CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting op de bepalingen van de beheerverordening 2024.pdf

beeldvormende raad 23 november 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Beheerverordening begraafplaatsen Doetinchem 20242.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op de bepalingen van de Beheersverordening begraafplaatsen Doetinchem 2024 Artikel 1 In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd. Ad k. Omdat er geen algemene urnengraven zijn, is het niet nodig om een urnengraf als ‘particulier urnengraf’ aan te duiden. Ad l. Voor het begraven van een foetus kan men gebruik maken van een kindergraf Artikel 2 Lid 1. Voor een particulier graf, met of zonder een grafkelder, een kindergraf en een urnengraf gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. Het ruimen en het wegnemen van een asbus gelden alleen bij een particulier graf, respectievelijk een urnengraf. Lid 2. Voor de algemene graven geldt overeenkomstig hetgeen is opgemerkt bij het eerste lid ten aanzien van de urnennissen. Artikel 4 Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De kennisgeving om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten door steenhouwers of anderen, kan schriftelijk, per e-mail of mondeling aan de beheerder worden gegeven. Het artikel geeft de beheerder van de begraafplaats een aantal bevoegdheden om snel adequaat te kunnen optreden.

De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet houden aan zijn aanwijzingen en aan de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden. Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het vierde lid onder a bestaat behoefte omdat men soms wegens een handicap of te hoge leeftijd dichtbij het graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. Deze situatie kan uiteraard verschillen per begraafplaats. Artikel 5 Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling minstens vijf werkdagen vooraf moet worden gedaan, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden geschieden. Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb. 1968, 157) en mogelijk van toepassing zijnde bepalingen in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2022. Artikel 6 De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn.

De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren. Artikel 7 Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor soort graf of urnenruimte er wordt gevraagd en een graf tijdig kan worden gegraven en gereed gemaakt. De as kan volgens de wet worden bijgezet in een gewoon particulier graf dan wel in een urnengraf of een urnennis. Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie een uitzondering gemaakt op het voorschrift in de eerste zin van het eerste lid van dit artikel. Artikel 8 Lid 1. Het gebruik van een zinken kist is op grond van artikel 16 jo. 4 van het Besluit op de lijkbezorging (Stb. 1997, 647) toegestaan voor stoffelijke overschotten die uit het buitenland

komen, mits de ondoordringbaarheid is opgeheven. Ook in het laatste geval blijft een zinken of andere metalen kist een belemmering voor een natuurlijke lijkontbinding. Het is daarom gewenst om het zink voor begraving te verwijderen of de overledene in een andere wel geheel vergankelijke kist of ander wettelijk toegestaan omhulsel te bergen. Lid 5. Het bepaalde in het vijfde lid heeft de bedoeling om het mee begraven van voorwerpen die niet in de grond horen, die niet vergankelijk zijn of die een natuurlijke lijkontbinding kunnen belemmeren, te voorkomen. Er is geen enkel bezwaar tegen het meebegraven van voorwerpen als kindertekeningen, een kleine stoffen knuffel of een houten rozenkrans. Maar wel tegen technische hulpmiddelen zoals een koelmatras, plastic zakken met kledingresten van het slachtoffer van een verkeersongeval, medisch afval e.d. In twijfelgevallen kan een uitvaartverzorger in overleg treden met de beheerder van de begraafplaats. Lid 6. Uitvaartverzorgers - of nabestaanden die een overledene laten begraven zonder tussenkomst van een uitvaartverzorger - moeten tenminste 24 uur voor de begrafenis een verklaring overleggen, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de eerste drie leden van dit artikel.

Indien aan de hand van een recent aankoopbewijs kan worden aangetoond dat eventueel gebruik worden gemaakt van een lijkhoes van een merk en type dat voldoet aan de wettelijke normen, hoeft geen testrapport meer te worden overgelegd. Welke hoezen voldoen aan de wettelijke normen, wordt regelmatig gepubliceerd door de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen. Verklaringen van producenten of leveranciers, zonder deugdelijk onderliggend testrapport, kunnen worden geweigerd omdat is gebleken dat dergelijke verklaringen niet altijd waarheidsgetrouw zijn. De beheerder van de begraafplaats of andere door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen kunnen controleren, o.a. door inspectie van de inhoud van de kist of een ander omhulsel, of aan wettelijke bepalingen en de bepalingen van dit artikel voldaan wordt. Men controleert ook de aanwezigheid van een verlof tot begraving en het document als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging dat wisseling van kisten en overledenen moet voorkomen. De verklaring moet tijdig en volledig ingevuld worden aangereikt om de beheerder van de begraafplaats in staat te stellen nader onderzoek te doen, inlichtingen in te winnen of overleg te plegen. Indien blijkt dat een verklaring niet waarheidsgetrouw is, kan de begraving worden uitgesteld of geweigerd. Onderzoek zal steekproefsgewijs plaats vinden.

In ernstige gevallen kan er aanleiding zijn voor een strafrechtelijk onderzoek door justitie en kan een uitvaartverzorger worden verboden om gedurende een nader te bepalen periode zijn werkzaamheden op de begraafplaats(en) uit te oefenen. De verklaringen worden altijd in de begraafplaatsadministratie bewaard, omdat informatie over de aanwezigheid van bepaalde materialen en voorwerpen nuttig kan zijn bij opgravingen en ruiming van het graf. Ook kunnen uitvaartverzorgers er achteraf op worden aangesproken als blijkt dat feiten en verklaringen niet overeen kwamen. Artikel 9 Lid 1. De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst de beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven om medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. Lid 2. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Als de rechthebbende van een graf is overleden en in datzelfde graf begraven moet worden, kan niemand toestemming geven voor het openen van het graf en voor het bijzetten van de overledene. De nabestaanden die de uitvaart regelen kunnen dan direct een opvolgende rechthebbende aanwijzen die de bevoegdheid krijgt om het graf te laten openen.

Het direct regelen van de opvolging van de rechthebbenden voorkomt ook dat de grafrechten mogelijk later wegens het niet tijdig overschrijven als bedoeld in artikel 17 vervallen verklaard kunnen worden.

Artikel 10 De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de begraafplaatsen op zon- en feestdagen voor een begrafenis kunnen worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen. Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding. Artikel 12 De in 2013 geopende natuurbegraafplaats heeft een eigen reglement, dat het eigen karakter en de eigen sfeer van deze begraafplaats waarborgt. Artikel 14 Een graf wordt alleen buiten de volgorde van ligging toegewezen als dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats.

Hierbij kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de bodem. Artikel 15 De minimale duur dat een particulier graf wordt uitgegeven is wettelijk 10 jaren. Een termijn van 20 jaar is gangbaar. Het is echter ook mogelijk om een graf voor 30 of zelfs voor 40 jaren te verwerven. In alle gevallen is het echter mogelijk om de rechten op particuliere graven later te verlengen. De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet het college de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen. Dit geschiedt per brief. Indien onzeker is dat het adres nog klopt, kan een mededeling worden aangebracht bij het graf tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Lid3. Voor sommige mensen is een verlenging van 10 jaar erg lang. Het is nu ook mogelijk om een graf vijf jaar te verlengen. Artikel 17 Lid 1. Het is noodzakelijk dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. In de praktijk neemt men de zorg voor een graf alleen op zich indien men zich daar verantwoordelijk voor wil stellen.

De bepaling maakt het ook mogelijk om het graf over te schrijven op naam van een rechtspersoon. Bijvoorbeeld in het geval dat de rechthebbende geen nabestaanden heeft aan wie de zorg voor het graf kan worden toevertrouwd. Lid 3. Als er geen stok achter de deur is wordt de verplichting om een nieuwe rechthebbende te hebben vaak niet serieus genomen. De regel maakt het ook mogelijk om op termijn graven te kunnen ruimen waar niemand meer belangstelling voor heeft. Artikel 18 Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het graf kan doen. Indien binnen de termijn van wettelijk grafrust – 10 jaren – afstand wordt gedaan, kunnen eventuele kosten nog in rekening worden gebracht.

Artikel 19 De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en op particuliere graven. Bij particulier graven dient de grafbedekking binnen de afmetingen van het graf te zijn. Bij algemene graven moet de grafbedekking binnen 1 m2 geplaatst worden, waardoor nabestaanden van beide overledenen dezelfde rechten hebben. Een vergunning wordt voor een gedenkteken op een algemeen graf kan pas worden gebruikt nadat in het graf twee personen begraven liggen; zie artikel 21 lid 6. De grafbedekking moet op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de nadere regels van het college. Zij zijn ruim geformuleerd zodat zelden een verzoek om ontheffing wordt ingediend. De vergunningseis omvat het gedenkteken en de winterharde beplantingen. Artikel 20 Het onderhoud door de gemeente heeft het doel de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien te geven. Artikel 21 De rechthebbende en de gebruiker zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de grafbedekking. In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat vragen over verwijderde bloemen en eenjarige planten. Omdat de bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbenden op de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats.

Het verdient aanbeveling om op het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats. Artikel 23 Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat de gemeente verantwoordelijk kan worden gesteld voor beschadiging van de grafbedekking door een onvoorziene gebeurtenis. Als de constructie van de grafbedekking, door bijvoorbeeld ouderdom, gevaar oplevert voor bezoekers en/of personeel moet de beheerder de mogelijkheid hebben om direct maatregelen te nemen. Artikel 24 De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid). Artikel 25 Dat de graven geruimd worden, is de rechthebbenden op eigen graven al medegedeeld toen zij geattendeerd zijn op de mogelijkheid om de grafrechten te verlengen. Gebruikers van algemene graven worden op grond van een wettelijk voorschrift ook voor het einde van het gebruiksrecht ook gewaarschuwd dat dit recht afloopt. Rechthebbenden en gebruikers kunnen hun dierbaren desgewenst voor afloop van de lopende termijn nog doen opgraven en elders laten herbegraven of laten cremeren.

Ook kunnen zij het grafmonument of ander gedenkteken in de laaste maand van het aflopende grafrecht verwijderen en meenemen. De rechthebbende op een particulier graf kan vragen om de overblijfselen van stoffelijke overschotten te doen verzamelen om deze dieper in dezelfde grafruimte te doen plaatsen, zodat er in het graf plaats ontstaat voor de begraving van nieuwe kisten. Deze vorm van ruiming op verzoek van de rechthebbende – die ook wel het schudden of het samenvoegen van een graf wordt genoemd - kan na tien jaar na de laatste begraving in het graf worden uitgevoerd. Het graf kan extra diep worden uitgegraven. De overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in de extra diepte worden geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op deze wijze kan het graf voor een volgende generatie in dezelfde familie benut worden. Het schudden van het graf kan meerdere malen herhaald worden.

Nabestaanden van personen die in een algemeen graf zijn begraven en rechthebbenden op particuliere graven hebben – binnen de grenzen van de wet – altijd het recht om hun dierbaren op te laten graven en elders her te laten begraven of alsnog te laten cremeren. Men hoeft hierbij niet te wachten tot het moment dat de gemeente de graven zou willen ruimen. Artikel 25 geeft nabestaanden die niet eerder van de optie van opgraving gebruik hebben gemaakt, een laatste kans om bij de ruiming van de graven stoffelijke resten alsnog te laten herbegraven of cremeren. Herbegraving kan plaats vinden op dezelfde of op een andere begraafplaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8066/documents/44701