Bijlage 2b.3. Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische en cultuurhistorische.pdf
Tekst van het document
BOUWHISTORISCHE EN BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET VERKENNING MET WAARDESTELLING WAARDESTELLING Dr. Huber Noodtstraat 38a te Doetichem
Dr. Huber Noodtstraat 38a te Doetinchem
Burgland Real Estate Burgland Real Estate 14 AUGUSTUS 2020
23 JUNI 2020
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Contactpersoon INEKE DE JONGH Adviseur Archeologie en Cultuurhistorie
E Ineke.dejongh@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 33 6800 LE Arnhem Nederland
Onderzoek JACCO VROMEN Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten
E j.vromen@belfortcultuurhistorie.nl
Belfort Cultuurhistorie en Monumenten Stevinlaan 28 7002 HD Doetinchem Nederland
2 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
INHOUDSOPGAVE OBJECTGEGEVENS
4
1
INLEIDING
5
2
BESCHRIJVING
7
3
HISTORISCH-STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT
16
4
BOUWGESCHIEDENIS
22
5
WAARDERING
27
BRONNEN EN LITERATUUR
30
COLOFON
31
3 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
OBJECTGEGEVENS Adres
: Dr. Huber Noodtstraat 38a
Postcode
: 7001DX Doetinchem
Status
: Cultuurhistorische waarde (bestemmingsplan Binnenstad en De Veentjes 2012)
Onderzoek
: Bouwhistorische verkenning met waardestelling
Functie bouwtijd
: Bedrijfsgebouw ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming’
Huidige functie
: Garage
Bouwjaar
: 1934
Ontwerper
: Bouwbureau ‘De Graafschap’
Luchtfoto van de omgeving van Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem (https://www.google.nl/maps).
Situering van Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem op de huidige topografische ondergrond (Bag Viewer).
4 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
1 1.1
INLEIDING Aanleiding en doel
Op dit moment worden er plannen ontwikkeld voor de herinrichting van het binnenterrein van het bouwblok tussen de Dr. Huber Noodtstraat, Raadhuisstraat en Dr. Huber Noodtplaats. Op dit binnenterrein staat het pand Dr. Huber Noodtstraat 38a - ook wel bekend als de ‘ Petro-hal’ - dat in het bestemmingsplan Binnenstad en De Veentjes uit 2012 de aanduiding ‘cultuurhistorische waarde’ heeft gekregen. Het gebouw is in 1934 gebouwd als onderkomen voor de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming “Draagt Elkanders Lasten”’. Aan Belfort Cultuurhistorie en Monumenten is gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren dat inzicht geeft in de bouwgeschiedenis van het pand op hoofdlijnen, de bewaard gebleven historische structuur en de actuele, nog aanwezige cultuurhistorische waarden van het gebouw. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij toekomstige veranderingen in het geding zijn en waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen.
1.2
Methode en werkwijze
Het bouwhistorisch onderzoek heeft plaatsgevonden conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek van april 2009 en had het karakter van een bouwhistorische verkenning. Er is geen destructief onderzoek uitgevoerd. Allereerst zijn de 1 direct beschikbare gegevens uit de literatuur, archieven en eerder onderzoek geraadpleegd. Hiervoor is een bezoek gebracht aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem. Vervolgens is het gebouw op 17 juli 2020 op locatie bezocht, waarbij op grond van zichtbare bouwsporen de verschillende veranderingen en verbouwingen gedocumenteerd zijn. Alle gegevens zijn vervolgens thematisch en chronologisch geordend. De rapportage is opgebouwd uit een feitelijke beschrijving van het gebouw, de historisch-stedenbouwkundige context en de bouwgeschiedenis van 1934 tot heden. De bouwgeschiedenis en de cultuurhistorische waardering zijn daarna zowel in tekst weergegeven als visueel gepresenteerd op de in de rapportage opgenomen faserings- en waarderingsplattegronden. Hierbij is gebruik gemaakt van een door Belfort vervaardigde opmeting van de begane grond.
1.3
Beperkingen
Ten tijde van het onderzoek waren de kelder van het gebouw en de uitbouw aan de achterzijde niet toegankelijk. De waardering van deze onderdelen heeft daarom het karakter van een ‘verwachtingswaarde’.
5 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
6 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
2 2.1
BESCHRIJVING Situering
Het onderzochte pand Dr. Huber Noodtstraat 38a is gelegen op het binnenterrein van het bouwblok tussen de Dr. Huber Noodtstraat aan de noordzijde, de Raadhuisstraat aan de oostzijde en de Dr. Huber Noodtplaats aan de zuid- en westzijde. Dit terrein is toegankelijk via een inrit aan de noordzijde. Het vrijstaande gebouw wordt op het binnenterrein aan drie zijden omgeven door overige opstallen. Aan de westzijde wordt het binnenterrein door middel van een muur afgescheiden van de Dr. Huber Noodtplaats. Het pand is met de voorgevel op het oosten (op het binnenterrein) georiënteerd.
2.2
Bouwmassa en hoofdvorm
Het vrijstaande pand is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en telt één bouwlaag en een zolder onder een met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak. Het gebouw is aan de achterzijde onderkelderd en is linksachter voorzien van een kleine uitbouw onder een lessenaarsdak. In het noordelijk dakvlak zijn twee dakramen en drie dakdoorvoeren opgenomen. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk in halfsteens verband en zijn rondom voorzien van stalen vensters met roedeverdeling en bakstenen onderdorpels. Alle gevelopeningen zijn aan de bovenzijde afgesloten met een rollaag. Ook de plintzone is begrensd door een rondlopende rollaag.
Overzicht van het gebouw vanuit noordoostelijke richting, met zicht op de voorgevel (oostgevel) en rechter zijgevel (noordgevel).
2.3
Gevels
2.3.1 voorgevel (oostgevel) De voorgevel is uitgevoerd als puntgevel en symmetrisch ingedeeld met op de begane grond links en rechts twee grote gevelopeningen met (vernieuwde) garagedeuren. Het muurwerk boven de roldeuren wordt ondervangen door twee stalen balken. Tussen de garagedeuren bevindt zich een gevelsteen met als opschrift: ‘’Stichting’ Doet. Begr. Ondern. “Draagt Elkanders Lasten” opgericht door Patrimonium en Chr. Nat. Werkm. Bond 1 aug. 1921 2/5 1934’. Boven de rechter garagedeur prijkt het opschrift ‘[P]ETRO-HA[L]’. Op de verdieping zijn centraal (naar binnen draaiende) dubbele houten hijsdeuren met stalen onderdorpel aangebracht met daarboven een stalen hijsbalk. Aan weerszijden zijn op de verdieping twee stalen vensters geplaatst. 7 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Detail van de hijsdeuren met hijsbalk in de voorgevel.
Detail van de gevelsteen in de voorgevel ter herinnering aan het bouwjaar 1934 en de oprichting van de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming’ in 1921.
Overzicht van de linker zijgevel (zuidgevel).
8 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
2.3.2 linker zijgevel (zuidgevel) De linker zijgevel is voorzien van een reeks van tien liggende stalen vensters. Het metselwerk van de hoofdbouw loopt naadloos over in het muurwerk van de uitbouw aan de achterzijde. Aan de voorzijde is tegen de gevel een stalen profielbalk bevestigd waaraan een brede houten poort met duimgehengen is afgehangen. De poort is aangebracht ter afsluiting van het terrein tussen Dr. Huber Noodtstraat 38a en de houten loods van Dr. Huber Noodtstraat 38b. Om de toegankelijkheid van dit terrein voor auto’s te verbeteren is de hoek van de voorgevel en linker zijgevel afgeschuind.
Detail van de linker zijgevel ter hoogte van de uitbouw.
Detail van één van de stalen ramen in de linker zijgevel.
Overzicht van de rechter zijgevel (noordgevel). 9 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
2.3.3 rechter zijgevel (noordgevel) De rechter zijgevel bevat aan de voorzijde een houten deur met bovenlicht in een houten kozijn, gevolgd door een reeks van zes liggende vensters. Rechts hiervan is een voormalig liggend venster dichtgezet. Aan de achterzijde is de gevel voorzien van een tweede houten toegangsdeur die is afgehangen met duimgehengen. Links hiervan is een vierkant stalen venster opgenomen, met daaronder een kelderkoekoek. 2.3.4 achtergevel (westgevel) De achtergevel is uitgevoerd als puntgevel en ingedeeld met twee stalen vensters links op de begane grond en twee stalen vensters op zolderniveau. Rechts tegen de achtergevel staat de éénlaagse uitbouw die aan de noordzijde voorzien is van een houten beschot en dubbele houten deuren.
Overzicht van de rechter zijgevel.
Overzicht van de achtergevel (westgevel). 10 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Opmeting van de begane grond van Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem (Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten).
11 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
2.4
Indeling
Het gebouw bestaat op de begane grond uit een grote ongedeelde ruimte die in de huidige situatie als garage/autostalling in gebruik is. De ruimte is toegankelijk via de twee garagedeuren in de oostgevel en de deur aan de voorzijde van de noordgevel. In de noordwesthoek bevindt zich een vrij diepe inbouwkast en de afgetimmerde trapopgang naar de zolder en de toegang tot de keldertrap. De trapopgang naar zolder is tevens toegankelijk via de deur aan de achterzijde van de noordgevel. Ook de zolder bestaat uit één grote ongedeelde ruimte.
2.5
Constructie en interieurafwerking
De hoofddraagconstructie van het gebouw bestaat uit een bakstenen spouwmuur waarin de moerbalken van de samengestelde, naaldhouten zolderbalklaag zijn opgelegd. Ter plaatse van de oplegging is de spouwmuur verdikt. Tussen de moerbalken zijn lichtere balken geplaatst die de naaldhouten delen van de zoldervloer dragen. De vloer van de begane grond is uitgevoerd als betonvloer, in de inbouwkast ligt een tegelvloer. Het zadeldak wordt gedragen door een beschoten, naaldhouten gordingenkap. De kapvorm is een variant op het zogenaamde ‘verbeterd Hollands spant’. De gordingen worden ondersteund door vier naaldhouten kapspanten met kreupele stijlen die bovenop de onderliggende moerbalken staan. De spantbenen zijn horizontaal onderling verbonden via dubbel uitgevoerde trekplaten en zijn in de nok onderling verbonden via op de spantbenen afgeschoorde makelaars. Aan de voorste makelaar is een stalen profielbalk bevestigd die als hijsbalk uit de voorgevel steekt. De spouwmuur is aan de binnenzijde gepleisterd en is aan de noordzijde ter plaatse van de spoelruimte van de voormalige garage aan de onderzijde afgewerkt met witte wandtegels. Op zolderniveau is tegen de achtergevel een rookkanaal zichtbaar. Aan de achterzijde is op de begane grond onder de balklaag een zachtboard plafond aangebracht. De zolder- en keldertrap zijn beide uitgevoerd als naaldhouten steektrap met kwart.
De binnendeuren bestaan uit houten paneeldeuren van Bruynzeel.
Begane grond van het gebouw in de richting van de achtergevel.
12 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Begane grond van het gebouw in de richting van de rechter zijgevel (noordgevel).
Begane grond van het gebouw in de richting van de voorgevel.
13 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
De rechtsachter op de begane grond gesitueerde toegangen tot de zoldertrap (links) en keldertrap (rechts).
Keldertrap. De kelder zelf was niet toegankelijk.
Zoldertrap, gefotografeerd vanaf de zolder.
14 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Overzicht van de zolder met kapconstructie richting de achtergevel.
Overzicht van de zolder met kapconstructie richting de voorgevel. 15 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
3 3.1
HISTORISCH-STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT Oostelijke uitvalsweg naar Varsseveld
e
Het stedelijk leven van Doetinchem speelde zich tot ver in de 19 eeuw hoofdzakelijk af binnen de ommuurde en omgrachte middeleeuwse binnenstad, in de volksmond ook wel ‘Het Ei’ genoemd. Buiten de middeleeuwse stadspoorten doorkruisten onverharde zandwegen een uitgestrekt agrarisch buitengebied. De noordelijke uitvalsweg buiten de Heezenpoort splitste zich van oudsher al in westelijke- en oostelijke richting in het Hovenstraatje en in de ‘Groote weg van Doetinchem naar Varsseveld’. Deze belangrijke oostelijke uitvalsweg werd tussen 1916 en 1930 ‘Houtkampscheweg’ genoemd en zou vervolgens omgedoopt worden tot Dr. Huber Noodtstraat. Het gebied tussen de e weg en de noordelijke stadsgracht was tot ver in de 19 eeuw grotendeels onbebouwd. Aan de Dr. Huber Noodtstraat stond in 1832 een enkele schuur van herbergier Wessel Driessen met daarnaast een tweede gebouw. Het is goed mogelijk dat aan de uitvalsweg vlak buiten de stadspoort op deze plek een herberg was gevestigd. De terreinen ten noorden van de stadsgracht waren in gebruik als tuinen van welgestelde inwoners met hier en daar een (thee)koepel. Ingeklemd tussen deze tuinen lag ter plaatse van het onderzochte gebouw een stuk landbouwgrond. De Dr. Huber Noodtstraat sloot destijds in oostelijke richting al aan op de huidige Houtkampstraat.
Het driehoekige e terrein voorbij de splitsing van deze twee wegen naar Varsseveld was reeds in het begin van de 19 eeuw in gebruik als beestenmarkt en stond vanwege de nabijgelegen ‘Holtkampsche Molen’ bekend als de ‘Houtkamp’. Ter hoogte van de huidige kruising met de later aangelegde Raadhuisstraat, sloot op de Dr. Huber Noodtstraat oorspronkelijk alleen de noordelijke weg van Doetinchem naar Zelhem aan: de (Oude) Rozengaardseweg. Bij de Tsplitsing stroomde langs de Rozengaardseweg de Slinge, die in het zuiden in verbinding stond met de stadsgracht en in het noordoosten aansloot op de omgrachting van de in 1798 door de familie Verhuell aangelegde buitenplaats 2 Slingevliet. De beek werd na de Tweede Wereldoorlog overkluisd.
Uitsnede van het kadastrale minuutplan van Doetinchem van 1832. Tussen de noordelijke stadsgracht en de uitvalsweg van Doetinchem naar Varsseveld liggen grotendeels onbebouwde percelen die voornamelijk in gebruik waren als tuin (met theekoepels). In het midden ligt een groot stuk landbouwgrond, de blauwe stip geeft de locatie van Dr. Huber Noodtstraat weer (RCE beeldbank).
16 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
3.2
Lintbebouwing langs de Dr. Huber Noodtstraat e
In de tweede helft van de 19 eeuw was er in Doetinchem sprake van een zekere bevolkingsgroei en toename van de welvaart. De stad ontwikkelde zich door verbeterde transportverbindingen tot infrastructureel knooppunt in de regio en zou zich vooral na 1900 ontwikkelen tot een industriestad van regionale betekenis. Tegelijkertijd bevestigde de bloeiende veemarkt op de Houtkamp het beeld van een stad met een groot agrarisch achterland. De bevolkingsgroei werd aanvankelijk opgevangen door de intensivering van bebouwing langs de bestaande uitvalswegen. In de richting van de e omliggende dorpen en buurtschappen reeg de bebouwing zich vanaf het einde van de 19 eeuw geleidelijk aaneen tot linten langs onder andere de Houtkampstraat, Varsseveldseweg en de Dr. Huber Noodtstraat. Op de plek van de e geslechte stadswal en de gedempte noordelijke buitengracht werd in de tweede helft van de 19 eeuw de 3 Plantsoenstraat aangelegd, waar omstreeks 1885 aan het nieuwe plantsoen een reeks villa’s verrees. De vrijstaande woningen waren voorzien van vrij ondiepe achtererven/achtertuinen. Het historische bebouwingslint aan de Dr. Huber Noodtstraat is nog slechts deels herkenbaar vanwege de latere (vrij grootschalige) nieuwbouw aan beide zijden van de weg en door de ontwikkeling van De Veentjes vanaf de jaren ’60 van e de 20 eeuw.
Om dit nieuwe stadsdeel met de binnenstad te verbinden, werd in de bocht van de Dr. Huber Noodtstraat een doorbraak geforceerd in het verlengde van de Heezenstraat. Enkele bestaande panden in de Dr. Huber Noodtstraat moesten hiervoor het veld ruimen.
Luchtfoto van het noordelijk stadsdeel van Doetinchem uit 1928 vanuit het noorden, met rechtsboven de binnenstad. Ten noorden van de binnenstad is de lintbebouwing zichtbaar aan de Plantsoenstraat en de Dr. Huber Noodtstraat. Het blauwe kader geeft grofweg de nog onbebouwde locatie van Dr. Huber Noodtstraat 38a weer (Dinkla en Nederkoorn z.j.)
17 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Topografische kaart van Doetinchem uit ca. 1920 (www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart van Doetinchem uit ca. 1950 (www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart van Doetinchem uit ca. 1990 (www.topotijdreis.nl)
18 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
3.3
Ontwikkeling van het binnenterrein
e
Achter de hoofdbebouwing aan de zuidzijde van de Dr. Huber Noodtstraat werden de percelen vanaf de late 19 eeuw in meerdere fasen gesplitst in smallere achtererven. Deze erven bleven aanvankelijk in gebruik als tuin of kleinschalige akker. In 1914 werden ter plaatse van Dr. Huber Noodtstraat 38a twee smallere percelen weer samengevoegd tot één grote tuin achter een rij nieuw gebouwde huizen. In 1934 werd een deel van de tuin aangekocht door de ‘Doetinchemsche Begrafenis Onderneming “Draagt Elkanders Lasten”’, die hier een werkplaats annex garage bouwde. Een jaar eerder, in 1933, waren de gebroeders Sevink ter hoogte van Dr. Huber Noodtstraat 40-42 een handel in rijwielen, motoren en auto’s gestart onder de naam Setax. Geleidelijk ontstonden op deze locatie achtererven met daarop bedrijfsgebouwen van meerdere partijen, toegankelijk via een gemeenschappelijke inrit aan de Dr. Huber Noodtstraat. Achter de in 1950 vernieuwde woning/showroom van de gebroeders Sevink werd een garage uit 1933 in de periode 1949-1964 uitgebreid tot een langgerekt bedrijfscomplex met garages en werkplaatsen. Ten zuiden van het onderkomen van de Doetinchemsche Begrafenisonderneming werd in 1953 een timmerloods van aannemer Kolkman gebouwd. Uiteindelijk zijn de achtererven samengevoegd tot één groot achtererf.
Ten zuiden van het terrein lag een e restruimte die na de doorbraak van de Heezenpoort werd benut als parkeerterrein en tegen het eind van de 20 eeuw werd heringericht en verbonden met de Raadhuisstraat. De zo ontstane Dr. Huber Noodtstraat vormt sindsdien de zuidelijke begrenzing van het binnenterrein.
Kadastrale hulpkaart uit 1934. Op de kaart is de nieuwbouw van het bedrijfsgebouw van de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming’ (perceel 2112) en van de garage van Setax (perceel 1960) met een rode contour weergegeven (Kadaster).
19 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Luchtfoto van de omgeving van de Dr. Huber Noodtstraat uit 1962. Het binnenterrein met daarop Dr. Huber Noodtstraat 38a ligt binnen het blauwe kader. Rechts is de grote, nog onbebouwde ruimte van ‘De Veentjes’ te zien (Dinkla en Nederkoorn z.j.)
Overzicht van het binnenterrein in westelijke richting, met zicht op de voorgevel van Dr. Huber Noodtstraat 38a. Links daarvan de in 1953 gebouwde timmerloods van aannemer Kolkman.
20 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Binnenterrein in de richting van de Dr. Huber Noodtstraat. Aan de straat staat het in 1950 vernieuwde woonhuis annex showroom met werkplaats van het taxibedrijf Setax, daarachter de in 1933 gebouwde garage (met zadeldak).
Binnenterrein in zuidoostelijke richting met zicht op de in 1949 gebouwde garage van Setax. 21 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
4 4.1
BOUWGESCHIEDENIS 1921 oprichting ‘Doetinchemsche Begrafenis Onderneming “Draagt Elkanders Lasten”’
In 1921 werd in Doetinchem op initiatief van ‘Patrimonium’ en de ‘Christelijke Nationale Werkmansbond’ de coöperatieve ‘Doetinchemsche Begrafenis Onderneming “Draagt Elkanders Lasten”’ opgericht. Het ontstaan van begrafenisondernemingen gaat terug tot de 17e eeuw, toen verschillende gilden (belangenverenigingen van mensen met hetzelfde beroep of ambacht) begonnen met het collectief verzorgen van de uitvaart van hun leden. Om gezamenlijk de kosten te dragen werd de zogenaamde ‘dodenbus’ in het leven geroepen: een speciaal fonds dat als de voorloper van de uitvaartverzekering mag worden gezien. De dodenbus zorgde in de eerste plaats voor de inning van de contributie, die aan de deur werd opgehaald. Toen in de 18e eeuw de gilden werden ontmanteld bleven de dodenbussen bestaan. 4 Vanaf het begin van de 20e eeuw werden ze geleidelijk vervangen door aparte coöperatieve begrafenisfondsen. De ‘Doetinchemsche Begrafenis Onderneming “Draagt Elkanders Lasten” maakte vanaf de oprichting een flinke groei door. In 1921 startte de vereniging met 108 gezinnen, in 1931 was dit aantal toegenomen tot 989 gezinnen. In 1938 bedroeg het ledenaantal reeds 1239 gezinnen. De coöperatieve vereniging werd in 1933 omgezet in een stichting en verzorgde begrafenissen van zowel Rooms-katholieke, als van Protestantse overledenen. Ook niet-leden konden van de diensten van de stichting gebruikmaken.
Het secretariaat van “Draagt Elkanders Lasten” was gevestigd op Burgemeester van 5 Nispenstraat 7.
4.2
1934 nieuwbouw bedrijfsgebouw begrafenisonderneming
De bouwgeschiedenis van Dr. Huber Noodtstraat 38a start in 1934. Op 14 maart vond de aanbesteding plaats van de bouw van een nieuwe wagenloods voor de ‘Doetinchemsche Begrafenis Onderneming’ op een terrein aan de zuidzijde 6 van de Dr. Huber Noodtstraat. Aanleiding voor de nieuwbouw was de enorme groei van het ledenaantal van de stichting. Bouwbureau ‘De Graafschap’ was verantwoordelijk voor het ontwerp en het opstellen van het bestek, de bouw werd uiteindelijk gegund aan de firma Lammers en Kip uit Varsseveld. Op 29 september was het werk voltooid en kon 7 het gebouw in gebruik worden genomen. Hoewel de bouwtekening uit 1934 niet bewaard is gebleven, geven 8 krantenartikelen uit die tijd een vrij goed beeld van de oorspronkelijke indeling en verschijningsvorm. De wagenloods annex werkplaats werd gebouwd op een rechthoekige plattegrond en telde één bouwlaag en een zolder. Het dak was gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse dakpannen en voorzien van drie dakramen. Hiervan bleven er tot op heden twee bewaard. Het nieuwe onderkomen van de begrafenisonderneming werd doelmatig en functioneel, maar op moderne wijze vormgegeven. De bakstenen gevels in schoon metselwerk waren rondom voorzien van vensters met stalen ramen (in de noordgevel later gemoderniseerd). In de voorgevel werden twee grote dubbele garagedeuren geplaatst.
Oorspronkelijk waren de garagedeuren van hout en voorzien van een roedeverdeling, later zijn deze vervangen door de huidige roldeuren.
Foto van de eerste steenlegging van het bedrijfsgebouw (De Graafschap-bode 04-05-1936 www.delpher.nl). 22 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Foto van het bedrijfsgebouw van de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming “Draagt Elkanders Lasten”’ uit 1936. Het terrein van de stichting was oorspronkelijk afgesloten met een hekwerk. Voor de voorgevel staat het wagenpark van de begrafenisonderneming, waaronder een nieuwe Dodge lijkauto (De Graafschap-bode 18-12-1936 www.delpher.nl).
Het bestuur van de begrafenisonderneming poseert voor de gloednieuwe lijkauto (De Graafschap-bode 18-12-1936 www.delpher.nl). 23 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
4.2.1 Oorspronkelijke indeling het gebouw functioneerde primair als stalling voor de lijkwagens van de begrafenisonderneming. Van oudsher werden overledenen vervoerd met karren en lijkkoetsen, maar vanaf 1936 had “Draagt Elkanders Lasten” de beschikking over een lijkauto. Ter gelegenheid van de aanschaf van een gloednieuwe Dodge verscheen in De Graafschap-bode van 18 december 1936 een uitgebreid artikel over de begrafenisonderneming en de indeling van de wagenloods aan de Dr. Huber Noodtstraat. Hieruit blijkt dat in het gebouw niet alleen lijkwagens werden gestald, maar ook andere bedrijfsfuncties waren ondergebracht. Aan de voorzijde lag logischerwijs een grote open ruimte die ingericht was als garage en stalling voor de lijkwagens. Hier bevond zich tevens een (waarschijnlijk afgescheiden) ruimte waar de dragers van de lijkkisten zich konden omkleden. Kasten langs de wanden boden bergruimte voor de uniformen, hoeden, dekkleeden en tuigen. Aan de achterzijde was het gebouw ingedeeld in een toonkamer van diverse lijkkisten, een ontvangstkamer en een complete rouwkamer, wat door de verslaggever als ‘iets geheel nieuws’ wordt bestempeld. ‘Het geheel bij elkaar maakt een eenvoudigen, netten indruk en uit alles blijkt, dat ’t bestuur haar taak verstaat en zich geheel aanpast aan de eischen des tijds’.
Het gebouw was aan de achterzijde voorzien van een ruime kelder, waar eikenhout kon worden opgeslagen, en beschikte over een volledige zolder ‘waar een groote partij eerste soort vurenhout netjes op lengte is geranschikt’. Het hout werd gebruikt voor het maken van lijkkisten en kon van buitenaf via de dubbele hijsdeuren op zolder worden opgeslagen. De beschoten kap zorgde ervoor dat het materiaal droog bleef. Aan de achterzijde van het pand (links) deed oorspronkelijk een kleine uitbouw dienst als lijkenhuisje. Het lijkenhuisje is later verbouwd tot een groter schuurtje/stalling. Van de oorspronkelijke kamerindeling op de begane grond bleef vrijwel niets bewaard. Aan de achterzijde is op de balklaag en de achterwand nog de aftekening zichtbaar van een voormalige scheidingswand. Verder resteert aan de achterzijde de oorspronkelijke plafondafwerking in de vorm van zachtboard platen. Waarschijnlijk waren hier de ontvangstkamer en rouwkamer ingericht. Rechtsachter bevindt zich nog een inbouwkast, de toegang naar de kelder en de trapopgang naar de zolder, allen uit de bouwtijd. De trapopgang naar de zolder was van oudsher tevens toegankelijk via een buitendeur in de noordgevel. Opvallend is de aanwezigheid van één oude lijkkist/doodskist op zolder in de huidige situatie, de datering hiervan is onbekend.
Van de oorspronkelijke indeling op de begane grond bleef alleen de inbouwkast met achtergelegen trapopgang naar de zolder en toegang tot de keldertrap bewaard.
De aftekening van een voormalige binnenwand aan de achterzijde op de achterwand en op het zachtboard plafond.
24 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Overzicht van de voorzijde van de zolder met zicht op de binnenzijde van de dubbele hijsdeuren en de stalen hijsbalk. Op de voorgrond staat nog een oude (open) doodskist die op deze locatie vervaardigd zal zijn.
4.3
1970 garage van Setax
Over de periode na de bouw van het bedrijfsgebouw van de begrafenisonderneming is weinig bekend. Van de zichtbare veranderingen in en om het pand van na 1934 zijn in het archief vrijwel geen gegevens aangetroffen. Omstreeks 1970 vertrok de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming “Draagt Elkanders Lasten”’ uit het gebouw. De begrafenisonderneming richtte in een villa aan de Keppelseweg 40 een nieuw uitvaartcentrum in dat later in gebruik zou worden genomen door Monuta. Het oude onderkomen op het binnenterrein aan de Dr. Huber Noodtstraat werd vervolgens verkocht aan het autoverhuur- en taxibedrijf Setax. Dit bedrijf van de gebroeders Sevink was inmiddels overgenomen door oud-werknemer C.J. Veldink. Hij liet het bedrijfsgebouw van de begrafenisonderneming inrichten als autostalling en garage. De bestaande indeling van de begane grond zal omstreeks 1970 volledig zijn uitgebroken behalve de inbouwkast en trapopgang rechtsachter. Er kwam een nieuwe betonvloer en tegen de noordwand werd een spoel- en wasruimte ingericht. Op enig moment zijn in de noordgevel de oorspronkelijke stalen vensters gemoderniseerd en plaatste men aan de voorzijde in deze gevel een nieuwe toegangsdeur. De oude dubbele houten garagedeuren werden vervangen door moderne roldeuren. Pas na 1980 kwam direct voor de voorgevel een benzine-installatie te staan.
Op het binnenterrein stond in ieder geval vanaf 1947 op het perceel van Dr. Huber Noodtstraat 40-42 een benzinepomp. Deze werd meerdere keren verplaatst. Het gebouw zal pas na 1970 de naam ‘Petro-hal’ hebben gekregen. Op enig moment is ten slotte het voormalige lijkenhuisje in de uitbouw aan de achterzijde uitgebreid en vernieuwd tot het huidige schuurtje.
25 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Rond 1970 is waarschijnlijk de rechter zijgevel opnieuw ingedeeld met een deur aan de voorzijde, de stalen vensters werden vervangen door de huidige ramen.
Zicht op het huidige schuurtje tegen de achtergevel van het pand. Hier stond oorspronkelijk een kleiner lijkenhuisje, waarvan in ieder geval nog de linker zijgevel van resteert. 26 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
5 5.1
WAARDERING Samenvatting van de bouwgeschiedenis
Dr. Huber Noodtstraat 38a is gebouwd in 1934 als bedrijfsgebouw van de in 1921 opgerichte ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming “Draagt Elkanders Lasten”’. Het gebouw was deels in gebruik als wagenloods voor de lijkkoetsen, handkarren en later tevens lijkauto’s. Ook de andere functies van de begrafenisonderneming kregen een plek in het pand: een kleedruimte voor het personeel, een toonkamer van lijkkisten, een ontvangstkamer, een rouwkamer en een in een kleine uitbouw ondergebracht lijkenhuisje. In 1970 vertrok de begrafenisonderneming uit het pand en werd het gebouw in gebruik genomen door het naastgelegen autoverhuur- en taxibedrijf Setax. In deze periode werd de bestaande indeling op de begane grond vrijwel volledig uitgebroken en werd de open ruimte ingericht als garage en autostalling. Overige latere veranderingen betroffen het vernieuwen van de stalen vensters in de noordgevel, het plaatsen van een deur aan de voorzijde van de noordgevel, het dichtzetten van een dakraam in het noordelijk dakvlak en het uitbreiden en grotendeels vernieuwen van het voormalige lijkenhuisje aan de achterzijde.
Faseringsplattegrond van Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem (Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten). 27 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
5.2
Waardering
De cultuurhistorische waardering van Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem is volgens de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek onderverdeeld in een aantal deelwaardestellingen: algemene historische waarde/waarden vanuit de gebruikshistorie, ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden, architectuurhistorische waarden, bouwhistorische waarden. Naast de tekstuele waardering zijn de bouwfasering en de cultuurhistorische waardering visueel gepresenteerd op de bijgevoegde faserings- en waarderingsplattegronden. Omdat in het archief geen bruikbare plattegronden bewaard bleven is als ondergrond een globale opmeting van de begane grond gebruikt. blauw: hoge cultuurhistorische waarden, deze zijn van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. groen: positieve cultuurhistorische waarden, deze zijn van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. geel: indifferente cultuurhistorische waarden, deze zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. 5.2.1 Algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie Dr. Huber Noodtstraat 38a is van belang vanwege de herkenbaarheid van het historische gebruik als bedrijfsgebouw en wagenloods van de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming “Draagt Elkanders Lasten”’.
Het gebouw herinnert in algemene zin aan de ontwikkeling van de uitvaartzorg in Doetinchem en vormt een tastbare herinnering aan de oprichting en ontwikkeling van deze in 1921 opgerichte coöperatieve begrafenisonderneming. Bijzonder is dat op zolder nog een lijkkist van de onderneming bewaard is gebleven. 5.2.2 Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden Het vrijstaande pand is vanwege de situering op een ruim binnenterrein en vanwege de vormgeving van beeldbepalende betekenis voor het ruimtelijke beeld ter plaatse. Het voormalige onderkomen van de begrafenisonderneming vormt samen met de bebouwing van Setax (nr. 40-42) en de timmerloods van aannemer Kolkman (nr. 38b) een waardevol ensemble van historische bedrijfsbebouwing (vanaf de jaren ’30) rond een binnenterrein aan de Dr. Huber Noodtstraat. De recente nieuwbouw aan de westzijde en de aanleg van de Dr. Huber Noodtplaats heeft daarbij wel onvermijdelijk geleid tot een zekere aantasting van de historisch-stedenbouwkundige waarde van de directe omgeving van het binnenterrein. 5.2.3 Architectuurhistorische waarden Dr. Huber Noodtstraat 38a is een zeldzaam en relatief gaaf bewaard typologisch voorbeeld van een bedrijfsgebouw van een coöperatieve begrafenisonderneming uit de jaren ’30 van de 20e eeuw.
Het gaat hierbij om de combinatie tussen het historische verhaal van de vestiging van de ‘Doetinchemsche Begrafenisonderneming “Draagt Elkanders Lasten”’ en de fysieke manifestatie daarvan in het gebouw uit 1934. De architectuurhistorische waarden zijn hoofdzakelijk gelegen in het relatief gaaf bewaarde exterieur: een doelmatig maar verzorgd vormgegeven bedrijfsgebouw van één bouwlaag onder een met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak, voorzien van bakstenen gevels met stalen vensters, hijsdeuren en een hijsbalk. De oorspronkelijke onderdelen van het exterieur hebben een hoge cultuurhistorische waarde, de cultuurhistorische waarde van de latere veranderingen van het exterieur zijn indifferent. Het voormalige lijkenhuisje in de uitbouw was niet toegankelijk, maar heeft vanwege de latere vernieuwing/uitbreiding een indifferente cultuurhistorische verwachtingswaarde. In het interieur zijn van de oorspronkelijke indeling en interieurafwerking alleen nog de inbouwkast, de toegangen tot de kelder- en zoldertrap en het zachtboard plafond aan de achterzijde bewaard gebleven. Deze onderdelen vertegenwoordigen een positieve cultuurhistorische waarde. 5.2.4 bouwhistorische waarden De bouwhistorische waarden van Dr. Huber Noodtstraat 38a zijn hoofdzakelijk gelegen in de bouwmassa en de daarbij behorende oorspronkelijke verschijningsvorm van het exterieur.
De kapconstructie, de balklaag en de trappen dateren uit de bouwtijd, zijn kenmerkend voor de periode van ontstaan, maar zijn in bouwhistorisch opzicht niet erg zeldzaam. Aan de balklaag en de trappen is daarom een positieve cultuurhistorische waarde toegekend. Omdat de kapconstructie een integraal onderdeel vormt van het zadeldak heeft deze een hoge cultuurhistorische waarde. De kelder was niet toegankelijk en heeft een positieve cultuurhistorische verwachtingswaarde.
5.3
Advies en aanbevelingen
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn aan de hand van bovenstaande waardering een aantal algemene adviezen en aanbevelingen geformuleerd bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen: • De oorspronkelijke onderdelen van het exterieur en de kapconstructie hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Instandhouding/behoud en eventueel restauratie dient hierbij het uitgangspunt te zijn. • De mogelijkheden voor vernieuwing en eventueel herbestemming liggen met name in het interieur. Verder is, gezien de latere veranderingen, vernieuwing en aanpassing van de vensters en gevelindeling in de noordgevel mogelijk, evenals vernieuwing en aanpassing van de uitbouw aan de achterzijde. • Het verdient de aanbeveling om ook de op zolder bewaard gebleven doodskist in situ op te slaan/te behouden als tastbaar onderdeel van de gebruiksgeschiedenis van het pand.
28 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Waarderingsplattegrond van Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem (Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten).
29 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
BRONNEN EN LITERATUUR Archieven Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers bouwdossier Dr. Huber Noodtstraat 40-42 hinderwetvergunningen Dr. Huber Noodtstraat 38b en 40-42 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beeldbank Kadaster Kadastrale archiefviewer Websites www.delpher.nl https://www.monuta.nl/over-monuta/uitvaartgeschiedenis/ www.topotijdreis.nl Literatuur Stenvert, R., BBA, Petro-hal Dr. Huber Noodtstraat 40-42 in Doetinchem: cultuurhistorische verkenning met waardestelling, Utrecht november 2009. Vromen, J., Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem Oost, cultuurhistorisch waardevolle panden, Doetinchem 14 april 2020.
30 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
COLOFON BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING DR. HUBER NOODTSTRAAT 38A TE DOETICHEM
KLANT Burgland Real Estate AUTEUR Jacco Vromen (Belfort Cultuurhistorie en Monumenten) PROJECTNUMMER C05022.214184 DATUM 14 augustus 2020
Arcadis Nederland B.V. Postbus 33 6800 LE Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
31 van 32
BOUWHISTORISCHE EN CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
1
Waaronder: R. Stenvert, BBA, Petro-hal Dr. Huber Noodtstraat 40-42 in Doetinchem: cultuurhistorische verkenning met waardestelling, Utrecht november 2009. 2 J. Vromen, Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem Oost, cultuurhistorisch waardevolle panden, Doetinchem 14 april 2020, p. 9-10. 3 J. Vromen, Belfort Bureau voor Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem Oost, cultuurhistorisch waardevolle panden, Doetinchem 14 april 2020, p. 14. 4 https://www.monuta.nl/over-monuta/uitvaartgeschiedenis/. 5 De Graafschap-bode: nieuws- en advertentieblad voor stad- en ambt-Doetinchem, 03-08-1931, www.delpher.nl. 6 De Graafschap-bode: nieuws- en advertentieblad voor stad- en ambt-Doetinchem, 05-03-1934, www.delpher.nl. 7 De Graafschap-bode: nieuws- en advertentieblad voor stad- en ambt-Doetinchem, 04-05-1934, 03-10-1934 www.delpher.nl. 8 De Graafschap-bode: nieuws- en advertentieblad voor stad- en ambt-Doetinchem, 18-12-1936 www.delpher.nl
32 van 32