Bijlage 2 Volledige Apv, inclusief wijzigingen.pdf
Tekst van het document
Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS Artikel 5:35 Begripsbepaling 39
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. overige door de gemeente aangewezen plaatsen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. AFDELING 10. DESTRUCTIE Artikel 5:38 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. wet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; b. aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen; c. destructiemateriaal: dode gezelschapsdieren.
Artikel 5:39 Verzamelplaats Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen. Artikel 5:40 Afgifte 1. De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal: a. te vervoeren naar de naast bijgelegen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan of; b. het over te dragen aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt. 2. Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen. Artikel 5:41 Overeenkomst ondernemer Indien tussen de gemeente Doetinchem en de in artikel 3 bedoelde ondernemer een overeenkomst is gesloten omtrent de in dat artikel genoemde onderwerpen, wordt voor de voorschriften verwezen naar de overeenkomst die gesloten is tussen de ondernemer en de gemeente Doetinchem. Artikel 5:42 Verwerking 1. De ondernemer verwerkt de aan hem overgedragen dode gezelschapsdieren. 2.
De in artikel 5:40 bedoelde voorschriften en het eerste lid zijn niet van toepassing indien dode gezelschapsdieren worden verwerkt of verwijderd op een wijze die ingevolge de krachtens artikel 81c van de wet gestelde voorschriften is toegestaan, niet zijnde de wijze waarop de ondernemer de dode gezelschapsdieren verwerkt.
40
3. Onze minister kan artikel 5:40, eerste lid, artikel 5:41 en artikel 5:42 eerste lid van overeenkomstige toepassing verklaren op soorten categorie 1-materiaal, niet zijnde dode gezelschapsdieren, of categorie 2-materiaal. HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: de artikelen 2:1, 2:3, 2:6, 2:9, 2:10, 2:12, 2:16, 2:23A, 2;25, 2:26A, 2:28, 2:28A, 2:29, 2:30, 2:31, 2:31b, 2:34a 2:34B, 2:34C, 2:34F, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:44B, 2:45, 2:47, 2:47a, 2:48, 2:48A, 2:49, 2:50, 2:50a, 2:51, 2:52, 2:53, 2:53A, 2:56A, 2:57, 2:58, 2:59, 2:59a, 2:60, 2:62, 2:64A, 2:72, 2:73, 2:73A, 2:74, 2:74A, 2:76, 2:78, 2:79, 2:80, 3:3, 3:4, 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:2, 4:3, 4:5, 4:6, 4:8, 4:9, 4:13, 4:15, 4:18, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:9, 5:10, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:24A, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:28a, 5;29, 5:31, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36, 5.37, 5:40. Artikel 6:2 Toezichthouders 1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de opsporingsambtenaren van de politie zoals genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de buitengewoon opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en het Besluit buitengewone opsporingsambtenaren en de door het college of de burgemeester aangewezen toezichthouders. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016, zesde wijziging, wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016, zevende wijziging. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 november 2024. De raad van de gemeente Doetinchem,
griffier
voorzitter 41