Bijlage 2 Kadernota 2026 - 2029 Laborijn.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2026 - 2029 Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn
Meedoen op de best passende plek Laborijn als partner voor de uitdagingen in het sociaal domein
Doetinchem, januari 2025 1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................... 2 Voorwoord ........................................................................................................................... 3 1.
Ontwikkelingen, kaders en basisopdracht ................................................................. 5 1.1 De basisopdracht vanuit onze GR-gemeenten ............................................................. 5 1.2 De (financiële) kaders vanuit de raden ......................................................................... 6 1.3 Ontwikkelingen landelijk en politiek .............................................................................. 6
2.
De klantstromen ..........................................................................................................10
3.
Het potentieel en perspectief van de basisopdracht, dilemma's en keuzes ...........13 3.1 Het potentieel en (financieel) perspectief van de klantaantallen en de basisopdracht .13 3.2 Dilemma’s en keuzes ..................................................................................................14
4.
De taak, opdracht en pijlers van Laborijn ..................................................................17 4.1 Mensontwikkeling........................................................................................................17 4.2 Inkomenszekerheid .....................................................................................................19 4.3 Inburgering..................................................................................................................21 4.4 Wsw ............................................................................................................................22 4.5 Overhead en inzet bestemmingsreserve re-integratie .................................................23
5.
De budget ontwikkeling en financiële bijdrage van de GR-gemeenten ...................25 5.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) ..........................................25 5.2 Re-integratie en participatie budget.............................................................................26 5.3 Budget beschut werk ..................................................................................................27 Zodra het plan door het bestuur akkoord is bevonden, worden de middelen verwerkt in de 2e gewijzigde begroting 2025 en de 1e gewijzigde begroting 2026. ...................................27 5.4 Inburgering..................................................................................................................27 5.5 Rijksbijdrage Wsw.......................................................................................................27 5.6 Impulsbudget sociale infrastructuur .............................................................................28 5.7 Infrastructurele opslag (Rijksbijdrage sociale infrastructuur)........................................29 5.8 Overige technische uitgangspunten ............................................................................29 5.9 Samenvattende prognose bijdragen deelnemende gemeenten...................................30
Bijlage: Samenvattend kaderstellend overzicht ...............................................................32 Bijlage: Afkortingen ...........................................................................................................35
2
Voorwoord Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2026 tot en met 2029. De kadernota is, naast de begroting en de jaarstukken, één van de documenten in onze Planning & Control cyclus die wij u jaarlijks voorleggen. Het doel van deze kadernota is tweeledig: het weergeven van zowel de beleidsinhoudelijke als de financiële kaders die worden gehanteerd bij het opmaken van de komende begroting. We schrijven deze kadernota in een onzekere tijd. We zien om ons heen veel (politieke en maatschappelijke) ontwikkelingen met forse impact die op vele fronten doorwerken. Een voorbeeld daarvan op internationaal niveau zijn de voortdurende conflicten. Maar ook nationaal spelen er veel vraagstukken, zoals de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, de acute situatie op de woningmarkt en een aanhoudend hoog prijspeil van veel producten en diensten die we nodig hebben voor het dagelijks levensonderhoud. Veel inwoners ervaren dat hun bestaanszekerheid onder druk staat. We hebben getracht, op basis van wat we nu wel weten, een goede inschatting te maken van de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen binnen ons domein. Wij verwerken de (structurele) effecten in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 2029. De Laborijn-bijdrage aan bestaanszekerheid Het is onze vurige wens dat iedere inwoner kan ‘meedoen op de best passende plek’.
Graag ondersteunen we onze inwoners bij het zetten van de ontwikkelstappen daarnaartoe en het behouden daarvan. Ons uitgangspunt daarbij is altijd het realiseren van regulier betaald werk en als dat (nog) niet lukt ondersteunen wij bij het zo optimaal mogelijk participeren in de samenleving. Wij geloven dat echt mee kunnen doen gelukkiger en gezonder maakt. De professionals van Laborijn leveren daaraan dagelijks met veel inzet en passie hun bijdrage. In onze dienstverlening staat de mens centraal. In ons werk hebben we logischerwijs veel te maken met wet- en regelgeving. Daar waar deze ons echt belemmert om tot goede stappen te komen, zoeken we creatief naar oplossingen. Dat doen we als Laborijn niet alleen. Graag werken we nauw samen met vele partijen in het brede sociale domein om een bijdrage te kunnen leveren aan bestaanszekerheid. In deze kadernota beschrijven we, grofweg langs 4 lijnen samengevat, de Laborijn-bijdrage voor het bieden van bestaanszekerheid voor inwoners en onze medewerkers: 1. Inkomenszekerheid: we zorgen voor een stabiel inkomen via een dienstverband SW, een dienstverband cao Aan de Slag, een Participatiewet-uitkering of het verstrekken van een loonkostensubsidie waarmee inwoners bij reguliere werkgevers aan het werk blijven. Daarnaast bieden we voor zowel inwoners als zelfstandig ondernemers advies en ondersteuning bij inkomensvraagstukken 2.
Ontwikkeling van inwoners: we bieden op alle treden van de Participatieladder trajecten om ontwikkelstappen mogelijk te maken, gericht op 'de best passende plek' 3. Inburgering van inwoners: we bieden inburgeringstrajecten waarmee naast het behalen van de formele inburgering ook duurzame stappen worden gezet naar (betaald) werk of – indien dat nog niet lukt - participatie binnen onze samenleving 4. Levensloopbestendig werkgeverschap doelgroep-collega's: de stijgende gemiddelde leeftijd van onze Wsw-collega's vraagt om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Daarbij houden we vast aan onze visie dat we zo veel mogelijk werkplekken invullen in een reguliere setting.
3
Onze deelnemende gemeenten hebben te maken met een relatief onzeker financieel meerjarenperspectief. Dit maakt dat gemeenten mogelijk niet alle inhoudelijke ambities kunnen realiseren en zij worden gedwongen tot keuzes. In vergelijking met de kadernota die we vorig jaar schreven, bevinden wij ons financieel in een meer geruststellende context. Onze verwachting is namelijk dat de klantaantallen de komende jaren weliswaar nog steeds groeien, maar we voorzien dat deze groei (ten opzichte van het eerdere beeld) afvlakt. Dit betekent dat er naar verwachting minder financiële middelen nodig zijn voor het uitvoeren van onze basisopdracht dan waarvan in de vorige kadernota werd uitgegaan. Hierbij is het van belang te benadrukken dat dit een raming betreft en altijd onderhevig is aan veranderingen. Een andere ontwikkeling ten opzichte van de kadernota van vorig jaar is dat we in de afgelopen begrotingsronde hebben moeten besluiten om een aantal besparende maatregelen door te voeren. Waarvan een aantal met een meerjarig effect die dan ook om een aanpassing van de kaders in deze kadernota vragen. In de eerste vier hoofdstukken laten we schuin gedrukt steeds de kader stellende items zichtbaar tot uitdrukking komen. Deze kader stellende items vormen de basis en input voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029.
Het ondersteunen van inwoners via ontwikkeltrajecten is één van onze kernopdrachten. Om dit mogelijk te maken benutten we de aan ons beschikbaar gestelde re-integratiemiddelen. Deze middelen volstaan niet om de geformuleerde ambities op dit punt in te vullen. Daarom zetten we extra middelen in vanuit de reserve. Binnen de looptijd van deze kadernota raakt deze reserve uitgeput. Ons advies blijft dan ook om af te stappen van de werkwijze de reintegratiemiddelen slechts te indexeren maar om het financiële gat, dat op de middellange termijn gaat ontstaan, ten aanzien van de re-integratiemiddelen te dekken vanuit de middelen die gemeenten voor dit doel ontvangen binnen het gemeentefonds. Dan blijft het mogelijk het huidige beleid te continueren en iedere inwoner de kwaliteit van de huidige dienstverlening te kunnen blijven bieden (voor nadere duiding verwijs ik u graag naar de laatste paragraaf van hoofdstuk vier). Ter afsluiting van dit voorwoord wil ik heel graag van de gelegenheid gebruik maken om onze deelnemende gemeenten te bedanken voor het vertrouwen. We zijn verheugd dat we steeds meer taken voor onze 3 GR-gemeenten uitvoeren.
Opdrachten die in de koers en lijn van Laborijn liggen, zoals dienstverlening voor Oekraïense inwoners uit Aalten en Doetinchem, specifieke dienstverlening op maat voor Oudkomers of het bieden van een werkplek met begeleiding voor inwoners uit Montferland met een doelgroepindicatie of indicatie beschut werk. Dit geldt tevens voor het succesvolle partnerschap met de gemeenten Bronckhorst en Oude IJsselstreek waar we van beide kanten trots op zijn. Het Rijk heeft benadrukt het cruciaal te vinden dat er een solide vangnet is voor mensen die wel kunnen werken, maar voor wie dit (nog) niet bij reguliere werkgevers mogelijk is. Voor deze inwoners blijven sociaal ontwikkelbedrijven belangrijk en het Rijk heeft hier dan ook budgetruimte voor gecreëerd. Middelen die enerzijds zijn bedoeld voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven en anderzijds voor het versterken van deze infrastructuur. We vinden het fijn dat we samen met u mogen (blijven) bouwen aan een robuust werkontwikkelbedrijf met een toekomstbestendige infrastructuur voor een brede doelgroep. Doetinchem, januari 2025 J.T. Spruit Algemeen directeur 4
1.
Ontwikkelingen, kaders en basisopdracht
Dit eerste hoofdstuk beschrijft allereerst de inhoudelijke basisopdracht die de 3 GRgemeenten Aalten, Doetinchem en Montferland aan Laborijn als hun sociaal werkontwikkelbedrijf hebben meegegeven voor de periode van deze kadernota. En ook de (financiële) kaders die de raden in hun eerdere zienswijze hebben meegegeven. Vervolgens schetsen wij een aantal belangrijke en voor ons relevante (landelijke, politieke) ontwikkelingen die aan onze opdracht raken en waar wij als organisatie rekening mee dienen te houden of op zullen moeten anticiperen. 1.1 De basisopdracht vanuit onze GR-gemeenten De 3 GR-gemeenten Aalten, Doetinchem en Montferland hebben allen een beleidskader waarin leidende principes en sociale opgaven zijn opgenomen. Met bestaanszekerheid als basis. Deze leidende principes van de 3 gemeenten komen sterk met elkaar overeen. Gemeente Aalten: Inwoner centraal, veerkracht/positieve gezondheid, preventie/sterke sociale basis, iedereen doet mee, samen werken aan oplossingen, we zijn vindbaar en helder in communicatie Gemeente Doetinchem: Inwoner centraal, veerkracht, preventie, perspectief en vertrouwen Gemeente Montferland: Samenwerken voor de inwoners, iedereen moet mee kunnen doen. Bestaanszekerheid bieden door onzekerheid te verminderen, kansengelijkheid te vergroten door ongelijk te investeren, gezond samenleven versterken door mensen te verbinden.
Het principe ‘de inwoner centraal’ springt eruit. Het gericht kijken naar wat de inwoner nodig heeft en zo nodig met partners een integrale samenhangende aanpak realiseren. Daarbij staat het werken volgens de bedoeling centraal. Niet de wet, regeling of voorziening/aanbod, maar het dagelijks leven van de inwoner en/of het gezin staat centraal. Ook bij het maken van nieuw beleid is het belangrijk om de input van inwoners die het betreft centraal te stellen, door bijvoorbeeld de kennis van ervaringsdeskundigen te benutten. Laborijn dient deze principes in zijn werkwijze en opdracht als uitgangspunt te nemen. Laborijn is een belangrijke partner waar het gaat om de opgave bestaanszekerheid; de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, een dak boven het hoofd, toegang tot zorg, onderwijs, et cetera. Het zelfstandig voorzien van een (parttime) inkomen door middel van werk is een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van bestaanszekerheid. Voor veel inwoners is parttime werk echter het hoogst haalbare. Daar waar het (nog) niet lukt om geheel zelfstandig in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, is er een (financieel) vangnet. Inwoners moeten de mogelijkheid krijgen zich te kunnen ontwikkelen zodat zij kunnen meedoen in de maatschappij.
Daar komen we op de missie/basisopdracht van Laborijn: “Laborijn helpt inwoners aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt biedt Laborijn ondersteuning bij ontwikkelstappen om te participeren in de samenleving.” Het wettelijk kader voor het uitvoeren van deze basisopdracht is gelegen in de: • • •
Participatiewet Wet Sociale Werkvoorziening Wet Inburgering 2021
De komende jaren staat de volgende opgave centraal voor de 3 gemeenten: de doorontwikkeling van Laborijn als toekomstbestendig sociaal werkontwikkelbedrijf. In 2015 is 5
de Participatiewet ingevoerd. Hierdoor is de instroom in de Wsw gestopt en is de Wajong alleen nog beschikbaar voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Het gevolg hiervan is dat er een steeds grotere, nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking een beroep doet op Laborijn voor ondersteuning. De middelen die voor de nieuwe doelgroep vanuit de Rijksoverheid beschikbaar zijn, zijn een stuk lager dan voorheen onder de Wsw. Daarmee zitten we in een meerjarige, langdurige transitie, waarin de huidige Wsw geleidelijk wordt vervangen door een steeds grotere, nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking. Dit maakt dat we voor strategische vraagstukken staan zoals ‘Waar staat Laborijn nu en wat is de belangrijkste transformatieopgave?’, ‘Wanneer komt het kantelpunt, gelet op de afbouw van het Wsw-bestand en wat zijn daarvan de gevolgen?’, ‘Hoe kunnen we daarop inspelen zodat de nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking gebruik kan blijven maken van de dienstverlening en infrastructuur van Laborijn?’ en ‘Hoe houden we dit betaalbaar?’. Kortom: hoe kunnen we (blijven) werken aan een toekomstbestendig sociaal werkontwikkelbedrijf? De komende jaren worden er vanuit de Rijksoverheid middelen en handreikingen beschikbaar gesteld om aan deze opgave te werken.
Voor de GR-gemeenten is het belangrijk dat we hierin met elkaar blijven optrekken en gezamenlijk de koers voor de toekomst bepalen.
1.2 De (financiële) kaders vanuit de raden In het proces van de kadernota 2025 – 2028 hebben de raden gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het geven van een zienswijze. Wij zijn ervan uitgegaan dat deze (financiële) kaders nu nog steeds - en dus ook voor deze kadernota - gelden. Zij luiden als volgt: Kaderstellend (nr.1): de focus van Laborijn ligt op haar basisopdracht: Laborijn is er om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. Laborijn heeft daarbij de taak het beheersen en waar mogelijk terugdringen van het uitkeringsvolume. Kaderstellend (nr.2): de uitvoeringskosten moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er komt geen nieuw beleid als dat tot toename van de uitvoeringslasten leidt. Kaderstellend (nr.3): het uitgangspunt van indexatie van het huidige beschikbare reintegratiebudget blijft gehandhaafd.
1.3 Ontwikkelingen landelijk en politiek In deze paragraaf beschrijven we een aantal (landelijke en/of politieke) ontwikkelingen die van belang zijn voor Laborijn. De Participatiewet in balans en transformatie naar een algemene zorgwet Laborijn is voor de deelnemende gemeenten een belangrijke partner in het sociaal domein. Samen kijken we gericht naar wat de inwoner nodig heeft en realiseren we, vaak in combinatie met andere partijen (zoals Bureau voor Financiële Ondersteuning, Buurtplein en Figulus Welzijn), een integrale samenhangende aanpak. Daarbij is het werken volgens de bedoeling leidend. Niet de wet of regeling, maar het dagelijks leven van de inwoner staat centraal. Voor een aanzienlijk deel van de inwoners met een Participatiewet uitkering is (betaald) werk daarbij niet realistisch (meer). Voor deze inwoners is het bieden van inkomenszekerheid, maatschappelijke participatie en zorg belangrijk. Naar verwachting zal in de toekomst de Participatiewet hierdoor transformeren naar een meer algemenere zorgwet waarop aanpalende wettelijke voorzieningen als bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zullen aanhaken. Dit kan op termijn leiden tot aanpassingen in de dienstverlening. 6
Bij het realiseren van inkomenszekerheid en mensontwikkeling staat de Participatiewet centraal. De toepassing van de huidige Participatiewet wordt door inwoners en professionals in voorkomende gevallen als star en strikt ervaren. De in de wet opgenomen eisen en verantwoordelijkheden kunnen leiden tot onbedoelde en ongewenste effecten, waarbij in de uitvoering soms nog te weinig ruimte wordt ervaren om het benodigde maatwerk te kunnen bieden. Al in 2021 is het toenmalige kabinet een traject gestart om de Participatiewet hierop aan te passen. Ook het huidige kabinet onderschrijft de uitgangspunten en doelstellingen van de aanpassingen en zet het lopende traject van herijking voort. Deze zijn immers gebaseerd op een door de samenleving breed gedragen gevoel dat bijstand adequaat en activerend moet zijn. Waarin enerzijds een toereikend bestaansminimum bestaat, maar waarin met oog voor de mogelijkheden en omstandigheden van de betrokkenen, ook plichten als passend worden gezien. Het traject van aanpassing van de Participatiewet is onderdeel van het bredere kabinetsplan te komen tot een hervormingsagenda om de sociale zekerheid, toeslagen en inkomstenbelasting te hervormen. Deze ‘hervormingsagenda inkomensondersteuning’ bevat onder meer ook de ontwikkeling van het simpel switchen in de participatieketen en wetgeving rond proactieve dienstverlening sociale zekerheid.
Volledige invoering van de Participatiewet in balans wordt momenteel voorzien voor 2026. Kaderstellend (nr.4): Laborijn ziet het traject om de Participatiewet in balans te brengen volledig in lijn met haar bedoeling en gaat al zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe 'Participatiewet in balans' acteren en zich in deze lijn verder doorontwikkelen. Werkcentrum Achterhoek De Arbeidsmarktregio Achterhoek streeft naar een arbeidsmarktdienstverlening die meer werkgevers en inwoners bereikt en die ontschot wordt aangeboden. In de inmiddels vastgestelde notities ‘Naar een toekomstbestendige arbeidsmarktdienstverlening in de Achterhoek’ en het hieruit voortvloeiende ‘Inrichtings- en implementatieplan’ zijn de contouren van het Werkcentrum Achterhoek geschetst. Hierbij is rekening gehouden met de kaders die het Rijk heeft opgenomen in de Kamerbrief van 29 april 2024 over de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. De keuzes met betrekking tot de organisatorische inrichting van het Werkcentrum houden onder andere in dat (de functionaliteiten van) het voormalig Leerwerkloket (LWL) en het voormalig Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) per 1 januari 2025 zijn opgegaan in het Werkcentrum Achterhoek. De functionaliteiten van het WerkgeversServicepunt Achterhoek (WSPA) gaan vervolgens uiterlijk per 1 januari 2026 op in het Werkcentrum.
Het Werkcentrum Achterhoek is een netwerkorganisatie waaraan we vanuit Laborijn een actieve bijdrage leveren in het vormgeven en bemensen. Onze huidige stevige inzet binnen het LWL en het WSPA zullen we in het Werkcentrum continueren. Daarnaast zien we mogelijkheden om expertise te gaan leveren voor het vormgeven en bemensen van de gidsrol. De arbeidsmarktgids is verantwoordelijk voor de intake/triage waarbij door de gids ook een lichte vorm van dienstverlening kan plaatsvinden. Daarnaast is Laborijn als uitvoeringsorganisatie een belangrijke aangesloten partner voor meer specialistische dienstverlening. Bij complexere hulpvragen waarbij veelal langdurige ondersteuning aan de orde is die binnen onze opdracht en ons takenveld valt, of wanneer wet- of regelgeving dit voorschrijft, wordt via een warme overdracht vanuit het Werkcentrum doorverwezen naar Laborijn als partner van het Werkcentrum. Kaderstellend (nr.5): Laborijn is een actieve partner van het Werkcentrum Achterhoek. Daarom leveren we zowel in de opzet als de doorontwikkeling onze kennis en expertise. Onze inzet in het WSPA en het LWL wordt in het Werkcentrum gecontinueerd. En aanvullend leveren we een actieve bijdrage aan de gidsrol en zijn we tevens één van de 7
partners waarnaar wordt doorverwezen voor meer specialistische dienstverlening die valt binnen onze opdracht en ons takenveld of wanneer wet- en regelgeving dit voorschrijft. Wet van school naar duurzaam werk Het doel van het wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk is om jongeren tot 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Om jongeren aan het werk te krijgen en te houden, ongeacht de economische conjunctuur. Het wetsvoorstel stimuleert de regionale samenwerking tussen onderwijs, doorstroompunten en gemeenten. Dit gebeurt middels een aantal samenhangende maatregelen. Zo gaan scholen aanvullende loopbaanbegeleiding bieden tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Doorstroompunten gaan jongeren tot 27 jaar (nu tot 23 jaar) zonder startkwalificatie begeleiden terug naar school of naar werk. Gemeenten gaan zich, onder aansturing van de centrumgemeente, richten op een preventieve en passende ondersteuning terug naar school, naar werk of een combinatie van beiden. De ingangsdatum van de nieuwe wet wordt momenteel voorzien op 1 januari 2026. Laborijn investeert al lange tijd in het realiseren van een soepele overgang van school naar duurzaam werk.
Het wetsvoorstel moet gaan zorgen voor een meer regionale aanpak, borging en aansturing en beoogt daarmee voor de doelgroep tot een betere sluitende dienstverlening te komen. Kaderstellend (nr.6): Laborijn investeert in een adequate regionale samenwerking om te komen tot en in een passende dienstverlening gericht op een sluitende aanpak ten aanzien van een soepele overgang van school naar duurzaam werk voor jongeren tot 27 jaar. Migratie en inburgering Op het gebied van migratie en inburgering vinden diverse ontwikkelingen plaats waarvan de uitkomsten zich lastig laten voorspellen. Op nationaal niveau heeft het nieuwe kabinet een omvangrijk pakket aan maatregelen aangekondigd teneinde de omvang van migratie terug te dringen. Daarnaast zijn er maatregelen aangekondigd die direct en indirect invloed hebben op de dienstverlening ten behoeve van inburgering. Op internationaal niveau gaat de recente ontwikkeling in Syrië (val van het regime van Assad) een rol spelen. Migratie zal echter altijd een feit blijven, maar is onderhevig aan de specifieke omstandigheden in de wereld op dat moment. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota is het nog lastig te bepalen welke van de aangekondigde nationale maatregelen daadwerkelijk beleid worden en wat de uiteindelijke effecten zullen zijn. Internationaal heerst eveneens onzekerheid.
De voorlopige conclusie is dat op het vlak van migratie en inburgering zaken gaan veranderen. Tegelijkertijd zijn we ook van mening dat inwoners met een migratieachtergrond binnen onze gemeenten, die vallen onder de werking van de Wet inburgering en/of de Participatiewet, blijvend moeten kunnen rekenen op onze hulp en ondersteuning. De aangekondigde plannen gaan in meer of mindere mate effect hebben op de dienstverlening van Laborijn en de inwoners die daar gebruik van maken. Voor Laborijn houdt dit in dat de organisatie meer als tevoren vinger aan de pols moet houden als het gaat om (het flexibel aanpassen van) haar dienstverleningsconcept. Kaderstellend (nr.7): Laborijn heeft zich te verhouden tot de huidige wetgeving en het landelijk beleid op het gebied van migratie en inburgering en zal mee moeten bewegen met aangepaste wet- en regelgeving, aangepast beleid en de beschikbare financiële middelen. Impulsbudget sociale infrastructuur In de meest recente kamerbrief van oktober 2024 heeft de staatssecretaris van SZW aangegeven het belangrijk te vinden dat er een solide vangnet is voor mensen die wel kunnen werken, maar voor wie dit niet, of nog niet, bij reguliere werkgevers mogelijk is. Voor deze mensen blijven sociaal ontwikkelbedrijven – ook in de toekomst – belangrijk. Als opstap 8
naar werk, als een plek waar je in een beschutte omgeving kunt werken en als een plek waarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bij een reguliere werkgever. Vanaf 2025 tot 2035 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Voor de financiële vertaling zie paragraaf 5.6. Kaderstellend (nr.8): Laborijn benut de impulsmiddelen van de jaren tot 2035 om haar infrastructuur door te ontwikkelen en toekomstbestendig te houden. Hierbij is het bestedingsplan leidend en maken wij gebruik van de bestemmingsreserve ‘doorontwikkeling infrastructuur werkontwikkelbedrijf Laborijn’. Jaarlijks wordt het extra budget toegevoegd aan deze bestemmingsreserve en het bestedingsplan geactualiseerd. Rijksbijdrage sociale infrastructuur - ‘Infrastructurele opslag’ In dezelfde Kamerbrief is verwezen naar de eerdere Kamerbrief ‘Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven’ waarin een structurele basisfinanciering is aangekondigd voor de bedrijfskosten van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt € 19,8 miljoen in 2025 en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen per jaar vanaf 2035. Net als het impulsbudget wordt de Rijksbijdrage sociale infrastructuur (ook wel ‘Infrastructurele opslag’ genoemd) op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’ verdeeld.
In de voorjaarsnota en de septembercirculaire 2024 is deze Rijksbijdrage al aangekondigd. De budgettaire verwerking zal in de meicirculaire 2025 plaatsvinden. Deze structurele infrastructurele opslag maakt meer ruimte voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven, zodat zij - waar mogelijk - vervolgens de stap naar regulier werk kunnen zetten. Kaderstellend (nr.9): in de meicirculaire 2025 zal de budgettaire verwerking van de structurele Rijksbijdrage sociale infrastructuur, ofwel de infrastructurele opslag, plaatsvinden. Dit structurele budget gaat meer ruimte geven voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. In de eerste gewijzigde begroting 2025, de ontwerpbegroting 2026 en de MJR 2027 – 2029 zullen wij dit verwerken binnen het programma mensontwikkeling.
9
2.
De klantstromen
In dit hoofdstuk nemen we u mee in de verwachtte klantstromen voor de komende jaren. Dit vooral kwantitatieve hoofdstuk, met als belangrijke bron de CPB-ramingen, neemt u mee in welke diverse doelgroepen we onderscheiden en hoe de aantallen zich ontwikkelen in de tijd. Dit hoofdstuk geeft daarmee duiding aan de omvang en aard van de (verschuivende) opdracht en taak van Laborijn. Laborijn ziet haar klantenbestand langzaam wijzigen. Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Inwoners die voorheen in de Wsw en Wajong konden instromen, worden ‘de nieuwe doelgroepen’ binnen de Participatiewet genoemd. De effecten van deze instroom worden zo langzamerhand goed zichtbaar. Ook de ‘nieuw beschut’-doelgroep maakt zijn intrede binnen de Participatiewet. Op alle nieuwe doelgroepen is de Participatiewet van toepassing. Inwoners met een arbeidsbeperking worden middels een langdurige loonkostensubsidie (LKS) geplaatst bij werkgevers. Deze LKS is bedoeld om de verminderde loonwaarde van een medewerker voor de werkgever te compenseren. Voor wat betreft onze doelgroep zien we een toename van uitkeringsgerechtigden met een activeringsprofiel en een afname van inwoners met een re-integratieprofiel.
Naarmate de tijd verstrijkt, zal tevens de doelgroep ‘nieuw Wajong en voormalig Wsw’ een steeds groter aandeel hebben in het totale bijstandsbestand. De landelijke verwachting is dat er vanaf 2026 een lichte netto stijging van het aantal mensen in de bijstand zal zijn. Omdat de verwachting ten aanzien van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de regio Achterhoek positief is, is het zaak om maximaal in te zetten op het verkleinen van de eventuele afstand tussen mensen en het aanwezige werk. Daarnaast kennen we een nieuwe groep inwoners vanuit de Wet Inburgering 2021. We zien dat de aanpak voor deze nieuwe inwoners intensief is en maatwerk vraagt. De doelgroep inburgeraars gaat naar verwachting toenemen. Onze inschatting is dat de instroom van asielstatushouders per jaar met 5% gaat stijgen. Hierdoor stijgen de klantaantallen t/m 2029, ondanks dat de eerste inburgeraars na een periode van 3 jaar het inburgeringstraject zullen afronden. Voor deze groep inwoners wordt de verbinding gemaakt tussen de Wet inburgering en de Participatiewet. Op dit moment1 hebben 331 inwoners een inburgeringstraject. We zien hierbij dat 57% van deze 331 inwoners met een inburgeringstraject onder de nieuwe Wet Inburgering 2021 ook een Participatiewet-uitkering ontvangt, namelijk 190 inwoners (waarvan 75% van de asielstatushouders en 12% van de gezinsmigranten).
1 Peildatum 30 september 2024
10
11
In bovenstaande tabellen is de ingeschatte ontwikkeling van het aantal te bedienen klanten tot en met 2029 inzichtelijk gemaakt. De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen. Ook is te zien dat het aantal inwoners werkzaam met een loonkostensubsidie gaandeweg zal toenemen. Duidelijk te zien is dat het aantal inwoners onder de Wet inburgering stijgt. Hiervan zal een deel ook bijstand ontvangen. De groei onder de klantstroom overig is gelegen in de toename van het aantal Oekraïners dat Laborijn bedient. De groei van het totaal aantal te bedienen inwoners schatten we nu echter wat lager in dan vorig jaar in de Kadernota 2025 - 2028. Dit komt met name door een naar beneden bijgestelde instroom van inburgeraars. Kaderstellend (nr.10): de landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen. Daarnaast zorgt de hoge instroom van inburgeraars voor een hoger gebruik van de bijstand en een groter aantal inburgeringstrajecten. Deze groei in het aantal inwoners dat we bedienen vanuit de Participatiewet en de Wet Inburgering als grondslag compenseert ruimschoots de afname van het aantal Wsw-collega's met een dienstverband vanuit de Wet sociale werkvoorziening.
Per saldo neemt de omvang van de opdracht en taak van Laborijn toe. Hierbij is er de komende jaren sprake van een wezenlijke verschuiving van onze focus en in de aard van ons sociaal ontwikkelbedrijf. Specifiek inzicht in de doelgroep met een arbeidsbeperking en een doelgroepindicatie Gezien de landelijke en regionale aandacht voor inwoners met een arbeidsbeperking is het helpend om u aanvullend inzicht te verschaffen in de doelgroep van inwoners met een arbeidsbeperking en een doelgroepindicatie. Vanuit dit inzicht kunnen keuzes worden gemaakt over het wellicht intensiever en/of breder bedienen van (een deel van) deze doelgroep. Deze groep inwoners zit al deels in de cijfers zoals hierboven gepresenteerd, namelijk de inwoners die al dienstverlening van Laborijn ontvangen in de vorm van een Participatiewet-uitkering en/of loonkostensubsidie (LKS) en jobcoaching. Een deel van deze doelgroep ontvangt (nog) geen dienstverlening van Laborijn, terwijl hier wel een doelgroepindicatie van toepassing is. Op dit moment2 is er van in ieder geval 498 inwoners in Aalten en Doetinchem bekend dat er sprake is van een arbeidsbeperking met een doelgroepindicatie. Hierbij onderscheiden we de volgende categorieën: 1.
2.
3.
4.
Inwoners met een doelgroepindicatie met een Participatiewet-uitkering en zonder LKS. Dit zijn inwoners die nog niet werkzaam zijn en niet zelfstandig op eigen kracht in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft nu 203 inwoners. Inwoners met een doelgroepindicatie zonder een Participatiewet-uitkering en met LKS. Dit zijn inwoners die wel werkzaam zijn en daarbij ondersteuning krijgen, zowel LKS voor de werkgever als jobcoaching voor de inwoner en werkgever, en die inmiddels zelfstandig op eigen kracht in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft nu 270 inwoners. Inwoners met een doelgroepindicatie met LKS en aanvullende bijstand. In vergelijking met de vorige groep zijn dit inwoners die ook werkzaam zijn met ondersteuning, maar die nog niet volledig in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft op dit moment 25 inwoners. Inwoners met een doelgroepindicatie zonder een Participatiewet-uitkering en zonder LKS. Dit zijn nietuitkeringsgerechtigde inwoners met een doelgroepindicatie. Hiervan zal een deel mogelijk in de toekomst recht hebben op een Participatiewet-uitkering, zoals VSO/PRO-jongeren. Het is onbekend welke omvang deze groep exact heeft.
Hierbij verwachten we in zijn algemeenheid dat deze doelgroep blijft groeien, omdat de Wsw is afgesloten, de Wajong alleen nog beschikbaar is voor mensen die geen arbeidsvermogen meer hebben, de verwachting is dat de bevolkingsgroei toeneemt en parttime werken voor een groter deel van onze inwoners het hoogst haalbare zal zijn.
2 Peildatum 30 september 2024
12
3.
Het potentieel en perspectief van de basisopdracht, dilemma's en keuzes
In dit inhoudelijke hoofdstuk nemen we u mee in het financiële perspectief ten aanzien van het uitvoeren van onze basisopdracht versus het potentieel dat wij als werkontwikkelbedrijf in huis hebben voor het bereiken van de doelstellingen van het brede sociaal domein. Hierbij geven wij aan welke rol en verantwoordelijkheid wij binnen het sociaal domein van de Arbeidsmarktregio Achterhoek op ons nemen en de wijze waarop wij uitvoering geven aan onze basisopdracht en dienstverlening. Vervolgens gaan wij in op een aantal dilemma’s - of spanningsvelden - die wij als werkontwikkelbedrijf ervaren en keuzes die de gemeenten hierin hebben gemaakt tijdens de totstandkoming van deze kadernota. 3.1 Het potentieel en (financieel) perspectief van de klantaantallen en de basisopdracht In het vorige hoofdstuk zijn de klantstromen en de ontwikkeling van de diverse klantstromen geduid. Met dit huidige beeld van de (per saldo naar beneden bijgestelde raming van de) klantaantallen, in vergelijking met vorig jaar (en opgenomen in de Kadernota 2025 - 2028), bevinden wij ons nu in een meer geruststellende context in relatie tot de beschikbare financiële middelen voor het uitvoeren van onze basisopdracht.
Tegelijkertijd zien wij allerlei (politieke, economische, sociaal-demografische) landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen die (meer of aanvullende) wensen en ambities voor het sociaal domein en Laborijn in het bijzonder met zich meebrengen. Laborijn heeft (meer) potentieel in huis ten behoeve van het bereiken van de doelen en beoogde resultaten van het sociaal domein. In het eerste hoofdstuk van de vorige kadernota zijn een aantal inhoudelijke kaderstellende items uitgebreid toegelicht. Dit betreffen 5 uitgangspunten over onze visie en basishouding, de rol en verantwoordelijkheid die wij binnen het sociaal domein van de Arbeidsmarktregio Achterhoek op ons nemen en de wijze waarop wij uitvoering geven aan onze basisopdracht en dienstverlening. Dit geldt nu nog steeds en is dus ook voor deze bijgestelde kadernota het uitgangspunt. Van belang om hierbij te vermelden is dat deze principes geen beroep doen op formatie en dan ook geen hogere uitvoeringslasten voor de gemeenten met zich meebrengen. Het betreft de volgende uitgangspunten: Uitgangspunt (nr.11a): Laborijn geeft invulling aan haar nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie om voor alle doelgroepen die dit nodig hebben een integrale bijdrage te leveren met inzet van de voor hen gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten.
Uitgangspunt (nr.11b): Laborijn stelt als systeempartij haar instrumentarium en de ondersteuningsinfrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners graag ook beschikbaar voor klantstromen die niet tot onze wettelijke opgave behoren, maar wel passen in onze inhoudelijke opdracht gericht op ontwikkeling naar werk, en stimuleert daarbij de integrale en overstijgende manier van denken en de wijze van domein brede samenwerking. Uitgangspunt (nr.11c): Laborijn is als 1 van de systeempartijen in het sociaal domein een belangrijke vindplaats die alle inwoners met een ondersteuningsbehoefte die bij Laborijn in het bestand zijn opgenomen in beeld heeft en voortrekker in de samenwerking van alle partijen rondom de ontwikkeling van deze inwoners. Uitgangspunt (nr.11d): het gedachtengoed ‘Simpel Switchen’ - het vereenvoudigen van het wisselen tussen de verschillende fasen in de participatieketen - is ingebed in onze reguliere werkwijze. Met focus op ‘de inwoner centraal’ wordt de inwoner bediend met een brede, integrale en zo nodig financieel ontschotte dienstverlening. 13
Uitgangspunt (nr.11e): Laborijn is partner binnen de arbeidsmarktregio Achterhoek en levert daarin actief haar bijdrage om de arbeidsmarktinfrastructuur van regio Achterhoek door te ontwikkelen; waar dat kan sluiten we proactief regionaal aan en pakken het in co-creatie samen met onze regionale partners op. 3.2 Dilemma’s en keuzes Dilemma en keuzes m.b.t. de basisopdracht versus wensen, ambities en potentieel In hoofdstuk 1 is de basisopdracht voor Laborijn geformuleerd. Hiervoor zijn door de gemeenteraden financiële randvoorwaarden meegegeven. In de beleidskaders sociaal domein van de drie gemeenten zijn integrale brede sociale opgaven geformuleerd. Laborijn is een belangrijke verbonden partij/partner die in samenwerking met andere partners werkt aan deze sociale opgaven. Het uitvoeren van de 3 wettelijke regelingen die tot de basisopdracht van Laborijn behoren (Participatiewet, Wet sociale werkvoorziening en Wet Inburgering 2021) dragen daar in grote mate aan bij. Laborijn hoort meer wensen en ambities en ziet mogelijkheden om oplossingen te bieden of het antwoord te kunnen zijn bij het bereiken van deze sociale opgaven. Daarbij speelt de betaalbaarheid hiervan een nadrukkelijke rol alsmede het vraagstuk of en in hoeverre ambities en specifieke taken bij de opdracht van Laborijn behoren en/of bij andere (samenwerkings-)partners in het sociaal domein.
Er zijn een aantal onderwerpen of thema’s die tegen de basisopdracht aan schuren en waarover, vanuit een zorgvuldige afweging, keuzes moeten worden gemaakt. Om deze reden is gesproken over hoe om te gaan met eventuele (aanvullende) nieuwe opdrachten. Een belangrijk kader of uitgangspunt hierbij is dat de basisopdracht wordt gefinancierd vanuit structurele middelen. Met incidentele middelen kunnen extra, tijdelijke taken en experimenten in pilotvorm worden gefinancierd. Een inhoudelijk goede en financieel gezonde business case op de langere termijn is de voorwaarde om activiteiten duurzaam te borgen in de basisopdracht. Kaderstellend (nr.12): de basisopdracht wordt gefinancierd vanuit structurele middelen. Met incidentele middelen kunnen extra, tijdelijke taken en experimenten in pilotvorm worden gefinancierd. Een inhoudelijk goede en financieel gezonde business case op de langere termijn is de voorwaarde om activiteiten duurzaam te borgen in de basisopdracht. Dilemma en keuzes m.b.t. (de financiering van) beschut werk, de taakstelling en de visie ‘de best passende plek’ Mensen hebben in sommige gevallen veel begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig. Soms zoveel, dat niet van reguliere werkgevers verwacht kan worden dat zij deze begeleiding of werkplekaanpassingen bieden. Voor deze mensen is er beschut werk.
Het UWV beoordeelt aan de hand van landelijke criteria of iemand in aanmerking komt voor een beschutte werkplek. Wanneer dit het geval is, hebben gemeenten de taak om deze mensen aan een passende baan te helpen. Landelijk stijgt het aantal inwoners met een beschut werk advies sneller dan eerder verwacht en komen we steeds dichterbij de landelijke doelstelling van het Rijk. Dit wijst op een grotere behoefte dan oorspronkelijk ingeschat3. Er blijven echter grote verschillen tussen gemeenten in de mate waarin zij mensen via beschut werk aan een baan helpen. Een landelijk gesignaleerde ontwikkeling is dat 3 Bron: Voortgangsbrief ‘infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ van de
staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 15 oktober 2024.
14
gemeenten een mismatch ervaren tussen de huidige verdeling van (de financiering van) werkplekken en de actuele vraag naar beschut werk. Laborijn benut de ruimte in haar taakstelling niet volledig, hoewel zij wel alle UWV adviezen voor inwoners in haar werkgebied honoreert. Andere gemeenten hebben een wachtlijst. Daarom wordt er landelijk gewerkt aan het verbeteren van de verdeelsystematiek, zodat er een betere verdeling van de plekken en middelen voor beschut werk gaat komen. Het oorspronkelijk voornemen om de beschikbare middelen vanaf 2025 op basis van gerealiseerde plekken te verdelen, blijkt niet haalbaar. Daarom vindt er nu onderzoek plaats naar alternatieve wijzen van de verdeling van het macrobudget. Het streven van het Rijk is om deze oplossingen per 2026 te implementeren. Een eventuele aanpassing van de systematiek wordt naar verwachting in de meicirculaire van 2025 aangekondigd4. Het niet toegroeien naar volledige realisatie van onze taakstelling brengt voor Laborijn een mogelijk (financieel) risico met zich mee, namelijk een neerwaartse bijstelling van deze taakstelling naar de werkelijke gerealiseerde aantallen. En dit terwijl we de overtuiging hebben dat deze inwoners er wel degelijk ook in onze gemeenten zullen zijn. Met als mogelijk gevolg een wachtlijst in de toekomst.
Daarmee staan we voor het dilemma in hoeverre we de taakstelling beschut werk versneld willen realiseren, hoe we dit al dan niet kunnen stimuleren en hoe zich dit verhoudt tot ons adagium “de best passende plek voor de inwoner”. Met de structurele ophoging van het begeleidingsbudget voor iedere inwoner met een indicatie beschut werk is er, in vergelijking met de vorige Kadernota 2025 - 2028, financieel geen reden meer om de taakstelling niet te realiseren. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er nu nog geprofiteerd kan worden van de infrastructuur die voor een groot deel vanuit het Wsw-budget wordt bekostigd5. Na een zorgvuldige ambtelijke en bestuurlijke afweging, zowel op inhoud als financieel, komen we tot de volgende lijnen: Kaderstellend (nr.13): het belang van en de best passende plek voor de inwoner blijft voorop staan. De realisatie van de taakstelling beschut werk is geen doel op zich. Daarnaast wachten we de verbeteragenda beschut werk, met concrete maatregelen om beschut werk verder te stimuleren, vanuit het Rijk af. Deze agenda wordt naar verwachting begin 2025 gepresenteerd. Vervolgens zullen wij een nadere verkenning doen en in de loop van 2025 een concreet plan op basis van deze verbeteragenda presenteren.
Vraagstukken die hierin aan bod komen, zijn onder andere wat het alternatief voor beschut werk is en hoe arbeidsmatige dagbesteding zich tot de business case beschut werk verhoudt. Dilemma’s en keuzes m.b.t. politieke en landelijke alsmede regionale trends t.a.v. migratie en inburgering Zoals in het eerste hoofdstuk is beschreven, vinden er op het gebied van migratie en inburgering landelijk diverse (mogelijke) ontwikkelingen plaats. Daarbij ervaren wij een spanningsveld tussen enerzijds de beleidsvoornemens van het Rijk en anderzijds hetgeen wij in de dagelijkse praktijk zien. De voorziene groei van het aantal asielzoekers en inburgeraars is weliswaar wat afgevlakt, maar we zien nog steeds groei en het opvangprobleem is er wel degelijk. Het voorgenomen beleid dat ons wordt gepresenteerd sluit niet aan op de huidige werkelijkheid. Met ons instrumentarium dat we hebben 4 Bron: Voortgangsbrief ‘infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ van de
staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 15 oktober 2024. 5 Ook in dit kader is het belangrijk om rekening te houden met de afbouw van het Wsw-bestand en de bijbehorende middelen.
15
ontwikkeld voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 hebben wij daarentegen wel een goed werkend antwoord op die werkelijkheid. Ook om problemen uit het verleden nu bij de nieuwe instroom te voorkomen, zoals niet-ingeburgerde inwoners met een participatiewetuitkering die zijn vastgelopen in hun inburgering en duurzaam in de uitkering zitten (waar de huidige projecten ‘oudkomers’ een reparatie op is). Voor Laborijn brengt het nieuwe (landelijke) politieke klimaat dan ook onzekerheid over waar het naartoe gaat en welke (mogelijke) impact dit voor Laborijn heeft of kan gaan hebben. Het dilemma of vraagstuk is wat en in hoeverre de landelijke koers onze ambities ten aanzien van asiel en inburgering raakt en zo ja, wat die ambities zijn. Na een ambtelijke en bestuurlijke afweging komen we tot de volgende lijnen: Het risico zit vooral op het aantrekken (en afstoten) van personeel als gevolg van volumeveranderingen. Laborijn ziet hier een eenvoudig te beheersen risico door het werken met een flexibele schil in combinatie met het zorgen voor brede(re) inzetbaarheid van personeel. Tevens hanteren we bij dienstverlening voor andere niet-GR-partijen een risicoopslag. Kaderstellend (nr.14): in regionaal overleg blijven alle colleges t.a.v. migratie en inburgering bij het standpunt van het doorgaan met de plannen en aantallen van de Provincie Gelderland.
Dit betekent voor Laborijn dat we vol op inhoud met deze ambitie doorgaan. Van belang is wel om wendbaar en flexibel te blijven om zodoende goed om te kunnen gaan met (volume)veranderingen. Op het gebied van asiel en inburgering vinden op het niveau van de regio en Laborijn als organisatie ook ontwikkelingen plaats. Er is namelijk toegenomen en serieuze interesse van andere partijen voor uitvoering door Laborijn van de Wet Inburgering 2021 en aanverwante taken (zoals AZC-dienstverlening) alsmede de Wsw. Hier komen we tot de volgende lijnen: Kaderstellend (nr.15): volume toename is geen doel op zich. Het is van belang, bij (het overwegen van) het al dan niet aangaan van nieuwe samenwerkingsvormen en het bieden van dienstverlening aan nieuwe niet-GR-partijen, naar alle aspecten te kijken; de financiële, maatschappelijke én bestuurlijke impact alsmede de mate van uitvoerbaarheid. De dienstverlening aan de deelnemende gemeenten heeft prioriteit en mag niet in het gedrang komen. In dit kader gaan we basisafspraken maken en een afwegingskader opstellen met onder andere de financiële, maatschappelijke en bestuurlijke impact alsmede de mate van uitvoerbaarheid. Dit ten aanzien van 3 niveaus van samenwerking, namelijk het (modulair) toetreden tot de GR Laborijn, dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) voor niet-GRgemeenten en dienstverlening voor derden.
16
4.
De taak, opdracht en pijlers van Laborijn
In dit inhoudelijke hoofdstuk nemen we u mee in de (overige) inhoud van de taak en opdracht van Laborijn. We behandelen achtereenvolgens de verschillende pijlers (in de begroting ook wel programma's genoemd): mensontwikkeling, inkomenszekerheid, inburgering en (levensloopbestendig werkgeverschap van) de Wsw. We geven per pijler de inhoudelijke kaderstellende items aan die in de eerdere hoofdstukken nog niet zijn geraakt. Ook is er aandacht voor de kaders ten aanzien van de overhead die voor de begroting relevant zijn. 4.1 Mensontwikkeling In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de pijler Mensontwikkeling de kader stellende items, die bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029. Faciliteren van ontwikkeling staat centraal Onze professionals leveren dagelijks een bijdrage om inwoners mee te laten doen op de voor hen best passende plek in de maatschappij. Wij helpen de inwoner aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt bieden we ondersteuning bij het participeren in de samenleving. We zetten hierbij vooral in op het faciliteren van de ontwikkeling van onze inwoners. Kaderstellend (nr.16): alle inwoners met een Participatiewet-uitkering zijn in beeld. Alle inwoners met ontwikkelpotentieel hebben een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken.
Om de dienstverlening betaalbaar te houden, is er met de overige inwoners één keer per jaar een contactmoment, gericht op de leefgebieden en ondersteuningsvragen, met nadruk op doorverwijzing en samenwerking met ketenpartners. Indien blijkt dat inwoners re-integratiestappen kunnen maken, krijgen zij alsnog een actief traject gericht op ontwikkeling aangeboden. Een doorlopende ontwikkellijn De inzet van re-integratiemiddelen levert bij voorkeur direct een bijdrage aan volledige of gedeeltelijke uitstroom uit de uitkering. Tevens is de inzet bedoeld voor het (aantoonbaar) faciliteren van de ontwikkeling van inwoners in bijvoorbeeld tussenstappen naar zorg, maatschappelijke participatie, vrijwilligerswerk en parttime werken. Deze visie vertaalt zich in de inrichting van de organisatie waarmee we een doorlopende ontwikkellijn voor onze inwoners creëren. Het doel is dat inwoners meedoen op de voor hen best passende plek. Het brengen naar deze plek kan ook leiden tot maatschappelijk rendement en tot opbrengsten of besparingen binnen andere delen van het sociaal domein.
Kaderstellend (nr.17): voor Laborijn zijn het ontwikkelen van onbenut arbeidspotentieel en het faciliteren van ontwikkeling van inwoners met een Participatiewet-uitkering door middel van een doorlopende ontwikkellijn belangrijke instrumenten om inwoners te brengen naar de voor hen best passende plek in de maatschappij. De Participatieladder De Participatieladder is een landelijke methode waarmee zowel de individuele ontwikkelfase van de inwoner als de afstand tot betaald werk / intensieve begeleidingsbehoefte inzichtelijk wordt gemaakt. Middels de Participatieladder ontstaat meer inzicht in (de ontwikkeling van) het inwonersbestand van Laborijn, waarbij niet iedere stap in ontwikkeling die wordt gezet direct leidt tot zichtbare stappen op de Participatieladder. De Participatieladder bevordert de integrale samenwerking van professionals vanuit de verschillende samenwerkingspartijen in het sociaal domein doordat de ladder voorziet in een ‘eenheid in taal’.
17
Het methodisch werken en de Participatieladder biedt inzicht in de behoefte van inwoners voor wat betreft het benodigde aanbod en levert ons tevens waardevolle informatie op voor een gewenste bijstelling of ontwikkeling van (nieuw) instrumentarium. Kaderstellend (nr.18): we maken de ontwikkeling van inwoners met een Participatiewetuitkering inzichtelijk, onder andere door het gebruik van de Participatieladder. Jobcoaching voor inwoners met een doelgroepindicatie Vanwege de betaalbaarheid van onze dienstverlening is het van belang om balans te vinden tussen de begeleidingsbehoefte van een inwoner en de intensiteit en duur van de inzet van deze (tijdelijke) begeleiding in de vorm van jobcoaching. Dit met als doel om de inwoner duurzaam en zo zelfstandig mogelijk te kunnen laten werken bij een reguliere werkgever. Hierbij bieden wij maatwerk passend bij de specifieke behoeften van de betreffende inwoner en werkgever. Kaderstellend (nr.19): het doel is om inwoners met een doelgroepindicatie duurzaam te laten werken bij reguliere werkgevers. Jobcoaching is hierbij een belangrijk instrument. Bij onze inzet van jobcoaching leveren we maatwerk en kijken we per inwoner wat er nodig is. Onze inzet met (tijdelijke) jobcoaching is gericht op inwoners zo zelfstandig en duurzaam mogelijk aan het werk te helpen en houden.
Daarnaast is onze inzet gericht op het faciliteren van werkgevers om op de langere termijn de benodigde begeleiding zelf te kunnen bieden. Werkgeversdienstverlening en -benadering Het aantal Wsw-medewerkers dat extern gedetacheerd is of middels begeleid werken werkzaamheden verricht bij reguliere werkgevers neemt de komende jaren gestaag af. Daartegenover staat dat het aantal inwoners met een arbeidsbeperking / intensieve begeleidingsbehoefte - en juist graag wil toetreden tot de arbeidsmarkt - de komende jaren steeds verder zal groeien. Zij maken sinds het stopzetten van de instroom in de Wsw gebruik van andere regelingen en een deel is ook niet altijd in beeld voor de stap naar zo regulier mogelijk werk. Onze werkgeversdienstverlening en -benadering als partner van het Werkcentrum Achterhoek (tot 2026: het WerkgeversServicepunt Achterhoek) is er dan ook op gericht om werkgevers te (blijven) stimuleren om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en hen te adviseren en ondersteunen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave. Denk hierbij aan jobcarving, functiecreatie, loonwaardemeting, jobcoaching en HR-expertises zoals verzuim, Arbo en strategische personeelsplanning.
Daarbij hebben wij zelf proactief aandacht voor de eigen strategische personeelsplanning ten aanzien van de Wsw-dienstverbanden, zodat we tijdig anticiperen op de aanstaande uitstroom van Wsw-collega's en de voor de brede doelgroep geschikte werkplekken op de 18
reguliere arbeidsmarkt niet verloren laten gaan, maar voor de nieuwe doelgroepen behouden blijven. Kaderstellend (nr.20): als partner van het Werkcentrum Achterhoek blijven wij investeren in het stimuleren van werkgevers om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en adviseren en ondersteunen hen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave. Hierbij streven we ernaar dat de huidige werkplekken op de reguliere arbeidsmarkt die geschikt zijn voor de brede doelgroep niet verloren gaan, maar voor de nieuwe doelgroepen behouden blijven. DGI-werkwijze ingebed in de reguliere dienstverlening We zien de samenstelling van onze doelgroep inmiddels daadwerkelijk veranderen. Met een verschuiving van inwoners met een Wsw-indicatie naar inwoners met een doelgroepindicatie. En relatief veel inwoners met een Participatiewet-uitkering die een (mogelijk) verminderde loonwaarde hebben, tussen wal en schip vallen, en met LKS en jobcoaching aan het werk kunnen. De DGI-pilot/werkwijze heeft aangetoond dat het bieden van een (tijdelijk) dienstverband bij ons werkontwikkelbedrijf een effectief instrument is om deze inwoners met een doelgroepindicatie te laten landen op de voor hen best passende plek. Het dienstverband is een waardevolle aanvulling op de al bestaande ontwikkel- en re-integratie instrumenten.
Dit blijkt niet alleen succesvol voor inwoners met een bijstandsuitkering. Ook voor (jonge) inwoners die (nog) geen bijstandsondersteuning ontvangen, maar van school komen met weinig concreet perspectief op een duurzaam betaalde baan en inkomensafhankelijk zijn (van hun ouders). Voor deze vso/pro-jongeren biedt het arbeidscontract de mogelijkheid voor een naadloze overgang vanuit school direct naar een zelfstandig en inkomensonafhankelijk perspectief. Op basis van (de evaluatie van) de DGI-pilot/werkwijze heeft het dagelijks bestuur besloten om deze aanpak en werkwijze van een tijdelijk arbeidscontract voor de duur van maximaal twee jaar onder de voorwaarden van de cao Aan de Slag structureel in onze reguliere dienstverlening voor deze groeiende doelgroep te borgen. Kaderstellend (nr.21): de detacheringsfaciliteit heeft zich bewezen als een effectief instrument en is een fundamenteel onderdeel van onze dienstverlening. Hiermee biedt Laborijn structureel en doorlopend aan een groep inwoners met een doelgroepindicatie een werkplek met een tijdelijk dienstverband. Op basis van het klantenpotentieel en het beschikbare budget wordt de mate van inzet van dit instrument voor ieder begrotingsjaar bepaald.
4.2 Inkomenszekerheid In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de pijler Inkomenszekerheid de kader stellende items, die bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029. BUIG De bijstandsuitgaven worden voor 2025 geraamd op € 6,6 miljard. Op basis van de CPBraming van de werkloosheid wordt de bijstandsraming naar beneden bijgesteld in 2025. Daarnaast leiden een aantal (eerdere) wetswijzigingen tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Dit betreft onder andere de invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans, de afloop van de IOAW en de ingroei van de nieuwe doelgroep als gevolg van de invoering van de Participatiewet in 2015. Per saldo een toename van het aantal bijstandsgerechtigden (landelijk een toename van 6.000 huishoudens in 2025). Voor de (financiële) toelichting zie paragraaf 5.1. 19
Kaderstellend (nr.22): de doelstelling is om met de uitgaven bijstand en langdurige loonkostensubsidies binnen het door het rijk gestelde BUIG budget te blijven. Geldzorgen, armoede en schulden In maart 2024 is een bestuurlijk akkoord ondertekend door Divosa (belangenbehartiger in het sociaal domein), Nederlandse Vereniging Voor Volkskrediet (NVVK), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van SZW voor de basisdienstverlening van financiële hulpverlening. Het achterliggende doel is dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen. Daarvoor is het ook nodig om te investeren in activiteiten die bijdragen aan bestaanszekerheid. De aanpak van geldzorgen, armoede en schulden is nauw verweven met het thema bestaanszekerheid met voor Laborijn een belangrijke opdracht ten aanzien van de pijler inkomenszekerheid. Wij blijven hierbij, vanuit het oogpunt van wat goed is voor onze inwoners, op zoek naar mogelijkheden en verbeteringen ten aanzien van het bieden van inkomenszekerheid en stabiliteit voor onze inwoners. Kaderstellend (nr.23): Laborijn richt zich als belangrijke vindplaats van en samenwerkingsen uitvoeringspartner ten aanzien van geldzorgen, armoede en schulden met name op preventie en vroegsignalering en werkt daarin proactief samen met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO).
Ondernemerssteunpunt De activiteiten en vraagstukken van het Ondernemerssteunpunt (OSP) zijn de afgelopen jaren in aantal, verscheidenheid en complexiteit gegroeid. En zijn daarmee een directe afspiegeling van de actualiteit binnen ondernemersland en de verandering van de bevolkingssamenstelling. De doelgroep zelfstandigen kent een groeiend sociaal en economisch kwetsbare groep. Een groep zelfstandigen waarvoor geen voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn, die niet interessant zijn voor commerciële partijen en veelal tegen de bestaande kaders van het sociaal domein aan schuren. Het ontbreekt vaak aan (weerstands-)vermogen, er is een permanente dreiging van het ontstaan van schulden en er is sprake van een inkomen rondom (of soms onder) bijstandsniveau. Het OSP is voor deze groep zelfstandigen uitgegroeid tot steunpunt voor bredere (financiële) vraagstukken over het zelfstandig ondernemerschap. Hierbij voert Laborijn de taken uit die onder de Participatiewet vallen en verzorgt het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) de schuldhulpverlening voor de ondernemer. Door deze verbinding binnen het OSP versterken we elkaars dienstverlening en zijn we beter in staat naar duurzame oplossingen te werken.