CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van inspraak Transitievisie Warmte Doetinchem.pdf

beeldvormende raad 13 januari 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Transitievisie Warmte Doetinchem1.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transitievisie Warmte Doetinchem Nota van inspraak: inhoud en beantwoording inspraakreactie (geanonimiseerd)

december 2021

Inhoud 1. Inleiding..................................................................................................................................1 2. Beoordeling inspraakreacties……………………............................................................................2 3. Overzicht wijzigingen..............................................................................................................6

1. Inleiding In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 49% minder CO2 moet uitstoten en in 2050 95% minder, ten opzichte van 1990. Daarom streven we landelijk naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Dat houdt in dat we onze woningen en gebouwen op een andere, duurzame manier moeten gaan verwarmen. Deze doelstellingen vloeien voort uit internationale afspraken om samen de wereldwijde klimaatverandering tegen te gaan. Voor de gemeente Doetinchem is de energietransitie niet nieuw. Hier werken we al aan sinds het Akkoord van Groenlo (2013), waarin de regionale energieambities zijn vastgelegd. In het Klimaatakkoord staan de inhoudelijke maatregelen die zijn afgesproken om de landelijke doelstellingen te halen, zoals de taakstelling aan gemeenten om in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vast te stellen. In de Transitievisie Warmte legt een gemeente vast in welke wijken er voor 2030 wordt gestart met een verkenning naar duurzame warmteopties als alternatief voor aardgas. De visie wordt elke 5 jaar geactualiseerd. De concept Transitievisie Warmte Doetinchem vanaf donderdag 21 oktober 2021 gedurende 6 weken fysiek ter inzage bij de receptie van het stadhuis. Ook was het ontwerp digitaal te raadplegen via de gemeentelijke website.

Bekendmaking hiervan heeft plaatsgevonden op de website, via de gemeentepagina in het Doetinchems Vizier en via een bekendmaking op www.officielebekendmakingen.nl. Gedurende de periode van ter inzage legging kon eenieder schriftelijk een reactie indienen. Naar aanleiding van het ter inzage leggen van het ontwerp zijn er twee inspraakreacties binnen gekomen. In het volgende hoofdstuk zijn deze samengevat en zijn de reacties van het college van B&W te lezen. Vervolgens is aangegeven in hoeverre de reacties leiden tot aanpassingen van de Transitievisie Warmte. Daarnaast staat in hoofdstuk 3 een overzicht van alle inhoudelijke doorgevoerde wijzigingen ten opzichte van de concept visie.

1

2. Beoordeling inspraakreacties 2.1 Inspraakreactie 1 Ontvangst: De inspraakreactie van inspreker 1 is op 1 november 2021 via de mail bij de gemeente binnen gekomen. Samenvatting 1.1: De indiener geeft aan dat hij vindt dat woningeigenaren onvoldoende betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van de Transitievisie Warmte Doetinchem. Woningeigenaren waren niet vertegenwoordigd in de klankbordgroep. Hij pleit er voor om woningeigenaren op dezelfde wijze te betrekken als Sité Woondiensten voor de huurwoningen. Hij begrijpt, dat een vertegenwoordiging van particuliere woningeigenaren, lastiger is te organiseren dan bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van de woningen van Sité. Echter, dat mag geen reden zijn om de vertegenwoordiging achterwege te laten. Hij verzoekt het college de vertegenwoordiging van de particuliere woningeigenaren te borgen, zoals in het Plan van aanpak is bedoeld. Reactie 1.1: De gemeente is het met indiener eens dat er geen organisatie in de klankbordgroep heeft gezeten die de specifieke belangen van particuliere woningeigenaren vertegenwoordigt. In Doetinchem hebben we niet de beschikking over een dergelijke organisatie, die de specifieke belangen van particuliere woningeigenaren vertegenwoordigen. Om die redenen hebben we twee bijeenkomsten en een kennissessie voor inwoners georganiseerd.

Deze bijeenkomsten waren met name ook voor de particuliere woningeigenaren bedoeld. Woningeigenaren waren goed vertegenwoordigd in de inwonersbijeenkomsten. Omdat deze overstap naar aardgasvrij uiteindelijk (bijna) ieder huishouden raakt vinden we het belangrijk dat inwoners en ondernemers mee kunnen praten over de beste oplossing voor hun huis, bedrijf en buurt. De Transitievisie Warmte beschrijft uitgangspunten en aandachtspunten voor het vervolgtraject. We betrekken inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden daarom actief in de buurtuitvoeringsplannen die per buurt worden gemaakt. Uiteraard zijn we bij het opstellen van de buurtuitvoeringsplannen sterk afhankelijk van de betrokkenheid en inzet van de inwoners.

2

Samenvatting 1.2: Indiener geeft aan dat in bijlage 2 van de Transitievisie Warmte Doetinchem ‘Zonnewarmte met opslag’ als niet marktrijp gekwalificeerd is. Wellicht is de techniek toch meer de moeite waard. Hij wijst de gemeente op een veelbelovend plan van de gemeente Haarlem voor een wijk met redelijk geïsoleerde woningen. Het plan bestaat uit een wijk-warmtenet op zonneenergie met een collectieve warmte-koude-opslag. Elke woning wordt voorzien van PVTpanelen en een water-water-warmtepomp. Reactie 1.2: Het is inderdaad zo dat we de zonnewarmtenetten als niet marktrijp hebben aangegeven. Dit hebben we gedaan omdat er op dit moment nog veel onderzoeken naar de haalbaarheid van zonnewarmtenetten plaatsvinden. Het is interessant dat gemeenten experimenteren met dergelijke innovatieve warmte technieken. Hiermee kan hopelijk een stap naar marktrijpheid gemaakt worden. We verwachten komende jaren veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van warmtetechnieken. Bij het opstellen van een buurtuitvoeringsplan houden we op dat moment rekening met alle voorhanden zijnde warmtetechnieken en sluiten we zonnewarmtenetten zeker niet uit. Op het moment dat we in gesprek gaan met een buurt bekijken vergelijken we verschillende warmtetechnieken en bepalen we gezamenlijk welke warmtetechniek het meest optimaal is voor deze buurt.

Conclusie: De inspraakreactie van inspreker 1 leidt niet tot inhoudelijke aanpassingen van de Transitievisie Warmte.

2.2 Inspraakreactie 2 Ontvangst: De inspraakreactie van inspreker 2 is op 1 december 2021 via de mail bij de gemeente binnen gekomen. Samenvatting 2.1: Indiener geeft aan dat voor haar eigen wijk (Romantische buurt Noord) de eerste stap (lage temperatuur verwarming van de woning) relatief snel te realiseren is door middel van een warmtepomp. Veel huizen zijn hier al voldoende goed geïsoleerd.

3

Aandachtspunt: kaders voor de aan te schaffen warmtepompen om geluidsoverlast te minimaliseren en zodoende burenruzie in de wijk te voorkomen. Gemeentelijke sturing is hierbij aan te raden, zodat niet alleen aan de installateurs de te kiezen plaatsing wordt overgelaten. Keuze van de plek voor een warmtepomp kan ook heel bepalend zijn. Reactie 2.1: Bij relatief nieuwe buurten met goed geïsoleerde woningen ligt een all electric oplossing voor de hand. Bij het opstellen van het buurtuitvoeringsplan wordt pas bepaald welk duurzaam warmte alternatief voor deze buurt het meest voor de hand ligt. Een warmtenet kan in sommige situaties efficiënter en goedkoper zijn dan all electric oplossingen. Bij warmtepompen is de plaatsing van de buiteninstallatie belangrijk om geluidsoverlast voor de bewoners zelf en voor de buren te voorkomen. De geluidsnormen voor warmtepompen zijn de laatste jaren aangescherpt. In het buurtuitvoeringsplan gaan we bij de keuze voor een all electric oplossing specifiek aandacht aan het voorkomen van geluidsoverlast besteden. Samenvatting 2.2: Indiener geeft aan dat bij de keuze voor een laagtemperatuur voorziening rekening gehouden moet worden met een voorziening van water van minimaal 60 graden vanwege Legionella risico. Vooralsnog is hier een gasketel nog steeds het meest geschikt voor.

Alternatieven zijn veel kostbaarder en op korte termijn nog niet beschikbaar (de benodigde opwarmtemperatuur dient op zo’n 70 graden of hoger te liggen i.v.m. de overdracht via de warmtewisselaar). Reactie 2.2: Bij een laag temperatuur systeem is legionellapreventie een belangrijk aandachtspunt. Veel warmtepompen bereiken een watertemperatuur van ongeveer 50 tot 55 graden Celsius. Om warm tapwater dat bereid wordt door een warmtepompinstallatie op het tappunt altijd op 60 graden Celsius te krijgen is een ander - tweede - toestel nodig. Dit tweede toestel - ook wel naverwarmer genoemd - brengt het door de warmtepomp voorverwarmde water op de gebruikstemperatuur van 60 graden. Bij warmtepompinstallaties is het belangrijk om een deskundige installateur in te schakelen. Samenvatting 2.3: Indiener vraagt aandacht voor de volgende punten: ▪ Inzetten op zonnepanelen - belangrijk voor de all- electric oplossingen: alle huizen en daken zoveel mogelijk voorzien van zonnepanelen. ▪ Energie opslaan: In de wijk zelf (bijvoorbeeld geboortebos in Romantische buurt Noord) een waterstofomzettingsfabriekje plaatsen, die de piek aan energieopwekking door de lokale zonnepanelen kan opslaan, lokaal da w el elders (door het opgewekte waterstofgas het net in te pompen). ▪ Vervolgens lokaal gebruik van de in het waterstof opgeslagen zonne-energie. 4

▪

De aanleg van een warmtenet in Romantische buurt Noord (en waarschijnlijk in meer wijken) vraagt een enorme investering in de infrastructuur en brengt forse overlast mee voor de bewoners. Aangezien er zeer veel individuele koopwoningen staan is een dergelijke collectieve oplossing hier weinig kansrijk. Mijn advies is om in deze wijk vooral in te zetten op de all-electric variant en bewoners te stimuleren in de aanschaf van een geluidsarme warmtepomp. Hierbij een groepskorting bij de aanschaf effectief zijn.

Reactie 2.3: ▪ ▪

▪

Zoveel mogelijk duurzame energieopwekking met zonnepanelen op daken van woningen vinden wij ook belangrijk. We verwachten dat er komende jaren nog de nodige technische innovaties komen. Dit geldt zeker voor waterstof. Of een waterstofomzettingsfabriekje op wijkniveau efficiënt en wenselijk is kunnen we op dit moment nog niet aangeven. Bij het opstellen van buurtuitvoeringsplannen gaan we in gesprek met inwoners en belanghebbenden in deze buurt. Hierbij onderzoeken we onder andere welke duurzame warmte alternatieven er zijn, wat de maatschappelijke kosten zijn en wat de kosten voor de eindgebruikers zijn. Of een warmtenet rendabel is in de Romantische buurt Noord kunnen we op dit moment niet aangeven. Dit hangt van een groot aantal factoren af (bebouwingsdichtheid, gasprijs, gasverbruik, ouderdom van de woningen e.d.). Het is de bedoeling om per buurt de verschillende duurzame warmtetechnieken naast elkaar te zetten en met elkaar te vergelijken.

Conclusie: De inspraakreactie van inspreker 2 leidt niet tot inhoudelijke aanpassingen van de Transitievisie Warmte.

5

3. Overzicht van wijzigingen De volgende inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd ten aanzien van de conceptversie van de Transitievisie Warmte: ▪ ▪

Het voorwoord in hoofdstuk 2 is ingevuld. Op pagina 19 is bij warmtetechniek TEO Vecht gewijzigd in Oude IJssel

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7656/documents/39058