CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Aanbiedingsbrief meerjarenbegroting 2022-2025 GR Laborijn.pdf

gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.4: Ontwerpbegroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 GR Laborijn941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Gemeenteraden van de gemeenten Aalten, Doetinchem, Montferland Van: Dagelijks Bestuur Betreft: Aanbieding ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Datum: 19 mei 2021 Inleiding Voor u ligt de ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. De ontwerpbegroting dient, volgens de wettelijke bepalingen, altijd vroeg in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij dient te worden opgesteld. Dit blijft altijd een lastige opgave omdat veel ontwikkelingen voor 2022 en verder lang van te voren moeten worden ingeschat. Hoewel het er op lijkt dat de economie zich aan het herstellen is van de impact die Corona heeft gehad is nog niet helemaal zeker wat het tempo is en ook niet wat de impact zal zijn op de ontwikkeling van de werkeloosheid. We hebben bij het opstellen van deze ontwerpbegroting de volgende uitgangspunten gehanteerd. Gehanteerde uitgangspunten In deze concept ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd en aandachtspunten te melden: 1. De programma indeling is gewijzigd zodat de leesbaarheid wordt vergroot. De gehanteerde programma’s zijn: inkomen & financiële dienstverlening, ontwikkeling, participatie & re-integratie, Wsw en algemene overhead. 2. De bijdrage van de deelnemende gemeenten stijgt niet ten opzichte van de meerjarenraming uit het afgesproken kader van de begroting 2021.

Wel is een er van jaar op jaar een stijging zichtbaar als gevolg van loon-prijsstijgingen en niet beïnvloedbare ontwikkelingen. 3. Het programma inkomen & financiële dienstverlening laat een stijging zien van de bijstandslasten in het jaar 2022. In de jaren 2023 tot en met 2025 dalen de bijstandslasten in verband met de landelijk verwachte afname van het aantal statushouders in de bijstand. Wij hebben hierin de landelijke trend gevolgd met als uitgangspunt dat wij 1% beter presteren dan het landelijk gemiddelde. Verder verwachten wij een toename van het aantal inwoners dat met een langdurige loonkostensubsidie aan het werk is bij een reguliere werkgever. 4. Bij het programma ontwikkeling, participatie en re-integratie zien wij een aantal ontwikkelingen. Zo neemt door de toename van het aantal inwoners die met een LKS werken bij reguliere werkgevers de jobcoach behoefte toe. Deze jobcoaching is essentieel om de inwoners die met een doelgroepindicatie bij werkgevers in de regio aan het werk zijn goed te kunnen begeleiden en te ondersteunen in hun ontwikkeling. Daarmee wordt ook de loonwaarde die zij hebben voor de werkgevers verbeterd zodat niet meer loonkostensubsidie betaald hoeft te worden dan noodzakelijk. Daarnaast zien wij dat de lasten nieuw beschut gaan toenemen indien voldaan wordt aan de taakstelling die landelijk is opgelegd.

Wij lopen hierin op dit moment nog wat achter. Indien de taakstelling volledig wordt ingevuld zullen de lasten behoorlijk gaan toenemen. Om deze stijgende kosten niet ten koste te laten gaan van de inzet van reintegratie activiteiten voor de doelgroep Participatiewet is het noodzakelijk om de kosten Wiw te laten afnemen en is de inzet van de bestemmingsreserve noodzakelijk. Enkel hierdoor kan de post aanvullende re-integratie/ontwikkeling op het benodigde niveau blijven om aan de toenemende complexiteit van begeleiding van de nieuwe doelgroepen te kunnen voldoen. 5. Het programma Wsw laat een omzetstijging zien tot en met 2023 vanwege de verwachte toename van het aantal Wsw-medewerkers die werkzaam zijn in een groeps- of individuele detachering. Door de coronacrisis is het percentage extern werkzame Wsw-medewerkers gedaald naar circa 65% in 2021. In deze begroting is

pagina 1 van 2

de verwachting doorgerekend dat we ultimo 2022 weer op 80% extern werkzaam zijn en dat dit zo blijft. Doordat het aantal Wsw-medewerkers in z’n totaliteit alsmaar daalt met circa 5% per jaar neemt de positieve bijdrage die de Wsw levert ter dekking van de uitvoeringslasten af. Daarnaast stijgen de loonkosten Wsw door en is het onduidelijk of dit volledig gecompenseerd zal worden door een hogere rijksbijdrage Wsw. Op dit moment is de verwachting dat dit tekort jaarlijks oploopt. Dit is door Laborijn niet, tot nauwelijks te beïnvloeden. 6. In het programma algemene overhead zien wij in de jaren 2023 en 2024 incidentele baten en lasten vanwege de uitvoering van de Wet inburgering voor de gemeente Aalten en Doetinchem. Daarnaast is zichtbaar dat de overhead kosten afgebouwd worden in verband met de uittreding van de gemeente Oude IJsselstreek. Om deze afbouw geleidelijk te laten verlopen is de bestemmingsreserve frictiekosten Oude IJsselstreek ingezet in de jaren 2022 tot en met 2025. In de begroting 2022 is de vermindering van de uitvoeringskosten en overhead die tot nu toe gerealiseerd is meegerekend. De komende maanden worden de acties voor 2023 en 2024 nader gebudgetteerd zodat in de begroting 2023-2026 zichtbaar wordt hoe het lastenniveau verder wordt aangepast. Om de begroting meerjarig sluitend te krijgen is de inzet van de reserves nodig.

Dit heeft enerzijds te maken met de afname van de positieve bijdrage die de Wsw levert aan de dekking van uitvoeringskosten en anderzijds doordat de beschikbare re-integratiemiddelen voor participatiewet inwoners onder drukt staat. Wij zullen hier in de loop van 2021 een nadere analyse op uitvoeren om te onderzoeken in hoeverre beperking van de uitvoeringskosten tot de mogelijkheden behoort. Voor het jaar 2025 is de verwachting dat het nodig is om een onttrekking te doen uit de algemene reserve van € 237.000 om de begroting sluitend te krijgen. De ratio weerstandsvermogen daalt dan van 1,0 naar 0,9. Dit is nog binnen de afgesproken bandbreedte.

Zienswijze Wij vragen u om een zienswijze te geven op deze ontwerpbegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Hierbij vragen wij u de zienswijze, indien gewenst, aan het DB kenbaar te maken binnen de in artikel 27 van de Gemeenschappelijke Regeling gestelde termijn. Doetinchem, 19 mei 2021

De secretaris J-H. Janssen

De voorzitter drs. E.J. Huizinga MBA

pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7471/documents/37552