CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Spoorzone Doetinchem.pdf

beeldvormende raad 21 mei 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Beeldkwaliteitsplan Spoorzone15.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SPOORZONE DOETINCHEM BEELDKWALITEITSPLAN 16 april 2026

Inhoud 1. INLEIDING

6

Colofon

1.1 Introductie Spoorzone Doetinchem 1.2 Beeldkwaliteitsplan 1.3 Kwaliteitsborging 1.4 Gebiedsprogramma Spoorzone

Opdrachtgever Gemeente Doetinchem

2. IDENTITEIT VAN DE SPOORZONE

14

3. RUIMTELIJK RAAMWERK

22

BEELDKWALITEITSPLAN SPOORZONE DOETINCHEM

6 8 9 10

2.1 Een stuk stad met herkenbare eigenheid 2.2 Kernwaarden beeldkwaliteit

Opsteller Beeldkwaliteitsplan Karres en Brands en Gemeente Doetinchem

3.0 Ruimtelijk raamwerk Spoorzone 3.1 Landschap 3.1.1 Herkenbaar Oude IJssellandschap 3.1.2 Water tot in de vezel 3.1.3 Robuust groen en ecologische waarde 3.2 Openbare ruimte 3.2.1 Fijnmazig stratenpatroon 3.2.2 Verblijfs- en ontmoetingsplekken 3.2.3 Elk plein, een ander karakter 3.2.4 Verharding, straatmeubilair en lichtkwaliteit

April 2026

4. BEELDKWALITEIT

Copyrighthouder Alle afbeeldingen zijn gecontroleerd op auteursrechten en waar mogelijk is de copyrighthouder benoemd. Als u toch beelden herkent die onrechtmatig zijn gebruikt, verzoeken wij u contact met ons op te nemen, zodat we dit bij een eventuele herdruk kunnen aanpassen. Niets uit deze uitgave mag in welke vorm dan ook worden gereproduceerd of vermenigvuldigd zonder voorafgaande toestemming van Karres en Brands of de gemeente Doetinchem. Kaarten en illustraties De kaarten en illustraties (o.a. schema’s) in deze publicatie zijn afkomstig van Karres en Brands en de gemeente Doetinchem. Fotografie Tenzij anders vermeld, zijn de foto’s in deze publicatie afkomstig uit de beeldbank van Karres en Brands en de gemeente Doetinchem.

15 16

24 28 28 30 32 34 34 42 44 54

56

4.1 Generieke beeldkwaliteit 4.1.1 Eigen en uniek karakter 4.1.2 Erfgoed als drager 4.1.3 Getrapte volumeopbouw 4.1.4 Korrelgrootte en hoekoplossingen 4.1.5 Doetinchems samengesteld bouwblok 4.1.6 Overgangen publiek-privé-collectief 4.1.7 Samenhangend gevelbeeld 4.1.8 Balkons en loggia's 4.1.9 Plinten, entrees en doorsteken 4.1.10 Bergingen, fietsenstallingen en technische ruimtes 4.1.11 Groene en toegankelijke binnentuinen 4.1.12 Multifunctioneel daklandschap 4.1.13 Verfijnde detaillering 4.1.14 Materiaal en kleur 4.1.15 Hout en biobased bouwen 4.1.16 Natuurinclusief, klimaatbestendig bouwen 4.1.17 Parkeerpanden en mobiliteitshub

58 62 68 70 72 74 76 80 82 84 86 88 90 92 94 98 100 102

4.2 Gebiedsgerichte beeldkwaliteit 4.2.1 Ambachtelijke stedelijkheid 4.2.2 Stationskwartier 4.2.3 Oude IJsseloevers 4.2.4 Werken en leren

104 108 114 120 126

Beeldverantwoording 132

2

3

Samenvatting

SPOORZONE OPENT STAD EN ACHTERHOEK! Een nieuw hoofdstuk in de stad. Tussen de binnenstad, het station en de Oude IJssel ontstaat een nieuw en levendig stadsdeel. Hier komen wonen, werken, leren en ontmoeten samen in een gebied dat voortbouwt op zijn industriële verleden. De Spoorzone behoudt haar bedrijvige, ambachtelijke karakter en krijgt tegelijk een eigentijdse invulling met nieuwe woonvormen, creatieve werkplekken en innovatieve bedrijven. De ontwikkeling verrijkt Doetinchem en versterkt de stad als centrum van de Achterhoek. De Spoorzone is geen los project, maar een volgende stap in de stedelijke ontwikkeling langs de Oude IJssel. Een wijk die past bij de Doetinchemse mentaliteit: nuchter, sociaal en met vakmanschap gebouwd.

SPOORZONE DOETINCHEM

4

5

Binnenstad

1. INLEIDING

Hamburgerbroek

De Spoorzone Doetinchem is het grootste binnenstedelijke ontwikkelgebied van de stad. Tussen binnenstad, station en Oude IJssel ontstaat een nieuw stuk stad waar wonen, werken, leren en ontmoeten samenkomen. Het gebied vormt de nieuwe entree van Doetinchem en versterkt de relatie tussen stad en rivier. De Structuurschets Spoorzone Doetinchem (2023) bepaalt de koers: een levendige, groene en duurzame stadswijk met een eigen identiteit, geworteld in de bestaande stad en geïnspireerd door het industriële verleden. Dit beeldkwaliteitsplan vertaalt die visie naar concrete richtlijnen voor architectuur en ruimtelijke kwaliteit.

“Spoorzone Doetinchem verbindt beide zijden van het spoor, zowel fysiek als mentaal”

Iseldoks

Station

Terborgseweg

Oude IJssel Verheulsweide

1.1 Introductie Spoorzone Doetinchem Centrumstad van de Achterhoek

Spoorzone in de context

De identiteit van de Spoorzone is geworteld in het spoor, de rivier en het industriële verleden. Karakteristieke loodsen, robuuste structuren en het ritme van de maakstad vormen inspiratie voor een stoer en ambachtelijk stadsdeel met ruimte voor innovatie. Het verleden blijft zichtbaar, maar krijgt een eigentijdse vertaling in een moderne en duurzame stedelijke omgeving.

De Spoorzone markeert een nieuwe fase in de ontwikkeling van Doetinchem als centrumstad van de Achterhoek. Het gebied ligt strategisch tussen binnenstad, station en Oude IJssel en vormt de schakel tussen stad en rivier. Waar vroeger werd gewerkt en vervoerd, ontstaat nu een gemengd en toekomstgericht stadsdeel. Een verouderd bedrijventerrein transformeert naar een groene, compacte en levendige stadswijk waarin wonen, werken, leren en ontmoeten samenkomen. De ontwikkeling versterkt de bestaande binnenstad en breidt het centrumgebied uit richting de Oude IJssel.

Met de toevoeging van circa 4.000 tot 5.700 woningen, ruimte voor werkgelegenheid, onderwijs en maatschappelijke voorzieningen draagt de Spoorzone bij aan een sterke en complete stad. Dankzij de goede bereikbaarheid per trein, fiets en auto ontwikkelt het gebied zich tot een herkenbare entree van Doetinchem en een belangrijk knooppunt in de regio. De Spoorzone is daarmee geen los project, maar een logische volgende stap in de ontwikkeling van de stad langs de Oude IJssel.

6

7

1.2 Beeldkwaliteitsplan

1.3 Kwaliteitsborging

Het beeldkwaliteitsplan

Opbouw van dit document

Proces en kwaliteitsborging

De Spoorzone is een gebied in transitie. Dit beeldkwaliteitsplan geeft richting aan de ruimtelijke en architectonische uitwerking van deze ontwikkeling. Het plan beschrijft de identiteit, de samenhang en de ruimtelijke kwaliteit van het nieuwe stadsdeel.

Het beeldkwaliteitsplan biedt houvast aan ontwikkelaars, ontwerpers en architecten bij de uitwerking van plannen binnen de Spoorzone. Het document is opgebouwd uit vier onderdelen:

De ontwikkeling van de Spoorzone vindt plaats binnen samenhangende kwaliteitskaders. Het Integrale Ontwikkelkompas Spoorzone vormt daarbij de leidraad voor alle ontwikkelingen en bevat een integrale afweging van ruimtelijke, programmatische, economische en sociale thema’s. De Structuurschets geeft de visie op hoofdlijnen weer, terwijl het Gebiedsprogramma deze verder programmatisch en stedenbouwkundig uitwerkt. Dit beeldkwaliteitsplan (BKP) vormt vervolgens de nadere uitwerking op esthetisch en architectonisch niveau. Samen vormen deze documenten het inhoudelijke kader voor de beoordeling van initiatieven, waarbij de samenhang en kwaliteit van de Spoorzone centraal staan.

Leeswijzer 1. Inleiding – aanleiding, context en doel van het beeldkwaliteitsplan. 2. Identiteit – kernwaarden van Doetinchem en hun vertaling naar ontwerpprincipes. 3. Ruimtelijk raamwerk – structuur van routes, groen, water en openbare ruimte. 4. Beeldkwaliteit 4.1 Generieke beeldkwaliteit – algemene richtlijnen voor architectuur, massa en materiaalgebruik. 4.2 Gebiedsgerichte beeldkwaliteit – uitwerking per deelgebied.

Waar het Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem de functionele en programmatische uitgangspunten vastlegt — wat er wordt ontwikkeld en waar — geeft dit beeldkwaliteitsplan aan hoe de ontwikkeling vorm krijgt in architectuur, openbare ruimte en materialisatie. Het plan zorgt voor samenhang tussen de verschillende deelgebieden en bewaakt de balans tussen eenheid en variatie. Individuele gebouwen krijgen ruimte voor expressie, maar dragen altijd bij aan een herkenbaar en samenhangend geheel. Zo ontstaat een wijk die divers is, maar onmiskenbaar Doetinchems.

Status van het beeldkwaliteitsplan Het beeldkwaliteitsplan heeft een formele status en vormt het toetsingskader voor de beoordeling van bouwplannen binnen het plangebied. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het beeldkwaliteitsplan op juridisch juiste wijze verankerd. Dit kan door het plan als bijlage toe te voegen aan de welstandsnota of door integratie in het omgevingsplan, afhankelijk van de gekozen juridische route. In beide gevallen geldt het plan als beoordelingskader bij aanvragen voor omgevingsvergunningen. De uitgangspunten en richtlijnen in dit document zijn bindend bij de welstandstoets. Nieuwe ontwikkelingen worden beoordeeld op hun bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit, samenhang en identiteit van de Spoorzone.

4. Gebiedsgerichte beeldkwaliteit

3. Generieke beeldkwaliteit

2. Openbare ruimte

Het BKP biedt ruimte voor eigentijdse uitwerking, innovatie en maatwerk. Initiatieven worden integraal beoordeeld op hun bijdrage aan de ambities van de Spoorzone, waarbij de ontwikkelprincipes en esthetische uitgangspunten richtinggevend zijn, maar worden toegepast met oog voor context en ontwikkelfase. Wanneer in de praktijk spanningen ontstaan tussen uitgangspunten, kan het Q-team in zijn advies terugvallen op het Integrale Ontwikkelkompas, zodat de beoordeling altijd plaatsvindt in samenhang met de brede gebiedsambities en veranderende ontwikkelomstandigheden.

De kwaliteitscoördinatie namens de gemeente ligt bij een nog in te voeren kwaliteitsteam (Q-team). Dit team vervult een adviserende rol bij nieuwe initiatieven, tenders en planontwikkeling en wordt vroegtijdig betrokken in het proces. Het Q-team is verantwoordelijk voor de lange termijn samenhang en kwaliteit van de Spoorzone en beoordeelt plannen in alle ontwikkelfasen, van eerste concepten en tenders tot en met VO, DO en vergunningaanvraag. Daarbij wordt integraal gekeken naar ruimtelijke, programmatische, duurzame en sociale kwaliteit, in samenhang met de context en aangrenzende ontwikkelingen.

Het vastgestelde plan wordt openbaar gemaakt en gepubliceerd via de gemeentelijke website en de daarvoor bestemde officiële kanalen.

1. Landschap

Het Q-team vormt daarmee de inhoudelijke schakel in de kwaliteitsborging, waarin architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit wordt verbonden met programmatische en maatschappelijke afwegingen. De exacte positionering ten opzichte van de welstandscommissie en de interne omgevingskamer wordt nog nader uitgewerkt.

Het college van burgemeester en wethouders besluit op basis van het advies van het Q-team en de integrale afweging over de toepassing van het BKP in concrete gevallen en kan daarbij gemotiveerd afwijken indien dit past binnen de doelstellingen van de Spoorzone.

Gebiedsprogramma

Omgevingsplan

Visie en hoofdopzet

Gebruiks- en bouwmogelijkheden

Beeldkwaliteitsplan Criteria en kwaliteitseisen

Matenplan

Samenhang binnen de Spoorzone Doetinchem

Ambitiewijzer Spelregels

8

Processchema 9

1.4 Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem

“Een bruisende spoorzone als toegangspoort van Doetinchem waarin functies elkaar versterken.”

Het Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem vormt het programmatische kader voor de ontwikkeling van de Spoorzone. Het vertaalt de ambities uit de Structuurschets naar concrete opgaven, maatregelen en investeringen voor de komende jaren. In het programma is vastgelegd welke functies mogelijk worden gemaakt en hoe de ontwikkeling gefaseerd plaatsvindt. De kern bestaat uit twaalf samenhangende bouwstenen voor onder meer groen, mobiliteit, water, wonen, werken, cultuur en voorzieningen. Samen geven zij richting aan de transformatie tot een volwaardig stadsdeel. Het beeldkwaliteitsplan sluit hierop aan. Waar het Gebiedsprogramma bepaalt wat wordt ontwikkeld, beschrijft het beeldkwaliteitsplan hoe dit ruimtelijk en architectonisch vorm krijgt. Zo versterken beide documenten elkaar. Voor een nadere toelichting op de twaalf bouwstenen wordt verwezen naar het Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem.

Gezonde en groene leefomgeving

Doetinchemse stedelijkheid

1. Robuust landschappelijk raamwerk

12. Een gemengde en ondernemende stad

2. Waterrobuust en klimaatbestendig

11. Naoberschap

3. Cultuurhistorie in de etalage

10. Doetinchemse maat en schaal

4. Energieneutraal en circulaire bouwen

9. Aantrekkelijke en verbonden openbare ruimte

8. Station als herkenbaar visitekaartje van stad en regio

5. De mens als startpunt

7. Slimme logistiek en autostructuur

6. Optimaal mobiliteitsknooppunt

Menselijke mobiliteit 10

11

Voorbeelduitwerking

Legenda

Hiernaast is voorbeeldverkaveling weergegeven zoals opgenomen in het gebiedsprogramma. De tekening laat een mogelijke invulling zien. Op basis van deze tekening is een indicatie van de programmatische ruimte berekend. Er blijkt dat er tot 2036 ruimte is voor een toevoeging van ongeveer: • • • • • • •

Parken Park met wadi Groen in de straten Groenstructuur in de omgeving Multifunctionele daken Karaktervolle gebouwen Gemeentelijke monumenten Pleinen Wegen

1.600 - 2.200 woningen 70.000 - 90.000 m2 bvo werken (2.000 - 3.000 arbeidsplaatsen) 20.000 - 30.000 m2 bvo maatschappelijk 1.000 - 2.000 m2 bvo cultuur 4.000 - 5.000 m2 bvo commercieel 45.000 m2 openbaar groen 1.000 bomen

Voetpaden Voetgangersverbinding over het spoor Fietsroutes Boardwalk aan de Oude IJssel Flaneersteiger Nieuwe bebouwing Potentiële ontwikkellocatie buiten plangebied Spoorzone Ontwikkelvelden Binnentuinen Cultureel/maatschappelijke functie Treinstation Treinplatform

Naast de realisatie van een flinke hoeveelheid groen is er voldoende ruimte voor nieuwe pleinen, water en nieuwe (fiets) verbindingen. Hiermee levert de Spoorzone een belangrijke bijdrage aan de bouwopgave in de stad en de regio.

Treinspoor

HUB

Onderzoek mobiliteitshub

HUB

Onderzoek logistieke hub Onderzoek smart hub

P

Indicatieve locaties buurtparkeerhub Fietsenstalling Busstation Taxistandplaats Waterrecreatie Stimuleren biodiversiteit Plantsoen / park Voedseltuin / ontmoeting Speelplaats Museum / culturele voorziening Onderzoeken voorziening lange termijn Kerk Bibliotheek Gezondheidscentrum / maatschappelijke functies Basisschool / onderwijs

Kantoren / dienstverlening Werkplaats / ambachten Innovatieve bedrijvigheid Hoogwaardige maakbedrijven Bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.1 sportschool / beweging Kinderdagverblijf / onderwijs Kleinschalige detailhandel / speciaalzaken Horeca / speciaalzaken Kas / bijzondere functie

Voorbeeldverkaveling Spoorzone Doetinchem 2036 12

13

2. IDENTITEIT VAN DE SPOORZONE Tussen de binnenstad, het station en de Oude IJssel groeit een nieuw en levendig stadsdeel: een plek waar mensen kunnen wonen, werken, leren en ontspannen. Het gebied blijft een plek van bedrijvigheid en ambacht, maar krijgt een hedendaagse invulling waarin nieuwe woonvormen, creatieve werkplekken en innovatieve bedrijven samenkomen. De ontwikkeling van dit gebied is een verrijking van de stad. Het maakt Doetinchem completer, moderner en aantrekkelijker, terwijl het de eigen identiteit versterkt: nuchter, sociaal en met vakmanschap. De Spoorzone is geen op zichzelf staand project, maar een nieuw hoofdstuk in de stad aan de Oude IJssel. 14

“Waar stadse energie en Achterhoekse gemoedelijkheid samenkomen” Woonvisie Gemeente Doetinchem

2.1 Een stuk stad met herkenbare eigenheid De Spoorzone ontwikkelt zich tot een nieuw stadsdeel met een duidelijke en herkenbare identiteit. Het gebied krijgt een stedelijk karakter dat past bij de centrale ligging in de stad, maar blijft verbonden met de Doetinchemse waarden van vakmanschap, nuchterheid en zorg voor de leefomgeving. In de Spoorzone komen verschillende functies samen, waardoor een gemengd en toekomstbestendig stedelijk milieu ontstaat.

Innovatie wordt zichtbaar in architectuur en openbare ruimte, en voelbaar in het dagelijks gebruik. De samenwerking met de Cirkelregio Achterhoek zorgt voor een sterke verbinding tussen kennis, ambacht en nieuwe technieken. Het gebruik van natuurlijke materialen, het hergebruiken van bestaande structuren en de toepassing van houtbouw geven de Spoorzone een warme, herkenbare uitstraling. Deze aanpak sluit aan bij de Doetinchemse traditie van maken en past bij de ligging aan de Oude IJssel. Zo groeit een stadsdeel dat vernieuwend is en tegelijk stevig geworteld blijft in de identiteit van de stad.

De Spoorzone wordt een voorbeeldgebied voor toekomstgericht bouwen in de Achterhoek. Biobased en circulaire bouwmethoden, houtbouw en duurzame energie krijgen hier een prominente rol. 15

2.2 Kernwaarden beeldkwaliteit De kernwaarden vormen de basis voor de identiteit van de Spoorzone. Ze geven richting aan hoe we bouwen, inrichten en samenleven in dit nieuwe stadsdeel. Elke kernwaarde vertaalt een onderdeel van de Doetinchemse mentaliteit naar een concreet ontwerpprincipe: vakmanschap in materiaal en detail, naoberschap in ontmoeting, innovatie in circulair en biobased bouwen, natuurlijkheid in groen en water, en een warm welkom in de inrichting van straten en plekken.

WARM WELKOM

WARM WELKOM

Samen zorgen deze kernwaarden voor een herkenbare en toekomstgerichte wijk die past bij Doetinchem en ruimte biedt aan vernieuwing.

NATUURLIJK DOETINCHEM

NAOBERSCHAP

VAKMANSCHAP

INNOVATIE EN EXPERIMENT

We maken plekken die vanaf het eerste moment goed aanvoelen. Plekken waar jong en oud zich thuis voelen, waar starters hun eerste woning vinden en waar senioren prettig en veilig kunnen wonen. Waar kinderen spelen, buren elkaar groeten en mensen elkaar echt zien. We ontwerpen open, lichte en toegankelijke omgevingen met veel groen en een duidelijke menselijke maat. Straten, pleinen en binnentuinen nodigen uit tot ontmoeten en samen zijn. Er ontstaan buurten waar verschillende generaties naast elkaar wonen en van elkaar leren.

16

17

NATUURLIJK DOETINCHEM

NAOBERSCHAP

We bouwen in balans met de natuur. Groen, water en licht maken de omgeving gezond, koel en aangenaam. We geven ruimte aan bomen, planten, vogels en mensen tegelijk. Een gezonde leefomgeving die met de seizoenen meebeweegt en prettig is voor iedereen om in te leven.

We bouwen buurten waar mensen elkaar kennen en helpen. Waar je een praatje maakt op straat en samen iets kunt ondernemen. We ontwerpen omgevingen die ontmoeting vanzelf mogelijk maken: stoepen, pleinen en binnentuinen waar mensen samenkomen. Een wijk met vertrouwen, betrokkenheid en een sterk gevoel van samen.

18

19

VAKMANSCHAP

INNOVATIE EN EXPERIMENT

We maken met aandacht, zorg en trots. Elk detail telt: de keuze van materialen, de manier van bouwen en de samenhang in het geheel. We kiezen voor kwaliteit die zichtbaar, voelbaar en duurzaam is. We bouwen aan plekken die lang meegaan, mooi verouderen en laten zien dat ze met trots en liefde zijn gemaakt, echt Doetinchems vakmanschap.

We maken ruimte voor vernieuwende ideeën en manieren van bouwen, werken en leven. Dit is een gebied waar we durven te proberen, te testen en stap voor stap te verbeteren. We stimuleren het gebruik van biobased materialen, houtbouw en circulaire bouwmethoden, en geven plek aan nieuwe technieken en slimme oplossingen voor energie, mobiliteit en duurzaamheid. We werken samen met onderwijs, makers en bedrijven om een omgeving te creëren waar kennis wordt gedeeld en waar experimenteren normaal is.

20

21

3. RUIMTELIJK RAAMWERK

22

23

3. RUIMTELIJK RAAMWERK SPOORZONE

De raamwerkkaart laat in één oogopslag zien hoe de Spoorzone in elkaar zit. Het is de plattegrond van de hoofdstructuur: de belangrijkste straten, lanen, routes, pleinen en groenstructuren die samen het fundament van de nieuwe stadswijk vormen. Alle verdere plannen en ontwerpen sluiten aan op deze vaste structuur. De raamwerkkaart is daarmee geen gedetailleerd ontwerp, maar een richtinggevend kader.

Legenda Ringstructuur Ontsluitingsweg Laan Stadsstraat Dwarsstraat Paden Indicatieve paden Indicatieve doorsteken naar de Oude IJssel Parken Park met wadi Groenstructuur in de omgeving Pleinen Buurtplein Bestaande hoofdwinkelstraten binnenstad Indicatieve voetgangersverbinding over het spoor Boardwalk aan de Oude IJssel Flaneersteiger Fietsroutes Fiets- en voetgangersverbinding over de Oude IJssel Fietstunnel Ontwikkelvelden Potentiële ontwikkellocatie buiten plangebied Spoorzone Treinstation Treinplatform Treinspoor HUB

Onderzoek mobiliteitshub

HUB

Onderzoek logistieke hub Onderzoek smart hub

P

Indicatieve locaties buurtparkeerhub Fietsenstalling Busstation Taxistandplaats Waterrecreatie Stimuleren biodiversiteit Plantsoen / park Voedseltuin / ontmoeting Speelplaats Museum / culturele voorziening Onderzoeken voorziening lange termijn Kerk Bibliotheek Gezondheidscentrum / maatschappelijke functies Basisschool / onderwijs Kantoren / dienstverlening Werkplaats / ambachten Innovatieve bedrijvigheid Hoogwaardige maakbedrijven Bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.1 sportschool / beweging Kinderdagverblijf / onderwijs Kleinschalige detailhandel / speciaalzaken Horeca / speciaalzaken Kas / bijzondere functie

Raamwerkkaart Spoorzone Doetinchem 24

25

3. Ruimtelijk raamwerk Spoorzone Het ruimtelijk raamwerk vormt de basis voor de ontwikkeling van de Spoorzone. Het beschrijft de vaste structuur waarbinnen de nieuwe stadswijk groeit: van de onderliggende landschappelijke lijnen tot de inrichting van straten, pleinen en bouwvelden. Dit raamwerk zorgt ervoor dat alle deelprojecten samen één samenhangend en herkenbaar stuk stad vormen.

3.1 Landschap 3.1.1 Herkenbaar Oude IJssellandschap 3.1.2 Water tot in de vezels 3.1.3 Robuust groen en ecologische waarde

Landschap als drager Het raamwerk begint bij het landschap. De overgang tussen zandgronden en het riviergebied van de Oude IJssel vormt de basis van de ruimtelijke structuur. Bestaande elementen zoals waterlopen, groenstructuren en oude spoorlijnen blijven herkenbaar en sturen nieuwe routes, zichtlijnen en plekken. Zo krijgt de wijk een sterke identiteit die is verankerd in de plek zelf. Hoofdstructuur van openbare ruimte en plekken Daarop ligt een fijnmazig netwerk van straten, lanen, paden en doorsteken. Deze structuur verbindt de Spoorzone vanzelfsprekend met de binnenstad, het station en de Oude IJssel. Binnen dit netwerk liggen pleinen, hoven en groene verblijfsruimtes. Iedere plek heeft een eigen rol, maar ze vormen samen een logisch en herkenbaar geheel dat uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en verblijven.

3.2 Openbare ruimte 3.2.1 Fijnmazig stratenpatroon

In de volgende paragrafen worden de onderdelen van het raamwerk verder uitgewerkt. Eerst de landschappelijke structuren, daarna de openbare ruimte met straatprofielen, plekken en verbindingen. Per onderdeel worden de bijbehorende uitgangspunten en beeldkwaliteitscriteria beschreven, zodat het raamwerk richting geeft aan ontwerp, samenhang en toekomstige planontwikkeling.

3.2.2 Verblijfs- en ontmoetingsplekken 3.2.3 Elk plein, een ander karakter 3.2.4 Verharding, straatmeubilair en lichtkwaliteit

26

27

3.1 LANDSCHAP 3.1.1 Herkenbaar Oude IJssellandschap De Spoorzone hoort bij het landschap van de Oude IJssel. De rivier, de hogere zandrug en oude waterlopen vormen de basis van het gebied. Door deze landschappelijke lagen zichtbaar te houden in straten, parken en architectuur, blijft de wijk stevig verbonden met de identiteit van Doetinchem: stad aan de Oude IJssel.

A.

B.

De inrichting van de wijk volgt de natuurlijke structuur van het Oude IJssellandschap. Hoogteverschillen blijven subtiel zichtbaar in straatprofielen en groenruimtes, terwijl water en groen opnieuw worden verbonden met het gebied. Groene laagtes, wadi’s en beplanting met inheemse soorten zoals wilg, els en meidoorn maken het rivier- en beekdalgevoel herkenbaar. Historische linten en kades maken nieuwe verbindingen en routes van en naar de rivier.

Rivierlandschap

Hoogteverschillen zichtbaar maken: Verschillen tussen rivierklei en zandgronden blijven herkenbaar in maaiveld, paden en beplanting.

Leem/zandig Klei

Landschappelijke lijnen volgen: Groen en water sluiten aan op natuurlijke lijnen en versterken ecologische verbindingen.

C.

Zachte overgangen naar het landschap: De overgang naar de rivier krijgt een natuurlijke inrichting met flauwe oevers en inheems groen.

D.

Cultuurhistorie integreren: oude structuren zoals waterlopen worden zichtbaar verwerkt in routes en groen.

Oude IJssel

Dekzandrug

Terborgseweg Wijnbergseweg

Dekzandrug Eiken, beuken

Oude IJssel

Riet, elzen, wilgen

Rivierklei

Zand

28

Fijn zand

29

3.1 LANDSCHAP 3.1.2 Water tot in de vezels Water is overal zichtbaar en beleefbaar in de Spoorzone. Het is niet alleen een technische oplossing, maar een herkenbaar onderdeel van de identiteit van het gebied. Water zorgt voor verkoeling, draagt bij aan een prettige leefomgeving en verbindt straten, pleinen en gebouwen met het landschap van de Oude IJssel. Het nodigt uit om te kijken, te spelen en te verblijven.

A.

B.

Lokaal vasthouden: regenwater wordt opgevangen op daken, in tuinen of in wadi’s.

C.

Openbare waterberging: pleinen en straten bieden ruimte voor tijdelijke opvang; waterpleinen combineren verblijf, spel en verkoeling.

D.

We ontwikkelen een groenblauw netwerk waarin water wordt vastgehouden, gebruikt en vertraagd afgevoerd. Regenwater blijft zoveel mogelijk in het gebied: via open goten, wadi’s, rain gardens en polderdaken wordt het lokaal opgevangen en geïnfiltreerd. Schoon hemelwater gaat niet direct naar het riool, maar wordt zichtbaar onderdeel van de openbare ruimte. Het water wordt een vanzelfsprekende laag in de wijk, functioneel en karaktervormend.

Water zichtbaar maken: afvoer en berging zijn onderdeel van het ontwerp; goten, greppels en gevelafvoer zijn zichtbaar geïntegreerd.

E.

Vasthouden op de kavels

Schoon systeem: hemelwater wordt niet op het riool aangesloten, maar geïnfiltreerd of hergebruikt. Verbinding met landschap: waterstructuren sluiten aan op het reliëf en de rivier; oude waterlopen blijven herkenbaar.

Buffering pleinen

Getrapte afwatering van hoog naar laag

Wadi’s Oude IJssel park Raingardens

Openbaar gebied is onderdeel van de natuur!

Groen ter verbetering van het microklimaat

Groene leefomgeving

Waterdoorlatende bestrating

grote groenvakken voor infiltratie Parkzone voor buffering tijdens piekmomenten

Getrapte afwatering, natuurlijke sponswerking

30

31

3.1 LANDSCHAP 3.1.3 Robuust groen en ecologische waarde De Spoorzone krijgt een herkenbaar groen raamwerk dat stad, rivier en landschap met elkaar verbindt. Langs de Oude IJssel ontstaat een natuurlijke overgang van stad naar landschap, waar groen, water en recreatie samenkomen. Deze oeverzone vormt een gastvrije entree en maakt de relatie tussen stad en rivier voelbaar. Vanaf het station lopen groene routes over de lopers richting binnenstad, waar bestaand groen wordt behouden en aangevuld met nieuwe bomenrijen. Lanen blijven herkenbaar door het herstel van ontbrekende bomen en de versterking van het bladerdak. In kleinere straten zorgt afwisseling in boomsoorten en beplanting voor biodiversiteit en een levendig straatbeeld.

A.

Groenstructuren creëren plekken voor ontmoeting, schaduw en verblijf.

B.

Groen en water worden gecombineerd in wadi’s, vijvers of greppels voor berging, verkoeling en beleving.

C.

Inheemse soorten en variatie in boomsoorten en hoogtes vergroten biodiversiteit en seizoensbeleving.

D.

Bestaande bomenrijen worden aangevuld en nieuwe structuren volgen een vast ritme en herkenbare lijn.

Lopers

Lanen

Oude IJssel

Straatgroen

1. Oude IJssel

2. Lanen

3. Lopers

4. Straatgroen

Versterk de oeverzone met natuurlijke oevers, inheemse beplanting en wandelroutes langs het water. Open zichtlijnen en een rustige, landschappelijke uitstraling.

Herstel en verleng bestaande bomenrijen; houd maat, ritme en soortkeuze consistent. Ruimte voor dubbele bomenrijen met schaduw, een uniforme profielopbouw.

Behoud en versterk beplanting in straten; varieer in soorten en ritme. Herkenbare groene lijnen, afwisseling in boombeeld en een duidelijke oriëntatie richting centrum.

Combineer groen, water en zitplekken voor een prettig microklimaat. Groen, beplanting in lagen en een uitnodigende, groene sfeer.

32

33

3.2 OPENBARE RUIMTE 3.2.1 Fijnmazig stratenpatroon Het fijnmazige netwerk vormt de basis van de Spoorzone. Het verbindt station, binnenstad en rivier tot één logisch en samenhangend geheel. Door korte routes, duidelijke verbindingen en een menselijke schaal voelt het gebied toegankelijk, overzichtelijk en uitnodigend aan. De structuur sluit aan op het kleinstedelijke stratenpatroon van de binnenstad en zet dit op een vanzelfsprekende manier voort. Een duidelijke hiërarchie van lanen, stadsstraten, dwarsstraten en paden zorgt voor goede oriëntatie en beweging door het gebied. Het netwerk biedt aantrekkelijke routes voor voetgangers en fietsers.

A.

Nieuwe routes sluiten aan op historische lijnen en bestaande straten van de binnenstad.

B.

Afstanden tussen verbindingen zijn kort (max. 100 m); stegen en paden zijn goed verlicht en sociaal veilig.

C.

De structuur volgt de hoofdprofielen: laan (stedelijk), stadsstraat (levendig), dwarsstraat (verbindend) en pad (intiem).

D.

De openbare ruimte is ingericht voor langzaam verkeer, met ruimte voor groen en water.

E.

Knoop- en kruispunten worden versterkt door bomen, zichtlijnen of markante gebouwen.

Legenda Ringstructuur Ontsluitingsweg Laan Stadsstraat

Elke straat heeft een eigen sfeer en functie, maar samen vormen ze een herkenbaar stedelijk weefsel met ruimte voor groen, spelen en ontmoeting.

Dwarsstraten Hamburgerbroekpark Paden Plein Oude IJsselpark Buurtplek

34

35

3.2 OPENBARE RUIMTE 1. Ringstructuur

2. Ontsluitingsweg

De ringstructuur vormt de stedelijke rand van de Spoorzone. Het is een robuuste en overzichtelijke straat die de verschillende buurten met elkaar verbindt en zorgt voor een goede bereikbaarheid van het gebied. De straat heeft een formele en rustige uitstraling, met duidelijke straatwanden, een herkenbare laanbeplanting en een ordelijke inrichting.

Sfeer: formeel, stedelijk, overzichtelijk. Materiaal: asfalt, trottoirs in baksteen of beton. Beplanting: robuuste laanbomen zoals eik, iep of linde. Oriëntatie: lange zichtlijnen; markante hoeken versterken herkenbaarheid.

36

De ontsluitingsweg zorgt voor de bereikbaarheid van de bouwvelden en woningen, maar blijft ondergeschikt aan de ringstructuur. Hier rijden auto’s, maar de inrichting geeft voorrang aan voetgangers en fietsers. De uitstraling is functioneel maar netjes, met voldoende groen en een duidelijke structuur.

Sfeer: praktisch, stedelijk. Materiaal: asfalt of gebakken klinkers, afhankelijk van intensiteit. Beplanting: bomenrijen of groenstroken voor schaduw. Oriëntatie: overzichtelijke profielen met goede verlichting.

37

3.2 OPENBARE RUIMTE 3. Laan

4. Stadsstraat

De lanen vormen groene lijnen door de wijk en verbinden de Spoorzone met de stad en het landschap. Ze hebben een ruim profiel met dubbele bomenrijen en een rustige, groene sfeer. De lanen zijn prettig om te lopen en te fietsen en zorgen voor verkoeling en een hoge verblijfskwaliteit. Gebouwen staan aan een duidelijke rooilijn, waardoor een herkenbaar straatbeeld ontstaat.

Sfeer: groen, rustig, ruimtelijk. Materiaal: gebakken klinkers met groene bermen. Beplanting: dubbele bomenrijen; soorten passend bij het Oude IJssellandschap (linde, es, iep). Oriëntatie: zichtlijnen naar de straat; heldere rooilijn.

38

De stadsstraat is de belangrijkste stedelijke route binnen de Spoorzone. Het is een levendige straat waar wonen, werken en voorzieningen samenkomen. De plinten zijn actief en transparant en zorgen voor reuring op ooghoogte. De straatprofielen zijn stedelijk ingericht, met brede stoepen, bomen en ruimte voor fietsers en openbaar vervoer.

Sfeer: levendig, stedelijk, dynamisch. Materiaal: hoogwaardige baksteenverharding met natuursteenaccenten. Beplanting: ritmische bomenrijen voor schaduw en verblijfskwaliteit. Oriëntatie: actieve plinten, entrees gemiddeld elke 10 meter, duidelijke rooilijn, markante gebouwen op hoeken en kruispunten.

39

3.2 OPENBARE RUIMTE 5. Dwarsstraat

6. Paden

Dwarsstraten verbinden de hoofdstructuren met binnenterreinen, pleinen en hoven. Ze zijn smaller en intiemer en zorgen voor een fijnmazig en toegankelijk netwerk. De sfeer is rustiger dan in de stadsstraat, maar nog steeds stedelijk en overzichtelijk. Dwarsstraten kunnen afwisselen in beplanting en profiel, wat bijdraagt aan variatie in het gebied.

Sfeer: intiem, stedelijk, verbindend. Materiaal: baksteenverharding Beplanting: solitaire bomen of kleine clusters; variatie toegestaan. Oriëntatie: korte zichtlijnen; doorsteken minimaal elke 50 meter.

40

Paden vormen de fijnste schakels in het netwerk en verbinden hoven, binnenterreinen, pleinen en groene zones met de hoofdstructuren. Ze hebben een informele uitstraling, veel groen en een menselijke maat. Paden stimuleren langzaam verkeer en maken de wijk doorwaadbaar en aantrekkelijk.

Sfeer: informeel, groen, rustig. Materiaal: halfverharding of smalle baksteenstroken. Beplanting: rijke onderbeplanting, heesters of kleine bomen. Oriëntatie: voldoende verlichting; zicht op eindpunten; verbinden altijd twee logische plekken.

41

3.2 OPENBARE RUIMTE 3.2.2 Verblijfs- en ontmoetingsplekken De Spoorzone krijgt een netwerk van plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, verblijven en tot rust komen. Deze pleinen, binnentuinen en buurtplekken geven het stedelijke weefsel lucht en maken de wijk herkenbaar en sociaal. Ze zijn de plekken waar het dagelijks leven samenkomt.

A.

Elke plek heeft een eigen identiteit en schaal, afgestemd op de directe omgeving.

B.

Plekken sluiten logisch aan op routes en zichtlijnen, zodat oriëntatie en doorwaadbaarheid vanzelfsprekend zijn.

C.

D. Tussen de belangrijke routes ligt een reeks aantrekkelijke en groene verblijfsplekken, elk met een eigen karakter. Een levendig plein bij voorzieningen, een leerplein bij onderwijs, een rustige binnentuin of een buurtplek midden in de wijk: elke plek sluit aan op de functies en essentie van de directe omgeving.

E.

Buurtkas

Beplanting, schaduw, waterberging en zitplekken zijn vaste onderdelen van elke verblijfsplek. Plekken zijn veilig, goed verlicht en uitnodigend, met actieve plinten of zichtbare ramen aan de randen.

Voedseltuin Maakplaats

De inrichting stimuleert ontmoeting, spel, werken en uitwisseling tussen functies (bijv. wonen, leren, ondernemen).

De inrichting is comfortabel, groen en klimaatbestendig, met aandacht voor water, schaduw en zitplekken. Door hun ligging aan belangrijke routes vormen deze plekken een samenhangend netwerk dat de Spoorzone leesbaar en levendig maakt. Ze nodigen uit tot spelen, ontmoeten, werken en ontspannen en versterken de verbondenheid tussen bewoners, bezoekers en gebruikers.

Tuin

Horeca aan het water

Maakplaats Buurtkamer Steiger

Cultuur, verblijf, horeca Winkelhart Kade

Verblijfsplek Buurtkas

Buurtkamer

Buurtplein Schoolplein

Oude IJsselpark

Buurtpodium

Overdekte foodhal

Stationsplein

Koffiebar

Biergarten

Leerplein Waterplein

Speelplek

Legenda Ontmoetingsplek op stedelijk niveau

Werkplein

Ontmoeting voor de wijk Ontmoeting voor de buurt mate van ontmoeting laag - hoog *De type pleinen en plekken zijn indicatief en bedoeld als denkrichting, en kunnen in de verdere uitwerking anders worden ingevuld, mits de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft.

Hof 42

Straatje

Buurtpark

Plein 43

3.2 OPENBARE RUIMTE 3.2.3 Elk plein, een ander karakter De pleinen zijn de sociale knooppunten van de Spoorzone. Ze vormen herkenbare plekken waar mensen samenkomen, zich oriënteren en even kunnen blijven. Elk plein heeft een eigen sfeer en functie, maar samen versterken ze de samenhang en leesbaarheid van het gebied. De Spoorzone krijgt een netwerk van pleinen met verschillende schalen en uitstraling. Het stationsplein is stedelijk en levendig; buurtpleinen zijn groener en rustiger; en werk- of leerpleinen verbinden functies zoals onderwijs, ondernemen en cultuur.

A.

Elk plein heeft een duidelijk herkenbare functie, sfeer en schaal, passend bij de omliggende gebouwen en gebruikers.

B.

Plinten rond pleinen zijn open, uitnodigend en voorzien van entrees of functies; blinde gevels worden vermeden.

C.

Pleinen liggen op kruispunten van routes en sluiten logisch aan op het fijnmazige straatnetwerk met goede zichtlijnen.

D.

Inheemse beplanting, schaduwrijke bomen en natuurlijke materialen zorgen voor een warme, duurzame en herkenbare uitstraling.

4

2

1

3

Alle pleinen zijn ontworpen op de menselijke maat, met aandacht voor groen, water, schaduw en comfortabele verblijfskwaliteit. Actieve plinten en transparante gevels zorgen voor een veilige en dynamische omgeving. Materialen en beplanting sluiten aan bij het Oude IJssellandschap, zodat de pleinen samen een herkenbare en duurzame identiteit vormen.

Belangrijke plekken en pleinen in de Spoorzone 1 Stationsplein Doetinchem - Noord en Zuid

44

2

Hamburgerbroekplein

3

Oude IJsselpark

4

Makersplein

45

3.2 OPENBARE RUIMTE 1. Stationspleinen Doetinchem (Noord en Zuid) De stationspleinen vormen de belangrijkste toegang tot het gebied. Ze zijn stedelijk, levendig en geven Doetinchem een herkenbaar en toekomstgericht visitekaartje.

Sfeer: drukke, dynamische plek met verblijfskwaliteit. Zitplekken, wachtzones en subtiel groen zorgen voor comfort en schaduw. Biobased elementen (zoals houten zitbanken) en circulaire materialen versterken de duurzame uitstraling. Wateren klimaatelementen (rain gardens, schaduwgroen) verzachten de stenige ruimte. Materiaalgebruik en beplanting: Verharding in hoogwaardige gebakken of circulair hergebruikte klinkers. Meubilair in hout of biobased composieten, robuust en vandalismebestendig. Bomen in structuurrasters voor schaduw en oriëntatie.

12 4

11 8

7

9

10

1 2

5 6

4 3

Natural History Museum Park

Rouen Rive-Droite station - OKRA

Kultorvet

1

Stationsentree

2

Fietsenstalling

3

Gebakken klinkers

4

Groen met volle grond bomen en beplanting

5

Actieve plinten

6

Entree parkeergarage

7

P+R

8

Kenmerkend stationsgebouw

9

Fietsenstalling

10 Perronopgang 11 Gebakken vloer richting de binnenstad 12 Accent aan het noordelijke stationsplein

Pancras Square - Townshend Landscape

46

47

3.2 OPENBARE RUIMTE 2. Hamburgerbroekplein Het Hamburgerbroekplein is een wijkplein aan het park en vormt een belangrijke schakel naar Iseldoks. Het is een uitnodigende plek voor ontmoeting, dagelijkse voorzieningen en verblijf.

Sfeer: Groen en vriendelijk, met bomen, zitplekken en ruimte voor terrassen. Water en schaduw spelen een belangrijke rol in de inrichting. Biobased meubilair en circulair materiaalgebruik versterken het buurtkarakter. Materiaalgebruik en beplanting: Overwegend lichte, natuurlijke verharding; hergebruikte klinkers waar passend. Inheemse boomsoorten (zoals linde of haagbeuk) zorgen voor structuur en schaduw. Speelaanleidingen en banken in hout of biobased materialen.

5 2

3 4 1 2

Torshovgata - BOGL

Paleisbrug

Zollhallenplatz - Ramboll Studio Dreiseitl

Grønningen-Bispeparken - SLA

Dilworth Park

48

49

1

Gebakken klinkers

2

Intensief groen met bomen in volle grond

3

Passerelle

4

Actieve plinten

5

Shared space met fietsroute

3.2 OPENBARE RUIMTE 3. Oude IJsselpark Het Oude IJsselpark is de landschappelijke ontmoetingsplek. Hier staat rust, natuurbeleving en verkoeling centraal.

Sfeer: natuurlijk, groen en open. Veel bomen, oeverplanten en waterstructuren (wadi’s, natte zones). Houten vlonders, stapelzitranden en biobased elementen passen bij de rivieridentiteit. Materialen en beplanting: Natuurlijke materialen zoals hout, schelpenpaden, halfverharding en circulair steenmateriaal. Inheemse oever- en rivierplanten (riet, lisdodde, wilg) bepalen de sfeer. Verblijfsplekken geïntegreerd in groen en oevers.

5 2 1

3

4 6

Østerå - SLA

De Wasserij - Toba architecten & ingenieurs

Grønningen-Bispeparken

50

51

1

Weelderig grasrijk

2

Kas aan het park

3

Intensieve beplanting met bomen

4

Natuurlijk schoolplein

5

Hamburgerbroekpark

6

Natuurlijke speelplekken

3.2 OPENBARE RUIMTE 4. Makersplein Het Makersplein is de centrale plek voor ambacht, innovatie en ontmoeting. Een ruige, creatieve omgeving waar werkplaatsen, ateliers en horeca samenkomen.

Sfeer: Stoer, informeel en flexibel in gebruik; ruimte voor kleine events en markten. Veel hout en hergebruikte materialen in meubels, pergola’s en speelaanleidingen. Open vloer met pockets van groen en klimaatbestendige wadi’s. Mogelijkheid tot tijdelijke objecten of biobased paviljoens. Materialen en beplanting: Combinatie van beton, gebakken klinkers en circulair hergebruikt materiaal. Groene eilanden met robuuste, inheemse planten. Zitplekken in hout en biocomposiet.

4 1

3 2

4

5

Tåsinge Plads - LYTT Architecture

Marmalade Lane - Mole Architects

Zollhallen Plaza - Henning Larsen

1

Stelconplaten

2

Gebakken klinkers

3

Voedseltuin

4 Groenvakken met bomen 5 Delftse stoep

NRE-terrein

BRANCH Yokohama Nanbu Market - STGK Inc

52

53

3.2 OPENBARE RUIMTE 3.2.4 Verharding, straatmeubilair en lichtkwaliteit De inrichting van de openbare ruimte bepaalt hoe de Spoorzone op ooghoogte wordt beleefd. Verharding, straatmeubilair en verlichting vormen samen een herkenbare en samenhangende basis. Samen geven zij de wijk een stedelijk, groen en warm karakter. zorgen ervoor dat de verschillende deelgebieden als één geheel aanvoelen.

A.

Verharding: gebakken of circulair hergebruikte klinkers in rode en zandtinten; natuursteenaccenten op pleinen; infiltrerende randen of halfverharding waar mogelijk.

B.

Straatmeubilair: één consistente familie; duurzame en biobased materialen (hout, staal, natuursteen); plaatsing afgestemd op zichtlijnen en verblijf.

C.

De verharding sluit aan bij de sfeer van de binnenstad. Gebakken klinkers in rode en zandkleurige tinten vormen de basis, waar mogelijk aangevuld met circulair hergebruikte materialen. Bij pleinen, entrees en bijzondere plekken worden accenten toegevoegd in natuursteen, stelconplaten of afwijkende legpatronen. Regenwater wordt zoveel mogelijk lokaal geïnfiltreerd via open voegen, halfverharding of groenstroken. Hoogteverschillen worden subtiel en toegankelijk opgelost.

Functionele doorlopende vloer en verlichting

Verlichting: warme, energiezuinige verlichting; onderscheid in lichtniveau tussen hoofdstructuren en woongebieden; armaturen ingetogen en consistent.

Sfeer en beleving op de pleinen, zowel in materiaal als in verlichting

Legenda Hoogwaardige materialen Accenten op pleinen Doorlopende vloer rode tint Doorlopende vloer gele tint

Het straatmeubilair vormt één herkenbare familie binnen de Spoorzone. Het is robuust, functioneel en uitgevoerd in duurzame materialen zoals hout, staal of biobased composieten. Plaatsing is zorgvuldig afgestemd op looproutes en verblijfsplekken, zodat rust en overzicht ontstaan. Verlichting is energiezuinig en zorgt voor een veilig en comfortabel nachtbeeld. Hoofdstructuren krijgen een gelijkmatige verlichting; woonstraten en hoven een zachtere, warmere lichttoon. Armaturen zijn ingetogen en beperken lichthinder.

54

55

4. BEELDKWALITEIT

56

57

4. GENERIEKE BEELDKWALITEIT

Projectgrens Spoorzone Doetinchem

1. Ontwikkelvelden

Grens ontwikkelvelden Ontwikkelvelden Werken en Leren Ontwikkelvelden Stationskwartier

De spelregelkaart vormt het ruimtelijke en esthetische uitgangspunt voor de beeldkwaliteit in de Spoorzone. Op deze kaart staan de belangrijkste bouwstenen weergegeven: bouwhoogtes, rooilijnen, overgangen, accenten en specials. Samen laten zij zien hoe de nieuwe bebouwing zich verhoudt tot de Doetinchemse schaal en waar ruimte is voor hoogteaccenten, lagere overgangen of bijzondere gebouwen. De kaart is geen vast ontwerp of blauwdruk, maar een richtinggevend kader. Zij geeft de esthetische spelregels weer die in de volgende hoofdstukken verder worden uitgewerkt in concrete beeldkwaliteitscriteria. Ontwerpers en ontwikkelaars gebruiken deze kaart om plannen te toetsen en om bij te dragen aan een samenhangende, herkenbare en hoogwaardige Spoorzone.

Ontwikkelvelden Oude IJsseloevers Ontwikkelvelden Ambachtelijke Stedelijkheid

2. Dichtheid en functiemix 2-5 - 3.0 Bandbreedte FSI - minimale en maximale dichtheid 20-25% 5-10%

Bandbreedte % werken (kantoor, bedrijven) Te behouden werkprogramma/panden Bandbreedte % voorzieningen (horeca, consument en zakelijke dienstverlening, sportieve en recreatieve voorzieningen, detailhandel, maatschappelijk en culturele voorzieningen) Ontwikkelvelden vormen een samenhangende eenheid, waarin uitwisseling van programma, dichtheid en parkeren mogelijk is, mits voldaan wordt aan de spelregels zoals beschreven bij de betreffende onderwerpen.

3. Bouwhoogte en specials 3-5

3-5 bouwlagen

5-8

5-8 bouwlagen

15 m

Maximale bouwhoogte 15m.

*

Hoogteaccent t/m 8 bouwlagen Hoogteaccent t/m 12 bouwlagen Zoekgebieden hoogteaccenten

P

Mobiliteitshub

P P

Indicatie zoeklocatie buurthubs Indicatie ontsluiting buurthub Onderzoeksgebied stationsknoop Doetinchem Specials Hoogwaardig bijzonder gebouw Maatschappelijk Beeldbepalend gebouw Paviljoen Gemeentelijke monumenten Cultuurhistorisch waardevol Karaktermakers

4. Actieve plinten, verblijfsplekken en doorsteken Zoekgebied actieve plinten Zoekgebied actieve plinten in bestaande gebouwen Zoekgebied hoekaccenten Zoekgebied buurtplek Zoekgebied collectieve binnentuinen Zoekgebied groene verblijfsplek Zoekgebied doorsteek tussen kavels/bebouwing Vaste doorsteek tussen kavels/bebouwing

5. Milieucategorie voor bedrijven Maximaal milieucategorie 3.1 in het karaktergebied Werken en Leren Maximaal milieucategorie 2 in het karaktergebied Oude IJsseloevers Mits de functie goed mengbaar is met wonen

58

Maximaal milieucategorie 2 voor de karaktergebieden Stationskwartier & Ambachtelijke Stedelijkheid Mits de functie goed mengbaar is met wonen

Spelregelkaart Spoorzone Doetinchem 59

4.1

Generieke beeldkwaliteit

De beeldkwaliteit van de Spoorzone draait om samenhang, vakmanschap en menselijke maat. Gebouwen vormen samen een stedelijk geheel waarin de architectuur de openbare ruimte begeleidt en versterkt. Heldere structuren en doorlopende straatwanden zorgen voor continuïteit, terwijl subtiele variaties in maat, ritme en materiaal het gebied karakter en levendigheid geven.

Binnen de samenhang is ruimte voor architectonische accenten, bijvoorbeeld bij hoeken, pleinen of entrees. De architectuur getuigt van Doetinchems vakmanschap: logisch opgebouwd, zorgvuldig in verhouding en rijk aan detail. De relatie tussen maaiveld, gevel en dak is consistent en leesbaar, waardoor gebouwen stevig in de grond staan en bijdragen aan een samenhangend stadsbeeld.

Eenheid in verscheidenheid is het uitgangspunt. De samenhang ontstaat door heldere afspraken over bouwhoogte, rooilijn, korrelgrootte, gevelopbouw en kleurgebruik. Het straatbeeld is overwegend horizontaal en vormt een rustgevende basis, terwijl verticale geleding en verfijnde detaillering de menselijke schaal en herkenbaarheid benadrukken.

60

4.1.1

Eigen en uniek karakter

4.1.2

Erfgoed als drager

4.1.3

Getrapte volumeopbouw

4.1.4

Korrelgrootte en hoekoplossingen

Materialen, texturen en kleuren zijn gekozen op hun duurzaamheid, tactiliteit en aansluiting bij het Doetinchemse stadsbeeld.

4.1.5

Doetinchems samengesteld bouwblok

4.1.6

Overgangen publiek-privé-collectief

De algemene beeldkwaliteit van de Spoorzone is verder uitgewerkt in generieke beeldkwaliteitsprincipes. Deze principes stellen eisen aan de bebouwing langs het stedelijke raamwerk. In de volgende paragrafen worden deze principes verdiept en toegepast op specifieke thema’s.

4.1.7

Samenhangend gevelbeeld

4.1.8

Balkons en loggia’s

4.1.9

Plinten, entrees en doorsteken

4.1.10

Bergingen, fietsenstallingen en technische ruimtes

4.1.11

Groene en toegankelijke binnentuinen

4.1.12

Multifunctioneel daklandschap

4.1.13

Verfijnde detaillering

4.1.14

Materiaal en kleur

4.1.15

Hout en biobased bouwen

4.1.16

Natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen

4.1.17

Parkeerpanden en mobiliteitshub

61

4.1.1 Eigen en uniek karakter De Spoorzone ligt op het raakvlak van verschillende werelden binnen Doetinchem. Aan de ene zijde ligt de compacte binnenstad met haar pandsgewijze bebouwing, herkenbare kapvormen en menselijke maat. Aan de andere zijde liggen het spoor, de Oude IJssel en het voormalige bedrijventerrein met grotere volumes en een industriële schaal. Juist deze overgangspositie geeft de Spoorzone een eigen karakter.

De bebouwing is functioneel en helder van opzet. Gevels bestaan uit baksteen, staal en hout en tonen vaak grote openingen en zichtbare constructieve elementen. Versiering is beperkt; de uitstraling wordt bepaald door schaal, structuur en materiaalgebruik. Elementen zoals loodsen, hallen, brede poorten en industriële objecten geven het gebied een herkenbare identiteit. Kenmerkend is ook de ruimtelijkheid. De kavels zijn groter dan in de binnenstad en tussen de gebouwen is meer open ruimte aanwezig. Zichtlijnen langs het spoor en richting de rivier zorgen voor lucht en oriëntatie. Het industriële verleden is daarmee niet alleen zichtbaar in afzonderlijke gebouwen, maar ook in de maat en structuur van het gebied als geheel.

Waar de binnenstad wordt gekenmerkt door smalle gevelbreedtes, duidelijke gevelopbouw en een fijnmazige structuur, heeft de Spoorzone een grovere maat en een opener opzet. Langs het spoor en de rivier ontstonden werkplaatsen, loodsen en fabrieken die gericht waren op productie en logistiek. Deze gebouwen hebben eenvoudige hoofdvormen, grote overspanningen en robuuste materialen.

De Spoorzone vormt zo een overgangsgebied waarin de fijne korrel van de stad en de grotere industriële schaal elkaar ontmoeten. Dat spanningsveld maakt het gebied uniek binnen Doetinchem.

SPOORZONE

BINNENSTAD

Bakstenen tinten Herkenbare kapvormen

Top Midden Plint

Rauwe, grote en robuuste gebouwen

Horizontaliteit in het stadsbeeld

Driedeling gebouwen Pandsgewijze opbouw

Elementen uit de binnenstad en Spoorzone Doetinchem

62

Architectonische en stedenbouwkundige elementen uit de binnenstad & Spoorzone

63

Moderne interpretatie Moderne interpretatie voor de Spoorzone

De Spoorzone ligt op het raakvlak van de compacte binnenstad en het industriële gebied langs spoor en rivier. De nieuwe wijk bouwt voort op beide schalen: de menselijke maat en pandsgewijze opbouw van de stad én de grotere, robuuste volumes van het industriële verleden.

Grotere bouwvolumes worden leesbaar onderverdeeld in herkenbare eenheden. Gevels hebben een duidelijke opbouw en tonen ritme en samenhang. Industriële elementen zoals royale openingen, poorten en zichtbare constructieve details kunnen eigentijds worden geïnterpreteerd. De Spoorzone is daarmee een voortzetting van de bestaande stad, waarin schaal, materiaal en zorgvuldige uitwerking samen de identiteit bepalen.

Het karakter wordt niet bepaald door één materiaal, maar door een manier van bouwen. Heldere hoofdvormen, een leesbare gevelopbouw, zorgvuldige detaillering en een logische constructie vormen de basis. Deze principes zijn zichtbaar in zowel de binnenstad als in de loodsen en fabrieksgebouwen van de Spoorzone.

Grünwerk - Michels Architekten

A.

Baksteen in warme rood- en zandtinten blijft passend binnen het Doetinchemse straatbeeld, maar vakmanschap en nuchterheid zijn niet exclusief aan baksteen verbonden. Ook andere duurzame materialen kunnen deze kwaliteit uitdrukken, mits zij robuust zijn en waardig verouderen. Denk aan onbehandeld of gemodificeerd hout dat egaal vergrijst, verzinkt of gepoedercoat staal, natuursteen of hergebruikte materialen met een zichtbare geschiedenis.

Architectuur sluit aan op de Doetinchemse bouwtraditie in schaal, gelaagdheid en ruimtelijke opbouw.

B.

Grote bouwvolumes worden leesbaar onderverdeeld.

C.

Industriële kenmerken kunnen eigentijds worden geïnterpreteerd.

D.

Historische vormen worden niet letterlijk gekopieerd.

Stadswerf Oostenburg - Paul de Ruiter Architects

Medisuisse Headquarters - Harry Gugger Studio

SPOORZONE

Gevarieerd silhouet

Maat en schaal

Spoke Street Shophomes - Sam Day

BINNENSTAD

Herkenbare opbouw Top Midden Plint

Pandsgewijze

Wisselende korrelgrootte

Kleurenpalet vanuit de ondergrond Nieuw stadsbeeld voor de Spoorzone

64

Pillows Grand Boutique Hotel - Office Winhov

House Duinluststraat - SLA

65

14 Rue Fouré - jbmn architectes

66

67

4.1.2 Erfgoed als drager De ambachtelijke mentaliteit en het industriële verleden zijn diep verankerd in dit deel van de stad. Loodsen en fabriekshallen vertellen het verhaal van een maakstad met een nuchtere, werkzame geest. Deze rauwe en eerlijke sfeer vormt de basis voor een nieuwe stedelijke laag waarin erfgoed niet verdwijnt, maar richting geeft aan de toekomst.

Nieuwe toevoegingen contrasteren op een subtiele, eigentijdse en zorgvuldige manier met monumenten en karaktermakers. Ze imiteren het verleden niet, maar sluiten aan in schaal, ritmiek en materiaalgebruik. Warme baksteentinten, hout en staal versterken de verbinding tussen oud en nieuw. Zo vormen bestaande en nieuwe gebouwen samen één herkenbare familie. Monumenten en karaktermakers markeren pleinen, routes en entrees en zorgen voor herkenning en oriëntatie.

Binnen de Spoorzone onderscheiden we verschillende categorieën erfgoed: planologisch beschermd erfgoed, gemeentelijke monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Daarnaast zijn er waardevolle, maar niet beschermde panden, potentieel cultuurhistorisch waardevolle objecten en losse waardevolle elementen zoals gevels, constructies of oude materialen. Behoud en hergebruik zijn het uitgangspunt. Waar mogelijk blijven waardevolle panden en structuren behouden en krijgen zij een nieuwe functie. Karakteristieke hoofdvormen, gevelritmes en materialen blijven herkenbaar. Ook losse elementen kunnen worden hergebruikt of opnieuw zichtbaar gemaakt in gebouwen of openbare ruimte.

A.

A.

Behoud en hergebruik van waardevolle panden, structuren en materialen blijven zichtbaar in de nieuwe stad.

B.

Nieuwe toevoegingen of uitbreidingen contrasteren op subtiele, eigentijdse en zorgvuldige wijze met monumenten of karaktermakers.

C.

Legenda Projectgrens Spoorzone Planologisch beschermd: Gemeentelijk monument

Oorspronkelijke hoofdvorm en structuur blijven herkenbaar

Cultuurhistorisch waardevol Extra: waardevol maar niet beschermd: Potentieel cultuurhistorisch waardevol Eventueel waardevolle elementen

B.

Waardevolle panden blijven zichtbaar in de nieuwe stad.

Nieuwe toevoegingen of uitbreidingen contrasteren. De Wasserij - Toba architecten & ingenieurs

68

Rigot Stalars - CAAU

69

KBF Warehouse - NEXT architects

4.1.3 Getrapte volumeopbouw De stedelijke opbouw in de Spoorzone krijgt een heldere, gelaagde structuur die past bij de menselijke maat van Doetinchem. Gebouwen vormen samenhangende straatwanden met een duidelijke hoofdmassa. Grote bouwvolumes worden leesbaar opgebouwd, zodat ook bij hogere accenten het straatbeeld rustig en evenwichtig blijft.

Gebouwen zijn opgebouwd volgens een duidelijke driedeling: plint – stedelijke laag – dakbeëindiging. De plint vormt een stevige basis met een duidelijke relatie tot de straat. De stedelijke laag is samenhangend van opzet. De dakbeëindiging is herkenbaar vormgegeven als kap, attiek of duidelijke dakrand en rondt het gebouw overtuigend af.

De basisbouwhoogte varieert van circa 3 t/m 5 bouwlagen en vormt de primaire straatwand langs straten en hoven. In het Stationskwartier kan deze hoogte, mits passend binnen de maat en schaal van de omgeving, oplopen tot circa 8 bouwlagen. Bouwhoogten boven de 5 bouwlagen worden zichtbaar teruggelegd ten opzichte van de rooilijn, zodat de straatwand als hoofdniveau leesbaar blijft. Op markante plekken, zoals het stationsplein, zijn hoogteaccenten t/m 12 bouwlagen mogelijk. Deze accenten worden slanker uitgevoerd dan de onderbouw en staan op een getrapte, terugliggende opzet, zodat licht, lucht en zicht behouden blijven.

A.

De hoofdmassa vormt een continue en samenhangende straatwand.

B.

Bouwdelen boven 5 bouwlagen liggen zichtbaar terug ten opzichte van de rooilijn. Terugliggende bouwdelen door middel van setbacks zijn minimaal 1,5 meter diep.

C.

Hoogteaccenten hebben een kleinere footprint dan de onderbouw en zijn slanker van opzet.

D.

De straatwand blijft dominant in het straatbeeld; hogere delen zijn ondergeschikt.

E.

Legenda Bouwhoogte (basis) 5 - 8 bouwlagen 3 - 5 bouwlagen

Elk gebouw heeft een duidelijke en ontworpen plint en dakbeëindiging.

5 lagen

max. 15 meter

Accenten 12 lagen

Accenten t/m 12 bouwlagen

8 lagen

Accenten t/m 8 bouwlagen Zoekgebieden hoogteaccenten

5 lagen

*Bouwvlakken en aanduidingen zijn indicatief en richtinggevend, waarbij afwijkingen mogelijk zijn mits de ruimtelijke kwaliteit en samenhang behouden blijven.

3 lagen

A.

Basishoogte 3 t/m 5 bouwlagen.

B.

Hoogteaccenten t/m 12 bouwlagen, terugliggend van de rooilijn.

Gelaagde opbouw: plint, midden, top.

D.

Duidelijke plint & dakbeëindiging van het gebouw.

Top Midden Plint

C.

70

Poort van Hoorn - Karres en Brands

WijCK - WE architecten

71

Knightsbridge - Team V Architecture

4.1.4 Korrelgrootte & hoekoplossingen De stedelijkheid van Doetinchem wordt bepaald door een duidelijke en leesbare korrel. In de Spoorzone wordt gewerkt met een stedelijke korrelbreedte van circa 12 tot 30 meter, met een voorkeursmaat tussen 16 en 24 meter. Deze maat bepaalt de afleesbaarheid van volumes in het straatbeeld.

Per bouwblok kan één verbijzondering worden toegepast die de identiteit van het blok versterkt zonder de samenhang te doorbreken.

Korrelbreedte is geen één-op-één vertaling van de verkaveling. De korrel wordt bepaald door de manier waarop het bouwvolume zich toont in de straat. Meerdere woningen kunnen samen één leesbare eenheid vormen. Gevels worden niet als losse “pandjes” vormgegeven, maar als samenhangende bouwdelen met subtiele variatie. Variatie ontstaat in ritme, openingen, materialisering of lichte sprongen in de rooilijn. Sterke contrasten tussen naastgelegen bouwdelen worden vermeden. De rooilijn volgt het straatverloop en kan licht verspringen tot maximaal 2,5 meter om ritme en levendigheid te ondersteunen. Hoeken markeren kruisingen en pleinen en krijgen een zorgvuldige uitwerking in massa en hoogte. Een hoekoplossing versterkt de ruimtelijke samenhang en is geen los accent.

A.

Korrelbreedte: 12 tot 30 meter; voorkeursmaat 16 tot 24 meter.

B.

De korrel is volumetrisch en niet decoratief, met samenhang en zonder sterke contrasten.

C.

Meerdere woningen kunnen één leesbare eenheid vormen.

D.

Geen pandsgewijze historiserende gevelcomposities.

E.

Hoeken worden ruimtelijk versterkt, niet alleen esthetisch geaccentueerd. Een verbijzondering per bouwblok

Legenda

Gemiddelde korrelgrootte 16 - 24 m Hoekaccenten

*Bouwvlakken en aanduidingen zijn indicatief en richtinggevend, waarbij afwijkingen mogelijk zijn mits de ruimtelijke kwaliteit en samenhang behouden blijven.

Ny Østergade - EFFEKT Mooijburg Waterzicht - Natrufied Architecture.

A.

Variërende korrelgrootte van de gebouwen (gemiddeld 16 tot 24 meter).

E.

Hoeken worden zorgvuldig meeontworpen met het blok.

B.

E 72

Samenhang: geen sterke contrasten.

Verbijzondering per bouwblok.

Stadswerf Oostenburg - Paul de Ruiter Architects

Rammeverk - Fragment Arkitekter

73

Krøyers Plads - COBE

4.1.5 Doetinchems samengesteld bouwblok De buitenzijde van de blokken sluit aan op het stedelijk raamwerk: formeel, ritmisch en dichtbebouwd, met hoofdentrees aan belangrijke openbare ruimtes. De binnenzijde is juist informeler en groener, met hoven, doorsteken en plekken voor ontmoeting.

Het Doetinchemse samengestelde bouwblok bestaat uit reeksen panden die samen één geheel vormen. Geen gesloten blokken of losse verkavelingen in het groen, maar open stedelijke ensembles die de schaal, doorwaadbaarheid en verfijning van de binnenstad voortzetten.

Op de volgende pagina zijn per stedenbouwkundig onderdeel de specifieke eigenschappen en richtlijnen beschreven.

1. Accent

2. Hoekgebouw in samengesteld bouwblok

Afmeting: maximaal 30 meter breed. Hoogte: minimaal 4 m verschil met de hoofdmassa. Oriëntatie: markeert een belangrijke plek (hoek, plein of kruising). Architectuur: expressiever in vorm of materiaal, maar onderdeel van het geheel. Plint: verhoogd of transparant, met sterke relatie tot de openbare ruimte.

Afmeting: maximaal 30 meter breed. Ontwerp: “om de hoek” ontworpen, met open zijgevel; geen onderscheid tussen voor- en zijgevel. Hoogte: accent in hoogte of kap; minimaal 1 bouwlaag verschil met naastgelegen pand. Plint: verhoogd of transparant, met sterke relatie tot de openbare ruimte.

De blokken zijn pandsgewijs opgebouwd. Dat betekent dat elk gebouw op de grond staat, een verticale geleding heeft en een eigen architectuur en ontsluiting kent. De gevelwand is niet ontworpen als één gebaar, maar opgebouwd uit herkenbare panden met subtiele verschillen in hoogte, ritme en materiaal. Gebouwen hebben een duidelijke driedeling in plint, midden en top; zijgevels aan de openbare ruimte zijn actief en gelijkwaardig aan voorgevels.

3. Gebouw in straatwand

4. Rijwoningen

Afmeting: maximaal 30 meter breed. Karakter: vormt de basis van de gevelwand; rustig en samenhangend in ritme. Verspringing om goede overgangen te creëren. Rooilijn: licht verspringend (max. 2,5 m) Ritme: verticale geleding, subtiele variatie in raamindeling en materiaal. Hoogteverschil: minimaal 1 bouwlaag tussen naburige panden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8366/documents/52143