoerd ontwerp van het woonhuis met bedrijfsgedeelte: gevelaanzichten (niet op schaal)
17
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Figuur 21 Situatie Setax-terrein rond 1947. Het zwarte volume is indicatief. ▲ Figuur 22 Situatie Setax-terrein rond 1951 ▼
18
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
In de jaren daarna groeit de bebouwing mee met de ontwikkelingen van het bedrijf. Door verschillende aan- en verbouwcampagnes begint het terrein dan te verrommelen. Op het naastgelegen perceel wordt ten zuiden van de garage van de Doetinchemsche Begrafenisonderneming wordt in 1953 een timmerloods van aannemer Kolkman gebouwd. Daarmee doet een derde partij intrede tot het terrein, die tevens gebruikmaakt van de gedeelte toegang tot de Dr. Huber Noodtstraat. In het bebouwingslint achter de showroom van Sevink vinden enkele kleine maar ingrijpende aanpassingen plaats. Zo wordt in 1961 de wigvormige ruimte tussen het garagegebouw uit 1934 en de rijwielwerkplaats uit 1950 overdekt en voorzien van een poort. Door deze relatief kleine toevoeging worden alle gebouwen fysiek aan elkaar geregen, waardoor er een (architectonisch) onsamenhangend geheel ontstaat dat moeilijk afleesbaar is. Deze situatie is zichtbaar op een luchtfoto uit ongeveer 1962 in Figuur 23. Op deze foto is goed zichtbaar hoe op de achterliggende achtererven verschillende kleinschalige bedrijfsgebouwen zijn ontstaan.
Figuur 23 Luchtfoto Dr. Huber Noodtstraat, ca. 1962
Het bedrijf heeft steeds meer behoefte aan extra binnenruimte. In 1964 en 1968 worden de garageboxen daarom uitgebreid. Deze worden eerst gedeeltelijk, en daarna volledig voorzien van een extra verdieping, die dienstdoet als magazijn. Ook wordt het garagegebouw uit 1934 uitgebreid met een aanbouw waarin een kantoor wordt ondergebracht. De situatie die daarmee ontstaat is weergegeven in Figuur 24. In 1972 worden de garageboxen opnieuw ingrijpend veranderd. Het gebouw is overgenomen door Buho NV, dat hier een kleinschalige lederwarenfabriek wil vestigen. Daarvoor wordt de gehele gevel aan het binnenterrein zo’n 5 meter naar voren geplaatst en wordt het vloeroppervlakte bijna verdubbeld. Ook de loodsen naast de garage van de begrafenisonderneming worden uitgebreid. Het woonhuis wordt ook enkele malen aangepast aan de veranderende woonwensen. Het minst ingrijpend is waarschijnlijk het vervangen van het raam van de woonkamer in 1959. In 1976 wordt de indeling van de begane grond aangepast. Voor de uitbreiding van de keuken wordt het tussenlid uitgebreid met een kleine uitbouw richting oosten. Daarmee wordt de ruimtelijke scheiding tussen woonhuis en werkplaats tenietgedaan. Ook moet op dat moment de toegangsdeur tot het dakterras wijken voor een uitbreiding van de badkamer. De situatie die door deze ingrepen ontstaat is weergegeven in Figuur 25. 19
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
Figuur 24 Situatie Setax-terrein rond 1968 ▲ Figuur 25 Situatie Setax-terrein sinds 1976 ▼
20
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4
Beschrijving
Het Setax-terrein bevindt zich net buiten de historische kern van Doetinchem. Het is gelegen ten noordoosten van de binnenstad, aan een van de uitvalswegen vanuit de stad. Op enig moment zijn de achtererven van de begrafenisonderneming en de gebroeders Sevink samengevoegd tot één groot achtererf. Daarmee heeft het tegenwoordige Setax-terrein zijn huidige begrenzing gekregen. Ten zuiden van het terrein lag een restruimte die na de doorbraak van de Heezenpoort werd benut als parkeerterrein en tegen het eind van de 20e eeuw werd heringericht en verbonden met de Raadhuisstraat. Het zo ontstane Dr. Huber Noodtplein vormt sindsdien de zuidelijke begrenzing van het binnenterrein. Aan de westzijde is het terrein ingesloten tussen verschillende bebouwing. Aan de Dr. Huber Noodtstraat is dat een woon-/winkelpand uit 19083. De overige begrenzing wordt gevormd door het vierlaagse appartementencomplex aan de Raadhuisstraat uit 1972 dat met de rug naar het terrein is gesitueerd. Het terrein heeft aan de noordzijde een kleine verbinding met de Dr. Huber Noodtstraat en wordt aan die zijde verder afgesloten door twee gebouwen aan de Dr. Huber Noodtstraat. Naast de entree naar het gebied is nog een woonhuis dat onderdeel uitmaakte van de oorspronkelijke lintbebouwing langs deze weg uit 1924 aanwezig (huisnummer 38).
Ten oosten daarvan is de bebouwing aan het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw vervangen door een drielaags woonblok onder plat dak (huisnummers 24 – 34). De oostzijde van het terrein wordt begrensd door een steeg, met aangrenzend een vierlaags gesloten bouwblok dat in 2005 is gerealiseerd.
Figuur 26 Locatie Setax-terrein
Het terrein binnen deze grenzen wordt gekenmerkt door kleinschalige utilitaire bebouwing in verschillende verschijningsvormen. Er is één lang lint van geschakelde gebouwdelen ontstaan aan de oostzijde van het terrein. De zogenoemde Petro-hal heeft een ligging die iets meer solitair is, hoewel ook deze enkele aanbouwen heeft aan de zuidzijde. Binnen het terrein is een aantal verschillende gebouwen en gebouwonderdelen te onderscheiden. In de ordening van gebouwdelen in het lint tegen de oostelijke begrenzing van het terrein is een aantal hoofdelementen, en een aantal schakel-elementen te definiëren. De hoofdelementen zijn het woonhuis/showroom inclusief werkplaats (1950), de werkplaats uit 1934 en de garage (1949) die voor de afsluiting van het lint zorgt. De overige gebouwen en
3 Conform inschrijving Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG)
21
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
gebouwonderdelen vormen vooral tussenelementen die de hoofdelementen aan elkaar schakelen. Het lint zorgt samen met de overige gebouwen een klein binnenterrein dat dienstdoet als kleinschalige parkeerplaats.
Woonhuis/showroom (1950) Werkplaats I (1950) Wasplaats (1961) Werkplaats II (ca. 1934) Garageboxen (ca. 1935 e.v.) Garage (1949)
Dr. Huber Noodtstraat 24-34 (1972) Dr. Huber Noodtstraat 38 (1924) Petro-hal (1934) Timmerloods (1953) Figuur 27 Gebouwen op en rond het huidige Setax-terrein
De in oranje aangegeven onderdelen worden op de volgende pagina’s nader omschreven. De overige gebouwen behoren niet tot de scope van dit onderzoek, omdat zij reeds geïnventariseerd zijn (Petro-hal), niet als cultuurhistorisch waardevol zijn aangemerkt (timmerloods) of buiten het plangebied vallen (Dr. Huber Noodtstraat 24 – 34 en Dr. Huber Noodtstraat 38). De omschrijving van de belangrijkste onderdelen van de bebouwing worden in de inventarisatie van de gebouwen al benoemd (Vromen, Doetinchem Centrum, cultuurhistorisch waardevolle panden, 2020). Hier wordt derhalve volstaan met een duiding van de belangrijkste kenmerken en waar noodzakelijk een aanvulling per gebouwdeel
22
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4.1
Woonhuis/showroom
Het woon-/winkelhuis aan de Dr. Huber Noodtstraat staat naast de toegang tot het terrein en fungeert als het ware als poort tot het gebied. Het gebouw heeft daarmee twee ‘publieke’ gevels. Het gebouw is opgetrokken op rechthoekige plattegrond, maar heeft een L-vormige verdieping. Daardoor ogen de gevels aan de straat- en toegangszijde (noorden westzijde) massiever. Doordat de nokbalken de L-vorm volgen, vormt het dak een duidelijk hoekaccent. De noord(voor-)gevel en westgevel hebben en open karakter vanwege de door de tot maaiveld doorlopende glaspuien, en de grote poort en de driedelige erker. De twee achtergevels (zuid en oost) geven een gesloten indruk vanwege het grotendeels ontbreken van gevelopeningen op zowel maaiveldniveau als op de verdieping. De functies van het gebouw zijn in de gevel herkenbaar. Op de begane grond zijn aan de straatzijde een showroom gesitueerd en aan de achterzijde behoort tot het woonhuis. Vanuit het woonhuis is er via een tussenlid dat dienstdoet als bijkeuken een toegang naar de werkplaats. De verdieping behoort geheel tot het woongedeelte.
Exterieur De noordgevel is spiegelsymmetrisch opgezet en vormt het aanzicht aan de straatzijde. De drie glazen puien in stalen kozijnen op de begane grond meten circa 3 × 3 meter en zijn gevat in een zandkleurige natuurstenen raamomlijsting. De natuurstenen gevellatei op de begane grond wordt (tegenwoordig) aan het zicht onttrokken door een reclamelichtbak. Op de verdieping zijn vier rechthoekige vensters in de gevel aanwezig. De westgevel kent op de verdieping eenzelfde symmetrische indeling als de voor(noord-)gevel met vier identieke vensters. Op de begane grond is een toegang tot de showroom uitgevoerd als driedelige segmentboogpoort. Ter plaatse van het woongedeelte is een driedelige erker gesitueerd. De entree tot het woongedeelte is gesitueerd aan de oostgevel, maar deze is niet (meer) bereikbaar vanuit de openbare weg. Deze entreepartij vormt het enige architectonisch accentpunt met overstek en gevelverspringing in een verder grotendeels gesloten gevel. Vanwege de L-vormige plattegrond van de verdieping, heeft de gevel een verjonging boven de begane grond. Hierdoor geeft het gebouw vanaf de straat een ondiepe indruk. Door de uitbreiding van het tussenlid op de begane grond (zie ook hoofdstuk 3.4) is er in de oostgevel geen afsluiting van het volume meer op de begane grond, en loopt de gevel over in de achtergelegen werkplaats.
Ook in de achtergevel is een verjonging door de L-vormige plattegrond van de verdieping zichtbaar. Op de begane grond sluit deze aan op de achtergelegen werkplaats.
Interieur Intern heeft het gebouw een vrijwel onveranderde indeling ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp, met een kleine showroom/winkelruimte op de begane grond. Het interieur kent op met name op de verdieping nog enkele originele elementen, zoals de inbouwkasten in de slaapkamers, binnendeuren met beslag en trapspil. Ramen en kozijnen wijken af van de ontwerptekeningen uit 1950. Figuur 30 Voorgevel
23
Datum: 11 juni 2021
Figuur 29 Inbouwkast
Figuur 28 Detail kunststenen omlijsting
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4.2
Werkplaats I
De werkplaats is via een tussenlid verbonden met het woonhuis/showroom. Fysiek is de relatie tussen deze gebouwen dus beperkt, maar vanwege een groot deel overeenkomstige materialisering en detaillering vormen beide gebouwen visueel een geheel.
Exterieur Vanwege de aaneenschakeling van naastgelegen bouwvolumes zijn enkel de oost- en westgevel vrij en zichtbaar. De west(voor-)gevel is gesitueerd aan het binnenplein en voorzien van een dubbele opgeklampte poort met segmentboogvormige rollaag. Onder de reeds genoemde stalen vierruitsvensters bakstenen dorpels.
Interieur Het platte dak wordt gedragen door een balklaag op houten liggers die in het interieur zichtbaar zijn en rusten op de dragende muren. Over de lengterichting van de werkplaats is een halfsteens scheidingsmuur geplaatst (Figuur 31 Scheidingsmuur), waardoor de ruimte in tweeën gesplitst wordt. De muur is opgetrokken uit strengperssteen tot aan plafondhoogte, en is daarboven met beplating van spaanplaat (?) tot de nok van het langgerekte daklicht dichtgezet. De noordelijke helft van de werkplaats is bereikbaar vanuit het woonhuis. Deze is als extra verblijfsruimte bij de woonfunctie getrokken. De linkerzijde van de dubbele poort is dichtgezet maar is vanuit de achterliggende ruimte zichtbaar. De zuidelijke helft van de werkplaats is bereikbaar via (de rechter helft) van de poortdeuren. Intern is de scheidingsmuur met de naastgelegen wasplaats doorgebroken. De dakliggers dragen hier af op een stalen H-profiel over vrijwel de gehele lengte van de beide gebouwen. In de noordoostelijke hoek is een berging voor werkplaatsbenodigdheden gemetseld. De binnenwanden zijn tot ca. 1.80 meter boven vloerniveau voorzien van een donkergeverfde spatplint, daarboven zijn de muren witgeschilderd.
Figuur 32 Voorgevel werkplaats I
24
Datum: 11 juni 2021
Figuur 31 Scheidingsmuur
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4.3
Wasplaats
De plattegrond van de wasplaats is wigvormig om een aansluiting te vormen tussen beide werkplaatsen. De wasplaats is vrijwel geheel ingeklemd tussen deze gebouwdelen, waardoor slechts de voor(west)- en achter(oost)gevel zichtbaar zijn.
Exterieur De voor(west-)gevel van de wasplaats wordt vrijwel geheel gevormd door een sectionaaldeur met zes ruitjes met afgeronde hoeken. De deur is tegen de gevel van werkplaats I gebouwd. Aan de rechterkant van de deur is een stuk schoon metselwerk van één kop en één strek aanwezig. Het boeiboord is ongeprofileerd en voorzien van een zinken afdekking met kraal. De oorspronkelijke tuinmuur is geïntegreerd in de achtermuur van het gebouwdeel. In de achtergevel is de gemetselde ezelsrug van deze oorspronkelijke tuinmuur nog zichtbaar, die nu een soort waterlijst vormt. Het metselwerk van werkplaats I vormt een doorlopend geheel met dit deel van de achtergevel. Daarboven nieuw metselwerk in rode metselsteen in halfsteensverband met drie rechthoekige stalen vierruits vensters.
Interieur De vloer bestaat uit een gevlinderde betonvloer met een dilatatie op de plaats waar voorheen de scheiding tussen wasplaats en werkplaats was. In de ruimte is een brug aanwezig. De tussenmuur tussen werkplaats I en de wasplaats is doorgebroken, waardoor en een grote open ruimte is ontstaan. Het over vrijwel de gehele lengte en breedte aanwezige is bekleed me translucente golfplaat en heeft een opstaande rand met vensteropeningen. De constructie van het daklicht (en dus van het dak) wordt gevormd door stalen liggers, opgevuld met baksteen. De binnenwanden zijn tot ca. 1.80 meter boven vloerniveau voorzien van een donkergeverfde spatplint, daarboven zijn de muren witgeschilderd.
Figuur 34 Voorgevel wasplaats
25
Datum: 11 juni 2021
Figuur 33 Achtergevel wasplaats
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4.4
Werkplaats II
De werkplaats is het oudste nog aanwezige bouwwerk op het Setax-terrein. Het deelt een scheidingsmuur met de wasplaats en is aan de zuidzijde intern verbonden met de naastgelegen garageboxen.
Exterieur Van het exterieur is enkel de voor(west-)gevel, een klein gedeelte van de zuidgevel en een deel van het dakvlak zichtbaar. De overige delen zijn geïntegreerd in de naastgelegen bebouwing. Het staande raam op de begane grond betreft een stalen raam met achtruitsverdeling. Op de verdieping een liggend raam met zesruitsverdeling. In de gevel is een betonnen band zichtbaar ter plaatse van de verdiepingsvloer, die tevens als latei voor de garagepoort fungeert.
Interieur Het gebouw kon niet betreden worden ten tijde van de opname vanwege een verzegeling in het kader van de openbare orde en veiligheid. Vanwege het groot aantal ver- en aanbouwcampagnes is het waarschijnlijk dat er weinig meer zichtbaar is van het oorspronkelijke interieur.
Figuur 36 Werkplaats II
26
Datum: 11 juni 2021
Figuur 35 Werkplaats II
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4.5
Garageboxen
De garageboxen vormen de verbinding tussen werkplaats II en de garage. Hoewel een deel ervan onderdeel uitmaakt van de oorspronkelijke bebouwing van de naastgelegen werkplaats, is het veelvuldig aangepast en uitgebreid, waardoor er een onsamenhangend gevelbeeld is ontstaan. Het tweelaags volume op langgerekte plattegrond onder getrapt plat dak sluit aan de zijkanten volledig aan op de naastgelegen gebouwdelen en heeft daarmee enkel een voor- en een achtergevel. Ook intern is het volume verboden met de naastgelegen volumes. Volgens de laatst bekende plattegrond kan het gebouwdeel zowel op de begane grond als op de verdieping bereikt worden via deze volumes.
Exterieur De gevel is op de begane grond opgetrokken uit een witgeschilderde baksteen in halfsteens verband. Asymmetrisch in de gevel twee garagedeuren (identiek aan de deur in de voorgevel van werkplaats II), met daartussen een vlakke deur met houten kozijn. Geheel rechts in de gevel een breed (aluminium?) raamkozijn. De voorgevel van de verdieping is iets teruggelegen ten opzichte van de begane grond waardoor de er een halfdiep plat dak ontstaat, bekleed met bitumenbedekking en afgewerkt met een vlak booiboord. In de met houten rabatdelen afgewerkte gevel zijn twee langgerrekte lintvensters aanwezig met een horizontale vijfruitsverdeling. Links van elk venster een deur die toegang biedt tot het platte dak.
Interieur Het gebouw kon niet betreden worden ten tijde van de opname vanwege een verzegeling in het kader van de openbare orde en veiligheid. Vanwege de verschillende uitbreidingen van het gebouw is er in de loop der tijd een hybride constructie ontstaan van meer en minder samenhangende onderdelen. Van de oorspronkelijke wanden is (mogelijk) enkel nog de achtermuur aanwezig.
Figuur 37 Garageboxen
27
Datum: 11 juni 2021
Figuur 38 Garageboxen
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
4.6
Garage
De garage vormt een afsluiting van het ensemble en is in de hoek van het perceel gelegen. Het gebouwdeel heeft een gesloten achtergevel aan de Dr. Huber Noodtplaats en twee meer open gevels aan het binnenplein van het Setaxterrein.
Exterieur Als beschreven op rechthoekige plattegrond in schoon metselwerk opgetrokken onder zadeldak met geringe helling. In de voorgevel trekankers met vrij korte schieters onder de daklijst, die niet op de ontwerptekeningen aangegeven zijn en die niet in de achtergevel terugkomen. Aan het binnenplein een sectionaaldeur die toegang biedt tot de vrijwel open binnenruimte. In de achtergevel een dubbele deur onder gemetselde rollaag, rondom afgewerkt met een omlijsting van cementpleister (?).
Interieur Het gebouw kon niet betreden worden ten tijde van de opname vanwege een verzegeling in het kader van de openbare orde en veiligheid. De binnenruimte is (voor zover zichtbaar) grotendeels open en qua indeling onveranderd ten opzichte van de ontwerptekeningen. Mogelijk is de originele binnenafwerking van de was- en kleedruimte en het schaflokaal nog aanwezig. In het interieur zijn de Nemaho-spanten zichtbaar.
Figuur 39 Voor- en zijgevel garage
28
Datum: 11 juni 2021
Figuur 40 Achtergevel garage
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
5
Waardestelling
De contextuele waarden van het ensemble worden in de redengevende omschrijving van het monument al benoemd. Hier wordt derhalve volstaan met een duiding van de belangrijkste contextuele waarden. In principe gelden de genoemde waarderingen voor het gehele ensemble. Dat wil zeggen het gecombineerde bebouwingslint van woonhuis/showroom, twee werkplaatsen, wasplaats, garageboxen en garage. Wanneer er tussen de onderdelen een afwijkende waardering geldt, wordt dat specifiek benoemd.
5.1
Contextuele waarden
Het ensemble heeft positieve tot hoge cultuurhistorische waarden vanwege haar uitdrukking van de ontwikkelingen op het gebied van personenvervoer gedurende de 20e eeuw en de daarmee samenhangende ontwikkeling van dienstverlenende bedrijven. In de bebouwing is de ontwikkeling van een kleinschalig tot een modern naoorlogs bedrijf afleesbaar. De aaneenschakeling van en samenhang tussen de verschillende bouwvolumes in het ensemble geeft uitdrukking aan deze ontwikkeling. Het ensemble heeft een indifferente bouwhistorische waarde, vanwege de grotendeels functioneel en pragmatisch ontworpen bouwdelen. Uitzondering daarop is de garage, die een hoge waarde heeft vanwege de gebruikmaking van een innovatieve draagconstructie van gelamineerd hout. Deze spanten zijn van lokaal belang vanwege de geschiedenis van de bouwtechniek, specifiek voor Doetinchem. Daarnaast is de achtermuur van de wasplaats positief te waarderen vanwege de daarin zichtbare doorontwikkeling van het gebruik van het Setax-terrein. Het ensemble heeft indifferente architectuurhistorische waarden, vanwege de grotendeels functioneel en pragmatisch ontworpen bouwdelen. Uitzondering daarop is het woonhuis/showroom en werkplaats I, die positieve architectuurhistorische waarden vertegenwoordigen vanwege het kenmerkende materiaalgebruik.
De toepassing van schoon metselwerk in combinatie met kunststenen elementen zijn hierin bepalend. Verder hebben deze gebouwen hoge waarden vanwege het kenmerkende traditionalistisch ontwerp en opvatting van die architectuur. Dit komt meest tot uitdrukking in de detaillering van de bakgoot(lijst) en de omlijsting van de winkelpuien en in de functiegerichte indeling en vormgeving van de bouwvolumes. Tenslotte hebben het woonhuis/showroom, werkplaats I en de garage positieve waarden als onderdeel van het oeuvre van architectenbureau Ovink & Zn.. Het ensemble heeft een hoge stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de onderlinge samenhang van de gebouwdelen, de relatie met de naastgelegen Petro-hal en als uitdrukking van de ontwikkeling op de achtererven van de bebouwing langs de Dr. Huber Noodtstraat. Daarnaast vertegenwoordigt het ensemble een hoge waarde door de afleesbaarheid van die ontwikkeling en de ruimtelijke relatie met de Dr. Huber Noodtstraat. De onderlinge samenhang van de gebouwdelen komt het best tot uitdrukking in de verbinding van het woonhuis/showroom met de werkplaats I doormiddel van het smalle tussenlid. Het ensemble heeft een indifferente waardering vanwege haar gaafheid. Door de vele aan- en verbouwcampagnes zijn de meeste gebouwdelen zo aangetast dat het oorspronkelijke ontwerp niet meer of slechts gedeeltelijk te herkennen is.
Op de bouwkundige toestand van het gehele ensemble valt een en ander af te dingen vanwege achterstallig onderhoud, waardoor de gaafheid van de gebouwonderdelen wordt aangetast. Uitzondering daarop is het woonhuis/showroom, dat beter onderhouden is en waaraan geen zeer ingrijpende wijzigingen zijn uitgevoerd. Daarmee vertegenwoordigt het gebouwdeel een positieve waarde. Ook de garage, die zowel qua exterieur als interieur vrij gaaf bewaard is gebleven, vertegenwoordigt een positieve waarde. Het ensemble heeft een hoge waarde vanwege haar zeldzaamheid. Dit komt tot uitdrukking in de bijzondere samenstelling van de verschillende bouwlagen uit verschillende bouwperioden in de 20e eeuw. Het woonhuis/showroom geeft daarvan het beste uitdrukking door de zeldzame combinatie van woonfunctie en showroom, specifiek ontworpen voor het tentoonstellen van een auto. Daarnaast zijn de gebouwen uit de vroege wederopbouwperiode (woonhuis/showroom, werkplaats I en garage) steeds zeldzamer geworden door sloop, verminking of ingrijpende moderniseringen.
29
Datum: 11 juni 2021
BOUWHISTORISCHE VERKENNING SETAT-TERREIN, DOETINCHEM
5.2
Interne waarden
Voor het gehele ensemble is de dispositie van de verschillende bouwdelen ten opzichte van elkaar van hoge architectonische en ensemblewaarde. De verschillende bouwdelen die als zodanig afleesbaar zijn vertegenwoordigen deze waarden voornamelijk vanwege hun samenhang. Van het woonhuis/showroom is gezien de grotendeels ongeschonden architectuur en ongewijzigde materialisatie van het gebouw het gehele exterieur als hoog te waarderen. Intern is met name de scheiding tussen woon- en werkfuncties kenmerkend. In het exterieur wordt dit tot uiting gebracht door de twee meer gesloten (zuid- en oost)gevel aan de achterzijde. Door de twee open (noord- en west)gevels aan de voorzijde zijn juist het open ontvankelijke en transparante karakter van het gebouw kenmerkend. De invulling van de gevels met houten puien en ramen en houten deuren horen bij de oorspronkelijke structuur van de gevelindeling en zijn derhalve van belang voor de architectuur van het gebouwdeel. Aan de voorzijde benadrukken de grotere puien met kunststenen omlijsting een open karakter. De materialisatie van de gevelopeningen zijn echter grotendeels niet origineel of voor hun ontstaansperiode niet zeldzaam of uniek. De materialisatie van de puien, ramen en deuren van het woonhuis/showroom zijn daarom positief te waarderen. Als structuur zijn deze gevelopeningen wel hoog gewaardeerd.
De geschakelde plattegrond van het tussenlid ten opzichte van het woonhuis/showroom aan de ene en werkplaats I aan de andere zijde is een belangrijk architectonisch element waarin de functionele plattegrond samenvalt met de uiterlijke verschijningvorm van het exterieur. De scheiding tussen de twee afzonderlijk bouwdelen aan weerszijden van het tussenlid wordt benadrukt door de smalle, lage en ondiepe vormgeving van het gebouwdeel. Ook van de werkplaats I is de architectuur en materialisatie van het exterieur grotendeels ongeschonden en daarom als hoog te waarderen. De werkplaats maakt onderdeel uit van de hoge bouwkundige gaafheid van het ontwerp van architectenbureau Ovink & Zn.. De gevelopeningen in de voorgevel met dubbele opgeklampte deur en stalen vierruitsvensters zijn weliswaar origineel uit de bouwperiode, maar niet zeldzaam en worden daarom positief gewaardeerd. Intern is de oorspronkelijke opzet niet meer afleesbaar. De later geplaatste binnenwand in de lengterichting van het gebouw is als storend te waarderen, aangezien deze de ruimtelijkheid van de voorheen open werkplaats tenietdoet, en bovendien de ruimtelijke werking van het daklicht aantast. Het exterieur inclusief de sectionaaldeur van de wasplaats zijn als indifferent te waarderen, vanwege de beperkte architectonische kwaliteit.
Intern is het daklicht en de constructie ervan te waarderen als positief vanwege de bij de architectuur van het gebouw passende wijze van uitvoering. Als verbindingselement in het ensemble draagt gebouwdeel wel een positieve waarde bij. De werkplaats II is het oudste onderdeel op het terrein, maar vanwege de vele aan- en verbouwcampagnes is het oorspronkelijke beeld zodanig aangetast dat het exterieur slechts positief en het interieur indifferent gewaardeerd wordt. In het exterieur dragen met name de stalen vensters in te kopgevels en de functionele materialisering en detaillering bij aan de positieve waardering vanwege hun uitdrukking aan het industriële karakter van het gebouwdeel. Omdat er (vermoedelijk) geen restanten zijn van het originele interieur, wordt dit als indifferent gewaardeerd. Het exterieur en interieur van de garageboxen zijn als indifferent te waarderen, vanwege de beperkte architectonische kwaliteit. Omdat er (vermoedelijk) geen restanten zijn van het originele interieur, wordt ook dit als indifferent gewaardeerd. Als verbindingselement in het ensemble draagt gebouwdeel wel een positieve waarde bij. Ook van de garage is de architectuur grotendeels ongeschonden en de materialisatie ongewijzigd. Daarom kan het gehele exterieur als hoog gewaardeerd worden.
De kenmerkende ronde stalen vensters in voor- en achtergevel zijn als architectonisch belangrijk accentpunt hoog te waarderen, evenals de stalen ramen in de zijgevel. Aan de achterzijde benadrukt het ontbreken van grote vensters de geslotenheid van de gevel, en vormt het volume daarmee een duidelijke afsluiting van het ensemble. Aan de voor- en zijgevel benadrukken de garagepoort en de hoge stalen ramen een meer open karakter. Intern zijn met name de Nemaho-spanten en de open gebleven indeling van de ruimte hoog gewaardeerd.