Bijlage 2a Beheersverordening Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022.pdf
Tekst van het document
Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022 beheersverordening
Vastgesteld
Inhoudsopgave T oelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
1.1 Aanleiding tot beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg – 2022'
7
1.2 Bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019'
7
1.3
7
Beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022'
Hoofdstuk 2 2.1
Beleid
9
Provinciaal beleid
9
Hoofdstuk 3
Uitvoerbaarheid
11
Hoofdstuk 4
Juridische aspecten
13
4.1
Geldende planologische regelingen
13
4.2
Begrenzing van het verordeningsgebied
13
4.3
Juridische aspecten
13
4.4
Toelichting op de regels
16
Hoofdstuk 5
Economische uitvoerbaarheid
23
Hoofdstuk 6
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
25
6.1
Overleg
25
6.2
Inspraak en zienswijzen
25
Regels
27
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
29
Artikel 1
Begrippen
29
Artikel 2
Artikel 2 Wijze van meten
37
Hoofdstuk 2
Gebiedsregels
39
Artikel 3
Bedrijf
39
Artikel 4
Natuur
41
Artikel 5
Waarde - Archeologische verwachting 2
43
Artikel 6
Waarde - Archeologische verwachting 3
46
3 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Artikel 7
Waarde - Archeologische verwachting 6
49
Artikel 8
Waarde - Ecologie
52
Hoofdstuk 3
Algemene regels
55
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
55
Artikel 10
Algemene bouwregels
56
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
58
Artikel 12
Algemene aanduidingsregels
59
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
61
Artikel 14
Overige regels
62
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
63
Artikel 15
Overgangsrecht
63
Artikel 16
Slotregel
64
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bestemmingsplan T ankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019 Bijlage 2 Verleende ontwerpomgevingsvergunning tankstation Bijlage 3 Verleende omgevingsvergunning aanleg grondwal Bijlage 4 Verleende omgevingsvergunning aanleg natuur De Zumpe Bijlagen bij regels Bijlage 1 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Bijlage 2 Inrichtingsplan
4 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Toelichting
5 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
6 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding tot beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg – 2022' Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' vastgesteld. Om, als verplaatsing van het tankstation Wijnbergseweg 39-41, aan de Oostelijke Randweg de vestiging van een tankstation (met landschappelijke inpassing) mogelijk te maken. En om aangrenzende gronden, behorende bij het natuurgebied De Zumpe, te bestemmen als 'Natuur'.
Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad de beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022' vastgesteld. De plangrens van deze beheersverordening overlapt aan de Oostelijke Randweg het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019'. Daardoor is onbedoeld deze beheersverordening ook gaan gelden voor de betreffende gronden aan de Oostelijke Randweg. Om het besluit van 8 juli 2021 voor die gronden te bestendigen, is de beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg – 2022' opgesteld. Deze (voorliggende) beheersverordening legt het bestaande gebruik vast. Daar is hier sprake van. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.3.
1.2 Bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' Met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' heeft de gemeenteraad besloten dat zich aan de Oostelijke Randweg een tankstation (met landschappelijke inpassing) kan vestigen. En dat de aangrenzende gronden, behorende bij het beschermd natuurgebied De Zumpe, worden bestemd als 'Natuur'.
Tegen dit besluit is nadien beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' op 13 april 2022 ongegrond verklaard (ECLI:NL:RVS:2022:1023). Daarmee is het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op 14 april 2022 onherroepelijk geworden.
1.3
Beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022'
Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad de beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022' vastgesteld. Met als doel de eerder vastgestelde beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020' in gebruik te optimaliseren. In de toelichting van deze beheersverordening is opgenomen dat enkele percelen buiten het verordeningsgebied zijn gelaten. Omdat voor die locaties recent is een bestemmingsplan was vastgesteld. Of omdat voor die locaties de planologische procedure of ontwikkeling nog niet was afgerond. Op het moment dat de gemeenteraad besloot over de beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022', was voor de locatie aan de Oostelijke Randweg het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' vastgesteld. Deze locatie aan de Oostelijke Randweg had dus ook buiten het verordeningsgebied van de beheerverordening gelaten moeten worden. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.3. 7 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
8 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 2
Beleid
Deze beheersverordening legt als zijnde bestaand gebruik de ruimtelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden vast overeenkomstig het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' (zie ook paragraaf 4.3). Het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' is bij de vaststelling passend bevonden binnen rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid. Verder maakt voorliggende beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarvan de aanvaardbaarheid op basis van beleid getoetst hoeft te worden. Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' is een geactualiseerde omgevingsverordening Gelderland van kracht. Daarom wordt in paragraaf 2.1.1. (alleen) ingegaan op de omgevingsverordening Gelderland.
2.1
Provinciaal beleid
2.1.1
Omgevingsverordening Gelderland
Om de provinciale belangen te waarborgen is door Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening Gelderland is op 24 september 2014 vastgesteld. Daarna zijn er actualisaties geweest. De laatste actualisatie is vastgesteld op 15 december 2021 (Actualisatieplan 8 Omgevingsverordening). Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruitgelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving.
Onderzoek en conclusie Het plandeel voor het tankstation valt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Van GNN gaat geen externe werking uit. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met provinciale omgevingsverordening. Het plandeel voor de nieuwe natuur valt wel binnen het GNN. Het hele plangebied valt niet in de Beschermingszone natte landnatuur. In de beheersverordening is een regeling opgenomen voor de gronden die liggen in het GNN. De regeling is opgenomen in artikel 12.1.
9 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
10 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 3
Uitvoerbaarheid
Deze beheersverordening legt als zijnde bestaand gebruik de ruimtelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden vast overeenkomstig het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' (zie ook paragraaf 4.3). Het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' is uitvoerbaar gebleken; het besluit tot vaststelling is onherroepelijk geworden. Daarmee is eveneens voorliggende beheersverordening uitvoerbaar. Aanvullend daarop is inmiddels een omgevingsvergunning verleend voor en heeft de aanleg plaatsgevonden van de nieuwe natuur en de grondwal. En is een ontwerp omgevingsvergunning verleend voor de vestiging van het tankstation (zie paragraaf 4.3.). Deze activiteiten, die aansluiten bij de inhoud van voorliggende beheersverordening, zijn daarmee ook uitvoerbaar gebleken.
11 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
12 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Geldende planologische regelingen
Tot vaststelling van de beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022' op 7 juli 2022 gold het onherroepelijke bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019'.
4.2
Begrenzing van het verordeningsgebied
De onderstaande afbeelding geeft de grens aan van de beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg – 2022'. Deze komt overeen met de begrenzing van het plandeel van het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' dat betrekking heeft op het nieuw te vestigen tankstation aan de Oostelijke Randweg en de aangrenzende gronden behorende bij beschermd natuurgebied De Zumpe.
4.3
Juridische aspecten
Algemeen De Wro schrijft in artikel 3.38 voor dat geen ruimtelijke ontwikkelingen mogen worden voorzien voor de gebieden die tot de beheersverordening behoren. Een beheersverordening legt (samengevat) het 'bestaan gebruik' vast. Aan die voorwaarde wordt voldaan.
13 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad namelijk het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' vastgesteld. Daarmee is een (evident actieve) beslissing genomen over de vestiging van het tankstation aan de Oostelijke Randweg, bijbehorende landschappelijke inpassing en de bestemming van aangrenzende gronden behorend bij natuurgebied De Zumpe als 'Natuur'. Tegelijkertijd is evident sprake van een omissie dat de beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022' het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' voor het betreffende deel aan de Oostelijke Randweg overschrijft. En is duidelijk dat dit ook nooit de bedoeling is geweest (blijkens het besluit van 8 juli 2021 en de aard/doel van de beheersverordening 'Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022' en bijbehorende toelichting). Om deze redenen wordt het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' (bijlage 1) beschouwd als geldend planologisch regime dat in principe één-op-één kan worden opgenomen in een beheersverordening.
Daarnaast is op basis van het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' op 19 oktober 2022 een ontwerpomgevingsvergunning verleend voor de vestiging van het tankstation (bijlage 2). Tevens is op 14 september 2022 de vergunning verleend voor de aanleg van de grondwal (bijlage 3). En is op 3 februari 2021 een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van nieuwe natuur (bijlage 4). Ook op basis van deze toestemmingen wordt het gebruik van de betreffende gronden (conform het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019') voor een tankstation, inpassing met een grondwal en voor natuur als bestaand gebruik beschouwd.
Op basis van voorstaande worden in voorliggende beheersverordening dan ook de ruimtelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd overeenkomstig het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019', voor zover het betrekking heeft op de locatie/plandeel aan de Oostelijke Randweg. Het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019' is als bijlage 1 bijgevoegd.
(ondergeschikte) wijzigingen Zoals hiervoor toegelicht zijn, als zijnde bestaand gebruik, in voorliggende beheersverordening de ruimtelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd overeenkomstig het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019'. Wel is sprake van een aantal (ondergeschikte) wijzigingen, zonder dat daarmee de gebruiks- en bouwmogelijkheden worden verkleind of verruimd. Deze zijn hieronder opgenomen en toegelicht.
Bestemmingsplan Beheersverordening Tankstations Oostelijke bestendiging besluit Randweg en Wijnbergseweg tankstation Oostelijke 39-41 – 2019 Randweg – 2022
Toelichting
Bestemming 'Bedrijf – 2'
In de beheersverordening is nog sprake van één locatie. Daarmee is een onderscheid tussen twee bestemmingen 'Bedrijf' niet aan de orde.
Hoofdfunctie 'Bedrijf'
14 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Voorwaardelijke verplichting Landschappelijke inpassing Op basis van de systematiek landschappelijke inpassing als opgenomen als verbodsbepaling van een beheersverordening is specifieke gebruiksregel bij de in artikel 11 de voorwaardelijke verplichting bestemming 'Bedrijf – 2' omgevormd tot een verbodsbepaling. Bestemming 'Natuur' met functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'
Hoofdfunctie 'Natuur' zonder functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'
De functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' is verbonden aan de regels van de bestemming 'Bedrijf – 2' / hoofdfunctie 'Bedrijf'. Ter plaatse van de hoofdfunctie 'Natuur' heeft de functieaanduiding op basis van de regels bij de hoofdfunctie 'Natuur' geen betekenis. Daarom functieaanduiding verwijderd.
Bestemming 'Natuur' met een regeling voor de bouw van gebouwen (art. 6.2.2)
Hoofdfunctie 'Natuur' zonder een regeling voor de bouw van gebouwen
Op de gronden met de bestemming/hoofdfunctie 'Natuur' is geen bouwvlak aanwezig. Daarmee heeft de regeling voor de bouw van gebouwen geen betekenis.
Bestemming 'Natuur' zonder Hoofdfunctie 'Natuur' met expliciet benoemen grondwal in toegevoegd sub b in de bestemmingsplanomschrijving. hoofdfunctieomschrijving 'het Grondwal valt onder 6.1 sub a: beheer, herstel en de 'instandhouding en ontwikkeling instandhouding van een van ter plaatse voorkomende grondwal' dan wel daar aan eigen natuuren landschapswaarden'
De grondwal wordt ingericht als natuur en draagt daarmee bij aan de instandhouding van de natuurwaarden. Aanvullend op bestaande regeling is volledigheidshalve expliciet het beheer, herstel en instandhouding van de grondwal opgenomen.
Methodiek Artikel 3.38 lid 4 Wro biedt de mogelijkheid om binnenplanse afwijkingsbevoegdheden in de beheersverordening op te nemen. In de beheersverordening zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen die onder beheer kunnen worden geschaard en ruimtelijk en functioneel ondergeschikt zijn. Omdat een beheersverordening ziet op het toestaan van reeds geldende ruimtelijke gebruiksen bouwmogelijkheden zonder grote ontwikkelingen, zijn wijzigingsbevoegdheden uit het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' niet overgenomen. De niet overgenomen wijzigingsbevoegdheden hadden betrekking op de dubbelbestemmingen Waarde - archeologische verwachting en een algemene wijzigingsbevoegdheid.
De beheersverordening bestaat uit een analoge en digitale verordeningskaart, regels en een toelichting. De verordeningskaart en regels zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet 15 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
bindend maar helpt bij de interpretatie van de verordeningskaart en de regels. Zie paragraaf 4.3. wat is onderhavig geval als bestaand gebruik wordt beschouwd.
De regels zijn als volgt ingedeeld: Inleidende regels (Hoofdstuk 1). Dit hoofdstuk omvat onder andere artikel 1 Begrippen. In dit artikel worden de begrippen die in de regels zijn opgenomen nader gedefinieerd. Het definiëren van begrippen vergroot de duidelijkheid en de rechtszekerheid. Gebiedsregels (Hoofdstuk 2). De gebiedsregels bevatten de regels voor het beheer van het bestaande gebruik. Algemene regels (Hoofdstuk 3). Dit hoofdstuk omvat de algemene regels voor het beheer van de bestaande situatie. Overgangs- en slotregels (Hoofdstuk 4). Het overgangsrecht is opgenomen in artikel 15, de slotregel in artikel 16. Regels voor archeologie en externe veiligheid De gemeente heeft op 25 februari 2021 de 'Parapluherziening Externe veiligheid 2020' vastgesteld. Op 27 mei 2021 heeft de gemeente ook de 'Parapluherziening Archeologie 2020' vastgesteld. De regels en kaarten zijn één op één overgenomen in voorliggende beheersverordening.
4.4
Toelichting op de regels
4.4.1
Inleidende regels
De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begrippen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Bij de wijze van meten is opgenomen hoe de goothoogte bepaald is. Bij de berekening van de inhoud van een bouwwerk wordt ondergronds bouwen niet meegerekend. Als er sprake is van een begane grondvloer in het bouwwerk, dan wordt alles wat daaronder zit niet meegerekend. Is er geen begane grondvloer en is het bouwwerk deels in de grond en deels erboven, dan wordt het deel dat boven de grond uit komt berekend als inhoud. 4.4.2
Gebiedsregels
In de gebiedsregels zijn de regels voor de verschillende hoofdfuncties omschreven. Elke gebiedsregel is opgebouwd naar voorbeeld van een bestemmingsplanregel (op basis van de RO-standaarden). Daarmee is een gebiedsregel in beginsel opgebouwd uit: een hoofdfunctieomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Er wordt op diverse manieren gebruik gemaakt aanduidingen op de kaart. Bij de functieaanduidingen die in de hoofdfunctieomschrijven aangehaald worden, zijn verschillende manieren van omschrijven in de regels gehanteerd. Elke wijze van omschrijven leidt tot een andere conclusie: 16 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
voorbeeld 1 een verkooppunt motorbrandstoffen met LPG, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ' verkooppunt motorbrandstoffen met LPG ' Bij deze zinsopbouw mag deze functie alleen daar aanwezig zijn op een locatie waar de aanduiding aanwezig is, daarbij gelden ook de overig genoemde, algemeen geldende functies van de hoofdfunctie.
voorbeeld 2 uitsluitend verkooppunt motorbrandstoffen met LPG ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met LPG' Bij deze zinsopbouw mag op deze locatie alleen deze functie zitten en zijn de overig genoemde, algemeen geldende functies van de hoofdfunctie niet toegestaan.
4.4.2.1 Bedrijf De hoofdfunctie 'Bedrijf' is toegekend aan de locatie van het tankstation. Als gevolg van de aanduiding 'Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' zijn uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen toegestaan. Ook de hoofdfunctie is beperkt tot alleen de verkoop van motorbrandstoffen. Andere hoofdfuncties qua bedrijvigheid zijn niet toegestaan. De toestaande maximale doorzet LPG is vastgesteld op 1.000 m3 per jaar. Detailhandel en horeca ondergeschikt en verbonden aan de verkoop van brandstoffen is toegestaan.
In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden. Onder voorwaarden is daar voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken een afwijking mogelijk. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een overkapping toegestaan.
4.4.2.2 Natuur De hoofdfunctie Natuur is toegekend aan de gronden waar natuur is aangelegd als onderdeel van het beschermd natuurgebied De Zumpe en daar waar de landschappelijke inpassing van het tankstation plaatsvindt. Binnen de hoofdfunctie Natuur zijn uitsluitend bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie Natuur toegestaan. Daarnaast zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Met daarbij een mogelijkheid om beperkt af te wijken van de bij recht toegestane hoogte ten behoeve van verlichting en kunstobjecten. Ten aanzien van het uitvoeren van werken en werkzaamheden is een vergunningstelsel opgenomen.
17 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
4.4.2.3 Waarde - Archeologie Deze dubbelhoofdfuncties ter bescherming van de archeologie zijn opgenomen in overeenstemming met het gemeentelijke archeologiebeleid en met name de herziene archeologische beleidskaart (kaartbijlage 6 RAAP rapport 2877 – tweede herziene versie). Daarop zijn de archeologische waardevolle gebieden en archeologische verwachtingszones aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een (deel)gebied is het beschermingsregime meer of minder streng. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld.
De uitgangspunten voor het archeologiebeleid sluiten al aan op het nieuwe beleid, die regionaal is opgesteld. Dit beleid staat in de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' (vastgesteld in 2013). Dit beleid geeft een verlichting van de grenzen voor archeologisch onderzoek. De gebieden zoals deze in de archeologische beleidskaarten onderscheiden zijn, veranderen hier niet door. Wel zijn er nu in de basis 5 verschillende niveaus van bescherming. Deze komen terug in de navolgende tabel.
De bescherming van de archeologische waarden is in deze verordening vertaald in verschillende archeologische dubbelhoofdfuncties. In het plangebied komen de volgende archeologische dubbelhoofdfuncties voor: Waarde - Archeologische verwachting 2 (artikel 5) Waarde - Archeologische verwachting 3 (artikel 6) Waarde - Archeologische verwachting 6 (artikel 7) Uitgaan van waarde die past bij onderliggende verwachtingszone Met de waarde die past bij de onderliggende verwachtingszone wordt bedoeld, dat de verwachtingszone bepaalt wanneer er een archeologische onderzoekverplichting geldt: 18 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
in een hoge verwachtingszone geldt dat onderzoek moet worden uitgevoerd bij een ingreep dieper dan 30cm – Maaiveld, en een plangebied groter dan 250 m2, bij een middelmatige verwachtingszone moet onderzoek worden uitgevoerd bij 30 cm beneden Maaiveld en een plangebied groter dan 1000 m2, bij een lage verwachtingszone bij 30 cm beneden maaiveld, en een plangebied groter dan 5000 m2. Dus als de ene helft van het bouwperceel in een hoge verwachtingszone ligt, en de andere helft in een zone met een lage verwachting, dan moet apart bekeken en beoordeeld worden of er een onderzoekverplichting geldt voor het bouwperceel. En dat kan anders uitpakken dan wanneer voor het hele bouwperceel de meest strenge regel geldt. Als voorbeeld: als slechts 150m2 van het bouwplan in de hoge zone ligt, en 500 m2 in de lage zone, dan hoeft er geen onderzoek te worden uitgevoerd. Het bouwplan in zijn geheel beslaat echter 650 m2 en als je hierbij de meest strenge regel toepast (= de regel uit de hoge verwachtingszone) dan moet je wel onderzoek uitvoeren.
4.4.2.4 Waarde - Ecologie De dubbelhoofdfunctie 'Waarde - Ecologie' is mede opgenomen voor de bescherming en instandhouding van de aanwezige flora en fauna.
In de regels is deze dubbelhoofdfunctie is een voorrangsregeling opgenomen met het oog op de bescherming van de belangen en de aanwezige waarden. De gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de onderliggende hoofdfuncties worden hierdoor beperkt. In de zones mogen geen bouwwerken en werken worden uitgevoerd. Met een omgevingsvergunning kan van het bouwverbod worden afgeweken.
Voor een aantal specifieke werken en werkzaamheden is een regeling voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Verder zijn een aantal uitzonderingen opgenomen, waarvoor geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is vereist.
4.4.3
Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheid
Een aantal planregels geven burgemeester en wethouders dan wel het bevoegd gezag de bevoegdheid om nadere eisen te stellen respectievelijk een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.38, lid 4, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Nadere eisen stellen is mogelijk met betrekking tot een aantal specifieke bouwregels en regels, die het gebruik in enge zin regelen.
19 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
4.4.4
Algemene regels
De algemene of aanvullende regels tenslotte vormen een set algemene regels die op alle onderdelen van het plan van toepassing zijn. In de algemene bouwregels zijn regels voor het overschrijven van bouwgrenzen, inclusief afwijkingen van deze bouwregels opgenomen. Dit is een set van regels die in alle plannen van de gemeente Doetinchem van toepassing is. Verder is hieronder een regeling voor bestaande maten opgenomen. De 'bestaande matenregeling' is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in deze verordening. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. Voorwaarde hierbij is wel, dat de afwijking legaal (dus met vergunning) tot stand moet zijn gekomen.
Voor het bouwen langs wegen en water is, omdat er geen bouwvlakken in de hoofdfuncties gehanteerd zijn, ook een regeling opgenomen. Tenslotte is bepaald dat de bouwregels niet voor ondergronds bouwen gelden. De anti-dubbeltelregel is een vast onderdeel van de algemene regels. Deze in de wet voorgeschreven. In de algemene gebruiksregels is het verboden gebruik, los van de hoofdfunctie, vastgelegd. Met een afwijking is hier, onder voorwaarden, ruimte bij toepassing opgenomen. De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de hoofdfunctie. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de hoofdfunctie of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. In dit artikel zijn ook diverse verboden opgenomen voor het gebruik van gronden en gebouwen. Dit is daarmee verboden als niet aan de daarbij genoemde voorwaarde voldaan wordt. Als verbodsbepaling/strijdig gebruik is opgenomen het gebruiken of doen laten gebruiken van gronden en bouwwerken zonder dat landschappelijk inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden.
In de algemene aanduidingsregels (zie artikel 12) zijn de hoofdfunctieoverstijgende regelingen voor bepaalde activiteiten met een invloed op de omgeving of te beschermen waarden opgenomen: overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten; overige zone - gnn (Gelders Natuurnetwerk) veiligheidszone - lpg; Deze regels gelden bovenop de regels van de aanwezige hoofdfuncties. De algemene afwijkingsregels voorzien in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van de verordening. Een voorbeeld is de afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen op daken. Tenslotte staat in de 'overige regels' de koppeling met de wettelijke regelingen waarnaar verwezen wordt in de regels.
4.4.5
Overgangs- en slotregels
In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het voorheen geldende planologisch regime. In de overgangsregels wordt geregeld in hoeverre deze afwijkingen mogen blijven bestaan.
De naam van de verordening wordt in de slotregel aangehaald. 20 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
21 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
22 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 5
Economische uitvoerbaarheid
Deze beheersverordening legt als zijnde bestaand gebruik de ruimtelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden vast overeenkomstig het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019'. De economische uitvoerbaarheid is in voornoemde bestemmingsplan al aangetoond.
23 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
24 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 6 6.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg
Het voeren van vooroverleg is voor het opstellen van een beheersverordening niet wettelijk verplicht. Voor de beheersverordening 'Bestendiging besluit tankstation Oostelijke Randweg – 2022' is gekozen om geen vooroverleg te voeren. De inhoud is in overeenstemming met het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019'. Over dit bestemmingsplan heeft destijds vooroverleg plaatsgevonden met diverse instanties.
6.2
Inspraak en zienswijzen
De procedure voor een beheersverordening is vormvrij. Dat wil zeggen dat het niet verplicht is een ontwerp ter inzage te leggen voor inspraak op basis van de gemeentelijke inspraakverordening. En er ook geen periode geldt voor het inbrengen van zienswijzen op basis van de Algemene wet bestuursrecht.
Voorliggende beheersverordening komt inhoudelijk overeen met het bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 – 2019', voor het deel dat betrekking heeft op de vestiging van het tankstation aan de Oostelijke Randweg, de landschappelijke inpassing en de bestemming van aangrenzende gronden als 'Natuur'. Voor dit bestemmingsplan is een procedure doorlopen als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is eveneens van toepassing. Op basis van die procedure heeft een ieder/belanghebbenden de gelegenheid gehad gebruik te maken van de mogelijkheid zienswijze in te dienen en gebruik te maken van bijbehorende rechtsbeschermingsmogelijkheden. Op basis van voorstaande is geconcludeerd dat de beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg – 2022' kan worden beschouwd als ondergeschikte aanpassing van eerder vastgesteld beleid, zoals bedoeld in de Inspraakverordening (artikel 2, lid 3 sub a), ook al is feitelijk geen sprake van beleid maar van een beheersverordening. Daarom hoeft volgens de inspraakverordening geen inspraak te worden verleend en heeft dat ook niet plaatsgevonden.
25 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
26 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Regels
27 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
28 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
verordening
de beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' met identificatienummer NL.IMRO.0222.DoBV012-0001 van de gemeente Doetinchem; 1.2
beheersverordening
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aangebouwd bijbehorend bouwwerk
een bijbehorend bouwwerk dat met minimaal één gevel tegen de gevel van het hoofdgebouw is gebouwd. Dit op een zodanige wijze dat een rechtstreekse - voor mensen toegankelijke - interne verbinding tussen beide gebouwen mogelijk is; 1.6
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7
antennedrager
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.8
archeologisch deskundige
de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.9
archeologische verwachting
een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;
29 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
1.10
archeologische waarde
een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.11
archeologisch onderzoek
een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 1.12
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.13
bebouwingspercentage
een percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.14
bedrijf
een zelfstandige productie-eenheid; 1.15
beperkt kwetsbaar object
object zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 1.16
bestaand gebruik/bestaande bebouwing
op moment van inwerkingtreding van de verordening legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan, daaronder valt niet het bouwwerk of gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, tenzij het gemeentebestuur in een voorkomend geval uitdrukkelijk anders heeft besloten; 1.17
hoofdfunctiegrens
de grens van een hoofdfunctievlak; 1.18
hoofdfunctievlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde hoofdfunctie, in voorkomende gevallen gekoppeld met het figuur 'relatie'; 1.19
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak; 1.20
boeiboord
opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal; 30 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
1.21
bos
elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatige handelingen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van één of meer van de volgende functies en aspecten: natuur, houtproductie, landschap, milieu, waaronder begrepen waterhuishouding, en recreatie; 1.22
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.23
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.24
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.25
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.27
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.28
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.29
bronmaatregel
maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen; 1.30
dagrecreatie
recreatie in de vorm van: a. extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen; b. intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aantrekken van (grote) groepen mensen zoals een attractiepark en een dierentuin;
31 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
1.31
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.32
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen (dus geen kantoor); 1.33
druiplijn
onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak; 1.34
erker
een erker of een uitgebouwd venster is een in plattegrond recht-, drie-, veelhoekige of halfronde uitbreiding van een ruimte in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met de bedoelde ruimte. De buitenzijde bestaat uit (een borstwering en) raamconstructies (wanden die grotendeels bestaan uit glas); 1.35
erf
al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebruik van dat gebouw en het plan deze inrichting niet verbiedt; 1.36
escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.37
externe veiligheid
de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is; 1.38
garagebedrijf
herstelinrichting voor motorvoertuigen, al dan niet met een verkooppunt voor motorbrandstoffen; 1.39
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.40
geluidsgevoelig object
woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
32 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
1.41
geurgevoelig object
woningen en andere geurgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij; 1.42
gevaarlijke stof
stof zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 1.43
groepsrisico
de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is; 1.44
grote lawaaimaker
een inrichting die is aangewezen in onderdeel D, Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht; 1.45
hoofdgebouw
gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.46
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of uitsluitend in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.47
kleine windturbine
een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld; 1.48
kwetsbaar object
object zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 1.49
luifel
een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond; 1.50
maaiveld
bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.51
mini windturbine
een windturbine om windenergie op te wekken, deze staat op het dak van een gebouw; 1.52
onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen; 33 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
1.53
ondergronds bouwwerk
een bouwwerk of een gedeelte van een bouwwerk, dat zich geheel onder het niveau van het maaiveld bevindt en daarmee niet gelijk ligt of erboven uit steekt; 1.54
openbaar toegankelijk gebied
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, maar ook pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar toegankelijk gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.55
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.56
overkapping
een bouwwerk met een open constructie; 1.57
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.58 peil a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse; d. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afgewerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend); 1.59
plaatsgebonden risico (PR)
risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is; 1.60
plaatsgebonden risicocontour 10-6
plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is; 1.61
raamprostitutie
een vorm van prostitutie, waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostituee, die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden; 34 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
1.62
reclamezuil
een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame; 1.63
rijbaan
elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van fietspaden; 1.64
(rij)wegen
alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; 1.65 risicobron 1. inrichtingen bij welke ingevolge het 'Bevi' een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in de verordening toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of; 2. inrichtingen waar opslag, overslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen plaatsvindt én die behoren tot een categorie van inrichtingen als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer én waarvan het invloedsgebied tot over de eigen perceelsgrens reikt en/of; 3. inrichtingen waarvoor, krachtens artikel 3.12, 3.17, 3.18, 3.28, 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.7 of 4.81 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, regels gelden bij de opslag, overslag en / of het gebruik van gevaarlijke stoffen met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten en/of; 4. een inrichting waarin meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit of waarin professioneel vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit wordt opgeslagen of bewerkt of; 5.
inrichtingen die niet onder 1 tot en met 4 vallen en waarvan de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico is gelegen buiten de eigen perceelsgrens; 6. Transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor die vallen per 1 april 2015 onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 7. Transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); 1.66
risicocontour
denkbeeldige contour rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden; 1.67
ruimtelijke uitwerking
de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de ruimtelijke uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken; 1.68
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een seksbioscoop; 35 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
b. c. d. e.
een seksautomatenhal; een sekstheater; een parenclub; een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder ook begrepen een erotische massagesalon;
al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. Thuisprostitutie en een escortbedrijf vallen niet onder het begrip seksinrichting. 1.69
thuisprostitutie
een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook uitsluitend door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee; 1.70
verantwoording groepsrisico
het afleggen van verantwoording over het genomen besluit om toename van het groepsrisico toe te staan. Hierbij moet aandacht worden besteed aan mogelijke alternatieven en risico reducerende maatregelen en het belichten van de mogelijkheid voor rampenbestrijding en hulpverlening; 1.71
verblijfsrecreatie
vormen van vrijetijdsbesteding waarbij ook in overnachtingsmogelijkheden is voorzien; 1.72
volumineuze detailhandel
detailhandel in volumineuze goederen; 1.73
volumineuze goederen
goederen waarvoor, voor de tentoonstelling of opslag ervan, een grote vloeroppervlakte nodig is, niet zijnde perifere detailhandel of kringloopwinkels: auto's, boten, caravans, landbouwvoertuigen en aanverwante voertuigen, motorfietsen, bromfietsen en fietsen of vergelijkbare goederen; 1.74
vrijstaand bijbehorend bouwwerk
een bijbehorend bouwwerk, dat vrij van het hoofdgebouw gebouwd is en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw; 1.75
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, woonwagens niet inbegrepen;
36 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Artikel 2
Artikel 2 Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens
de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend; 2.2
de bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein
de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte van een bouwwerk
van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte; 2.5
de bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.)
de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten; 2.6
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is; 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;
37 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
2.9
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10
de oppervlakte van een overkapping
tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11
de verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.)
de som van de horizontale vloeroppervlakten van ruimten die rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn (kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen), binnenwerks gemeten;
38 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Gebiedsregels
Bedrijf
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg', uitsluitend een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg is toegestaan met een maximale doorzet van 1.000 m3 per jaar; b. detailhandel in motorbrandstoffen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en detailhandel en horeca ondergeschikt en verbonden aan de verkoop van motorbrandstoffen, met dien verstande dat het verkoopvloeroppervlak maximaal 50 m2 mag zijn; c. groen- en nutsvoorzieningen; en daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Bedrijf' worden gebouwd. 3.2.2
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' bedraagt de bebouwing (exclusief overkapping) maximaal 100 m2 en een maximale bouwhoogte van 4 m, met dien verstande de bebouwing uitsluitend ten behoeve van het verkooppunt motorbrandstoffen mag worden gebouwd; c. alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping', is een overkapping toegelaten met een maximum oppervlakte van 400 m2 en een maximale bouwhoogte van 6 m. 3.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. een vulpunt voor lpg is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg'; b. de bouwhoogte mag achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 3 m bedragen; als het bouwwerk vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt geplaatst, mag de bouwhoogte maximaal 1 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b, mag de bouwhoogte van: 1. verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 m bedragen; 2. reclamemasten en reclamezuilen achter en tot maximaal 0,5 m vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal de toegestane bouwhoogte als bedoeld in lid 3.2.2 bedragen; als een bouwwerk vóór 0,5 m van (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt geplaatst, mag de bouwhoogte maximaal 6 m bedragen; d. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen. 39 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Bedrijf' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Parkeren
In geval van uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 1), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
40 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Artikel 4 4.1
Natuur
Hoofdfuntieomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel daar aan eigen natuuren landschapswaarden; b. het beheer, herstel en de instandhouding van een grondwal c. extensieve dagrecreatie, voor zover de in sub a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast; d. waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; e. fiets- en wandelpaden, voor zover de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast; f. kunstobjecten; g. nutsvoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Natuur' worden gebouwd. 4.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per hectare bedragen. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 4.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Natuur' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de bouwhoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1
Verlichting en kunstobjecten
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 sub a voor de bouwhoogte van verlichting tot 4 m en voor kunstobjecten tot 10 m, onder voorwaarden dat: a. de (ontwikkeling van) natuur- of landschapswaarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden aangetast, dan wel dat de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. vooraf advies is ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van ecologie; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is. 41 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Algemeen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de gronden met de hoofdfunctie 'Natuur' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van en/of het vellen of rooien van beplantingen; c. het aanleggen en/of het dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; e. het verlagen van het (grond)waterpeil; f. het uitvoeren van heiwerken of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 4.5.2
Uitzonderingen
Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden en van vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd op basis van een vergunning waarin de te beschermen waarden al zijn meegewogen. 4.5.3
Advies
Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij een ter zake deskundige op het gebied van ecologie.
42 beheersverordening 'Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg - 2022' vastgesteld
Artikel 5
Waarde - Archeologische verwachting 2
5.1 Hoofdfunctieomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende hoofdfunctie(s), mede bestemd voor het behoud, versterking, bescherming en/of het herstel van te verwachten archeologische waarden in de bodem; b. Als een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelhoofdfuncties op één bouwperceel, moet uitgegaan worden van de waarde die past bij de onderliggende verwachtingszone. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Archeologisch rapport
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m2 en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m moet de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. als uit in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4.