Bijlage 2.4 - Parapluherziening Externe veiligheid - 2020_Bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Parapluherziening Externe veiligheid 2020 Bijlagen toelichting
Vastgesteld
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1 Raadbesluit tot vaststellen Extern Veiligheidsbeleid
6
Bijlage 2 Beleidsnota 'Extern Veiligheidsbeleid'
10
Bijlage 3 Overzicht risicobronnen
62
Bijlage 4 Nota van Inspraak
64
3 bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' vastgesteld
4 bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' vastgesteld
Bijlagen toelichting
5 bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' vastgesteld
Bijlage 1 Raadbesluit tot vaststellen Extern Veiligheidsbeleid
6 bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' vastgesteld
Bijlage 2 Beleidsnota 'Extern Veiligheidsbeleid'
10 bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' vastgesteld
INSERT YOUR PICTURE(S) IN THIS CELL
Extern Veiligheidsbeleid
Gemeente Doetinchem 27 oktober 2013 Definitief rapport 9Y3788
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. PLANNING & STRATEGY
Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen +31 24 328 42 84 --
Verkorte documenttitel
www.royalhaskoningdhv.com
Internet
EV-beleid Definitief rapport
Datum
27 oktober 2013 Extern Veiligheidsbeleid
Projectnummer
9Y3788
Opdrachtgever
Gemeente Doetinchem
Referentie
9Y3788/R00005/409010/Nijm
Auteur(s)
Hans Iserief
Collegiale toets Datum/paraaf Vrijgegeven door Datum/paraaf
KvK
Extern Veiligheidsbeleid
Status
Projectnaam
Fax
info@nijmegen.royalhaskoning.com Amersfoort 56515154
Documenttitel
Telefoon
Merle de Lange 6-11-2013
………………….
Hans Iserief 6-11-2013
………………….
A company of Royal HaskoningDHV
SAMENVATTING Inleiding De gemeente Doetinchem wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. Eén aspect van die veilige omgeving is opslag, gebruik en transport van gevaarlijke stoffen. In die zin draagt de gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeente Doetinchem extern veiligheidsbeleid geformuleerd. Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s op de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich voor rondom zowel risicovolle inrichtingen, transportassen als buisleidingen waarover / waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving en beleidsnota’s. Invulling geven aan wettelijke verplichtingen en beleid vormt een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Doetinchem aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR) te overwegen.
Voor de wijze van totstandkoming van het voorliggende externe veiligheidsbeleid is gekozen voor bestuurlijke betrokkenheid van zowel het College van B&W als de Gemeenteraad. Te vormen beleid kan alleen rekenen op bestuurlijke acceptatie als de betreffende bestuurders de te volgen koers (blijven) onderschrijven. Om bij besluiten betreffende wettelijke externe veiligheidstaken te kunnen verwijzen naar het externe veiligheidsbeleid, is het beleid vastgesteld door zowel het College van B&W als de Gemeenteraad. Risico’s en ruimtelijke ordening gemeente Doetinchem Risicobronnen De gemeente Doetinchem kent de onderstaande (delen van) inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat om een achttal LPGtankstations. Voor de actuele lijst van inrichtingen vallend onder Bevi wordt verwezen naar de provinciale risicokaart, te benaderen via www.risicokaart.nl. Voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden vastgesteld dat binnen de gemeente Doetinchem wegen vervoer van gevaarlijke stoffen hoofdzakelijk plaatsvindt over de volgende wegen: Rijksweg A18, Oostelijke Randweg (weg in aanbouw, gerealiseerd medio 2015), Broekhuizerstraat, Europaweg, Weemstraat en Liemersweg. In de gemeente Doetinchem vindt over het spoor geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats en is ook niet opgenomen in het Basisnet Spoor.
In de gemeente Doetinchem is een gedeelte van de Oude IJssel gelegen. Deze waterroute is in het Basisnet Water opgenomen als een groene route. Een groene route is de aanduiding voor scheepvaart zonder frequent vervoer van gevaarlijke stoffen. Daardoor is er bij deze vaarweg geen sprake van een verantwoordingsplicht van het groepsrisico en hoeft er ook geen rekening gehouden te worden met een plasbrandaandachtsgebied. De gemeente Doetinchem heeft een aantal ondergrondse aardgasbuisleidingen van de Gasunie binnen haar gemeentegrenzen liggen. EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm 27 oktober 2013
Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief De gemeente Doetinchem kenmerkt zich door een afwisselend landschap met natuur en recreatie. In de gemeente zijn enkele bedrijventerreinen gelegen, waarvan het bedrijvenpark A18 is bedoeld voor relatief grote bedrijven. Grote ruimtelijke ontwikkelingen die voortkomen uit de structuurvisie zijn in de gemeente Doetinchem onder andere de ontwikkeling van het bedrijvenpark A18 en de ontwikkeling van 500 woningen aan de Heelweg. Er zijn geen knelpunten wat betreft externe veiligheid te verwachten naar aanleiding van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedstypen Op basis van de beschrijving en ligging van de risicobronnen, bedrijventerreinen, woongebieden etc. is vanuit het perspectief van externe veiligheid een indeling gemaakt in gebieden waarvoor het wenselijk kan zijn om een verschillend veiligheidsniveau na te streven. Bij de beoordeling van aanvragen/bestemmingsplannen is voor de keuze van het toe te passen gebiedstype, de ligging van de risicobron bepalend. Het gaat om de volgende typering van gebieden: Woongebieden Gebieden met als voornaamste bestemming wonen waar een hoog veiligheidsniveau gewenst is. Bedrijventerreinen Gebieden met als voornaamste bestemming bedrijvigheid (werken) en waar onder voorwaarden plaats is voor risicovolle bedrijven.
Buitengebied (recreatiegebied/natuurgebied) Gebieden met als voornaamste bestemmingen agrarische doeleinden, recreatieve doeleinden en natuur en waar risicobronnen onder voorwaarden op bescheiden schaal zijn toegestaan. Uitgangspunten en gebiedsgerichte ambities gemeente Doetinchem De gemeente Doetinchem streeft naar een verantwoord evenwicht tussen risico’s en de behoefte aan de activiteiten die de risico’s veroorzaken. Daartoe conformeert de gemeente Doetinchem zich aan haar wettelijke verplichtingen. Daar waar de gemeente als bevoegd gezag een beoordelingsvrijheid heeft maakt zij in dit beleidsdocument keuzes op het gebied van externe veiligheid. Die keuzes hebben de vorm van algemene uitgangspunten en gebiedsgerichte ambities. Uitgangspunten 1. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid onderscheidt de gemeente Doetinchem drie gebiedstypen: woongebieden, bedrijventerrein en buitengebied. 2. Een balans dient gevonden te worden tussen enerzijds wonen en werken en anderzijds veiligheid en risico, waarbij de nadruk ligt op veiligheid. 3. In woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen toegelaten. 4. Vestiging van nieuwe risicovolle bedrijven is mogelijk, hiervoor is het bedrijvenpark A18 aangewezen. 5.
Op het bedrijventerrein en in het buitengebied accepteert de gemeente een enigszins minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting op de omgeving onder voorwaarden mogelijk.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm 27 oktober 2013
6. Waar zich ev-knelpunten voor (kunnen) doen, besteedt de gemeente vooral aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. 7. Bij het beoordelen van risicosituaties worden aanvullend op de beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ook de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken. Hierbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met het advies van de Veiligheidsregio in het kader van de verantwoordingplicht groepsrisico. Gebiedsgerichte ambities Op basis van de beschrijving en ligging van de risicobronnen, bedrijventerreinen, woongebieden, etc. is vanuit het perspectief van externe veiligheid een indeling gemaakt in gebieden waarvoor het wenselijk is om een verschillend ambitieniveau op het gebied van externe veiligheid na te streven. WOONGEBIEDEN Gebiedseigen kwaliteiten
Voornaamste bestemming wonen. Geen introductie van nieuwe risicobronnen. Geschikt voor (beperkt) kwetsbare objecten.
Ambities plaatsgebonden risico
Geen kwetsbare objecten binnen de contour PR 10-6 van een risicobron (wet). Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron ongewenst, tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn .
Ambities groepsrisico
Toename van het groepsrisico is ongewenst. De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden conform de procedure zoals aangegeven in paragraaf 3.4 . Er dient hierbij aandacht te zijn voor mogelijke bronmaatregelen, effectmaatregelen en beheersmaatregelen. Met name dient er rekening te worden gehouden met de gebiedseigen kwaliteiten.
Voornaamste bestemming bedrijvigheid (werken). Vestiging van nieuwe Bevi-bedrijven is in eerste instantie alleen mogelijk op het bedrijvenpark A18. Hierbij dient de woonkern Wehl zo veel mogelijk te worden onzien , waarbij door middel van een onderzoek aantoonbaar dient te worden gemaakt dat er bronmaatregelen zijn genomen om het invloedsgebied zo veel mogelijk te beperken/verkleinen. Voor de overige bedrijventerreinen zijn nieuwe Bevi-inrichtingen in eerste instatie niet toegestaan. Dit is alleen mogelijk middels een wijzigingsbevoegdheid waarbij de contour PR 10-6 van de inrichting binnen de inrichtingsgrens valt. Voor bestaande risicovolle activiteiten geldt dat bij verkleining van de risicovolle activiteit de vergunde (omgevingsvergunning) risicoruimte wordt aangepast aan de nieuwe situatie. Bij beëindiging van de risicovolle activiteit wordt de vergunde risicoruimte ingetrokken. Beperkt kwetsbare objecten zijn toelaatbaar, met inachtname van wettelijke voorwaarden. Aanwezigheid kwetsbare objecten onder voorwaarden mogelijk.
BEDRIJVENTERREINEN Gebiedseigen kwaliteiten
Ambities plaatsgebonden risico
Ambities groepsrisico
EV-beleid Definitief rapport
Geen kwetsbare objecten binnen de contour PR 10-6 van een risicobron (wet). Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron ongewenst , tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn. . De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden
9Y3788/R00005/409010/Nijm 27 oktober 2013
conform de procedure zoals aangegeven in paragraaf 3.4 . Er dient hierbij aandacht te zijn voor mogelijke bronmaatregelen, effectmaatregelen en beheersmaatregelen. Met name dient er rekening te worden gehouden met de gebiedseigen kwaliteiten.
Buitengebied (RECREATIEGEBIED/ NATUURGEBIED) Gebiedseigen kwaliteiten
Ambities plaatsgebonden risico
Ambities groepsrisico
Voornaamste bestemming agrarische doeleinden, recreatieve doeleinden en natuur. Meest voorkomende activiteiten: werken (hoofdzakelijk agrarisch bedrijvigheid), wonen en recreëeren. Vestiging nieuwe risicobronnen onder voorwaarden op bescheiden schaal mogelijk. Voor bestaande risicovolle activiteiten geldt dat bij verkleining van de risicovolle activiteit de vergunde (omgevingsvergunning) risicoruimte wordt aangepast aan de nieuwe situatie, bij beëindiging van de risicovolle activiteit wordt de vergunde risicoruimte ingetrokken. Geschikt voor (beperkt) kwetsbare objecten. Geen kwetsbare objecten binnen de contour PR 10-6 van een risicobron (wet). Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron ongewenst , tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn . De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden conform de procedure zoals aangegeven in paragraaf 3.4 . Er dient hierbij aandacht te zijn voor mogelijke bronmaatregelen, effectmaatregelen en beheersmaatregelen. Met name dient er rekening te worden gehouden met de gebiedseigen kwaliteiten.
Realisatie van uitgangspunten en ambities Context en kader Integraal werkveld – Het onderwerp externe veiligheid kent een takenveld waaraan vele gemeentelijke disciplines een bijdrage moeten leveren: milieu, ruimtelijke ordening (RO), brandweer, verkeer en vervoer, openbare orde en veiligheid, bouwen, communicatie, economische zaken. Wetgeving en beleid – Uitvoering van externe veiligheidstaken vindt haar grondslag in wettelijke regels en gekozen ambities op grond van wettelijk toegestane lokale beleidsruimte. Inhoud en proces – Bij de uitvoering van externe veiligheidstaken gaat het om procesmatige (de ‘hoe’ vraag) en inhoudelijke aspecten (de ‘wat’ vraag). Incidentele en structurele taken – De gemeente Doetinchem zal het gewenste externe veiligheidsniveau (laten) realiseren door het (laten) uitvoeren van incidentele taken en structurele taken. Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) – Voor uitvoering van externe veiligheidstaken laat de gemeente zich ondersteunen door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) voorzover de Dienstverleningsovereenkomst daartoe aanleiding geeft.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm 27 oktober 2013
Taakuitvoering – procesmatig Deskundigheid en capaciteit – In het kort: er dienen voldoende ambtelijk deskundigen te zijn om de omschreven taken uit te voeren. Verder moeten deze personen beschikken over voldoende expertise. Taakborging – Kwaliteit van procesvoering is er ook mee gebaat als taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden structureel zijn verankerd in procedures en beschrijvingen van werkprocessen. Actueel extern veiligheidsbeleid / kenbaarheid & integratie – Het externe veiligheidsbeleid van de gemeente dient bestuurlijk te zijn vastgesteld door het College van B&W en door de Gemeenteraad. Voorts dient het beleid te zijn geïntegreerd in overige gemeentelijke gerelateerd beleid. Het externe veiligheidsbeleid dient kenbaar te zijn binnen de organisatie, in ieder geval bij die ambtelijk deskundigen die er in hun dagelijks werk mee moeten werken. De Veiligheidsregio zal in de gelegenheid gesteld worden om advies te kunnen geven bij EV relevante vraagstukken. Taakuitvoering – inhoudelijk Het takenpakket externe veiligheid voor de gemeente speelt zich af rond de volgende onderwerpen: Signaleren en registreren. Toepassen wettelijke en ‘wenselijke’ externe veiligheidsaspecten in gemeentelijke producten.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm 27 oktober 2013
INHOUDSOPGAVE Blz. 1
2
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
1 1 2 5 6 6 6
Externe veiligheid Begrippen en normen externe veiligheid Doel van het beleid Voordelen van het beleid Toepassen beleid Invulling geven aan het externe veiligheidsbeleid
EXTERNE VEILIGHEID GEMEENTE DOETINCHEM 2.1 Risicoprofiel 2.2 Risicobronnen 2.2.1 Inrichtingen (inrichtingen volgens de Wet milieubeheer Wm / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wabo) 2.2.2 Vervoer van gevaarlijke stoffen 2.2.3 Buisleidingen 2.3 Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief 2.4 Indeling in gebiedstypen
8 8 8 9 9 10 11 11
3
VISIE EN AMBITIE GEMEENTE DOETINCHEM 3.1 Visie op externe veiligheid 3.2 Uitgangspunten externe veiligheidsbeleid 3.2.1 Uitgangspunten 3.3 Externe veiligheidsambities gemeente Doetinchem 3.3.1 Bestaande situaties 3.3.2 Nieuwe situaties 3.4 Verantwoording groepsrisico 3.4.1 Verantwoordingsprocedure 3.5 Effecten 3.5.1 Beheersbaarheid 3.5.2 Risicocommunicatie
13 13 13 14 14 14 15 16 17 19 19 19
4
UITVOERING VAN HET BELEID 4.1 Context en kader 4.2 Taakuitvoering – procesmatig 4.3 Taakuitvoering – inhoudelijk
20 20 21 22
BIJLAGEN Bijlage 1: Overzicht van belangrijke wet- en regelgeving Bijlage 2: Gehanteerde begrippen en afkortingen Bijage 3: Risicodiagram Cluster Achterhoek West
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -i-
27 oktober 2013
Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt nader toegelicht wat externe veiligheid inhoudt en met welke normen en waarden vanuit externe veiligheid rekening moet worden gehouden. Doel, voordelen en toepassing van het beleid passeren ook de revue. Als vertrekpunt voor beleidsambities komt de huidige situatie rond risico’s en ruimte in Doetinchem in hoofdstuk 2 aan de orde. Hoofdstuk 3 presenteert de gebiedsgerichte uitgangspunten en ambities van de gemeente. In hoofdstuk 4 tenslotte komen van aspecten van beleidsuitvoering aan de orde.
1
INLEIDING
1.1
Externe veiligheid Externe veiligheid (ev) gaat over het beheersen van de risico’s die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen. Ook de risico’s die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving, doordat veiligheidsafstanden tussen risicovolle activiteiten en bijvoorbeeld woningen nodig zijn. Aan de andere kant is het rijksbeleid er op gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd op elkaar. In onderstaande tabel 1 is een aantal voorbeelden gegeven van wat wel en wat niet binnen ‘externe veiligheid’ valt. Tabel 1
: Voorbeelden wel/geen externe veiligheid
Externe veiligheid
Geen externe veiligheid
Bij de ontwikkeling van woonwijken voldoende afstand houden van hogedruk aardgastransportleidingen (v.v.).
Verbieden van een voetbalwedstrijd ter voorkomen en bestrijden van paniek in menigte.
Aanwijzen van een zo veilig mogelijke transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg of water.
Het verbeteren van de verkeersveiligheid door het aanleggen van veiligere oversteekplaatsen.
Het opleggen van en toezicht houden op veiligheidsafstanden bij de opslag van vuurwerk.
Voorkomen van bos- en heidebranden door regelmatig onderhoud van bos- en heidegebieden.
Het (ver)plaatsen van bedrijven met een opslag van meer dan 10 ton gevaarlijke stoffen in emballage naar locaties op ruime afstand van woonwijken.
(Ver)plaatsen van GSM- en UMTS-masten.
Om een beeld te schetsen hoe groot de kans op overlijden van een individu per jaar is als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen (externe veiligheid) is in de onderstaande tabel 2 de kans op overlijden bij diverse risicovolle activiteiten in het dagelijks leven weergegeven.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -1-
27 oktober 2013
Tabel 2 : De kans op overlijden bij diverse risicovolle activiteiten in het dagelijks leven Activiteit
Kans op overlijden per jaar
Getroffen door neerstortend vliegtuig
1 op de 10 miljoen
Verdrinking door dijkdoorbraak
1 op de 10 miljoen
Sterven door bijensteek
1 op de 5,5 miljoen
Getroffen door bliksem
1 op de 2 miljoen
Externe veiligheid
1 op de 1 miljoen (10-6)
Vliegen
1 op de 814.000
Werk in een gemiddeld bedrijf
1 op de 77.000
Lopen in het verkeer
1 op de 54.000
Fietsen
1 op de 26.000
Werk in landbouw en visserij
1 op de 14.000
Autorijden
1 op de 5.700
Brommer rijden
1 op de 5.000
Roken (bij één pakje sigaretten per dag)
1 op de 200
Veiligheid zo optimaal mogelijk Door te investeren in veiligheidsmaatregelen, het aantal risicobronnen te beperken en de inrichting van de omgeving van risicobronnen aan te passen, wordt de veiligheid zo optimaal mogelijk gemaakt. Het volledig wegnemen van alle veiligheidsrisico’s is echter niet betaalbaar, niet praktisch uitvoerbaar en botst met het optimaal benutten van de beschikbare ruimte. Binnen de diverse taakgebieden van de landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke overheden dienen continu afwegingen te worden gemaakt tussen veiligheid, haalbaarheid en kosten. Hierbij gaat het ondermeer om taken op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer, milieu en rampenbestrijding. De onderlinge samenhang van de gemaakte afwegingen van verschillende taakvelden is hierbij van cruciaal belang. Hiertoe is een overkoepelend en samenhangend kader noodzakelijk, waarin het externe veiligheidsbeleid voorziet.
1.2
Begrippen en normen externe veiligheid Mate van risico De mate van risico is afhankelijk van twee aspecten, namelijk de kans op en het mogelijke effect van een ongeval. Onder de kans verstaan we de mogelijkheid dat zich een situatie voordoet waarbij bijvoorbeeld in een opslag van gevaarlijke stoffen een grote brand ontstaat. Aan de hand van ervaringscijfers en modellen is het mogelijk om een dergelijke kans te berekenen. Onder de effecten verstaan we binnen de externe veiligheidswetgeving uitsluitend het aantal acuut dodelijke slachtoffers van een ongeval, bijvoorbeeld het aantal personen dat bij een grote brand in een opslag van gevaarlijke stoffen wordt blootgesteld aan dodelijke concentraties van gevaarlijke dampen. Dat daarnaast ook een groot aantal gewonden kan vallen wordt in de risiconorm niet meegenomen. Uiteraard is dit aantal gewonden voor de hulpdiensten (bijvoorbeeld brandweer, ambulancediensten, etc.) wél erg relevant.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -2-
27 oktober 2013
In Nederland worden twee maten gehanteerd voor het risico, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Plaatsgebonden risico (PR)
Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een (denkbeeldig) persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid bevindt van een risicovolle inrichting of transportas waarover gevaalijke stoffen worden vervoerd. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of aan beide zijden langs de transportas.
Groepsrisico (GR)
Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk aanwezige) groep van 10, 100 of 1000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt weergegeven als een grafiek met het aantal personen op de horizontale as en de cumulatieve kans op overlijden op de verticale as.
Vanuit het besef dat er altijd veiligheidsrisico’s zullen bestaan, maar dat er wel een norm gesteld moet worden voor de grootte van de risico’s, heeft de Rijksoverheid grens-, richt- en oriënterende waarden gesteld. Landelijke normen De normen voor de toegestane risico’s als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving1. Plaatsgebonden risico (PR) De normering voor het plaatsgebonden risico is afhankelijk van de aard van het te beschermen object. Hierbij wordt in wet- en regelgeving onderscheid gemaakt tussen kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. De norm voor kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen e.d.) is een grenswaarde (waaraan moet worden voldaan). De norm voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleinere kantoorgebouwen of bedrijfsgebouwen) is een richtwaarde (hieraan moet zoveel mogelijk worden voldaan). Grenswaarde en richtwaarde -6
De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten is 10 per jaar. -6 De richtwaarde voor het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten is 10 per jaar. Dus: de kans dat een (denkbeeldig) persoon die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een bedrijfs- of -6 transportongeval, mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar (dat is 10 per jaar).
1
Zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire RisicoNormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (dit is de voorloper van het nieuw te ontwikkelen wettelijk besluit transportroutes externe veiligheid) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -3-
27 oktober 2013
PR 10-6
Geen kwetsbare objecten
Geen beperkt kwetsbare objecten tenzij ….
Na afweging GR etc. toegestaan
Groepsrisico (GR) Voor het groepsrisico is een oriënterende waarde vastgelegd. Dit houdt in dat de gemeente hier gemotiveerd van kan afwijken. Een toename van het groepsrisico is, ook al bevindt het risico zich boven of onder de oriënterende waarde, gebonden aan een verantwoordingsplicht. De oriënterende waarde voor het groepsrisico voor inrichtingen (puntbronnen)2 is hieronder weergegeven. Oriënterende waarde -5
De kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers is ten hoogste 10 per jaar -7 De kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers is ten hoogste 10 per jaar -9 De kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers is ten hoogste 10 per jaar Dus: hoe groter de potentiële omvang van de ramp des te strenger de oriënterende waarde. Immers, een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met tien dodelijke slachtoffers. Dit is naar normering vertaald door aan de kans op een ramp met 100 doden een grens te stellen - de oriënterende waarde - die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met tien doden. Dus voor 10 dodelijke slachtoffers is de oriënterende waarde eens in de -5 honderdduizend jaar (10 ), voor 100 dodelijke slachtoffers is de oriënterende waarde eens in de tien -7 miljoen jaar (10 ) en voor 1000 dodelijke slachtoffers is de oriënterende waarde eens in de miljard -9 jaar (10 ).
2
Voor mobiele bronnen (vervoer gevaarlijke stoffen) geldt: voor 10 dodelijke slachtoffers is de oriënterende waarde eens in de tienduizend jaar (10-4), voor 100 dodelijke slachtoffers is de oriënterende waarde eens in de miljoen jaar (10-6) en voor 1.000 dodelijke slachtoffers is de oriënterende waarde eens in de honderd miljoen jaar (10 -8).
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -4-
27 oktober 2013
Figuur 1
: Groepsrisicocurve
Kanttekeningen bij de normen voor risico’s De normen voor risico’s sluiten lang niet altijd aan bij de wijze waarop burgers risico’s beleven. Zo is de kans op een dodelijk verkeersongeluk voor de gemiddelde burger veel groter dan de kans om slachtoffer te worden van een ramp met gevaarlijke stoffen. Toch achten veel burgers, mede vanwege vrije keuzes van deelname en vanwege de lagere aantallen slachtoffers, de risico’s van het verkeer acceptabeler. Bij externe veiligheid gaat het immers om kleine kansen, maar grote gevolgen. Beoordeling effecten Zoals hierboven aangegeven, wordt in de risiconormering alleen gekeken naar het directe aantal dodelijke slachtoffers. Ook als wordt voldaan aan de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico kan een calamiteit nog altijd zeer veel gewonden, zieken of schade tot gevolg hebben. Daarom is het van belang om naast aandacht voor de risico’s ook de mogelijke effecten te beschouwen, zodat ook de mogelijkheden voor beperking, beheersing en bestrijding van deze effecten aan bod komen. Effectbenadering3
Effectbenadering heeft ten doel om de als gevolg van een calamiteit te verwachten effecten in kaart te brengen en zodanig maatregelen te treffen dat deze effecten beheersbaar en bestrijdbaar zijn door de hulpdiensten.
1.3
Doel van het beleid De gemeente Doetinchem blijft aandacht houden voor een beheersbare externe veiligheidssituatie, waarbij: De externe veiligheid risico’s binnen de gemeente goed in beeld zijn gebracht en ambtenaren en bestuurders zich bewust zijn van de aanwezige risico’s. 3
Met de term ‘effect’ wordt bij PR en GR specifiek gezondheidseffecten voor mensen bedoeld. Bij de effectbenadering kan mogelijk een bredere definitie worden gebruikt. Zie ook paragraaf 3.5 over de effectbenadering.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -5-
27 oktober 2013
Een zorgvuldige afweging plaatsvindt tussen nut en noodzaak van nieuwe ontwikkelingen en hun gevolgen voor externe veiligheid. Door middel van beleidsuitvoering en handhaving wordt gezorgd voor de beheersbaarheid van bestaande en toekomstige EV risico’s. Communicatie met de burger plaatsvindt over de aanwezige risico’s en de te volgen gedragsrichtlijn in geval van een calamiteit. Afname van de werklast, onder andere bij de afdeling ruimtelijke ordening, milieu en het bestuur.
Om te komen tot een beheersbare externe veiligheidssituatie is het externe veiligheidsbeleid opgesteld. Het externe veiligheidsbeleid heeft als doel een toetsingskader aan te bieden dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s er in de gemeente Doetinchem zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan.
1.4
Voordelen van het beleid Het toetsingskader voorkomt afwegingen en besluiten op ad hoc basis en brengt consistentie door heldere uitgangspunten en reële ambities. Het externe veiligheidsbeleid moet ervoor zorgen dat externe veiligheid goed wordt meegenomen in alle besluiten die het veiligheidsniveau binnen de gemeente beïnvloeden. De concrete voordelen van een extern veiligheidsbeleid zijn: Geen stagnatie in de planontwikkelingen: heldere doelen en duidelijke werkprocedures verminderen de kans op onnodige vertraging in ruimtelijke plannen. Zekerheid over de gevolgen van toekomstige ontwikkelingen op het gebied van veiligheid. Inzicht krijgen in mogelijke veiligheidsniveaus en bijbehorende ‘acceptabele’ maatschappelijke kosten. Een integrale aanpak bij de indeling van de ruimte van de gemeente. Helderheid over taken, verantwoordelijkheid, aanwezige deskundigheid. Transparantie over verdeling van taken tussen afdelingen ruimtelijke ordening, milieu en de veiligheidsregio. Duidelijkheid en (rechts)zekerheid voor burgers over risico’s en zelfredzaamheid.
1.5
Toepassen beleid Dit externe veiligheidsbeleid wordt toegepast bij alle gemeentelijke besluiten/producten (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie) die het externe veiligheidsniveau binnen de gemeente Doetinchem beïnvloeden. Dit houdt in dat er geen externe veiligheids relevante besluiten worden genomen zonder toepassing van dit beleid. Daarnaast geeft het externe veiligheidsbeleid duidelijkheid aan burgers en bedrijven over hoe de gemeente omgaat met externe veiligheidsrisico’s binnen de gemeente.
1.6
Invulling geven aan het externe veiligheidsbeleid Bij het vaststellen van het eigen gemeentelijk externe veiligheidsbeleid is een aantal (toekomstige) wetten en regels van belang, deze zijn in bijlage 1 gepresenteerd. Invulling geven aan deze wettelijke verplichtingen vormt een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -6-
27 oktober 2013
Waar wettelijke verplichtingen ophouden ontstaat een gebied waarbinnen de gemeente voor wenselijke ontwikkelingen kan kiezen. Te denken valt hierbij aan keuzes rond de oriënterende waarde van het groepsrisico en rond richtwaarden voor het plaatsgebonden risico bij beperkt kwetsbare objecten. Bij deze keuzes is de gemeente gehouden tot degelijke motiveringen en communicatie aan haar burgers. De gemeente Doetinchem zal in acht nemen dat de gemeentelijke externe veiligheidstaken onderdeel zijn van de zogenaamde veiligheidsketen. In figuur 2 is in de veiligheidsketen weergegeven hoe de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop is georganiseerd en wat de relatie is met de gemeentelijke externe veiligheidstaken. Het externe veiligheidsbeleid richt zich hoofdzakelijk op de eerste vier schakels in de veiligheidsketen (van pro-actie tot en met risicovoorlichting). : Veiligheidsketen4
Figuur 2
PRO-ACTIE
PREVENTIE
PREPARATIE
Het structureel voorkomen van situaties met onaanvaardbaar hoge risico’s in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen
Het voorkomen van directe oorzaken van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen hiervan
De daadwerkelijke voorbereiding op de bestrijding van de gevolgen van mogelijke zware ongevallen
Risiconormering externe veiligheid Lokaal beleid RO
Vergunningverlening Handhaving
Hulpbehoefte, rampenplan, aanvalsplan, rampenbestrijdingsplan
NAZORG
REPRESSIE
RISICOVOORLICHTING
Alles wat nodig is om zo snel Mogelijk terug te keren in de ‘normale’ verhoudingen
De bestrijding van de gevolgen van een zwaar ongeval en de verlening van hulp in acute situaties
Functie sirenenet. Beschrijving risicobronnen, aard van de risico’s, omvang van de schade, inhoud RBP en VR
Inwerkingtreding bestrijdingsplannen
4
RBP en VR in het figuur staan voor Rampenbestrijdingsplan en Veiligheidsrapport.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -7-
27 oktober 2013
2
EXTERNE VEILIGHEID GEMEENTE DOETINCHEM Voor het formuleren van passende gebiedsgerichte ev-uitgangspunten en -ambities is het nodig inzicht te hebben in: 1. Risicobronnen – welke risicovolle inrichtingen, transportassen en buisleidingen bevinden zich op het grondgebied van de gemeente en met welke risicocontouren, invloedsgebieden dan wel effectafstanden wordt daarbij gerekend? Wat is de relatie tot huidige en geprojecteerde5 (beperkt) kwetsbare objecten? 2. Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief – wat is de huidige ligging van diverse gebieden in de gemeente (wonen, werken, recreëren, etc.) en wat zijn de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen ? Zijn er EV knelpunten dan wel aandachtspunten vanuit deze ontwikkelingen in bijvoorbeeld grensgebieden tussen wonen en werken of in ongewenste bestemmingen in afzonderlijke gebieden? 3. Gebiedstyperingen – op basis van de beschrijving en ligging van de risicobronnen, bedrijventerreinen, woongebieden, etc. is vanuit het perspectief van externe veiligheid een indeling te maken in gebieden waarvoor het wenselijk is om een verschillend veiligheidsniveau na te streven. Onderstaand wordt ingegaan op de genoemde aspecten die door de gemeente Doetinchem als basis voor de geformuleerde uitgangspunten en gekozen ambities in het volgende hoofdstuk zullen dienen.
2.1
Risicoprofiel De extern veiligheidsrisico’s voor de gemeente Doetinchem maken onderdeel uit van de risico’s uit het ‘Risicoprofiel Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland” 6. Het risicoprofiel geeft een omvattend beeld van de aard, omvang en effecten van de risico’s in de regio. Het risicoprofiel bestaat uit een risico-inventarisatie en de analyse daarvan. De risico-inventarisatie omvat het overzicht van risicovolle activiteiten en de soorten branden, rampen of crises de zich in de regio kunnen voordoen. Deze beleidsvisie sluit hierop aan. De gemeente Doetinchem maakt binnen de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) deel uit van het cluster Brandweer Achterhoek West. Voor dit deel van de VNOG is ook risicodiagram opgesteld. (zie hiervoor bijlage 3).
2.2
Risicobronnen Onder risicobronnen worden in dit document verstaan: Inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen7 (Beviinrichtingen). Dit zijn ook de inrichtingen die vallen onder het Besluit Risico’s zware ongevallen (BRZO-inrichtingen) Transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor die vallen onder de Circulaire Risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen (CRVNGS). Deze wordt begin 2014 voor ruimtelijke besluiten vervangen door het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Tot de inwerkingtreding van het Bevt wordt de CRNVGS toegepast. Transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). 5
Geprojecteerde objecten zijn objecten die volgens het ruimtelijk besluit zijn toegestaan, maar in werkelijkheid (nog) niet aanwezig zijn.
6
Bron: Risicoprofiel Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland, Het Kader van keuzes in Veiligheid” van maart
2011. 7
Staatsblad 2004, 250, Besluit van 27 mei 2004.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -8-
27 oktober 2013
In de volgende subparagrafen worden de risicobronnen voor de gemeente Doetinchem beschreven. Zoals hierboven aangegeven gaat het hierbij om Bevi-inrichtingen, transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De risicobronnen zijn weergegeven op de provinciale risicokaart (www.risicokaart.nl). Voor het gebruik van ambtelijk deskundigen is er een professionele versie van de risicokaart waarvoor de inloggegevens in het bezit zijn van de gemeente Doetinchem. De burgerversie is voor een ieder inzichtelijk en toegankelijk zonder inloggegevens. Inrichtingen die niet onder het Bevi vallen, zoals windmolens en biogasinstallaties worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook meegenomen. Voor dit type inrichtingen wordt de Veiligheidsregio betrokken voor advies. 2.2.1
Inrichtingen (inrichtingen volgens de Wet milieubeheer Wm / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wabo) Juridisch kader Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Bevi heeft betrekking op een aantal nader omschreven inrichtingen: BRZO bedrijven, LPG-tankstations, bedrijven met een ammoniakkoelinstallatie >1500 kg, bedrijven met een opslag voor gevaarlijke stoffen van meer dan 10 ton en spoorwegemplacementen die door de minister zijn aangewezen voor het rangeren van gevaarlijke stoffen. Zie artikel 2 lid 1 van het Bevi voor het volledig overzicht van de inrichtingen die onder het Bevi vallen. Risicobronnen De gemeente Doetinchem kent de onderstaande (delen van) inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen: LPG-tankstation BP Bongers LPG-tankstation BP Bruntinks Autoservice LPG-tankstation Esso Lukassen LPG-tankstation Fokko Meijer LPG-tankstation H.Th.J. Van Londen LPG-tankstation Th. Wenting LPG tankstation Wehl LPG tankstation Van Gessel Bovenstaande opsomming is een momentopname. Voor de actuele lijst van inrichtingen vallend onder Bevi wordt verwezen naar de provinciale risicokaart, te benaderen via www.risicokaart.nl.
2.2.2
Vervoer van gevaarlijke stoffen Juridisch kader Basisnet Het Basisnet is een routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen over spoorwegen, vaarwegen en Rijkswegen. Het Basisnet moet een robuust routenetwerk vormen waarin een duidelijke keuze tussen het spanningsveld van transport, economie, ruimtelijke ordening en veiligheidsrisico’s is aangebracht. Het Basisnet is ontworpen voor de middellange termijn (tot 2020). Elke route/elk traject krijgt daartoe een EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm -9-
27 oktober 2013
vervoersplafond in de vorm van een risicoruimte en afhankelijk daarvan een veiligheidszone. Besluit externe veiligheid transportroutes Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt8) bevat regels die het desbetreffende bevoegde gezag verplichten om een ruimtelijk relevant besluit te toetsen aan grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico respectievelijk aan de in het besluit aangegeven afstanden. Daarnaast moet het bevoegd gezag in de toelichting bij een bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van een projectbesluit het groepsrisico verantwoorden en ingaan op de gevolgen van het voorgenomen besluit voor de bestrijdbaarheid bij een ramp en de zelfredzaamheid van de bevolking. Met de komst van het Bevt wordt het zogenaamde Basisnet voor vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water juridisch verankerd. Het basisnet strekt er toe de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke ontwikkelingen en de externe veiligheid duurzaam met elkaar in evenwicht te brengen. Het basisnet heeft betrekking op rijksinfrastructuur. Het Bevt zal naar verwachting in 2014 in werking treden.
Risicobronnen Wegen Binnen de gemeente Doetinchem vindt hoofdzakelijk over de volgende wegen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats9: Rijksweg A18 Oostelijke Randweg (weg in aanbouw, gerealiseerd medio 2015) Broekhuizerstraat Europaweg Weemstraat Liemersweg Spoorwegen In de gemeente Doetinchem vindt over het spoor geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats en is ook niet opgenomen in het Basisnet Spoor. Waterwegen In de gemeente Doetinchem is een gedeelte van de Oude IJssel gelegen. Deze waterroute is in het Basisnet Water opgenomen als een groene route. Een groene route is de aanduiding voor scheepvaart zonder frequent vervoer van gevaarlijke stoffen. Daardoor is er bij deze vaarweg geen sprake van een verantwoordingsplicht van het groepsrisico en hoeft er ook geen rekening gehouden te worden met een plasbrandaandachtsgebied. 2.2.3
Buisleidingen Juridisch kader Besluit externe veiligheid buisleidingen
8
ontwerp AMvB Besluit transportroutes externe veiligheid, op 10 december 2012 aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
9
Over de overige wegen vindt beperkt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Door deze lage hoeveelheid
transporten zijn op dit moment de externe veiligheidsrisico’s verwaarloosbaar. Zie voor een nadere toelichting hierop de rapportage ‘Externe veiligheid in kaart: vervoer van gevaarlijke stoffen door de gemeente Doetinchem’, Saxion Hogeschool Enschede, december 2010.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 10 -
27 oktober 2013
In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb10) is het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen de verantwoordingsplicht wettelijk verankerd. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Risicobronnen De gemeente Doetinchem heeft een aantal ondergrondse aardgasbuisleidingen van de Gasunie binnen haar gemeentegrenzen liggen. De ligging van ondergrondse aardgasbuisleidingen is te vinden op de risicokaart. Het gaat hierbij om de hogedruk aardgastransportleidingen A-523, A-529 en N-566.
2.3
Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief De gemeente Doetinchem kenmerkt zich door een afwisselend landschap met natuur en recreatie. In de gemeente zijn enkele bedrijventerreinen gelegen, waarvan het bedrijvenpark A18 is bedoeld voor relatief grote bedrijven. Daarnaast liggen verspreid door de gemeente LPG tankstations. Voor de ontwikkeling van de gemeente Doetinchem uit de structuurvisie gelden de volgende uitgangspunten:
Grote ruimtelijke ontwikkelingen die voortkomen uit de structuurvisie zijn in de gemeente Doetinchem onder andere de ontwikkeling van het bedrijvenpark A18 en de ontwikkeling van 500 woningen aan de Heelweg. Over het algemeen kan gesteld worden dat de gemeente Doetinchem zich richt op een goed leef- en woonklimaat en een dynamische en veilige gemeente wil zijn.
Er zijn geen knelpunten wat betreft externe veiligheid te verwachten naar aanleiding van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente beoordeelt per nieuwbouwontwikkeling / bedrijfsuitbreiding het aspect externe veiligheid. Hoofdstuk 3 laat zien hoe de gemeente wil omgaan met externe veiligheid in verschillende situaties.
2.4
Indeling in gebiedstypen Op basis van de beschrijving en ligging van de risicobronnen, bedrijventerreinen, woongebieden etc. is vanuit het perspectief van externe veiligheid een indeling gemaakt in gebieden waarvoor het wenselijk kan zijn om een verschillend veiligheidsniveau na te streven. Bij de beoordeling van aanvragen/bestemmingsplannen is voor de keuze van het toe te passen gebiedstype, de ligging van de risicobron bepalend. Het gaat om de volgende typering van gebieden: Woongebieden Gebieden met als voornaamste bestemming wonen waar een hoog veiligheidsniveau gewenst is. Bedrijventerreinen Gebieden met als voornaamste bestemming bedrijvigheid (werken) en waar onder voorwaarden plaats is voor risicovolle bedrijven. 10
Staatsblad 2010 686, 17 september 2010
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 11 -
27 oktober 2013
Buitengebied (recreatiegebied/natuurgebied) Gebieden met als voornaamste bestemmingen agrarische doeleinden, recreatieve doeleinden en natuur en waar risicobronnen onder voorwaarden op bescheiden schaal zijn toegestaan. In het volgende hoofdstuk wordt na het vaststellen van een aantal uitgangspunten, per gebied een ambitieniveau voor de mate van externe veiligheid uitgewerkt.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 12 -
27 oktober 2013
3
VISIE EN AMBITIE GEMEENTE DOETINCHEM
3.1
Visie op externe veiligheid Eén van de kerntaken van de overheid is het bieden van een veilige leefomgeving voor haar burgers. In die zin draagt de gemeente Doetinchem een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om deze verantwoordelijkheid in te vullen formuleert de gemeente Doetinchem een heldere visie op externe veiligheid. Onderdeel van deze externe veiligheidsvisie is een afweging in het spanningsveld van externe veiligheidsambities enerzijds en maatschappelijke kosten anderzijds. Hoge externe veiligheidsambities kunnen immers grote maatschappelijke (en financiële) consequenties hebben. Dit neemt niet weg dat met de beleidsvisie de externe veiligheidsrisico’s verwaarloosbaar zouden zijn. De bewoners van de gemeente Doetinchem, worden net als in andere gemeenten bloodgesteld aan externe veiligheidsrisico’s. Met deze beleidsvisie is het streven om deze risico’s enerzijds te beperkten en anderzijds te beheersen. Ambities binnen wettelijke kaders Als het gaat om het ambitieniveau voor externe veiligheid binnen de gemeente Doetinchem is door de wetgever een minimum veiligheidsniveau gedefinieerd. Het plaatsgebonden risico dient minimaal te voldoen aan de wettelijke grenswaarde, terwijl de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico zoveel mogelijk in acht genomen dient te worden.
Voor wat betreft groepsrisico en effectbenadering ontbreekt echter een harde wettelijke norm. Wel bestaat voor groepsrisico een verantwoordingsplicht bij een verandering in de hoogte van het groepsrisico. Daarbij dient getoetst te worden aan een oriënterende waarde. Eveneens is men verplicht advies te vragen aan de veiligheidsregio. Binnen de bovenstaande kaders staat het de gemeente Doetinchem vrij om eigen ambities te formuleren. Dit maakt het noodzakelijk om als gemeente Doetinchem eigen uitgangspunten vast te leggen voor het externe veiligheidsbeleid. De kern van het gemeentelijke ambitieniveau voor externe veiligheid is het beantwoorden van de vraag: “Hoe veilig wil de gemeente Doetinchem zijn?”.
3.2
Uitgangspunten externe veiligheidsbeleid De gemeente Doetinchem streeft naar een verantwoord evenwicht tussen risico’s en de behoefte aan de activiteiten die de risico’s veroorzaken. Dit streven is gebaseerd op de overtuiging dat veiligheidsrisico’s een onderdeel zijn van het maatschappelijke verkeer, immers absolute veiligheid kan nimmer worden gegarandeerd. De gemeente kan daarbij niet op alle gevaarlijke activiteiten direct invloed uitoefenen. Deze verantwoordelijkheid ligt ook bij de gebruiker of eigenaar en bij de provinciale en de rijksoverheid. Dit laat onverlet dat de gemeente wel een verantwoordelijkheid heeft om veiligheidsrisico’s te minimaliseren en beheersbaar te maken door zich voor te bereiden op mogelijke calamiteiten en door grenzen te stellen en deze te handhaven. Op basis van het risicoprofiel en de gewenste (ruimtelijke) ontwikkelingen van de gemeente Doetinchem (zie hiervoor hoofdstuk 2) zijn de onderstaande algemene uitgangspunten op het gebied van externe veiligheid bepaald.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 13 -
27 oktober 2013
3.2.1
Uitgangspunten 8. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid onderscheidt de gemeente Doetinchem drie gebiedstypen: woongebieden, bedrijventerrein en buitengebied. 9. Een balans dient gevonden te worden tussen enerzijds wonen en werken en anderzijds veiligheid en risico, waarbij de nadruk ligt op veiligheid. 10. In woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen11 toegelaten. 11. Vestiging van nieuwe risicovolle bedrijven is mogelijk, hiervoor is het bedrijvenpark A18 aangewezen. 12. Op het bedrijventerrein en in het buitengebied accepteert de gemeente een enigszins minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting op de omgeving onder voorwaarden mogelijk. 13. Waar zich ev-knelpunten voor (kunnen) doen, besteedt de gemeente vooral aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. 14. Bij het beoordelen van risicosituaties worden aanvullend op de beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ook de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken. Hierbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met het advies van de Veiligheidsregio in het kader van de verantwoordingplicht groepsrisico.
3.3
Externe veiligheidsambities gemeente Doetinchem Als de bovenstaande algemene uitgangspunten voor externe veiligheid van de gemeente Doetinchem op de verschillende gebiedstypen (zie 2.3) worden toegepast, volgen daaruit de onderstaande ambities per gebied voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
3.3.1
Bestaande situaties Bij bestaande situaties12 is het niet altijd mogelijk om de uitgangspunten en ambities voor nieuwe situaties toe te passen. Voor bestaande situaties geldt dat deze worden geaccepteerd indien ze voldoen aan de wettelijke grens- en richtwaarden. De bestaande risicovolle inrichtingen behouden hun rechten. Bij veranderingen van/aan bestaande situaties gelden de in dit beleid opgenomen ambities/uitgangspunten voor nieuwe situaties (zie 3.3.2). Voor het onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties wordt uitgegaan van de definities uit het Bevi. Hierbij geldt in grote lijnen dat sprake is van een nieuwe situatie indien een risico wordt geïntroduceerd of uitgebreid en hiervoor een Omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd of een (bestemmingsplan)procedure in het kader van de Wet ruimtelijke ordening nodig is. Voor gedetailleerde informatie wordt verwezen naar artikel 4 en 5, Bevi.
11 Onder risicobronnen worden in dit document verstaan: inrichtingtypen die vallen onder de werking van het Bevi, transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) en transport van gevaarlijke stoffen per weg,. water en spoor.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 14 -
27 oktober 2013
3.3.2
Nieuwe situaties De in de onderstaande tabellen 3 t/m 5 weergegeven uitgangspunten en ambities gelden voor nieuwe situaties. Tabel 3
: Uitgangspunten en ambities woongebieden
WOONGEBIEDEN Gebiedseigen kwaliteiten
Voornaamste bestemming wonen. Geen introductie van nieuwe risicobronnen. Geschikt voor (beperkt) kwetsbare objecten.
Ambities plaatsgebonden risico
Geen kwetsbare objecten binnen de contour PR 10-6 van een risicobron (wet). Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron ongewenst, tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn .
Ambities groepsrisico
Tabel 4
Toename van het groepsrisico is ongewenst. De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden conform de procedure zoals aangegeven in paragraaf 3.4 . Er dient hierbij aandacht te zijn voor mogelijke bronmaatregelen, effectmaatregelen en beheersmaatregelen. Met name dient er rekening te worden gehouden met de gebiedseigen kwaliteiten.
: Uitgangspunten en ambities bedrijventerreinen
BEDRIJVENTERREINEN Gebiedseigen kwaliteiten
Ambities plaatsgebonden risico
Ambities groepsrisico
Tabel 5
Voornaamste bestemming bedrijvigheid (werken). Vestiging van nieuwe Bevi-bedrijven is in eerste instantie alleen mogelijk op het bedrijvenpark A18. Hierbij dient de woonkern Wehl zo veel mogelijk te worden onzien , waarbij door middel van een onderzoek aantoonbaar dient te worden gemaakt dat er bronmaatregelen zijn genomen om het invloedsgebied zo veel mogelijk te beperken/verkleinen. Voor de overige bedrijventerreinen zijn nieuwe Bevi-inrichtingen in eerste instatie niet toegestaan. Dit is alleen mogelijk middels een wijzigingsbevoegdheid waarbij de contour PR 10-6 van de inrichting binnen de inrichtingsgrens valt. Voor bestaande risicovolle activiteiten geldt dat bij verkleining van de risicovolle activiteit de vergunde (omgevingsvergunning) risicoruimte wordt aangepast aan de nieuwe situatie. Bij beëindiging van de risicovolle activiteit wordt de vergunde risicoruimte ingetrokken. Beperkt kwetsbare objecten zijn toelaatbaar, met inachtname van wettelijke voorwaarden. Aanwezigheid kwetsbare objecten onder voorwaarden mogelijk. Geen kwetsbare objecten binnen de contour PR 10-6 van een risicobron (wet). Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron ongewenst , tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn. . De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden conform de procedure zoals aangegeven in paragraaf 3.4 .
Er dient hierbij aandacht te zijn voor mogelijke bronmaatregelen, effectmaatregelen en beheersmaatregelen. Met name dient er rekening te worden gehouden met de gebiedseigen kwaliteiten.
: Uitgangspunten en ambities buitengebied
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 15 -
27 oktober 2013
Buitengebied (RECREATIEGEBIED/ NATUURGEBIED) Gebiedseigen kwaliteiten
Ambities plaatsgebonden risico
Ambities groepsrisico
3.4
Voornaamste bestemming agrarische doeleinden, recreatieve doeleinden en natuur. Meest voorkomende activiteiten: werken (hoofdzakelijk agrarisch bedrijvigheid), wonen en recreëeren. Vestiging nieuwe risicobronnen onder voorwaarden op bescheiden schaal mogelijk. Voor bestaande risicovolle activiteiten geldt dat bij verkleining van de risicovolle activiteit de vergunde (omgevingsvergunning) risicoruimte wordt aangepast aan de nieuwe situatie, bij beëindiging van de risicovolle activiteit wordt de vergunde risicoruimte ingetrokken. Geschikt voor (beperkt) kwetsbare objecten. Geen kwetsbare objecten binnen de contour PR 10-6 van een risicobron (wet). Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron ongewenst , tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn . De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden conform de procedure zoals aangegeven in paragraaf 3.4 . Er dient hierbij aandacht te zijn voor mogelijke bronmaatregelen, effectmaatregelen en beheersmaatregelen. Met name dient er rekening te worden gehouden met de gebiedseigen kwaliteiten.
Verantwoording groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans, dat door een ramp bij een activiteit met gevaarlijke stoffen, een groep mensen die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Groepsrisicoberekeningen beogen de kans op maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken, zodat bij relevante besluiten bewuster kan worden omgegaan met risico’s. In Nederland is er voor gekozen om hiervoor geen harde, wettelijke norm vast te leggen, zoals bij het plaatsgebonden risico, maar een verantwoordingsplicht in te voeren. De kern van de verantwoordingsplicht is dat een lokale overheid13 zelf de ruimte wordt geboden om verandering in de hoogte van het groepsrisico als gevolg van vooral ruimtelijke ontwikkelingen af te wegen tegen andere aspecten van die ontwikkeling. De verantwoordingsplicht voorziet daarmee in een bestuurlijk gemotiveerd oordeel over de aanvaardbaarheid van de kans op een ramp met een bepaalde omvang ten gevolge van een risicovolle activiteit. Hierbij moet worden meegewogen in hoeverre de gevolgen van een onverhoopte ramp kunnen worden voorkomen dan wel verminderd en welke mogelijkheden er zijn voor een adequate rampenbestrijding en hulpverlening. Met de verantwoordingsplicht wordt recht gedaan aan de ruimtelijke afwegingsbevoegdheid van gemeenten.
Het gebruik van deze beleidsruimte is wel gebonden aan voorwaarden, die vermeld zijn in artikel 12 (omgevingsvergunningverlening bedrijven) en artikel 13 (ruimtelijke besluiten/omgevingsvergunning) van het Bevi. In het bijzonder zijn te vermelden: De verplichting om gegevens over de verandering van het groepsrisico en mogelijkheden om dit te beheersen te verzamelen en bij de besluitvorming te betrekken.
13
Dit zijn meestal gemeenten, maar ook provincies in het kader van omgevingsvergunningen betreffende provinciale inrichtingen.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 16 -
27 oktober 2013
De verplichting om advies bij de veiligheidsregio in te winnen en ook dit advies te betrekken bij de gemeentelijke besluitvorming.
Voor risicovolle inrichtingen is de verantwoordingsplicht sinds 2004 wettelijk geregeld in het Bevi. Voor het transport van gevaarlijke stoffen is dezelfde systematiek voor het omgaan met groepsrisico opgenomen in de CRNVGS14, met de bedoeling deze wettelijk vast te leggen in het komende Bevt (begin 2014). Met de komst van het Bevb is ook voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen de verantwoordingsplicht wettelijk verankerd. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met Bevi. Voor inrichtingen die niet onder het Bevi vallen geldt geen wettelijke verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Voor deze inrichitngen wordt de veiligheidsregio betrokken voor advies. 3.4.1
Verantwoordingsprocedure Voor verantwoordingsprocedure wordt de vigerende wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid gevolgd. Onderstaand is aangegeven welke procedures dit betreft. Bevi-inrichtingen In gevallen waarin de verantwoording van het groepsrisico aan de orde is bij Bevi inrichtingen, dient in de verantwoording groepsrisico ingegaan te worden op: De aanwezige dichtheid van personen binnen het invloedsgebied; De hoogte van het groepsrisico, zowel de huidige situatie als toekomstige situatie; Mogelijke maatregelen ter verlaging van het groepsrisico; Alternatieve locaties met een lager groepsrisico (Wro-besluit); Mogelijke maatregelen met het oog op bestrijdbaarheid; Mogelijke maatregelen met het oog op zelfredzaamheid. Voorafgaand aan het te nemen besluit dient de Veiligheidsregio betrokken te worden en formeel om advies gevraagd te worden ten aanzien van de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Zolang de CRNVGS van kracht is, wordt deze toegepast. Dit betekent dat het groepsrisico verantwoord moet worden bij een toename van groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
In de verantwoording groepsrisico dient ingegaan te worden op: Het invloedsgebied; De aanwezige dichtheid van personen binnen het invloedsgebied; De hoogte van het groepsrisico, zowel de huidige situatie als toekomstige situatie; Aantal en type transporten gevaarlijke stoffen, zowel van de huidige als toekomstige situatie; Mogelijke maatregelen ter verlaging van het groepsrisico; De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of binnenwater (bestrijdbaarheid); 14
Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004, 24611, nr. 5.
EV-beleid Definitief rapport
9Y3788/R00005/409010/Nijm - 17 -
27 oktober 2013
De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of binnenwater (zelfredzaamheid).
Wanneer het Bevt van kracht is, wordt er onderscheid gemaakt tussen een beperkte verantwoording van het groepsrisico en een uitgebreide verantwoording. Onder de beperkte verantwoording van het groepsrisico wordt verstaan dat alleen inzicht gegeven moet worden in: De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of binnenwater (bestrijdbaarheid); De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of binnenwater een ramp voordoet. (zelfredzaamheid). Van een beperkte verantwoording is alleen sprake als: het plangebied buiten de 200 meter van de transportroute ligt of; het groepsrisico kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of; het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt bij een groepsrisico dat kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Bij de uitgebreide verantwoording moet ook ingegaan worden op: De aanwezige dichtheid van personen binnen het invloedsgebied, zowel in de huidige als toekomstige situatie; De hoogte van het groepsrisico, zowel de huidige situatie als toekomstige situatie; Mogelijke maatregelen ter verlaging van het groepsrisico. Daarnaast dient net zoals bij de Bevi-inrichtingen de Veiligheidregio betrokken te worden in het proces.