CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b.13. Bijlage 13 bij ruimtelijke onderbouwing - Aanvullend natuuronderzoek.pdf

gemeenteraad 20 april 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.1: Bestemmingsplan Dr Huber Noodtstraat 38-42a - 20225.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend natuuronderzoek Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem

In opdracht van Burgland Real Estate BV

Colofon Aanvullend natuuronderzoek Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem

Opdrachtgever Contactpersoon

Burgland Real Estate BV Dhr. IJ. Alberts

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Rapportnummer Auteur Controle Status Publicatiedatum Foto voorblad

2371 S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom Definitief 01 februari 2022 Plangebied

Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1

2

3

4

5

6

Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1

Inleiding ................................................................................................................ 4

1.2

Doel ...................................................................................................................... 4

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1

Gegevens plangebied ........................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5

2.4

Geplande werkzaamheden ................................................................................... 6

Methodiek aanvullend onderzoek................................................................................. 8 3.1

Gierzwaluw ........................................................................................................... 8

3.2

Huismus ............................................................................................................... 9

3.3

Vleermuizen.......................................................................................................... 9

Resultaten aanvullend onderzoek .............................................................................. 12 4.1

Jaarrond beschermde vogelsoorten .................................................................... 12

4.2

Vleermuizen........................................................................................................ 13

Wet natuurbescherming ............................................................................................. 17 5.1

Gierzwaluw ......................................................................................................... 17

5.2

Huismus ............................................................................................................. 18

5.3

Gewone dwergvleermuis .................................................................................... 19

5.4

Laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis ........................................ 19

5.5

Overige soorten broedvogels .............................................................................. 20

Conclusie ................................................................................................................... 21

Bijlage 1

Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 23

Samenvatting Uit het gericht onderzoek blijkt dat het slopen van de aanwezige bebouwing in het plangebied aan de Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem een negatief effect heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan voor de gewone dwergvleermuis is noodzakelijk. Bij werkzaamheden en activiteiten moet verder altijd rekening worden gehouden met broedvogels. De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden en/of er dient te worden voorkomen dat broedvogels zich lokaal vestigen. Bezette nesten mogen, ongeacht de tijd van het jaar, niet worden verstoord. Voor overige soort(groep)en is het aanvragen van een ontheffing ook niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om enkele gebouwen aan de Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem te slopen ten behoeve van de realisatie van een parkeerkelder met daarop appartementen en een binnenhof. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet natuurbescherming.

Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Burgland Real Estate BV.

Pagina 3

1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Er zijn plannen om enkele gebouwen aan de Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem te slopen ten behoeve van de realisatie van een parkeerkelder met daarop appartementen en een binnenhof. Tritium Advies B.V. heeft daarom eerder een quickscan natuurtoets uitgevoerd (documentkenmerk: 2010/199/TA-01, versie 0) en is tot de conclusie gekomen dat aanvullend onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk is. De heer Alberts van Burgland Real Estate BV is betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies opdracht gegeven voor dit aanvullende onderzoek.

1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkeling sprake is van aantasting van vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus en gebouwbewonende vleermuizen. Voor boombewonende vleermuizen, (essentieel) foerageergebied en vliegroute van vleermuizen en overige beschermde soorten is tijdens de, door Tritium Advies B.V. uitgevoerde, quickscan natuurtoets (documentkenmerk: 2010/199/TA-01, versie 0) aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten en type functies voor vleermuizen op voorhand uit te sluiten zijn, indien met (overige) broedvogels rekening gehouden wordt.

Pagina 4

2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Kadastraal: Plaats: Gemeente: Provincie:

Dr. Huber Noodtplaats (Dr. Hubert Noodtstraat 38a, 38b, 40 en 42) DTC01-C-1563, DTC01-C-3105, DTC01-C-3106, DTC01-C-1386 en Plaats: DTC01-C-1388 Doetinchem Doetinchem Gelderland

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Doetinchem (zie figuur 1). Het plangebied wordt begrensd door overige woningen en opstallen met tuinen, de Dr. Huber Noodtplaats en Dr. Huber Noodtstraat en een relatief groot parkeerterrein. Het plangebied betreft meerdere erven, te weten: •

• • •

het erf met nummer Dr. Huber Noodtstraat 38a (Perceel: DTC01-C-3106), bestaande uit een vrijstaande garage en verhard terrein. Het gebouw (‘Petro-hal’) stamt uit 1934 en is door de coöperatieve begrafenisvereniging ‘Draagt Elkanders Lasten’ als garage gebouwd voor de stalling van lijkkoetsen en later lijkwagens; het erf met nummer Dr. Huber Noodtstraat 38b (Perceel: DTC01-C-3106), bestaande uit een karloods en twee (houten) schuren; het erf tussen nummer Dr. Huber Noodtstraat 38a, 38b, 40 en 42 (Perceel: Perceel: DTC01-C-1386), bestaande uit verharding/parkeerterrein; het erf met huisnummers Dr. Huber Noodtstraat 40 en 42 (Perceel: Perceel: DTC01-C-1563 en DTC01-C-1388), bestaand uit een gesplitste woning met showroom uit 1950, een reparatiewerkplaats uit 1950, een werkplaats uit ca. 1934, een garage uit 1949 en verharding.

De directe omgeving van het plangebied bestaat uit woningen met tuinen, winkelpanden en infrastructuur (zie figuur 2).

2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het plangebied, wordt bepaald door woonhuizen met bijbehorende tuinen, winkels, infrastructuur en opgaande groenstructuren (zie figuur 3 en 4).

Pagina 5

2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen om de aanwezige bebouwing aan de Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem te slopen ten behoeve van de realisatie van een parkeerkelder met daarop appartementen en een binnenhof.

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2021).

Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2021).

Pagina 6

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied (rood) en het onderzoeksgebied voor gierzwaluw en huismus (gele stippellijn). Bron: Provincie Gelderland (2021).

Figuur 4. Luchtfoto van het plangebied (rood) en het onderzoeksgebied voor vleermuizen (gele stippellijn). Bron: Provincie Gelderland (2021).

Pagina 7

3 Methodiek aanvullend onderzoek Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Voor het onderzoek naar de jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus zijn de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten Huismus en Gierzwaluw van BIJ12 richtinggevend. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol (versie 2017/2021), opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend.

3.1 Gierzwaluw Om de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw aan te tonen zijn er 3 bezoeken met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen uitgevoerd (zie tabel 1). Deze onderzoeken zijn tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang in de periode 1 juni tot en met 15 juli door twee ecologen uitgevoerd, waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) is uitgevoerd (zie tabel 1). Er is gepost vanaf strategisch gekozen punten waarbij zoveel mogelijk alle laagvliegende (tot 20 meter boven de gebouwen of lager) gierzwaluwen genoteerd zijn. Deze losse exemplaren of groepen zijn vervolgens gevolgd, waarbij er speciaal is gelet op het gedrag (bezoek aan waarschijnlijke nestplaats en vluchtgedrag). Is de vlucht herhaaldelijk over een bepaald dak/gebouw dan is er gepost bij de zijde van het gebouw waar de gierzwaluwen op aanvliegen. Werd er herhaaldelijk geroepen bij het langsvliegen op eenzelfde locatie dan is daar gepost. Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door gierzwaluwen. Ronde 1 2 3

Onderzoeker(s) S.J.J. Wamelink Ing. R. Top S.J.J. Wamelink Ing. R. Top Ing. R. Boerboom S.J.J. Wamelink Ing. R. Top

Functie

Datum

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

Nestlocaties

14-062021

20:00 uur

22:00 uur

Onbewolkt, droog, 21-17°C, wind 0-2 Bft

Nestlocaties

28-062021

20:00 uur

22:00 uur

Half bewolkt, droog, 24-22°C, wind 1-2 Bft

Nestlocaties

06-072021

19:45 uur

21:50 uur

Half bewolkt, droog, 20-18°C, wind 0-1 Bft

Tabel 1. Veldonderzoek gierzwaluw.

Pagina 8

3.2 Huismus De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er is door één ecoloog geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Tevens is in beeld gebracht of er (essentiële) elementen van de functionele leefomgeving zich binnen het onderzoeksgebied bevinden. Deze elementen zijn vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus, van BIJ12 zijn hiervoor 2 ochtendbezoeken, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen, uitgevoerd in de periode 1 april t/m 15 mei (zie tabel 2). Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen. Ronde

Onderzoeker(s)

Functie

1

Ing. R. Boerboom

Nestlocaties

2

Ing. R. Boerboom

Nestlocaties

Datum 18-042021 05-052021

Begintijd

Eindtijd

07:20 uur

09:30 uur

08:30 uur

10:30 uur

Weersomstandigheden Onbewolkt, droog, 3-5°C, wind 0-1 Bft Half bewolkt, droog, 6-8°C, wind 2-3 Bft

Tabel 2. Veldonderzoek huismus.

3.3 Vleermuizen 3.3.1 Vaste verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten De gebouwen aan de Dr. Huber Noodtplaats in Doetinchem zijn potentieel geschikt als kraam- zomer- en paarverblijfplaats voor enkele gebouwbewonende soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Het vleermuisprotocol (2021) adviseert om bij het vermoeden op vaste rust- en verblijfplaatsen in gebouwen van de te verwachten soorten gericht vleermuisonderzoek uit te voeren middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 15 juli en 3 avondbezoeken in de periode 1 augustus – 1 oktober (zie tabel 3). De bezoeken zijn allen te voet uitgevoerd door één tot drie vleermuisonderzoekers. De veldbezoeken zijn conform de eisen van het vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat het onderzoeksgebied iets groter is dan het weergegeven plangebied (zie figuur 2). Dit is gedaan omdat, ook al vinden de werkzaamheden binnen de grenzen van het plangebied plaats, deze werkzaamheden ook verstoring kunnen opleveren voor vleermuizen die zich mogelijk net buiten het plangebied bevinden. Het plangebied is door de aanwezigheid van direct aangrenzende openbare wegen (Dr. Huber Noodtplaats en Dr. Huber Noodtstraat), parkeerterrein en overige verharding zeer overzichtelijk.

Door de onderzoeksintensiteit en toegankelijkheid van het plangebied, en de direct aangrenzende openbare wegen en verharding, is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door vleermuizen.

Pagina 9

Vleermuisprotocol Het vleermuisprotocol wordt daar waar nodig jaarlijks geëvalueerd. De aanpassingen zijn gebaseerd op het oordeel van de deskundigen in het Vleermuisvakberaad. Het protocol wordt daarmee aangepast naar de meest recente wetenschappelijke inzichten. Ingeval de evaluatie geen aanleiding tot aanpassing gaf, is het protocol met ongewijzigde naamgeving gehandhaafd. Dit heeft geleid tot enkele aanpassingen ten opzichte van het vorige vleermuisprotocol (versie 2017). Eén van de wijzigingen in het actuele vleermuisprotocol (2021) is de periode tussen de bezoeken in het kraamseizoen. Deze is van 30 dagen aangepast naar 20 dagen. Bij uitvoering van de veldbezoeken in de kraamperiode (2021) van de te verwachten vleermuissoorten is deze tussenperiode van 20 dagen tussen de beide avondbezoeken aangehouden als minimale eis.

Ronde

Onderzoeker(s)

Functie

Datum

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

Zomer- en kraamverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis Avond – nacht 1

2

S.J.J. Wamelink Ing. R. Top Ing. R. Boerboom S.J.J. Wamelink Ing. R. Top Ing. R. Boerboom

zomer- en kraamverblijfplaatsen

27-052021

21:40 uur

00:15 uur

Bewolkt, droog, 15-13°C, wind 0-1 Bft

zomer- en kraamverblijfplaatsen

28-062021

22:00 uur

00:30 uur

Half bewolkt, droog, 22-18°C, wind 1-2 Bft

03:30 uur

05:30 uur

Bewolkt, droog, 14-16°C, wind 0-1 Bft

Soorten: gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Nacht – ochtend 3

S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom

zomer- en kraamverblijfplaatsen

16-072021

Paarverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis Avond – nacht 4

S.J.J. Wamelink

paarverblijfplaatsen

5

S.J.J. Wamelink

paarverblijfplaatsen

06-092021 27-092021

21:00 uur

00:35 uur

20:30 uur

22:35 uur

Onbewolkt, droog, 18-15°C, wind 1-2 Bft Bewolkt, droog, 15-13°C, wind 1-2 Bft

Tabel 3. Veldonderzoek vleermuizen.

3.3.2 Vaste verblijfplaatsen boombewonende soorten Tijdens de, door Tritium Advies B.V. uitgevoerde, quickscan natuurtoets (documentkenmerk: 2010/199/TA-01, versie 0) is aangegeven dat de bomen die zich aan de westelijke zijde van het plangebied bevinden beschikken over enkele holtes. Deze holtes lopen echter niet door, waardoor deze ongeschikt zijn als vaste verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Negatieve effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn op voorhand uit te sluiten.

Pagina 10

Aanvullend onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is niet noodzakelijk en is ook niet uitgevoerd.

3.3.3 (Essentieel) foerageergebied Tijdens de, door Tritium Advies B.V. uitgevoerde, quickscan natuurtoets (documentkenmerk: 2010/199/TA-01, versie 0) is aangegeven dat het plangebied mogelijk gebruikt wordt als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals tuinen van omliggende woningen, plantsoenen en Oude IJssel. Negatieve effecten op (essentieel) foerageergebied is op voorhand uit te sluiten. Aanvullend onderzoek naar (essentieel) foerageergebied van vleermuizen is niet noodzakelijk en is ook niet uitgevoerd.

3.3.4 Vliegroute Tijdens de, door Tritium Advies B.V. uitgevoerde, quickscan natuurtoets (documentkenmerk: 2010/199/TA-01, versie 0) is aangegeven dat de bomen binnen het plangebied geen lange, aaneengesloten lijnvormige structuur vormen. De Oude IJssel en de bomenrijen aan de J.F. Kennedylaan kunnen wel dienst doen als vliegroute, deze lijnvormige structuren sluiten aan op de sportvelden ten zuiden van het plangebied en de vijver ten noordoosten van het plangebied. Deze structuren zullen naar aanleiding van het planvoornemen niet worden aangetast en kunnen daardoor dienst blijven doen als vliegroute. Negatieve effecten op een vliegroute is op voorhand uit te sluiten. Aanvullend onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen is niet noodzakelijk en is ook niet uitgevoerd.

Pagina 11

4 Resultaten aanvullend onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek besproken.

4.1

Jaarrond beschermde vogelsoorten

4.1.1 Gierzwaluw Tijdens de avondbezoeken van 14 juni, 28 juni en 6 juli 2021 zijn er alleen enkele hoog boven het plangebied foeragerende/overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Langs dakranden scherende en/of in- of uitvliegende exemplaren zijn niet in het plangebied vastgesteld. In de omgeving van het plangebied zijn enkele laag vliegende gierzwaluwen vastgesteld. Op 14 juni en 6 juli zijn ter hoogte van de gebouwen tussen de parkeerplaats van de Dr. Huber Noodtplaats en de Plantsoenstraat enkele ‘laag gierende’ gierzwaluwen waargenomen. Onder dit ‘laag gieren’ verstaan we het in een doelgerichte vlucht over een dak of langs een gevel scheren, waarbij ter hoogte van de (vermoedelijke) verblijfplaats wordt geroepen (“gegierd”). Op basis van dit gedrag kan men aannemen dat deze gierzwaluwen hier ergens een nestlocatie hebben. De vermoedelijke vaste rust- en verblijfplaatsen bij de gebouwen aan de Plantsoenstraat bevinden zich op ruime afstand van het plangebied en niet binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Conclusie Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw in het plangebied. De geplande werkzaamheden hebben ook geen negatief effect op eventueel aanwezige nestlocaties in de omgeving van het plangebied.

4.1.2 Huismus Tijdens de dagbezoeken van 18 april en 5 mei zijn in het plangebied geen territoriale/zingende mannetjes of nestindicerende waarnemingen van de huismus verricht. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens beide veldbezoeken op de volgende locaties territoriale/zingende mannetjes of nestindicerende waarnemingen vastgesteld: • • • • • • •

Dr. Huber Noodtstraat 9 Dr. Huber Noodtstraat 33 Dr. Huber Noodtstraat 41 Plantsoenstraat 73 Plantsoenstraat 75 Rozengaardseweg 33 Rozengaardseweg 35

Door het ontbreken van vaste rust- en verblijfplaatsen en foerageermogelijkheden in de vorm van grazige vegetaties en het merendeels ontbreken van schuilmogelijkheden in de

Pagina 12

vorm van dichte opgaande beplanting als beuken- en coniferenhagen zijn er geen essentiële elementen van de functionele leefomgeving in het plangebied aanwezig. Incidenteel gebruik van enkel rondzwervende huismus is wel mogelijk. Conclusie Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) en overige essentiële delen van de functionele leefomgeving (voedsel, dekking, plekken voor stofbaden en drinkwater e.d.) van de huismus in het plangebied. De geplande werkzaamheden hebben ook geen negatief effect op aanwezige nestlocaties in de omgeving van het plangebied.

4.2 Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten aangetroffen in, of direct grenzend aan, het plangebied: • • • •

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

4.2.1 Gewone dwergvleermuis Zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens het avondbezoek van 27 mei is een zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis in het plangebied vastgesteld. In het gebouw aan de Dr. Huber Noodtstraat 38a (‘Petro-hal’) is hier rond 22:10 uur twee keer een ‘aantikkend’ exemplaar vastgesteld. Rond 22:19 vloog, hoogstwaarschijnlijk, hetzelfde exemplaar in het gebouw onder de nok van de oostgevel. Tijdens het avondbezoek van 28 juni is een overige zomerverblijfplaats in het plangebied vastgesteld. Rond 22:30 uur vloog uit één van de bijgebouwen bij Dr. Huber Noodtstraat 40 en 42 een gewone dwergvleermuis uit. Een paar minuten later vlogen hier rond 22:33 uur nog twee exemplaren uit. De vermoedelijke verblijfplaats bevindt zich onder het dak (zuidzijde). Deze verblijfplaats is toegankelijk via een kapotte dakpan. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van meerdere uit- en/of invliegende dieren die duiden op aanwezigheid van een kraamverblijfplaats of overige zomerverblijfplaatsen binnen of direct grenzend aan het plangebied. Paarverblijfplaatsen Tijdens het paarverblijfplaatsonderzoek op 6 en 27 september 2021 is een enkele baltsende gewone dwergvleermuis (1-2 exemplaren) in de omgeving van het plangebied vastgesteld. Betreffende exemplaren vertoonden geen tot marginale binding met het plangebied.

Tijdens het veldbezoek van 6 september vloog er één baltsende gewone dwergvleermuis

Pagina 13

kort in het plangebied. Rond 23:15 uur vloog dit exemplaar voor enkele minuten rond boven de binnenplaats, ter hoogte van het gebouw aan de Dr. Huber Noodtstraat 38a (‘Petro-hal’). De aanwezigheid van een paarverblijfplaats binnen het plangebied is uit te sluiten. Mogelijk bevindt zich de vaste rust- en verblijfplaats van deze baltsende gewone dwergvleermuis in een gebouw elders aan de Dr. Huber Noodtstraat, op enige afstand van het plangebied. Massawinterverblijfplaats Aan de hand van de bouwfysische kenmerken van de bebouwing (afwezigheid van grote, massieve gebouwen) in het plangebied, is op voorhand de aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats van gewone dwergvleermuizen uitgesloten. Vanaf augustus zwermen groepen gewone dwergvleermuizen bij deze winterverblijven, ook wel massawinterverblijfplaatsen genoemd. Tijdens de veldbezoeken in het najaar zijn er geen (groepen) zwermende gewone dwergvleermuizen langs de bebouwing in het plangebied waargenomen. De aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats in de bebouwing is uitgesloten. Winterverblijfplaats Er mag vanuit gegaan worden dat de locaties die als zomerverblijfplaats in gebruik is, tevens ook als winterverblijf wordt gebruikt. Het is dan ook niet uit te sluiten dat beide aangetroffen zomerverblijfplaatsen tevens worden benut als winterverblijfplaats voor een enkele gewone dwergvleermuis.

Foerageergebied Het plangebied is incidenteel in gebruik door een enkele foeragerende gewone dwergvleermuis. Er wordt telkens kort in het plangebied, door maximaal 2 exemplaren gelijktijdig, gefoerageerd. In de directe omgeving van het plangebied, met nabijgelegen tuinen, parken, gazons en openbaar groen, is ruim voldoende (alternatief) geschikt foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis aanwezig. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied in het plangebied. Vliegroute Het plangebied is incidenteel in gebruik door een enkele passerende gewone dwergvleermuis. Lijnvormige houtige elementen als een bomenrij en laanbeplanting zijn niet in het plangebied aanwezig. Er is geen sprake van een vliegroute in het plangebied.

4.2.2 Laatvlieger Zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 27 mei en 28 juni en de ochtendronde van 16 juli zijn geen waarnemingen van uit- en/of invliegende dieren of rondzwermende exemplaren vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats van de laatvlieger binnen het plangebied. De aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats is hier uit te sluiten.

Pagina 14

Paarverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 6 en 27 september zijn geen waarnemingen van baltsende laatvliegers vastgesteld. De aanwezigheid van een paarverblijfplaats is hier uit te sluiten. Foerageergebied Tijdens alle veldbezoeken zijn geen foeragerende laatvliegers in het plangebied vastgesteld. Het plangebied is vrijwel geheel verhard en bevindt zich in bebouwd gebied. De aanwezigheid van een (essentieel) foerageergebied is hierdoor uit te sluiten. Vliegroute Tijdens het avondbezoek van 28 juni is rond 22:30 uur één overvliegende laatvlieger in het plangebied vastgesteld. Lijnvormige houtige elementen als een bomenrij en laanbeplanting zijn niet in het plangebied aanwezig. Uitgezonderd een éénmalige waarneming van een passerend exemplaar zijn geen overige waarnemingen van de laatvlieger verricht. De aanwezigheid van een vliegroute is hier uit te sluiten.

4.2.3 Rosse vleermuis Zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen De aanwezigheid van een zomer-, kraam- en/of paarverblijfplaats is, mede door afwezigheid van bomen met geschikte holten, hier uit te sluiten. Foerageergebied Het plangebied is vrijwel geheel verhard en bevindt zich in bebouwd gebied. De aanwezigheid van een (essentieel) foerageergebied is hierdoor uit te sluiten. Vliegroute Tijdens het avondbezoek van 28 juni is één overvliegende rosse vleermuis boven het plangebied vastgesteld. Tijdens overige veldbezoeken zijn verder geen overvliegende rosse vleermuizen waargenomen. Lijnvormige houtige elementen als een bomenrij en laanbeplanting zijn niet in het plangebied aanwezig. De aanwezigheid van een vliegroute is binnen de grenzen van het plangebied uit te sluiten.

4.2.4 Ruige dwergvleermuis Tijdens de avondbezoeken van 27 mei en 28 juni en de ochtendronde van 16 juli zijn geen waarnemingen van uit- en/of invliegende dieren of rondzwermende exemplaren vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis binnen het plangebied. De aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats is hier uit te sluiten. Paarverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 6 en 27 september zijn geen waarnemingen van baltsende ruige dwergvleermuizen vastgesteld. De aanwezigheid van een paarverblijfplaats is hier uit te sluiten.

Pagina 15

Foerageergebied Tijdens het avondbezoek van 27 mei is één foeragerend exemplaar in het plangebied vastgesteld. Rond 22:40 uur foerageerde een ruige dwergvleermuis zeer kort (maximaal één minuut) in de westrand van het plangebied. Tijdens overige veldbezoeken zijn verder geen ruige dwergvleermuizen waargenomen. Het plangebied is vrijwel geheel verhard en bevindt zich in bebouwd gebied. De aanwezigheid van een (essentieel) foerageergebied is hierdoor uit te sluiten. Vliegroute Lijnvormige houtige elementen als een bomenrij en laanbeplanting zijn niet in het plangebied aanwezig. Uitgezonderd een éénmalige waarneming van een kort in het plangebied foeragerende ruige dwergvleermuis zijn geen overige waarnemingen verricht. Het is echter niet uit te sluiten dat incidenteel een enkele ruige dwergvleermuis het plangebied passeert. Echter op basis van de resultaten van het gericht vleermuisonderzoek kan men concluderen dat de aanwezigheid van een vliegroute hier uit te sluiten is.

4.2.5 Overige vleermuissoorten Tijdens de veldbezoeken zijn naast de aangetroffen vleermuissoorten geen overige soorten, waaronder de eventueel te verwachten gewone grootoorvleermuis, in het plangebied of direct hieraan grenzend vastgesteld. De aanwezigheid van een verblijfplaats van een overige vleermuissoort is hier uit te sluiten.

Pagina 16

5 Wet natuurbescherming De effecten op aangetroffen beschermde fauna en de wettelijke consequenties zijn ingeschat aan de hand van de geplande werkzaamheden. In het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Van de strikt beschermde huismus, gierzwaluw en overige waargenomen vleermuissoorten (laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis) zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen vastgesteld. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan is noodzakelijk voor de gewone dwergvleermuis.

5.1 Gierzwaluw 5.1.1 Beschermde status De gierzwaluw is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Hij staat ook vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van de gierzwaluw zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan gebouwen is er vaak sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming met de daarbij benodigde maatregelen voor gierzwaluw worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van de verboden als vermeldt in artikel 3.1, lid 1, 2 en 4.

5.1.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12, zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw aangetroffen binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar de gierzwaluw heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied en de invloedssfeer van de werkzaamheden geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van deze soort bevinden, zal er bij de uitvoering van de

Pagina 17

geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van de vaste rust- en verblijfplaatsen niet noodzakelijk.

5.2 Huismus 5.2.1 Beschermde status De huismus is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. De nesten van de huismus en het daarbij behorend functioneel leefgebied zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan gebouwen is er vaak sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Tevens kan is er in sommige gevallen sprake van het verlies van (essentieel) functioneel leefgebied (zoals foerageergebieden). Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming met de daarbij benodigde maatregelen voor huismus worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van de verboden als vermeldt in artikel 3.1, lid 1, 2 en 4.

5.2.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland en het Kennisdocument Huismus van BIJ12, zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de huismus aangetroffen binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Verder zijn er geen (overige) essentiële delen van de functionele leefomgeving (voedsel, dekking, plekken voor stofbaden en drinkwater e.d.) van de, in de directe omgeving aanwezige, huismussen aanwezig. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar de huismus heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied en de invloedssfeer van de werkzaamheden geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) en geen (overige) essentiële delen van de functionele leefomgeving van deze soort bevinden, zal er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen of aantasten van de functionele leefomgeving van de huismus. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van de vaste rust- en verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving niet noodzakelijk.

Pagina 18

5.3 Gewone dwergvleermuis 5.3.1 Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

5.3.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (versie 2017/2021), opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, zijn vaste rust- en verblijfplaatsen in de vorm van twee zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een kraam- of paarverblijfplaats, essentieel foerageergebied of een vliegroute van de gewone dwergvleermuis binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar vleermuizen heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied vaste rust- en verblijfplaatsen (zomerverblijfplaats) bevinden, is er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden sprake van het vernielen van vaste rusten verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen noodzakelijk.

5.4 Laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis 5.4.1 Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

5.4.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (versie 2021), opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen,

Pagina 19

essentieel foerageergebied of een vliegroute van de waargenomen laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis aangetroffen binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar vleermuizen heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied en de invloedssfeer van de werkzaamheden geen vaste rust- en verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroute van de aangetroffen laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis bevinden, zal er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen of aantasten van een essentieel foerageergebied of vliegroute van deze vleermuissoorten. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroute niet noodzakelijk voor de laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.

5.5 Overige soorten broedvogels Tijdens het soortgericht onderzoek naar de gierzwaluw, huismus en vleermuizen zijn enkele (overige) soorten broedvogels aangetroffen in het plangebied. Broedvogels Er moet rekening worden gehouden met broedvogels. Tijdens de veldonderzoeken zijn diverse broedvogels in het plangebied waargenomen, die mogelijk nestlocaties hebben binnen het plangebied. Het gaat om kauw, merel, Turkse tortel en zwarte roodstaart. Bezette nesten van alle inheemse broedvogels zijn beschermd en een ontheffing voor het verstoren of vernielen van deze nesten is niet mogelijk. Activiteiten moeten daarom bij voorkeur buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied. Vogels die buiten het broedseizoen broeden zijn ook beschermd. Werkzaamheden mogen alleen in het broedseizoen plaatsvinden indien er geen broedvogels wezenlijk verstoord worden. Zwarte roodstaart De zwarte roodstaart is een categorie 5 soort. Een categorie 5 soort is enkel beschermd wanneer hiervoor zwaar ecologische redenen voor gelden. Omdat de zwarte roodstaart in gebouwen al snel een broedplaats kan maken is dit niet het geval. In de omgeving en elders in de bebouwde kom van Doetinchem zijn voor deze soort voldoende alternatieven.

Pagina 20

6 Conclusie Aan de hand van de verkregen resultaten en datgene wat gesteld wordt in de Wet natuurbescherming kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Door de geplande activiteiten verdwijnen twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Voor het aantasten van deze vaste rust- en verblijfplaatsen moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd en een projectplan worden opgesteld met voorstellen voor mitigatie en compensatie. Door de geplande activiteiten verdwijnen geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentiële delen van de functionele leefomgeving van gierzwaluw, huismus en overige aangetroffen vleermuizen. Het nemen van mitigerende en/of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Overige broedvogels Er moet rekening gehouden worden met broedvogels, door buiten het broedseizoen te werken of de werkzaamheden te starten voor aanvang van het broedseizoen.

Pagina 21

Bijlagen 1

Resultaten veldonderzoek

Pagina 22

Bijlage 1 Resultaten veldonderzoek Gierzwaluw

= “laag gierende” gierzwaluwen: (vermoedelijke) nestlocatie gierzwaluw = hoog overvliegende gierzwaluwen

Pagina 23

Huismus

= territoriale/zingende mannetjes of nestindicerende waarnemingen

Pagina 24

Gewone dwergvleermuis

= zomerverblijfplaats gebouw aan de Dr. Huber Noodtstraat 38a (‘Petro-hal’) = zomerverblijfplaats bijgebouw Dr. Huber Noodtstraat 40 en 42

Pagina 25

Overige vleermuizen

= laatvlieger = rosse vleermuis = ruige dwergvleermuis

Pagina 26

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl

Pagina 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7863/documents/42752