CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2_Raadsbesluit 29 oktober 2020 Grondstoffenplan 2020-2024.pdf

gemeenteraad 19 december 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Grondstoffenplan gemeente Doetinchem 2025-20283.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raad

AGENDAPUNT NR. 4 Doetinchem, 21 oktober 2020

GEWIJZIGD VASTGESTELD 29 OKTOBER 2020 Grondstoffenplan 2020-2024 Te besluiten om: 1. In te stemmen met de doelstelling om de hoeveelheid restafval te verminderen van 185 kg naar 100 kg per inwoner per jaar. 2. De methode ‘betalen per lediging van de restafvalcontainer’ in te voeren om bovenstaande doelstelling te halen. 3. De belastingverordening, de begroting 2021 en de afvalstoffenverordening overeenkomstig aan te passen. 4. Te kiezen voor een tarief van 10 euro per lediging van de restafvalcontainer om bovenstaande doelstelling te halen. 5. Het ‘Grondstoffenplan 2020-2024’ vast te stellen. 6. Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken tegen het verstrekken van een garantstelling waardoor Buha in staat wordt gesteld om een lening aan te trekken voor het uitvoeren van de maatregelen uit het grondstoffenplan. 7. De kapitaallasten (rente en afschrijving) die voortvloeien uit deze investering en de aanvullende beheerskosten vanaf 2021 te dekken uit een verhoging van de reguliere afvalstoffenheffing en vanaf 2022 uit het vastrechtdeel van de afvalstoffenheffing. 8. De gehouden afvalenquête als inspraakprocedure vast te stellen. Inleiding Het Grondstoffenplan 2020-2024 gemeente Doetinchem is een opvolger van het Grondstoffenplan 2015-2019. Hoofddoel van dit plan is het genereren van zoveel mogelijk grondstoffen en het terugdringen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval.

Dit bereiken we door inwoners hun afval beter te laten scheiden. Het Rijk oefent steeds meer druk uit op gemeenten om hun afvalscheidingspercentage te verhogen. De doelstelling van het Rijk is dat in 2024 nog maar 30 kg restafval per inwoner wordt geproduceerd. Om deze doelstelling te benaderen, is echt een omslag nodig, want nu wordt per inwoner ongeveer 185 kg restafval geproduceerd. Op 2 juli 2019 heeft ons college besloten om aan de hand van de ‘Startnotitie Grondstoffenplan 2020-2024’ een nieuw grondstoffenplan op te stellen. U bent hierover geïnformeerd door middel van een raadsmededeling op 2 juli 2019. In navolging van de startnotitie zijn vier bewonersavonden gehouden. Daaruit kwamen drie voorkeurs-inzamelmethodes naar voren die nader zijn onderzocht: 1. De inwoners behouden vier containers aan huis en betalen per lediging van de restafvalcontainer. 2. De inwoners houden drie containers voor GFT, papier en PBD en brengen het restafval naar een ondergrondse container, waarbij men per restafvalzak moet betalen. 3. Inwoners houden twee containers voor GFT en papier en ontvangen één container voor PBD (plastic verpakkingen, blik en drinkpakken) en restafval. PBD en restafval worden vervolgens in een sorteerinstallatie van elkaar gescheiden. Uit het nadere onderzoek bleek dat twee van de drie inzamelmethodes kansrijk waren.

De derde methode, zogenaamde na-scheiding, viel af. Op 16 april jl. bent u hierover, in een informatieve raadsvergadering, geïnformeerd. De twee mogelijke inzamelmethodes zijn via een enquête aan de inwoners voorgelegd. De enquête en het ‘Grondstoffenplan 2020-2024’ zijn als bijlage bij dit voorstel gevoegd.

2 Doetinchem, 21 oktober 2020 Argumenten 1.1. Met deze doelstelling zetten we de ingezette daling in de hoeveelheid restafval voort. Het vorige grondstoffenplan leverde een daling op van 256 kg naar circa 185 kg per inwoner. Met het voorliggende plan verwachten we een verdere daling naar ongeveer100 kg per inwoner. 1.2. Met deze doelstelling streven we naar een grote milieuwinst. Door de nieuwe manier van inzamelen verwachten we dat per inwoner ongeveer 85 kg grondstoffen per jaar minder worden verbrand. Deze grondstoffen kunnen worden gerecycled tot nieuwe grondstoffen en producten. Dit levert ook een flinke afname van de CO2 uitstoot op. 1.3 Deze doelstelling sluit aan op ons voornemen om een circulair ambachtscentrum te realiseren. De samenhang tussen dit grondstoffenplan en het plan voor een circulair ambachtscentrum is groot. Beide plannen hebben dezelfde doelen: meer recycling van grondstoffen, betere afvalscheiding waardoor de hoeveelheid restafval vermindert, en inzet van sociale arbeid. In juni 2019 hebben wij u via een raadsmededeling over het circulaire ambachtscentrum geïnformeerd. Het circulaire ambachtscentrum bevindt zich nog in de oriëntatiefase. Over de vervolgstappen voor het circulaire ambachtscentrum informeren wij u separaat. 2.1 Uit de enquête blijkt dat er een voorkeur is voor de methode “Betalen per lediging van de restafvalcontainer”.

In de uitgezette enquête heeft ongeveer driekwart van de respondenten met eigen containers gekozen voor de eerste methode “betalen per lediging van de restafvalcontainer”. De tweede methode was: “De inwoners brengen het restafval naar een ondergrondse container, waarbij men per restafvalzak moet betalen”. De respondenten vinden de eerste methode gemakkelijker en meer service aan huis bieden dan de tweede methode waarvoor men kon kiezen. Deze methode vormt daarom de basis van het voorliggende ‘Grondstoffenplan 2020-2024’. 2.2 Met deze inzamelmethode wordt goed gedrag beloond. Door deze inzamelmethode worden inwoners gestimuleerd om hun afval goed te scheiden. Zij moeten immers betalen per lediging van de restafvalcontainer. Inwoners die hun afval goed scheiden, zetten hun restafvalcontainer minder vaak aan de weg. Zij worden beloond, omdat ze daardoor minder afvalstoffenheffing betalen. Veel respondenten van de enquête zien dit ook zo. 2.3 Met deze inzamelmethode sluiten we aan bij de landelijke trend. In de helft van de Nederlandse gemeenten is een financiële prikkel op restafval ingevoerd, ook in een aantal gemeenten in de Achterhoek. Hier worden goede afvalscheidingsresultaten mee behaald. Hoe meer gemeenten deze methode invoeren, hoe minder kansen op afvaltoerisme uit omliggende gemeenten. 3.1 Hiermee wordt het nieuwe beleid wettelijk verankerd.

In de belastingverordening worden de wijzigingen in de afvalstoffenheffing juridisch vastgelegd en in de afvalstoffenverordening de wijzigingen in de manier van inzamelen.

3 Doetinchem, 21 oktober 2020 4.1 Met een gemiddeld tarief per lediging behalen we onze doelstelling. Bij de methode “Betalen per lediging van de restafvalcontainer” is de afvalstoffenheffing opgebouwd uit: • een vast bedrag dat huishoudens jaarlijks aan afvalstoffenheffing betalen (vastrecht). • het tarief dat huishoudens per keer betalen als zij een restafvalcontainer of een zak restafval wegbrengen (variabel tarief). De hoogte van het tarief per lediging van de restafvalcontainer is van invloed op het scheidingsgedrag. Als we een laag tarief (€ 5) per lediging hanteren, behalen we niet onze doelstelling, omdat de financiële prikkel dan niet sterk genoeg aanzet tot afvalscheiding. Als we een hoog tarief (ca € 15) per lediging hanteren, gaan inwoners juist heel goed scheiden. Dat is goed voor het milieu en de portemonnee. Er is echter wel een risico. Er komen dan vanuit de ledigingen te weinig inkomsten binnen, met als gevolg dat het vastrecht omhoog moet. Dit heeft zich voorgedaan bij een buurgemeente. Bij een tarief van € 10 verwachten we onze doelstelling te halen. In onderstaande tabel is dit schematisch weergegeven. Bij uitvoering van het totale plan

Inschatting hoeveelheid restafval per inwoner

Inschatting van het voordeel per huishouden t.o.v. niets doen* Van € 2 nadeel tot € 5 voordeel

Een hoog bedrag voor 110-135 kg vastrecht en een laag tarief per lediging van € 5. Een gemiddeld bedrag voor 90-110 kg Een voordeel van € 5 tot € 11 vastrecht en een tarief per lediging van € 10. Een laag bedrag voor 70-90 Kg Een voordeel van € 11 tot € 16 vastrecht en een hoog tarief per lediging van € 15. *Het voordeel voor de bewoner wordt groter als de bewoner het afval beter scheidt.

5.1 In het grondstoffenplan staan maatregelen die bijdragen aan het eenvoudig aanbieden van grondstoffen. De service op het aanbieden van grondstoffen gaat flink omhoog. • Het PBD (plastic verpakkingen, blik en drinkpakken) wordt bij de hoogbouw voortaan eens per twee weken ingezameld. • Bij de laagbouw mogen inwoners gratis een extra PBD-container erbij nemen. • Er wordt gestart met aparte inzameling van luiers. Hierdoor worden jonge gezinnen flink ontlast. Ouders kunnen voortaan luiers wegbrengen naar kinderdagverblijven in de buurt. Buha haalt de luiers daar op. • In navolging van Gaanderen komt er ook in Wehl een extra brengpunt. Het brengpunt in Gaanderen wordt redelijk goed bezocht met circa 25 bezoekers per zaterdagochtend. Met deze maatregelen komen we tevens tegemoet aan wensen van bewoners, die zijn geuit in de bewonersenquête of op bewonersavonden. 5.2 Het grondstoffenplan draagt bij aan de circulaire economie. Insteek van het grondstoffenplan is om grondstoffen zoveel mogelijk lokaal in te zetten met als doel lokale kringlopen tot stand te brengen. Vanuit deze insteek is in het grondstoffenplan een maatregel opgenomen, waarbij GFT door buurtbewoners wordt omgezet tot compost.

4 Doetinchem, 21 oktober 2020 5.3 Het grondstoffenplan voorziet in de inzet van werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt. Nevendoelstelling van het plan is om, waar mogelijk, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Het voornemen bestaat om twee extra afvalcoaches aan te trekken. Over de werving van deze werknemers zal worden afgestemd met het Werkgeversservicepunt Achterhoek. 6.1 Het verstrekken van een garantstelling aan Buha past binnen het gemeentelijk beleid. In artikel 8 van de Financiële verordening gemeente Doetinchem 2017 staat dat het college de raad vooraf vraagt of zij wensen of bedenkingen heeft tegen het verstrekken van leningen en/of garanties van € 100.000 of meer. De af te geven garantstelling voor het grondstoffenplan betreft € 3.506.000. Al eerder heeft uw raad besloten om garant te staan voor een lening van Buha. Dit was bij de oprichting van Buha om de overdracht van de activa en passiva te kunnen financieren (zie het raadsbesluit van 3 november 2016). Alle bedrijfsmiddelen zijn bij de oprichting in eigendom overgegaan naar Buha, waaronder ook de verschillende afvalcontainers. In dat kader is het logisch dat Buha ook nu de investeringen doet van de bedrijfsmiddelen. Ook kan Buha tegen aantrekkelijke voorwaarden een geldlening aantrekken waarmee de financieringskosten beperkt worden. 6.2 Het grondstoffenplan biedt financieel voordeel.

Het grondstoffenplan dempt de stijging van de afvalbeheerkosten, die wordt veroorzaakt door een stijging van de verwerkingstarieven. Dit wordt in het financieel kader nader toegelicht. 7.1 Dit is conform de geldende lijn waarmee onze afvalbeheerkosten worden gedekt. De afvalstoffenheffing is 100% dekkend voor de afvalbeheerkosten. Hierdoor stijgt volgend jaar de afvalstoffenheffing als gevolg van een forse stijging van de verwerkingskosten. Andersom is ook het geval. Wanneer de kosten dalen, daalt de afvalstoffenheffing mee. Dit heeft zich voorgedaan in 2017 en 2018. 8.1 Met de gehouden enquête wordt aan de inspraakverplichting voldaan. Volgens de Inspraakverordening van de gemeente Doetinchem is er een inspraakverplichting voor het grondstoffenplan. Volgens de normale procedure wordt het grondstoffenplan zes weken ter inzage gelegd. In artikel 4, tweede lid van onze Inspraakverordening is echter bepaald dat u voor één of meer beleidsvoornemens een alternatieve inspraakprocedure kunt vaststellen. In dit geval is dat de afvalenquête. 8.2 Met de gehouden enquête kregen inwoners ruimschoots gelegenheid voor inspraak. Via de enquête en de bewonersavonden konden inwoners aan de voorkant meedenken over het grondstoffenplan. Bijna 2000 inwoners hebben deze enquête ingevuld. Met dit aantal respondenten is de enquête representatief voor de Doetinchemse bevolking.

8.3 Bij het vaststellen van de afvalstoffenverordening krijgen inwoners nogmaals gelegenheid voor inspraak. De afvalstoffenverordening wordt zes weken ter inzage gelegd. Financiën De totale investering van het grondstoffenplan bedraagt € 3.506.000. Buha gaat hiervoor een lening afsluiten bij de BNG. De gemeente staat garant voor deze lening. Het voorstel is om de kapitaallasten (rente en afschrijving) die voortvloeien uit deze investering en de aanvullende beheerskosten vanaf 2021 te dekken uit een verhoging van de reguliere afvalstoffenheffing en vanaf 2022 uit het vastrechtdeel van de afvalstoffenheffing.

5 Doetinchem, 21 oktober 2020 Gevolgen voor de kosten per huishouden Als gevolg van een stijging van de verwerkingstarieven gaan de afvalbeheerskosten de komende jaren omhoog. U bent hierover geïnformeerd tijdens de informatieve raad van 16 april jl. Deze stijging geldt voor vrijwel alle Nederlandse gemeentes. Het verbrandingstarief voor restafval gaat stijgen. Het grondstoffenplan levert een sterke afname van de hoeveelheid restafval op en daarmee van de verbrandingskosten voor restafval en dempt daarmee de kostenstijging. De verwachte kostenstijging is afhankelijk van de mate van stijging van de verwerkingstarieven en de mate van afvalscheiding. Hoe beter de afvalscheiding hoe lager de kosten. Businesscase We hebben de businesscase voorzichtig ingestoken. Uitgangspunt is een afname van de hoeveelheid restafval naar ongeveer 135 kg restafval per inwoner per jaar. Dit is een voorzichtig uitgangspunt. We verwachten op basis van de benchmark een uiteindelijke afname naar 100 kg restafval per inwoner per jaar. Om geen risico te lopen, delen we de uitvoering van het grondstoffenplan op in twee periodes: 1. Periode 2021-2022. Tijdens deze periode zet Buha alleen de basismaatregelen in die de stijging van de verwerkingskosten remmen. Daarbij starten we met de maatregel “betalen per lediging”. Tijdens deze periode wordt ook de verwerking van restafval en GFT opnieuw aanbesteed.

Eind 2022 is er zekerheid over de verwerkingstarieven en zijn de eerste effecten op de afvalscheiding bekend. 2. Begin 2023 Tussenmonitor van het grondstoffenplan. Begin 2023 zal het effect van de basismaatregelen en de opgestelde businesscase worden gemonitord. De mogelijke realisatie van een circulair ambachtscentrum wordt in deze monitor meegenomen. Op basis van deze monitor kan preciezer worden voorspeld wat de te verwachten inzamelkosten zijn en het terugverdieneffect van een vermindering van de hoeveelheid restafval. Het beleid (met name de maatregelen) kan dan eventueel worden bijgesteld. 3. Periode 2023-2024. Indien begin 2023 blijkt dat het grondstoffenplan inderdaad gaat leiden tot de verwachte afname naar 100 kg restafval per inwoner per jaar wordt het totale plan uitgevoerd inclusief de maatregelen die de benodigde extra service bieden aan onze inwoners. Er vindt dan een verschuiving van de kosten plaats. De bedragen die bedoeld waren om de stijging van de verwerkingskosten op te vangen, worden dan ingezet voor de uitvoering van de extra maatregelen uit het grondstoffenplan. We houden daarbij onderstaande volgorde aan: 1. Gratis extra PBD-container voor huishoudens 2. Luiers apart inzamelen 3. Brengpunt voor Wehl. De gemiddelde afvalstoffenheffing bedraagt uiteindelijk € 287.

Daarbij kan de afvalstoffenheffing per huishouden sterk variëren van € 227 tot € 347 per jaar. Een huishouden kan dus zelf zijn kosten reduceren, want hoe beter een huishouden scheidt, hoe lager de afvalstoffenheffing. Uiteindelijk levert het grondstoffenplan € 8 per huishouden op ten opzichte van niets doen en zijn alle doelen gehaald.

6 Doetinchem, 21 oktober 2020

Gemiddelde afvalstoffenheffing 2020

236

Gemiddelde afvalstoffenheffing 2025

Niets doen

Voorzichtig uitgangspunt: afname naar 135 kg restafval per inw. per jr.

Verwacht uitgangspunt: afname naar 100 kg restafval per inw. per jr.

Verwerking

55

36

26

Vervanging containers

4

4

4

Grondstoffenplan

0

15

21

TOTAAL extra kosten TOTAAL kosten per huishouden

59

55

51

295

291

287

-3

-8

verschil t.o.v. niets doen Kosten per jaar inclusief eenmalige projectkosten kosten Extra structurele kosten Extra kosten per huishouden

Niets doen

2021

2022

2023

2024

Vanaf 2025

1.510.000

1.430.000

1.790.000

1.580.000

1.410.000

1.310.000

59

56

70

61

55

51

In de bedragen voor de autonome stijging zijn de aanmeldingen vanuit de bestuurlijke monitor 2020 verdisconteerd. Bij de autonome stijging van de verwerkingskosten is rekening gehouden met het feit dat pas aan het eind van de planperiode de volle besparing wordt gehaald. Kanttekeningen 1.1. Met een doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar wordt niet de landelijke doelstelling gehaald van 30 kg restafval per inwoner in 2024 De doelstelling vanuit het Rijk is zeer optimistisch en lijkt niet haalbaar voor de gemeente Doetinchem. In de benchmark met vergelijkbare gemeenten is een doelstelling van 100 kg restafval realistischer. Bovendien bereiken we met deze geleidelijke aanpak het meeste draagvlak bij onze inwoners. 2.1 De bewoners in Wehl hebben tijdens een eerdere bewonersavond aangegeven helemaal geen wijziging in het inzamelsysteem te willen. Opvallend was dat tijdens de bewonersavond in Wehl in het najaar van 2019 door de aanwezigen is aangegeven dat zij geen wijziging in haar inzamelsysteem willen hebben. Zij zijn tevreden met de huidige inzamelwijze. We verwachten dat ook daar “betalen per lediging” een positief effect zal hebben op het scheidingsgedrag en dus ook op de portemonnee. Overigens was er bij andere bewonersavonden juist wel draagvlak voor wijziging van het inzamelsysteem. De enquête bevestigt dit.

7 Doetinchem, 21 oktober 2020 2.2 Kan ‘betalen per lediging van de restafvalcontainer’ tot gevolg hebben dat er meer zwerfafval ontstaat? Het moeten betalen voor restafval kan tot gevolg hebben dat sommige inwoners hun restafval illegaal gaan storten in de openbare ruimte. Uit ervaringen van andere gemeentes (bijvoorbeeld gemeente Apeldoorn) blijkt dat dit in de beginfase wel gebeurt. Na een periode van gewenning neemt de illegale stort fors af of stopt zelfs helemaal. In het grondstoffenplan zijn twee maatregelen opgenomen om zwerfafval en dumpingen te voorkomen (maatregel 2 en 3). Ook gaan we de hoeveelheid zwerfafval en dumpingen goed monitoren. We starten met een nulmeting in 2021. 2.3 Kan ‘betalen per lediging van de restafvalcontainer’ gevolg hebben voor de kwaliteit van de grondstofstromen? Het moeten betalen voor restafval kan tot gevolg hebben dat mensen hun restafval in hun GFTof PBD-container of in ondergrondse textielcontainers gooien. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van deze grondstoffen. In het grondstoffenplan zijn maatregelen opgenomen om de kwaliteit van de grondstoffen te waarborgen. We gaan maandelijks de kwaliteit van de grondstoffen monitoren. Indien nodig sturen we bij door extra communicatie en/of inzet van afvalcoaches en handhaving.

We hanteren hierbij een gerichte aanpak waarbij eerst wordt onderzocht op welke routes vervuiling optreedt en hoe de vervuiling ontstaat. 2.4 Kan ‘betalen per lediging van de restafvalcontainer’ tot gevolg hebben dat inwoners met een eigen bedrijf hun restafval in hun bedrijfsafvalcontainer gooien? De restafvalcontainer is verplicht en de vaste kosten voor de inzameling worden geheel gedekt uit het vastrecht van de afvalstoffenheffing. Hiermee stimuleren we dat alle huishoudens gebruikmaken van de restafvalcontainers voor huishoudens. Ze betalen er immers voor. 5.1 Inwoners van Doetinchem gaan meer betalen voor het wegbrengen van afval en grondstoffen naar het brengpunt. Kan dit worden gezien als verlaging van de service op grondstoffen? De service blijft in principe gelijk. Inwoners kunnen nog steeds dezelfde afval- en grondstoffen brengen. Wellicht wordt ons brengpunt tijdelijk minder aantrekkelijk. Deze maatregel zorgt er wel voor dat onze tarieven even hoog worden als de tarieven van de buurtgemeentes. Op deze manier weren we bedrijfsafval en afval uit buurtgemeentes. Nu betalen inwoners via de afvalstoffenheffing mee aan deze illegale afvalstromen. 6.1 De verwachte besparing ten opzichte van niets doen is niet 100% zeker. We weten immers nog niet zeker hoe sterk de verwerkingskosten gaan stijgen en hoe hoog het afvalscheidingspercentage zal worden.

Lopen we hier geen financieel risico mee? In de berekeningen zijn we uitgegaan van voorzichtige inschattingen, met name in 2021 en 2022. Hierdoor is het financiële risico vrijwel nihil. Eind 2022 is een nieuw verwerkingstarief voor restafval bekend en het voorlopige resultaat van de afvalscheiding door de maatregelen. Op basis van de monitor in 2023 kan het beleid worden bijgesteld. 7.1 Gaan inwoners nu veel meer afvalstoffenheffing betalen? De afvalstoffenheffing gaat inderdaad fors omhoog. Dit grondstoffenplan zorgt er wel voor dat de stijging van de afvalstoffenheffing gedempt wordt.

8 Doetinchem, 21 oktober 2020 Vervolg Het besluit over de methode “betalen per lediging” wordt gecommuniceerd in de gebruikelijke kanalen. Vervolgens worden de belastingverordening, de begroting 2021 en de afvalstoffenverordening aangepast aan de genomen besluiten. Het jaar 2021 wordt het voorbereidingsjaar voor de methode “betalen per lediging”. Per 1 januari 2022 starten we met de maatregel “betalen per lediging”. Wij informeren u bij alle belangrijke tussenstappen via raadsmededelingen. Bijlagen 1. Grondstoffenplan 2020-2024 2. Enquêterapport 3. Communicatieplan Burgemeester en wethouders van Doetinchem, De secretaris, De burgemeester, mr. G.A. Karssenberg

mr. M. Boumans MBA MPM

De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over Grondstoffenplan 2020-2024; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: 1. In te stemmen met de doelstelling om de hoeveelheid restafval te verminderen van 185 kg naar 100 kg per inwoner per jaar. 2. De methode ‘betalen per lediging van de restafvalcontainer’ in te voeren om bovenstaande doelstelling te halen. 3. Een actieve uitvraag te doen bij de inwoners of ze een grote of kleine restafvalcontainer willen en de prijs van het ledigen van de grote restafvalcontainer op € 10,- te zetten en de kleine op € 5,- per lediging. 4. De belastingverordening, de begroting 2021 en de afvalstoffenverordening overeenkomstig aan te passen. 5. Het ‘Grondstoffenplan 2020-2024’ vast te stellen. 6. Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken tegen het verstrekken van een garantstelling waardoor Buha in staat wordt gesteld om een lening aan te trekken voor het uitvoeren van de maatregelen uit het grondstoffenplan. 7. De kapitaallasten (rente en afschrijving) die voortvloeien uit deze investering en de aanvullende beheerskosten vanaf 2021 te dekken uit een verhoging van de reguliere afvalstoffenheffing en vanaf 2022 uit het vastrechtdeel van de afvalstoffenheffing. 8. De gehouden afvalenquête als inspraakprocedure vast te stellen. Aldus besloten in zijn vergadering van 29 oktober 2020,

, griffier

, voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8097/documents/48702