CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a. Bijlage Ruimtelijke onderbouwing_Landschappelijk inpassingsplan.pdf

beeldvormende raad 4 december 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Omgevingsvergunning Broekstraat 17 (bindend advies)1.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Broekstraat 17 Doetinchem Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone.college

Opdrachtnemer: Eelerwoude 088 147 1100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: 208194 Datum: 22 oktober 2025 Projectleider: MC Opgesteld: TS Status: Definitief Versie: 3 © 2025 Eelerwoude

1. INLEIDING

1.1 Ligging

N316

• Het plangebied ligt ten noorden van Doetinchem (ca. 3 km van het centrum) en ten zuidwesten van Zelhem (ca. 3 km van het centrum). • Het plangebied ligt op ca. 300 meter van de N316. • Het dichtsbijzijnde erven in de omgeving zijn Broekstraat 26 (300m), Broekstraat 15 (300m) en Wassinkbrinkweg 18 (ca. 400m).

Zelhem

1.2 Plangebied

• Op het terrein zijn een bedrijfspand met kantoorruimtes aan de voorzijde en een loods aan de achterzijde aanwezig. • Aan de voorzijde zijn ca. 30 parkeerplaatsen aanwezig. • Via een verharde weg langs de loods kan het verharde achterterrein worden bereikt. • Aan de voorzijde, langs de Broekweg, ligt een vijver/wadi, waarin water van de daken wordt opgevangen.

Te behouden werkplaats/ opslagruimte Te behouden hoofdgebouw

Bestaande landschappelijke inpassing met struweel Verhard achterterrein Veeweide

Te behouden parkeerplaatsen Vijver/wadi voor wateropvang

Doetinchem Afbeelding 1. Ligging van het plangebied 3 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving

Dekzandrug

Complex van dekzandwelvingen

Dekzandrug

Terrasvlakte Dekzandrug

2. GEBIEDSKENMERKEN 2.1 Geomorfologie, bodem en hoogte

Het plangebied ligt in een relatief laaggelegen vlakte die afloopt van de hogergelegen zandgronden rondom Zelhem in het oosten, naar het laaggelegen beekdal van de Zelhemsche beek in het westen. Deze zandgronden zijn van oudsher vrij nat, maar niet nat genoeg voor het optreden van veenvorming, zoals wel in het beekdal het geval is. Op de hoogste en dus droogste dekzandruggen zijn door de mens akkercomplexen (essen) ontstaan. De erven liggen van oudsher op de overgang tussen de hoge en lagergelegen gronden.

Restgeul (Zelhemsche beek) Beekdalbodem Afbeelding 3. Geomorfologische kaart

Hogere zandgronden Weideveengronden op zand Beekeerdgronden; lemig fijn zand

Afbeelding 4. Bodemkaart

4 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

Hoge bruine enkeerdgronden

Laaggelegen beekdal van de Zelhemsche beek

Afbeelding 5. Hoogtekaart

Hoger gelegen escomplex op dekzandrug

Kampenlandschap

2. GEBIEDSKENMERKEN 2.2 Cultuurhistorisch landschap

Broekontginningslandschap

Afbeelding 6. Landschapstypen (bron: Stichting Landschapsbeheer Gelderland)

Afbeelding 7. Historische kaart van 1900 (bron: topotijdreis)

5 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

Het terrein ligt in het zogenaamde Broekontginningslandschap. Dit landschapstype is ontstaan in lagergelegen vlaktes, die historisch te nat waren voor akkerbouw. Vanaf erven, gelegen op de hogergelegen plekken in het landschap, werden deze gronden ontgonnen tot graslanden, waarop vee werd geweid en waarop hooi werd gewonnen voor het vee in de winter. Het plangebied ligt op de overgang van het rechtlijnig ontgonnen broekontginningslandschap en het meer onregelmatig ontgonnen kampenlandschap. De bebouwing binnen het plangebied stamt uit 2015, maar volgt wel de opzet van een agrarisch erf. Uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing is hierop voort te bouwen. Agrarische erven in het broekontginningslandschap kennen een logische erfopzet: • Representieve voorzijde van het erf richting de weg, met siertuin, boomgaard en zicht op de voorgevel van het hoofdhuis. • Praktische achterzijde van het erf, met schuren voor het vee, opslag en het materieel. Typische landschapselementen voor erven in een broekontginningslandschap zijn: • (Gemengde) heggen en hagen als afscheidingen, met soorten als meidoon, sleedoorn, veldesdoorn. • Hoogstamboomgaarden met variatie aan fruitsoorten, als handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer pruim en kers. • (Hakhout)bosjes en singels voor brand- en geriefhout. • Knotbomen van wilg es of els, langs perceelsgrenzen.

• Solitaire bomen, zoals walnoot, paardenkastanje, Afbeelding 8. Erf in broekontginningslandschap (bron: zomereik of gewone es. Stichting Landschapsbeheer Gelderland)

2. GEBIEDSKENMERKEN 2.3 Natuurnetwerk

• Het plangebied ligt langs de Heidenbroeksche Vloed, welke onderdeel is van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het vormt zowel een natte als droge verbinding, door elementen als de waterloop, een ven, kruidenrijke graslanden, begeleid door bos. • Ten noorden van het plangebied liggen ook percelen onderdeel van het GNN, met bospercelen en vochtige kruidenrijke graslanden met poelen. • Binnen het plangebied liggen al een struweelrand langs de noordelijke perceelsgrens en een poel (brandblusvijver, tevens in gebruik als wadi) die door dieren zullen worden gebruikt zich door het gebied te verplaatsen.

Uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling is aansluiten bij de natuurwaarden die aanwezig zijn in de omgeving: • Poelen voor amfibiëen en libellen. • Bosjes en struweelranden met gebiedseigen soorten. • (Vochtige) kruidenrijke graslanden. • Rijen knotbomen.

N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

N06.05 Zwakgebufferd ven L01.02 Houtwal en houtsingel

N10.02 Vochtig hooiland L01.01 Poel en kleine historische wateren

N16.03 Droog bos met productie N03.01 Beek en Bron

Afbeelding 9. Natuurbeheerplan Provincie Gelderland

6 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

2.4 Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen

2. GEBIEDSKENMERKEN

In de omgevingsverordening wordt ingezet op een set kernkwaliteiten van de Achterhoek, die worden versterkt door ontwikkeldoelen. Hieronder wordt hier een overzicht van gegeven en wordt in vette tekst weergegeven welke doelen relevant zijn voor deze ontwikkeling. In de praktijk komt dit neer op het vasthouden van water op eigen perceel, het ontwikkelen van gebiedseigen landschapselementen en hiermee het versterken van landschaps- en natuurwaarden.

Kernkwaliteiten

Ontwikkeldoelen

Een karakteristieke en identiteitsrijke streek in Oost Gelderland. Met het Oost-Nederlands Plateau als een bijzonder en hoger gelegen deelgebied (met een duidelijke terrasrand in het westen). Oude IJssel is grens met Liemers.

Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van de Achterhoek en de te onderscheiden deelgebieden.

Een aanééngesloten en zacht glooiend dekzandlandschap (microreliëf) doorsneden door talrijke van oost naar west stromende, al dan niet gekanaliseerde, beken. De Berkel en de Oude IJssel zijn markante rivieren met langs gelegen, min of meer open rivierweiden. Aanwezigheid van rivierduinen langs de Oude IJssel.

Zoveel mogelijk het microreliëf respecteren. De regionale waterhuishouding vormt de basis voor verdere ruimtelijke ontwikkeling. Herstel van dynamisch rivier- en beekdallandschappen met landschapsbouw en het klimaatbestendig maken van het watersysteem om droogte en wateroverlast te voorkomen. Dit heeft een nauwe relatie met de transitie naar duurzame (kringloop)landbouw.

Rijke afwisseling van grondgebruik resulteert in een half-open coulisselandschap: weide en akkergronden, oude bouwlanden (grote en kleine open essen), houtwallen, hagen en singels, landgoederen en landgoederenzones, bos- en natuurterreinen, beken, laken en weteringen.

Behouden en versterken van de kleinschaligheid en bijdragen aan herstel en onderhoud van structurerende en bijzondere groene landschapselementen. Bij inplaatsen van nieuwe functies, bijvoorbeeld voor energietransitie, het coulisselandschap versterken.

Een landschap van dorpen, kleine kernen en buurtschappen. Doetinchem als centrumplaats. Zutphen en Doesburg zijn historische Hanzesteden met het gezicht naar de IJssel.

Bij stedelijke opgaven is het behoud van het karakteristieke dorpenlandschap van belang, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de stadsranden. Het monumentaal karakter van Doesburg en Zutphen bewaren, herstellen en beleefbaar maken.

Talrijke landgoederen als samenhangende ruimtelijke eenheden bestaande uit een statig huis, (oprij) lanen, historische tuin, bos en landerijen. Zelfstandig of in zones gegroepeerd.

Behouden en versterken van de landgoederen en landgoederen-structuren. Op gepaste wijze de economische basis en de recreatieve toegankelijkheid van landgoederen verbeteren.

Oost-Nederlands Plateau: kleinschalig, organisch gegroeid halfopen coulisselandschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, meanderende beken, boerderijen; oostelijke helft kleinschaliger dan westelijke helft. Tevens rijk aan microreliëf: o.a. steilranden, essen, eenmansessen.

Het bijzondere coulisselandschap behouden en versterken door aanleg en beheer van groene landschapselementen, natuurontwikkeling langs beken en betere recreatieve toegankelijkheid beleefbaarheid. Recreatie meer gericht op het verhaal van de plek. Zorgvuldig openhouden van de oude bouwlanden en de bestaande steilranden niet schaden. Introduceren van passende nieuwe grondgebruiksvormen zoals duurzame landbouw (kringloop-landbouw, natuurinclusief etc.), voedselbossen, beleefplekken en kleinschalige energieopwekking. Beleefbaarheid van cultuurhistorische, geologische en aardkundige waarden vergroten. Aandacht voor kernkwaliteiten donkerte en stilte.

Het van oudsher natte en vlakke middengebied is relatief open en kent een jonge ontginning met een rationele verkaveling.

Ruimtelijke ontwikkelingen in dit middengebied sturen op ruimtelijke kwaliteit om verrommeling te voorkomen. Inzetten op aantrekkelijke landschapsbouw.

Overgang naar IJsselvallei via kleinschalig oeverwallenlandschap.

Behouden en versterken van de kleinschaligheid door o.a. aanleg, herstel en beheer van groene landschapselementen. Zoveel mogelijk het zicht op de IJsselvallei bewaren.

Samenhangende eenheid van hooggelegen beboste en besloten stuwwalkern van Lochemerberg met flankerend een reeks van open essen en bijzondere panorama’s.

Het versterken van de stuwwalkern door natuurontwikkeling. Zorgvuldig openhouden van de oude bouwlanden. De panorama’s niet schaden met storende elementen en mogelijk belvedères toevoegen.

Ecologische waarden met name langs riviertjes en beken, in landgoederen. Andere Natura 2000 gebieden zijn o.a. Korenburgerveen, Bekendelle, Willinks Weust, Wooldse Veen (alle rond Winterswijk) en Stelkampsveld (nabij Barchem)

Intensief inzetten op het verder aanleggen van ecologische verbindingszones vooral langs riviertjes, beken en laken. Beschermen van Natura 2000 waarden. Waar mogelijk combineren met klimaatadaptie en recreatieve toegankelijkheid.

Circumvallatielinie: historische verdedigingslinie rond Groenlo, uit de 17e eeuw.

Circumvallatielinie behouden en markante onderdelen herstellen en recreatief toegankelijk maken.

Markante Scholteboerderijen: beeldbepalende herenboerderijen in de omgeving van Winterswijk in bosrijke setting.

Karakteristieke streekarchitectuur behouden, restaureren en ontwikkelen o.a. door nieuwe functies, passend bij de omgeving.

Drager van een sterke sociaal-culturele identiteit, met een geheel eigen waarde voor recreatie en toerisme. Ligging in de relatieve luwte van de Gelderse en Nederlandse dynamiek. In noordoosten stille gebieden.

Ruimtelijke en economische dynamiek dragen op passende wijze bij aan een levendige identiteit van de Achterhoek. Handhaven van de stiltegebieden.

7 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

Nader in te vullen ruimtes voor praktijkonderwijs

erf ter Ach erf r Voo

Perceelsloot en wadi voor waterberging

3. HET TOEKOMSTIGE TERREIN 3.1 Uitgangspunten Aansluiten bij erfopzet en landschapselemenWensen van het Zone.college: ten typisch in een broekontginningslandschap: Behouden • Representatieve voorzijde van het erf • Bestaande gebouwen. Nader richting de weg, met siertuin, zicht op de te bepalen herinrichting van de voorgevel van het hoofdhuis en ontvangst: panden. • (Gemengde) heggen en hagen als • Parkeerplaatsen (30 stuks) afscheidingen, met soorten als Toevoegen meidoon, sleedoorn, veldesdoorn. • Fietsparkeerplaatsen (ca. 80 stuks) • “Hoogstamboomgaard” met soorten • Grasveld van 8x100m (die lijken op) fruitbomen, welke • Zandbak 2000 m² bestand zijn tegen iets vochtige • Bouwland met zandgrond omstandigheden en kleine vruchten • Oefenruimte rijden met grote hebben; stoofpeer, mispel, meidoorn. machines • Parkeren voor auto en fiets. • (Mogelijk) een machinewasplaats • Solitaire bomen, zoals walnoot, paardenkastanje, gewone es of eik. • Praktische achterzijde van het erf, met schuren voor opslag en het materieel. • (Hakhout)bosjes en singels van soorten als wilg, es, eik of els. • Knotbomen van wilg, es of els, langs perceelsgrenzen. Versterken ecologische waarden op het terrein: • Handhaven van bestaande poel/Toevoegen van nieuwe poel voor amfibieën als boomkikker en verscheidene libellen.

• Toevoegen van voldoende nest- en schuilgelegenheid voor vogels en kleine zoogdieren. • Toepassen van gebiedseigen bloeiende en besdragende bomen, struiken en kruiden.

Inpassing met typische landschapselementen van een voorerf, zoals een boomgaard 8 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

Versterken ecologische verbinding met gebiedseigen beplanting, natte elementen en schuilplaatsen

Een toekomstbestendig watersysteem: • Nieuwe kavelsloot langs de zuidzijde van het perceel, op eigen grond. Zo blijft het weiland van de aanliggende agrariër voldoende droog. • Om bij te dragen aan een duurzaam watersysteem, wordt water wat binnen het plangebied valt, zo lang mogelijk vastgehouden. Hiervoor wordt een wadi/poel gegraven, die enkel in extreme gevallen overloopt in de sloot.

3. HET TOEKOMSTIGE TERREIN Fietsparkeren studenten Invalidenparkeerplaats

Fruitboomgaard loopt door over de parkeerplaats Fruitboomgaard met zitgelegenheid

Nieuwe greppel met flauw aflopende oever (ca. 200 m), begeleid door elzen en knotwilgen Voorziene locatie machinewasplaats en tankvoorziening

Fietsparkeren werknemers Nieuwe poel voor waterberging vanaf de loods (ca. 150m³)

Bestaande poel meer natuurlijk inrichten met flauwe afgeronde oevers

Takkenrillen vormen een informele scheiding en bieden schuil- en nestplaatsen aan vogels en kleine zoogdieren

9 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

3.2 Inrichtingsplan

Colofon Dit rapport is een uitgave van Eelerwoude. Eelerwoude heeft vestigingen in Goor, Diever, Wageningen en Wassenaar © Eelerwoude 2025, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude, Mossendamsdwarsweg 3, 7470 AB Goor. www.eelerwoude.nl

10 | Landschappelijke inpassing Praktijklocatie Zone College

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8318/documents/51030