Bijlage 2 Bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek 2020.pdf
Tekst van het document
4
Samenvatting en conclusies
Voor de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen is deze nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart opgesteld. Op deze bodemkwaliteitskaart wordt de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeenten weergegeven (ontgravingskwaliteit) als ook de toepassingseis als grond of gerijpte baggerspecie wordt toegepast. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen arseen, barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). In deze bodemkwaliteitskaart is de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte ter plaatse van de gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde gehalten met organochloorbestrijdinbgsmiddelen (OCB; -voormalige- boomgaard- en fruitteeltpercelen, voormalige- kassen et cetera) ook voor OCB vastgesteld. Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen opgesteld. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen.
Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de ongeroerde bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. In totaal zijn 23 bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie tabel 4.1 en de kaartbijlagen B2): • 12 bodemkwaliteitszones in de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte); • 9 bodemkwaliteitszones in de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). • 2 bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 mmv). De volgende locaties/gebieden zijn uitgesloten van deze bodemkwaliteitskaart. • Defensieterreinen (een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). • Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende 11 en verwerkende bedrijven12, inzet
11 12
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica.
25/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
• •
•
blusschuim13 en secundaire bronnen14; alleen voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen). Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat of het Waterschap Vallei en Veluwe of het Waterschap Rijn en IJssel) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
De onderstaande locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: • Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden, geasfalteerde wegen in het buitengebied met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’, inclusief onverharde bermen. • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een lokale bodemverontreiniging, maar niet voor PFAS-verbindingen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Niet alle uitgesloten locaties en gebieden zijn op de kaarten weergegeven. Soms vanwege het dynamische karakter van ene locatie/gebied en/of het relatief kleine oppervlak. Voorafgaand aan het grondverzet en het gebruik van de ontgravings- en/of toepassingskaart, moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen.
De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de bodemfunctieklassen, ontgravings- en toepassingskaart (respectievelijk de kaartbijlagen B1, B3 en B4). De verwachte ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de 80-percentielwaarden van de bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom '80P') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling én de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Voor de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bodemlaag 0-0,5 m-mv)’ is vanwege de statistische ‘scheve’ verdeling (zie figuur 3.1 in § 3.9), waarbij het gemiddelde (Gem.) hoger is dan de 80-percentielwaarde (80P), in overleg met de Werkgroep regio Achterhoek besloten deze bodemkwaliteitszone te karakteriseren op basis van de gemiddelde gehalten.
13
14
Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).
26/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
Tabel 4.1 Toepassingseisen (generiek kader van het besluit) per combinatie voorkomende bodemfunctie en verwachte ontgravingsklasse voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones.
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Wonen voor 1970 (8 gemeenten*)
Industrie Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur
Industrie Overig (8 gemeenten*)
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur Lochem: Wonen 1900-1945 Lochem: Overig wonen
Wonen Industrie Wonen Industrie
Lochem: Industrie
Wonen Landbouw/natuur Industrie
Lochem: Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Wonen voor 1945
Wonen Landbouw/natuur
Industrie
Industrie Zutphen: Wonen vanaf 1945
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-
Wonen
Landbouw/natuur $
Landbouw/natuur
Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie vanaf 1945 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie vanaf 1945 (overig gebied)
Industrie Wonen
Industrie Industrie
Landbouw/natuur Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Industrie $$
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie Wonen Landbouw/natuur
27/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Industrie Zutphen: Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
Gebieden met diffuus verhoogde
Industrie
gehalten aan bestrijdingsmiddelen
Wonen
(bodemlaag 0-0,5 m-mv)**
Landbouw/natuur
Industrie Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # Wonen voor 1970 (8 gemeenten*)
Industrie Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Landbouw/natuur Industrie
Overig (8 gemeenten*)
Wonen Landbouw/natuur Industrie
Lochem: Ondergrond
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945
Wonen Wonen Landbouw/natuur
Wonen
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-
Wonen
Landbouw/natuur $
Landbouw/natuur
Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied)
Industrie Wonen
Industrie
Landbouw/natuur Industrie
Landbouw/natuur Industrie $$
Industrie Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Industrie Zutphen: Industrie na 1970
Wonen
Landbouw/natuur $$$
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
28/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # Industrie Zutphen: Overig ondergrond
Wonen Wonen
Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## Wonen voor 1970 (8 gemeenten*)
Industrie Wonen Landbouw/natuur Industrie
Overig (8 gemeenten*)
Wonen Landbouw/natuur Industrie
Lochem: Ondergrond
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945
Wonen Wonen Landbouw/natuur
Wonen
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-
Wonen
Landbouw/natuur $
Landbouw/natuur
Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied)
Industrie Wonen
Industrie
Landbouw/natuur Industrie
Landbouw/natuur Industrie $$
Industrie Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Industrie Zutphen: Industrie na 1970
Wonen
Landbouw/natuur $$$
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur Industrie Zutphen: Overig ondergrond
Wonen Wonen
29/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Varieert
Landbouw/natuur@@
Bijzondere omstandigheden Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden
* ** # ## @ @@ $ $$ $$$
Industrie Wonen Landbouw/natuur
De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Voor de ligging van de percelen met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld boomgaard- en fruitteeltpercelen in de periode 1945-2000[11]) wordt verwezen naar de website www.topotijdreis.nl. De 80-percentielwaarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen en daarom niet onderzocht op deze stofgroep. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de generieke toepassingswaarden die zijn benoemd in het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de in de meest recente versie van de provinciale omgevingsverordening benoemde toepassingswaarden. Kwaliteitsklasse is gebaseerd op het in 2017 vastgestelde gebiedsspecifieke beleid[1] en de grootschalige herontwikkelingen met de bijbehorende ingrepen in dit gebied de afgelopen jaren. Kwaliteitsklasse is gebaseerd op de aangebrachte leeflaag om de saneringsdoelstelling voor stortplaats De Pol te behalen[1]. De 95-percentielwaarde voor arseen overschrijdt de interventiewaarde.
De sterk verhoogde arseengehalten hebben een natuurlijke oorzaak. In de nota bodembeheer wordt nader ingegaan op het hergebruik van nature arseenhoudende grond. Om deze reden is geen controle op het saneringscriterium uitgevoerd.
30/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
Bronvermeldingen [1]
[2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12]
[13]
Gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk: Bodemkwaliteitskaart regio Achterhoek, projectcode: 11K054, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 24 oktober 2011. Gemeente Lochem en Zutphen: Bodemkwaliteitskaart Regio Stedendriehoek, projectcode EP91-1, Witteveen+Bos, 16 juni 2010 Aanvulling op de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (gemeenten Lochem en Zutphen), projectcode: 101453, Witteveen+Bos, mei 2017. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399. Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS, kenmerk: IenW/BSK-2019/251123, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 29 november 2019. Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS, kenmerk: IENW/BSK-2020/126356, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 3 juli 2020. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Waterregeling, publicatie Staatscourant nr. 19353, 17 december 2009 en latere wijzigingen. Handreiking Achtergrondgehalten.
Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Bronswijk et al. (2003) en De Jong en Van der Hoek (2009), PBL/dec13; http://www.clo.nl/indicatoren/nl026405-bestrijdingsmiddelen-in-de-bodem. Bodemonderzoek in de gemeenten Lochem en Zutphen voor de bodemkwaliteitskaart regio Achterhoek, documentnummer: SOB011396.RAP003, Lievense Milieu B.V. | WSP, 5 oktober 2020. Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020.
31/31 — SOB011396 — Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart — SOB011396.RAP001 — 15 december 2020
Overzicht bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Selectie dataset Bijlage 3 Specificatie uitbijters Bijlage 4 A Statistische parameters organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB; waarden standaardbodem) Bijlage 4B Statistische parameters PFAS-verbindingen per bodemlaag/bodemkwaliteitszone (gemeten waarden) Bijlage 4C Statistische parameters andere stoffen per bodemkwaliteitszone (waarden standaardbodem)
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Overzicht bijlagen
Bijlage 1
Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 1/13
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: • Klasse Landbouw/natuur. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. De bodemkwaliteit is gebaseerd op de 80-percentielwaarde van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. De 80-percentielwaarde geeft meer betrouwbaarheid aan de te verwachten ontgravingsklasse in een zone. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten is het basispakket van toepassing.
De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 2/13
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: • Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn.
De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 3/13
Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
Aantal w aarne m inge n
Frequentieverdeling
140 120 100
50-perc gemiddelde
80
95-perc
60 40 20 0
Gehalten (mg/kg)
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 4/13
Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: (𝑃95 − 𝑃5) ℎ𝑒𝑡𝑒𝑟𝑜𝑔𝑒𝑛𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 = (𝑚𝑎𝑥𝑖𝑚𝑎𝑙𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑖𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑛𝑑𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013).
Lokale bron Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit, tenzij gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage B1).
Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 5/13
wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast.
De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de 80-percentielwaarde van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. De 80-percentielwaarde geeft meer betrouwbaarheid aan de te verwachten ontgravingsklasse in een zone. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: • Klasse Landbouw/natuur. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. • Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 6/13
Klasse Industrie: • De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. • De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: • De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grondbaggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsenaanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats.
Aan de hand van de aanvullende toetsing wordt vervolgens vastgesteld in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen. Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld. Daarnaast zijn hieronder twee voorbeelden uitgewerkt: Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: 1. Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de rapportagegrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 7/13
2. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de rapportagegrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingsnormen voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s. voor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassing van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS < voorlopige achtergrondwaarden voor PFAS) en in grondwaterbeschermingsgebieden. 3. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s. voor de overige PFAS is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde), dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s. voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: 1.
Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. 2. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg d.s.) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan. 3. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS) en onder de toepassingsnormen van 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld. 4. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7 µg/kg d.s.
voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 8/13
Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
√
n
stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem De toepassingskaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld.
@
Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Gemeentelijke toepassingseis @
Overig (Landbouw/natuur)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Wonen
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Industrie
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie Industrie Industrie De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de generieke toepassingswaarden die zijn benoemd in het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 9/13
Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden).
# @
Kwaliteit toe te passen grond #
Toepassingseis @
Toepassing toegestaan?
Wonen
Wonen
Ja
Industrie
Wonen
Nee
Landbouw/natuur
Wonen
Ja
Wonen
Industrie
Ja
Industrie
Industrie
Ja
Landbouw/natuur
Industrie
Ja
Wonen
Landbouw/natuur
Nee
Industrie
Landbouw/natuur
Nee
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ja
De 80-percentielwaarden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag 0-1,0 m-mv zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de generieke toepassingswaarden die zijn benoemd in het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-).
Stof
Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur)
Maximale waarden wonen**
Maximale waarden industrie
Arseen
20
27
76
Barium *
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Cadmium
0,60
1,2
4,3
Kobalt
15
35
190
Koper
40
54
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
Lood
50
210
530
Molybdeen
1,5
88
190
Nikkel *
35
39
100
Zink
140
200
720
Som PAK
1,5
6,8
40
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 10/13
Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur)
Stof
Maximale waarden wonen**
Maximale waarden industrie
Som PCB
0,02
0,04
0,5
Minerale olie
190
190
500
α-Endosulfan
'0,0009
'0,0009
0,1
Chloordan (som)
'0,002
'0,002
0,1
Drins (som 3)
'0,015
0,04
0,14
α-HCH
'0,001
'0,001
0,5
β-HCH
'0,002
'0,002
0,5
γ-HCH
'0,003
0,04
0,5
Heptachloor
'0,0007
'0,0007
0,1
Heptachloorepoxide (som)
'0,002
'0,002
0,1
DDT
0,2
0,2
1
DDD
0,02
0,84
34
DDE
0,1
0,13
1,3
0,4
0,4
0,5
Bestrijdingsmiddelen (som) PFOA zonder vastgestelde 15
0,0019
achtergrondwaarde Overige PFAS-verbindingen zonder
0,0014
vastgestelde achtergrondwaarde
*
PFOA
0,0019
0,007
Overige PFAS-verbindingen
0,0014
0,003
De normstelling in de regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.
Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer.
15
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 11/13
Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen) of de provincie (provinciale wegen) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten locaties en gebieden geldt het generieke kader van het Besluit. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage B1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is.
Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld. Wegberm Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs wegen in beheer van het waterschap en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter.
Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 12/13
Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 1 – 13/13
Bijlage 2
Selectie dataset De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt dat de meetgegevens niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Omdat naar verwachting de beschikbaar gekomen meetgegevens in de afgelopen 5 jaar niet afwijken van de meetresultaten die meer dan 5 jaar geleden beschikbaar zijn gekomen, zijn de meetgegevens van de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten gebruikt voor de dataset van deze bodemkwaliteitskaart. Dit geeft een nog betere onderbouwing van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit. De waarnemingen die ten tijde van de vorige bodemkwaliteitskaarten als uitbijter zijn uitgesloten, zijn ook uitgesloten in de nieuwe dataset. De dataset van de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaarten zijn verkregen uit de geregistreerde gegevens in de gemeentelijke bodeminformatiesystemen waarin zij haar bodeminformatie (laten) registreren en beheren. Uitgangssituatie De oude dataset van de bodemkwaliteitskaart regio Achterhoek (gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) bevat gegevens van 2000 tot en met mei 2011. De oude dataset bodemkwaliteitskaart regio Stedendriehoek (gemeenten Lochem en Zutphen) bevat gegevens van het standaard NEN 5740 stoffenpakket dat tot 1 juli 2008 is gehanteerd voor de periode 1999 t/m 2009.
De dataset voor de latere update voor de stoffen barium, kobalt, molybdeen en pcb was niet meer beschikbaar. Deze stoffen zijn daarom voor de onderzoeken uit deze periode aanvullend geselecteerd uit de gemeentelijke bodeminformatiesystemen (zie onderstaand). De data is geleverd op 6 mei 2020 voor alle gemeenten behalve Zutphen, waarvoor de data op 25 mei is nageleverd. Deze levering bleek later incompleet, daarom is nogmaals een export van Zutphen nageleverd op 30 juni; deze laatste geleverde data is gebruikt. De oude dataset van de bodemkwaliteitskaarten is aangevuld met gegevens van de: • Gemeente Aalten, vanaf 25 februari 2011. • Gemeente Berkelland, vanaf 15 december 2010. • Gemeente Bronckhorst, vanaf 1 februari 2011. • Gemeente Doetinchem, vanaf 20 juli 2010. • Gemeente Lochem, vanaf 1 januari 2010; barium, kobalt, molybdeen en pcb vanaf 2008. • Gemeente Montferland, vanaf 9 februari 2010. • Gemeente Oost-Gelre, vanaf 6 januari 2011. • Gemeente Oude IJsselstreek, vanaf 2 juli 2010. • Gemeente Winterswijk, vanaf 15 februari 2011. • Gemeente Zutphen, vanaf 1 januari 2010; barium, kobalt, molybdeen en pcb vanaf 2008 (vanaf 2017 registreetrt de gemeente deze stoffen structureel in haar bodeminformatiesysteem). Voor de OCB-monsters zijn alle beschikbare waarnemingen ongeacht datum gebruikt.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 2 – 1/6
Basis selectiecriteria • De volgende gegevens zijn niet geselecteerd: • Monsters met type slib/waterbodem of grondwater. • Analysemonsters waarvan de ligging niet bekend is (er zijn geen boorpunten ingetekend en het onderzoek en de locatie hebben geen geometrie). • Analysemonsters van onderzoeken zonder rapportdatum. • Analysemonsters zonder diepte, of met een gemiddelde diepte >2 m-mv. • Analysemonsters die zijn verzameld door bewezen malafide bedrijven Elementair of Bodemstaete • Analysemonsters waarvan de overige selectiecriteria (zie paragraaf hier onder) allemaal niet gevuld zijn, of waarvan tenminste één criterium als ‘niet geschikt’ is beoordeeld. • Analysemonsters met monsternaam die verwijst naar funderingsmateriaal of puin (FUN of PUIN, etc.). • Als sprake is van dubbele monsters is 1 van de 2 uit de dataset verwijderd. • Individuele waarnemingen met het gehalte 0 zijn uit de dataset verwijderd; dit kwam met name voor in PCB-gehalten, deze zijn voor zover mogelijk gecorrigeerd o.b.v. de individuele gehalten van de 7 losse PCB’s. Overige selectiecriteria Uit de onderzoeken zijn de representatieve, diffuse analysemonsters geselecteerd op basis van de invoervelden Type onderzoek en Aanleiding (bij onderzoek) en Status verontreiniging o.b.v. onderzoek en Vervolgactie Wbb (bij locatie).
In de tabellen op de volgende pagina’s is per selectieveld aangegeven wat de criteria zijn waarop de monsters zijn geselecteerd. Ernstige gevallen worden alleen meegenomen in de oudste zone van Zutphen, daar kan dit diffuus voorkomen. Alles met de optie ‘mogelijk’ is vooralsnog meegenomen om een zo groot mogelijke dataset op te bouwen. Blijken gehaltes echt af te wijken, dan vallen ze er bij de uitbijtercontrole alsnog uit. Plangebied Noorderhaven-Spoorzone Ter plaatse van het plangebied Noorderhaven-Spoorzone, op het zuidelijk deel van bedrijventerrein De Mars in de bodemkwaliteitszones ‘Zutphen: Industrie voor 1945’ heeft de afgelopen jaren een grootschalige ontwikkeling doorgemaakt. Ter plaatse van het plangebied Noorderhaven-Spoorzone is vanwege het opgestelde gebiedsspecifie beleid in 2017 zeer veel schone grond (kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)) toegepast[1]. Ook zijn verschillende historische gevallen van ernstige bodemverontreiniging gesaneerd. De geregistreerde gegevens in het bodeminformatiesysteem van de gemeente Zutphen geven vanwege deze ontwikkelingen de bodemkwaliteit niet meer representatief weer.
Als gevolg van de grootschalige herontwikkeling met de bijbehorende ingrepen ter plaatse van het plangebied Noorderhaven-Spoorzone is de bodemkwaliteitskaart aangepast naar de huidige situatie: kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000). Voormalige stortplaats Fort de Pol In het noordwestelijke deel van bedrijventerrein De Mars ligt de voormalige stortplaats Fort de Pol. De stortplaats is in verschillende fasen gesaneerd en herontwikkeld tot het huidige bedrijventerrein. Bij de sanering was het doel de locatie geschikt te maken voor
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 2 – 2/6
bedrijventerrein. Tijdens de sanering is een leeflaag aangebracht die bij de functie bedrijventerrein past: kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Als gevolg hiervan is de bodemkwaliteitskaart aanpast naar de huidige situatie: kwaliteitsklasse ‘Industrie’[1]. Aanleiding (onderzoek)
Geschikt BKK
(leeg)
mogelijk
Bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling
ja
BOOT
nee
Bouwvergunning
ja
Calamiteit
nee
Civieltechnisch
mogelijk
Eindsituatie
nee
ISV-programmering
ja
Landsdekkend
mogelijk
Nulsituatie
mogelijk
Omgevingsvergunning
ja
Onbekend
mogelijk
Onbekend / Transactie
ja
Transactie
ja
Vermoeden of melding verontreiniging
nee
Voorgaand
mogelijk
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 2 – 3/6
Type onderzoek
Geschikt BKK
(leeg)
mogelijk
(Na)zorgrapportage
nee
ASB - asbest onderzoek NEN 5707
nee
avr (aanvullend rapport)
ja
Bijzonder inventariserend onderzoek
nee
Bodemluchtonderzoek
nee
Bodemsanering bedrijven (BSB)
mogelijk
BOOT
nee
Bouwstoffenbesluit
mogelijk
Brf (briefrapport)
ja
Fax
ja
Historisch onderzoek
nee
Indicatief onderzoek
ja
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag
nee
Meldingsformulier BUS saneringsplan
nee
Monitoringsplan
nee
Monitoringsrapportage
nee
Nader onderzoek
mogelijk
Nazorgplan
nee
Nul- of Eindsituatieonderzoek
ja
Organisatiespecifiek onderzoek
mogelijk
Orienterend bodemonderzoek
ja
Partijkeuring grond
mogelijk
Plan van aanpak (voor onderhoudsbagger)
nee
Pre-HO
nee
Rapport conform de handleiding sanering waterbodems (AKWA 05.006)
nee
Sanerings evaluatie
nee
Sanerings onderzoek
nee
Saneringsplan
nee
Verkennend onderzoek NEN 5740
ja
Verkennend onderzoek NVN 5740
ja
Verkennend onderzoek stortplaatsen
nee
Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN 5720)
nee
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 2 – 4/6
Verontreinigingsstatus (locatie)*
Geschikt BKK
(leeg)
mogelijk
Ernstig, geen risico''s bepaald
nee, tenzij**
Ernstig, geen spoed
nee, tenzij**
Ernstig, niet urgent
nee, tenzij**
Ernstig, spoed, risico''s wegnemen en uiterlijk saneren voor 2015
nee
Ernstig, urgentie niet bepaald
nee, tenzij**
Niet ernstig
ja
Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
ja
Niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd
ja
Onverdacht/Niet verontreinigd
ja
Pot. verontreinigd
ja
Potentieel Ernstig
mogelijk
Potentieel Ernstig en Urgent
nee
Potentieel spoed
nee
Urgent, start san voor 2015
nee
Urgent, start sanering binnen 4 jaar
nee
Urgent, start sanering binnen 5-10 jaar
nee
* Alleen statussen van locaties waarbij onderzoeken aanwezig zijn ** Alleen mogelijk geschikt in de bebouwing voor 1945 van de gemeente Zutphen.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 2 – 5/6
Vervolgactie Wbb (locatie)*
Geschikt BKK
(leeg)
mogelijk
Hbb-cluster-inactief
nee
Monitoring
nee
Opstellen SP
nee
Registratie restverontreiniging
nee
Starten sanering
nee
Uitvoeren aanvullend NO
mogelijk
Uitvoeren aanvullend onderzoek
mogelijk
Uitvoeren aanvullend OO
mogelijk
Uitvoeren aanvullend SO
nee
Uitvoeren aanvullend SP
nee
Uitvoeren aanvullende sanering
nee
Uitvoeren aanvullende saneringsevaluatie
nee
Uitvoeren actieve nazorg
nee
Uitvoeren evaluatie
nee
Uitvoeren historisch onderzoek
nee
Uitvoeren NO
mogelijk
Uitvoeren OO
mogelijk
Uitvoeren SO
nee
Uitvoeren tijdelijke beveiliging
nee
Voldoende gesaneerd
nee
Voldoende onderzocht
ja
* Alleen vervolgacties van locaties waarbij onderzoeken aanwezig zijn
Verzamelen PFAS-meetgegevens Om meetgegevens te verzamelen voor PFAS-verbindingen zijn de al bekende bodemonderzoeken met analyseresultaten van PFAS-verbindingen toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Deze zijn door de gemeenten aangeleverd.
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 2 – 6/6
Bijlage 3
Specificatie uitbijters
Documentcode: SOB011396.RAP001 – Bijlage 3
Bijlage 3: Uitbijterlijst
Zone BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970
Gemeente Aalten Aalten Aalten Aalten Montferland
Locatienaam Peperstraat(trace)aalten Oranjestraatbredevoort Polstraat(trace)aalten Industriestraat5,9,11dinxperlo 's Heerenbergseweg 2
BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970 BG Wonen voor 1970
Montferland Montferland Montferland Montferland Oost-Gelre Oude IJsselstreek Oude IJsselstreek Oude IJsselstreek
Komweg - Lieve Vrouweplein Komweg - Lieve Vrouweplein Komweg - Lieve Vrouweplein Komweg - Lieve Vrouweplein Bonifatiushof Nieuwemarkt eo Lichtenvoorde Doetinchemseweg 33 Varsseveld Ir. Sassenstraat 48 Ulft Bongersstraat 20-22 Ulft
BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig
Aalten Aalten Aalten Aalten Berkelland Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst Bronckhorst
Misterstraat39bredevoort Misterstraat39bredevoort Hogeheurnsewegnabij2bdeheurne N318 Varsseveld-Aalten Haaksbergseweg 16, Gemavo Vordenseweg 72 7255LE Hengelo (Gld) Handwijzersdijk 4 7255MJ Hengelo Zelhemseweg 16 Hummelo Ruurloseweg 28 7251LK Vorden Raadhuisstraat 20 7255BN Hengelo (Gld) Fietspad Zutphen-Baak Fietspad Zutphen-Baak Fietspad Zutphen-Baak Fietspad Zutphen-Baak Ruurloseweg 64 7251LV Vorden N316 traject 128 N316 traject 128 N316 traject 128 Zutphenseweg 73-75 Vorden Zutphenseweg 73-75 Vorden Zutphenseweg 73-75 Vorden Broekweg 5 Hengelo Gld
BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig BG Overig
Bronckhorst Montferland Montferland Montferland Oost-Gelre Oude IJsselstreek
Ruurloseweg (tussen 52-54) Hengelo Plantsoensingel Zuid 4a-8 Friesickweg 2 Bergvredestraat 10 (Vink Kunststoffen) Vrakkinkweg 4 Groenlo Markenweg 7 te varsseveld
BG Overig
Oude IJsselstreek
Markenweg 7 te varsseveld
BG Overig
Oude IJsselstreek
VO Zwembad de Paasberg Terborgseveld 79 Silvolde
BG Overig BG Overig BG Lochem Wonen 1900-1945 BG Lochem Wonen 1900-1945 BG Lochem Wonen 1900-1945 BG Lochem Industrie na 1970 BG Lochem Industrie na 1970 BG Lochem Industrie na 1970 BG Lochem Industrie na 1970 BG Lochem Industrie na 1970 BG Lochem Industrie na 1970 BG Lochem Buitengebied BG Lochem Buitengebied BG Lochem Buitengebied BG Lochem Buitengebied BG Lochem Buitengebied BG Lochem Buitengebied
Oude IJsselstreek WinterswIJk Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem Lochem
HBB: Bulteman, J.E. Miltseweg 7 Hanekampweg 27-29 Burgemeester Leenstraat Albert Hahnweg Burgemeester Leenstraat Albert Hahnweg Burgemeester Leenstraat Albert Hahnweg Larenseweg 70 Larenseweg 70 Larenseweg 70 Larenseweg 70 Larenseweg 70 Larenseweg 70 Holterweg 49 Holterweg 49 Holterweg 49 Zwiepseweg 11 Laren IV Bielderweg 21, Kring van Dorth
BG Zutphen Wonen voor 1900 BG Zutphen Wonen voor 1900 BG Zutphen Wonen 1970-heden
Zutphen Zutphen Zutphen
Schoolstraat 43-45 Laarstraat 89 Sportpark Helbergen
BG Zutphen Wonen 1970-heden BG Zutphen Industrie voor 1945 BG Zutphen Industrie voor 1945
Zutphen Zutphen Zutphen
Schouwlaaksweg 2 Bolwerksweg 16 Bolwerksweg 16
Versiedatum: 27-8-2020
Onderzoeksnaam Pepe(trace) Oran Pols(zuid) Anho14 Verkennend bodemonderzoek 's-Heerenbergseweg 2-4a te Zeddam Komweg - Lieve Vrouweplein DI (VO Econsultancy 2010) Komweg - Lieve Vrouweplein DI (VO Econsultancy 2010) Komweg - Lieve Vrouweplein DI (VO Econsultancy 2010) Komweg - Lieve Vrouweplein DI (VO Econsultancy 2010) Bonifatiushof Nieuwemarkt (VO ikv BP) VO Achterterrein Doetinchemseweg 33 Ir. Sassenstraat 48 Ulft Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Bongersstraat 20-22 Ulft Mist39 Mist39 Hogeheurnabij 2b Bodemonderzoek N318 Varsseveld-Aalten traject 137 Haaksbergseweg 16-18 Vordenseweg 72 7255LE Hengelo (Gld) Handwijzersdijk 4 7255MJ Hengelo Zelhemseweg 16 Hummelo Ruurloseweg 28 7251LK Vorden Raadhuisstraat 20 7255BN Hengelo (Gld) Fietspad Zutphen-Baak Fietspad Zutphen-Baak Fietspad Zutphen-Baak Fietspad Zutphen-Baak Ruurloseweg 64 7251LV Vorden N316 traject 128 deellocatie 2 N316 traject 128 deellocatie 1 N316 traject 128 deellocatie 2 Zutphenseweg 73-75 Vorden (VO ikv RO) Zutphenseweg 73-75 Vorden (VO ikv RO) Zutphenseweg 73-75 Vorden (VO ikv RO) Verkennend odem en asestonderzoek Broekweg 5 te Hengelo
Rapportnummer 14126353 Onbekend 1215041 MT-17245 MT.15153
Rapportauteur Econsultancy Sita Tauw Rouwmaat Rouwmaat
Rapportdatum 13-3-2015 17-12-2012 29-3-2013 14-8-2017 29-4-2015
Monsternaam 3-1 308755-1-0 308720-1-0 2-2 M2
10025157 10025157 10025157 10025157 18205 5816001 901269 10065686
ECONSULTANCY ECONSULTANCY ECONSULTANCY ECONSULTANCY Rouwmaat Econsultancy bv Econsultancy bv
31-5-2010 31-5-2010 31-5-2010 31-5-2010 18-6-2018 16-2-2018 17-1-2014 8-10-2010
A06-1 MMA1 B06-1 MMB1 MMC01 MB-02 MM2 MMB3
15096089 15096089 0461001-144 1218908 2015-181 12035 MT.14183 212097ZH11 11106246 bro.hou.nen 11/017/vo)!d B01043.200808 B01043.200808 B01043.200808 B01043.200808 141674 60750238 60750238 60750238 P18-0365 P18-0365 P18-0365 MT-19085
Econsultancy Econsultancy Tauw TERRA Verhoeve Milieu Rouwmaat De Klinker Econsultancy Dumea B.V. Arcadis Arcadis Arcadis Arcadis de bondt Tauw Tauw Tauw BOOT organiserend in BOOT organiserend in BOOT organiserend in Rouwmaat
20-11-2015 20-11-2015 7-4-2020 19-2-2014 4-5-2016 19-6-2012 11-7-2014 20-7-2012 18-1-2012 10-12-2012 14-4-2011 14-4-2011 14-4-2011 14-4-2011 4-12-2014 17-12-2015 17-12-2015 17-12-2015 16-7-2018 16-7-2018 16-7-2018 4-4-2019
Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Rouwmaat KOBESSEN MILIEU B.V. Rouwmaat MWH
Ruurloseweg (tussen nr. 52 en 54) Hengelo 190150 Nader bodemonderzoek plantsoensingel zuid 4a-8 MT.15411 Verkennend onderzoek NEN 5740 2 P2017.02 Verkennend onderzoek overstortvijver, Econsultancy 2011 11085971 Vrakkinkweg 4 Groenlo 18426 Eindsituatie verkennend bodemonderzoek en evaluatieverslag M13A0355 Markenweg 7 te Varsseveld Eindsituatie verkennend bodemonderzoek en evaluatieverslag M13A0355 Markenweg 7 te Varsseveld Verkennend en nulsituatie bodemonderzoek Terborgseveld 79 14085960 Silvolde Verkennend bodemonderzoek Miltseweg 7 Gendringen MT.22081 Hanekampweg 27-29 15015054 VO, AV Burgemeester Leenstraat Albert Hahnweg 207088-10/R01 VO, AV Burgemeester Leenstraat Albert Hahnweg 207088-10/R01 VO, AV Burgemeester Leenstraat Albert Hahnweg 207088-10/R01 Larenseweg 70 10065665 Larenseweg 70 10065665 Larenseweg 70 10065665 Larenseweg 70 10065665 Larenseweg 70 10065665 Larenseweg 70 10065665 Holterweg 49 1912325 Holterweg 49 1912325 Holterweg 49 1912325 Zwiepseweg 11 1404144 Laren IV B01053.000094.0220 RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN Onbekend 5740 Bielderweg 21 - Kring van Dorth Schoolstraat 43 081120SZ.510 Verkennend Bodemonderzoek Laarstraat 89 K171911 Verkennend bodemonderzoek Sportpark Helbergen (Noordelijk 13055584 deel) Schouwlaaksweg 2, kinderboerderij 'de Schouw' 13015047 Bolwerksweg 16 R001-4722734LUA-baw-V01-NL Bolwerksweg 16 R001-4722734LUA-baw-V01-NL
Blz. 1/3
Reden fundering asfaltlaag asfaltlaag vml. Bedrijfsactiviteiten lokale verontreiniging
618-1 603-1 001-1 321184-237-0 BM1 2 MM6 6982674 MM1 MM1 MO07 MM02 MO12 MO10 MM001 MM3 MM2 MM2 M15.1 M13.1 M04.2 1
Stoffen PAK PAK PAK PAK Lood, Molybdeen PAK PAK Zink Zink PCB PAK PAK Molybdeen, Nikkel Zink Zink Koper PAK Molybdeen PCB Olie Molybdeen PCB Zink PCB PCB PAK, Olie PCB PCB Olie Olie Olie Lood Lood Lood Zink
14-5-2019 16-11-2015 22-1-2014 2-11-2011 17-9-2018 26-7-2013
MM-01 bovengrond 101-1 MMBG01 MMB1 MM01 Uitsplitsing bg WM-12
PAK PAK Koper Zink Koper Olie
lokale verontreiniging niet representatief niet representatief niet representatief na uitsplitsing niet meer aangetroffen sanering van lokale verontreiniging
MWH
26-7-2013
MM-bg-comp
Olie
sanering van lokale verontreiniging
Econsultancy bv
11-9-2014
MM1
PCB
niet representatief
Rouwmaat Econsultancy bv Envita Almelo B.V. Envita Almelo B.V. Envita Almelo B.V. Econsultancy bv Econsultancy bv Econsultancy bv Econsultancy bv Econsultancy bv Econsultancy bv van der Poel Milieu bv van der Poel Milieu bv van der Poel Milieu bv van der Poel Milieu bv Kruse Milieu