CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.40 - Notitie Kansrijke Oplossingen (2019).pdf

beeldvormende raad 11 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres14.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RegioExpres: een snellere verbinding van en naar de Achterhoek

Verkenning RegioExpres Achterhoek

Fase 2 Datum: 4-12-2019

Samenvatting Inhoud rapportage Deze rapportage bevat de kernpunten uit de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd in fase 2 van de verkenning RegioExpres Achterhoek. De effecten van het rijden van een RegioExpres zijn verder onderzocht en de kansrijke oplossingen voor de realisatie van de infrastructuur zijn bepaald. Achtergrond en proces tot nu Met ongeveer 21.000 reizigers per dag is Arnhem-Doetinchem-Winterswijk één van de drukste regionale spoorlijnen van Nederland en de ruggengraat van het openbaar vervoer in de Achterhoek en Liemers. De provincie Gelderland, regio Achterhoek, ProRail, gemeenten en vervoerders zetten zich in voor versterking van deze regionale lijn. Dit komt ook terug in het Coalitieakkoord en de Omgevingsvisie van de provincie, evenals in de Achterhoek Visie 2030. In 2018 is gestart met de verkenning naar de RegioExpres Achterhoek. Dit is een trein die tussen Winterswijk - Doetinchem overal stopt en daarna niet meer stopt tussen Doetinchem en Arnhem CS. Deze trein is een extra vijfde trein per uur tussen Doetinchem en Arnhem. De huidige kwartierdienst tussen Arnhem en Doetinchem blijft met de RegioExpres gewoon gehandhaafd. In fase 1 is de RegioExpres 1x per uur naar voren gekomen als het voorkeursscenario om de spoorverbinding te verbeteren. Hiervoor is een verdere verdubbeling van het spoor tussen Didam en Doetinchem de Huet nodig.

Een RegioExpres 2x per uur is het eindbeeld. Daarvoor zijn bovenop de maatregelen voor 1x per uur aanvullende maatregelen nodig. Dit betreft onder andere een vrije kruising bij Arnhem Oost en versnelling van de stoptrein tussen Doetinchem en Arnhem bijvoorbeeld door elektrificatie van de treinverbinding. Tussen Doetinchem en Arnhem rijden er in het eindbeeld 6 treinen per uur (2x per uur RegioExpres, 4x per uur een stoptrein). Effecten RegioExpres Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van de RegioExpres, waaronder naar reistijd, reizigersaantallen, reizigersopbrengsten en bereikbaarheid. Ook zijn de reistijdbaten berekend. Reistijd De RegioExpres zorgt voor een reistijdwinst van 13 minuten vanuit de Achterhoek naar Arnhem ten opzichte van de huidige situatie. Reizigers vanuit Doetinchem profiteren bovendien van een extra trein (in het eindbeeld van twee extra treinen). De RegioExpres heeft ten opzichte van de referentie1 ook een positief effect op de overstap in Arnhem op zowel treinen richting de Randstad als treinen richting Nijmegen. De overstap richting de Randstad wordt met 8 minuten verkort, die op de intercity naar Nijmegen met 7 minuten. Dit betekent dat overstappers in Arnhem (zo’n 65% van de reizigers die op Arnhem Centraal uitstappen) bovenop de 13 minuten reistijdwinst ook nog profiteren van 7 à 8 minuten tijdswinst door een betere overstap.

Zo loopt de totale reistijdwinst voor deze reizigers op tot 20 à 21 minuten. Ongeveer 250 reizigers gaan er qua reistijd 2 minuten op achteruit vanwege de crossplatform-overstap in Doetinchem. Overige (indirecte) baten De overige reizigers profiteren indirect van de RegioExpres vanwege een hogere robuustheid, betere betrouwbaarheid en extra capaciteit (meer kans op een zitplaats) in de stoptreinen. Ook kan het bestaande treinmaterieel efficiënter (duurzaam en financieel) ingezet worden. De RegioExpres zorgt ervoor dat het

1 De referentie wordt beschreven in paragraaf 2.2.

2

spoor een aantrekkelijker, duurzaam en zelfs sneller alternatief wordt voor de auto, zeker gelet op de files op de A12 en A18. Reizigersaantallen en reizigersopbrengsten Uit analyse van de huidige cijfers blijkt dat zo’n 17% (2.000 tot 3.500 reizigers) van het totaal aantal reizigers op de verbinding Arnhem-Doetinchem-Winterswijk direct gaat profiteren van de RegioExpres. Dit zijn reizigers uit de Achterhoek die via de stations Winterswijk tot en met Doetinchem naar Arnhem reizen en vice versa. Zij zijn door de RegioExpres sneller op hun bestemming. Deze verbetering leidt tot een reizigerstoename op die reisrelaties. Op de relatie Doetinchem-Arnhem worden 13% tot 20% meer reizigers verwacht, afhankelijk van of de RegioExpres 1x of 2x per uur gaat rijden. Op de relaties Winterswijk tot en met Gaanderen naar Arnhem Centraal wordt een groei verwacht van 18% tot 38% ten opzichte van de referentie. De RegioExpres zorgt voor een geschatte toename van jaarlijkse reizigersopbrengsten van €1,2 miljoen tot €1,8 miljoen. De exploitatiekosten voortkomend uit de extra ritten zijn in deze fase nog niet in beschouwing genomen. Uit een eerste analyse blijkt dat een vervoerder de RegioExpres kan rijden met het huidige aantal treinstellen. Dit is op basis van expert judgement van Arriva en Connexxion bepaald en wordt in een volgende fase verder uitgewerkt.

Maatschappelijke reistijdbaten De baten van de RegioExpres worden geschat op €31 tot €46 miljoen bij 1x per uur en €47 tot €63 miljoen bij 2x per uur. Deze relatief hoge baten zijn toe te schrijven aan de combinatie van forse reistijdverbetering en de verbeterde overstap in Arnhem op de treinen richting Randstad en Nijmegen. Andere maatschappelijke baten zijn in deze fase nog niet in beeld gebracht. Bereikbaarheid en leefbaarheid De RegioExpres heeft een forse positieve invloed op de bereikbaarheid van de Achterhoek en vice versa. De RegioExpres biedt een snel en duurzamer alternatief voor de auto. Meer arbeidsplaatsen, inwoners en onderwijsinstellingen worden vanuit de Achterhoek bereikbaar binnen een bepaalde en acceptabele reistijd. Vice versa geldt dat bedrijven en scholen in de Achterhoek beter bereikbaar zijn voor potentiële studenten en arbeidskrachten uit andere regio’s zoals Arnhem-Nijmegen en FoodValley. De toename van de bereikbaarheid vanuit de Achterhoek wordt groter naarmate de reisafstanden toenemen. Dit effect loopt bij sommige verbindingen op tot meer dan 50% extra bereikbare arbeidsplaatsen binnen 1,5 uur en zelfs meer dan 70% binnen 2 uur. Aalten, Varsseveld, Terborg en Gaanderen profiteren het meest. Ook voor Winterswijk en Doetinchem is de bereikbaarheidswinst fors te noemen.

Vanuit Arnhem naar de Achterhoek is het bereikbaarheidseffect percentueel minder groot, omdat er vanuit Arnhem al veel arbeidsplaatsen en inwoners bereikt kunnen worden. Houding betrokkenen tegenover RegioExpres Er is sprake van een breed draagvlak voor de RegioExpres. Overheden, vervoerders, ROCOV, scholen, Jong Achterhoek en bedrijfsleven zijn positief. Het merendeel van de partijen geeft aan dat de bereikbaarheid van en naar de Achterhoek onder druk staat. De groeiende files op de A12/A18 zijn slecht voor het leef- en vestigingsklimaat. Dat terwijl de vraag naar personeel groeit. Tegelijkertijd zitten de huidige treinen nu vaak erg vol, met name in de spits. Daarnaast blijkt dat de treinverbinding nog steeds het imago van een onbetrouwbaar dienst heeft, met veel uitval en vertraging. De stakeholders zijn van mening dat een snelle, comfortabele en betrouwbare treinverbinding de bereikbaarheid van de Achterhoek een impuls kan geven. Het zal naar verwachting goed zijn voor het vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven en het vergroot de leefbaarheid. Daarnaast kan het meer mensen naar de trein trekken; een duurzamer alternatief voor de auto. Het merendeel van de stakeholders vindt 1x per uur een RegioExpres een waardevolle stap. Er wordt gepleit voor het snel doorpakken naar het eindbeeld van 2x per uur.

3

Kansrijke oplossingen benodigde infrastructuur Om de RegioExpres te laten rijden zijn verschillende infrastructurele aanpassingen nodig. De knelpunten, kansrijke oplossingsrichtingen en de te verwachten effecten zijn door ProRail in kaart gebracht. Dubbelspoor Didam – Doetinchem de Huet Tussen Didam en Doetinchem de Huet is spoorverdubbeling nodig. Tussen Didam en Wehl blijken een aantal knelpunten te zijn, waarvoor door ProRail de oplossingsrichtingen in kaart zijn gebracht. Verder dient er een keuze gemaakt te worden over waar het dubbelspoor weer overgaat in enkelspoor. Dit kan voor of na station Doetinchem de Huet. Er is geconcludeerd dat het dubbelspoor in ieder geval eindigt vóór de spoorbrug over de Oude IJssel vanwege de levensduur van de brug, de investeringskosten en omdat een verdubbeling van de brug zowel voor 1x als 2x per uur de RegioExpres niet nodig is. Daarmee blijven er twee opties over, namelijk het dubbelspoor eindigen voor station Doetinchem de Huet of zo snel mogelijk na station de Huet. Voorgesteld wordt om beide opties mee te nemen in het vervolg van de verkenning (fase 3). Er is tevens verkend of snelheidsverhoging tussen Wehl en Doetinchem van 100 km/u naar 130 km/u wenselijk is. Omdat dit niet noodzakelijk is voor de dienstregeling en het wel een (negatieve) impact heeft op de omgeving is gekozen om uit te gaan van de huidige snelheid.

Station Wehl Uit fase 2 van de verkenning blijkt dat het perron bij station Wehl dient te worden aangepast om de RegioExpres hier zonder stoppen te laten passeren. Er zijn een viertal opties verkend om deze aanpassing te doen. Uit de afweging in termen van overwegveiligheid, extra investeringen en impact op de omgeving blijft er één kansrijke oplossingsrichting over. Dit betreft het handhaven van het huidige perron met de toevoeging van een nieuw perron aan de noordzijde. Deze optie wordt meegenomen naar de volgende verkenningsfase. Boog bij Wehl Bij Wehl ligt het spoor in een boog, waardoor een snelheidsbeperking geldt van 60 km/u. Er is verkend of het wenselijk is om de boog aan te passen om zo de snelheid te kunnen verhogen. Dit blijkt echter voor het rijden van de dienstregeling niet nodig. Naast het ontbreken van de noodzaak zijn er nadelen aan het aanpassen van deze boog, zoals de impact op de omgeving en investeringskosten. Daarom wordt de huidige situatie gehandhaafd. Station Doetinchem de Huet Wanneer gekozen wordt voor dubbelspoor tot ná station Doetinchem de Huet dan is het noodzakelijk om station Doetinchem de Huet aan te passen op dubbelsporigheid. Er zijn vier oplossingsrichtingen verkend waarbij in alle gevallen een perron aan de zuidzijde wordt gecreëerd.

De variatie zit hem in het al dan niet aanbieden van voorzieningen en toegang aan de zuidzijde en in de manier waarop het perron kan worden bereikt (overpad, traverse, onderdoorgang, tunnel). Er worden drie oplossingsrichtingen meegenomen naar de volgende fase waar er bij alle drie sprake is van voorzieningen aan de zuidzijde. De eerste oplossing voorziet in een overpad naar het perron aan de zuidzijde, de tweede betreft een traverse en de derde een onderdoorgang. Kostenraming ProRail heeft een kostenraming gemaakt op basis van de meest recent beschikbare informatie. De raming van ProRail komt uit op €137 miljoen, waarbij een bandbreedte van €108 – €167 miljoen wordt gehanteerd in deze fase. In deze fase zijn er nog veel onzekerheden en de bandbreedte is daarom nog erg groot. In volgende fasen wordt het project steeds concreter, waarmee ook de raming een minder grote bandbreedte kent.

4

De provincie heeft een second opinion uit laten voeren, waarbij dezelfde scope als uitgangspunt is meegegeven. De investeringsbedragen zijn vergelijkbaar met die van ProRail. Hierbij moet worden aangetekend dat er nog wel verschillende besparingsopties zijn aangedragen die tot substantieel lagere investeringskosten kunnen leiden, zoals het dubbelspoor tot station Doetinchem de Huet aan te leggen in plaats van tot voorbij dit station. Tegelijkertijd zijn er ook enkele mogelijk kostprijsverhogende aspecten benoemd, zoals grondverwerving. Om hier betere uitspraken over te doen zijn op specifieke thema’s aanvullende onderzoeken nodig.

5

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................... 1 1

Achtergrond ................................................................................................................................ 8

1.1

Bestaand beleid / kader ............................................................................................................................................. 8

1.2

Proces tot nu toe ........................................................................................................................................................ 8

1.3

Verkenning fase 1 (startfase) ..................................................................................................................................... 8

1.4

Verkenning fase 2 (analytische fase) ......................................................................................................................... 9

1.5

Leeswijzer rapportage................................................................................................................................................ 9

2

Het traject Arnhem-Doetinchem-Winterswijk ........................................................................... 10

2.1

Huidige situatie........................................................................................................................................................ 10

2.2

Referentiesituatie 2030 ........................................................................................................................................... 10

2.3

De RegioExpres ........................................................................................................................................................ 10

3

Effecten van de RegioExpres op reizigersaantallen .................................................................... 12

3.1

Introductie ................................................................................................................................................................12

3.2

Effect RegioExpres op reisrelaties............................................................................................................................12

3.3

Verwachte toename reizigersaantallen ....................................................................................................................12

3.4

Omklapeffect Zutphen ..............................................................................................................................................13

3.5

Verwachte toename jaarlijkse reizigersopbrengsten ...............................................................................................13

4

Reistijdbaten RegioExpres ......................................................................................................... 14

4.1

Introductie ................................................................................................................................................................14

4.2

Reistijdeffecten .........................................................................................................................................................14

4.3

Overstapeffecten RegioExpres .................................................................................................................................16

4.4

Maatschappelijke Reistijdbaten RegioExpres .........................................................................................................16

5

Bereikbaarheidseffecten RegioExpres ....................................................................................... 17

5.1

Introductie ................................................................................................................................................................ 17

5.2

Effect PHS op bereikbaarheid vanuit Winterswijk en Doetinchem ........................................................................ 17

5.3

Effect RegioExpres op bereikbaarheid ..................................................................................................................... 17

6

Stakeholderanalyse .................................................................................................................... 19

6.1

Introductie ................................................................................................................................................................19

6.2

Ambities stakeholders ten behoeve van de bereikbaarheid Achterhoek ................................................................19

6.3

Houding stakeholders tegenover de verschillende scenario’s .................................................................................19

6.4

Aandachtspunten vanuit de stakeholders ............................................................................................................... 20

7

Kansrijke oplossingen benodigde infrastructuur....................................................................... 21

7.1

Introductie ................................................................................................................................................................21

7.2

Tracédeel Arnhem-Zevenaar ................................................................................................................................... 22

7.3

Tracédeel Zevenaar-Didam ..................................................................................................................................... 22

7.4

Tracédeel Didam-Wehl ............................................................................................................................................ 22

7.5

Station Wehl............................................................................................................................................................. 25

7.6

Boog Wehl ................................................................................................................................................................ 26

7.7

Snelheidsverhoging Wehl- Doetinchem.................................................................................................................. 27

7.8

Eindigen dubbelspoor voor of na Doetinchem de Huet ......................................................................................... 28

7.9

Station Doetinchem de Huet ................................................................................................................................... 30

7.10

Tracédeel Doetinchem de Huet – Doetinchem....................................................................................................... 32

7.11

Algemene effecten .................................................................................................................................................... 32

8

Kostenraming ........................................................................................................................... 34

8.1

Ramingen ProRail en Movares ................................................................................................................................ 34

8.2

Conclusies ................................................................................................................................................................ 35

9

Conclusies en scope fase 3 ......................................................................................................... 36

6

9.1

Conclusies effecten RegioExpres ............................................................................................................................. 36

9.2

Conclusies benodigde infrastructuur RegioExpres ................................................................................................ 37

9.3

Conclusies kostenraming......................................................................................................................................... 38

9.4

Voorstel scope 3e fase verkenning ........................................................................................................................... 38

Bijlage 1: Overzicht onderliggende onderzoeken verkenning fase 2 ..................................................................................... 40

7

1

Achtergrond

1.1

Bestaand beleid / kader

De provincie Gelderland blijft zich inzetten voor het verbeteren van de spoorverbinding ArnhemDoetinchem-Winterswijk. Met ongeveer 21.000 reizigers per dag is het één van de drukste regionale spoorlijnen van Nederland en de ruggengraat van het openbaar vervoer in de Achterhoek en Liemers. De spoorlijn staat genoemd in het coalitieakkoord Samen Voor Gelderland 2019-2023. Ook in de omgevingsvisie Gaaf Gelderland komt de spoorverbinding Arnhem-Doetinchem-Winterswijk terug als één van de bereikbaarheidsambities. Voor de regio Achterhoek is de bereikbaarheid van de regio een belangrijk thema. In de Achterhoek Visie 2030 wordt goede bereikbaarheid via spoor benoemd als belangrijke voorwaarde om een aantrekkelijke regio te zijn en te blijven.

1.2

Proces tot nu toe

De provincie Gelderland werkt al lange tijd aan de verbetering van de spoorverbinding ArnhemDoetinchem-Winterswijk. De spoorverdubbeling tussen Didam en Zevenaar is in augustus 2019 opgeleverd, vanaf december 2019 wordt de dienstregeling hierdoor met 2 minuten versneld in beide richtingen. Aanvullend op deze spoorverdubbeling hebben de Staten van Gelderland op 24 mei 2017 in de Mid Term Review (PS2017-272) besloten om €25 – €30 miljoen te reserveren voor een verdubbeling van het spoor tussen Didam en Doetinchem. De Staten zijn op 17 oktober 2017 geïnformeerd (PS2017-643) over de uitgangspunten voor deze verdere spoorverdubbeling gericht op het traject Wehl-Doetinchem. Bij de behandeling uitten de Staten de wens om het onderzoek naar verbetering van de spoorverbinding ArnhemDoetinchem-Winterswijk breder te trekken. Deze verbreding vindt plaats in de vorm van een gefaseerde studie waarbij de mogelijkheden en kansen voor deze spoorverbinding breed worden verkend (PS2018-104, 13 februari 2018). 1.2.1 Wijziging kernproces ProRail In spoorprojecten wordt samengewerkt met ProRail. Het kernproces van ProRail is recentelijk aangepast. De alternatievenstudie in twee fasen is gewijzigd in een verkenning in drie fasen. Deze verandering geldt voor alle projecten in Nederland, ook voor de RegioExpres.

Wij conformeren ons aan de nieuwe werkwijze van ProRail en sluiten in deze rapportage aan bij de nieuwe terminologie.

Figuur 1: Vernieuwde kernproces ProRail

1.3

Verkenning fase 1 (startfase)

Fase 1 van de verkenning is uitgevoerd in het voorjaar van 2018. In fase 1 zijn samen met Arriva, regio Achterhoek, Connexxion, gemeente Doetinchem en ProRail drie alternatieven ontwikkeld voor de verdere spoorverbetering Arnhem-Doetinchem-Winterswijk: Verbeteren kwartierdienst RegioExpres 1x per uur en verbeteren kwartierdienst RegioExpres 2x per uur en verbeteren kwartierdienst De RegioExpres is een type sneltrein en wordt verder toegelicht in hoofdstuk 2.

8

Voor de drie alternatieven is in fase 1 een eerste globale inschatting gemaakt van de effecten op reizigersaantallen, reistijden, exploitatie en benodigde infrastructuur. Op basis daarvan hebben Gedeputeerde Staten de RegioExpres 1x per uur bestempeld als voorkeursscenario, de RegioExpres 2x per uur als eindbeeld en het verbeteren van de kwartierdienst als terugvalscenario. De resultaten van fase 1 van de alternatievenstudie zijn op 22 mei 2018 aangeboden aan de Staten (PS2018-000845) en besproken in de commissie Bereikbaarheid, Openbaar Vervoer en Cultuur. Door de Staten werd unaniem positief gereageerd op het concept RegioExpres. Er is in de begroting 2019 (PS2018-652) een bedrag van €1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de verkenning.

1.4

Verkenning fase 2 (analytische fase)

In fase 2 van de verkenning zijn verdiepende onderzoeken uitgevoerd naar de RegioExpres in termen van baten, kosten, benodigde infrastructuur en stakeholders. De kernpunten uit de verschillende onderzoeken in fase 2 van de verkenning zijn samengebracht in deze rapportage. Deze vormt hiermee de integrale eindrapportage die deze fase formeel afsluit.

1.5

Leeswijzer rapportage

In hoofdstuk 2 wordt het concept RegioExpres toegelicht. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de effecten van de RegioExpres op reizigersaantallen (hoofdstuk 3), reistijdbaten (hoofdstuk 4) en bereikbaarheid (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 worden de resultaten van de stakeholderanalyse toegelicht. Hoofdstuk 7 behandelt de kansrijke oplossingsrichtingen voor het realiseren van de RegioExpres. Hoofdstuk 8 betreft de kostenraming. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op de conclusies en de scope voor verkenning fase 3.

9

2

Het traject Arnhem-Doetinchem-Winterswijk

2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie rijden er tussen Arnhem en Doetinchem vier stoptreinen per uur. Twee keer per uur rijden de stoptreinen door naar Winterswijk. De kwartierdienst is de sleutel van het succes van de huidige lijn. De betrouwbaarheid is hoog. Ongeveer 95% van de treinen rijdt op tijd. Tussen Arnhem en Zevenaar rijdt daarnaast de trein naar Düsseldorf (RE19), ook wordt het spoor op dit traject gedeeld met de ICE (Amsterdam – Arnhem – Frankfurt).

2x/u 2x/u 1x/u

Stoptrein RE19/ ICE

1x2/u

Figuur 2: Huidige lijnvoering traject Arnhem-Doetinchem-Winterswijk

2.2 Referentiesituatie 2030 Deze rapportage vergelijkt alternatieven waar mogelijk met de referentiesituatie in 2030. De referentie benadert de te verwachten werkelijkheid zo goed mogelijk, zodat een eerlijke vergelijking mogelijk is. In de referentiesituatie is de lijnvoering tussen Arnhem en Doetinchem ongewijzigd. De referentiesituatie houdt rekening met het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Door PHS gaan er meer treinen rijden tussen Arnhem en Utrecht. Hierdoor veranderen de aansluitingen op Arnhem Centraal. Voor de referentiesituatie wordt uitgegaan van de PHS-lijnvoering zoals deze door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vooralsnog is vastgelegd. PHS leidt vanuit de Achterhoek tot een verslechterde overstap in Arnhem op treinen richting de Randstad. De referentiesituatie houdt daarnaast rekening met geplande infrastructurele aanpassingen. Door infrastructurele wijzigingen tussen Doetinchem en Zevenaar verbetert de rijtijd ten opzichte van de huidige situatie met 2 minuten. De rijtijd tussen Winterswijk en Arnhem bedraagt in de referentie 64 minuten en tussen Doetinchem en Arnhem 32 minuten. Tot slot houdt de referentie rekening met de te verwachten invloed van ruimtelijke ontwikkelingen zoals bevolkingsgroei op reizigersaantallen.

De onderliggende modellen voorspellen over het algemeen stabilisatie qua reizigersaantallen op deze lijn, maar dit verschilt per deeltraject.

2.3 De RegioExpres In fase 1 van de verkenning is de toevoeging van snelle treinen aan het traject onderzocht en daaruit bleek dat de provincie Gelderland, ProRail, regio en vervoerders de RegioExpres als kansrijk model zien. Exprestreinen rijden op een deel van een traject als stoptrein en daar waar mogelijk als sneltrein. Dit model komt veel voor in Duitsland en met de RE19 Arnhem – Düsseldorf bestaat ook een Gelders voorbeeld. Voor Arnhem-Doetinchem-Winterswijk betekent dit Arnhem-Doetinchem non-stop en daarna als stoptrein door naar Winterswijk. De RegioExpres leidt tot een reistijddaling en een herstel van de overstap voor een deel van de reizigers. Winterswijk–Arnhem komt ruim binnen het uur, Doetinchem – Arnhem wordt iets meer dan 20 minuten en Doetinchem–Utrecht daalt naar minder dan een uur. Ook de reizigers die gebruikmaken van de kwartierdienst profiteren van een betere verbinding: de flexibiliteit in dienstregeling is groter (meer mogelijkheden om eventueel te schuiven met treintijden), betrouwbaarheid en robuustheid stijgen. 2.3.1 Uitgangspunten RegioExpres in fase 1 In fase 1 is gekeken naar het toevoegen van extra stops van de RegioExpres tussen Arnhem en Doetinchem, maar dit bleek onwenselijk omdat dan de overstap niet hersteld wordt, dit niet inpasbaar lijkt in de dienstregeling en omdat de reizigersverdeling over de treinen scheef gaat lopen.

Daarom is als uitgangspunt

10

genomen dat de RegioExpres zonder stops tussen Doetinchem en Arnhem rijdt. In fase 1 is geconcludeerd dat de RegioExpres tenminste wenselijk is in de brede spits en in beide richtingen, waarbij in het geval van succes modulair extra treinen kunnen worden toegevoegd. Daarnaast is niet uitgegaan van een wijziging van de bediening van overige stations (kwartierdienst Arnhem – Doetinchem) of het toevoegen van nieuwe stations zoals Zevenaar Poort. 2.3.2 RegioExpres 1x per uur De RegioExpres 1x per uur is in fase 1 naar voren gekomen als voorkeursalternatief. Hiervoor zijn infrastructurele maatregelen nodig, waaronder spoorverdubbeling tussen Didam en Doetinchem de Huet. Bij een RegioExpres 1x per uur rijdt er één keer per uur een stoptrein die stopt op alle stations. Op momenten dat de RegioExpres rijdt, worden niet alle stations rechtstreeks verbonden. Reizigers tussen bijvoorbeeld Aalten en Didam moeten dan overstappen op station Doetinchem. Dit gaat om een beperkte groep reizigers en de reistijd blijft nagenoeg gelijk ten opzichte van de huidige situatie, doordat men in Doetinchem op hetzelfde perron kan overstappen.

2x/u 1x/u 1x/u 1x/u 1x/u

Stoptrein RegioExpres RE19/ ICE

1x2/u

Figuur 3: Lijnvoering bij 1x per uur RegioExpres 2.3.3 RegioExpres 2x per uur De RegioExpres 2x per uur is in fase 1 beschouwd als eindbeeld. Om de RegioExpres 2x per uur te laten rijden, zijn aanvullende grote maatregelen nodig zoals een vrije kruising bij Arnhem-Oost, versnellen van de stoptrein tussen Doetinchem en Arnhem bijvoorbeeld door elektrificatie van de lijn en spoorverdubbeling tussen Terborg en Gaanderen. Er is geen sprake meer van een stoptrein die alle stations verbindt. Reizigers tussen bijvoorbeeld Terborg en Didam dienen altijd over te stappen in Doetinchem op momenten dat de RegioExpres rijdt.

2x/u

Stoptrein

2x/u

RegioExpres

2x/u

RE19/ ICE

1x/u 1x2/u

Figuur 4: Lijnvoering bij 2x per uur RegioExpres

11

3

Effecten van de RegioExpres op reizigersaantallen

3.1

Introductie

De RegioExpres heeft een positieve invloed op reizigersaantallen. In de huidige situatie zijn er op het traject Arnhem-Doetinchem-Winterswijk ruim 21.000 verplaatsingen per dag. Om te berekenen welke invloed dit heeft op het aantal reizigers is gekeken naar de invloed van de RegioExpres op “gegeneraliseerde reistijd”. In dit model wordt naast de zuivere reistijd met de trein ook rekening gehouden met bijvoorbeeld voor- en natransport en de verwachte wachttijd op een trein. Er is geen rekening gehouden met reizigers die de auto verruilen voor de trein. Er is uitgegaan van de gebruikelijke reistijdelasticiteit van 1. Dit betekent dat 10% vermindering van gegeneraliseerde reistijd leidt tot een groei van 10% in reizigers. Er is gewerkt met de referentiesituatie (2030) om een realistische vergelijking te kunnen maken.

3.2 Effect RegioExpres op reisrelaties Ongeveer 17% van de 21.000 reizigers per dag gaat direct profiteren van de RegioExpres omdat zij 13 minuten sneller vanuit de Achterhoek in Arnhem zijn en vice versa. Dit betreft dagelijks zo’n 2.000 tot 3.500 reizigers, afhankelijk van de frequentie van de RegioExpres. 54% hiervan reist vanuit Doetinchem naar Arnhem en vice versa. De overige 46% reist van Gaanderen tot en met Winterswijk naar Arnhem en vice versta. Het grootste deel van de reizigers op de verbinding Arnhem-Doetinchem-Winterswijk, zo’n 80%, profiteert indirect van de RegioExpres. Dit betreft onder andere de grote stromen Duiven-Arnhem en Zevenaar-Arnhem. De betrouwbaarheid zal voor hen door het dubbelspoor toenemen. Ook profiteren zij van extra capaciteit in de stoptreinen. Zo’n 4% van de verplaatsingen ondervindt een nadeel van de RegioExpres omdat ze extra moeten overstappen in Doetinchem. In hoofdstuk 4 wordt uitgebreider ingegaan op het reistijdeffect en het effect van de RegioExpres op de overstap in Arnhem.

Huidig

Referentie

1x/u RegioExpres

2x/u RegioExpres

Rijtijd Doetinchem-Arnhem (in minuten)

34

32

21

21

Rijtijd Winterswijk-Arnhem (in minuten)

66

64

53

53

Tabel 1: Rijtijden Doetinchem-Arnhem en Winterswijk-Arnhem

3.3 Verwachte toename reizigersaantallen De RegioExpres zorgt naar verwachting voor meer reizigers op de verbindingen Doetinchem t/m Winterswijk naar Arnhem en vice versa ten opzichte van de huidige situatie. Bij 1x per uur een RegioExpres neemt het aantal reizigers dat vanuit Gaanderen – Winterswijk naar Arnhem reist met 29% toe. Dit zijn 475 reizigers per dag. Bij 2x per uur wordt zelfs een groei van 51% (845 reizigers per dag) verwacht. Daarnaast zullen er 18% meer reizigers gebruik maken van de verbinding Doetinchem-Arnhem als er 1x per uur een RegioExpres rijdt (35o reizigers per dag). Bij 2x per uur is dit een toename van 25% (500 reizigers per dag). De stijging ten opzichte van de referentiesituatie is iets minder sterk omdat een lichte reizigersdaling is voorzien op dit deel van het traject.

Verwachte reizigerstoename deeltrajecten RegioExpres In vergelijking met de huidige situatie

Bij 1x p/u RE

Bij 2x p/u RE

percentueel

absoluut

percentueel

absoluut

Deeltraject Winterswijk tot en met Gaanderen naar Arnhem (v.v.)

29%

475

51%

845

Deeltraject Doetinchem naar Arnhem (v.v.)

18%

350

25%

500

In vergelijking met referentie

Bij 1x p/u RE

Bij 2x p/u RE

12

percentueel

absoluut

percentueel

absoluut

Deeltraject Winterswijk tot en met Gaanderen naar Arnhem (v.v.)

18%

350

38%

700

Deeltraject Doetinchem naar Arnhem (v.v.)

13%

250

20%

450

Tabel 2: Verwachte reizigerstoename bij 1x en 2x per uur RegioExpres op de deeltrajecten RegioExpres

3.4 Omklapeffect Zutphen In de huidige situatie bedraagt de reistijd tussen Winterswijk en Arnhem 66 minuten indien via Doetinchem wordt gereisd en 61 minuten als via Zutphen wordt gereisd. Door de introductie van de RegioExpres wordt de reistijd via Doetinchem korter. Meer reizigers zullen ervoor kiezen via Doetinchem naar Arnhem te reizen in plaats van via Zutphen. Het gaat hier om beperkte reizigersaantallen, omdat dit alleen voor reizigers van Winterswijk naar Arnhem geldt.

3.5

Verwachte toename jaarlijkse reizigersopbrengsten

De reizigersopbrengst op het traject is ongeveer €0,17 per kilometer2. De introductie van de RegioExpres levert naar schatting de volgende toenames in reizigersopbrengsten op: Alternatief 1x/u RegioExpres: een toename van €1,2 miljoen (8% toename) Alternatief 2x/u RegioExpres: een toename van €1,8 miljoen (11% toename) De exploitatiekosten voortkomend uit de extra ritten zijn (nog) niet in beschouwing genomen. Op basis van expert judgement van vervoerders Arriva en Connexxion is bepaald dat de RegioExpres met het huidige aantal trein gereden kan worden. In de volgende fase wordt dit nader uitgewerkt en getoetst.

Figuur 5: jaarlijkse reizigersopbrengsten in huidige situatie, referentie en met RegioExpres

2Bron: Historische data provincie Gelderland, zie Vervoerwaardestudie RegioExpres Arnhem-Winterswijk.

13

4

Reistijdbaten RegioExpres

4.1

Introductie

De RegioExpres levert voor veel Achterhoekse reizigers een grote reistijdwinst op. Deze reistijdwinst vertegenwoordigt een waarde. Dit is gekwantificeerd in euro’s in lijn met de gangbare methodiek voor een maatschappelijke kosten-baten analyse. De studie naar reizigersaantallen is hiervoor als basis gebruikt. Er wordt een vergelijking gemaakt met de referentiesituatie 2030 waarin de PHS-lijnvoering is meegenomen. Voor het waarderen van reistijdeffecten is gebruik gemaakt van het principe “value of time”, gebaseerd op een onderzoek in opdracht van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Voor de RegioExpres 1x per uur en 2x per uur is een raming gemaakt van twee verschillende toekomstscenario’s (hoog en laag), vanwege toekomstonzekerheid. Er is gewerkt met een “overstappenalty”, om het ongemak van de extra overstap die een deel van de reizigers gaat ervaren te kwantificeren. Daarnaast zijn een aantal aannames gedaan over bijvoorbeeld de verdeling van reizigers over de verschillende treinen.

4.2 Reistijdeffecten Afhankelijk van het traject (de herkomst- en bestemmingsrelatie) resulteert de RegioExpres in verschillende reistijdeffecten. Per traject is inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn per verplaatsing. Deze effecten worden hier beschreven.

Winterswijk

Aalten

Varsseveld

Terborg

Gaanderen

Doetinchem

Doetinchem de Huet

Wehl

Didam

Zevenaar

Duiven

Westervoort

Velperpoort

Arnhem Centraal

4.2.1 Arnhem Centraal naar Gaanderen t/m Winterswijk (en v.v.) In de referentiesituatie kunnen reizigers die reizen van Arnhem Centraal naar Gaanderen tot en met Winterswijk gebruik maken van twee stoptreinen. In alternatief 1 wordt één van de stoptreinen vervangen door een RegioExpres. Voor reizigers die gebruik maken van de RegioExpres tussen Arnhem en Doetinchem en dan verder reizen naar Gaanderen of verder (en v.v.), neemt de reistijd af met 13 minuten per verplaatsing ten opzichte van de huidige situatie en 11 minuten ten opzichte van de referentie. Bij alternatief 2 worden beide stoptreinen vervangen door een RegioExpres, waardoor er tussen deze stations twee keer per uur sprake is van een reistijdwinst van 13 minuten.

13 minuten snellere verplaatsing (1 of 2x per uur)

Figuur 6: Schematische weergave effect RegioExpres voor reizigers van Arnhem naar Gaanderen t/m Winterswijk en v.v. 4.2.2 Arnhem Centraal naar Doetinchem De komst van de RegioExpres betekent dat de frequentie van de treinen tussen Arnhem Centraal en Doetinchem omhoog gaat. Bij alternatief 1 komt er één sneltrein bovenop de vier huidige stoptreinen per uur. Bij alternatief 2 gaat de frequentie van 4 naar 6 treinen per uur door de toevoeging van twee sneltreinen. Voor reizigers die gebruikmaken van de RegioExpres tussen Arnhem Centraal en Doetinchem neemt de reistijd met 13 minuten per verplaatsing af (11 minuten in vergelijking met de referentie). Naast de tijdsbesparing neemt ook de gemiddelde wachttijd voor deze reizigers af door de toevoeging van de extra

14

Winterswijk

Aalten

Varsseveld

Terborg

Gaanderen

Doetinchem

Doetinchem de Huet

Wehl

Didam

Zevenaar

Duiven

Westervoort

Velperpoort

Arnhem Centraal

trein(en). Aangenomen wordt dat de gemiddelde wachttijd de helft van de intervaltijd bedraagt. De gemiddelde wachttijdwinst per verplaatsing bedraagt 3 minuten in alternatief 1 en 5 minuten in alternatief 2.

13 minuten snellere verplaatsing (1x per uur of 2x per uur) 3 minuten minder wachttijd bij RE 1x per uur 5 minuten minder wachttijd bij RE 2x per uur

Figuur 7: Schematische weergave effect RegioExpres voor reizigers van Arnhem naar Doetinchem en v.v.

Winterswijk

Aalten

Varsseveld

Terborg

Gaanderen

Doetinchem

Doetinchem de Huet

Wehl

Didam

Zevenaar

Duiven

Westervoort

Velperpoort

Arnhem Centraal

4.2.3 Velperpoort t/m Doetinchem de Huet naar Gaanderen t/m Winterswijk In de referentiesituatie rijdt er 2x per uur een rechtstreekse stoptrein op het gehele traject die alle stations aandoet. Reizigers van bijvoorbeeld Westervoort naar Gaanderen hoeven niet over te stappen. Daarnaast rijden er twee stoptreinen per uur tussen Arnhem en Doetinchem. Met de komst van de RegioExpres verandert dit. De RegioExpres rijdt als stoptrein van Winterswijk tot en met Doetinchem en gaat vanaf daar in één keer door naar Arnhem Centraal. Dit betekent dat reizigers die van bijvoorbeeld Gaanderen naar Westervoort willen reizen met de komst van de RegioExpres moeten overstappen in Doetinchem. In het alternatief 1x per uur een RegioExpres rijdt er één maal per uur een rechtstreekse stoptrein en moeten reizigers één maal per uur overstappen (zie figuur 3 op bladzijde 10). In het alternatief 2x per uur een RegioExpres verdwijnen de rechtstreekse stoptreinen en moeten reizigers die van Velperpoort t/m Doetinchem de Huet naar Gaanderen t/m Winterswijk reizen altijd overstappen (zie figuur 4 op bladzijde 10). Het betreft een crossplatform-overstap van 3 minuten. Voor de meeste reizigers op dit deeltraject leidt dit tot een per saldo reistijdtoename van 2 minuten, omdat bij Doetinchem de Huet 1 minuut tijdwinst wordt geboekt (zie 4.2.4.).

Plus 3 min verplaatsing vanwege verplichte overstap 1x of 2x per uur door RegioExpres

Figuur 8: Schematische weergave effect RegioExpres voor reizigers van Velperpoort t/m Doetinchem de Huet naar Gaanderen t/m Winterswijk

15

4.2.4 Stoptreinen Doetinchem de Huet Door de infrastructurele aanpassingen profiteren alle stoptreinen die station Doetinchem de Huet passeren van een kortere reistijd van één minuut. Dit betreft alle stoptreinen van Doetinchem en Doetinchem De Huet naar Wehl t/m Arnhem (en v.v.). Ook alle reizigers in de doorgaande stoptrein in alternatief 1 vanaf Winterwijk tot en met De Huet naar Wehl en verder tot Arnhem profiteren van deze reistijdwinst.

4.3 Overstapeffecten RegioExpres3 4.3.1 Verbetering overstap in Arnhem richting Ede-Wageningen (v.v.) met RegioExpres Voor reizigers die gebruik gaan maken van de RegioExpres verbetert de aansluiting in Arnhem op de treinen richting Ede-Wageningen en verder. Uit analyses blijkt dat de overstaptijd ten opzichte van de referentie met 8 minuten wordt verkort. Dit geldt zowel voor de variant waarbij de RegioExpres 1x per uur gaat rijden als voor de variant 2x per uur. Er wordt ingeschat dat 65% van de reizigers die gebruikmaakt van de RegioExpres verder reist dan Arnhem Centraal. Van die reizigers stapt 37 tot 42% over op de intercity richting Ede-Wageningen en Utrecht. Zij profiteren van een verbeterde overstapmogelijkheid. 4.3.2 Verbetering overstap Arnhem richting Nijmegen (v.v.) met RegioExpres De RegioExpres zorgt ook voor een betere aansluiting in Arnhem op de Intercity naar Nijmegen. Uit analyses blijkt dat de overstap met 7 minuten wordt verkort ten opzichte van de referentie. Dit geldt zowel voor de variant waarbij de RegioExpres 1x per uur gaat rijden als voor de variant 2x per uur. Daarnaast verbetert ook de overstap op de sprinters richting Nijmegen. Deze overstap wordt in beide alternatieven verkort met 4 minuten.

Van de reizigers die verder reizen dan Arnhem (naar inschatting zo’n 65%) stapt 34 tot 40% over op de intercity richting Nijmegen en 1 tot 2 procent op de sprinter richting Nijmegen. Deze reizigers profiteren van een verbeterde overstapmogelijkheid.

4.4 Maatschappelijke Reistijdbaten RegioExpres Bij realisatie van de RegioExpres 1x per uur in 20244 liggen de maatschappelijke reistijdbaten van de RegioExpres naar schatting tussen de €31 en €46 miljoen euro. Een deel hiervan komt voort uit het product RegioExpres en een deel heeft te maken met het herstel van de overstap in Arnhem als gevolg van de introductie van de RegioExpres. De maatschappelijke baten van een RegioExpres 2x per uur liggen tussen de €47 en €63 miljoen. Het aandeel van het herstel van de overstap in Arnhem is voor beide alternatieven vergelijkbaar. Andere maatschappelijke baten zijn in deze fase nog niet in beeld gebracht. 70 60

13

50 40 30 20 10

12

11

34

36

11

50

20

0 Alternatief 1 - Alternatief 1 - Alternatief 2 - Alternatief 2 laag hoog laag hoog RegioExpres

Overstap Arnhem

Figuur 9: Maatschappelijke Baten RegioExpres 1x en 2x per uur, scenario laag en hoog 3 Inschattingen over verbeterde overstapmogelijkheden zijn gebaseerd op wat we nu weten van de toekomstige de dienstregeling.. 4 In het onderzoek is nog uitgegaan van 2024. We weten inmiddels dat dit 2026 op z’n vroegst haalbaar is. Dit heeft marginale effecten

op de maatschappelijke baten.

16

5

Bereikbaarheidseffecten RegioExpres

5.1

Introductie

De RegioExpres verbetert de bereikbaarheid van en naar de Achterhoek. Doordat de reistijd korter wordt, kan met dezelfde tijdsinvestering verder worden gereisd. Regio’s worden dus beter met elkaar verbonden. Voor de RegioExpres 1x en 2x per uur is in kaart gebracht wat dit in de praktijk betekent. Er is een vergelijking gemaakt met de referentiessituatie 2030 (inclusief PHS). In het onderzoek is gebruikgemaakt van de zogenaamde ‘verbindingswijzer’. De verbindingswijzer geeft inzicht welk gebied binnen een bepaald aantal minuten bereikbaar is. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel inwoners of arbeidsplaatsen kunnen worden bereikt. Steeds gaat het om reizen van deur tot deur, dus inclusief voor- en natransport.

5.2

Effect PHS op bereikbaarheid vanuit Winterswijk en Doetinchem

Uit de analyse blijkt dat PHS een negatief effect heeft op de langere afstandsreizen vanuit Winterswijk. Er worden doorgaans net wat mindere overstaprelaties geboden in Arnhem in de richting Utrecht en in mindere mate ook in zuidelijke richting. Het aantal arbeidsplaatsen dat binnen 120 minuten bereikbaar is vanuit Winterswijk daalt door PHS met 100 plekken. Arnhem blijft binnen 90 minuten bereikbaar, maar het gebied waar dat voor geldt wordt kleiner. Er is vanzelfsprekend geen effect op de kortere reizen, simpelweg omdat die reizen vóór Arnhem eindigen. Voor Doetinchem geldt dat met invoering van PHS de bereikbaarheid van het gebied bij Veenendaal en Ede wat kleiner wordt. Dit geldt ook voor de oostzijde van Utrecht. De opleidingsinstituten bij Utrecht zijn minder goed bereikbaar dan in de huidige situatie. Richting Nijmegen treden juist kleine verbeteringen op. Dit zorgt ervoor dat de invoering van PHS vanuit Doetinchem opgeteld voor een verslechtering zorgt, maar dat de daling in absolute zin niet groot is.

5.3

Effect RegioExpres op bereikbaarheid

De RegioExpres heeft een fors effect op de bereikbaarheid van en naar de Achterhoek. Aalten, Varsseveld, Terborg en Gaanderen profiteren het meest. Ook voor Winterswijk en Doetinchem is de bereikbaarheidswinst fors te noemen. De toename is zichtbaar bij 1x per uur een RegioExpres en neemt verder toe bij een frequentie van 2x per uur. De RegioExpres maakt het verwachte verlies in bereikbaarheid door de ontwikkeling van PHS ruimschoots goed. Vanuit de Achterhoek worden meer arbeidsplaatsen en inwoners bereikbaar. Dit effect is zichtbaar voor reizen via alle stations van Doetinchem tot en met Winterswijk. Het effect is logischerwijs het grootst op de langere afstanden, richting Arnhem, Nijmegen, Ede/Wageningen en Utrecht. Ter illustratie: Vanuit Aalten neemt het aantal bereikbare arbeidsplaatsen binnen 120 minuten deur-tot-deur met meer dan 40% toe. Vanaf Terborg neemt het aantal bereikbare arbeidsplaatsen binnen 90 minuten met 62% toe als de RegioExpres 1x per uur gaar rijden. Vanuit Arnhem naar de Achterhoek is het bereikbaarheidseffect percentueel minder groot, omdat er vanuit Arnhem al veel arbeidsplaatsen en inwoners bereikt kunnen worden. Onderwijsinstellingen komen dichterbij de Achterhoek te liggen. Dit geldt o.a. voor Utrecht Science Park, Presikhaaf, en Heyendaal. Scholieren en studenten kunnen vanuit de Achterhoek sneller naar hun onderwijsinstelling.

Zo wordt vanuit Gaanderen en Terborg Utrecht Science Park binnen 90 minuten deurtot-deur bereikbaar en komt Heyendaal op 75 minuten van Doetinchem te liggen.

17

Dit effect werkt ook de andere kant op. Bedrijven en onderwijsinstellingen in de Achterhoek worden beter bereikbaar vanuit regio’s als Arnhem-Nijmegen en FoodValley. Dit biedt kansen voor het trekken van studenten, stagairs en/of arbeidskrachten naar de Achterhoek. Zie hieronder ter illustratie de invloed van de RegioExpres op het aantal bereikbare arbeidsplaatsen vanuit Aalten en Doetinchem. Een gedetailleerde weergave van de bereikbaarheidseffecten per plaats is opgenomen in de onderliggende rapportage “De effecten van de RegioExpres in beeld”.

Aantal bereikbare arbeidsplaatsen vanuit Aalten (*1000) 30 min

30 min

-5% +9% -3% -4% +6% +15%

45 min 60 min

90 min

+43% +43% +15% +28% +15% +65%

60 min 75 min

120 min

+46% +47%

500

+24% +53%

90 min

+22% +42%

0

+5% +11%

45 min

+7% +12%

75 min

Aantal bereikbare arbeidsplaatsen vanuit Doetinchem (*1000)

1000

1500

Figuur 10: Aantal bereikbare arbeidsplaatsen vanuit Aalten

+19% +38%

120 min 0

1000

2000

3000

Figuur 11: Aantal bereikbare arbeidsplaatsen vanuit Doetinchem

18

6

Stakeholderanalyse

6.1

Introductie

Voor de stakeholderanalyse is gesproken met diverse gemeenten, het Rijk, ProRail, huidige vervoerders, reizigersorganisaties, lokaal bedrijfsleven en andere belanghebbenden. Daarnaast is er een klein onderzoek gehouden onder reizigers.

Figuur 12: Overzicht stakeholders waarmee is gesproken voor de analyse

6.2 Ambities stakeholders ten behoeve van de bereikbaarheid Achterhoek Het merendeel van de partijen geeft aan dat de bereikbaarheid van en naar de Achterhoek onder druk staat. De groeiende files op de A12/A18 zijn slecht voor het leef- en vestigingsklimaat. Dat terwijl de vraag naar personeel groeit. Tegelijkertijd zitten de huidige treinen nu vaak erg vol, met name in de spits. Daarnaast blijkt de treinverbinding nog steeds het imago van een onbetrouwbaar dienst heeft, met veel uitval en vertraging. Dit is feitelijk niet meer het geval. Een snelle, comfortabele en betrouwbare treinverbinding kan de bereikbaarheid van de Achterhoek een boost geven. Het zal naar verwachting goed zijn voor het vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven en vergroot de leefbaarheid. Daarnaast kan het meer mensen naar de trein trekken; een duurzamer alternatief voor de auto. Een aantal partijen geeft aan op dit moment andere bereikbaarheidsvraagstukken te prioriteren, bijvoorbeeld de internationale verbinding met Duitsland en het verbeteren van de verbindingen tussen Arnhem-Randstad. Hier ligt indirect een relatie met de RegioExpres, omdat de vrije kruising die hiervoor benodigd is bij Arnhem ook past in het eindbeeld van de RegioExpres.

6.3 Houding stakeholders tegenover de verschillende scenario’s Met de stakeholders is gesproken over drie scenario’s: verbetering kwartierdienst, 1x per uur RegioExpres en 2x per uur RegioExpres. Een RegioExpres geniet bij alle partijen de voorkeur. De snelle extra trein kan echt betekenis hebben voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de Achterhoek. Daarnaast zal de RegioExpres overstap op treinen naar Utrecht en Nijmegen na de komst van Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) herstellen, wat nog meer reistijdwinst oplevert. Dit maakt de RegioExpres extra aantrekkelijk.

19

Een groot deel van de partijen ziet de RegioExpres eens per uur als stap richting het eindbeeld: tweemaal per uur de sneltrein tussen Arnhem en Doetinchem. Een klein deel van de partijen vindt de investeringen die scenario 3 vraagt te hoog. Sommige partijen vinden dat er sowieso geïnvesteerd moet worden in de verbetering van de spoorverbinding. Zij vinden dat, als blijkt dat de RegioExpres niet mogelijk is, scenario 1 alsnog moet worden uitgevoerd.

6.4 Aandachtspunten vanuit de stakeholders -

-

-

-

Stakeholders adviseren de provincie om de ontwikkeling van de RegioExpres in een breder perspectief te bezien. Sommige investeringen zijn ook vanuit andere ambities op het spoor noodzakelijk, zoals vergroening van de lijn (bijvoorbeeld via elektrificatie) en de aanpak van Arnhem-Oost. Daarnaast adviseren de stakeholders om het OV-netwerk in en rondom de Achterhoek als geheel te bekijken. Zet daarbij de reizigers(stromen) centraal. Zorg dat de RegioExpres goed aansluit op de bussen in de Achterhoek, maar heb ook oog voor de reizigersstroom vanuit de Achterhoek naar de HAN in Arnhem Presikhaaf. Onderzoek ook de mogelijkheid om in de toekomst over de knopen heen te rijden, bijvoorbeeld over Arnhem direct naar Nijmegen Heyendaal. Zo kun je de reiziger nog beter faciliteren. Stakeholders vragen hen en andere belanghebbenden zo vroeg mogelijk in het proces te betrekken. Gebruik lokale relaties, kennis en ervaring. Gebruik het momentum en zet zo snel mogelijk stappen richting een gewenst eindbeeld. Diverse partijen vragen aandacht voor de (technische) randvoorwaarden. Zorg ervoor dat ze in beeld zijn en in orde worden gemaakt. Denk hierbij aan de capaciteit en de veiligheid op perrons, de mogelijke aanpassingen die nodig zijn om een hogere snelheid te halen en de overwegveiligheid.

Onder andere uit het reizigersonderzoek blijkt dat de treinverbinding nog steeds kampt met een imagoprobleem. Zorg daarom voor goede branding van het product. De RegioExpres kan hierop inspelen.

20

7

Kansrijke oplossingen benodigde infrastructuur

7.1

Introductie

ProRail heeft onderzocht welke infrastructurele maatregelen nodig zijn om een RegioExpres mogelijk te maken. In deze analytische fase van de verkenning is gekeken naar infraoplossingen die kansrijk zijn om mee te nemen in de volgende fase met als doel om de RegioExpres waar te maken. De toets op maakbaarheid vindt in de volgende fase plaats (de beoordelingsfase).

Figuur 13: Kernproces ProRail – analytische fase van de verkenning Voor het inpassen van de RegioExpres is dubbelspoor nodig tussen Didam en Doetinchem de Huet. Het dubbelspoor kan lopen tot of tot en met Doetinchem de Huet. Daarnaast blijkt uit de analytische fase dat er bij station Wehl een aanpassing nodig is van de perrons. In de vorige fase was dit nog onduidelijk. Afhankelijk van tot waar het spoor loopt zijn al dan niet aanpassingen van station Doetinchem de Huet nodig. Daarnaast heeft het rijden van een extra trein ook implicaties voor het tracé Arnhem– Didam. Niet zozeer qua infrastructuur, maar wel qua veiligheid.

Figuur 14: Huidige en toekomstige sporenlay-out, inclusief extra perron Wehl en de verschillende opties bij Doetinchem de Huet De benodigde infrastructuur, knelpunten, oplossingsrichtingen en effecten worden per tracédeel besproken: • Tracédeel Arnhem - Zevenaar • Tracédeel Zevenaar - Didam • Tracédeel Didam - Wehl • Station Wehl • Boog Wehl • Wehl- Doetinchem de Huet • Station Doetinchem de Huet • Doetinchem de Huet - Doetinchem 7.1.1 Afwegingskader oplossingsrichtingen tracédelen Er is in deze rapportage gekozen om voor alle tracédelen in paragraaf 7.5 – 7.9 een vergelijkbaar afwegingskader te gebruiken om de voor- en nadelen van de oplossingsrichtingen te laten zien. ProRail heeft dit in de onderliggende rapportage voor sommige van de tracédelen gedaan. Er is deels gebruik gemaakt van de afwegingskaders van ProRail en daar waar ze ontbraken zijn nieuwe toegevoegd. Soms is er door de

21

provincie afgeweken van de bestaande beoordeling van ProRail, omdat de provinciale opvatting afwijkt van die van ProRail. Dit betreft geen grote verschillen, maar details in de beoordeling (bijvoorbeeld 0/- of -).

7.2

Tracédeel Arnhem-Zevenaar

Het tracédeel Arnhem-Zevenaar wordt niet aangepast, maar er is wel sprake van de toevoeging van een extra trein. Dit heeft invloed op het geluid. Er zijn naar verwachting geen geluidsmaatregelen nodig omdat er ruimte is binnen het geluidsproductieplafond en de bijdrage van de RegioExpres aan de geluidsproductie beperkt is. Op station Arnhem is de perroncapaciteit beperkt. Een uitbreiding van de capaciteit is specifiek voor de RegioExpres niet nodig, maar er ligt hier afhankelijk van de toekomstige dienstregeling-modellen wel een opgave. Deze opgave wordt niet vanuit de RegioExpres opgepakt, maar is onderdeel van een breder gesprek met Ministerie, ProRail en vervoerders. Het Landelijke toekomstbeeld OV, waarvan de uitvoeringsagenda najaar 2020 wordt gepresenteerd, zal hier meer duidelijkheid verschaffen.

7.3

Tracédeel Zevenaar-Didam

Het spoor tussen Zevenaar en Didam is in 2019 verdubbeld. Er zijn op dit deel geen infrastructurele aanpassingen nodig. Wel dient er rekening gehouden te worden met het rijden van een extra trein: • Vastgoed: Uitgangspunt is dat de eventueel benodigde geluidschermen binnen de kadastrale grens van ProRail ingepast kunnen worden. • Ecologie: Een extra trein geeft geen ecologische belemmering. • Geluid: Het geluidsproductieplafond wordt op dit traject na spoorverdubbeling benaderd. Voor de RegioExpres moeten extra maatregelen genomen worden, naar verwachting zijn op een aantal locaties geluidsschermen en raildempers benodigd. • Conventionele explosieven: De locatie waar mogelijk geluidschermen zijn benodigd liggen grotendeels in verdacht gebied. • Kabels en leidingen derden: Uit een eerste quick-scan in verband met mogelijk benodigde geluidsschermen lijken er alleen normale kabels en leidingen te liggen. Er dient rekening te worden gehouden met een doorlooptijd van een jaar voor aanpassing.

7.4

Tracédeel Didam-Wehl

Tussen Didam en Wehl dient het spoor te worden verdubbeld over een lengte van ongeveer 5,6km. In Didam wordt aangesloten op het dubbelspoor dat daar is aangelegd. Voor het bepalen van de alternatieven van het tracé is de volgende opbouw gekozen: Uitgangspunt is een toekomstvaste aanleg van het spoor. In de basis blijft het huidige spoor zoveel mogelijk op zijn plek. In principe komt het nieuwe spoor aan de zuidzijde van het huidige spoor omdat dit gezien de aanwezige ruimte over het gehele tracé het beste inpasbaar is. Daar waar het spoor aan de zuidzijde niet inpasbaar is, wordt gekeken naar oplossingsrichtingen. Bij de ruimte die nodig is voor spoorverdubbeling wordt rekening gehouden met zaken als inspectiepaden, geluidsschermen en hekwerken. Ook wordt er rekening gehouden met het eventueel later aanleggen van een bovenleiding. Bij station Wehl is al een stuk dubbelspoor aanwezig waarop wordt aangesloten. 7.4.1 Knelpunten ProRail heeft gekeken waar door de inpassing van de nieuwe infrastructuur mogelijke knelpunten in de omgeving ontstaan en of er kansrijke oplossingen voor handen zijn om hiermee om te gaan. Zie weergave hieronder, knelpunten in geel.

22

. Figuur 15: Knelpunten op traject Didam-Wehl 1.

Pittelderstraat

Knelpunt

Bij de Pittelderstraat ontstaat er een mogelijk knelpunt aan de zuidzijde (1).

Figuur 16: Knelpunt Pittelderstraat Oplossingsrichting

Het nieuwe spoor komt aan de zuidzijde, maar naar verwachting dient het spoor opgeschoven te worden naar het noorden vanwege een knelpunt bij de Oude Beekseweg. Het opschuiven van het spoor naar het noorden zorgt voor inpasbaarheid bij de Pittelderstraat. Daarbij zullen in dit geval niet alle parkeerplaatsen aan de noordzijde (2a en b) behouden kunnen worden. De verwachte verschuiving van het spoor betekent dat naar verwachting over een lengte van 1,1km twee nieuwe sporen aangelegd moeten worden.

Conclusie: De oplossingsrichting wordt in de volgende fase verder uitgewerkt. 2. Oude Beekseweg Knelpunt

Het nieuwe spoor is aan de zuidzijde van de Oude Beekseweg (zie 3) niet inpasbaar. Het verplaatsen van de Oude Beekseweg is geen optie omdat hiermee toegangen tot percelen en woningen vervallen.

Figuur 17: Knelpunt Oude Beekseweg Oplossingsrichtingen

A. Het lijkt mogelijk het dwarsprofiel van het spoor te versmallen, door de ruimtereservering voor de bovenleiding te laten vallen. Ook met deze aanpassing blijft er te weinig ruimte over tussen het hart van het spoor en de weg (+/- 10 cm tekort). In de volgende fase wordt samen met de spoor- en wegbeheerder en in

23

relatie tot de omgeving gekeken wat de mogelijkheden zijn om deze locatie in te passen. B. In het huidige ontwerp is rekening gehouden met een verschuiving van de gehele spoorbaan naar het noorden, door een S-boog waarbij het nieuwe spoor over een korte afstand aan de noordzijde wordt gelegd. Conclusie: De oplossingsrichtingen worden in de volgende fase verder uitgewerkt. Knelpunt 1 en 2 vragen een integrale afweging.

3. Verbindingsweg (tussen Wilhelminastraat en Zandweg) Knelpunt Oplossingsrichtingen

Bij de verbindingsweg lijkt er onvoldoende ruimte voor inpassing van de spoorbaan. A. Alternatieve voorzieningen voor het afvoeren van water. Dit kan in een volgende fase in overleg met de spoorbeheerder worden onderzocht. B. Bij verschuiving naar het noorden (i.v.m. situatie Oude Beekseweg) bestaat de kans dat de verbindingsweg (fietspad) niet te handhaven is. Dit is afgestemd met de provincie en gemeente.

Conclusie De oplossingsrichtingen worden in de volgende fase verder uitgewerkt. 4. Prinses Beatrixstraat Knelpunt

Bij de Prinses Beatrixstraat (15 a en b) is het niet mogelijk om de volledige dubbelsporige baan in te passen.

Figuur 18: Knelpunt Prinses Beatrixstraat Oplossingsrichting

Alternatieve opbouw van het spoorprofiel zodat het spoor ingepast kan worden.

Conclusie In de volgende fase wordt samen met de spoor- en wegbeheerder onderzocht hoe het spoor met een alternatieve opbouw van het profiel toch in te passen is. 7.4.2 Overige effecten Didam-Wehl Er worden effecten verwacht op het gebied van vastgoed, ecologie en geluid: • Vastgoed: Gronden van particulieren benodigd. Uitgangspunt is om alle gronden minnelijk te verwerven. • Ecologie: Spoorverdubbeling gaat deels door ecologische hoofdstructuur (NNN gebied). Natuurwaarden moeten worden gemitigeerd en/of gecompenseerd.

24

•

•

•

7.5

Geluid: Geluidsproductieplafond wordt benaderd. Spoorverdubbeling in combinatie met RegioExpres zorgt waarschijnlijk voor een overschrijding. Dit betekent dat in de nabijheid van woningen naar verwachting raildempers benodigd zijn. Conventionele explosieven: Op het traject bevinden zich enkele verdachte gebieden. Er wordt vervolgonderzoek geadviseerd. Voor het verdachte gebied moet worden bepaald welke werkzaamheden gaan plaatsvinden alvorens kan worden vastgesteld welke beheersmaatregelen moeten worden getroffen. Kabels en leidingen derden: Behalve ‘gewone’ kabels en leidingen bevindt zich hier een Gasunieleiding. Bij aanpassing hiervan dient rekening te worden gehouden met een doorlooptijd van 2,5 jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7962/documents/45196