CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal, 1 juni 2021.pdf

beeldvormende raad 1 juli 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal1.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordeling varianten toekomst SAZA Topsporthal Aanleiding De gemeenteraad is op 25 februari 2021 akkoord gegaan met de overdracht van de SAZA-hal naar de gemeente. Daarbij heeft de raad, op basis van een analyse van de jaarrekeningen SAZA van de afgelopen jaren, incidenteel en structureel middelen beschikbaar gesteld om de SAZA-exploitatie een reëel perspectief te bieden richting een neutraal saldo. Aan de raad is toen meegegeven dat alleen de loonsomconsequenties van de overdracht van het personeel van stichting SAZA naar gemeente Doetinchem nog een risico vormen. Tijdens de daarop volgende besprekingen rond de arbeidsvoorwaarden tussen de medewerkers SAZA en de gemeentelijke afdeling P&O kwam naar voren dat deze loonsomconsequenties erg nadelig voor de SAZA-exploitatie zouden uitpakken op het moment dat deze medewerkers in dienst komen bij de gemeente. Dat houdt enerzijds verband met het loonsom perspectief dat het huidig SAZA-bestuur deze medewerkers heeft gegeven, anderzijds door een gemeentelijke bekostigingssystematiek in combinatie met CAO-verplichtingen. Denk daarbij aan verplichting tot pensioenafdracht, IKB, scholing- en opleidingsbudget en de systematiek van periodieken. Op jaarbasis zou er sprake zijn van een loonsomtoename van € 80.000, waarmee de SAZA-exploitatie belast zou worden.

Zou er daarnaast nog rekening zijn gehouden met een gemeentelijk overheadpercentage (bijvoorbeeld 20%) dan zouden de loonsomconsequenties nog nadeliger uitvallen: circa €120.000. Geconfronteerd met dat beeld is aan het Sportbedrijf gevraagd of deze loonsombedragen reëel zijn voor deze functies in de eigen sector. Het signaal dat wij kregen was negatief. Het Sportbedrijf gaf zelfs aan deze gemeentelijke medewerkers niet over te zullen nemen vanwege de rechten die deze medewerkers op dat moment zouden hebben. Op basis van een gemeentelijke loonsom wordt het loongebouw van het Sportbedrijf namelijk volledig scheef getrokken. Dit levert dan blijvende frictie op tussen de medewerkers met op dat moment een gemeentelijke achtergrond en de ‘gewone’ medewerkers van het Sportbedrijf. Op grond van dat signaal is ervoor gekozen om te onderzoeken of er een variant denkbaar is waarin medewerkers in dienst komen bij het Sportbedrijf op basis van een CAO die past bij de sector. Via een raadsmededeling is de aankondiging van dat onderzoek met de gemeenteraad gedeeld. Vervolgens is hiervoor een bestuursopdracht opgesteld, waarin de aanpak en de scope van dit onderzoek zijn vastgelegd. Dit rapport vormt de weerslag van dat onderzoek. Kern

Er zijn verschillende varianten denkbaar bij een overdracht van SAZA naar een nieuwe entiteit. Deze zijn: 1. De hal en de exploitatieverantwoordelijkheid gaan als geheel naar gemeente Doetinchem; 2. De hal en de exploitatieverantwoordelijkheid gaan als geheel naar het Sportbedrijf; 3. De hal gaat naar gemeente Doetinchem en de exploitatieverantwoordelijkheid gaat naar het Sportbedrijf;

1

Bij een beoordeling van de voor- en nadelen van elk van deze varianten zijn de volgende criteria –in willekeurige volgorde- van belang: a. b. c. d. e. f. g.

Een professionele werkomgeving toegerust voor deze specifieke taken en activiteiten; Loonsomconsequenties voor de exploitatie; Zekerheid voor personeel op langere termijn; Gemeentelijk grip op exploitatieresultaten; Instandhouding rulingafspraken met Belastingdienst met betrekking tot de BTW; Vermijden van overdrachtsbelasting; Synergievoordelen.

Naast deze criteria zijn er aandachtspunten of randvoorwaarden waarmee rekening moet worden gehouden bij een overdracht van hal en/of exploitatie naar een nieuwe entiteit: zekerheid voor huurders en gebruikers, het op zeker moment kunnen overleggen van een vrijwaring aan -het dechargeren- het huidige bestuur, de span of control van het Sportbedrijf dat nog maar kort geleden is opgericht, afspraken met particuliere crediteuren inzake hun leningen aan SAZA en het moment van overdracht in verband met afsluiting van boekjaren. Voor dat laatste geldt dat bij SAZA het boekjaar van 1 augustus t/m 31 juli loopt en bij het Sportbedrijf van 1 januari t/m 31 december. Hieronder volgt een beoordeling van de verschillende varianten aan de hand van de bovengenoemde criteria. Beoordeling van variant 1: De hal en de exploitatieverantwoordelijkheid gaan als geheel naar gemeente Doetinchem Criterium

Professionele passende werkomgeving

Loonsomconsequenties

Weging

--

--

Zekerheid personeel langere termijn --

gD grip op exploitatie

Ruling Belastingdienst

Vermijden overdrachtsbelasting

Synergie voordelen

++

++

++

--

Toelichting: De belangrijkste reden om in februari 2021 de gemeenteraad voor te stellen om als gemeente de hal en exploitatieverantwoordelijk naar zich toe te trekken was het in stand houden van de rulingafspraken met de Belastingdienst. Deze ruling gaat uit van het niet terugvorderen van BTW door de Belastingdienst. Daarbij gaat het om een in tijd afbouwend, terug te vorderen bedrag, dat nu nog circa € 300.000 bedraagt en op 1 januari 2023 is terug gelopen naar nul. Een andere reden om voor deze variant te gaan, was een maximale gemeentelijke sturing, zowel op hal als exploitatie. Daarnaast gold en geldt dat bij een gemeentelijk overname van de hal er geen sprake is van overdrachtsbelasting, zijnde 8% van de waarde van het onroerend goed (dit is getaxeerd op €6,570 mln.). De gemeente is namelijk van deze belasting vrijgesteld. Alle overige criteria vallen negatief uit voor deze variant. Vooral de (nu bekende) loonsomconsequenties vallen negatief uit. De exploitatie SAZA wordt extra belast met circa €80.000 en als daarbij ook nog een overheadpercentage van 20% wordt gerekend, is dit circa €120.000. Deze hoge loonkosten bieden voor de langere termijn weinig zekerheid voor het SAZA-personeel; het Sportbedrijf vindt dit loonsomplaatje niet houdbaar.

Daarnaast geldt nog dat de gemeentelijke organisatie minder toegerust is om een Topsporthal te exploiteren en – mede daardoor- het ontbreken van synergievoordelen. 2

Beoordeling van variant 2. De hal en de exploitatieverantwoordelijkheid gaan als geheel naar het Sportbedrijf Criterium

Professionele passende werkomgeving

Loonsomconsequenties

Weging

++

-

Zekerheid personeel langere termijn ++

gD grip op exploitatie

Ruling Belastingdienst

Vermijden overdrachtsbelasting

Synergie voordelen

+

--

--

++

Toelichting: In deze variant zien we dat de criteria die negatief uitpakken in variant 1 hier juist positief uitpakken. De negatieve loonsomconsequenties voor de SAZA-exploitatie zijn minder groot, circa €60.000. Dit levert op lange termijn meer zekerheid op voor het zittende personeel. Bovendien is er sprake van inpassing in een entiteit die juist het beheer en de exploitatie van sportvoorzieningen als kernactiviteiten heeft. Binnen die entiteit –het Sportbedrijf- kan actief gestuurd worden op synergievoordelen rond inkoop, inzet personeel, beheer en onderhoud, etc. In deze variant vindt gemeentelijke sturing enerzijds plaats op basis van een dienstverleningsovereenkomst en anderzijds via het gemeentelijk aandeelhouderschap. Het nadeel van deze variant zit hem echter in de belastingsfeer. De rulingafspraken met de Belastingdienst vervallen en ook is overdrachtsbelasting aan de orde. Dit zijn grote eenmalige kosten waarmee geen rekening is gehouden: circa €300.000 vanwege de ruling, circa €500.000 vanwege overdrachtsbelasting. Beoordeling van variant 3. De hal gaat naar gemeente Doetinchem en de exploitatieverantwoordelijkheid gaat naar het Sportbedrijf Criterium

Professionele passende werkomgeving

Loonsomconsequenties

Weging

++

-

Zekerheid personeel langere termijn ++

gD grip op exploitatie

Ruling Belastingdienst

Vermijden overdrachtsbelasting

Synergie voordelen

+

--

++

++

Toelichting: In deze variant zien we een aantal van dezelfde voordelen als in variant 2. Ook hier geldt dat de negatieve loonsomconsequenties voor de SAZA-exploitatie minder groot zijn (circa €60.000). Daarmee is de zekerheid op langere termijn voor het personeel geborgd. En ook hier is dus sprake van inpassing in een entiteit –het Sportbedrijf- dat beheer en exploitatie van sportvoorzieningen als kernactiviteiten kent. Daarbij kan datzelfde Sportbedrijf volop sturen op synergievoordelen rond inkoop, inzet personeel, beheer en onderhoud, etc. Ook nu is gemeentelijke sturing via een dienstverleningsovereenkomst en aandeelhouderschap aan de orde. In vergelijking met de tweede variant is hier géén sprake van overdrachtsbelasting; daarvan zijn we als gemeente immers vrijgesteld. Blijft staan dat de ruling met de Belastingdienst nagenoeg zeker zal vervallen. Deze is namelijk gebaseerd op een wettelijke regeling die wel geldt voor gemeenten, maar niet voor een overheid BV.

3

Voorlopige conclusie Bij een onderlinge weging gaat de voorkeur naar variant 3. Deze variant heeft als enig nadeel het moeten loslaten van de ruling met de Belastingdienst. Alle andere criteria pakken positief of minder negatief uit. Is er een creatief construct van variant 3 denkbaar, rekening houden met de ruling afspraken?

Nadat op deze manier het beoogde eindplaatje is uitgekristalliseerd, is gekeken of er creatieve constructen denkbaar zijn, waarbij de negatieve effecten van de rulingafspraak met de Belastingdienst vermeden kunnen worden of zelfs geëlimineerd. Deze creatieve oplossingen zijn samen met het huidige SAZA-bestuur verkend. Dit omdat zo’n creatieve oplossing alleen denkbaar is als beide partijen –de latende en de ontvangende entiteit- zich in zo’n construct kunnen vinden. Grofweg zijn er twee constructen denkbaar. Het eerste is dat de huidige Stichting SAZA overgaat in een BV, die verantwoordelijk wordt voor hal en exploitatie. In deze BV moet de gemeentelijke invloed en die van het Sportbedrijf geborgd worden. Alle verantwoordelijkheden gaan dan van rechtswege over op die BV. Nadat de Stichting is omgezet in een BV kan deze BV op zakelijke gronden fuseren met de BV Sportbedrijf, bijvoorbeeld op 1 januari 2023. Op deze manier doet de tijd zijn werk inzake de ruling met de Belastingdienst. Het tweede is eenvoudiger en eenduidiger. Dit construct gaat ervan uit dat met ingang van 31 juli a.s. het huidig stichtingsbestuur zich terugtrekt en in principe decharge wordt verleend, maar de Stichting wordt gecontinueerd. In dit construct vormt een afvaardiging van of namens het Sportbedrijf het nieuwe stichtingsbestuur.

Doordat de hal niet wordt overgedragen speelt de problematiek van de overdrachtsbelasting niet. Verder blijft de ruling met de Belastingdienst intact. Het nieuwe stichtingsbestuur kan die zaken oppakken die van belang zijn, waaronder het inpassen van medewerkers SAZA in de CAO voor het Sportbedrijf. De gemeentelijke invloed is indirect, namelijk via het Sportbedrijf. Met een aanpassing in de dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en Sportbedrijf wordt geborgd dat a. de exploitatie van de SAZA Topsporthal zich richt naar de inhoudelijke en financiële kaders die de gemeente stelt, en b. dat de hal op 1-1-2023 in eigendom overgaat naar de gemeente. Ondertussen kan gewerkt worden aan synergie en integratie tussen SAZA Topsporthal en Sportbedrijf. Het eigendom van de hal blijft dan voorlopig bij de Stichting en gaat over naar gemeente op 1 januari 2023, het moment waarop de hal zonder BTW consequenties kan worden overgedragen.

Eric Wijnroks, 1 juni 2021

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7464/documents/37383