CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Regels.pdf

beeldvormende raad 16 juni 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Beheersverordening - Landelijk gebied - 2020, reparaties 202232.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de inhoud van bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de maximale toegestane inhoud van de woning zoals opgenomen in lid 21.2.2 sub d, e, f en g; d. in afwijking van het bepaalde onder a. mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst ', de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 50 m2 per woning bedragen; e. in afwijking van het bepaalde onder a. mag de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning bedragen, als de grondoppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is; voor woningen met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst ' geldt in dat geval een oppervlaktenorm van 75 m2; f. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd; g. de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding inpandige bijgebouwen mag de maximale goothoogte gelijk zijn aan de goothoogte van de woning; h. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen de maximale bouwhoogte gelijk mag zijn aan de bouwhoogte van de woning; i.

bijbehorende bouwwerken moeten binnen het hoofdfunctievlak gebouwd worden, tenzij sprake is van de aanduiding 'bijgebouwen', dan moeten de bijbehorende bouwwerken binnen het vlak met de aanduiding 'bijgebouwen' worden gerealiseerd. 21.2.4 Recreatiewoning en bed & breakfast-accommodatie Voor het bouwen van een recreatiewoning en een bed & breakfast-accommodatie gelden de navolgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte; b. de oppervlakte van een recreatiewoning telt mee met de berekening van de in 21.2.3 genoemde oppervlakten; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande hoogten.

83 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

21.2.5 Erkers en toegangspartijen In afwijking van het bepaalde in lid 21.2.3 sub f mogen aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50 % van de breedte van de voorgevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen. 21.2.6 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 21.2.3 sub f mogen bijbehorende bouwwerken in de vorm van overkappingen worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd: 1. als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding; d.

in lid 21.2.3 opgenomen oppervlaktenorm en bebouwingspercentage onverminderd van kracht blijven. 21.2.7 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van 1. erf- en terreinafscheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevel, maximaal 2 m bedragen; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen, indien bij een woning de figuur 'gevellijn' is opgenomen, 2 m bedragen op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de in de gevellijn gesitueerde gevel van de woning; 3. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 4. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 5. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen. 21.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 21.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Wonen' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.

dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;

onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

84 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

21.4

Afwijken van de bouwregels

Naast de hieronder opgenomen afwijkingen, zijn ook de afwijkingen in artikel 46.2.2, 46.2.3 en 46.2.4 van toepassing. 21.4.1 Bouwhoogte overkapping Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.6 sub b tot een bouwhoogte van maximaal 6 m, als de stedenbouwkundige situatie ter plaatste zich er voor leent. 21.4.2 Bouwen voor de voorgevel Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub f voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken vóór de voorgevel of op minder dan 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel. Dit onder de voorwaarde dat dit noodzakelijk is ten behoeve van de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, aangeduid als 'cultuurhistorische waarden' of 'cultuurhistorie' en gebaseerd is op het advies van de stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige. 21.4.3 Bijbehorende bouwwerken bij 'VAB-woningen' Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub b voor het uitbreiden van bestaande of bouwen van bijbehorende bouwwerken tot maximaal 100 m2. Dit onder de voorwaarde dat voor elke m2 te realiseren bijbehorend bouwwerk 2 m2 (voormalig) agrarische bebouwing gesloopt wordt.

21.4.4 Saneringsregeling bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 voor het bouwen van een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in ruil voor de sloop van bestaande bijbehorende bouwwerken onder de volgende voorwaarden: - dat voor elke 1 m2 waarvoor wordt afgeweken, 2 m2 aan bestaande bijbehorende bouwwerken wordt afgebroken; - dat de totaal gezamenlijke oppervlakte van de bestaande en nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken niet meer is dan 200 m2; met het doel om te komen tot een sanering van de aanwezige bebouwing. 21.4.5 Bouwwerk op erf monument Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.1 sub a voor het realiseren van één vergunningplichtig bouwwerk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - één bouwwerk toegestaan' en onder voorwaarden dat: de oppervlakte maximaal 30 m2 bedraagt; de goothoogte maximaal 3 m bedraagt; de bouwhoogte maximaal 6 m bedraagt; de oppervlakte van dit bouwwerk in mindering wordt gebracht op de toegestane gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken van 100 m2 per woning (lid 21.2.3 onder a); e. vooraf een advies van een monumentendeskundige van de commissie welstand en monumenten wordt ingewonnen; f. het bouwwerk als volgt wordt gerealiseerd: 1.

het bouwwerk moet een traditionele vormgeving hebben (zadeldak of kapschuurmodel); 2. het bouwwerk moet in traditionele materiaal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld oranje a. b. c. d.

85 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

keramische pannen en houten gevelbekleding (donker hout, potdekselwerk); 3. het erfgedeelte van het woonperceel Gaanderenseweg 381, voorzien van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten', mag na de realisatie van het bouwwerk maximaal 10% verhard zijn, bij voorkeur met grasbeton tegels of vergelijkbare halfverharding, een en ander zoals beschreven in het als bijlage bij de gebiedsregels gevoegd advies van het Gelders Genootschap van 5 april 2019, referentie 2019-022-ww, (bijlage Bijlage 37 Advies GELDERS genootschap Gaanderenseweg 381 - 2019 van de regels). 21.4.6 Aangebouwde of vrijstaande bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub c voor de realisatie van één of meer aangebouwde of vrijstaande bijbehorend bouwwerken onder de voorwaarden dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (in- en uitpandig) maximaal 100 m2 per woning mag bedragen, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het hoofdfunctievlak mag worden bebouwd; b. de bijbehorende bouwwerken uitsluitend vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd; c.

de goothoogte van de bouwwerken maximaal 3 m mag bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; d. de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen; e. er wordt voldaan aan het 'boerenerfprincipe', zoals beschreven in en overeenkomstig bijlage 5 Ruimtelijke richtlijnen VAB; f. vooraf advies wordt ingewonnen bij een stedenbouwkundige. 21.4.7 Herbouw woning op een andere plek Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.2 onder l en toestaan dat een woning op een andere dan de bestaande plek binnen het hoofdfunctievlak wordt gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw moet plaatsvinden binnen het hoofdfunctievlak; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden, alsmede de belangen van derden mogen niet onevenredig worden aangetast; c. de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeer en/of railverkeer op de gevels van de nieuwe woning is niet hoger dan de voorkeurswaarde in het kader van de Wet geluidhinder; d. de ruimtelijke uitwerking van het plan moet aanvaardbaar zijn; e. de overige bouwregels blijven onverminderd gelden. 21.5

Specifieke gebruiksregels

21.5.1 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige bijbehorende bouwwerken, mag mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf of beroep of een escortbedrijf, onder de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. voor het aan huis gebonden bedrijf of beroep mag niet meer dan 40 % van de som van de vloeroppervlakte van de woning én de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, worden gebruikt, waarbij de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag zijn in deze som; 86 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' minimaal 8 m bedraagt; d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; e. degene die het aan huis gebonden bedrijf of beroep uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f. alleen bedrijven of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven zoals deze is opgenomen in Bijlage 7 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven; g. geen onevenredige verstoring van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden; h. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het bedrijf of beroep aan huis; i. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; j. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; k. het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer mag worden aangetrokken; l.

het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans, casu quo primair op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers; m. alleen onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; n. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep. 21.5.2 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 21.5.3 Wonen in aangebouwde en inpandige bijbehorende bouwwerken a. Aangebouwde bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarden dat: 1. de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. De laatstgenoemde afstandsnorm geldt niet als een bouwvlak aanwezig is en de bouwwerken binnen dat bouwvlak liggen; 2.

uitsluitend leden van het huishouden mogen wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken; b. De begane grond van inpandige bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarden dat: 1. de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. De laatstgenoemde afstandsnorm geldt niet als een bouwvlak aanwezig is en de bouwwerken binnen dat bouwvlak liggen; 2. uitsluitend leden van het huishouden mogen wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken.

87 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

21.5.4 Voorwaardelijke verplichting Gaanderenseweg 381 Doetinchem De nieuwe woning ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' mag slechts worden gerealiseerd onder de volgende voorwaarden: a. een eenheid vormen met het bestaande cultuurhistorisch waardevolle ensemble (voormalige boerderij en schuur); b. verwant zijn aan de bestaande monumentale schuur, zadeldak en eenvoudige kap; c. aansluiten bij het gebouwtype agrarische schuur; d. een kleinschalig karakter hebben en een eenvoudige uitstraling; e. in of nabij de nieuwe woning moeten op twee verschillende windrichtingen minimaal twee verblijfplaatsen voor vleermuizen worden gerealiseerd en in stand gehouden in de vorm van: 1. ruimten achter betimmering of in de spouwmuur van de nieuwe woning of, 2. vleermuiskasten aan bomen of op palen in de groenvoorziening op het erf van de nieuwe woning. een en ander zoals weergegeven in bijlage 49 Ruimtelijke onderbouwing Gaanderenseweg 381 van de regels (ruimtelijke onderbouwing Gaanderenseweg 381 van 17 januari 2018) en bijlage 50 Notitie Verblijfsplaats Vleermuizen Gaanderenseweg 381 (de notitie Verblijfplaatsen Vleermuizen Gaanderenseweg 381 van 24 april 2019) is weergegeven. 21.5.5 Gebruik twee chalets voor recreatieve bewoning (uitsterfregeling) a.

Uitsluitend ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – chalets uitsterfregeling' kunnen de twee bestaande en als zodanig aangeduide chalets worden gebruikt voor recreatieve bewoning. b. Het recht als bedoeld in lid a vervalt indien en zodra de chalets (gezamenlijk of afzonderlijk) een jaar lang onafgebroken niet zijn gebruikt voor recreatieve bewoning. 21.5.6 Gebruik twee chalets voor permanente bewoning (persoonsgebonden overgangsrecht) a. Uitsluitend ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – chalets overgangsrecht' kunnen de twee bestaande, aaneengebouwde en als zodanig aangeduide chalets worden gebruikt voor permanente bewoning. b. Het recht als bedoeld in lid a is persoonsgebonden en uitsluitend toegekend aan de persoon, die staat vermeld in bijlage 31 Persoonsgebonden overgangsrecht. Het recht vervalt zodra deze persoon verhuist of overlijdt, dan wel de permanente bewoning voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken. 21.6

Afwijken van de gebruiksregels

Naast de hieronder genoemde afwijkingsmogelijkheid, zijn ook de afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing. 21.6.1 Wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.5.1 onder c en lid 21.5.3 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' voor de het gebruik van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dan wel de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand tot minimaal 3 m tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens, onder de voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorend bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare hoofdfunctie rust; b. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; 88 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.

89 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

Artikel22 22.1

Wonen - 1

Hoofdfunctieomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

woningen in de vorm van één vrijstaande woning, met een bijbehorende praktijkruimte; het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen; aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de woning; tuinen en erven; waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;

en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Algemeen Op de in lid 22.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Wonen - 1' worden gebouwd. 22.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels: a. realisatie van de woning met praktijkruimte is alleen toegestaan binnen het bouwvlak; b. de woning en de praktijkruimte moeten in één gebouw gerealiseerd worden; c. de inhoud van de woning mag maximaal 750 m3 zijn, waarbij het deel van het hoofdgebouw waarin de praktijkruimte zit niet meegerekend moet worden; d. de oppervlakte van de praktijkruimte mag maximaal 144 m2 zijn , waarbij het deel van het hoofdgebouw waarin de woning zit niet meegerekend moet worden; e. de goot- en bouwhoogte alsmede de dakhelling mag niet meer bedragen dan de maten aangegeven met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum dakhelling (graden)'. 22.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de navolgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m² per woning bedragen; b. bijbehorende bouwwerken mogen alleen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; c. de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen.

22.2.4 Erkers en toegangspartijen In afwijking van het bepaalde in lid 22.2.3 sub b mogen aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50 % van de breedte van de voorgevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen.

90 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

22.2.5 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 22.2.3 sub b mogen bijbehorende bouwwerken in de vorm van overkappingen worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd: 1. als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, c. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; d. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding; e. in lid 22.2.3 opgenomen oppervlaktenorm onverminderd van kracht blijven. 22.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevel, maximaal 2 m bedragen; 2. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 3. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 4.

antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen. 22.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 22.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Wonen - 1' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.

dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;

onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 22.4

Afwijken van de bouwregels

22.4.1 Bouwhoogte overkapping Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2.5 sub b tot een bouwhoogte van maximaal 6 m, als de stedenbouwkundige situatie ter plaatste zich er voor leent.

91 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

22.5

Specifieke gebruiksregels

22.5.1 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige bijbehorende bouwwerken, mag mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf of beroep, niet zijnde de praktijkruimte als bedoeld in lid 22.1 onder a, of een escortbedrijf, onder de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. voor het aan huis gebonden bedrijf of beroep mag niet meer dan 40 % van de som van de vloeroppervlakte van de woning én de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, worden gebruikt, waarbij de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag zijn in deze som; c. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; d. degene die het aan huis gebonden bedrijf of beroep uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; e. alleen bedrijven of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven zoals deze is opgenomen in bijlage 7 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven; f. geen onevenredige verstoring van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2.

een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het bedrijf of beroep aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer mag worden aangetrokken; k. het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans, casu quo primair op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers; l. alleen onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; m. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep; n. de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep óf in de woning met aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag plaats vinden óf in vrijstaande bijbehorend bouwwerken bij de woning mag plaats vinden; o. er geen onevenredige aantasting mag plaats vinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

22.5.2 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 22.5.3 Milieuzone - geur 2 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geur 2' zijn geen geurgevoelige objecten toegestaan. 92 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

Artikel23 23.1

Wonen - Landgoed

Hoofdfunctieomschrijving

De voor 'Wonen - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

woningen, in de vorm van vrijstaande woningen; het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen; aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de woning; tuinen en erven; nutsvoorzieningen;

en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 23.2

Bouwregels

23.2.1 Algemeen Op de in lid 23.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Wonen - Landgoed' worden gebouwd. 23.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels: a. realisatie is alleen toegestaan binnen het hoofdfunctievlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' en 'maximum volume (m3)' gelden de weergegeven maximale maten; c. per hoofdfunctievlak is maximaal 1 woning toegestaan. 23.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' mag de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedragen dat de aangegeven oppervlakte; b. de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; c. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder d geldt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' de daar weergegeven maat. 23.2.4 Erkers en toegangspartijen Aan de voorgevel van het hoofdgebouw mogen bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a.

de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50 % van de breedte van de voorgevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen. 23.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van 93 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen. 23.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 23.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Wonen - Landgoed' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.

dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;

onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 23.4

Afwijken van de bouwregels

De afwijking in artikel 46.2.4 is van toepassing. 23.5

Specifieke gebruiksregels

23.5.1 Voorwaardelijke verplichting Bij de realisatie van de woning(en) en bijbehorende bouwwerken moet ook het bijbehorende landgoed worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, inclusief de inpassing van de woning(en) in de omgeving, overeenkomstig de aan het betreffende nieuwe landgoed ten grondslag liggende anterieure overeenkomst. De gronden die bij het landgoed horen zijn hierbij voorzien van de dubbelhoofdfunctie 'Waarde - Landgoed'. 23.5.2 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige bijbehorende bouwwerken, mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep of een escortbedrijf, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 23.5.3 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 23.6

Afwijken van de gebruiksregels

De afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing.

94 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

Artikel24 24.1

Leiding- Gas

Hoofdfunctieomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor: a. de aanleg en de instandhouding van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding; b. een vrijwaringszone aan weerszijden van de hoge druk aardgastransportleiding; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen met dien verstande dat in geval van strijdigheid van de regels van de hoofdfunctie 'Leiding - Gas' met een andere op deze gronden rustende hoofdfunctie, de regels van de hoofdfunctie 'Leiding - Gas' vóór de regels van de andere hoofdfunctie gaan. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Algemeen Op de in lid 24.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Leiding - Gas' worden gebouwd. 24.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat: a. de bouwhoogte maximaal 4 m mag bedragen; b. het bouwen van overkappingen niet is toegestaan. 24.3

Afwijken van de bouwregels

24.3.1 Bouwen t.b.v. andere voorkomende hoofdfunctie(s) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.1 en 24.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende hoofdfunctie(s), onder voorwaarden dat: a. het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgas transportleiding; b. de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten; c. vooraf advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. 24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op gronden met de dubbelhoofdfunctie 'Leiding Gas' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen en/of het vellen of rooien van beplantingen; c. het aanleggen en/of dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. het verlagen van de bodem en/of het graven in de bodem en het afgraven, egaliseren, en/of ophogen van gronden; e. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f.

het verlagen van het (grond)waterpeil; 95 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 24.4.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud betreffen met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening; 2. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het kappen; of ontgrondingsvergunning. 24.4.3 Voorwaarden Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder.

96 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

Artikel25 25.1

Leiding- Hoogspanningsverbinding

Dubbelhoofdfunctieomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere hoofdfunctie(s), mede bestemd voor: a. de aanleg en de instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. een vrijwaringszone aan weerszijden van de bovengrondse hoogspanningsverbinding; en bij de dubbelhoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen met dien verstande dat in geval van strijdigheid van de regels van de dubbelhoofdfunctie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' met een andere op deze gronden rustende hoofdfunctie, de regels van de dubbelhoofdfunctie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' vóór de regels van de andere hoofdfunctie gaan. 25.2

Bouwregels

25.2.1 Algemeen Op de in lid 25.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de dubbelhoofdfunctie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' worden gebouwd. 25.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat: a. de bouwhoogte van een hoogspanningsmast maximaal 45 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken maximaal 2,5 m mag bedragen; c. het bouwen van overkappingen niet is toegestaan. 25.3

Afwijken van de bouwregels

25.3.1 Bouwen t.b.v. andere voorkomende hoofdfunctie(s) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.1 en 25.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende hoofdfunctie(s), onder voorwaarden dat: a. het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding; b. vooraf advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op gronden met de dubbelhoofdfunctie 'Leiding Hoogspanningsverbinding' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen en/of het vellen of rooien van beplantingen; c. het aanleggen en/of het dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden; e. het verlagen van het (grond)waterpeil; 97 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

f. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; h. het permanent opslaan van goederen. 25.4.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening; 2. mogen worden uitgevoerd op basis van een vergunning, waarin de te beschermen belangen al zijn meegewogen. 25.4.3 Voorwaarden Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de leidingbeheerder.

98 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

Artikel26 26.1

Leiding- Hoogspanningsverbinding 50 kV

Dubbelhoofdfunctieomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 50 kV' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende hoofdfunctie(s), mede bestemd voor: a. een ondergrondse 50 kV-hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende belemmeringenstrook; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. toegangswegen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. 26.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding die voldoen aan de volgende criteria: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de functie 'Leiding Hoogspanningsverbinding 50 kV' zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 4 m. b. bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende, hoofdfunctie(s) zijn, in afwijking van de voor de betrokken hoofdfunctie geldende (bouw)regels, niet toegestaan. 26.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende hoofdfunctie(s), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. vooraf de leidingbeheerder (Liander) gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 26.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de dubbelhoofdfunctie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 50 kV' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; diepploegen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in 99 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieu gevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk. 26.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 26.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende ondergrondse 50 kV-hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook als ook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende hoofdfunctie(s) is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 26.4.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 26.4.1 wordt pas verleend, als: a.

is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; vooraf de leidingbeheerder (Liander) gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.

100 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022' vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7661/documents/40041