Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
KRONOS SOLAR
Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Wehl 1-3-2021
KRONOS SOLAR
Inhoud HOOFDSTUK 1 - AANLEIDING .................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doel van het project ......................................................................................... 4
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied.............................................................................. 4
1.3
Grondeigenaar ........................................................................................................................ 5
1.4
Vigerende bestemmingsplan .................................................................................................. 5
1.5
Locatiekeuze ........................................................................................................................... 7
1.5.1
Waarom grootschalige, grondgebonden zonneparken? ................................................ 7
1.5.2
Locatie criteria ................................................................................................................ 7
1.6
Conclusie en leeswijzer ........................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 2 – BELEID ............................................................................................................................................ 10 2.1
Inleiding ............................................................................................................................... 10
2.2
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 10
2.3
Provinciaal beleid ................................................................................................................ 12
2.4
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 15
2.4.1
Doelstellingen gemeente ten aanzien van energie en klimaat ..................................... 15
2.4.2
Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken ........................................................ 15
2.5
Conclusie ............................................................................................................................... 19
HOOFDSTUK 3 – PROJECTPROFIEL ....................................................................................................................... 20 3.1
Inleiding ............................................................................................................................... 20
3.2
Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................ 20
3.3
Projectbeschrijving................................................................................................................ 20
3.4
Landschappelijke inpassing ................................................................................................... 23
3.5
Conclusie ............................................................................................................................... 27
HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN ........................................................................................................... 28 4.1
Inleiding................................................................................................................................. 28
4.2
Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 28
4.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit ........................................................................................... 29
4.4
Geluid .................................................................................................................................... 29
4.5
Luchtkwaliteit........................................................................................................................ 29
4.6
Geur ...................................................................................................................................... 30
4.7
Bedrijven en milieuzoneringen ............................................................................................. 30
4.8
Externe veiligheid.................................................................................................................. 31 2
KRONOS SOLAR 4.9
Waterparagraaf ..................................................................................................................... 32
4.10
Kabels en leidingen ............................................................................................................... 33
4.11
Wet natuurbescherming ................................................................................................... 33
4.12
Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................... 34
4.13
Verkeer en parkeren ......................................................................................................... 36
4.14
Duurzaamheid ................................................................................................................... 36
4.15
Lichtreflectie ..................................................................................................................... 37
4.16
Elektromagnetische straling.............................................................................................. 39
4.17
Warmteontwikkeling ........................................................................................................ 41
HOOFDSTUK 5 – UITVOERBAARHEID.................................................................................................................. 44 5.1
Economische en financiële haalbaarheid .......................................................................... 44
5.2
Handhaving ........................................................................................................................... 44
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 45
HOOFDSTUK 6 – AFWEGING EN EINDCONCLUSIE ......................................................................................... 47
3
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 1 - AANLEIDING 1.1
Aanleiding en doel van het project
Kronos Solar is een toonaangevende internationale ontwikkelaar van grootschalige zonneparken. Als onafhankelijke ontwikkelaar combineert Kronos Solar locaties met de beste technologieën en partners voor het creëren van verantwoorde en duurzame zonnepark projecten. Vanwege de complexiteit van de projecten kiest Kronos Solar ervoor om van A tot Z betrokken te zijn en daarbij veel aandacht te besteden aan samenwerking met lokale partijen en een duurzame landschappelijke inpassing, zodat ook meerwaarde voor de omgeving ontstaat. Meer informatie over Kronos Solar is te vinden op www.kronos-solar.com. Als moederbedrijf wil Kronos Solar op een locatie in de gemeente Doetinchem ontwikkelen. Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om een zonnepark op de beoogde locatie te realiseren. Er is daarom een omgevingsvergunning aangevraagd voor 25 jaar om af te wijken van het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning in strijd met een bestemmingsplan kan alleen worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het besluit moet dus een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Deze onderbouwing is opgenomen in voorliggend document.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
De beoogde locatie voor het zonnepark ligt in het noordelijk buitengebied van de gemeente Doetinchem, tussen Doetinchem en Wehl. Kadastraal gaat het om de percelen Gemeente Wehl, sectie L, nummer 505, 664 (gedeeltelijk), 221, 222, 513 (gedeeltelijk), 259 (gedeeltelijk) en 225 (gedeeltelijk).
Afbeelding 1: ligging van het plangebied
4
KRONOS SOLAR 1.3
Grondeigenaar
De grondeigenaar is Dhr. Krosse, eigenaar van melkveebedrijf “Groot Bahr”. Als gevolg van veranderende regelgeving voor melkveehouders wil hij zijn bedrijfsvoering aanvullen met een zonnepark. Op die wijze kan hij een stabiel inkomen garanderen voor zijn bedrijf en familie. Zijn zelfgeschreven motivatie vindt u in de bijlage bij deze aanvraag terug.
1.4
Vigerende bestemmingsplan • •
Geldend bestemmingsplan Wehl Buitengebied 2002 In procedure zijnde Beheersverordening Landelijk gebied 2020 (gemeente Doetinchem)
Afbeelding 2: uitsnede bestemmingsplan
De locatie heeft binnen het bestemmingsplan uit 2002 de enkelbestemming ´Agrarisch met landschapswaarden´. Aangezien een zonnepark strijdig is met deze bestemmingen, is het aldus verboden op de beoogde locatie een zonnepark te realiseren. 1.5
In procedure zijnde beheersverordening Landelijk gebied 2020
Op 19 februari 2020 is het bestemmingsplan voor het landelijk gebied vernietigd. Daarnaast werkt iedere gemeente aan de voorbereidingen op de nieuwe Omgevingswet, welke in gaat op 1 januari 2022. Om deze periode te overbruggen is op dit moment de tijdelijke beheersverordening Landelijk gebied 2020 in procedure. Het gaat om het vastleggen van het bestaande gebruik met correcties op de eerder vastgestelde bestemmingsplannen.
5
KRONOS SOLAR De volgende uit de beheersverordening voortvloeiende aandachtspunten zijn van kracht: •
•
•
De gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de aldaar voorkomende landschapswaarden. Deze gronden zijn ook bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Het is verboden om op de gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren. Op de beoogde locatie liggen twee dubbelbestemmingen, ‘Waarde – Archeologische Verwachting 2’ (noordelijk) en ‘Waarde – Archeologische Verwachting 4’ (zuidelijk).
Cultuurhistorische status Binnen de projectlocatie ligt geen rijksmonument of gemeentelijk monument. De locatie heeft wel twee archeologische dubbelbestemmingen. In hoofdstuk 4 zal nader op het punt archeologie ingegaan worden. Eventueel eerder verleende omgevingsvergunningen voor bouwwerken zijn met de aanleg van het zonnepark niet in het geding.
Afbeelding 3: uitsnede beheersverordening
6
KRONOS SOLAR 1.6
Locatiekeuze
De eerste keuze die vooraf gaat aan het bouwen van een zonnepark is de wens om door middel van een grootschalig grondgebonden zonnepark schone energie op te wekken. Daarnaast gelden er natuurlijk ook verschillende criteria waar de gekozen locatie aan dient te voldoen. De keuze voor een grootschalig grondgebonden zonnepark wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Daarna volgt een overzicht van de verschillende criteria en hoe de locatie in Doetinchem aan deze criteria voldoet. 1.6.1
Waarom grootschalige, grondgebonden zonneparken?
De laatste jaren zijn zonneparken (>1ha) steeds vaker te zien in Nederland. Eén van de redenen is de doelstelling om binnen Nederland in 2023 minimaal 16%1 aan duurzame energie te produceren. In 2030 zelfs 70%2 Op dit moment is 7,4% van ons energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen. In Nederland is 0,6% van het totale energieverbruik afkomstig uit zonneenergie (2019, Centraal Bureau voor de Statistiek)3. Dit betekent dat we de hoeveelheid duurzame energie nog met 62,6 procent moeten verhogen in 10 jaar tijd; er is dus nog een lange weg te gaan. Om de ambitieuze doelstellingen te bereiken kunnen we niet om grootschalige zonneparken heen. Grootschalige zonneparken kunnen hiertoe op een relatief korte termijn een grote bijdrage leveren. De plaatsing van zonnepanelen op daken heeft in nationaal en regionaal beleid een grote voorkeur. Echter zijn PV-dakinstallaties verhoudingsgewijs ca 30% duurder dan grondgebonden zonneparken. De energieproductie van deze kleinschaliger PV-installaties is daarnaast veel geringer dan een zonnepark. Waar vroeger grootschalige zonneparken vaak niet rendabel waren heeft de huidige Nederlandse subsidieregeling hier verandering in gebracht. Door gebruik te maken van het SDE++ programma zijn nu ook grootschalige projecten rendabel.
Daarnaast kan een grondgebonden zonnepark in korte tijd een veel grotere bijdrage leveren aan de bovengenoemde energiedoelstellingen dan ‘roof-top installaties’, maar met een minder grote ruimtelijke en visuele impact dan bijvoorbeeld windmolens. 1.6.2
Locatie criteria
Onderstaand zijn de criteria benoemd die bij het selecteren van de locatie doorslaggevend zijn. Deze criteria hebben vooral betrekking op de technische en fysieke aspecten van het zonnepark. Naast deze criteria is het natuurlijk ook van belang dat het zonnepark goed kan worden ingepast in het landschap en dat de ruimte die het park in beslag neemt voor meerdere doeleinden gebruikt kan worden.
1
Rijksoverheid stimuleert duurzame energie, Rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid 2 Doelstellingen voor de toekomst, Rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/meer-duurzame-energie-in-de-toekomst 3 Aandeel hernieuwbare energie 7,4% in 2018, Centraal Bureau voor de Statistiek (https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2019/22/aandeel-hernieuwbare-energie-naar-7-4-procent)
7
KRONOS SOLAR Zonuren Voor het opwekken van energie door middel van de zon is het van belang dat de locatie voldoende zonuren ontvangt. Op basis van onderstaande kaart van Solargis is te zien dat op de locatie in Doetinchem te rekenen valt met een zonne-bestraling tussen 1025 – 1050 kWh/m2. De hoeveelheid zonne-bestraling in combinatie met de SDE++ stimulus creëert een solide business case. Conclusie: de locatie leent zich zeer goed voor een zonnepark door de zonne-bestraling per m2 die te verwachten valt. Schaduw De locatie leent zich zeer goed voor de bouw van een zonnepark door de afwezigheid van grote bomen(rijen) of bossen, hoge gebouwen, en andere objecten die schaduw op het projectgebied werpen. Conclusie: De locatie bevindt zich in een schaduwvrije omgeving. Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de locatie en de aanwezigheid van eventuele toegangswegen alsmede in/uitritten zijn een belangrijk criterium. De locatie nabij Wehl is zeer goed te bereiken vanaf de Bahrseweg. De toegangs en interne wegen voldoen aan de voorschriften uit het bouwbesluit 2012, waarmee ook brandweervoertuigen erover kunnen rijden. Conclusie: de bereikbaarheid van de locatie is zeer goed.
Afbeelding 4: Jaarlijkse hoeveelheid instraling 19942016, bron: Solargis.com
Beschikbaarheid Voor de bouw van het zonnepark is toestemming van de grondeigenaar nodig (zie bijlages). Daarnaast is het ook van belang dat er gekeken wordt naar de rechten van derde partijen die wellicht op het land rusten (kabels, riool etc.). In dit geval zijn er geen rechten van derden aangetroffen die de ontwikkeling van het zonnepark belemmeren. Conclusie: de locatie is beschikbaar voor de bouw van een zonnepark. Netaansluiting Wellicht de belangrijkste vereiste is dat er voldoende capaciteit beschikbaar is om het zonnepark aan te sluiten, wat in dit geval voorhanden is en door Liander voor dit zonnepark is gereserveerd doormiddel van een offerte. Een tweede punt is de afstand van het zonnepark tot de dichtstbijzijnde aansluiting op het stroomnet. In het geval van de locatie te Wehl is de afstand tot het aansluitpunt circa 4500 meter. Conclusie: de afstand tot het dichtstbijzijnde aansluitpunt is haalbaar en er is voldoende capaciteit beschikbaar en gereserveerd om het zonnepark aan te sluiten. 8
KRONOS SOLAR Duurzaam ruimtegebruik Onder duurzaam ruimtegebruik wordt het gebruik van het land voor meerdere doeleinden verstaan. Voor de locatie in de Wehl is gepland dat het terrein door schapen wordt begraasd. Daarnaast wordt gezocht naar een imker om bijenkasten te plaatsen op het terrein. Om dit te stimuleren worden de randen van het zonnepark ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. Wordt aan de rand van het zonnepark een bosblok aangelegd voor onder andere reeën en tot slot worden er aanvullende maatregelen genomen binnen en buiten het zonnepark om het leef en foerageer gebied van fauna waaronder uilen te bevorderen. Conclusie: Door bovenstaande maatregelen ontstaat een gebied dat ruimte biedt voor meervoudig ruimtegebruik .
1.7
Conclusie en leeswijzer
Bovenstaande vormt een inleiding op de ruimtelijke onderbouwing voor het zonnepark aan de Bahrseweg, ten noorden van Wehl. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid voor de ontwikkeling van zonneparken en de daaraan gekoppelde voorwaarden voor het voorliggende projectvoorstel. Hoofdstuk 3 behandelt een gedetailleerd overzicht van het beoogde project. De relevante omgevings- en sectorale aspecten worden in hoofdstuk 4 uiteengezet, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project.
9
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 2 – BELEID
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op het relevante rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op de beoogde activiteit aan de Bahrseweg te Wehl. In sectie 2.6 volgt de conclusie.
2.2
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en vervangt verschillende nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Het kabinet beschrijft hierin, in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeenten krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen. De voorgenomen uitbreiding is niet in strijd met de SVIR. Toetsing van de ontwikkeling Het zonnepark is een lokale ontwikkeling waarbij geen nationale belangen uit de SVIR in het geding zijn. Aan de algemene voorwaarden van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming wordt net als bij alle andere ruimtelijke plannen voldaan door te voldoen aan de wettelijke vereisten. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, ruimte voor de rivier, kustverdediging, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
In het plangebied zijn geen belangen aanwezig die op basis van het Barro geborgd moeten worden. Toetsing van de ontwikkeling In het plangebied zijn geen nationale belangen aanwezig die op basis van het Barro geborgd moeten worden. Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). Doel hiervan is dat er een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt door optimale benutting van ruimte in stedelijk gebied en dat er een zorgvuldige afweging plaatsheeft in een transparant proces voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. 10
KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling Het aanleggen van een zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hieronder wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. Het aandeel duurzaam opgewekte energie bedroeg in 2019 in Gelderland 5,8% (Monitoring 2019, Gelders Energieakkoord). De inzet is om dit aandeel te laten toenemen tot 16% in 2023, met het behalen van energieneutraliteit in 2050. Om deze ambitie te halen zijn veel nieuwe voorzieningen nodig (bijv. windmolens, zonneparken) die niet met bestaande bebouwing opgelost kan worden en ook vanwege de omvang niet in de bestaande kernen. Een zonnepark van de beoogde omvang levert schaalvoordelen op waardoor de kosten per eenheid geleverde stroom dalen. Dit geeft de mogelijkheid om het zonnepark met minder subsidie te bouwen, wat de haalbaarheid vergroot.
Inzetten op grootschaligheid geeft daarnaast meer ruimte om iets terug te doen voor de omgeving, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik (landschaps- en of natuurontwikkeling) of door duurzame initiatieven te steunen. Energieakkoord 2013 Het energieakkoord voor duurzame groei bevat afspraken over energiebesparing, meer duurzame energie en extra werkgelegenheid. Het kabinet heeft deze afspraken gemaakt met onder meer werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties. Het kabinet beschouwt het akkoord als een belangrijke stap op weg naar een 100% duurzame energievoorziening. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen rondom duurzame energieopwekking. Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE) De SDE++-subsidie is bedoeld voor bedrijven en (non-profit)instellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren of CO₂-reducerende technieken toepassen. De subsidieregeling is bedoeld voor de categorieën hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte (WKK), Hernieuwbaar gas, CO₂-arme warmte en CO₂-arme productie. Met de SDE stimuleert het ministerie van Economische Zaken de ontwikkeling van een duurzaamheid in Nederland. Verduurzaming is beter voor het milieu, maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en is goed voor de economie.
Toetsing van de ontwikkeling Doel van dit project is om in 2021 een aanvraag in te dienen voor een SDE++ subsidie. Streven is dat er voor de aanvraagdatum een omgevingsvergunning verleend is.
11
KRONOS SOLAR Klimaatakkoord Samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en overheden werkt de Nederlandse overheid momenteel aan een uitwerking van het Klimaatakkoord, waarin de doelstelling opgenomen wordt om in 2030 een energiereductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd te hebben. Het klimaatakkoord vormt een maatregel die voortvloeit uit de Klimaattop in Parijs (2015) en de afspraken die daar gemaakt zijn. Onderdeel van het klimaatakkoord vormen de Regionale Energie Strategieën (RES) die per regio opgesteld moeten worden. Ze vormen een instrument om de ruimtelijke inpassing van duurzame-opwek projecten maatschappelijk betrokken te organiseren. In verschillende regio’s wordt momenteel invulling gegeven aan de RES en de regionale doelstellingen die daaraan verbonden zijn.
Klimaatzaak In 2015 is de Nederlandse staat aangeklaagd door klimaatorganisatie Urgenda om het ontbreken van een stringent klimaatbeleid. In het hoger beroep in oktober 2018 heeft het gerechtshof in Den Haag Urgenda (opnieuw) in gelijk gesteld en bepaald dat de Staat op basis van huidig klimaatbeleid haar inwoners onvoldoende beschermd tegen de gevolgen van klimaatverandering. Een CO2 reductie van 25% in 2020 (t.o.v. 1990) moest voor de Staat daarom een absoluut minimum zijn. Hoewel dit ook een doelstelling van kabinet was, is dit volgens prognoses niet behaald en wordt een reductie 23% verwacht met een onzekerheidsmarge tussen 19% en 27%. De Nederlandse Staat zal in de komende jaren daarom nog harder moeten trekken aan het huidig klimaatbeleid om zijn eigen doelstellingen te kunnen halen.
2.3
Provinciaal beleid
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Het provinciale beleid rondom zonne-energie is opgenomen in het Actualisatieplan Omgevingsvisie (januari 2018)4. Hierin is onder meer opgenomen dat, om de doelstellingen van energietransitie te halen, naast zonnepanelen op daken ook veldopstellingen van zonnepanelen noodzakelijk zijn. Met het goedkoper worden van zonnepanelen en verruimde mogelijkheden in wet- en regelgeving zijn grote grondgebonden zonneparken (>2 ha) financieel haalbaar. De ruimte om deze grote grondgebonden zonneparken te realiseren ligt hoofdzakelijk in het buitengebied. Veldopstellingen ziet de provincie als een functie die, mits op een goede manier ruimtelijk ingepast, ook in het buitengebied kunnen worden ingepast. Het plangebied ligt in een groene zone (zie afbeelding 3), waarbinnen grote zonneparken mogelijk zijn. De beoordeling of grote zonneparken ruimtelijk passend zijn laat de provincie aan de betreffende gemeente.
4
https://gldanders.planoview.nl/planoview/omgevingsplannen/NL.IMRO.9925.SVOmgvisieGGvst1?s=SACMXDpiAXu_MkWERkE5BD2DwAh7A
12
KRONOS SOLAR
Afbeelding 5: Locatie plangebied (rood omcirkeld) binnen het provinciaal beleid
De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland is geactualiseerd d.m.v. een participatiemodel, en gebundeld in de Omgevingsvisie GAAF Gelderland (maart 2019). Een actualisatie (actualisatieplan 7) is vastgesteld door de Gedeputeerde Staten op 12 januari 2021 vast. Op 31 maart 2021 nemen Provinciale Staten een besluit over de aangepaste Omgevingsverordening. De Provincie Gelderland streeft naar een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en naar behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Hierbij worden de volgende opgaven gesteld: • Het behouden en mogelijk vergroten van de biodiversiteit (soortenrijkdom) in de natuur; • Het verbinden van de Gelderse natuur met natuurgebieden in aangrenzende provincies en Duitsland; • Het betrekken van de mensen in een gebied bij het beheer van hun natuur en landschap. Om ontwikkeling van combinaties van natuur met andere functies mogelijk te maken maakt de provincie in haar beleid onderscheid tussen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszones (GO). De GNN gebieden zijn onderdeel van het grotere geheel bekend als het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om de ecologische samenhang tussen aangrenzende natuurgebieden binnen de GNN te versterken is een Groene Ontwikkelingszone (GO) aangewezen voor de aanleg van zogeheten ecologische verbindingszones.
13
KRONOS SOLAR
Afbeelding 6: Plangebied (rood omcirkeld) tov EHS/NNN en Natuurgebieden. Bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (Jan. 2021)
In maart 2015 heeft de provincie Gelderland, samen met bedrijven, gemeenten en maatschappelijke organisaties, een energieakkoord opgesteld: het Gelders Energie Akkoord. Het akkoord richt zich op een economische en sociaal veerkrachtige en weerbare samenleving waarin werkgelegenheid, sociale cohesie en technische, sociale en economische innovatie samen gaan. Dit kan worden bereikt door het stimuleren van gezamenlijke investeringen in duurzame projecten, bijvoorbeeld door het rendement van windmolens of zonneparken te herinvesteren in de lokale en regionale economie. Ambities uit het akkoord zijn: • • •
In 2020 wordt in 100.000 woningen in Gelderland energie opgewekt; Huurwoningen hebben gemiddeld energielabel B; In 2050 is de provincie Gelderland klimaatneutraal.
Daarnaast is één van de thema’s in het akkoord ‘Duurzame opwek: Zon’. In het akkoord wordt daarover het volgende gezegd: Deze thematafel wordt getrokken door de Vereniging Energie Coöperaties Gelderland (VECG). Eén van de hoofdpunten van actie is om grootschalige uitrol van zonne-energie te stimuleren. Het aandeel duurzaam opgewekte energie bedroeg in 2019 in Gelderland 5,8% (Geldersenergieakkoord.nl; 2020). Het doel is om dit aandeel te laten toenemen tot 16% in 2023, conform Gelders Energieakkoord 2.0. Om deze ambitie te halen zijn veel nieuwe voorzieningen nodig (bijv. windmolens, zonneparken) die niet met bestaande bebouwing opgelost kan worden en ook vanwege de omvang niet in de bestaande kernen.
14
KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de ambities zoals deze in het Gelders Energie Akkoord zijn vastgelegd. In de gebieden buiten de groene zone ziet de provincie geen gebiedskwaliteiten die een obstakel vormen voor de ontwikkeling van grootschalige zonneparken. Daarnaast bevindt de planlocatie zich in het gebied waarvan de provincie heeft aangegeven dat er grootschalige zonneparken mogelijk zijn. De gemeente heeft de uiteindelijke bevoegdheid om hier een grootschalig zonnepark toe te staan.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Doelstellingen gemeente ten aanzien van energie en klimaat
De gemeente Doetinchem heeft op 25 april 2019 het Beleidskader Duurzame Energie vastgesteld. Hierin spreekt de gemeente de ambitie uit om in 2030 energieneutraal te zijn. Om dit te bereiken dienen alle beschikbare middelen te worden ingezet. Het beleidskader voorziet hierin door kaders op te stellen voor de ontwikkeling van windmolens en zonneparken in de gemeente. De gemeente heeft het beleidskader opgesteld met drie doelen, welke corresponderen met de drie uitgangspunten die in Hoofdstuk 2 van het beleidskader uiteen worden gezet. De doelen en uitgangspunten zijn: 1. Doel: Ruimte bieden voor duurzame energieopwekkingsinitiatieven. Uitgangspunt: Alle bronnen en vormen van energieopwekking zijn nodig. 2. Doel: Grootschalige initiatieven met een zo groot mogelijke maatschappelijke betrokkenheid tot stand laten komen, en de omgeving mee laten profiteren. Uitgangspunt: Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbenden vormgegeven. 3. Doel: Ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied waarborgen en waar mogelijk versterken door het geven van richtingslijnen voor inpassing van energieopwekkingsinitiatieven. Uitgangspunt: Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden landschappelijk ingepast. 2.4.2
Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken
Volgend uit uitgangspunt 1 bespreekt hoofdstuk 3 van het beleidskader de verschillende vormen van energieopwekking. Voor zonneparken gelden de volgende eisen: -
Maximaal 3% van de landbouwgrond in de gemeente mag voor zonneparken worden gebruikt. Zonneparken zijn niet toegestaan in gebieden die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuur Netwerk. Zonneparken dienen te worden ontwikkeld in samenwerking met de omgeving. Zonneparken dienen landschappelijk te worden ingepast. Waar mogelijk dient dubbel ruimtegebruik plaats te vinden.
15
KRONOS SOLAR De twee belangrijkste eisen zullen hieronder nog verder worden uitgewerkt. Samenwerking met omgeving en belanghebbenden (participatie) Binnen de eis dat zonneparken worden ontwikkeld in samenwerking met de omgeving, worden de volgende voorwaarden gesteld: -
-
Initiatieven komen tot stand middels een door de initiatiefnemer, in samenwerking met omwonenden en belanghebbenden, opgesteld participatieplan; zie hieronder Procesparticipatie. Initiatieven worden voor minimaal 50% opengesteld voor medezeggenschap door de omgeving; zie hieronder Financiële participatie.
Procesparticipatie Dit project is oorspronkelijk opgestart in 2017, toen er nog geen beleid voor zonneparken lag. Er zijn toen door verschillende vertegenwoordigers van Kronos buurtbezoeken uitgevoerd. Op 7 december 2017 ontving Kronos een brief van de gemeente Doetinchem waarin werd aangegeven dat in afwachting van het opstellen van beleid het initiatief geen doorgang kon vinden. Naar aanleiding hiervan is het participatietraject gepauzeerd. Na het vaststellen van het beleid in april 2019 is dit proces opnieuw opgestart. Er is toen bewust gekozen om het participatietraject breder in te zetten, door te starten met een algemene informatiebijeenkomst waarbij zowel direct omwonenden (via brief) als de bredere omgeving (via een advertentie in de lokale krant) zijn uitgenodigd. Een tweede algemene bijeenkomst is een aantal maanden later georganiseerd. Door omwonenden is na deze bijeenkomst een werkgroep opgezet om het project gerichter te kunnen bespreken. Met deze werkgroep zijn vier bijeenkomsten gehouden waarin onder andere de landschappelijke inpassing aan bod zijn gekomen Tevens heeft er in december 2020 een veldbezoek plaatsgevonden waar ook de gmeeente bij aanwezig was en waarin de openstaande punten en ideeën van de werkgroep zijn opgehaald. Voor aanvang van dit traject is een Participatieplan opgesteld, dat in de bijlage Participatietraject bij deze aanvraag is bijgevoegd.
In de eerste bijeenkomsten zijn de contouren en percelen van het zonnepark ter sprake gekomen. Omwonenden vonden dat dit plan een te grote impact op hun directe leefomgeving zou opleveren. Hierover zijn diverse gesprekken gevoerd, en het ontwerp is uiteindelijk in samenspraak met omwonenden en de grondeigenaar aangepast naar een alternatief model. Dit model is 3 hectare kleiner dan het oorspronkelijke model (13 hectare ten opzichte van 16 hectare), en ligt op percelen die verder weg van de Bokkenstraat zijn gelegen. Door deze verandering is de belangrijkste omwonende op dit moment de woning aan de Bahrseweg 5. De eigenaar van deze woning was geen onderdeel van de werkgroep. Kronos heeft daarom direct contact met hem opgenomen om de plannen af te stemmen. Aan de werkgroep is door een landschapsarchitect een inpassingsplan gepresenteerd, waarop door omwonenden vervolgens commentaar is gegeven. In december 2020 hebben de leden van de werkgroep samen met medewerkers van de gemeente een locatiebezoek gedaan, om er zeker van te zijn dat de wensen duidelijk waren. Alle commentaren en verzoeken zijn met een landschapsarchitect besproken en zoveel mogelijk meegenomen in het bijgevoegde inpassingsplan om te komen tot een plan dat goed aansluit op de wensen van de omgeving. 16
KRONOS SOLAR Tijdens de laatste werkgroep bijeenkomst op 18 januari 2021 bleken deze plannen door de leden van de werkgroep en tevreden te zijn bevonden. De gemeente heeft ook haar tevredenheid over het plan uitgesproken. Dit akkoord en de andere afspraken die over het zonnepark gemaakt zijn, zijn terug te lezen in de bijlage Participatietraject in de notulen van 18 januari 2021. Met het bespreekbaar maken en de doorgevoerde aanpassingen aan de percelen, grootte van het zonnepark en contouren van het zonnepark alsmede de landschappelijke inpassing en de diverse andere aspecten en elementen zoals paneelhoogte, breedte groene omzoming, omvormerstations en hekwerk, grootte van het bosblok en daarnaast de opties voor financiële participatie (die hierna worden behandeld), is ruim voldaan aan de eis voor medezeggenschap uit het beleidskader. Het participatieproces verliep volgens de werkgroep niet altijd vlekkeloos. Dit hebben zij ook aan de gemeente kenbaar gemaakt. Echter de aanpassingen op basis van de wensen van de werkgroep hebben geleid tot onmiskenbare resultaten in de vorm van een kleiner zonnepark met een verbeterd landschappelijk plan en vele verbeteringen. Een uitgebreid verslag van het participatie traject tot aan het moment van schrijven, met achterliggende stukken, is terug te vinden in het document Participatietraject dat als bijlage bij dit document is bijgevoegd.
Financiële participatie Bij de financiële participatie is het belangrijkste uitgangspunt dat er een optie wordt gekozen die het beste aansluit bij de wensen en behoeften van omwonenden. Financiële participatie kan namelijk op verschillende manieren worden ingekleed. Tijdens de werkgroep bijeenkomsten is door omwonenden aangegeven dat er een behoefte is aan bredere natuurontwikkeling in de omgeving. Kronos Solar heeft hierop aangeboden een bedrag te kunnen doneren aan een bestaand of door de buurt opgericht omgevingsfonds voor de stimulering van natuurontwikkeling in de omgeving. In het plan voor de landschappelijke inpassing is dit idee verder uitgewerkt door voorbeelden te geven van manieren waarop dit zou kunnen worden gerealiseerd in aansluiting op de cultuurhistorie van het gebied, bijvoorbeeld door aanplant van verbindingswegen en erven. Aanplant van groen op agrarische gronden van lokale grondbezitters zou een verdere overweging zijn, mits deze grondbezitters hier voor open staan. Ook de gemeente heeft aangegeven dat er buiten het plangebied mogelijkheden zijn tot bredere natuurontwikkeling en dat aangesloten kan worden bij bestaande initiatieven indien gewenst. Financiële participatie is in Augustus 2020 aan bod gekomen in de werkgroep, maar een verdere uitwerking zal in een bredere groep worden besproken.
Dit traject is reeds ingezet door naast de omwonenden ook de dorpsraad van Wehl en de wijkraad Wehlse Broeklanden te benaderen. Mocht een omgevingsfonds toch niet de gewenste uitkomst van de financiële participatie bieden, dan worden door Kronos Solar nog diverse alternatieve participatiemogelijkheden aangeboden: •
Voor wie overweegt zonnepanelen op zijn eigen dak te leggen kan Kronos Solar de inwoners van Doetinchem, woonachtig binnen een straal van 1,5km rondom het 17
KRONOS SOLAR
•
•
•
•
zonnepark, de mogelijkheid bieden om mee te doen in een collectieve inkoop waarbij de panelen kunnen worden verkregen via een lokale energie coöperatie. Als Kronos de panelen voor het park bestelt kunnen de inwoners meeliften op de bestelling, en kunnen zonnepanelen tegen inkoop-kostprijs geleverd krijgen. Kronos Solar kan zonnepanelen doneren aan enkele maatschappelijke functies in Doetinchem. Bijvoorbeeld een verenigingsgebouw kan dan over gratis elektrische energie beschikken. Lokaal eigenaarschap via een lokale energie coöperatie. Een deel van het door Kronos aan te leggen zonnepark (max. 50%) kan in eigendom komen van een lokale energie coöperatie. Burgers kunnen vervolgens aandelen verkrijgen via de lokale energie coöperatie. Burgers die geen eigen panelen op hun dak kunnen leggen kunnen zo toch investeren in zonnepanelen of een rendement behalen door te investeren in het zonnepark Kronos Solar zal scholen in Doetinchem educatieve faciliteiten aanbieden over duurzame energie. Gedurende de eerste tien jaar kan één dag per jaar worden besteed aan educatieve doeleinden zoals lessen op school, of voor het rondleiden van schoolklassen bij het zonnepark. Daarbij zal dan ook aandacht worden geschonken aan onderwerpen als de ecologische waarde en biodiversiteit van het zonnepark.
Tijdens de aanleg van het park en tijdens het erop volgende beheer zal de mogelijkheid geboden worden om lokale bedrijven, en waar mogelijk ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, via SROI (Social Return on Investment) te betrekken. Dat zou kunnen via de lokale sociale werkvoorziening. Te denken valt aan uitvoerende werkzaamheden (opbouwen van het park, omheinen, eventuele grondwerkzaamheden, beveiliging, huisvesting en catering voor de medewerkers tijdens de realisatiefase, onderhoud en beheer van het terrein daarna, of educatieve werkzaamheden).
De precieze invulling, samenstelling en uitwerking van deze opties zullen in samenspraak met omwonenden, dorpsraad, de gemeente en waar mogelijk een lokale energie coöperatie nader worden uitgewerkt. De daadwerkelijk uitvoering van financiële participatie zal pas na vergunningsverlening en na realisatie van het zonnepark gaan lopen. Op dat moment genereert het zonnepark namelijk inkomsten. De hoogte van de inkomsten is afhankelijk van de SDE++ subsidie die pas na vergunningverlening kan worden aangevraagd. Het is om deze reden dat financiële participatie voor vergunningsverlening niet kan worden afgerond. Om zekerheid te geven dat Kronos Solar financiële participatie aanbiedt en goed inricht zal er met de gemeente een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin dit wordt vastgelegd. Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing vormt een groot onderdeel van het procesparticipatietraject dat is opgestart. Bij de landschappelijke inpassing wordt ingezet op het aansterken van oude patronen in het landschap, welke door de jaren grotendeels zijn verdwenen. De randen van het zonnepark worden aangezet, waarbij gebruik wordt gemaakt van streekeigen beplanting. Bestaande elementen worden behouden en (waar nodig) versterkt. Het einddoel is om te komen tot een opwaardering van het huidige landschap.
Voor de bredere omgeving kan het zonnepark vervolgens dienen als een aanzet of “kapstok” voor verdere natuurontwikkeling.
18
KRONOS SOLAR Een uitgebreid landschapsplan is opgesteld door landschapsarchitecten Ton Thus en Ben Taken van de Coöperatie Landschapsplanning. Dit is onder andere gebaseerd op de input van omwonenden en belanghebbenden tijdens de werkgroep bijeenkomsten. Hier is aangegeven dat er behoefte is aan een gevarieerd beplantingsbeeld, waar mogelijk met bosblokjes. Hierop zijn aanpassingen in het landschapsplan doorgevoerd die erop toezien hier zoveel mogelijk op aan te sluiten bijvoorbeeld door een bosblok van meer dan 2000m2 aan te leggen. Omdat een groot deel van de gewenste inpassing het gevolg is van beheer, is bij deze aanvraag ook een beheerplan toegevoegd, dat het plan complementeert en ook het beheer van de inpassing borgt. Concrete maatregelen die worden genomen zijn de aanleg van kavelpaden (4m) aan de westzijde van het westelijk deel van het zonnepark en oostelijk van de Bahrseweg, waardoor de grondeigenaar met zijn koeien zijn andere gronden nog steeds goed kan bereiken. Het gehele park zal door singels (5m breed, 5-7m hoog) worden omzoomd. Aan beide zijden van de Bahrseweg zullen dit struweelhagen zijn (3m breed, 3-4m hoog). Binnen het struweel kan worden gezorgd voor variaties in hoogte, door aanplant van opstaanders en/of door beheer. De overhoek aan de oostzijde zal voller worden aangeplant om zo een bosblok te realiseren.
Er worden tevens diverse maatregelen genomen zowel binnen als buiten het zonnepark ten behoeve van de steenuilen die mogelijk in het gebied aanwezig zijn. Een verdere toelichting van de landschappelijke inpassing volgt in hoofdstuk 3 van deze aanvraag. Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling sluit aan bij het streven om in 2030 klimaatneutraal te zijn, en is een goede stap in deze richting. Er is veelvuldig overleg gepleegd met de omwonenden over diverse aspecten van het zonnepark, en hieruit is een toekomstig bestendig landschaps- en beheerplan voortgevloeid naar tevreden van de omwonenden. Aan de twee belangrijkste eisen uit het gemeentelijk beleid, te weten Participatie en Landschappelijke inpassing, wordt daarmee voldaan.
2.5
Conclusie
De ontwikkeling van het zonnepark op de beoogde locatie is niet in strijd met de beleidskaders van de verschillende overheden. Vanwege het agrarische gebruik is het een beleidsarme locatie. Ten aanzien van de aanleg van zonneparken worden initiatieven met name getoetst op de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen en de ruimtelijke inpassing. Dit laatste wordt toegelicht in sectie 3.4.
19
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 3 – PROJECTPROFIEL 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden zowel het plangebied als het project zelf beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van het plan. 3.2
Gebiedsbeschrijving
Het plangebied voor het beoogde zonnepark is gelegen in het buitengebied van de gemeente Doetinchem, aan de Bahrseweg ten noorden van Wehl. Het projectgebied wordt momenteel gebruikt als bouwland (maïs), en deels als grasland (bron: Boer & Bunder).
Afbeelding 7: Basisregistratie gewaspercelen
3.3
Projectbeschrijving
Het projectgebied is 13 hectare groot (zie afbeelding 7) waarbij uit een eerste studie blijkt dat er de volgende technische mogelijkheden zijn: Constructiegebied Aantal modules Aantal omvormer/trafostations
128.900m2 35.184 5
20
KRONOS SOLAR
Afbeelding 8: Luchtfoto van het plangebied
In afbeelding 8 is in een eerste impressie opgenomen hoe dit gesitueerd wordt binnen het plangebied. Voor meer detailinformatie zie de inrichtingstekening in de bijlage.
21
KRONOS SOLAR
Afbeelding 9: Inrichtingstekening van het Zonnepark
Voor de ruimtelijke inpasbaarheid is de constructie van de zonnepanelen van belang, welke is weergegeven in afbeelding 10. De heipalen van de fundering en de diepte ervan worden in het hoofdstuk archeologie 4.12 verder toegelicht.
Afbeelding 10: Doorsnede van de basisconstructie
22
KRONOS SOLAR 3.4
Landschappelijke inpassing
Analyse van bestaande kavelstructuur Leidend bij de keuze voor de landschappelijke inpassing zijn het regionale landschapsontwikkelingsplan (“Van nieuwe naobers en brood op de plank”), de Gebiedsvisie Wehlse Broeklanden, het Groenstructuurplan Doetinchem en de algemene aanduidingsregels uit het bestemmingsplan. Er wordt uitgegaan van behoud, bescherming, ontwikkeling en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Daarnaast worden de panelen reliëfvolgend geplaats zodat het oorspronkelijke maaiveld intact blijft. Ontwerp Bij de landschappelijke inpassing wordt ingespeeld op de zichtbaarheid en onzichtbaarheid van de projectlocatie vanuit de wijdere omgeving. Het plan richt zich op het realiseren van een verdichting van het (te) open geworden en qua natuur verarmde landschap. Daarbij blijven bestaande landschappelijke elementen, zoals houtwallen, bosblokken en struweelzones behouden. Hiermee worden onnodige ingrepen in het landschap voorkomen. Historische kavellijnen worden aangezet ter versterking van identiteit, beleving, landschappelijke patronen en ecologie. Als onderdeel van de landschappelijk inpassing zijn onderstaande maatregelen genomen, een en ander wordt onder de opsomming nader uitgewerkt: • • •
• • • • • • • • • • •
Rondom het zonnepark een singel van 5m breed en 5-7m hoog bestaande uit zo’n 11 soorten voor veel variatie; Gebruik aanvullend soorten in singels en struwelen die ook voor trekvogels als lijsterachtigen, bijen, vlinders en andere insectensoorten aantrekkelijk zijn; Rondom het zonnepark wordt de ruimte tussen panelen en het hekwerk in een zone van ca. 5m ingezaaid met een kruidenrijk mengsel. Op de hoeken van het zonnepark wordt deze zone verbreed; Aanleg koeienpaden ofwel kavelpaden van 4m breed aan de westzijde van het westelijk deel van het zonnepark en oostelijk van de Bahrseweg voor passeren met koeien; Aan weerszijden van de Bahrseweg (achter de bermen) een struweel van 3m breed en 3-4m hoog; Aan de zuidzijde een afstand van 3m tussen knotwilgen en struweel voor extra dieptewerking; Aan de zuidzijde onder de knotwilgen een 6m ruigte ten behoeve van de steenuil; Aanplant overhoek oostzijde van 2000m2 voor realisatie van een bosblok, onder meer positief voor reeën; Plaatsen van 4 uilenkasten, weidepaaltjes en uitkijkposten; De grond onder de panelen wordt in overleg ingezaaid met een weidemengsel, eventueel aangevuld met kruiden. Afhankelijk van de grondwaterstand kan de kruidenzone tot 25 cm worden verlaagd.
De uitkomende grond kan worden gebruikt voor ophoging onder singelbeplanting; Bij waterloop aan de westzijde kan in overleg met het waterschap een natuuroever worden aangelegd; Extensief beheer door middel van schapen; Hekwerk met grote mazen en op 10cm van het maaiveld geplaatst waardoor kleine zoogdieren kunnen passeren; 23
KRONOS SOLAR • •
Noodzakelijk technische installaties worden in gedekte kleuren met als hoofdtoon dennengroen (RAL 6009) uitgevoerd; Ontsluiting via de Bahrseweg (beide delen van het zonnepark);
Het zonnepark ligt aan weerszijden van de Bahrseweg, en grotendeels achter de stallen van het melkveebedrijf. Hiermee sluit het goed aan op de bestaande bedrijfsvoering op deze percelen. De opsplitsing door de Bahrseweg zorgt ervoor dat het park als een minder groot vlak in het landschap komt te liggen, een verzoek dat komt uit overleg met de omwonenden. De groenaanplant langs de Bahrseweg zorgen voor een robuuste en toekomstbestendige inpassing, die een blijvende landschappelijke impuls geeft. Bij een goede landschappelijke inpassing dienen ook de bermen van de Bahrseweg in het plan mee te worden genomen. Deze bermen liggen echter buiten het plangebied, en zijn in het bezit en onder beheer van de gemeente Doetinchem. Er is een voorstel voor de inpassing van de Bahrseweg opgesteld, waarover ook is gesproken met de bewoners van de Bahrseweg. Hieruit is gebleken dat de grootste wens is om geen extra bomen aan te planten, en in plaats daarvan in te zetten op de ruimte en passeermogelijkheden voor weggebruikers. Dit voorstel is terug te vinden in de bijlage Participatietraject in de Gesprekken van 1 februari 2021 met de bewoners van de Bahrseweg over inpassing Bahrseweg. De grond onder de panelen wordt ingezaaid met een kruidenmengsel. Rondom het zonnepark, in een 5m zone tussen de panelenopstelling en het hekwerk, wordt ook een kruidenmengsel ingezaaid.
Deze zone kan als voedingsrijke habitat voor verschillende kleine insecten en wilde bijen fungeren en bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit in en rondom de projectlocatie. De samenstelling van de kruidenmengsels zal worden afgestemd op de locatie, in overleg met specialisten van de firma Cruydt-hoeck. De voorliggende locatie was van oudsher een stuk kleinschaliger dan wat het huidige beeld nu laat zien. De kavelgrenzen waren rijkelijk beplant, waar nu nog slechts enkele bomen over zijn. De keuzes in de landschappelijke inpassing brengen deze kleinschaligheid weer terug door het opnieuw aanzetten van kavellijnen. De aanleg van het struweel biedt tevens een geschikte broedbiotoop, schuilgelegenheid en/of foerageergebied voor diverse vogels en zoogdieren. Het struweel bestaat uit soorten die van nature reeds in Doetinchem voorkomen zoals de meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Vergelijkbare singels zijn ook in de omgeving te vinden. Naar wens kan de singelbeplanting verder worden gevarieerd met andere streekeigen beplantingen. De gedetailleerde invulling van het landschap is terug te vinden in het Landschapsplan en het Inrichtings- en beheerplan in de bijlage.
24
KRONOS SOLAR
Afbeelding 11: Voorbeeld hekwerk, trafostation, wilde natuurlijke haag en kruidenbeplanting
Hekwerken zijn vanwege de veiligheid noodzakelijk. Er wordt gekozen om een hoogwaardig hekwerk opgebouwd uit een combinatie van ruwe houten palen en gaas toe te passen (max 2m). Voor het gaas zal grootmazig Ursus Heavy worden gebruikt, in overleg met omwonenden. Deze hekwerken voorkomen tevens afschrikking van reeën. Het gebruik van hout in het hekwerk vindt aansluiting bij de vele bossen, houtwallen en singels die in de directe omgeving te vinden zijn. Het gaas is open en transparant. Het hekwerk wordt niet pal op de erfgrens geplaats maar op enkele meters ervandaan met een singel of struweel ervoor. Dit hekwerk wordt dus consequent aan de binnenzijde geplaatst, en grotendeels met klimplanten (klimop, kamperfoelie en hop) begroeid. Hierdoor is zowel het zomer- als winterbeeld verdicht door middel van “groene wanden”. De noodzakelijke installaties (netwerkstation, omvormers, onderhoudscontainer e.d.) worden uitgevoerd in gedekte kleuren met als hoofdtoon Dennengroen (RAL6009) en staan tussen de panelen in en zo ver mogelijk van bestaande bewoning af. Hierdoor gaan ze op in de structuur van de rest van het zonnepark.
Afbeelding 12: Staatsbosbeheer hekwerk
Duurzame energie maakt een integraal onderdeel uit van het Nederlandse landschap en de Nederlandse samenleving, en dit zal in de toekomst alleen maar groter worden. Zichtbaarheid vergroot de acceptatie van dit nieuwe landschappelijke element. Door de ligging aan weerszijden van de Bahrseweg en de aanleg van kavelpaden vormt het zonnepark een soepele combinatie met de bestaande bedrijfsvoering. Er worden geen extra wandel- of fietspaden aangelegd omdat het gebied reeds via de Bahrseweg wordt ontsloten en reeën populaties ter plekke kan afschrikken. Er wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik met vooral ecologische meerwaarde bijvoorbeeld
25
KRONOS SOLAR voor reeën (bosblok) en steenuilen (weidepaaltjes, steenuilenkasten, ruigte onder knotwilgen). Door extensief beheer met behulp van schapen ontstaat een gebied met kruidig grasland. Overleg met de omwonenden Het hier beschreven landschapsplan en diverse afspraken die daarmee samenhangen zijn in een uitvoerig proces met de omwonenden afgestemd. Meer hierover is te vinden in paragraaf 2.4. Status omgeving en omgevingsfonds Omwonenden zijn van mening dat de natuur in de gehele omgeving een opwaardering verdient. In aanvulling op de landschappelijke inpassing is daarom met hen gesproken over een mogelijk omgevingsfonds. Dit fonds zou ertoe kunnen dienen ook de grotendeels verdwenen natuur in de bredere omgeving in ere te herstellen, zoals bijvoorbeeld het opnieuw aanplanten van de verbindingswegen. Dit kan onderdeel zijn van het financiële participatie traject. Daarnaast is er een taak weggelegd voor omwonenden in het aanplanten van de eigen erven en erfafscheidingen. De optelsom van deze handelingen zal voor de hele natuurlijke omgeving een opwaardering betekenen, waarin het gebied meer begint te lijken op de situatie zoals die hier in het verleden bestond.
Afbeelding 13: Huidige beeld vanaf de Bahrseweg richting het plangebied: een weidegebied met restanten beplanting
26
KRONOS SOLAR 3.5
Conclusie
De invulling van het zonnepark sluit aan op de locatiekenmerken van het kampenlandschap en broeklandschap. Het plaatsen danwel versterken van de beplanting zorgt ervoor dat de karakteristieke landschapskenmerken behouden blijven. Het veelal verschraalde landschap als gevolg van de ruilverkaveling en modernisering van de landbouw wordt hierdoor opgewaardeerd en in ere hersteld. Het zonnepark blijft voor omwonenden onzichtbaar.
Afbeelding 14: Overzichtsschets met de verschillende maatregelen
27
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN 4.1
Inleiding
Om te beoordelen of de aanleg van het zonnepark in overeenstemming is met alle wet- en regelgeving wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de verschillende onderwerpen die daarbij van belang zijn.
4.2
Milieueffectrapportage
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.- beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben (ook wel genoemd de 'vergewisplicht'). Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, er moet worden nagegaan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd om te zien of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • • •
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.
Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Het plan is daarmee niet m.e.r.-plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt tevens uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.
28
KRONOS SOLAR 4.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit
Bij de toetsing of een project uitvoerbaar is moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Toetsing van de ontwikkeling Gezien de beperkte bodemroering (alleen de basisconstructies voor de zonnepalen en de stations) en het tot op heden agrarische gebruik is de kans zeer gering dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn en dat ze door de aanleg van het zonnepark verstoord zouden kunnen worden. Nader bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk en het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.
4.4
Geluid
In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling Omdat een zonnepark geen geluidgevoelig gebouw of terrein is kan verdere toetsing aan de Wet geluidhinder achterwege blijven. Het geluidseffect van het zonnepark op de omgeving wordt in paragraaf 4.6 (milieuzonering) meegenomen. Het aspect geluid is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.5
Luchtkwaliteit
Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • • • •
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).30.
Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe uitstoot niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor de aanlegfase is er een beperkte toename in verkeersbewegingen en in de gebruiksfase zal er zeer incidenteel verkeer zijn in verband met beheer en onderhoud. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
29
KRONOS SOLAR 4.6
Geur
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is geen geurgevoelig object. Daarmee kan verdere toetsing aan de Wet geurhinder en Veehouderij achterwege blijven en vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.7
Bedrijven en milieuzoneringen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNGuitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Toetsing van de ontwikkeling De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst.