CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Spoorzone Doetinchem.pdf

gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Beeldkwaliteitsplan Spoorzone Doetinchem15.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samenstelling: reeksen van 3–6 woningen. Structuur: pandsgewijs ontworpen met subtiele variatie in raamindeling, kleur of metselverband. Rooilijn: licht verspringend (max. 2,5 m) Karakter: stedelijk, maar met menselijke schaal en herkenbare voordeuren aan de straat.

5. Baken

6. Parkeergebouw in het blok

Afmeting: maximaal 30 meter breed, tot 25 meter diep. Oriëntatie: alzijdig; herkenbare hoofdentree aan de prominente zijde. Architectuur: onderscheidend in uitstraling, maar verwant in toon en materiaal.

Inpassing: onderdeel van het bouwblok. Ontsloten en gepositioneerd aan de rand van de kavel. Plint: actieve gevel; geen dichte muren aan de straatzijde. Daken: benut als groen-, energie-, polder- of collectief daklandschap. Architectuur: in lijn met de ritmiek en materialisering van het blok.

Doetinchems samengestelde bouwblok

74

75

4.1.6 Overgangen publiek-privé-collectief De manier waarop gebouwen aansluiten op de openbare ruimte bepaalt in sterke mate de kwaliteit van de straat. De overgang tussen publiek, collectief en privé is geen restzone, maar een zorgvuldig ontworpen ruimte waar stad en gebouw elkaar ontmoeten. Hier gaat de straat over in stoep, voortuin, entree of werkruimte en ontstaat levendigheid, herkenbaarheid en comfort. De rooilijn vormt de stedenbouwkundige begrenzing van de straatwand. Binnen deze lijn kan de gevel beperkt verspringen tot circa 1,5 meter ten behoeve van plastiek, entrees of architectonische verbijzondering. Deze verspringingen blijven onderdeel van de straatwand en versterken het ritme en de levendigheid.

A.

Gevels liggen 0 tot 2,5 meter terug uit de rooilijn, passend bij de functie van de plint.

B.

De overgangszone is zorgvuldig ontworpen en sluit aan bij de architectuur én de maatvoering van de openbare ruimte.

C.

De mate van openheid sluit aan bij de functie: transparant en uitnodigend bij werken en voorzieningen; beschut en groen bij wonen.

D.

Materialen, verharding, verlichting en toegankelijkheid zijn van hoge kwaliteit en dragen bij aan een veilige en prettige overgang.

Legenda

Overgangen Werkplinten Stoepzone Voortuin - 1.5 m Voortuin- 2.5 m

Bij woonfuncties op maaiveld kan de hoofdmassa van het gebouw verder worden teruggelegd om een duidelijke overgangszone te creëren. Deze zone bedraagt circa 2,0 tot 2,5 meter en biedt ruimte voor een groene voortuin of beschutte entree. Deze terugligging is functioneel en gericht op privacy en sociale veiligheid, en geldt uitsluitend waar de woonfunctie daarom vraagt.

*Bouwvlakken en aanduidingen zijn indicatief en richtinggevend, waarbij afwijkingen mogelijk zijn mits de ruimtelijke kwaliteit en samenhang behouden blijven.

Werk- en publieksfuncties sluiten directer aan op de rooilijn en hebben een transparante en actieve plint. In alle gevallen wordt de overgang integraal ontworpen als onderdeel van zowel het gebouw als de openbare ruimte.

Stoepzone

Voortuin

76

Werkplint

Voortuin

77

Overgangen stoepzone Gebouwen aan hoofdstraten, pleinen en belangrijke routes hebben een actieve en transparante plint die de openbare ruimte versterkt. • De kavelgrens vormt het juridische referentievlak; de straatwand wordt hierop afgestemd. • Gevels mogen maximaal 1,5 meter terugliggen ten opzichte van de kavelgrens voor entrees, plastiek of verblijfsruimte. • Deze verspringingen vinden plaats binnen de eigen kavel en niet over de kavelgrens heen. • Plinthoogte bedraagt 3,5–7,5 meter, passend bij de functie.

Overgangen voortuin 1,5 m Bij woonfuncties aan rustige straten vormt een circa 1,5 meter diepe, groen ingerichte voortuin een open en verzorgde overgang tussen privé en openbaar, die privacy biedt zonder het zicht en de relatie met de straat te verliezen. • De gevel ligt 1,5 meter terug ten opzichte van de kavelgrens. • De voortuin wordt groen ingericht met lage beplanting, hagen of plantranden. • Erfafscheidingen zijn maximaal 1,0 meter hoog en transparant van karakter. • Verticaal groen (klimplanten, gevelgroen of pergola’s) wordt geïntegreerd in ontwerp van gevel en erfafscheiding. • De overgang wordt integraal ontworpen als onderdeel van gevel en straatprofiel.

M8 Work & Create - Oliv Architekten

The Hudsons - Orange Architects

78

Overgangen voortuinen beschut 2,5 m Bij woonfuncties aan drukkere straten vormt een circa 2,5 meter diepe, groen ingerichte voortuin een beschutte overgang tussen privé en openbaar, met ruimte voor beplanting en verticaal groen als integraal onderdeel van gevel en straatbeeld. • Gevel ligt 2,5 meter terug ten opzichte van de kavelgrens. • De voortuin is overwegend groen ingericht; verharding blijft beperkt tot een toegangspad. • Lage erfafscheidingen of hagen maximaal 1,0 meter hoog; geen dichte schuttingen. • Verticaal groen (klimplanten, gevelgroen of pergola’s) wordt geïntegreerd in ontwerp van gevel en erfafscheiding. • De overgang blijft transparant en sociaal veilig, met zicht op entree en straat.

Werkplinten De werkplint vormt een robuuste overgang tussen straat en bedrijfs- of atelierfunctie. • Gebouwen liggen 0,5–1,5 meter terug voor stoep of laadzone. • Transparantie minimaal 40%; zicht op activiteit en interieur. • Entrees duidelijk herkenbaar en rechtstreeks aan de straat. • Gevels hebben een functionele, ambachtelijke uitstraling; reclame en signing worden terughoudend toegepast.

Lange Eng - Dorte Mandrup Architects

Het Havenkwartier - VMX Architects

79

4.1.7 Samenhangend gevelbeeld De gevels bepalen het karakter van de Spoorzone. Ze zorgen voor ritme, herkenbaarheid en laten Doetinchems vakmanschap zien. Elk gebouw heeft een eigen uitstraling, maar samen vormen zij een rustig en samenhangend straatbeeld op menselijke schaal. Gevels hebben meestal een verticale geleding die lange wanden doorbreekt en panden herkenbaar maakt. Reliëf, diepte en schaduw geven de gevels een gelaagde uitstraling. Entrees zijn duidelijk zichtbaar, terwijl balkons en loggia’s integraal zijn ontworpen en de plasticiteit versterken. De dakrand of kap vormt een rustige afronding van het silhouet. Biobased en circulaire materialen — zoals hout, hergebruikte baksteen en natuurlijke gevelbekleding — worden zichtbaar toegepast, in samenhang met traditionele materialen zoals metselwerk, natuursteen en metaalaccenten. Deze combinatie versterkt de warme, duurzame en ambachtelijke uitstraling die past bij Doetinchem. Variatie in materiaal, kleur en ritme is mogelijk, zolang de samenhang binnen het bouwblok duidelijk herkenbaar blijft.

A.

Gevels hebben een duidelijke driedeling: plint, midden en top.

B.

Verticale geleding is leidend; horizontale lijnen blijven ondergeschikt.

C.

Elk pand heeft een eigen ritme, materiaal of textuur, maar vormt visueel één familie met de aangrenzende panden.

D.

Biobased en circulaire materialen (zoals hout, hergebruikte baksteen en natuurlijke gevelbekleding) worden zichtbaar en zorgvuldig toegepast.

E.

Entrees zijn goed herkenbaar, individueel vormgegeven en logisch gepositioneerd in het gevelbeeld.

F.

Balkons, loggia’s en erkers zijn integraal ontworpen en dragen bij aan ritme, diepte en verfijning.

G.

De dakrand of kap vormt een rustige, zorgvuldig ontworpen beëindiging van het gebouw en versterkt het silhouet.

De Scheepmaker - van Ommeren architecten

Hortus Ludi - Studio architectuurMAKEN

Unity Place - Alison Brooks Architects

Housing in Auvry Barbusse - tectōne

Nordø - Henning Larsen

Top

Midden

Plint

A.

B.

Gevels hebben een duidelijke driedeling: plint, midden, top

80

Dominante verticale geleding; horizontale lijnen ondergeschikt

81

4.1.8 Balkons en loggia's Balkons, loggia's en erkers geven de gevels van de Spoorzone diepte en gelaagdheid. Zij versterken de relatie tussen binnen en buiten en dragen bij aan het ritme van het straatbeeld. Deze elementen zijn altijd integraal onderdeel van het architectonisch ontwerp en nooit losse toevoegingen.

A.

Gevels krijgen plastiek door inspringingen, neggen, nissen en loggia’s. Balkons worden constructief verankerd in het volume of vormgegeven als loggia. Zij zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en versterken de gevelcompositie in plaats van deze te domineren. Uitkragende balkons zijn mogelijk, mits zij passen binnen het straatprofiel en zorgvuldig zijn gedetailleerd. De onderzijde, aansluiting en afwatering maken onderdeel uit van het ontwerp. Hekwerken dragen bij aan het volume en zijn geen standaard verticale spijlenconstructies. Materialen zoals glas, geperforeerd staal, hout of metselwerkborstweringen zijn passend, mits zij aansluiten op het gevelbeeld.

Balkons, loggia’s en erkers zijn integraal onderdeel van de architectuur en constructief opgenomen in het volume; aanplakbalkons zijn niet toegestaan. Balkons en loggia's beginnen vanaf de eerste verdieping.

B.

Gevels hebben een zichtbare dieptewerking en reliëf van minimaal 0,6 meter.

C.

Uitkragende delen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en versterken het gevelritme zonder het te domineren.

D.

Hekwerken en borstweringen maken deel uit van het volume (glas, geperforeerd staal, hout of metselwerk); standaard verticale spijlen zijn niet toegestaan.

Erkers en veranda’s kunnen de overgang tussen gebouw en straat versterken en geven nuance aan de gevel, mits zij bijdragen aan het ritme en de samenhang van het bouwblok.

B.

max. 1,5 m

Balkons & loggia’s

Diepte in de gevel

Nordø - Henning Larsen

Plasticiteit in de gevels door reliëf en diepte met neggen, nissen of loggia's

82

A.

Balkons en loggia's kunnen alleen vanaf de eerste verdieping beginnen

A.

Balkons en loggia’s als integraal onderdeel van de architectuur

Victoria - Bell Phillips Architects

Orfila - Mobile Architectural Office

Nieuw Buurland - KCAP

83

4.1.9 Plinten, entrees en doorsteken De beleving van de Spoorzone ontstaat op ooghoogte. Actieve plinten, herkenbare entrees en aantrekkelijke doorsteken zorgen voor levendigheid, veiligheid en herkenbaarheid. Ze vormen de schakels tussen gebouw, straat en binnentuin, en geven de wijk een menselijk en uitnodigend karakter.

A. B. C. D.

Plinten zijn transparant, open en actief, met functies die leven brengen op straat. De standaard plinthoogte is 3,5 meter, flexibel tot 7,5 meter voor werk- en bedrijfsruimtes. Aan hoofdstraten en pleinen geldt een minimale vrije hoogte van 4,2 meter. Waar gewoond wordt, zorgen stoepen en groen voor privacy en een gastvrije overgang.

E. F. G.

Entrees zijn duidelijk zichtbaar, individueel herkenbaar en gemiddeld elke 10 meter aanwezig. Lange blinde gevels worden vermeden; gevels blijven levendig en afleesbaar. Hoofdentrees zijn royaal vormgegeven en dragen bij aan oriëntatie en sociale veiligheid.

H.

I.

Doorsteken maken de wijk doorwaadbaar en verbinden station, binnenstad en IJsseloevers. Elke circa 50 meter is er een poort of doorgang van minimaal twee bouwlagen hoog, uitnodigend vormgegeven en goed verlicht.

J.

K.

Plinten Plinthoogte varieert van 3,5 tot 7,5 meter, afhankelijk van functie en locatie. Aan hoofdstraten en pleinen geldt een minimale vrije hoogte van 4,2 meter. Minimaal 50% transparant glasoppervlak in de plintzone. Elke 5–10 meter bevat de gevel een ‘gebeurtenis’ (deur, raam, nis, zitplek of kunst). Blinde gevels langer dan 5 meter zijn niet toegestaan. Actieve functies aan hoofdstraten, pleinen en hoeken. Rijke detaillering met duurzame materialen; reclame en verlichting ondergeschikt aan architectuur. Entree Gemiddeld elke 10 meter een entree aan de straatzijde. Entrees zijn transparant, sociaal veilig en goed zichtbaar vanaf de straat. Hoofdentrees duidelijk herkenbaar en architectonisch verbijzonderd (materiaal, hoogte of vorm).

Legenda

Plinthoogte

tot en met 3.5m vrije hoogte 3.5m tot en met 7.5m vrije hoogte

*Bouwvlakken en aanduidingen zijn indicatief en richtinggevend, waarbij afwijkingen mogelijk zijn mits de ruimtelijke kwaliteit en samenhang behouden blijven.

Doorsteken Gemiddeld elke 50 meter een doorgang of poort in het bouwblok. Minimale breedte van 4 meter en hoogte 2 bouwlagen. Poorten en stegen zijn herkenbaar, uitnodigend en onderdeel van de architectuur.

S-West - Orange Architects

J.

plinthoogte met een herkenbare hoofdentree per 4.1.9 Flexibele gebouw.

84

Doorsteken die bijdragen aan de beleving op ooghoogte.

Royal Albert Wharf - Maccreanor Lavington

Herinrichting cluster - Evolta

85

Spaarndammerhart - Marcel Lok_Architect

LOBBY

LOBBY

LOBBY

LOBBY

LOBBY

4.1.10 Bergingen, fietsenstallingen, technische ruimtes Bergingen, fietsenstallingen en technische ruimtes zijn onmisbaar voor een goed functionerende wijk. Ze zorgen voor comfort en gebruiksgemak, maar hebben ook invloed op hoe een straat wordt ervaren. Daarom worden deze voorzieningen in de Spoorzone altijd integraal meeontworpen als onderdeel van het gebouw – niet als losse toevoegingen of dichte blokken op maaiveld.

Omkledingen worden uitgevoerd in duurzame, onderhoudsarme materialen die aansluiten bij het gebouw. Tijdelijke of puur utilitaire oplossingen zijn niet passend. De uitwerking is aan de ontwerper en wordt beoordeeld op samenhang, zorgvuldigheid en ondergeschiktheid van techniek aan het architectonisch beeld.

COMMERCIEEL

Voorzieningen worden integraal onderdeel van het gebouw en verschijnen niet als losse toevoegingen op maaiveld of als gesloten plintblokken. Bergingen worden bij voorkeur binnen het bouwvolume opgelost. Dit sluit aan bij de principes uit de Amsterdamse Bouwbrief, waarin wordt gestuurd op open en actieve plinten en het vermijden van lange reeksen bergingsdeuren aan de straat. Collectieve fietsenstallingen liggen logisch bij entrees, zijn goed toegankelijk en sociaal veilig. De plint blijft open en levendig.

A.

B.

plint min. 4,5m

Zorgvuldig ingepaste entreelobby’s. Postkasten e.d. zijn meeontworpen in de architectuur plint min. 4,5m

COMMERCIEEL

WONEN / COMMERCIEEL

Voorzieningen zijn integraal onderdeel van het gebouw en verschijnen niet als losse toevoegingen in het straatbeeld. De plint blijft open en levendig; lange reeksen gesloten bergingsdeuren aan de straat zijn niet wenselijk.

86

Gevels, deuren en omkledingen sluiten aan op het hoofdgebouw in materiaal, kleur en ritme en worden uitgevoerd in duurzame, onderhoudsarme materialen.

D.

Technische installaties verstoren geen belangrijke zichtlijnen en zijn ondergeschikt aan de architectuur.

E.

Daktechniek wordt gebundeld en zorgvuldig ingepast, bij voorkeur achter een bescheiden dakrand of in een meeontworpen dakopbouw; extreem hoge dakranden zijn niet wenselijk.

F.

Bij schuine daken worden installaties geïntegreerd in het dakvlak of in zorgvuldig ontworpen opbouwen.

G.

Afvalvoorzieningen en technische ruimtes worden architectonisch ingepast en niet als utilitaire elementen zichtbaar geplaatst.

plint min. 4,5m

WONEN / COMMERCIEEL

WONEN

WONEN

BERGINGENFietsenstalling FIETSBERGINGEN

BERGINGENFIETSBERGINGEN

COMMERCIEEL

COMMERCIEE

WONEN / COMMERCIEEL

C.

Technische ruimtes, afvalvoorzieningen en installaties mogen het straatbeeld niet domineren. Met “uit het zicht” wordt bedoeld dat zij geen prominente positie innemen in belangrijke zichtlijnen, zoals langs hoofdstraten, pleinen en entrees. Waar voorzieningen zichtbaar zijn, sluiten zij aan bij het hoofdgebouw in materiaal, kleur en ritme. Door BENG-eisen is veel dakruimte nodig voor techniek. Het bundelen of stapelen van installaties is toegestaan, mits zorgvuldig geordend en architectonisch ingepast. Extreem hoge dakranden zijn niet wenselijk; installaties worden bij voorkeur gebundeld in een meeontworpen dakvolume of achter een bescheiden dakrand geplaatst. Bij schuine daken worden voorzieningen geïntegreerd in het dakvlak of in zorgvuldig ontworpen dakopbouwen.

A.

plint min. 4,5m

WONEN / COMMERCIEEL

C.

Bergingen worden zoveel mogelijk opgelost in de woningen. De collectieve fietsenstalling is verbonden met en zichtbaar in het straatbeeld. Trafo’s, nutsvoorzieningen en technische ruimtes e.d. zijn integraal meeontworpen in de architectuur.

Oostenburg Kavel 2 - Bureau Fraai

West Avenue - De Kovel Architecten

Oostenburg - architectuur maken

Red Carpet 2023 - Nadau Architecture

87

4.1.11 Groene en toegankelijke binnentuinen De binnentuinen vormen de groene harten van de bouwblokken in de Spoorzone. Ze bieden rust en ruimte voor ontmoeting midden in de stad. Rijk aan groen en zorgvuldig ingericht, dragen ze bij aan biodiversiteit, verkoeling en een gezonde leefomgeving. De hoven zijn plekken waar bewoners elkaar ontmoeten, kinderen spelen en het stedelijke leven een groene tegenhanger krijgt. De binnentuinen zijn collectieve, groene ruimten die rust en samenhang brengen in de stedelijke structuur. De hoven zijn in de eerste plaats voor bewoners, maar kunnen ook openstaan voor de buurt via poorten of doorsteken. Collectieve functies zoals spelen, tuinieren of ontmoeten versterken de sociale samenhang. Aan de tuinzijde zorgen groene overgangszones van 2,5– 3,5 meter voor privacy, terwijl entrees en galerijen zo worden gepositioneerd dat de tuin zichtbaar en beleefbaar blijft.

A.

Doorwaadbaarheid met getrapte collectiviteit en een overgang naar de privézone.

B.

Formele buitenkant en informele binnenkant

C.

Minimaal 70% van het oppervlak is groen of onverhard; bomen staan, waar mogelijk in de volle grond.

D.

Beperkte en functionele verharding; materialen zijn waterdoorlatend en passend bij de sfeer van de tuin.

E.

Overgangszone privézone van 2,5–3,5 m met groene randen of terrassen.

F.

Entrees en galerijen gericht op de tuin; maximale overstek 2,5 m, geïntegreerd in het ontwerp.

Høegh Hansens Have - Pax

Wohnen & Arbeiten - Gies Architekten

Lloyd Yard - WE architecten

A.

B.

Doorwaadbare blokken met getrapte collectiviteit en overgangszone naar de privézone.

Formele buitenkant en informele binnenkant.

Stadsvilla Kralingen - Paul de Ruiter Architects

88

BIGyard - Zanderroth architekten

Spaarndammerhart - Marcel Lok_Architect

89

4.1.12 Multifunctioneel daklandschap De daken vormen een zichtbaar en belangrijk onderdeel van het stadsbeeld. Ze worden ontworpen als de ‘vijfde gevel’, met dezelfde zorg en kwaliteit als de rest van het gebouw. Het daklandschap draagt bij aan duurzaamheid en leefkwaliteit: daken kunnen water opvangen en bieden ruimte voor groen. Waar mogelijk sluiten ze aan op binnentuinen of collectieve ruimtes. Binnen de bouwblokken ontstaat een gebalanceerde mix van kappen en platte daken. Deze variatie geeft het silhouet herkenbaarheid, terwijl de samenhang behouden blijft. Platte daken bieden ruimte voor groen, zonnepanelen en waterberging. Zo ontstaat een leesbaar, toekomstbestendig daklandschap dat past bij de Doetinchemse schaal en identiteit.

A.

Elk gebouw heeft één herkenbare en consistente dakvorm, afgestemd op massa en gevelopbouw.

B.

Daken zijn zorgvuldig ontworpen als de ‘vijfde gevel’ en zichtbaar onderdeel van het totaalbeeld.

C.

Daken dragen, waar mogelijk, bij aan klimaatadaptatie (zoals groen of, waterberging). Per ontwikkeling of kavel wordt bepaald welke maatregel het meest geschikt en wenselijk is.

D.

Dakopbouwen kunnen in biobased materialen worden uitgevoerd, mits passend bij het gevelbeeld.

E.

Daken zijn voorbereid op circulair hergebruik en aanpasbaarheid (demontabel, flexibel).

4.1.12

Daken worden, waar mogelijk, ingezet voor een klimaatfunctie of energiefunctie. Per ontwikkeling of kavel wordt afgewogen welke toepassing het meest passend en wenselijk is.

Elk gebouw heeft één duidelijke dakvorm, passend bij de massa en het karaktergebied. Installaties worden teruggelegd of geïntegreerd, zodat daken ook vanuit hoger gelegen woningen een verzorgd beeld geven. Biobased materialen en circulaire principes worden waar mogelijk toegepast, zodat het daklandschap bijdraagt aan een duurzame en gezonde wijk.

4.1.12

Een herkenbare dakvorm per gebouw.

4.1.12

Gebalanceerde mix van kappen en platte daken.

Kas & Co - INBO

90

91

Rooftop farm - ØsterGRO

4.1.13 Verfijnde detaillering De kwaliteit van de Spoorzone zit niet alleen in de grote gebaren, maar vooral in de aandacht voor het detail. Zorgvuldige detaillering laat het Doetinchemse vakmanschap zien: stevig, precies en met aandacht gemaakt. Details versterken de samenhang, maken gebouwen herkenbaar en dragen bij aan een toekomstbestendige, circulaire wijk. De inspiratie ligt in de Doetinchemse bouwtraditie: ambachtelijk metselwerk, de warme tactiliteit van hout en de robuuste uitstraling van staal. Materialen verouderen op een natuurlijke manier en laten hun structuur en herkomst zien. In de Spoorzone worden materialen en details met zorg gekozen en ontworpen. Overgangen tussen materialen, hoeken, kozijnen en dakranden zijn helder en precies uitgewerkt. Biobased materialen, houtconstructies en circulaire principes vragen om aandacht voor bescherming tegen weer en wind, slimme verbindingen en zorgvuldige afwerking. Detaillering maakt het gebouw tactiel en herkenbaar, zonder decoratief te worden.

A.

Vakmanschap zichtbaar Metselverbanden, reliëf, textuur en houtprofielen tonen ambacht en kwaliteit in de uitvoering.

B.

Eerlijke en duurzame materialen Materialen zijn biobased, circulair of herbruikbaar, en verouderen op een natuurlijke en mooie manier.

C.

Zorgvuldige detaillering Aansluitingen, naden, hoeken en verbindingen zijn precies ontworpen; waterkering en bescherming zijn geïntegreerd.

D.

Samenhang in het gevelbeeld Details versterken de eenheid tussen plint, gevel en dak en passen binnen het totaalbeeld per bouwblok.

E.

Ondersteuning biobased materialisatie Details sluiten aan op de eigenschappen van biobased materialen, zoals overstekken, slimme waterafvoer en beschermende randen bij hout.

F.

92

The Hudsons - Orange Architects

Belle Vue - Morris+Company

Buchholzer Grün Housing - Busch & Takasaki Architekten

Seachange House - Solomon Troup Architects

Hortus Ludi - Architectuur MAKEN

16 appartementen - Ekowood Houses

Circulair ontwerpen Waar mogelijk worden demontabele of herbruikbare verbindingen toegepast om toekomstige aanpasbaarheid te ondersteunen.

93

4.1.14 Materiaal en kleur Materiaalgebruik bepaalt in grote mate het karakter en de uitstraling van de Spoorzone. In dit gebied kiezen we voor warme, eerlijke en duurzame materialen die passen bij het Doetinchemse landschap en de traditie van zorgvuldig bouwen. Het kleurenpalet is gebaseerd op aardse bruin-, rood- en geeltinten als basis, aangevuld met warme grijstinten en ingetogen groentonen die verwijzen naar staal, rivierklei en het omliggende landschap.

A. B.

C.

D.

E.

Langs de Oude IJssel zijn lichtere, natuurlijke tinten passend; op de hogere zandgronden overheersen warmere baksteentinten, hout en aardse kleuren. Groen en warme grijstinten kunnen als accent worden toegepast, mits zij het gevelbeeld ondersteunen en niet domineren. Binnen elk bouwblok geldt een samenhangend materialenpalet. Gebouwen mogen subtiel verschillen in kleur of textuur, maar vormen samen een herkenbaar geheel. Harde contrastkleuren binnen één gebouw zijn niet wenselijk. Biobased en circulaire materialen krijgen een vanzelfsprekende plek. Hout en andere duurzame materialen worden zichtbaar en zorgvuldig toegepast. Op blokniveau wordt gestreefd naar een evenwichtige combinatie van hout en robuuste, aardse materialen in plint of straatwand, zodat gebouwen stedelijk verankerd blijven. Volledig houten bouwvelden zijn mogelijk, mits zij bijdragen aan samenhang, een zorgvuldig verouderingsbeeld en de identiteit van de Spoorzone. Plinten krijgen extra aandacht in materialisering en detaillering, zodat op ooghoogte tactiliteit en kwaliteit ontstaan.

94

Kleurenpalet Het basiskleurenpalet bestaat uit aardse bruin-, rood- en geeltinten. Warme grijstinten en ingetogen groentonen zijn toegestaan als ondersteunend accent.

Zandig

Felle of sterk contrasterende kleuren binnen één gebouw zijn niet wenselijk. Kleurgebruik draagt bij aan rust en samenhang binnen het bouwblok. Materialen Elk gebouw heeft één dominant hoofdmateriaal dat het gevelbeeld bepaalt.

F.

Binnen één bouwblok wordt gewerkt met één samenhangend kleuren- en materialenpalet.

G.

Indien binnen het bouwblok één materiaalsoort wordt toegepast, mag variatie plaatsvinden in tint, textuur, materiaalsoort of verwerking, mits het straatbeeld als één samenhangend geheel wordt ervaren.

H.

Materialen sluiten aan bij het landschap: lichtere tinten nabij de rivier, warmere tinten op zandgronden.

I.

Op blokniveau wordt gestreefd naar een evenwichtige combinatie van hout en robuuste, aardse materialen. Biobased en circulaire materialen worden zichtbaar en zorgvuldig toegepast.

J.

Hergebruik van baksteen, hout en staal wordt gestimuleerd, mits passend binnen het gevelbeeld.

K.

Materialen verouderen op een waardige manier en worden zorgvuldig gedetailleerd.

L.

Plinten krijgen een zorgvuldige en tactiele materialisering die bijdraagt aan levendigheid en menselijke maat.

Rivierklei

4.1.14

Geen contrasterende materialen tussen de plint en de overige lagen

4.1.14

Een hoofdmateriaal per gebouw, accenten kunnen verbijzonderen.

4.1.14

Geen contrasterende kleuren en tinten binnen een pand

4.1.14

Dezelfde kleurtint per gebouw, accenten kunnen verbijzonderen.

95

Kleurenpalet en materialen Warme kleuren, robuuste materialen van hout tot baksteen

96

97

Groen dak PV panelen: Solarge Ultra Low Carbon

4.1.15 Hout- en biobased bouwen De Spoorzone stimuleert biobased en circulair bouwen als onderdeel van een toekomstbestendige stadsontwikkeling. Hout en andere biobased materialen dragen bij aan een lagere milieu-impact, een warme uitstraling en een maakbare, flexibele bouwstructuur.

A.

B.

Biobased toepassingen worden integraal ontworpen. De hoofddraagconstructie is robuust, betrouwbaar en afgestemd op de levensduur van het gebouw. Prefabricage en rationele maatvoering worden gestimuleerd, zodat bouwkwaliteit, uitvoerbaarheid en leverbaarheid in balans zijn. Naast constructie wordt ook gekeken naar toepassing van biobased materialen in gevels, vloeren en isolatie. Hierbij geldt dat technische prestaties op het gebied van brandveiligheid, akoestiek en vochtbestendigheid aantoonbaar op orde zijn. Circulariteit is uitgangspunt. Gebouwen worden zo ontworpen dat onderdelen demontabel en vervangbaar zijn. Droge verbindingen hebben de voorkeur boven verlijmde systemen. Flexibiliteit in gebruik en aanpasbaarheid in de tijd maken deel uit van de ontwerpopgave.

Houten gevels worden constructief beschermd door een stenige plint (min. 40 cm) en voldoende overstek of waterslag (dakoverstek min. 50 cm of gelijkwaardig).

A. C.

Flexibiliteit gevelafwerking Demontabelheid / herbruikbaarheid

Houten gevelbekleding voldoet aan de geldende brandklasse-eisen (min. klasse B bij >13 meter); open latten zijn alleen toegestaan met brandwerende achterconstructie.

C.

Biobased gevels zijn droog gemonteerd en demontabel; verlijmde systemen zijn niet toegestaan en worden onderbouwd met een materialenpaspoort (DO-fase).

D.

De gevelarchitectuur mag het constructieve houtbouwraster volgen; geforceerde afwijkingen van het grid worden niet geëist.

E.

Bij >50% houtconstructie kan een hoogtebonus van +50 cm per bouwlaag worden toegepast.

Houten constructiesystemen

A.

Biobased isolatie

B.

Bouwmaterialen met lage CO2-uitstoot

Duurzaamheid wordt integraal meegewogen in de beoordeling. Een lage CO2-uitstoot, een gunstige MPG-score en aantoonbare herbruikbaarheid dragen positief bij aan de kwaliteit van het plan.

A.

Low-carbon bakstenen in Drystack-systeem

A.

Keramische strips van gerecyclede materialen

98

A.

Lamellen van keramische strips of houten delen

A.

ABC-Nordic keramische shingles

A.

Gelamineerde houten draagconstructie

A.

Platowood vuren geveldelen

B.

Leemstuc

B.

Strotec prefab

B.

Rieten dak

99

4.1.16 Natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen De Spoorzone wordt een groen en toekomstbestendig stadsdeel, waar natuur, water en bebouwing in balans samenkomen. Groen en water zijn dragers van de stedelijke kwaliteit en verbinden de binnenstad met de Oude IJssel. Regenwater wordt opgevangen en vertraagd, bomen zorgen voor schaduw en verkoeling en groene daken en gevels versterken biodiversiteit en luchtkwaliteit. Elke ontwikkeling – van plein tot woongebouw – draagt bij aan vergroening, verkoeling en waterberging. Natuurinclusief bouwen betekent dat mens en natuur samenleven. Gebouwen bieden nest- en verblijfplaatsen voor vogels, vleermuizen en insecten. Wadi’s, gevelgroen en tuinen vormen samen een netwerk van leefgebieden dat doorloopt tot aan de rivier. Buitenruimte en bebouwing worden ontworpen met voldoende schaduw, doorlatende verharding en lichte materialen om hittestress te beperken. Als voorbeeld voor toekomstige gebiedsontwikkelingen biedt de Spoorzone ruimte voor innovatie in waterzuinig bouwen. Regenwater wordt waar mogelijk hergebruikt en pilotprojecten op gebouw- of buurtniveau stimuleren toepassingen zoals grijswatergebruik en irrigatie van groen met opgevangen regenwater. Daarmee sluit de Spoorzone aan bij gemeentelijke ambities voor drinkwaterbesparing en slimme, duurzame watersystemen.

A.

Elke kavel draagt zichtbaar bij aan de groene structuur van de wijk.

B.

Regenwater wordt afgekoppeld van het riool en lokaal opgevangen of hergebruikt; berging en afvoer gebeuren zichtbaar via wadi’s, regentuinen of open goten.

C.

Gebouwen worden waar mogelijk voorzien van groene daken, waterdaken of gevelgroen. Per ontwikkeling of kavel wordt bepaald welke maatregel het meest geschikt en wenselijk is.

D.

Elk gebouw integreert natuurinclusieve voorzieningen zoals neststenen of vleermuiskasten en gebruikt inheemse beplanting.

E.

Buitenruimte en gebouwen worden ontworpen met voldoende schaduw, doorlatende verharding en lichte materialen om hittestress te beperken.

F.

Jaktgatan and Lövängsgatan - AJ Landskap

Kas & Co - INBO

BIGyard - Zanderroth Architekten

Waterzuinige maatregelen, zoals hergebruik van grijswater of regenwater, worden gestimuleerd en bij pilotprojecten expliciet onderzocht en toegepast.

Wij land - Space&Matter

100

101

ROOT - LEVS architecten

4.1.17 Parkeerpanden en mobiliteitshub Parkeren en fietsvoorzieningen maken onlosmakelijk deel uit van het stedelijk weefsel. Ze worden integraal meeontworpen in gebouwen en openbare ruimte, zodat functionaliteit, comfort en kwaliteit hand in hand gaan. Zo ontstaat een prettige, overzichtelijke en toekomstbestendige wijk waar mobiliteit het straatbeeld niet domineert, maar versterkt.

A.

In de Spoorzone worden parkeer- en fietsvoorzieningen integraal opgenomen in gebouwen en de openbare ruimte. Parkeergebouwen zijn onderdeel van het stedelijk weefsel en krijgen, afhankelijk van hun ligging, een passende uitwerking met zorg voor plint, gevel en dak. Parkeren wordt zoveel mogelijk opgelost in gebouwde of halfverdiepte voorzieningen binnen bouwblokken. Fietsparkeren is goed bereikbaar, zichtbaar en waar mogelijk onderdeel van de plint. Zo draagt mobiliteit bij aan een leefbaar, groen en samenhangend straatbeeld.

Parkeerpanden en mobiliteitshub Parkeergebouwen zijn onderdeel van het bouwblok en sluiten aan in materiaal en kleur; vrijstaande hubs kunnen een eigentijdse uitstraling krijgen. De uitwerking van plint en gevel volgt de ligging in het ruimtelijk raamwerk: aan hoofdstructuren en pleinen is een actieve plint en samenhangend gevelbeeld vereist, elders is flexibiliteit mogelijk met ondersteunende of collectieve functies, zoals bergingen, fietsenstalling en of deelmobiliteit, mits het straatbeeld aantrekkelijk blijft. Gevels en daken dragen, waar mogelijk, bij met groen en een klimaatadaptieve invulling.

B.

Overige parkeeroplossingen Parkeren halfverdiept, verdiept of maaiveld, uit het zicht en geïntegreerd in de blokstructuur. Bovenzijde benut voor groen, hof of collectieve buitenruimte.

C.

Fietsparkeren Zichtbaar en transparant opgenomen in de plint, niet als los volume. In architectuur, kleur en materiaal geïntegreerd met het gebouw. Goed bereikbaar vanaf straat of hof, met veilige en sociale entree.

A.

Parkeerpanden meeontwerpen in het bouwblok.

A.

Actieve plint met functies op de begane grond van parkeerpanden, afgestemd op de ligging en bijdrage aan het straatbeeld.

A.

Principe parkeren opgelost in apart parkeerpand.

B.

Principe verdiept parkeren opgelost in bouwblok.

B.

Principe halfverdiept parkeren opgelost in bouwblok.

B.

Principe maaiveld parkeren opgelost in bouwblok.

Buiksloterham - Studio Ninedots

Ejler Bille Parking House - JAJA Architects

Hof Beiz

Smart Dock - Koschuch Architects

Block 5B - RAUM

Parkeerhuis - Korth Tielens architecten

102

103

4.2 GEBIEDSGERICHTE BEELDKWALITEIT Wat betekenen deze beeldkwaliteitsregels en -voorwaarden voor de karaktergebieden? Elk gebied heeft een eigen karakter en identiteit. Hiervoor hebben we specifieke gebiedsgerichte beeldkwaliteitseisen opgesteld. Dit geeft een samenhangend beeld van het beoogde karakter per gebied.

Een rijk palet aan verschillende karakters De Spoorzone ontwikkelt zich als een veelzijdig stadsdeel met ruimte voor verschillende vormen van wonen, werken en ontmoeten. In het Gebiedsprogramma zijn vier karaktergebieden opgenomen, elk met een eigen uitstraling, functiemix en mate van stedelijkheid. Samen vormen zij een gevarieerd en compleet woon- en werkmilieu dat aansluit op de binnenstad, omliggende buurten en de regio.

Ambachtelijke stedelijkheid

Door deze mix van karakters – van levendig en stedelijk tot groen en ambachtelijk – ontstaat een wijk met diverse woningtypen, voorzieningen en bedrijvigheid. Dit draagt stevig bij aan de gemeentelijke bouwopgave en zorgt voor een toekomstbestendig stadsdeel met een duidelijk eigen profiel binnen Doetinchem.

Stationskwartier Oude IJsseloevers

Werken en leren

104

105

Ambachtelijke stedelijkheid In het karaktergebied Ambachtelijke stedelijkheid bieden we ruimte aan ambachtelijke en creatieve maakbedrijven. In dit woon-werkgebied zetten we in op flexibele ruimtes en gemeenschappelijke faciliteiten. Nieuwe woonvormen, zoals atelierwoningen, trekken nieuwe doelgroepen. Culturele voorzieningen, commerciële functies, oude fabriekspanden en groene tuinen maken het een uniek, gemengd stuk stad met een rauw randje.

Stationskwartier Het Stationskwartier heeft de meest stedelijke mix van wonen, werken, onderwijs-, culturele, maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Het kent ook de hoogste bebouwingsdichtheid. Bestaande kantoren worden zorgvuldig ingepast in het stedelijk weefsel. Er ontstaat een aantrekkelijk gebied rondom het station met een optimaal functionerend mobiliteitsknooppunt.

Oude IJsseloevers Aan de Oude IJsseloevers ontstaat een stedelijk woon-werkmilieu met het accent op wonen en ondersteunende voorzieningen, zoals een basisschool, (water)sport en horeca. Iseldoks is hierin een eerste ontwikkeling. Bestaande bebouwing wordt, waar wenselijk, naadloos opgenomen tussen de nieuwbouw, waardoor er een eigen karakter ontstaat. We bieden volop ruimte voor groen en water.

Werken en leren Het bedrijventerrein ontwikkelt zich tot een modern werklandschap. Het kent grotere (maak) bedrijven die milieu- en werkruimtes nodig hebben. Het gebied biedt ruimte om te testen, experimenteren en te produceren. In dit gebied is er ruimte voor verschillende bedrijven om krachten te bundelen. Ook zien we ruimte in dit gebied voor ondersteunende functies als onderwijs, evenementen en andere vormen van ruimtegebruik die bijdragen aan het verstevigen van het vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijven en (praktijk)onderwijs.

106

107

4.2.1 Ambachtelijke stedelijkheid Ambachtelijke stedelijkheid kenmerkt zich als het industriële en maakgerichte deel van de Spoorzone. Hier staat het rauwe, werkzame karakter centraal. De sfeer wordt ontleend aan voormalige loodsen, werkplaatsen en fabriekshallen: robuust, functioneel en eerlijk in constructie.

Korrel en massa: Korrelbreedte 12 t/m 24 m; grotere volumes worden leesbaar onderverdeeld. Pandsgewijze opbouw met robuuste, verticale geleding. Rooilijn mag verspringen tot 2,5 m; informeler straatbeeld toegestaan. Bouwhoogte: Basis 3 t/m 5 bouwlagen. Hoeken mogen robuuster en expressiever worden vormgegeven.

Dit gebied onderscheidt zich door een grotere ruimtelijkheid en een zichtbare werkfunctie in de plint. De schaal is compact, minder formeel en stedelijk dan in het Stationskwartier. Bouwblokken zijn pandsgewijs opgebouwd, met middelgrote korrels en subtiele verschillen in hoogte en materiaal. Grote volumes worden onderverdeeld, maar mogen hun robuuste uitstraling behouden.

Plint: Werk- en maakfuncties zijn hier leidend. Transparantie afgestemd op functie; activiteit zichtbaar waar mogelijk. Hybride zones en werkstoepen toegestaan. Materiaal: Robuuste materialen (baksteen, staal, beton, hout). Biobased toepassingen zichtbaar; constructieve logica mag afleesbaar zijn. Geen sterk contrasterende kleuren of decoratieve gevelcomposities.

Materialen zijn stevig en verouderen mooi: baksteen, staal, beton en hout vormen de basis. Biobased toepassingen en houtbouw zijn hier nadrukkelijk zichtbaar en mogen hun constructieve logica tonen. Geen verfijnde of decoratieve architectuur, maar een sobere, ambachtelijke uitstraling.

Illustratieve voorbeeldverkaveling karaktergebied Ambachtelijke stedelijkheid

Openbare ruimte: Stoere basisinrichting met ruimte voor experiment. Informeel groen, wadi’s en waterberging zichtbaar ingepast. Binnenhoven geschikt voor collectief gebruik.

De openbare ruimte is stoer en functioneel, met ruimte voor ontmoeting, experiment en tijdelijk gebruik. Groen en water worden informeel en klimaatadaptief ingezet.

Top

3 t/m 5 bouwlagen

Aantrekkelijk daklandschap

5 laag e

Volop ruimte voor eigentijdse innovatie

Midden

Zorgvuldige overgang naar bestaande bebouwing

3-5 lagen

Plint

1-3 lagen

Aantrekkelijke plinten

Houtbouw en biobased bouwen

Elke 5 meter een gebeurtenis

Informele groene tussenruimtes

Entrees aan de straat

Directe overgangen met brede entrees

108

109

In Ambachtelijke stedelijkheid is ruimte voor maken, creëren en experimenteren. Ambachtelijke en creatieve bedrijven krijgen hier plek naast cultuur, horeca en kleine winkels. Oude fabriekspanden, stoere materialen en groene binnentuinen geven het gebied een herkenbaar, gemengd karakter met een rauw maar warm randje. Hierdoor ontstaat een levendig stadsdeel waar werken, ontmoeten en verblijven vanzelf samengaan.

PRODUCTIE

Sfeer: stoer, rauw, ambacht

Collectieve binnentuinen

Accenten tot 8 bouwlagen

EXPERIMENT

Biobased materialen

Werkloods

Zandig kleurenpalet

Bakstenen materialen Buurttuin

3 t/m 5 bouwlagen Parkeren met buurtbatterij Ruimte voor werkfuncties in de plint

CIRCULAIRE ECONOMIE EN AMBACHT 110

Pandsgewijze opbouw

WONEN/WERKEN

Houtbouw 111

112

113

4.2.2 Stationskwartier Het Stationskwartier vormt de stedelijke entree van Doetinchem. Hier komen reizen, wonen, werken en ontmoeten samen in een compacte en levendige omgeving met een representatieve uitstraling.

Korrel en massa: Korrelbreedte gemiddeld 20 t/m 30 m. Continue straatwanden zonder grote onderbrekingen. Verticale geleding versterkt het stedelijk ritme. Bouwhoogte: Basisbouwhoogte 5 t/m 8 bouwlagen. Accenten t/m 12 bouwlagen op markante plekken. Hoogteaccenten slank en terugliggend uitgevoerd. Plint: Actieve functies verplicht aan stationsplein en hoofdstraten. Minimaal 4,2 m vrije hoogte aan hoofdstraten. Transparantie ≥ 50% bij publieke functies. Hoofdentrees royaal en herkenbaar vormgegeven. Materiaal: Warme baksteen als basis, aangevuld met metaal en biobased materialen. Verfijnde detaillering passend bij representatief karakter. Geen grove of rauwe materialisering zoals in ambachtelijke gebieden. Openbare ruimte: Formele en samenhangende inrichting. Brede stoepen en duidelijke zichtlijnen. Verblijfsplekken gekoppeld aan plinten.

Gebouwen staan strak in de rooilijn en vormen continue straatwanden langs het stationsplein en de hoofdstraten. De schaal is stedelijk en krachtig, met een basisbouwhoogte van 5 t/m 8 bouwlagen en accenten t/m 12 bouwlagen op markante plekken. Deze accenten versterken het silhouet en markeren de entree van de stad. De architectuur is zorgvuldig opgebouwd met een duidelijke geleding en een herkenbaar ritme. Warme baksteen vormt de basis, aangevuld met metaal en biobased toepassingen. Plinten zijn actief en transparant, met horeca en voorzieningen aan het plein en de hoofdstraten. Royale entrees en brede stoepen dragen bij aan levendigheid, oriëntatie en verblijfskwaliteit.

Illustratieve voorbeeldverkaveling karaktergebied Stationskwartier

Top

t/m 12 lagen

Bezonning, klimaat Aantrekkelijk daklandschap Zorgvuldige overgang naar bestaande bebouwing

Midden

Volop ruimte voor eigentijdse innovatie

5-8 lagen

Plint

1-3 lagen

Aantrekkelijke plinten minimaal 3,5m maximaal 7,5m (afhankelijk van de functie)

Zorgvuldige overgang publiek-privé 114

Specials

Elke 10 m, een deur!

Stationsplein

Continue straatwanden Houtbouw 115

Het Stationskwartier is het meest stedelijke deel van de Spoorzone. Hier komen wonen, werken, winkelen, onderwijs en maatschappelijke voorzieningen samen in een hoge dichtheid. Bestaande kantoren worden zorgvuldig ingepast in het nieuwe stadsweefsel. Rond het station ontstaat een aantrekkelijk en levendig gebied met een moderne mobiliteitshub als centraal ontmoetingspunt.

HOOGSTEDELIJK WONENWERKEN

Fietsparkeren bebouwd Stationsplein Bestaande kantoren

MOBILITEITSHUB

Horeca in plint

Gezondheidscentrum Onderwijsvoorziening

Wonen voor verschillende doelgroepen P+R

Betaalbaar wonen

Collectief parkeren Kantoor

5 t/m 8 bouwlagen met accenten op bijzondere plekken t/m 12 lagen Groene binnenruimtes Ruimte voor milieucategorie t/m 2 Bestaande kantoren

ONDERWIJS 116

Groene ruimtes Wadi’s

117

118

119

4.2.3 Oude IJsseloevers De Oude IJsseloevers vormen het groene woon-werkgebied van de Spoorzone. De relatie tussen stad en rivier staat centraal. Openheid, lange zichtlijnen en directe toegang tot park en kade bepalen de ruimtelijke opzet. Bebouwing staat vrij in het groen en laat ruimte voor zicht op water en landschap.

Korrel en massa: Bouwhoogte 3 t/m 5 bouwlagen; accenten t/m 8 bouwlagen. Korrelbreedte 12 tot 25 m. Bebouwing behoudt en versterkt zichtlijnen naar park. Materiaal: Lichte, natuurlijke materialen: lichte baksteen, hout, natuursteen, biobased toepassingen. Rustige gevelcompositie met geïntegreerde buitenruimten. Zorgvuldige beëindiging van kap of dakrand. Plint: Op pleinen/aan het park actief. Openbare ruimte: Zachte, groene overgang tussen privé en openbaar. ‘Groen tenzij’-principe leidend in inrichting openbare ruimte.

Gebouwen zijn 3 t/m 5 bouwlagen hoog, met incidentele accenten t/m 8 bouwlagen op markante plekken. De massa’s zijn helder en slank gepositioneerd, met verspringingen die ruimte bieden aan terrassen en groene overgangen. De opzet volgt het ritme van het park en versterkt de verbinding met het water. De architectuur is licht van uitstraling en terughoudend in compositie. Materialen sluiten aan bij het landschap: lichte baksteen, hout, natuursteen en biobased toepassingen. Gevels zijn rustig opgebouwd met geïntegreerde buitenruimten.

Illustratieve voorbeeldverkaveling karaktergebied Oude IJsseloevers

De openbare ruimte volgt het principe ‘groen tenzij’. Het park vormt de drager van het gebied. Overgangen tussen privé en openbaar zijn groen en laag gehouden, met hagen en gevelgroen. Waterberging en biodiversiteit zijn zichtbaar onderdeel van het ontwerp. Lichte, natuurlijke tinten van baksteen, hout en natuursteen

Aantrekkelijk daklandschap

Top

Volop ruimte voor eigentijdse innovatie Ontspannen

t/m 8 lagen

Midden 3-5 lagen

Plint

1-3 lagen Aantrekkelijke plinten

Ruime overgangen privé en openbaar

Specials 120

Oude IJsselpark

Houtbouw

Oriëntatie op de rivier 121

Aan de Oude IJsseloevers ontstaat een stedelijk woon-werkmilieu met de nadruk op wonen, aangevuld met voorzieningen zoals horeca en (water)sport. Iseldoks vormt hierbij de eerste stap. Bestaande gebouwen worden – waar passend – ingepast tussen de nieuwbouw, waardoor een eigen en gelaagd karakter ontstaat. Groen en water krijgen volop ruimte en bepalen de sfeer langs de oever.

Betaalbaar wonen

Collectief woonblok Wonen voor verschillende doelgroepen

BUURT

Basisschool Horeca Behoud van karaktermakers

Collectief parkeren in gebouwde voorziening Ruimte voor groen en water Beschutte binnentuinen Watergerelateerde bedrijvigheid

Werken aan huis 3 t/m 5 bouwlagen en accenten t/m 8 bouwlagen Openbare route langs water Recreatie

ONTSPANNEN STEDELIJKHEID 122

CULTUUR

123

124

125

4.2.4 Werken en Leren Het gebied Werken en Leren ontwikkelt zich tot een modern werklandschap waar maken, leren en innoveren samenkomen. Hier is ruimte voor (maak)bedrijven, praktijkonderwijs en creatieve ondernemers. De sfeer is open en experimenteel, met plek om te produceren, testen en samenwerken. Een gezamenlijke hub bundelt reststromen, energie en logistiek en vormt het hart van dit circulaire werkmilieu.

De plinten zijn transparant om het 'werken' zichtbaar te maken en ruimte te bieden voor uitwisseling en ontmoeting. De openbare ruimte is functioneel en groen in pockets. Brede stoepen voor de bedrijvigheid en routes verbinden bedrijven en onderwijsinstellingen. Hier is ruimte voor experiment, evenementen en samenwerking in een omgeving die energie uitstraalt en toekomstgericht is.

Korrel en ritme: modern werklandschap afwisselende korrel, tot maximaal 35 m. Rooilijn: losser, maar samenhangend. Bouwhoogte: 1 t/m 3 bouwlagen, met optoppen t/m een maximale bouwhoogte van 15 meter Materialen: het gebruik van duurzame, biobased en eerlijke materialen zoals hout, lichte baksteen en staal wordt gestimuleerd. Openbare ruimte: groen, verbonden en uitnodigend voor experiment.

De architectuur is robuust en eigentijds, met volumes van 1 t/m 3 bouwlagen en een open, transparant karakter. Gebouwen zijn flexibel in gebruik en het gebruik van duurzame, biobased materialen zoals hout, lichte baksteen en staal wordt gestimuleerd.

Illustratieve voorbeeldverkaveling karaktergebied Werken en leren

Top max. 15 meter

Optoppen en/of uitbreiden van bestaande bedrijven Zorgvuldige overgang naar bestaande bebouwing

Midden

Praktijkonderwijs

3-5 lagen

Laadplein

Circulaire hub

Plint

1-3 lagen

Aantrekkelijke plinten minimaal 3,5m maximaal 7,5m (afhankelijk van de functie)

Samenwerking en kruisbestuiving

126

Logistieke hub

Ruimte voor bedrijvigheid

127

Het noordelijke deel van Verheulsweide groeit uit tot een modern werklandschap voor grotere maakbedrijven die ruimte nodig hebben om te produceren, testen en experimenteren. Er komt een gezamenlijke hub waar reststromen, energie en logistiek slim worden verzameld en verdeeld. Daarnaast is er plek voor ondersteunende functies zoals cultuur, onderwijs, evenementen en praktijkruimtes. Zo ontstaat een dynamische werkomgeving die aantrekkelijk is voor innovatieve Circulaire hub bedrijven én voor (praktijk)onderwijs dat nauw samenwerkt met het bedrijfsleven.

Energieopwekking Smart energy hub met laadplein

Optoppen van bedrijfspanden

WERKEN Kantoren Ruimte voor startups Innovatiebroedplaats

Praktijkonderwijs Centrale kas

‘Een leven lang leren’ 1 t/m 3 bouwlagen

MAATSCHAPPELIJK

Handel

Logistiek Bestaande bedrijvigheid

Slim omgaan met parkeren (collectief of gestapeld) Huisvesting werknemers of studenten

128

Maatschappelijke werkplaats

LOGISTIEK EN HANDEL 129

130

131

Beeldverantwoording p. 114-115

p. 126-127

1

14

1. Tåsinge Plads 4. Aarhus School of Architecture - ADEPT 8. 16 appartementen - Ekowood Houses 9. VMX-Noordbuurt - VMX Architects 10. NRE Gasfabriek area 11. Defensie-Eiland - Groosman 12. Tugelaweg - M3H Architects 14. The Hudsons - Orange Architects

p. 120-121

1

17

2. Stadsstraat - BOGL 3. Weezenlanden Noord - Karres en Brands 4. BIGyard - Zanderroth Architekten 7. Benjamin Franklin Campus - Wiegerinck 8. Jaktgatan and Lövängsgatan - AJ Landskap 9. Zelterstrasse Berlin - Zanderroth Architekten 10. Three terraced houses - 8A Architecten 11. The Natural Pavilion - DP6 13. Merckt - Powerhouse company 15. The Hudsons - Orange Architects 16. Hortus Ludi - Studio Architectuur Maken 17. Kilburn - Feilden Clegg Bradley Studios

p. 132-133

1

16

1. Prinses Beatrixplein Haarlem - De Zwarte Hond 4. Agar Grove - Mae Architects 7. Television Centre - Gillespies Landscape Architects 8. Mixed used 107 apartments - Nunc Architectes 9. Spaarndammerhart - Marcel Lok_Architect 10. 197 Kensington High Street -Stiff + Trevillion 12. Zuiver Bosrijk - Marc Koehler Associates 15. Poort van Hoorn - Karres en Brands 16. Krøyers Plads - COBE

1

16

132

133

1. Bestrating, Utrecht 2. Nieuwe Jonkerstraat 50 3. Optimist hall - Perkins & Will 4. WijnCK - WE architecten 5. Sovereign Square - re-form 6. Oliemolenhof plaza van Amersfoort 9. Mining History Centre, France 10. Aarhus School of Architecture - ADEPT 13. The Natural Pavilion - DP6 14. Bovenbouwwerkplaats - Studio Ninedots 15. Grønningen-Bispeparken Climate Park - SLA 16. Karper K - Studio Ninedots

134

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8379/documents/52232