Bijlage 29 Zienswijzennota, augustus 2021.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota behorende bij de ontwerpomgevingsvergunning en ontwerp vvgb voor het realiseren van een zonnepark aan de Bahrseweg in Wehl (nummer 20200136) Burgemeester en wethouders zijn van plan een omgevingsvergunning te verlenen voor het in afwijking van de geldende beheersverordening realiseren van een zonnepark aan de Bahrseweg in Wehl. De ontwerp omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen’, ‘werk of werkzaamheden uitvoeren’, ‘handelen in strijd met regels RO’, ‘uitweg’ heeft vanaf 19 mei 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Wie hebben zienswijzen ingediend? De volgende indieners hebben tegen het ontwerp van de omgevingsvergunning en VVGB een zienswijze ingediend. Datum ontvangen 15 juni 2021 Tussen 24 t/m 29 juni (35 ondergetekenden) 29 juni 2021 29 juni 2021 29 juni 2021 28 juni 2021 en 12 juli 2021
Indiener Indiener A Indiener B Indiener C Indiener D Indiener E Indiener F
In deze zienswijzennota zal op de ingediende zienswijzen worden gereageerd. Daarbij zal bovenstaande volgorde worden aangehouden. Conclusie De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. Wel geeft een zienswijze aanleiding om de ruimtelijke onderbouwing en de overzichtstekening aan te passen. In de ruimtelijke onderbouwing heeft geen toets aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) plaatsgevonden. Op de overzichtstekening is de bluswatervoorziening niet aangegeven. De ruimtelijke onderbouwing is aangevuld met een toets van de NOVI. Verder is de bluswatervoorziening op de overzichtstekening opgenomen.
1
Samenvatting en reactie ingediende zienswijzen Hieronder zijn de zienswijzen per indiener samengevat en van een reactie voorzien. A.
Zienswijze indiener A
A.1 Indiener A voert aan dat niet voldaan wordt aan het beleidskader Duurzame Energie. Het volgen van de zonneladder zoals in het beleidskader vereist is, is op geen enkele wijze geborgd. Reactie gemeente In het beleidskader is gesteld dat het niet realistisch is om te verwachten dat zonnepanelen enkel op daken van gebouwen worden geplaatst of op braakliggende terreinen. Gesteld is dat maximaal 3% van de landbouwgrond gebruikt mag worden voor het realiseren van grootschalige zonneparken. Het beleidskader stelt tevens: ‘Gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen kunnen we niet eerst het ene doen voor we aan het andere beginnen.’ In het kader van het behalen van de doelen is het juist belangrijk dat ook grootschalige initiatieven op landbouwgrond doorgang krijgen. Dat er maximaal 3% landbouwgrond gebruikt mag worden voor zonnevelden voorkomt dat er te veel vruchtbare landbouwgrond gebruikt gaat worden voor zonnevelden. Daarnaast stimuleren we als gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven voor meer zon op dak. We nemen actief deel aan een aantal regionale duurzaamheidsprogramma's, zoals 'Zonnige Bedrijven' en 'Achterhoek onderneemt duurzaam'. Dit om zoveel mogelijk zon op dak te realiseren. We bieden kennis en financieringsmogelijkheden aan voor duurzame energieopwekking.
Het Energieloket Agem ondersteunt namens de gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven. Indiener A voert onder dit punt tevens aan dat de omgevingswet een goede afweging vereist op het gebied van ruimtelijke ordening. De omgevingswet is nog niet in werking is getreden, dit zal pas op zijn vroegst op 1 juli 2022 plaatsvinden. Desalniettemin is het ook nu al van belang om een goede afweging te maken op het gebied van ruimtelijke ordening. Om deze afweging mede goed te kunnen maken is het beleidskader ‘duurzame energie in Doetinchem’ opgesteld. Het plan voldoet aan dit beleidskader. A.2 Indiener A voert aan dat niet is voldaan aan de gestelde eisen voor participatie vanuit het beleidskader Duurzame Energie. Daarnaast zijn de belangen van de bewoners in het buitengebied zijn niet goed vertegenwoordigd. Reactie gemeente Het beleidskader ‘Duurzame Energieopwekking in Doetinchem’ stelt dat grootschalige initiatieven samen met de omgeving en belanghebbende vormgegeven wordt. Voordat er door de gemeente beleid was vastgesteld in het kader van duurzame energie zijn er in 2017 al gesprekken geweest tussen omwonenden en initiatiefnemer. Dit traject is gepauzeerd omdat de gemeente eerst beleid wilde maken voor dergelijke grootschalige projecten. In dit beleidskader zijn ook de vereisten ten aanzien van participatie geformuleerd. De initiatiefnemer heeft naar deze vereisten gehandeld.
Na het vaststellen van het beleid in 2019 hebben ten behoeve van dit zonnepark meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden en is door omwonenden een werkgroep opgezet. 2
Daarnaast is door de initiatiefnemer een participatieplan opgesteld waar de omwonenden inspraak op konden leveren. In de eerste bijeenkomsten zijn de contouren van het eerste plan besproken, omwonenden vonden dit een te grote impact op hun leefomgeving. Er is vervolgens een alternatief plan opgesteld. Een uitgebreide toelichting op de participatie is te vinden in bijgevoegd participatieverslag bij het besluit. Nadat de procesparticipatie met betrekking tot de landschappelijke inrichting van het zonnepark was afgerond heeft de initiatiefnemer verdere invulling gegeven aan de financiële participatie. Hiervoor zijn tot nu toe twee digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd (24 maart en 16 juni 2021). De eerste bijeenkomst was bedoeld om de mogelijkheden van financiële participatie toe te lichten. In de tweede bijeenkomst zijn specifiek de voor- en nadelen van de verschillende financiële participatiemogelijkheden nader toegelicht. Op basis van deze informatie kon de omgeving hun voorkeuren kenbaar maken. In dit soort trajecten is het gebruikelijk dat het proces van financiële participatie ook na de vergunningverlening nog doorloopt. De businesscase kan namelijk pas opgesteld worden nadat de SDE++ subsidie is toegekend en de kosten van alle materialen en werkzaamheden duidelijk zijn.
Conform het beleidskader Duurzame energieopwekking biedt de initiatiefnemer 50% lokaal eigendom aan. Lukt dit niet met de financiering dan worden de mogelijkheden van donatie aan een omgevingsfonds of obligaties aangeboden. In de anterieure overeenkomst zijn hierover afspraken vastgelegd. A.3 Indiener A voert aan voor dit project in gesprek te willen met het college om een goede landschappelijke inpassing te realiseren. Reactie gemeente Het beleidskader Duurzame Energieopwekking schrijft voor dat er bij grootschalige initiatieven een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld moet worden waarin wensen en voorkeuren van experts en omwonenden/belanghebbenden zoveel als mogelijk zijn verwerkt. Door initiatiefnemer is in eerste instantie een landschappelijk inpassingsplan gepresenteerd. Waarop door omwonenden commentaar/feedback gegeven kon worden. Daaropvolgend heeft er in december 2020 een locatiebezoek plaatsgevonden waarbij leden van de werkgroep en medewerkers van de gemeente aanwezig waren. Hierbij zijn de wensen vanuit omwonenden en gemeente besproken op basis waarvan een aangepast landschappelijk inpassingsplan is opgesteld. Het landschappelijke inpassingsplan voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan het gebied. Dit inrichtingsplan is, zoals het beleidskader dit stelt, afgestemd met experts en omwonenden/ belanghebbenden. Niet alleen de gemeente gaat hierover.
Er is een afspraak gemaakt met een afvaardiging van de Dorpsraad Wehl en Nieuw-Wehl en de Wehlse Broeklanden om de landschappelijke inpassing van o.a. zonneparken te bespreken.
3
Conclusie zienswijzen indiener A De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. B.
Zienswijzen indiener B
B.1 Indiener B voert aan dat de gemeente in het verleden heeft toegezegd dat het gebied tussen Doetinchem en Wehl een groene buffer zou blijven. Na de komst van een industrieterrein en hoogspanningsmasten gaat nu nog eens 13 hectare natuur verloren. Reactie gemeente In de gebiedsvisie Wehlse Broeklanden is het gebied een stedelijk uitloopgebied voor inwoners van de gemeente Doetinchem, gecombineerd met natuurontwikkeling, recreatie, landbouw en waterberging. Een bundeling en versterking van functies dus. Het zonnepark respecteert de uitgangspunten van deze gebiedsvisie. Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast, rekening houdend met de omgeving. Rondom het zonnepark komt een struweelsingel met een breedte van 5 meter en aan de binnenzijde een bloemrijke kruidenzone. De struweelsingel kan na verloop van tijd 5 meter hoog worden, waardoor het zonnepark aan het zicht onttrokken wordt en een groen uiterlijk krijgt. Het gebied blijft hiermee een ‘groene’ uitstraling houden. In de toekomst zal het grasland extensief gemaaid of begrazen worden door schapen. De randen van het zonnepark worden extra ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. Het idee is nu om tevens bijenkasten te plaatsen. Er zal een gebied ontstaan voor meervoudig ruimtegebruik door het toevoegen van natuurwaarden in vergelijking met het huidige agrarische gebruik.
Juist door deze landschappelijke inpassing en het meervoudig gebruik gaat er geen natuur verloren. B.2 Indiener B voert aan dat een 13 hectare groot zonnepark niet past in het kleinschalige coulisselandschap waar dagelijks verschillende diersoorten worden waargenomen. Reactie gemeente Bij de landschappelijke inpassing van het zonnepark wordt ingezet op het versterken van oude patronen in het landschap, welke door de jaren grotendeels zijn verdwenen. De randen van het zonnepark worden aangezet met brede struweelsingels van streekeigen beplanting. Bestaande elementen worden behouden en (waar nodig) versterkt. Het einddoel is om te komen tot een opwaardering van het huidige landschap. Gevolg hiervan is dat er een kleinschaliger landschap ontstaat. Door een onafhankelijk adviesbureau is een ecologische QuickScan uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er mogelijk steenuilen en vleermuizen in het gebied aanwezig zijn. De potentiële aanwezigheid is vervolgens verder onderzocht met onder andere veldbezoeken. Er zijn geen geschikte plekken voor vleermuizen gevonden. Voor de steenuilen is in samenwerking met de steenuilenwerkgroep mitigerende maatregelen opgesteld. Door de aanplant van de struweelsingels, de bloemrijke kruidenzones en het bosperceel wordt de biodiversiteit versterkt. Dit heeft positieve effecten op insecten, maar ook op reeën, patrijzen, fazanten en steenuilen.
Voor de aanwezige reeën wordt een bosblok aangelegd aan de rand van het zonnepark. De brede randen en specifiek het bosblok in de oostelijke hoek van het 4
zonnepark zijn toevluchtsoorden voor reeën, kleine zoogdieren en weidevogels zoals patrijs en fazant. B.3 Indiener B voert aan dat in de eerste openbare bijeenkomst is gesproken over 10 hectare. Hier waren meerdere raadsleden bij aanwezig, waarom is het park tijdens het participatieproces vergroot? Reactie gemeente Bij de gemeente is geen plan bekend voor een zonnepark van 10 hectare. Wel is in een bijeenkomst 10 hectare als voorbeeld genoemd. Het primaire plan betrof een zonnepark van 16 hectare. Na overleg met de buurt is de projectlocatie verplaatst en is het geplande park verkleind naar 13 hectare. B.4 Indiener B voert aan dat omwonenden en inwoners onvoldoende initiatieven zien vanuit de gemeente om eerst alle daken, industrieterreinen en bermen langs de A18 vol te leggen met panelen. Reactie gemeente Als gemeente Doetinchem stimuleren we inwoners en bedrijven voor meer zon op dak. We nemen actief deel aan een aantal regionale duurzaamheidsprogramma's, zoals 'Zonnige Bedrijven' en 'Achterhoek onderneemt duurzaam'. Dit om zoveel mogelijk zon op dak te realiseren. We bieden kennis en financieringsmogelijkheden aan voor duurzame energieopwekking zowel voor bedrijven als voor inwoners. Het Energieloket Agem ondersteunt namens de gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven.
B.5 Indiener B voert aan dat de gemeenteraad en het college van B&W erkennen dat het participatieproces geen schoonheidsprijs verdient. Aangezien het proces niet voldoet kan de omgevingsvergunning niet worden verleend. Reactie gemeente Ondanks dat gesteld is dat het participatieproces geen schoonheidsprijs verdient zijn wij wel van mening dat het proces voldoet aan de gestelde uitgangspunten uit het beleid ‘Duurzame Energieopwekking’. Zo hebben omwonenden inspraak gehad en is het plan op meerdere punten gewijzigd daardoor. Momenteel is de initiatiefnemer bezig met het uitwerken tot de financiële participatie. Door het voorstaande zijn wij van mening dat initiatiefnemer heeft voldaan aan de gestelde uitgangspunten voor participatie. Daarbij is het ook goed om te benoemen dat er in 2017 al gesprekken geweest zijn tussen omwonenden en de initiatiefnemer. Dit traject is gepauzeerd omdat de gemeente eerst beleid wilde maken voor dergelijke grootschalige projecten. In dit beleid zijn ook de vereisten ten aanzien van participatie geformuleerd. De initiatiefnemer heeft gestuurd op een participatieproces wat voldoet aan de vereisten uit dit beleidskader. Conclusie zienswijzen indiener B De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
5
C.
Zienswijzen indiener C
C.1 Indiener C voert aan dat het onduidelijk is wat 50% participatie zoals in het beleidskader ‘Duurzame energieopwekking’ inhoudt. Reactie gemeente In het beleidskader is het uitgangspunt opgenomen dat inwoners voor minimaal 50% medezeggenschap hebben bij een grootschalige ontwikkeling. Inwoners moeten de mogelijkheid krijgen om mee te denken en te doen. Dit houdt in dat inwoners zeggenschap hebben over het initiatief, zoals in deze casus omwonenden de mogelijkheid hebben gekregen om een reactie te geven over het participatieplan en het eerste plan, waarna een alternatief plan is opgesteld. Ook dienen omwonenden financieel mee te kunnen denken en doen, denk hierbij aan de financiële participatie. Conform het beleidskader Duurzame energieopwekking biedt de initiatiefnemer 50% lokaal eigendom aan. Lukt dit niet met de financiering dan worden de mogelijkheden van donatie aan een omgevingsfonds of obligaties aangeboden. In de anterieure overeenkomst zijn hierover afspraken vastgelegd. C.2 Indiener C voert aan dat de manier waarop financiële participatie kan plaatsvinden niet voor de vergunningverlening is afgerond. Een vastgesteld plan voor participatie is niet overlegd bij de vergunningaanvraag. Reactie gemeente Het ontwerp besluit is ter inzage gelegd waarop iedereen een zienswijze heeft kunnen indienen.
Er is nog geen sprake van een verleende vergunning, het ontwerpbesluit heeft geen rechtskracht. In dit soort trajecten is het gebruikelijk dat het proces van financiële participatie ook na de vergunningverlening nog doorloopt. De businesscase kan namelijk pas opgesteld worden nadat de SDE++ subsidie is toegekend en de kosten van alle materialen en werkzaamheden duidelijk zijn. Conform het beleidskader Duurzame energieopwekking biedt de initiatiefnemer 50% lokaal eigendom aan. Lukt dit niet met de financiering dan worden de mogelijkheden van donatie aan een omgevingsfonds of obligaties aangeboden. In de anterieure overeenkomst worden hierover afspraken vastgelegd. De gemeente heeft zijn voorkeur voor financiële participatie kenbaar gemaakt. Dit betreffen: 1. 50% lokaal eigenaarschap; 2. Donatie; 3. Obligaties. De initiatiefnemer biedt daarnaast ook nog andere mogelijkheden aan: 4. Inwoners binnen een straal van 1,5 kilometer kunnen meedoen aan een collectieve inkoop voor zonnepanelen op daken; 5. Het aanbieden van educatieve faciliteiten over duurzame energie; 6. Tijdens de aanleg en het beheer van het park lokale bedrijven de mogelijkheid bieden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken bij de uitvoering en het beheer.
6
Ondanks dat de daadwerkelijke uitvoering van financiële participatie pas zal gaan lopen na vergunningverlening zijn er op deze manier voldoende mogelijkheden geboden in het kader van financiële participatie. De anterieure overeenkomst (welke getekend wordt vóór verlening van de definitieve vergunning) waarborgt de uitvoering van de financiële participatie. C.3 Indiener C voert aan dat de businesscase transparant moet zijn. Aangezien de financiële participatie hierop gebaseerd dient te zijn. Reactie gemeente De businesscase kan pas opgesteld worden nadat de SDE++ subsidie is toegekend en de kosten van alle materialen en werkzaamheden duidelijk zijn. De financiële participatie zal dan ook na vergunning verlening verder worden uitgewerkt. De anterieure overeenkomst (welke getekend wordt vóór verlening van de definitieve vergunning) waarborgt de uitvoering van de financiële participatie. C.4 Indiener C voert aan dat vanaf de eerste bijeenkomst gevraagd is om meer regie van de gemeente of een onafhankelijke voorzitter. Inspraak in het proces van vergaderen was niet gewenst. Daarnaast is er toegezegd dat er drie scenario’s voor landschappelijke inpassing zouden komen, deze afspraak is niet nagekomen. Reactie gemeente De gemeente heeft een toetsende rol in het geheel.
Het betreft hier een initiatief van derden welke een plan hebben ingediend bij de gemeente voor het realiseren van een zonnepark, het betreft hier geen project welke vanuit de gemeente is opgestart. Sturing vanuit de gemeente is dan ook beperkt, om zo onafhankelijk te blijven en het geheel te kunnen toetsen aan de wettelijk vastgestelde kaders. Door initiatiefnemer is in eerste instantie een landschappelijk inpassingsplan gepresenteerd. Waarop door omwonenden commentaar/feedback gegeven kon worden. Daaropvolgend heeft er in december 2020 een locatiebezoek plaatsgevonden waarbij leden van de werkgroep en medewerkers van de gemeente aanwezig waren. In dit veldbezoek heeft de gemeente haar visie weergegeven en de wensen en de op- en aanmerkingen van de buurt opgehaald. De gemeente heeft deze bevindingen kenbaar gemaakt aan de initiatiefnemer. Omdat duidelijk was welke wensen de omgeving ten aanzien van de landschappelijke inpassing had heeft de initiatiefnemer één nieuwe landschappelijke inpassing in plaats van drie scenario’s gemaakt. Omdat een ontwerpatelier het beste in een fysiek overleg kan plaatsvinden en dit niet meer mogelijk was, is er voor gekozen om het concept van de landschappelijke inpassing in een digitaal overleg (vierde bijeenkomst) op 18 januari 2021 met de werkgroep te bespreken.
De landschappelijke inpassing is ruim van te voren naar de werkgroep leden gemaild, zodat zij zich goed konden voorbereiden. Tijdens de laatste werkgroep bijeenkomst op 18 januari 2021 hebben de leden van de werkgroep hun tevredenheid over het nieuwe plan uitgesproken. Met het bespreekbaar maken en de doorgevoerde aanpassingen aan de percelen, grootte van het zonnepark en contouren van het zonnepark alsmede de landschappelijke inpassing en de diverse andere aspecten en elementen zoals paneelhoogte, breedte 7
groene omzoming, omvormerstations en hekwerk, grootte van het bosblok en daarnaast de opties voor financiële participatie, is aan de eis voor medezeggenschap uit het beleidskader Duurzame energieopwekking voldoende inkleuring gegeven. Conclusie zienswijzen indiener C De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. D.
Zienswijzen indiener D
D.1 Indiener D voert aan dat zijn woning een hoge cultuurhistorische waarde heeft, net als de woning van de buurman. De regels voor de Bokkenstraat zijn streng, het realiseren van een zonnepark van 13 hectare staat hier haaks op. Als het zonnepark gerealiseerd wordt dient de hoge cultuurhistorische waarde van de woning verwijderd te worden. Reactie gemeente Dat de woning cultuurhistorische waarde heeft staat los van het gebied rondom de woning. Het betreft momenteel landbouwgrond waarop voor een duur van 25 jaar een zonnepark wordt gerealiseerd. Wij zien dan ook geen verband met de cultuurhistorische waarde van de woning van indiener D en het realiseren van een zonnepark. Er bestaat geen aanleiding om de hoge cultuurhistorische waarde van de woning te verwijderen. D.2 Indiener D voert aan dat het gebied komende 20 tot 25 jaar flink veranderd, er zullen geen reeën meer als uitzicht zijn maar een zonnepark. Indiener D geeft aan beroep te doen op planschade. Reactie gemeente Uit de ecologische QuickScan blijkt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de ecologie. In dit specifieke plan wordt er zelfs natuur toegevoegd aan het gebied, wat een aantrekkende werking heeft voor dieren. Door de aanplant van de struweelsingels, de bloemrijke kruidenzones en het bosperceel wordt de biodiversiteit versterkt.
Dit heeft positieve effecten op insecten, maar ook op reeën, patrijzen, fazanten en steenuilen. Het is aan de indiener vrij om een beroep op planschade te doen. D.3 Indiener D voert aan dat de werkgroep zich niet gehoord voelt door Kronos en de gemeente. Reactie gemeente Er hebben meerdere overleggen plaatsgevonden, zoals blijkt uit de samenvatting in het participatieverslag en het overzicht procesparticipatie. Dat de werkgroep en overige omwonenden zich niet gehoord voelen door Kronos en de gemeente is daarom te betreuren. Naar ons oordeel heeft Kronos zijn best gedaan om de buurt te betrekken bij de ontwikkeling en ook de buurt medezeggenschap te geven in het plan. Vanuit de gemeente zijn er meerdere momenten geweest waarop contact is geweest tussen de gemeente en omwonenden. De gemeente is sinds augustus 2020 aanwezig geweest bij de overleggen van de werkgroep en de initiatiefnemer. 8
Het is daarbij belangrijk om te benoemen dat de gemeente een toetsende rol heeft in het geheel. Het betreft hier een initiatief van derden welke een plan hebben ingediend bij de gemeente voor het realiseren van een zonnepark, het betreft hier geen project welke vanuit de gemeente is opgestart. Sturing vanuit de gemeente is dan ook beperkt, om zo onafhankelijk te blijven en het geheel te kunnen toetsen aan de wettelijk vastgestelde kaders. Conclusie zienswijzen indiener D De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. E.
Zienswijzen indiener E
E.1 Indiener E voert aan dat in het bestemmingsplan het perceel de bestemming ‘agrarisch met waarde’ heeft. De visie van de gemeente m.b.t. de Wehlse Broeklanden is het verhogen van de landschappelijke waarde. Het realiseren van een zonnepark past daardoor niet in het karakteristieke en door het huidige bestemmingsplan enigszins beschermde gebied. Reactie gemeente In het oude bestemmingsplan ‘Wehl Buitengebied 2002’ hadden de percelen inderdaad de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschapswaarden’. Echter is, op 8 juli 2021, de beheersverordening ‘landelijk gebied 2020’ vastgesteld door de gemeenteraad, welke op 29 juli 2021 in werking is getreden. Binnen de beheersverordening heeft het perceel waarop het zonnepark wordt gerealiseerd de bestemming ‘agrarisch’. Er is dus géén sprake meer van een bestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ noch van een beschermd gebied. Bij de landschappelijke inpassing van het zonnepark wordt echter wel ingezet op het versterken van oude patronen in het landschap, welke door de jaren grotendeels zijn verdwenen. De randen van het zonnepark worden aangezet met brede struweelsingels van streekeigen beplanting. Bestaande elementen worden behouden en (waar nodig) versterkt. Het einddoel is om te komen tot een opwaardering van het huidige landschap. Gevolg hiervan is dat er een kleinschaliger landschap ontstaat.
E.2 Indiener E voert aan dat de gemeente te weinig ondernomen heeft om de gewenste volgorde van de energieladder te volgen. Veel adviseurs vergoelijken het beleid van lokale gemeentes, er ontstaat een lappendeken aan zonne- en windparken. De roep om meer regie vanuit de rijksoverheid neemt toe, indiener E vraagt ons om dit af te wachten. Reactie gemeente In het beleidskader is gesteld dat het niet realistisch is om te verwachten dat zonnepanelen enkel op daken van gebouwen worden geplaatst of op braakliggende terreinen. Gesteld is dat maximaal 3% van de landbouwgrond gebruikt mag worden voor het realiseren van grootschalige zonneparken. Het beleidskader stelt tevens: ‘Gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen kunnen we niet eerst het ene doen voor we aan het andere beginnen.’
9
In het kader van het behalen van de doelen is het juist belangrijk dat ook grootschalige initiatieven op landbouwgrond doorgang treffen. Daarnaast stimuleren we als gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven voor meer zon op dak. We nemen actief deel aan een aantal regionale duurzaamheidsprogramma's, zoals 'Zonnige Bedrijven' en 'Achterhoek onderneemt duurzaam'. Dit om zoveel mogelijk zon op dak te realiseren. We bieden kennis en financieringsmogelijkheden aan voor duurzame energieopwekking. Het Energieloket Agem ondersteunt namens de gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven. Het is inderdaad juist dat het landschap verandert en dat er op verschillende plekken in het buitengebied zonneparken gerealiseerd worden. Wanneer de schaal van het zonnepark passend is, de patronen van het landschap gevolgd worden en de landschappelijke inpassing op een goede wijze gebeurt, levert dit een versterking van het landschap op. Zo voorkomen wij dat een lappendeken van zonne- en windparken ontstaat. Daarnaast is het goed om te benoemen dat we als gemeente de taak hebben om te toetsen of het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder de toetsing aan het geldende beleid. Als gemeente hebben we in 2019 beleid opgesteld voor duurzame energie, daar is dit plan dan ook aan getoetst.
Het is nu niet gewenst om een plan aan te houden totdat in de toekomst regels vanuit het rijk of provincie komen voor het realiseren van zonneparken. E.3 Indiener E voert aan dat er geen sprake is van een goed participatieproces. Het park is vergroot. De buurt wilde zo laag mogelijk panelen. Deze zijn tijdens het proces verhoogt. Er is geen inzage in de businesscase. Niemand heeft antwoord op wat 50% participatie inhoudt. Wat levert het omwonenden op. Conclusie, het proces is niet transparant. Reactie gemeente Na het vaststellen van het beleid in 2019 hebben er meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden en is er door omwonenden een werkgroep opgezet. Daarnaast is er door de initiatiefnemer een participatieplan opgesteld. In de eerste bijeenkomsten zijn de contouren van het eerste plan besproken, omwonenden vonden dit een te grote impact op hun leefomgeving. Er is vervolgens een alternatief plan opgesteld. Een uitgebreide toelichting op de participatie is te vinden in het participatieverslag behorende bij de omgevingsvergunning. Er is uiteindelijk bewust gekozen voor een hoogte van 2.30 meter. De zonnepanelen komen ongeveer 0,8 meter boven de grond. Hierdoor kunnen de schapen onder de panelen door en kunnen de kruidenrijke graslanden begraasd worden. Een bijkomend voordeel is dat er voldoende zonlicht op de bodem komt.
Nadat de procesparticipatie met betrekking tot de landschappelijke inrichting van het zonnepark was afgerond heeft de initiatiefnemers verdere invulling gegeven aan de financiële participatie. Hiervoor zijn tot nu toe twee digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd (24 maart en 16 juni 2021). De eerste bijeenkomst was bedoeld om de mogelijkheden van financiële participatie toe te lichten. In de tweede bijeenkomst zijn specifiek de voor- en nadelen van de verschillende financiële participatiemogelijkheden nader toegelicht. Op basis van deze informatie kon de omgeving hun voorkeuren kenbaar maken.
10
Het is goed te weten dat het gebruikelijk is dat het proces van financiële participatie ook na de vergunningverlening nog doorloopt. De businesscase kan namelijk pas opgesteld worden nadat de SDE++ subsidie is toegekend en de kosten van alle materialen en werkzaamheden duidelijk zijn. In het beleidskader is het uitgangspunt opgenomen dat inwoners voor minimaal 50% medezeggenschap hebben bij een grootschalige ontwikkeling. Inwoners moeten de mogelijkheid krijgen om mee te denken en te doen. Dit houdt in dat inwoners zeggenschap hebben over het initiatief, zoals in deze casus omwonenden de mogelijkheid hebben gekregen om een reactie te geven over het participatieplan en het eerste inrichtingsplan, waarna een alternatief plan is opgesteld. Ook kunnen omwonenden in het vervolg financieel mee denken en doen. Conform het beleidskader Duurzame energieopwekking biedt de initiatiefnemer 50% lokaal eigendom aan. In de anterieure overeenkomst zijn hierover afspraken vastgelegd. Conclusie zienswijzen indiener E De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. F.
Zienswijzen indiener F
F.1 Indiener F voert aan dat er geen sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Op grond van het vigerende bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’. Het plan vormt een vergaande inbreuk op het typisch Achterhoekse kampenlandschap, zoals naar voren komt in de Gebiedsvisie Wehlse Broeklanden 2010. Reactie gemeente Uit het advies d.d. 4 februari 2021 van de gemeentelijke landschapsdeskundige blijkt dat met het opgestelde landschappelijke inpassingplan en beheerplan wordt voldaan aan de kaders die zijn gesteld door de gemeente. Bewust is ingezet op het realiseren van een robuuste en duurzame buitenschil bestaande uit de kruidenzone, struweelhaag en bomen, die ook na het beëindigen van de exploitatie van het zonnepark een waardevolle landschapsstructuur oplevert. De zonnekavels zullen dan weer bruikbaar zijn voor andere functies. Het landschappelijke inpassingsplan stelt het volgende: Landschapskarakteristiek. Het gebied rond de Bahrseweg ligt op de overgang van het kampenlandschap naar de nattere broek en heide ontginningen rond de Wehlse beek. Het inpassingsplan voor het zonnepark maak gebruik van de karakteristieke meidoornstruwelen die nog deels in het gebied aanwezig zijn. In de loop der tijd zijn veel groenstructuren weg geploegd ten gunste van schaalvergroting in de landbouw.
Door de buitenrand van het zonnepark aan te planten met een gemengd meidoornstruweel worden deze karakteristieken weer versterkt. De bestaande knotwilgen worden behouden en ingepast. Hierdoor ontstaat er een gevarieerd beeld qua structuur en qua hoogte. Door de overstaanders (bomen opgenomen in de struweelaanplant) wordt dat nog verder versterkt. De oude kavelgrenzen worden gebruikt voor de buitenste begrenzing en de Bahrseweg wordt ingepast. De bestaande beplanting wordt deels aangevuld met knotwilgen waardoor dit een echt landelijk weggetje blijft. Het plan speelt daarmee goed in op de cultuurhistorische patronen en maakt gebruik van de landschappelijke karakteristieken. Naar onze mening wordt op deze manier voldaan aan de gestelde kaders door de gemeente. 11
Bestemmingsplan In het oude bestemmingsplan ‘Wehl Buitengebied 2002’ hadden de percelen inderdaad de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschapswaarden’. Echter is, op 8 juli 2021, de beheersverordening ‘landelijk gebied 2020’ vastgesteld door de gemeenteraad, welke op 29 juli 2021 in werking is getreden. Binnen de beheersverordening heeft het perceel waarop het zonnepark wordt gerealiseerd de bestemming ‘agrarisch’. Er is daarmee geen sprake meer van een bestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ F.2 Indiener F voert aan dat het enkele jaren zal duren voordat de struweelhaag is volgroeid. Waardoor de eerste jaren de panelen in het zicht staan. Kennelijk is er ook nog niet besloten over de materiaal- en kleurgegevens blijkens uit het onderdeel “Bouwen”, waardoor blijkt dat er geen adequate ruimtelijke afweging is gemaakt voor de komende jaren. Ook kan er nu niet worden geconcludeerd of er sprake is van een welstandsexces. Reactie gemeente Het zonnepark wordt rondom afgeschermd door nieuw aan te leggen vijf meter brede singels. Het duurt inderdaad enkele jaren voordat de struweel is volgroeid en het zonnepark volledig aan het zicht is onttrokken. Het planten van groter plantmateriaal levert teveel risico van verdroging op.
Het hekwerk rondom het zonnepark (bestaande uit kastanje houten palen opgespannen met grofmazig gaas) wordt daarom voorzien van de klimplanten klimop, kamperfoelie en hop. Dit betreffen snel groeiende planten waardoor het zicht op de zonnepanelen alsnog snel onttrokken is. De optelsom van deze 'groene wanden' in combinatie draagt zorg voor zowel een zichtdicht zomer- als winterbeeld. Daarnaast wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning een overzicht opgenomen met het materiaal- en kleurgebruik. De ruimtelijke afweging in het kader van materiaal- en kleurgebruik heeft dan ook al plaatsgevonden. Daarmee wordt een eventueel welstandsexces ook uitgesloten. F.3 Indiener F voert aan dat het ontwerpbesluit en ontwerp vvgb in zijn geheel niet getoetst zijn aan de Nationale Omgevingsvisie van het rijk. In de Novi komt duidelijk naar voren dat voorkomen moet worden dat vruchtbare landbouwgrond of gebieden met hoge landschappelijke of natuurwaarde vol worden gelegd met zonnepanelen. Op basis van de Zonnelader van de Novi komt het plaatsen van zonnepanelen in landelijk gebied op natuur- en landbouwgrond pas in vierde en laatste instantie aan de orde nadat verschillende ruimtelijke belangen zijn afgewogen.
Reactie gemeente In de ruimtelijke onderbouwing, bij het ontwerpbesluit, heeft in het onderdeel Rijksbeleid geen toets aan de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk (de "NOVI") plaatsgevonden. Deze is naar aanleiding van de zienswijze alsnog toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing (zie bladzijde 14 van de ruimtelijke onderbouwing). Nationale zonneladder Trede 1 zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen Dit is ook de voorkeur van de gemeente Doetinchem. Echter met alleen zon op dak halen we onze duurzaamheidsdoelen niet. Het is belangrijk dat grootschalige energie opwekking initiatieven in het landelijk gebied gerealiseerd worden. We stimuleren als gemeente inwoners en bedrijven voor meer zon op dak. We nemen actief deel aan een aantal regionale duurzaamheidsprogramma's, zoals 'Zonnige Bedrijven' en 'Achterhoek onderneemt duurzaam'. Dit om zoveel mogelijk zon op dak te realiseren. We bieden kennis en financieringsmogelijkheden aan voor duurzame energieopwek. Het 12
Energieloket Agem ondersteunt namens de gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven. De opwekopgave kan niet door trede 1 worden behaald Trede 2 zonnepanelen op onbenutte terreinen in bebouwd gebied; Er bestaan binnen het bebouwde gebied van Doetinchem onvoldoende onbenutte terreinen, die tevens voldoen aan de beleidsmatige, milieu-, sociaal/culturele, economische en technologische eisen. Daarbij komt dat bepaalde type opwekinstallaties zich niet laten inpassen en is gebleken, dat er geen mogelijkheden, interesse was, beleidsmatige beperkingen gelden en of er geen beschikbaarheid voor 25 jaar te verkrijgen was. Daarbij komt dat Doetinchem in 2036 70.000 inwoners wil kunnen huisvesten. Ten aanzien van deze groei is het belangrijk dat er voldoende openbaar groen blijft en dat niet alle onbenutte terreinen volgebouwd worden. Trede 3 zonnepanelen in landelijk gebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur. Er bestaan binnen de gemeente onvoldoende landelijke gebieden met een andere primaire functie dan landbouw, die tevens voldoen aan de beleidsmatige, milieu-, sociaal/culturele, schaal, economische en technologische eisen. Uit de analyse van Kronos is gebleken dat het niet haalbaar is om een zonnepark te realiseren in het landelijk gebied op gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur.
Trede 4 zonnepanelen in landelijk gebied op natuur- en landbouwgronden Binnen de gemeente is tot op heden nog geen zonnepark vergund en wordt de grens van maximaal 3% van het landbouwgebied (126 hectare van in totaal 2400 hectare) met voorliggend plan van 13 hectare daarmee niet bereikt. F.4 Indiener F voert aan dat het plan is strijd is met het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader ‘Duurzame energieopwekking in Doetinchem’. Het beleidskader stelt dat maximaal 3% van de landbouwgrond gebruikt mag worden voor zonneparken. Er is niet gebleken dat hieraan voldaan wordt. Reactie gemeente In het beleidskader is aangegeven dat we maximaal 3% van de landbouwgronden willen inzetten voor zonneparken. Belangrijk hierbij is dat er een goede landschappelijke inpassing plaatsvindt en een bijdrage aan de biodiversiteit wordt geleverd. Waar het kan streven we naar een meervoudig ruimtegebruik. Doetinchem heeft ca. 4.200 hectare landbouwgrond. Dit houdt in dat zo’n 126 hectare zonnepark gerealiseerd kan worden. Met de realisering van dit zonnepark blijven we ruimschoots onder dit maximum. F.5 Indiener F voert aan dat er geen zorgvuldig onderzoek is gedaan naar de feiten en belangen van omwonenden. Er is geen sprake van een eerlijk en transparant participatieproces en medezeggenschap.
Reactie gemeente Het initiatief is tot stand gekomen op basis van een in samenwerking met omwonenden en belanghebbende opgesteld participatieplan (bijlage 30 participatieverslag). De initiatiefnemer heeft het participatieplan diverse keren besproken met de omwonenden.
13
Op 10 september 2019 is door Kronos een e-mail verzonden met daarin een eerste versie van een Participatieplan, met daarbij het verzoek aan omwonenden op dit document een akkoord te geven. Op 17 september 2019 is door Kronos een e-mail verzonden waarin opnieuw werd verzocht om een reactie op de e-mails van 4 en 10 september 2019. Op 19 september 2019 is door Kronos een e-mail verzonden met daarin een aantal datum opties voor een volgende bijeenkomst. Daarnaast werd het verzoek om een reactie op de verslagen van de vorige 2 bijeenkomsten en het Participatieplan herhaald. Nadat de procesparticipatie met betrekking tot de landschappelijke inrichting van het zonnepark was afgerond heeft de initiatiefnemers verdere invulling gegeven aan de financiële participatie. Hiervoor zijn tot nu toe twee digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd (24 maart en 16 juni 2021). De eerste bijeenkomst was bedoeld om de mogelijkheden van financiële participatie toe te lichten. In de tweede bijeenkomst zijn specifiek de voor- en nadelen van de verschillende financiële participatiemogelijkheden nader toegelicht. Op basis van deze informatie kon de omgeving hun voorkeuren kenbaar maken. Conform het beleidskader Duurzame energieopwekking biedt de initiatiefnemer 50% lokaal eigendom aan.
Lukt dit niet met de financiering dan worden de mogelijkheden van donatie aan een omgevingsfonds of obligaties aangeboden. In de anterieure overeenkomst zijn hierover afspraken vastgelegd. Daarmee is ons inziens voldoende zorgvuldig onderzoek gedaan naar de wensen en belangen van omwonenden. F.6 Indiener F voert aan dat het participatieplan vanaf het begin is opgesteld door Kronos Solar. De omwonenden en belanghebbenden hebben dit proces niet mede vormgegeven, dit is in strijd met het beleidskader ‘Duurzame energieopwekking in Doetinchem’. De bewoners hebben nimmer de ervaring gehad dat er enige ruimte was voor participatie en medezeggenschap. Reactie gemeente Het beleidskader ‘Duurzame Energieopwekking in Doetinchem’ stelt dat grootschalige initiatieven samen met de omgeving en belanghebbende vormgegeven wordt. Voordat er door de gemeente beleid was vastgesteld in het kader van duurzame energie zijn er in 2017 al gesprekken geweest tussen omwonenden en initiatiefnemer. Dit traject is gepauzeerd omdat de gemeente eerst beleid wilde maken voor dergelijke grootschalige projecten. In dit beleid zijn ook de vereisten ten aanzien van participatie geformuleerd. De initiatiefnemer heeft gestuurd op een participatieproces wat voldoet aan de vereisten uit dit beleidskader.
Na het vaststellen van het beleid in 2019 hebben er meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden en is er door omwonenden een werkgroep opgezet. Daarnaast is er door de initiatiefnemer een participatieplan opgesteld waar de omwonenden inspraak op konden leveren. In de eerste bijeenkomsten zijn de contouren van het eerste plan besproken, omwonenden vonden dit een te grote impact op hun leefomgeving. Er is vervolgens een alternatief plan opgesteld. Bewoners zijn wel degelijk betrokken en gehoord bij het proces. Een uitgebreide toelichting op de participatie is te vinden in bijgevoegd participatieverslag bij het besluit.
14
Nadat de procesparticipatie met betrekking tot de landschappelijke inrichting van het zonnepark was afgerond heeft de initiatiefnemers verdere invulling gegeven aan de financiële participatie. Hiervoor zijn tot nu toe twee digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd (24 maart en 16 juni 2021). De eerste bijeenkomst was bedoeld om de mogelijkheden van financiële participatie toe te lichten. In de tweede bijeenkomst zijn specifiek de voor- en nadelen van de verschillende financiële participatiemogelijkheden nader toegelicht. Op basis van deze informatie kon de omgeving hun voorkeuren kenbaar maken. De initiatiefnemer heeft gestuurd op een participatieproces wat voldoet aan de vereisten uit dit beleidskader. F.7 Indiener F voert aan dat bij aanvang van het project in augustus 2019 door Kronos Solar is gecommuniceerd dat het zonnepark 10 hectare zou betreffen. Later in het participatieproces is dit ontkent door aan te geven dat de oorspronkelijke planning 16 hectare betrof, welke op aandringen van omwonenden is verkleind naar 13 hectare. Reactie gemeente Bij de gemeente is geen plan bekend voor een zonnepark van 10 hectare. Wel is in een bijeenkomst 10 hectare als voorbeeld genoemd. Het primaire plan betrof een zonnepark van 16 hectare. Na overleg met de buurt is de projectlocatie verplaatst en is het geplande park verkleind naar 13 hectare.
F.8 Indiener F voert aan dat de notulen van de bijeenkomsten tussen de initiatiefnemer en omwonenden vaak gekleurd was, waarbij de kritische kanttekeningen van omwonenden niet werden meegenomen. Daarnaast zijn concrete toezeggingen niet nagekomen zoals het opstellen van een 3D-animatie. Reactie gemeente Omdat een 3D-visualisatie niet zoveel toevoegde had is gekozen voor een foto-impressie van struweelsingels. Er zijn voorbeelden van singels met streekeigen beplanting als voorbeeld gebruikt. Deze foto’s geven een prima beeld hoe de landschappelijke omranding van het zonnepark eruit komt te zien. Ook verwijzen we naar zienswijze reactie F.9. F.9 Indiener F voert aan dat de gemaakte afspraken in het mediation traject niet zijn nagekomen. Zo is er geen werkatelier georganiseerd, zijn er geen 3 scenario’s doorgerekend voor wat betreft de businesscase, was er geen transparante communicatie en is er geen onafhankelijke voorzitter en notulist aanwezig geweest voor het begeleiden van de bijeenkomsten. Omwonenden voelden zicht dan ook genoodzaakt het vertrouwen in Kronos Solar op te zeggen. Reactie gemeente Er hebben verschillende overleggen plaatsgevonden, zoals blijkt uit de samenvatting in het participatieverslag en het overzicht procesparticipatie. Op 17 augustus 2020 heeft de derde werkgroep bijeenkomst plaatsgevonden met een onafhankelijk gespreksleider en notulist.
De procesleider van de gemeente is hierbij ook aanwezig geweest. Door de Coronamaatregelen was het later in het traject niet meer mogelijk om fysieke overleggen te organiseren. In december 2020 zijn de procesbegeleider en de landschapsdeskundige van de gemeente Doetinchem samen met een delegatie van de werkgroep op veldbezoek geweest. In dit veldbezoek heeft de gemeente haar visie 15
weergegeven en de wensen en de op- en aanmerkingen van de buurt opgehaald. De gemeente heeft deze bevindingen kenbaar gemaakt aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft een nieuwe landschappelijke inpassing gemaakt. Omdat een ontwerpatelier het beste in een fysiek overleg kan plaatsvinden en dit niet meer mogelijk was, is er voor gekozen om het concept van de landschappelijke inpassing in een digitaal overleg (vierde bijeenkomst) op 18 januari 2021 met de werkgroep te bespreken. De landschappelijke inpassing is ruim van te voren naar de werkgroep leden gemaild, zodat zij zich goed konden voorbereiden. Tijdens de laatste werkgroep bijeenkomst op 18 januari 2021 hebben de leden van de werkgroep hun tevredenheid over het nieuwe plan uitgesproken. Met het bespreekbaar maken en de doorgevoerde aanpassingen aan de percelen, grootte van het zonnepark en contouren van het zonnepark alsmede de landschappelijke inpassing en de diverse andere aspecten en elementen zoals paneelhoogte, breedte groene omzoming, omvormerstations en hekwerk, grootte van het bosblok en daarnaast de opties voor financiële participatie, is voldoende inkleuring gegeven aan de eis voor medezeggenschap uit het beleidskader. Het participatieproces verliep volgens de werkgroep niet altijd vlekkeloos. Dit hebben zij ook aan de gemeente kenbaar gemaakt.
Echter de aanpassingen op basis van de wensen van de werkgroep hebben geleid tot een kleiner zonnepark met een versterkt landschappelijk plan. Dit laatste is bijvoorbeeld terug te zien in de robuustere groene omranding van het zonnepark zowel in de breedte als de hoogte en de aanplant van een flink bosblok in het zonnepark ten behoeve van de lokale fauna. Samengevat heeft de procesparticipatie tot de volgende aanpassingen van het ontwerp geleid: 1. Hekwerk van grofmazig gaas en houten palen met een hoogte van 2 meter. 2. Hekwerk op 10cm hoogte gesteld, waardoor kleine dieren eronder door kunnen. 3. Groot bosblok aan de oostzijde van het park ten behoeve van reeën. 4. Gebruik aanvullend soorten in struweelhaag die ook voor trekvogels als lijsterachtigen, bijen, vlinders en andere insectensoorten aantrekkelijk zijn. 5. 5 meter brede kruidenstrook tussen zonnepanelen en struweel, ingezaaid met kruidenrijke vegetaties. 6. Verbreding van de kruidenstrook op alle hoekjes van het park en specifiek het zuidoostelijke deel. 7. Plaatsen van 4 uilenkasten en extra kruidenzones op de hoeken van het zonnepark. 8. Plaatsen weidepaaltjes en uitkijkposten t.b.v. mogelijke uilen. 9. 6 meter brede ruigte onder en tussen de wilgen aan zuidzijde van het zonnepark. 10. Plaatsen van panelen op 2,30 meter hoogte voor voldoende licht voor ecologische ontwikkeling onder de zonnepanelen.
F.10 Indiener F voert aan dat het oppakken van de financiële participatie pas ná vergunningverlening onvoldoende concreet is en in strijd met het beleidskader welke voorschrijft dat dit vóór de planvorming al moet plaatsvinden. Een nog niet gesloten anterieure overeenkomst is geenszins een waarborg voor de belangen die zijn opgenomen in het beleidskader. Reactie gemeente In het beleidskader Duurzame Energieopwekking is dat initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking voor minimaal 50% opengesteld moeten worden voor medezeggenschap door de omgeving. In het beleidskader is niet aangegeven dat dit
16
proces rondom financiële participatie afgerond zou moeten zijn voor vergunningverlening. Nadat de procesparticipatie met betrekking tot de landschappelijke inrichting van het zonnepark was afgerond heeft de initiatiefnemers verdere invulling gegeven aan de financiële participatie. Hiervoor zijn tot nu toe twee digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd (24 maart en 16 juni 2021). De eerste bijeenkomst was bedoeld om de mogelijkheden van financiële participatie toe te lichten. In de tweede bijeenkomst zijn specifiek de voor- en nadelen van de verschillende financiële participatiemogelijkheden nader toegelicht. Op basis van deze informatie kon de omgeving hun voorkeuren kenbaar maken. In dit soort trajecten is het gebruikelijk dat het proces van financiële participatie ook na de vergunningverlening nog doorloopt. De businesscase kan namelijk pas definitief opgesteld worden nadat de SDE++ subsidie is toegekend en de kosten van alle materialen en werkzaamheden duidelijk zijn. Conform het beleidskader Duurzame energieopwekking biedt de initiatiefnemer 50% lokaal eigendom aan. Lukt dit niet met de financiering dan worden de mogelijkheden van donatie aan een omgevingsfonds of obligaties aangeboden. In de anterieure overeenkomst worden hierover afspraken vastgelegd, het is correct dat deze overeenkomst nog niet is gesloten.
Het is echter gebruikelijk om de anterieure overeenkomst pas te ondertekenen nadat het ontwerp besluit ter inzage heeft gelegen. Het is namelijk altijd mogelijk dat naar aanleiding van de zienswijzen nog aanpassingen worden gedaan aan deze overeenkomst. Voordat er wordt overgegaan tot verlenen van de definitieve omgevingsvergunning, zal de anterieure overeenkomst worden ondertekend. F.11 Indiener F voert aan dat de omgevingsvergunning in strijd is met het Bouwbesluit 2012. Uit het advies van de brandweer kan worden afgeleid dat niet voldaan is aan het Bouwbesluit. In de ontwerp omgevingsvergunning is geen aanvullende voorwaarde met betrekking tot de brandveiligheid verbonden, zoals het advies voorschrijft. Reactie gemeente De brandweer haalt in haar advies inderdaad aan dat er een adequate bluswatervoorziening moet worden gerealiseerd. Deze voorwaarde is niet overgenomen in het ontwerp besluit, dit had wel moeten gebeuren. Op verzoek van de gemeente heeft de initiatiefnemer de situatietekening aangepast en heeft hier een bluswatervoorziening in opgenomen. Ook zal in het definitieve besluit worden opgenomen dat er moet worden voldaan aan de voorwaarden die gesteld zijn door de brandweer. F.12 Indiener F voert aan dat er tot op heden geen inzage of duidelijkheid is gegeven over de businesscase van het zonnepark.
In het bijzijn van een ambtenaar van de gemeente is de toezegging gedaan om drie scenario’s door te rekenen en te verstrekken. Dit is in medeweten van de gemeente niet nagekomen. Reactie gemeente Wat de gemeente betreft hoeft de initiatiefnemer nu nog niet te beschikken over een globale indicatie van de kostprijs van aanleg van het zonnepark en aansluiting op het net, de vermoedelijk te ontvangen SDE++ subsidie bij het op te stellen vermogen én informatie omtrent de wijze van financiering. 17
Na vergunningverlening kan er pas SDE++ subsidie aangevraagd worden. Gaandeweg worden afspraken met leveranciers en bedrijven die het werk uitvoeren gemaakt. Op dat moment wordt duidelijk wat de werkelijke kosten zijn en kan een definitieve businesscase opgesteld worden. F.13 Indiener F stelt dat niet is gebleken van afdwingbare afspraken met de netbeheerder om het zonnepark aan te sluiten op het bestaande netwerk. Er wordt dan ook getwijfeld aan de uitvoerbaarheid van het project. Reactie gemeente De initiatiefnemer heeft op 30 maart 2021 een overeenkomst ‘aansluiten en transport voor grootverbruikers’ gesloten met de netbeheerder Liander. Hiermee is gewaarborgd dat het zonnepark aangesloten kan worden op het elektriciteitsnetwerk en dat er daarmee ook sprake is van uitvoerbaarheid van het project. Conclusie zienswijzen indiener F De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van zienswijze F - In de ruimtelijke onderbouwing heeft geen toets aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) plaatsgevonden. Deze toetsing is alsnog toegevoegd aan de Ruimtelijke onderbouwing - Conform het advies van de brandweer is de bluswatervoorziening opgenomen op de overzichtstekening.
18