CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Jaarverslag 2021.pdf

gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.5: Jaarstukken en begrotingen Omgevingsdienst Achterhoek13.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2021 Jaarverslag en jaarrekening 2021

1

1

Jaarstukken 2021 Jaarverslag en jaarrekening 2021

Datum: 21 februari 2022 Status: versie AB vergadering 21-3-2021 © Omgevingsdienst Achterhoek

2

Elderinkweg 2, 7255 KA Hengelo (Gld) info@odachterhoek.nl www.odachterhoek.nl www.gelderseomgevingsdiensten.nl @odachterhoek /OmgevingsdienstAchterhoek

2

INHOUDSOPGAVE

JAARVERSLAG 2021 _____________________________________________________________ 4 I.

Voorwoord _________________________________________________________________ 4

II.

Inleiding _________________________________________________________________ 6

III.

Programma 1 – Vergunningverlening ___________________________________________ 8

IV.

Programma 2 – Toezicht en Handhaving _______________________________________ 10

V.

Programma 3 – Specialismen ________________________________________________ 14

VI.

Programma 4 - Stelseltaken _________________________________________________ 16

VII.

Programma 5 – Overige activiteiten en projecten ________________________________ 18

VIII.

Financiële uitkomsten ____________________________________________________ 19

IX.

Paragrafen ______________________________________________________________ 20

1.

Bedrijfsvoering _________________________________________________________ 20

2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ____________________________________ 22

3.

Financiering ____________________________________________________________ 28

4.

Onderhoud kapitaalgoederen ______________________________________________ 29

JAARREKENING 2021 ___________________________________________________________ 30 Balans per 31 december 2021 ___________________________________________________ 31 Toelichting op de balans ________________________________________________________ 34 WNT-verantwoording 2021 Omgevingsdienst Achterhoek ____________________________ 39 Overzicht van baten en lasten ___________________________________________________ 41 Toelichting overzicht van baten en lasten _________________________________________ 42

3

3

JAARVERSLAG 2021 I. Voorwoord Het jaar 2021 gaat de boeken in als het jaar met de langste kabinetsformatie ooit, terwijl er meer dan genoeg aan de hand was waar besluitvorming en doortastendheid op nodig is. Er speelt veel in het fysieke domein en dat raakt het werk van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Ook in 2021 hebben we onze werkzaamheden uitgevoerd onder de beperkingen van Corona. Dat betekent bijvoorbeeld dat controles altijd vooraf aangekondigd worden, tenzij er redenen zijn om dit niet te doen (o.a. bij handhavingstrajecten). Overleggen, soms ook met bedrijven of adviseurs vinden digitaal plaats. We houden ons aan de RIVM spelregels. We hebben ons werk ondanks Corona goed kunnen uitvoeren. Toch missen we de persoonlijke contacten tussen medewerkers, met onze partners en uiteraard met de mensen in de Achterhoek voor wie we ons mooie werk doen. We hebben het werk in het afgelopen jaar zien toenemen. Veel van deze toename komt door extra taken. Bijvoorbeeld extra werkzaamheden voor klimaat, energie en duurzaamheid, ondermijning, zeer zorgwekkende stoffen, uitbreiding van advisering over Omgevingsplannen of stikstofproblematiek. En ook bij de voorbereiding op de Omgevingswet. We zijn verheugd dat de ODA steeds meer wordt gevonden voor dit werk. We proberen onze partners te ontzorgen en kennis te delen op de nieuwe beleids- en wetgevingsterreinen.

Samen optrekken helpt! Het geeft duidelijkheid naar de omgeving als de regels per gemeente niet heel erg verschillen. Uiteraard is er maatwerk nodig en mogelijk voor specifieke locaties en die ruimte blijft. Een ander voordeel is dat niet elke beleidsregel bij iedere gemeente opnieuw bedacht en uitgewerkt hoeft te worden.

4

2021 is ook het jaar van onderzoek naar de kwaliteit en werking van het VTH-stelsel en daarbinnen van de Omgevingsdiensten. De Commissie Van Aartsen heeft daarover geadviseerd met het rapport “Om de leefomgeving”. Hierin staan tien aanbevelingen, die gaan o.a. over robuustheid en kwaliteit, kennis delen, mandaten en financiering. Het rapport heeft geleid tot vervolgonderzoek in de zomer en in december tot een kamerbrief van de staatssecretaris van I&W. Het bestuur houdt deze ontwikkelingen bij en we zullen hierop anticiperen. De ODA gaat aan de slag met de aanbevelingen en ziet zeker kansen en verbetermogelijkheden, binnen de ODA, binnen het Gelders Stelsel en op landelijk niveau. Een knelpunt voor onze uitvoeringsorganisatie is de enorme druk op de arbeidsmarkt. Het is lastig om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Daarom zijn we na de zomer van 2021 gestart met een aantal trainees die we zelf opleiden als extra instroomspoor. De ODA sluit het jaar af met een positief financieel resultaat. Dat gaan we met de partners verrekenen. Voor een aantal partners is -in opdracht- meer werk uitgevoerd dan begroot. Ook hebben we diensten aan derden verleend die positief bijdragen aan het resultaat. We blijven ons inzetten voor een mooie, leefbare, veilige en gezonde Achterhoek en we kijken ernaar uit om dat in 2022 weer iets meer te kunnen doen op basis van persoonlijk contact.

Hengelo, 21 februari 2022.

4

Met vriendelijke groet namens Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek,

Ir. Petra G.M. van Oosterbosch, Directeur

5

5

II.

Inleiding

1. Algemeen Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening 2021 van de ODA. De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Op 31 december 2021 waren de besturen als volgt samengesteld. Algemeen Bestuur: Lid

Functie

Gemeente/ Provincie Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Lochem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Zutphen Gelderland

Plaatsvervanger

T.M.M. Kok Wethouder M.J. Veldhuizen J.H.A. van Oostrum Burgemeester M.H.H. van Haaren W.W. Buunk Wethouder P.L.P.S. Hofman F.H.T. Langeveld Wethouder H.G. Bulten R.R.S. Bosch* Wethouder S.W. van ‘t Erve W.J.A. Gerritsen Wethouder O.G. van Leeuwen B.T.M. Porskamp Wethouder M.G. Frank O.E.T. van Dijk Burgemeester S.L. Hiddinga I.T.F. Klein Gunnewiek Wethouder B.J.J. Bengevoord L.J. Werger Wethouder A. De Jonge P.G.J. Kerris Gedeputeerde J.W.M. van der Meer Secretaris P.G.M. van Oosterbosch Directeur ODA R. Reinders *) vanaf 30 maart 2021 en volgt daarmee de heer B.J. Groot Wesseldijk op.

Functie Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Gedeputeerde

6

Afdelingshoofd

Dagelijks Bestuur: Lid

Functie

J.H.A. van Oostrum B.T.M. Porskamp** W.J.A. Gerritsen W.W. Buunk

Burgemeester vz Wethouder Wethouder Wethouder

Gemeente/ Provincie Berkelland Oost Gelre Montferland Bronckhorst

Plaatsvervanger

P.G.M. van Oosterbosch Directeur ODA R. Reinders **) vanaf 24 maart 2021 en volgt daarmee de heer B.J. Groot Wesseldijk op.

Functie

Gemeente

Afd.hoofd

ODA

6

2. Financiële uitkomsten x 1.000 euro

Taakveld

Begroting 2021

Begroting na wijz

Realisatie 2021

Begr-real

Baten

Baten

Baten

Saldo

Lasten

Lasten

Lasten

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 7.4 Milieubeheer Programma 2 Toezicht en handhaving 7.4 Milieubeheer Programma 3 Advies 7.4 Milieubeheer Programma 4 Stelseltaken 7.4 Milieubeheer Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten 7.4 Milieubeheer

1.968 4.806 1.310

1.046 2.907 929

1.968 4.806 1.310

1.046 2.907 929

1.815 4.591 1.678

1.230 2.819 1.440

-337 -127 -143

104

123 691

104

123 691

83 324

97 444 96

5 247 224

2.432

0

2.261

171

0 8.387 395

64 104 -395 395 104

4

4

Overzichten Overhead Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien

0.4 Overhead onderst. Organisatie 0.5 Treausury 0.8 Algemene baten en lasten

Geraliseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering

2.432

8.192

64 8.192

8.192

64 8.192

0 8.491

8.192

8.192

8.192

8.192

395 8.886

Verrekening met deelnemers batig saldo 2020 Ontrekking algemene reserve ivm saldo 2020

Gerealiseerde resultaat

8.782

Procedure jaarrekening • De procedure inzake de jaarrekening ziet er als volgt uit: Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerp jaarstukken 2021 vóór 15 april 2022 aan Provinciale Staten en de gemeenteraden. • Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerp jaarstukken indienen bij het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst. • Het Dagelijks Bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerp jaarstukken voorzien van de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur. • Het Algemeen Bestuur stelt de jaarstukken 2021 vervolgens vóór 15 juli 2022 vast. • Onmiddellijk na de vaststelling van de jaarstukken door het Algemeen Bestuur zendt het Algemeen Bestuur de jaarstukken aan Provinciale Staten en de gemeenteraden. • Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarstukken vóór 1 augustus 2022 aan de minister.

7

7

III. Programma 1 – Vergunningverlening 1. Wat hebben we bereikt Het aantal afgehandelde procedures is in het jaar 2021 ten opzichte van 2020 afgenomen maar ligt nog wel boven het niveau van 2019. Vergunningen en meldingen zijn vraag gestuurd.

Percentage WABO vergunningen binnen wettelijke termijn (KPI gesteld op 90%) Tijdigheid van een besluit binnen de wettelijke termijn is van belang voor zowel partners als burgers en bedrijven vanuit het oogpunt van een goede service en het voorkomen van ongewenste situaties door van rechtswege afgegeven WABO vergunningen. Met de wettelijke termijn wordt hierbij bedoeld de wettelijk maximale tijdsduur (inclusief eventuele verlengingen) tussen inboeken van een aanvraag en het afgeven van de definitieve beschikking. Dit kan een fatale termijn (waarbij het daarna van rechtswege verleend is) of een termijn van orde zijn. In het Gelders Stelsel is een kritische prestatie indicator (KPI) bepaald voor het tijdig verlenen van vergunningen. Deze KPI is gesteld op 90 % WABO vergunningaanvragen binnen wettelijke termijn t.o.v. alle WABO vergunningaanvragen. We hebben de buiten behandeling gelaten en ingetrokken vergunningsaanvragen niet meegeteld in de berekening van de KPI’s. Ook de meervoudige besluiten zijn niet meegeteld omdat de gemeente dan het besluit neemt. Bij een meervoudig besluit geeft de ODA advies over het milieudeel van het besluit. Daarnaast worden procedures die een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de provincie nodig hebben ook buiten de meting gelaten. Dit omdat we geen invloed hebben op het tijdig afgeven van de vvgb.

In 2021 zijn in totaal 46 procedures afgerond waarvan 41 tijdig. 89% van de procedures zijn binnen de (wettelijke) termijn afgehandeld. Dit is een verbetering ten opzichte van vorig jaar (84%) en 2019 (57%). Er wordt verder toegewerkt naar de doelstelling van 90%. Er zijn geen negatieve effecten geconstateerd uit het niet halen van de termijnen. Er zijn geen reguliere procedures van rechtswege verleend.

8

8

2. Wat hebben we daarvoor gedaan In 2021 heeft het team Vergunningen zich met name gericht op: • De uitvoering van primaire taken in het kader van vergunningverlening en milieumeldingen. • Het bieden van extra ondersteuning bij het afhandelen van asbestsloopmeldingen op verzoek van een van onze partners. • Door jurisprudentie en hoge werkdruk bij de Provincie Gelderland kwamen nog steeds niet veel vvgb’s (verklaring van geen bedenkingen) binnen. Dit betekent dat een aantal ODA procedures niet konden worden afgewerkt of dat er soms dubbel werk moest worden verricht doordat gegevens als gevolg van de lange termijnen waren verouderd. 3. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 1 Vergunningverlening Begr. 2021 Na wijz. Realisatie 2021 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 1.968 1.046 922 1.815 1.230 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 545 -545 507 Onvoorzien 14 -14 0 Saldo van baten en lasten

Saldo

Begr - rel Saldo

585

-337

-507 0

38 14

1.968

1.605

363

1.815

1.737

78

-285

1.968

1.605

363

1.815

1.737

78

-285

Mutaties reserves Resultaat

De baten uit Vergunningverlening liggen iets lager dan begroot. Dit zit vooral op de meer complexe vergunningen. De lasten zijn gebaseerd op de salarislasten van het team vergunningen en de inhuur derden. De netto-lasten zijn hoger dan begroot.

9

9

IV. Programma 2 – Toezicht en Handhaving 1. Wat hebben we bereikt Reguliere en aspectcontroles bij bedrijven Controles 2021

Afgerond

Opgestart, maar nog niet afgerond

Regulier Aspect Totaal

1078 956 2034

459 262 721

Er is nagenoeg hetzelfde aantal reguliere en aspectcontroles als in 2020 afgerond. Toen waren het er in totaal 2044. Bij aspectcontroles kun je denken aan specifieke aspectcontroles als EPRTR, geluidsmetingen, vuurwerk en energiecontroles, maar ook aan controles waar gekeken wordt naar de top X aspecten van meest voorkomende overtredingen bij een branche. Deze aspecten worden mede met behulp van gemaakte brancheplannen en de data daaruit bepaald. Percentage volledige naleving na 1e controlebezoek Dit wordt berekend door te registreren waar geen hercontrole nodig is geweest. De 77% van dit jaar is hoger als vorig jaar (70%), maar ongeveer gelijk aan 2019 (78%) en 2018 (80%). De daling van vorig jaar lijkt dus incidenteel, ondanks het feit dat we steeds meer daar toezicht houden waar de grootste risico’s zijn en/ of er een minder naleefgedrag is. Een oorzaak van de stabilisatie is mogelijk dat we met branchegericht werken en brancheplannen ook meer aan voorlichting doen en dat er meer aspectcontroles zijn in plaats van alleen reguliere controles. Afhandeling klachten en meldingen ongewone voorvallen/ incidenten Klachten/ meldingen Aantal Binnen termijn afgehandeld

2019 1877 86%

2020 1520 87%

2021 1335 85%

1

Je ziet een duidelijke dalende trend vanaf 2019 tot nu. Naast mogelijke effecten door Corona (minder bedrijvigheid) komt dit omdat we bij langdurige knelpunten steeds meer in gesprek komen met de buurt of omdat de problemen zijn opgelost. In het algemeen gaan de meeste klachten over een beperkt aantal bedrijven binnen de Achterhoek. Deze bedrijven worden door ons gezien als aandachtsbedrijven (zie kopje aandachtsbedrijven). Er zijn verder geen grote noemenswaardige ongewone voorvallen/incidenten en geweest. Percentage klachten binnen termijn afgehandeld De norm is dat klagers/melders binnen 3 werkdagen worden geïnformeerd over het vervolg van hun klacht en dat tenminste 85% van de klachten binnen 2 weken is afgerond. Dat wil zeggen dat of de klacht helemaal afgehandeld is of dat vervolgstappen zijn afgesproken (b.v. geluidsmeting bij geluidsklachten). Van de klachten die we in 2021 hebben ontvangen is 85% (1139) binnen de afgesproken termijn van 2 weken afgerond. Bij een overschrijden van de termijn gaat het vooral om klachten en meldingen van lang(er)lopende handhavingszaken. Aandachtsbedrijven/ ondermijning Dit betreft bedrijven die extra aandacht nodig hebben en daardoor vaak ook veel tijd kosten.

Je kunt hierbij aan 4 verschillende categorieën denken: - bedrijven met een hoog risicoprofiel; - bedrijven met een slecht naleefgedrag; - bedrijven met veel (gegronde) klachten uit de omgeving; - bedrijven in verband met mogelijke ondermijning/ milieucriminaliteit.

10

Het aantal bedrijven is dynamisch en het kan ook een combinatie van bovenstaande categorieën zijn. Elk jaar vallen er bedrijven af, maar er komen ook wat bij. Over 2021 hebben we het over 68 bedrijven, waarvan 20 met een hoog risicoprofiel, 12 met een slecht naleefgedrag, 29 met veel klachten en 7 door ondermijning/ milieucriminaliteit. Onder de laatste categorie zitten ook 5 opgerolde drugslabs. De ODA helpt hier met name bij de opruimwerkzaamheden in verband met het gebruik van gevaarlijke stoffen en dan met name kwik(verbindingen) en de handhavingszaken die volgen op het ontmantelen van de drugslabs. Energiecontroles en beoordelingen Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML) Als een bedrijf meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas per jaar verbruikt, dan geldt een verplichting om de energiebesparende maatregelen uit te voeren die binnen 5 jaar terugverdiend kunnen worden. We hebben 481 EML controles afgerond, wat iets meer is dan de voor 2021 geplande 412. Na de controle wordt in een plan van aanpak aangegeven op welke termijn welke maatregelen genomen gaan worden. Hierop houden we toezicht. We merken dat ondernemers steeds meer aandacht hebben voor energiebesparingsmaatregelen. Dit zien we ook terug bij de controles. Vaak hebben ze dan al een aantal maatregelen genomen.

Aan de andere kant zien we dat er een aantal bedrijven hardnekkig volhouden om niets te willen doen. Daar zetten we onze handhaving op in (met name via lasten onder dwangsom). Informatieplicht energiebesparende maatregelen De ondernemer was verplicht om uiterlijk voor 1 juli 2019 door middel van een melding het bevoegd gezag te informeren welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen. Deze wordt dan gebruikt om te controleren of aan boven genoemde energiebesparingsplicht is voldaan. We sporen zoveel mogelijk bedrijven op die zich nog niet gemeld hebben en we dwingen dan af dat ze dat alsnog doen. Het aantal niet gemelde bedrijven wordt steeds kleiner. Helaas hebben we geen 100% inzicht in welke bedrijven moeten voldoen aan de registratieplicht. Dat is een landelijk probleem waar geen oplossing voor is.

1

Bijdrage aan stimulering energiebesparing MKB bij regionale en lokale initiatieven De ODA helpt de gemeentes aan de voorkant mee bij de stimulering van energiebesparing voor bedrijven. Dit betreft o.a. de volgende taken: • Ondernemer op de hoogte stellen van mogelijkheden voor aangeboden energiescans; • Waar mogelijk ondernemers wijzen op mogelijke andere subsidies binnen gemeentes; • Informatieverstrekking over de verplichtingen van ondernemers t.a.v. energiebesparing om vrijwillige deelname te stimuleren (zodat toezicht en handhaving voorkomen wordt); • Meedenken met lokale initiatieven. Overige controles en handhaving Toezicht bodem Dit betreft controles op het gebied van bodemsaneringen (Wet bodembescherming) en grondtoepassingen (Besluit Bodemkwaliteit). We doen dit op basis van een risico- en effectgerichte benadering, waarbij we net als bij asbest gebruik maken van vrije veldcontroles om illegale grondtoepassingen en opslagen te traceren. Slopen/ Asbest We hebben in 2021 voor 5 gemeentes asbestcontroles uitgevoerd, waarbij we niet alleen afgaan op ingediende asbestmeldingen maar ook op zoek zijn naar illegale asbestverwijdering via vrije veldcontroles. In totaal hebben we voor deze gemeentes 317 locaties bezocht, waarbij we regelmatig handhavend moesten optreden.

11

Geluidmetingen Dit betreft geluidmetingen bij evenementen. Door de Coronacrisis zijn er maar enkele geweest in de zomermaanden. Vuurwerkcontroles De ODA had de opdracht om 35 vuurwerkverkooppunten te controleren in 2021. Hiervoor zijn controles uitgevoerd in het najaar op brandveiligheids- en installatietechnische aspecten (zoals veiligheidsafstanden, brandwerendheid van bouwdelen en keuring van de sprinkler). Door het verbod op verkoop van vuurwerk in 2021 zijn de jaarlijkse eindejaarscontroles niet doorgegaan. Verzoeken tot handhaving Wij krijgen verzoeken van derden om op een bedrijf te gaan handhaven. Deze verzoeken moeten beoordeeld worden en vervolgens wordt besloten om wel of niet te gaan handhaven. Van deze mogelijkheid wordt steeds meer gebruik gemaakt. Last onder dwangsom of bestuursdwang Door de Landelijke Handhavingstrategie (LHS) meer toe te passen zijn de laatste jaren steeds meer (vooraankondigingen) lasten onder dwangsom of bestuursdwang opgelegd. Het betreft over het algemeen zaken van kleinere overtredingen die allemaal of al opgelost zijn of snel opgelost kunnen worden. Het wil dus niet zeggen dat het allemaal leidt tot een daadwerkelijke dwangsom of bestuursdwang. De meeste bedrijven hebben voor het zover komt de overtreding(en) al opgelost.

Strafrechtelijke handhaving door Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) De BOA’s hebben voor alle partners strafrechtelijke handhaving uitgevoerd. Dit betreft diverse soorten overtredingen. Er zijn 87 strafrechtelijke onderzoeken opgestart waarbij 22 processenverbaal (PV’s) c.q. BSBm-en zijn uitgeschreven en 5 strafrechtelijke waarschuwingen (zowel schriftelijk als mondeling) zijn uitgedeeld. Er zijn 60 zaken opgepakt waar het onderzoek niet heeft geleid tot vervolging (het inzetten van een strafrechtelijk instrument). In overleg met de functioneel parket hebben de BOA’s het stoppersproject binnen de agrarische branche strafrechtelijk ondersteund met als doel een gelijke aanpak in Gelderland en Overijssel om het wederrechtelijk verkregen voordeel weg te nemen. In 7 van deze strafrechtelijke onderzoeken heeft het geleid tot een PV, welke zijn aangeleverd bij het functioneel parket. Verder is in 2021 gestart met een intensievere samenwerking met het basisteam en milieuteam van de politie om de milieuovertredingen beter op elkaar af te stemmen binnen de Achterhoek. 2. Wat hebben we daarvoor gedaan Verbeterde uitvoering toezicht We werken met een risico & effectgerichte benadering, gebaseerd op steeds meer beschikbare informatie vooraf. Dit hebben we voor enkele branches vertaald naar specifieke brancheplannen.

Hierin staan verschillende manieren van toezicht houden, zoals de traditionele reguliere controle, de aspectcontrole en de zelfcontrole (bedrijven vullen vooraf zelf een checklist in, waarna gekeken wordt waar de ODA zelf nog langs moet gaan voor een controle). Verder wordt in een brancheplan ook beschreven welke overtredingen het meest voorkomen in zo’n branche en hoe je mogelijke overtredingen kunt voorkomen door bijvoorbeeld voorlichting. Landelijke handhavingstrategie (LHS)/ naleefgedrag Binnen de ODA wordt gewerkt met de LHS. Hierbij wordt per overtreding in stappen bekeken wat de vervolgacties moeten zijn. Dit kan betekenen dat zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk opgetreden moet worden. Een belangrijk aspect hierbij is het naleefgedrag van het bedrijf (overigens ook een onderdeel van het risico- en effectgerichte toezicht).

12

1

Gebruik van strafrecht In het kader van het vorige punt en de toetsing van overtredingen aan de hand van de LHS zijn de werkzaamheden in het kader van het strafrecht door de BOA’s van belang. Daarom wordt er steeds gekeken naar een verbetering van de samenwerking met het OM, FP en de politie. De onderlinge contacten zijn goed, maar de verwachtingen en daarmee de werkafspraken en de processen worden komend jaar nog beter op elkaar afgestemd. Ondermijning Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld. Je kunt hierbij b.v. denken aan drugslabs in leegstaande bedrijfspanden maar ook aan fraudezaken en milieucriminaliteit. De ODA kan hierbij vaak helpen, o.a. omdat onze medewerkers de ogen en oren kunnen zijn voor het signaleren van deze zaken. Binnen de ODA hebben we daarvoor een coördinator ondermijning die in nauw contact staat met de gemeentes en andere handhavingspartners. We merken dat we steeds vaker hiervoor ingezet worden. In 2021 hebben we voor de partners ook een themabijeenkomst hierover verzorgd. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) We hebben in 2021 een uitvraag gedaan naar het gebruik en de emissie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bij de Achterhoekse gemeentelijke bedrijven. Van deze stoffen is vastgesteld dat zij zeer schadelijk zijn voor mens en milieu en op basis daarvan zoveel mogelijk geweerd dienen te worden uit het milieu.

Dit was een deelproject van een gesubsidieerd landelijk project met als doel om meer inzicht te krijgen in de aanwezigheid en problemen/ knelpunten van ZZS in Nederland. Deze uitvraag geldt dan ook als voorbeeld voor de andere omgevingsdiensten. De resultaten hieruit worden ook gebruikt om in 2022 mee te nemen in de controles en daarvoor extra aandacht te vragen bij de betreffende bedrijven met ZZS. Gelders Programma gemeentelijke complexe bedrijven In 2021 is binnen het Gelders stelsel ook bekeken of en hoe de gemeentelijke complexe bedrijven geplaatst kunnen worden onder een gezamenlijk Gelders programma. De conclusie was dat dit het beste kon door wel te werken met 1 programma, maar dat de uitvoering daarvan bij de lokale Omgevingsdienst zou blijven. In 2022 wordt het programma verder vorm gegeven. 3. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving Begr. 2021 Na wijz. Realisatie 2021 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving 4.806 2.907 1.899 4.591 2.819 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 1.366 -1.366 1.270 Onvoorzien 36 -36 0 Saldo van baten en lasten

Saldo

Begr - rel Saldo

1.772

-127

-1.270 0

96 36

4.806

4.309

497

4.591

4.089

502

5

4.806

4.309

497

4.591

4.089

502

5

Mutaties reserves Resultaat

Zowel de kosten als de baten uit toezicht en handhaving zijn iets lager dan begroot. Dat heeft met name te maken met de beperkingen voor toezicht vanwege Corona (lockdowns) in het begin en eind van 2021 en het niet doorgaan van evenementen (minder werk op het gebied van geluidsmetingen e.d.). De nettolasten zijn wel conform de begroting.

13

1

V. Programma 3 – Specialismen 1. Wat hebben we bereikt Het totaal aantal adviezen in het jaar 2021 is ten opzichte van 2020 toegenomen. Voor een verdere toelichting zie hieronder in paragraaf 2. Percentage adviezen binnen de servicenorm van 4 weken (doel 80%) 85% van de adviezen zijn binnen de afgesproken 4 weken geleverd. Dit ligt boven de doelstelling en is een verlaging ten opzichte van het jaar ervoor toen 93% van de adviezen binnen de servicenorm van 4 weken lag.

2. Wat hebben we daarvoor gedaan Archeologie In 2021 lag de focus op regulier archeologisch werk zoals het beoordelen van opgravingsrapporten, het toetsen van archeologische bureauonderzoeken en booronderzoeken. Om de kwaliteit van de archeologietaken te borgen en te voldoen aan de kwaliteitscriteria wordt er samengewerkt met de archeologische dienst van de gemeente Zutphen. Bodem Naast reguliere taken zoals het geven van bodemadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en het beoordelen van bodemrapporten zijn in 2021 de volgende projecten uitgevoerd: • De Nota bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart (Bkk) is door de partners vastgesteld. Via een openbare viewer zijn de kaarten en de stukken te benaderen. Belanghebbenden en contactpersonen van de gemeente zijn hierover geïnformeerd. • De impactanalyse met betrekking tot de overdracht van bodemtaken van de provincie is gereed. Deze is besproken met de partners. • Samen met de partners voeren we het project ‘bodem in de Omgevingswet’ uit. Het doel van dit project is kijken hoe de taken die we nu uitvoeren straks onder de Omgevingswet worden uitgevoerd en welke taken erbij komen. Verder gaan we na of het nodig is om, voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog lokale regels op te stellen. Ook wordt nagegaan of er regels uit de bruidsschat zijn die vatbaar zijn voor discussies met aanvragers.

Dit project is nog niet afgerond en loopt nog door in 2022. Externe veiligheid In 2021 zijn er reguliere taken uitgevoerd zoals het geven van externe veiligheidsadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en het beoordelen van externe veiligheid in omgevingsvergunningen (milieu).

Luchtkwaliteit & diverse plannen Naast reguliere taken zoals het geven van luchtkwaliteitsadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en het beoordelen van luchtkwaliteitsrapporten is in 2021 voor zes gemeenten de monitoring van de luchtkwaliteit uitgevoerd in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Tevens is bijgedragen aan diverse projectgroepen van onze partners betreffende omgevingsvisies, omgevingsplannen en bestemmingsplannen. Juridisch In 2021 zijn reguliere taken uitgevoerd als: het juridisch toetsen van omgevingsvergunningen, het opstellen en toetsen van handhavingsbesluiten, de ondersteuning van vergunningverleners en toezichthouders, het behandelen van bezwaarprocedures, voorlopige voorzieningen en 14

1

(hoger)beroepsprocedures, het afhandelen van verzoeken tot handhaving, verstrekken informatie bij WOB verzoeken van de provincie, het bijhouden van jurisprudentie en nieuwe wetgeving en implementeren hiervan in de organisatie. Daarnaast is juridisch bijgedragen aan: • saneren van ontmantelde drugslabs en kostenverhaal • implementatie van de Omgevingswet bij zowel de partners als ook binnen de eigen organisatie • actualiseren DVO’s en mandaten in verband met de Omgevingswet • proces voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling • nader afstemmen van werkprocessen tussen de ODA en gemeentelijke bezwaarcommissies van de partners • bijdragen aan de behandeling van gemeentelijke WOB verzoeken Geluid Naast de reguliere taken zoals het geven van geluidadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen, het beoordelen van geluidsrapporten en zonebeheer liep er in 2021 een inventarisatie van alle (gezoneerde) industrieterreinen. In dit kader wordt bekeken of de industrieterreinen en de daarbij behorende zonering zoals bedoeld in de Wet geluidhinder juist in de bestemmingsplannen is opgenomen. De uitkomsten van deze inventarisatie is kortgesloten met onze juristen en vervolgens zijn we gestart met het afstemmen met onze partners.

Omgevingswet De werkzaamheden die de ODA heeft opgepakt in het gezamenlijke project omgevingswet zijn via Programma 3, specialismen, bij de partners in rekening gebracht.

3. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies Begr. 2021 Na wijz. Baten Lasten Programmaplan Programma 3 Advies 1.310 929 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 521 Onvoorzien 14 Saldo van baten en lasten

Saldo 381

Realisatie 2021 Baten Lasten 1.678

-521 -14

Saldo

Begr - rel Saldo

1.440

238

-143

484 0

-484 0

37 14

1.310

1.464

-154

1.678

1.924

-246

-92

1.310

1.464

-154

1.678

1.924

-246

-92

Mutaties reserves Resultaat

De baten zijn toegenomen door extra werk. Ook aan de lasten kant zien we een stijging. Vooral bij de specialismen is de ODA genoodzaakt een beroep te doen op externe inhuur.

15

1

VI. Programma 4 - Stelseltaken Het Gelders Stelsel is een samenwerkingsverband van de zeven Gelderse Omgevingsdiensten (OD’s). De OD’s verrichten in de nabijheid van gemeenten de Wabo-taken waarvoor zij robuuste taakuitvoering realiseren. Om deze robuustheid te garanderen zijn samenwerkingsafspraken gemaakt die zijn vastgelegd in stelselafspraken. Hiermee zijn de OD’s in Gelderland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn stelselafspraken gemaakt over: • Complexe vergunningverlening (ODRN); • Complexe handhaving (ODRA); • Ketentoezicht (ODR); • Coördinatie en kwaliteit, Informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten (I-GO) (ODDV); • Het Portaal - kenniscentrum en communicatie (OVIJ); • Coördinatie Bestuurlijke strafbeschikking Milieu (ODNV); • HRM, Bestuurlijk & Juridisch (ODA). De dienst waar een stelseltaak is belegd, voert die taak uit mede ten behoeve van de overige diensten. Daarmee is de basis gelegd voor het Gelders Stelsel dat in samenhang functioneert. ODA voert de stelseltaken HRM, Bestuurlijk& Juridisch uit. Een paar lichten we eruit. Complexe vergunningverlening Op het grondgebied van de ODA liggen complexe gemeentelijke inrichtingen. De impact van

complexe bedrijven is groot door bijvoorbeeld luchtuitstoot, geur- en geluidoverlast of omdat deze bedrijven met gevaarlijke stoffen of afval werken. De ODRN stelt voor de omgevingsdiensten in Gelderland en dus ook voor de ODA het milieudeel voor de omgevingsvergunning op voor dit type bedrijven. ODRN levert hiervoor de technische inhoud en alle onderdelen die te maken hebben met aspecten zoals externe veiligheid, geluid, lucht en geur. De totale regie van de procedure, zoals het versturen van brieven en het bewaken van wettelijke termijnen, ligt bij de lokale omgevingsdienst. P&O stelseltaak (ODA) Oda is verantwoordelijk voor de stelseltaak HRM. Vanuit een coördinerende rol vertegenwoordigt zij de HR-expertgroep, bestaande uit 7 HR adviseurs en een arbeidsjurist. De HR-expertgroep houdt zich bezig met gezamenlijke HR-thema's. Deze zijn gerelateerd aan het gezamenlijk arbeidsvoorwaardenreglement, de cao en de medezeggenschap. In 2021 is veel energie gestoken in het updaten van gesprekkencyclus en de komst van de nieuwe cao. Daarnaast is er door de WNRA in 2019 ruimte vrijgekomen die het mogelijk maakt om de OR een grotere rol te geven in de gezamenlijke medezeggenschap. Deze ruimte is in het 2021 samen met de OR-voorzitters verder verkend. Het concept CMZ-convenant is in een afrondende fase.

Bestuurlijk & juridisch (ODA) De expertgroep adviseert de directeuren over diverse thema’s waaronder: - Voorbereiding bestuurlijke besluitvorming - Aanpassing mandaatregeling als gevolg van Omgevingswet - Vereenvoudiging van procedures - Samenwerking taskforce Omgevingswet BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu) ODNV) De bevoegdheid voor de BSBm is toebedeeld aan de directeuren van de omgevingsdiensten en wordt uitgevoerd door BOA’s. Binnen het stelsel was tot halverwege 2021 de coördinatie van de uitvoering van de BSBm’s en het aanspreekpunt voor het OM belegd bij omgevingsdienst Noord

16

1

Veluwe. Met het vertrek van de toenmalige directeur is deze taak overgedragen aan de directeur van de ODA, de uitvoering blijft bij Noord Veluwe. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken Begr. 2021 Na wijz. Baten Lasten Programmaplan Programma 4 Stelseltaken 104 814 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 0 Onvoorzien 0 Saldo van baten en lasten

Realisatie 2021 Baten Lasten

Saldo -710

83

0 0

Begr - rel Saldo

Saldo

542

-459

251

0 0

0 0

0 0

104

814

-710

83

542

-459

251

104

814

-710

83

542

-459

251

Mutaties reserves Resultaat

Voor een toelichting verwijzen wij u naar het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

1

17

VII. Programma 5 – Overige activiteiten en projecten Commissie van Aartsen Op 4 maart 2021 heeft de commissie van Aartsen het rapport “Om de leefomgeving” aan de demissionair staatsecretaris) aangeboden. De commissie doet tien aanbevelingen om te komen tot een toekomstvast, effectief, slagvaardig en toekomstgericht VTH-stelsel. Als gevolg van dit rapport zijn er begin september 2021 2 vervolgrapporten aangeboden. Het rapport “Omgevingsdiensten in beeld” geeft een verzameling en analyse van alle relevante data van alle omgevingsdiensten die bij de commissie van Aartsen nog niet meegenomen waren en het rapport “Juridisch onderzoek aanbevelingen Adviescommissie Vergunningverlening” geeft een wijze waarop de aanbevelingen vanuit de commissie van Aartsen wettelijk opgevolgd zouden kunnen worden. Als reactie op deze rapporten heeft de staatsecretaris van I&W in december een kamerbrief verstuurd over het overnemen van de aanbevelingen vanuit de commissie van Aartsen. Bovenstaande 3 rapporten en de kamerbrief zullen een belangrijke rol gaan spelen in de keuzes voor de toekomst ten aanzien van de omgevingsdiensten en de VTH taken in Nederland. Omgevingswet Nog steeds staat de datum 1 juli 2022 ter discussie.

Enerzijds vanwege de techniek (DSO), maar anderzijds ook vanwege de beschikbare middelen, tijd en vacatures die langdurig openstaan in het land bij zowel partners als ketenpartners. ODA bereidt zich samen met de (keten-)partners voor op de verschillende scenario’s door o.a.: o het oefenen met de Omgevingswet en de samenwerkingsafspraken binnen de Achterhoek; o het wijzigen van het productenboek gebaseerd op de Omgevingswet; o onderzoeken en adviseren over mogelijk te heffen milieuleges in de toekomst; o het beleidsneutraal omzetten van DVO/mandaat. Archiefbeheer De ODA bereidt zich samen met de DIV-collega’s van de partners en onze archiefinspecteur voor om de partners te ontzorgen in het beheren van het archief. De planning was om zo mogelijk al per 1 januari 2022 het archief in mandaat te beheren. Dit bleek echter te ambitieus. We willen alles goed voor elkaar hebben binnen de ODA voordat we het beheer overnemen en dat heeft meer tijd nodig waardoor de planning is uitgesteld. Externe bijdragen De ODA heeft buiten de reguliere taken bijdragen gerealiseerd voor in totaal € 224.000,-. Dit is de bijdrage na aftrek van externe kosten. Voor nadere toelichting zie jaarrekening onder baten en lasten; externe bijdragen.

18

1

VIII.

Financiële uitkomsten

1. Algemeen De Omgevingsdienst Achterhoek verkrijgt haar inkomsten hoofdzakelijk uit bijdragen van de deelnemende partners. Daarnaast kan zij opbrengsten verkrijgen buiten de deelnemende partners. 2. Financiële resultaten Onderstaand de financiële resultaten over 2021. Omschrijving

2020

2021

2021

Realisatie

Begroting

Realisatie

x € 1.000 LASTEN 1

Personele kosten/Inhuur en diensten derden

2

' 6.007

5.937

6.602

Organisatiekosten

557

643

641

3

Organisatieontwikkeling en SPP

47

105

35

4

Bovenregionale taken

651

813

542

5

Organisatie ondersteuning

656

630

567

6

Algemene lasten

0

64

0

7.918

8.192

8.387

Totaal Lasten BATEN 21

Bijdragen van derden

374

108

407

25

Bijdragen deelnemers

8.082 8.456

8.084 8.192

8.084 8.491

538

0

104

Totaal Baten Resultaat reguliere bedrijfsvoering Verrekening resultaat 26

Verrekening met deelnemers rekeningsaldo

495

27

Bijdrage/Onttrekking algemene reserve

-495 538

Gerealiseerde resultaat

-395 0

395 104

Het was voor de ODA een moeilijk jaar qua werkdruk en personele bezetting. We zien een toenemende vraag naar onze dienstverlening en producten en dat is mooi. Tegelijkertijd bereiden we ons volop voor met onze partners op de omgevingswet. In toenemende mate zien we ook dat het heel moeilijk is om geschikte mensen te vinden. In combinatie met meer uitval door ziekte richting einde van het jaar neemt de gevoelde werkdruk dan verder toe. Het gehele jaar is het beroep op externe inhuur groot om het werk weg te zetten en aan de termijnen te voldoen. Een bepaalde omvang aan een externe schil is goed en past ook bij onze filosofie maar te veel is niet een wenselijke situatie op de langere termijn. Met het zelf opleiden van trainees hopen we de afhankelijkheid richting externe inzet te beperken. Het leidt al met al wel tot een verhogend effect op de kosten: we maken extra kosten voor de externe inhuur en we maken extra kosten voor het opleiden van de trainees. Ondanks die stijging aan kosten, is het wel gelukt 2021 per saldo positief af te sluiten doordat we op andere kosten overhouden. Voor een nadere toelichting op de verschillende onderdelen wordt verwezen naar de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening.

19

1

IX. Paragrafen Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de Omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen

1.

Bedrijfsvoering

I-GO (informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten) De provincie heeft medio 2015 het initiatief genomen de informatievoorziening van, door en tussen de zeven omgevingsdiensten en de provincie te verbeteren. Dit is gebeurd door de ontwikkeling van een centrale Informatievoorziening (IGO). Inmiddels is I-GO in de beheerfase beland. Formatie en Personeel Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van de bezetting van de ODA tot en met 31 december 2021 (in aantallen fte). 31-12-2018

31-12-2019

31-12-2020

31-12-2021

69,4 fte

71,1 fte

70,6 fte

75,56 fte

2

De arbeidsmarkt is krap. Dat geldt ook voor het vakgebied milieu. In het laatste onderzoek van het UWV is terug te zien hoe kansrijk een carrière in de milieu-branche is. Tegelijkertijd is het aantal opleidingen dat zorgt voor nieuwe aanwas schaars. De kans op uitstroom van medewerkers is groter vanwege het grote (financieel aantrekkelijke) aanbod van banen buiten de overheid. Ook de Oda heeft dit jaar te maken gehad met een grotere uitstroom dan voorgaande jaren. De vacatures die ontstaan zijn met moeite in te vullen. Daarom is er gezocht naar creatieve mogelijkheden om te kunnen blijven voldoen aan de vraag van onze partners. Een van de voorbeelden is het zelf opleiden van medewerkers. In 2022 zijn er wederom 4 HBO geschoolde medewerkers gestart die we zelf opleiden tot milieu vergunningverleners/juristen. De werkprocessen worden continu opnieuw tegen het licht gehouden zodat (her)organisatie leidt tot het optimaal benutten van ieders capaciteit(en). Daarnaast zien we dat extra opdrachten vanuit de partners, met name op het gebied van specialisme een beroep doen op capaciteit. Om hierin te blijven voorzien is er extra capaciteit aangetrokken. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim percentage over 2021 is 5,41%. Dat is een behoorlijke toename ten opzichte van voorgaande jaren. Tevens hoger dan het landelijk gemiddelde, waar ook een stijging zichtbaar is.

De oorzaak van het verhoogde ziekteverzuimpercentage is voor een deel te wijten aan de hoge werkdruk die medewerkers ervaren. Hierdoor stijgt de kans op stress gerelateerde klachten. Daarnaast heeft de coronapandemie ervoor gezorgd dat ook de frequentie van het

20

aantal verzuimmeldingen is toegenomen. Meer medewerkers zijn kortdurend <7 dagen ziek geweest. Een waarschijnlijke oorzaak is ziekte als gevolg van een coronabesmetting. P&O: kwaliteitscriteria en e-portfolio Oda is in 2022 invulling blijven geven aan de KC 2.2. Voor de taken die de Oda uitvoert voor de partners is zij robuust. Dat houdt in dat aan de eisen die de KC 2.2. stelt wordt voldaan door; a. voldoende medewerkers in dienst te hebben die voldoen aan de KC 2.2. die gelden voor het betreffende deskundigheidsgebied. b. door van samenwerking met andere diensten uit het Gelders Stelsel c. externe partijen (inhuur). Opleiding omgevingswet In 2021 hebben alle medewerkers uit het Gelders Stelsel, dus ook van de Oda, een opleiding gevolgd in het kader van de Omgevingswet. Deze opleidingen zijn toegespitst op het vakgebied. Arbobeleid Het arbobeleid heeft in 2021 vooral in het teken gestaan van corona en het “zo veel mogelijk thuiswerken”. Dit leidde tot de aanschaf van verantwoorde thuiswerkplekken. Ook de mentale gevolgen van het thuiswerken zijn groot geweest. De Oda heeft continu, middels maatwerk, geprobeerd in te spelen op ieders behoefte. En binnen de ruimte van de coronamaatregelen een modus gevonden om te verbinden op afstand. Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) ondersteunende diensten Onderstaande partners verrichten voor ons de volgende ondersteunende diensten.

Partner

Ondersteunende dienst

Berkelland

Financiële administratie

Bronckhorst

Facilitaire zaken en huisvesting

Doetinchem

Informatisering en automatisering inclusief archief

Lochem

Personeels- en salarisadministratie

2

Om het verwachtingspatroon van de te leveren en te ontvangen diensten op elkaar af te stemmen, zijn hiervoor DVO’s afgesloten.

21

2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De wereld om ons heen verandert continu. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen de ODA geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit.

Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA.

2

Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

Groter dan 2,0

Uitstekend

B

Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0

Ruim voldoende

C

Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4

Voldoende

D

Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0

Matig

E

Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8

Onvoldoende

F

Kleiner dan 0,6

Ruim onvoldoende

22

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA is de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van twee posten berekend: • Post algemene lasten/onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit, begroting 2021: € 64.000). • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit, stand 1-1-2021: € 107.008). • Gedurende het jaar is conform AB-besluit een bedrag toegevoegd aan de algemene reserve als resultaat verrekening 2020. Hierdoor bedraagt de actuele algemene reserve € 150.427.

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:

Klasse 1 2 3 4 5

Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling: Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

Referentiebeeld

1

Zeer klein

10%

1 keer per 10 jaar of >

2

Klein

30%

1 keer per 5-10 jaar

3

Gemiddeld

50%

1 keer per 2-5 jaar

4

Groot

70%

1 keer per 1-2 jaar

5

Zeer groot

90%

1 keer per jaar of <

2

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten.

23

Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering. Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA.

Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de accountantscontrole en de accountantsverklaring. We schatten het (rest)risico op nihil. Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Het (rest)risico voor de ODA schatten we daarmee op nihil.

2

Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2021 is een nieuw onderhandelaarsakkoord in de maak tussen de VNG en de werknemersorganisaties wat zal resulteren in loonstijgingen in 2021 en 2022: per 1 december 2021 van 1,5% en per 1 april 2022 van 2,4%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risico drager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productie uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en 24

daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2021 bedraagt 5,4%. Dit ligt iets boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces. Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld). BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen.

Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein).

25

2

Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot). Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden.

Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil. Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein)

Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd.

26

2

Risico

Geschatte omvang

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Taakuitvoering Calamiteit bij bedrijf Rechtmatigheid Bezuinigingen bij de deelnemers Loon- en prijsontwikkelingen Eigen risico voor werknemersverzekeringen Ziekteverzuim Werkkostenregeling BTW Vennootschapsbelastingplicht Productenboek Automatisering Aanbestedingen Outputmodel Gelders Stelsel Omgevingswet Datalekken Totaal

Geschatte kans (in %)

€ 50.000 € 12.500 nihil nihil €0 € 137.500 € 50.000 € 50.000 € 12.500 nihil nihil € 50.000 € 12.500 € 137.500 € 50.000 € 12.500 €0 € 137.500

Financieel effect van de risico's

30% 10% 0 0 0% 50% 50% 50% 30%

30% 50% 10% 30% 70% 0% 10%

€ 15.000 € 1.250 €0 €0 €0 € 68.750 € 25.000 € 25.000 € 3.750 €0 €0 € 15.000 € 6.250 € 13.750 € 15.000 € 8.750 €0 € 13.750 € 211.250

In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o.i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 106.000.

Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, hebben we de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 106.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 214.000. (Per 31-12-2021 is € 150.000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de begroting 2021 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 64.000). Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit:

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit ------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

In bedragen: € 214.000 / € 106.000 = 2,0 Waarderingscijfer: D Betekenis: Ruim voldoende 27

2

Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is. Besloten is vorig jaar toe te voegen tot maximaal ruim voldoende factor 2. Daar gaan we nu net overheen doordat het bedrag voor onvoorzien is geïndexeerd.

Kengetallen en ratio’s Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient een aantal financiële kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen. Deze kengetallen dienen om een beter inzicht te bieden in de financiële positie van de ODA. Het overzicht bevat de volgende kengetallen. Verlooptabel Kengetallen en ratio’s in procenten Jaarverslag 2021 Kengetallen (in procenten)

Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Jaarrekening 2020 2021 2021 1a. Netto schuldquote -3 4 -5 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen -3 4 -5 2. Solvabiliteitsratio 25 9 17 3. Structurele exploitatieruimte -1 0 0 4. Grondexploitatie n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5. Belastingcapaciteit n.v.t. n.v.t. n.v.t. De netto schuld quote en de netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuld quote is conform begroot; we hebben iets meer uitzettingen dan schulden. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is in 2021 goed en dit hangt samen met positieve resultaat 2021 en de weer aangevulde reserves. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De meeste verschillen zijn van incidentele aard. Zie hiertoe het overzicht van de incidentele baten en lasten als onderdeel van de jaarrekening. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7669/documents/40418