CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.38 - Zienswijzennota Notitie Reikwijdte en Detailniveau en Participatieplan (2022).pdf

beeldvormende raad 11 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres19.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zienswijzennota Notitie Reikwijdte en Detailniveau en Participatieplan RegioExpres Datum: 1 oktober 2022

Inhoudsopgave

2

1

Procedure

3

2

Algemeen beeld

4

3

Zienswijzen

3.1 Zienswijze 1 3.2 Zienswijze 2 3.3 Zienswijze 3 3.4 Zienswijze 4 3.5 Zienswijze 5 3.6 Zienswijze 6 3.7 Zienswijze 7 3.8 Zienswijze 8 3.9 Zienswijze 9 3.10 Zienswijze 10 3.11 Zienswijze 11 3.12 Zienswijze 12 3.13 Zienswijze 13 3.14 Zienswijze 14 3.15 Zienswijze 15 3.16 Zienswijze 16 3.17 Zienswijze 17 3.18 Zienswijze 18 3.19 Zienswijze 19 3.20 Zienswijze 20 3.21 Zienswijze 21 3.22 Zienswijze 22 3.23 Zienswijze 23 3.24 Zienswijze 24

6

6 7 8 10 11 14 15 16 17 19 20 25 27 28 29 30 32 33 35 38 38 39 40 40

4

Adviezen

41

4.1 Advies 1: GasUnie 4.2 Advies 2: Gemeente Zevenaar 4.3 Advies 3: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden 4.4 Advies 4: Waterschap Rijn en IJssel 4.5 Advies 5: Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

41 41 42 42 43

1

Procedure Van 28 april 2022 tot en met 8 juni 2022 hebben de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: NRD) en het participatieplan voor de RegioExpres ter inzage gelegen. De documenten zijn: • Gepubliceerd op de website van de RegioExpres; • Fysiek ter inzage gelegd bij de gemeente Doetinchem, gemeente Montferland en provincie Gelderland; Op 16 mei 2022 heeft in Didam een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Op deze avond zijn ongeveer 115 mensen langsgekomen. Men kon in gesprek met specialisten van ProRail, gemeenten en provincie. Verreweg de meeste vragen zijn direct beantwoord. Sommige vragen konden niet beantwoord worden, bijvoorbeeld omdat de noodzakelijke onderzoeken nog uitgevoerd moeten worden. Op deze avond was het ook mogelijk direct een zienswijze in te dienen, deze is opgeschreven door projectmedewerkers van de provincie. Tot slot bestond er nog de mogelijkheid tot het indienen van een inspraakreactie. In de evaluatie is gebleken dat het onderscheid tussen beide type reacties niet voldoende duidelijk was gedurende de informatiebijeenkomst. Er is daarom gekozen om alle reacties (8 stuks) te beschouwen als een zienswijze. In totaal zijn er 24 zienswijzen ingediend.

3

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

2 Algemeen beeld Zienswijzen Vanaf pagina 6 worden de zienswijzen op volgorde van binnenkomst beantwoord. Een korte toelichting vooraf: • De meeste vragen hebben betrekking op het project/ het vastgestelde voorkeursalternatief. De inspraakperiode richt zich alleen op de NRD en het participatieplan. Alle vragen worden in de zienswijzennota wel beantwoord, echter alleen de NRD wordt als gevolg van sommige reacties aangepast. Een wijziging van bijvoorbeeld het voorkeursalternatief is dus niet aan de orde; • Een aantal suggesties voor maatregelen vallen (ver) buiten het projectgebied van de RegioExpres, deze suggesties worden niet meegenomen omdat deze losstaan van de RegioExpres en de aanpassingen aan het spoor; • De procedure voor het project volgt de huidige wetgeving (Wet ruimtelijke ordening en Wet Milieubeheer). Vanaf januari 2023 wordt (mogelijk) de Omgevingswet ingevoerd. Deze wet vervangt de hiervoor genoemde wetten. Welke invloed dat heeft op de RegioExpres zullen wij rondom de invoering communiceren; • Soms komt het voor dat (min of meer) dezelfde vraag gesteld wordt door verschillende indieners. In dit geval wordt terugverwezen naar een eerder gegeven antwoord. Dit wordt dan uiteraard duidelijk aangegeven. Enige uitzondering is wanneer er een toezegging aan Indieners wordt gedaan voor concrete vervolggesprekken.

Dit geldt voor de: • inrichting van de zone tussen het te realiseren tweede spoor en het Hof van Edinburgh in Doetinchem (zienswijzen 3, 5, 9, 12, 13, 14 en 16); • toelichting op de ruimtelijke inpassing van het tweede spoor (inclusief de bouwwegen en werkterreinen) op de percelen van Indieners wanneer deze definitief bekend is (zienswijzen 10, 17, 18 en 19). • Alle zienswijzen van particulieren zijn geanonimiseerd en daarnaast zijn sommige passages samengevat. De exacte teksten kunnen daarom afwijken van de ingediende zienswijzen. Daarnaast zijn alle zienswijzen in dezelfde stijl/ opmaak omgezet voor de beantwoording. • Eén zienswijze is in eerste instantie ingediend zonder bijlage. Er is actief contact gezocht met de indiener. Deze zienswijze is later toegestuurd en wel in deze zienswijzenota opgenomen; • In veel zienswijzen is aandacht gevraagd voor het thema geluid. In de vorige fase heeft een geluidsonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is uitgevoerd met de toen bekende uitgangspunten en geeft een reëel beeld van de maatregelen die nodig zijn voor het rijden van RegioExpres en de realisatie van de benodigde infrastructuur. Maar, dit zijn dus niet de definitieve maatregelen. In de MER-procedure vindt een nieuw geluidsonderzoek plaats, zoals ook is aangegeven in de NRD. Hierin wordt het definitieve ontwerp als uitgangspunt genomen en worden de maatregelen bepaald.

Het is dus op dit moment niet mogelijk om hier nu al een definitief antwoord op te geven. De verwachting is wel dat het aangepaste ontwerp niet veel invloed heeft op de eerder bepaalde maatregelen, omdat de verschillen in de uitgangspunten zeer beperkt zijn; • Een tweede thema waar veel aandacht voor wordt gevraagd is trillingen. Hier heeft in de vorige fase nog geen onderzoek naar plaatsgevonden. In de MER-procedure vindt dit onderzoek plaats. Ook hier is het dus niet mogelijk om nu al een antwoord te geven op de vaak concrete vragen.

4

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Een overzicht van de zienswijzen, op volgorde van binnenkomst: • Zienswijze 1, particuliere indiener; • Zienswijze 2, Brunet Advocaten namens een Maatschap; • Zienswijze 3, particuliere indiener; • Zienswijze 4, particuliere indiener; • Zienswijze 5, particuliere indiener; • Zienswijze 6, particuliere indiener; • Zienswijze 7, particuliere indiener; • Zienswijze 8, particuliere indiener; • Zienswijze 9, particuliere indiener; • Zienswijze 10, particuliere indiener; • Zienswijze 11, particuliere indiener; • Zienswijze 12, particuliere indiener; • Zienswijze 13, particuliere indiener; • Zienswijze 14, particuliere indiener; • Zienswijze 15, Witte Rentmeesters en Makelaars namens Landgoed BV ’t Jagershuis; • Zienswijze 16, particuliere indiener; • Zienswijze 17, particuliere indiener; • Zienswijze 18, particuliere indiener; • Zienswijze 19, particuliere indiener; • Zienswijze 20, particuliere indiener; • Zienswijze 21, particuliere indiener; • Zienswijze 22, particuliere indiener; • Zienswijze 23, particuliere indiener; • Zienswijze 24, particuliere indiener. Advies Naast de inspraakperiode is ook advies gevraagd aan zogenoemde vooroverleg partners.

Er is advies gevraagd aan: gemeente Arnhem, Westervoort, Duiven, Zevenaar, Montferland, Doetinchem, Oude IJsselstreek, Aalten, Winterswijk, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Inspectie Leefomgeving en Transport, Waterschap Rijn en IJssel, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland, ProRail, Vitens, Liander, Gasunie, Tennet, Arriva, Conexxion, Nederlandse Spoorwegen (NS), Verkehrsverbund Rhein Ruhr. Van de volgende partners is een advies ontvangen (op volgorde van binnenkomst): • Advies 1: GasUnie; • Advies 2: Gemeente Zevenaar; • Advies 3: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden; • Advies 4: Waterschap Rijn en IJssel; • Advies 5: Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.

5

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3

Zienswijzen

3.1 Zienswijze 1 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.8 (natuur) Een natuurbrug over het dubbelspoor kan ecologische hoofdstructuur tussen Montferland en Veluwe versterken

In het onderzoek naar het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone wordt onderzoek gedaan op welke wijze de samenhang, oppervlakte en kwaliteit niet wordt aangetast en/of kan worden versterkt. Daarbij zal specifieke aandacht zijn voor ecologische verbindingszones.

Geen.

• Paragraaf 4.8 (natuur) Mogelijk kan provincie Gelderland ook het ter discussie gestelde voormalige camping aan Koningsweg, tussen snelweg en bos opkopen en deel doen opmaken van eerder genoemde Natuurnetwerk en Ontwikkelzone.

Voor dit project is helder waarom we grond aankopen: om de verdubbeling van het spoor te realiseren. Wij doen wel onderzoek naar het effect van de verdubbeling op dit Natuurnetwerk. Wellicht komen daar wel kansen uit, die passen bij de suggestie van Indiener.

Geen.

• Paragraaf 4.8 (natuur) Onder de A18 ter hoogte van Didamse Leigraaf en Stillewald ligt al een dassentunnel, deze zou eventueel wat vergroot kunnen worden en uit kunnen komen op lege gronden voormalige camping, dat dan nieuwe natuur wordt (ecologische stapsteen) om zo bij de natuurbrug over dubbelspoor te komen.

Ook deze maatregel volgt mogelijk uit het ecologisch onderzoek. Bij een volgende stap is hier meer duidelijkheid over.

Geen.

• Paragraaf 4.8 (natuur) Andere opties zijn bijvoorbeeld (groot & klein) wildtunnels onder de A18 en onder het nieuwe dubbelspoor.

De suggestie van Indiener voor extra wildtunnels onder de A18 nemen wij niet mee, dit valt buiten het projectgebied.

6

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Aanpassingen aan de dassentunnel onder de A18 nemen wij niet mee in het ecologisch vervolgonderzoek. Dit valt buiten het project.

Geen.

3.2 Zienswijze 2, Brunet advocaten Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

Namens de maatschap Van Ochten-Klop, alsmede haar maten, de heer G.J. van Ochten en de heer R.B.J. Klop. (hierna gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud aan te duiden als: ‘cliënte”) vraag ik graag uw aandacht voor het volgende.

We begrijpen de zorgen van de client.

Geen.

De milieueffecten, zoals geluid, trillingen en luchtkwaliteit worden – zoals indiener zelf ook aangeeft – Cliënte is eigenaar/verhuurder van het complex Hof van onderzocht en worden gebundeld Cambridge te Doetinchem. Het appartementencomplex biedt in het Milieueffectrapport. een veilige woonomgeving voor zelfstandig wonende senioren. Waar nodig treffen we mitigerende In het pand bevindt zich eveneens een gezondheidscentrum en/of compenserende maatregelen. met ondersteunende voorzieningen. Wonen en zorg worden op deze plaats dus onder één dak gecombineerd. Het Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd appartementencomplex van cliënte ligt op een afstand van ca. voor het rijden van de RegioExpres (1x 25 meter van het (nu bestaande) spoor. per uur). Daaruit volgt dat er ter hoogte Cliënte maakt zich zorgen over de voorgenomen verbreding van het spoor en de gevolgen die dat zal hebben op het woonen leefklimaat ter plaatse van het appartementencomplex Hof van Cambridge. Daarbij vreest cliënte met name doch niet uitsluitend - voor toenemende geluidsoverlast, trillinghinder en een verslechterde luchtkwaliteit als gevolg van het gebruik dat van het (alsdan verbrede) spoor zal worden gemaakt. Doordat het dubbele spoor aan de zuidzijde van het huidige spoor is bedacht. komt dit nog dichter bij de appartementen dan nu al het geval is.

Dit is een zorgelijke ontwikkeling, juist ook gelet op de doelgroep die van het appartementencomplex gebruik maakt. Het gaat hier om (relatief kwetsbare) senioren. Het nog dichterbij komende spoor kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse, maar ook valt niet uit te sluiten dat (bijvoorbeeld als gevolg van trillingen) schade aan het gebouw van cliënte zal ontstaan. Voorts vreest cliënte nadelige gevolgen van de spoorverbreding ten aanzien van de in het complex gevestigde huisartsenpraktijk. Ook voor wat betreft de praktijkvoering kan geluid ernstige hinder opleveren bij het uitvoeren van onderzoeken en het voeren van gesprekken met patiënten. Cliënte spreekt daarom hierbij haar zorg uit over de voorgenomen spoorverbreding en vraagt uitdrukkelijk aandacht voor de nadelige gevolgen van dit plan. Geluid- en trillinghinder dient te allen tijde voorkomen te worden. Door de spoorverbreding zal het treinverkeer nog dichter bij de in het complex gelegen woningen komen te liggen. Het risico op een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse en/of schade aan het gebouw is om die reden niet zuiver denkbeeldig. Cliënte meent dat op zijn minst de aanleg van raildempers en de aanleg van geluidswerende voorzieningen (zoals een geluidsscherm) aangewezen zijn.

Een en ander volgt ook uit de samenvatting van het geluidsonderzoek van 8 december 2021 (figuur 15 en figuur 25). Mogelijk is ook de aanleg van andere hinderbeperkende maatregelen noodzakelijk. De te verwachten milieugevolgen zullen uiteraard onderwerp zijn van de uit te voeren m.e.r. Cliënte vraagt langs deze weg uitdrukkelijk de gevolgen voor het appartementencomplex Hof van Cambridge in kaart te brengen en passende maatregelen voor te stellen voor het voorkomen van hinder.

7

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

van het perceel van client raildempers worden voorzien op het te realiseren tweede spoor. Het geluidsonderzoek wordt echter nogmaals gedaan op basis van het definitieve ontwerp van het spoor. Op dat moment wordt duidelijk of de eerdere conclusie standhoudt. Vanzelfsprekend moet er voldaan worden aan de wet- en regelgeving van het betreffende milieu aspect. De milieueffecten worden betrokken bij de afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Deze afweging wordt te zijner tijd bij het besluit van het ruimtelijk plan gewogen.

3.3 Zienswijze 3 Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid, Jan Willinkstraat) In een eerder verkennend rapport is gesteld dat het om een 50km/u zone gaat. Dit is onjuist, het betreft een overweg in een 30km/u zone. In de ochtendspits en rondom sluiting van de basisschool is er veel verkeer tussen de wijken De Huet en Dichteren. Daar zitten veel fietsers met kleine kinderen bij. Overal zijn er gelijkwaardige kruispunten, op het kruisende fietspad parallel aan het spoor na.

Indiener heeft gelijk. De overweg Jan Willinkstraat ligt in een 30km per uur zone. Dit staat onjuist in de eerdere rapportage. In de verkenning is uiteraard wel rekening gehouden met de juiste snelheid. Ook bij het opstellen van de aanpassingen aan Jan Willinkstraat is 30km per uur het uitgangspunt. Wij zullen dit punt in de NRD toevoegen.

In Tabel 2-1 wordt toegevoegd dat het uitgangspunt voor de maatregelen de huidige snelheid op de Jan Willinkstraat is, 30km per uur.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid, Jan Willinkstraat) Indiener mist in de NRD een concreet voorstel ter verbetering bij de komst van een tweede spoor. In Tabel 2-1 (Jan Willinkstraat) staat bij toelichting dat “nieuw perron aan zuidzijde” de wijze van optimaliseren in zal houden.

Indiener heeft gelijk. Tabel 2-1 is onvolledig. De aanpassing op de overweg Jan Willinkstraat is (zoals ook aangegeven in de Nota Voorkeursalternatief ): • Scheiding van de verkeersstromen. Fietsers krijgen een “apart/ vrijliggend fietspad” aan de oostzijde van de overweg en maken in de nieuwe situatie dus geen gebruik van de rijbaan; • De overweg wordt ook het overpad voor treinreizigers tussen het bestaande perron en het nieuwe perron aan de zuidzijde; • De wegstructuur in de directe omgeving wordt aangepast. Ook hier worden verkeersstromen gescheiden, zodat het voor fietsers en voetgangers veiliger wordt. Zo ontstaat er een vrijliggend fietspad tussen De Huet en Dichteren.

In Tabel 2-1 wordt bij de Jan Willinkstraat onder toelichting de huidige tekst vervangen door: • Scheiding van de verkeersstromen (vrijliggend fietspad); • Toevoeging overpad (vrijliggend); • Aanpassing wegstructuur.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid, Jan Willinkstraat) Indiener geeft aan dat samen met de gemeente Doetinchem gekeken moet worden naar een andere verbinding tussen de wijken De Huet en Dichteren voor gemotoriseerd verkeer. Hierdoor kan de overweg in het stationsgebied enkel geschikt gemaakt worden voor voetgangers en fietsers.

Wij delen uw standpunt ten aanzien van de scheiding tussen gemotoriseerd verkeer en fietsers en voetgangers, vandaar dat wij de aanpassingen op en rond de overweg Jan Willinkstraat uitwerken zoals toegelicht in het vorige antwoord.

Wij verwijzen u naar het antwoord op de voorgaande opmerking.

Een nieuwe verbinding ten westen van station Doetinchem De Huet (Plattenburgstraat <> Wehlseweg) nemen we niet mee als oplossingsrichting. De door Indiener geschetste verbinding kruist het spoor. Dit vereist een nieuwe overweg, maar dit wordt door ProRail en de Inspectie Leefomgeving en Transport niet toegestaan. Een spoorkruising door middel van een viaduct is vanuit het project financieel onhaalbaar. Wij hebben dus hetzelfde doel als Indiener, maar kiezen er voor dit te bereiken door een aanpassing van de bestaande infrastructuur.

8

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Indiener geeft aan dat in onderzoeken onderdelen zijn vergeten. Er is in het geluidsonderzoek niet gekeken naar het geluid dat wordt geproduceerd bij het stilstaan en optrekken van de treinen, die laagfrequent geluid produceren. Geluid is een gevolg van trilling. De trilling vindt plaats in de trein (de motor) en straalt af op de omgeving via direct contact (bodem trilling) en omgeving (geluid trilling). De consequentie van een extra perron en dus verplaatsing van de bron (1,5 – 2 meter naar de zuidzijde) geeft een ander akoestisch beeld. Een akoestisch onderzoek moet zich daarom zeker richten op het laagfrequent geluid en de reflectie van de omringende gebouwen. Lage geluidsgolven reiken verder en zijn indringender dan de hoge geluidsgolven. Indiener merkt op dat de gebouwen rondom het station grotendeels drie of vier hoog zijn en een ronde gevel hebben. Dit maakt geluidsgolven nog langer.

Een onderzoek naar laagfrequent geluid is inderdaad niet opgenomen in de NRD. Vanwege de verschuiving van het spoor naar de woningen bij station Doetinchem De Huet ligt het in de rede om op die locatie te onderzoeken of er een toename ontstaat van laag frequent geluid en of deze toename met maatregelen kan worden gemitigeerd. Wij zullen dit in de NRD aanpassen.

In het beoordelingskader wordt onder geluid (Tabel 4-1) laagfrequent geluid als vijfde aspect toegevoegd.

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener is benieuwd hoe natuurcompensatie mogelijk is. Er worden aan de zuidzijde van station De Huet veel bomen gekapt. Deze natuur is juist hard nodig om overmatige regenval te absorberen, hittestress te voorkomen en geluid te dempen. Het gehele plan van station de Huet heeft een behoorlijk negatief effect op de natuur en de kwaliteit van de omgeving. Alleen al de misschien wel 100 mussen en mogelijk ook beschermde heggenmussen in de heg aan de zuidzijde van het spoor. Het verdwijnen van schaduw, de stikstof en CO2 opname van de bomen is onvervangbaar.

Wij onderzoeken welke bomen er gekapt moeten worden. We kijken ook op welke wijze dit gecompenseerd wordt. In de volgende stap van het project zal daar meer duidelijkheid over zijn. Dit geldt ook voor het onderzoek naar beschermde diersoorten en de wijze waarop we daar een oplossing voor vinden.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener doet de suggestie om station Doetinchem De Huet 400 meter naar het westen te verplaatsen.

Deze suggestie nemen wij niet mee, omdat deze niet in lijn is met het vastgestelde voorkeursalternatief. De huidige plek van het station is het beste, omdat zoals Indiener zelf ook aangeeft, dit een centrale locatie is tussen De Huet en Dichteren. De locatie van het station heeft bovendien in belangrijke mate de omgeving bepaald. Verschuiven van het station vergt dan ook aanpassingen in alle andere infrastructuur. Dat is niet aan de orde.

• Paragraaf 4.4.10 (landschap) De fysieke ingrepen die nu gekozen worden moeten toekomstbestendig zijn. Indiener vraagt aandacht voor de enorme milieueffecten die het project heeft op de directe omgeving. Indiener merkt een tegenstelling met rapporten en inzichten die gaan over klimaatverandering, hittestress, waterafvoer en verkeersveiligheid. Recentelijk zijn er mede door participatie vanuit de wijken de Huet en Dichteren plannen opgesteld om deze effecten tegen te gaan.

In het Milieueffectrapport worden de genoemde Geen. thema’s onderzocht: welk effect heeft de RegioExpres en de daarbij behorende ruimtelijke wijzigingen op bijvoorbeeld water en veiligheid. Deze effecten neemt de provincie mee in haar afweging op welke wijze de spoorwijziging wordt aangelegd.

9

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Bij het bepalen van geluidsbelasting op woningen wordt rekening gehouden van weerkaatsing van het geluid op andere gebouwen.

Geen.

In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase.

De plannen die door Indiener worden genoemd, zijn bedoeld om in de toekomst de wijken leefbaar te houden. De RegioExpres is daar vanuit gemeente Doetinchem genoemd als ontwikkeling. Wij zien de door Indiener genoemde tegenstelling niet. De aanpassingen in de stationsomgeving van Doetinchem De Huet zien wij juist als een kans om dit gebied toekomstbestendiger te maken.

Geen.

3.4 Zienswijze 4 Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuzes gemaakt fase 3, overwegveiligheid) Indiener merkt op dat de overweg Doetinchemseweg (Wehl) niet voor komt in het stuk. Deze overweg kent aan één kant een bocht en is daarom minder overzichtelijk. Daarnaast komen over de weg dagelijks zeer veel (kleine) kinderen. De huidige nieuwbouwwijken liggen aan de andere kant van het spoor ten opzichte van de bassischool. De komende jaren wordt de nieuwbouwwijk verder uitgebreid.

Klopt, de overweg Doetinchemseweg is geen onderdeel van het maatregelenpakket zoals dat is opgesteld door provincie, ProRail en gemeente Doetinchem. Dit is ook goedgekeurd door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Wijziging in de NRD Geen.

Er is gekozen om maatregelen te nemen op overwegen waar het veiligheidsrisico als gevolg van de RegioExpres het meeste toeneemt. Dit zijn overwegen waar: • Een tweede spoor wordt toegevoegd; • De RegioExpres op veel hogere snelheid doorrijdt in vergelijking met de huidige stoptreinen. Op de overweg Doetinchemseweg is dit niet het geval. De huidige situatie verandert hier als gevolg van de RegioExpres nauwelijks. Er komen alleen doordeweeks twee extra passages per uur bij.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuzes gemaakt fase 3, Klopt. Vanuit de gemeente is wel eens gekeken naar overwegveiligheid) de mogelijkheid van een fietstunnel. Maar, dit is geen onderdeel van het project. Indiener geeft aan dat een aantal jaren geleden is gezegd dat er een fietstunnel zou komen voor de overweg, maar dit niet terug te zien in het plan.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuzes gemaakt fase 3, overwegveiligheid) Indiener geeft aan dat de huidige situatie nu al onveilig is, ook gezien het feit dat kinderen toch oversteken terwijl de slagbomen dalen. Hier is vanuit school al aandacht voor. Maar, indien er een harde trein rijdt, wordt het vele malen onveiliger.

Geen.

10

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

De snelheid in de boog bij Wehl bedraagt maximaal 60km per uur. Het spoor wordt hier niet aangepast, dus de RegioExpres rijdt hier nauwelijks harder dan de huidige stoptreinen. Het beperkte verschil is te verklaren, doordat de RegioExpres niet stopt in Wehl en de huidige stoptreinen wel. ProRail streeft ernaar om na introductie van de RegioExpres een lesprogramma beschikbaar te stellen voor scholen die daar interesse in hebben.

3.5 Zienswijze 5 Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Elektrificatie is geen onderdeel van het project. Verderop staat dat dit in 2042 mogelijk wel aan de orde is. Kan nu zonder inspraak alsnog overgegaan worden naar elektrificatie?

Nee, dat is niet mogelijk.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener vindt dat op dit moment onderzocht moeten worden welke effecten elektrificatie heeft op de nabijgelegen woningen. Wat wordt bedoeld met het worst-case scenario? Vanuit wiens perspectief is dit bekeken? Het perspectief van de Indiener is dat een dieseltrein de voorkeur heeft boven een set bovenleidingen. Het is de opdracht van een onafhankelijk adviesbureau alle perspectieven mee te wegen. Het op voorhand gebruiken van de kwalificatie “worst” is eenzijdig.

Elektrificatie is geen onderdeel van het project. Dit wordt dus niet onderzocht. Wel wordt aan de zijde van het nieuwe spoor een ruimtereservering meegenomen in het ontwerp.

• Paragraaf 2.3.3 (analytische fase) Indiener geeft aan dat in de analytische fase niet gesproken is over het toevoegen van een extra perron bij station Doetinchem de Huet. In fase 3 wordt dit pas beschreven.

In de analytische fase van de verkenning was nog Geen. geen keuze gemaakt tussen een spoorverdubbeling tot of tot en met station Doetinchem De Huet. Dit is toegelicht in paragraaf 7.8 van de “Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen”. In paragraaf 7.9 is vervolgens toegelicht dat in geval van een spoorverdubbeling tot en met station Doetinchem De Huet een perron aan de zuidzijde gerealiseerd moet worden.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener geeft aan niet goed te begrijpen waarom een extra perron gerealiseerd wordt voor een trein die niet stopt op station Doetinchem De Huet. De vraag is of er ten westen van station Doetinchem De Huet geen wachtplek gecreëerd kan worden.

Als gevolg van het tweede spoor zullen alle treinen richting station Wehl op het huidige spoor rijden en alle treinen richting station Doetinchem op het nieuwe spoor. Het extra perron is dus voor alle treinen richting Doetinchem en Winterswijk. Wanneer dit perron niet gerealiseerd wordt, dan kunnen reizigers op station Doetinchem De Huet in één richting niet meer in- en uitstappen.

Op pagina 8 wordt achter “worst-case benadering” toegevoegd: voor Worst-case scenario is bezien van het perspectief van wat betreft de uitstoot. de uitstoot. Met andere woorden: in de MER wordt gerekend met de maximale uitstoot. De afweging op welke wijze vergroening gaat plaatsvinden en wanneer is een politieke afweging en is nu nog niet bekend. Uiteraard is dit een bredere afweging dan alleen de uitstoot

Het realiseren van een wachtplek ten westen van het bestaande station is geen optie. Deze afweging is toegelicht in de Notitie Opgave Verkenning RegioExpres, paragraaf 3.8.

11

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Geen.

Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener geeft aan dat de keuze voor dubbelspoor tot en met Doetinchem De Huet onvoldoende onderbouwd is, omdat: - In het afwegingskader inpassingsvraagstukken geen hoofdstuk is gewijd aan het extra perron op Doetinchem de Huet. Het verzoek is deze alsnog te maken, zodat de afweging op dezelfde wijze transparant gemaakt wordt. - Uit de Nota van Antwoord vraag 2.8 blijkt ook dat er onvoldoende uitleg wordt gegeven over de nut en noodzaak van een extra perron en het doortrekken van het dubbelspoor. Er wordt door omwonenden gevraagd wat de noodzaak is. En hier wordt het halteren genoemd. Echter, er staat hier dat gemeente Montferland betrokken is terwijl De Huet in Doetinchem is. Het antwoord spitst zich toe op de Oude Beekseweg terwijl de vraag over de Huet en Dichteren gaat, de hof van Edinburgh. Het verzoek is een duidelijk antwoord te geven op vraag 2.8 en op zijn minst de situatie rondom de Huet te beschrijven. Daarnaast is het verzoek de zienswijzen aangaande deze specifieke situatie mee te nemen in deze afweging.

In het Afwegingskader Inpassingsvraagstukken zijn alleen de keuzes uitgewerkt tussen de vorige inspraakperiode en nu. De keuze voor dubbelspoor tot en met station Doetinchem De Huet en daarmee het extra perron is al eerder gemaakt.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) In Tabel 2.1 wordt bij de Jan Willinkstraat de term optimaliseren genoemd. Indiener geeft aan zowel de toelichting als de voorgestelde maatregelen zeer summier en onduidelijk te vinden.

Indiener heeft gelijk. Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

Wij delen het standpunt van de Indiener dat de verkeersveiligheid verbeterd moet worden. Samen met de gemeente Doetinchem hebben wij al wel gekozen voor optie 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

Geen.

Het eerste deel van de afweging staat in de Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen, paragraaf 7.8 en 7.9. De complete afweging is terug te lezen in de Notitie Opgave Verkenning RegioExpres, paragraaf 3.8 en 3.9. In de Nota van Antwoord zijn reacties gebundeld. Het antwoord is daardoor mogelijk verwarrend geworden. Een verduidelijking: - De afweging voor het dubbelspoor (en de inpassing hiervan) is hierboven toegelicht; - De noodzaak van het extra perron is in het vorige antwoord toegelicht; De tweede alinea heeft alleen betrekking op de situatie bij de Oude Beekseweg (Didam), dat onderscheid is helaas niet duidelijk aangegeven. Uiteraard is de inpassing ter hoogte van het Hof van Edinburgh met de gemeente Doetinchem bepaald.

Indiener wil graag benadrukken dat dit een zeer drukke overweg is. Het is de enige doorgang tussen De Huet en Dichteren. Aan weerszijde van het spoor bevinden zich voorzieningen (basisschool, apotheek en het winkelcentrum), waardoor er veel en divers verkeer is dat het spoor oversteekt. Het tweede spoor maakt de oversteek dubbel zo lang en verslechtert de verkeersveiligheid ten zeerste. • Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of tot en met De Huet en overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) Indiener geeft aan dat samen met de gemeente Doetinchem en buurtbewoners gekeken moet worden naar vier opties om de verkeersveiligheid te verbeteren: 1. Een andere verbinding tussen de wijken De Huet en Dichteren voor gemotoriseerd verkeer. Hierdoor kan de overweg in het stationsgebied enkel geschikt gemaakt worden voor voetgangers en fietsers; 2. Ingrepen rondom de overweg die de verkeersveiligheid verbeteren; 3. De beste opties zijn af te zien van de variant tot en met station de Huet of; 4. De optie tot “halteren” in westelijke richting te implementeren.

12

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Voor een reactie op optie 1 verwijzen wij naar zienswijze 3, opmerking 3. Wij kiezen niet voor optie 3, het vastgestelde voorkeursalternatief gaat uit van een spoorverdubbeling tot en met station Doetinchem De Huet. Deze afweging is toegelicht in paragraaf 2.3.4.1 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau RegioExpres. Wij kiezen niet voor optie 4, omdat dit niet in lijn is met het vastgestelde voorkeursalternatief. Voor de toelichting verwijzen wij naar zienswijze 3, opmerking 6.

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener benadrukt het belang van de groen (natuur) voor de wijk Dichteren. De groene zone die in dit project wordt gereduceerd tot een groenstrookje is belangrijk. Het is hard nodig voor absorberen van overmatige regenval, voorkomen van hittestress en het dempen van geluid. Er zullen bomen omgehakt moeten worden. In de heggen naast het spoor en de bossages zijn veel ringmussen, heggenmussen en gewone mussen. De populatie van de gewone mussen in Nederland staat onder druk. Het verwijderen van een natuurlijke habitat van een dergelijke omvang is daarom niet wenselijk.

Wij begrijpen het belang van groen en het gebruik van deze gronden. In het Milieueffectrapport onderzoeken we onder andere het effect op bomen en beschermde dieren, zoals de mus. Daarbij kijken we ook op welke wijze we dit kunnen voorkomen of compenseren. In de volgende stap van het project zal daar meer duidelijkheid over zijn.

Daarnaast wordt de groene zone veelvuldig gebruikt voor een “rondje wijk” door de hondenbezitters in de achtergelegen wijk. Omdat deze groene zone nu een redelijke omvang heeft kunnen de vele uitwerpselen nog enigszins geabsorbeerd worden. Indien deze groene zone gereduceerd wordt tot een strookje leidt dit tot stankoverlast. Het gehele plan van station De Huet heeft een behoorlijk negatief effect op de natuur en de algehele kwaliteit van de omgeving. Deze natuur is op deze wijze niet te vervangen, op alle andere plekken staan huizen. Indiener vraagt om een duidelijk plan voor de vervanging van natuur en hondenuitlaatplekken.

Wijziging in de NRD Geen.

In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase. Hierin zal ook aandacht gegeven worden aan de door Indiener genoemde zaken als de hondenuitlaatplek en het behoud van natuurlijk habitat.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener doet de suggestie om station Doetinchem De Huet naar het westen te verplaatsen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 5.

Geen.

• Paragraaf 4.4.10 (landschap) De fysieke ingrepen die nu gekozen worden moeten toekomstbestendig zijn. Indiener vraagt aandacht voor de enorme milieueffecten die het project heeft op de directe omgeving. Indiener merkt een tegenstelling met rapporten en inzichten die gaan over klimaatverandering, hittestress, waterafvoer en verkeersveiligheid.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 7.

Geen.

13

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.6 Zienswijze 6 Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.4.3 (geluid) In het verleden is er een periode geweest dat de trein ook 2x per uur door reed. Indiener geeft aan dan te moeten stoppen met praten in de tuin door het geluid van de trein. Ook in de woning had indiener daar last van. Indiener verwacht dat een geluidsmuur een oplossing kan zijn, net zoals de plannen bij de Salemate en de Uijlenbroeklaan. Alleen dempers is volgens indiener geen oplossing omdat ze bijna naast het spoor wonen. Indiener gaat ervanuit dat provincie begrijpt dat indiener geen probleem heeft met het dubbel spoor. Al denkt indiener dat extra wagons ook veel kan oplossen.

Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd voor het rijden van de RegioExpres (1x per uur). Daaruit volgt dat er ter hoogte van het perceel van Indiener geen maatregelen nodig zijn. Het geluidsonderzoek wordt echter nogmaals gedaan op basis van het definitieve ontwerp van het spoor. Op dat moment wordt duidelijk of de eerdere conclusie standhoudt.

Indieners zorg is de geluidsoverlast en het effect voor de WOZ waarde en de concrete verkoopwaarde van indieners woning. Indiener verwacht dat de woning veel minder waard wordt als er niet gepraat kan worden in de tuin en de ratel en rammel geluiden in de keuken en woonkamer. Indiener denkt dat daar een oplossing voor moet komen.

Het effect van de extra treinen op geluid wordt in de komende fase verder onderzocht. De huidige inzichten zijn openbaar en op onze website gepubliceerd.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Geen.

Overigens gaan wij op dit moment niet uit van een geluidsscherm bij de Salemate en Uijlenbroeklaan. Dat zou alleen gebeuren als er 2x per uur een RegioExpres rijdt. Dat zit nu niet in het project.

Als indiener van mening is dat hij schade leidt door de uitvoering en/of het gebruik dat mogelijk wordt gemaakt door dit project, dan biedt de wet de mogelijkheid om een verzoek in te dienen voor een tegemoetkoming voor deze schade. Dit verzoek kan worden ingediend als het plan onherroepelijk is. Het besluit is onherroepelijk als er geen beroep bij de rechter wordt ingediend. Als dit wel gebeurt, dan is het besluit onherroepelijk na goedkeuring van de rechter (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State).

14

Wijziging in de NRD

Geen.

3.7 Zienswijze 7 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Voor het geluid, het milieu enzovoort is het veel beter dat de regio geen dieseltrein is. Dieseltreinen zijn voor de inzittenden vanwege het getril, het lawaai veel vermoeiender dan elektrische treinen. Ze moeten veel meer gekoeld worden, dat kost ook energie. Een dieseltrein die in de directe omgeving langs de 380 KV hoogspanningslijnen bij Wehl is een aanfluiting voor het milieu. Diesel belast de omgeving. Ook voor de wachtenden is veel meer milieuoverlast. Het perron Doetinchem is een onaangenaam overstapperron vanwege de wachtende dieseltreinen. Kies gelijk voor waterstoftreinen. Of, als dat nog niet, elektrificeer ook ZevenaarDoetinchem

Ons beleid voor het openbaar vervoer is vastgesteld in de Nota van Uitgangspunten uit 2019. Hierin is opgenomen dat op het moment dat treinen zijn afgeschreven het een logisch moment is om over te gaan op vergroening van het materieel. Dit is in 2042. Buiten dit project onderzoeken we de mogelijkheden om dit een aantal jaar eerder te laten plaatsvinden. We gaan in het project uit van de huidige dieseltreinen.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener vindt voor de bevordering van het internationale verkeer een stop in Zevenaar zeer gewenst, omdat anders veel Achterhoekers het traject Zevenaar-Arnhem dubbel heen en weer treinen. De Duitse Spoorwegen zijn onbetrouwbaar volgens indiener, met veel vertragingen en geplande en ongeplande bouwwerkzaamheden. De (vaak vertraagde) ICE en goederentrein gaat op dat moment voor de lokale trein. Een extra stop in Zevenaar helpt om de vertragingstijd te verkleinen. Dit helpt alle reizigers, maar vooral de onervaren reiziger. Indiener vraagt in elk geval de sneltrein ‘s avonds in Zevenaar te laten stoppen.

Een extra stop van de RegioExpres in Zevenaar kost ongeveer 2 minuten en is volgens ProRail niet inpasbaar in de dienstregeling, omdat: - De tijdligging van de RegioExpres verschuift, waardoor ter hoogte van de spoorkruising Arnhem-Oost, hier splitsen de sporen van Arnhem naar Zevenaar en Zutphen, de RegioExpres en een Intercity trein gelijktijdig gebruik willen maken van hetzelfde spoor. Om dit op lossen is de realisatie van een vrije kruising Arnhem-Oost noodzakelijk; - De snelle overstap op station Arnhem Centraal tussen de RegioExpres en de Intercity treinen van en naar de Randstad wordt verbroken. Deze daalt van 4 naar 2 minuten en is daarmee voor (nagenoeg) iedereen niet langer haalbaar. Deze groep reizigers is veel groter dan het aantal reizigers van de Achterhoek naar Duitsland (en andersom). Vandaar dat prioriteit wordt gegeven aan de eerste groep. Wij merken op dat in Zevenaar wel de RE19 (Arnhem – Düsseldorf stopt). Reizigers vanuit de Achterhoek kunnen via de stoptreinen overstappen in Zevenaar op deze trein naar Duitsland.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener adviseert om uit te gaan van veel ICE’s uit Duitsland met (zeer) flinke vertraging. Als dat het uitgangspunt is, maakt een extra stop in Zevenaar de lijn Arnhem-Doetinchem robuust. Hierdoor kan namelijk flexibeler worden bijgestuurd door de dag heen.

ProRail houdt in het plannen van de dienstregeling geen rekening met vertraging, dat is landelijk beleid. Voor de stop in Zevenaar verwijzen wij u naar het vorige antwoord.

Geen.

15

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.8 Zienswijze 8 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Als het dubbelspoor wordt doorgetrokken voorbij station Doetinchem de Huet komt de wissel volgens het huidige ontwerp voor het huis van de indiener te liggen. Indiener verwacht daarom vragen over het woongenot van ons met betrekking tot lawaai, trilling, vervuiling, waardevermindering van de woning.

Het woongenot van Indiener hebben wij meegewogen in de keuze voor het type wissel. Wij hebben gekozen voor een zogenaamde 1:29 wissel, waardoor treinen niet hoeven af te remmen en op te trekken wanneer ze gebruik maken van de wissel. Hiermee worden de milieueffecten voor de omgeving beperkt. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in het Afwegingskader Inpassingsvraagstukken (pagina 7). De effecten worden ook in de komende fase nog verder onderzocht.

Geen.

• Paragraaf 4.4.3 (geluid) Er zijn/worden metingen gehouden. Indiener neemt aan dat deze ook tegen de gevel gemeten worden. In dat geval wil indiener graag betrokken worden als deze metingen worden verricht. Wat gaat de provincie en de andere belanghebbenden partijen er aan doen om de overlast voor ons tot een minimum te beperken. Komen er financiële middelen ter beschikking voor bv. extra isolatie, denk bv aan triple ramen en dat soort zaken.

Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd voor het rijden van de RegioExpres (1x per uur). Daaruit volgt dat er ter hoogte van het perceel van Indiener raildempers nodig zijn. Het geluidsonderzoek wordt echter nogmaals gedaan op basis van het definitieve ontwerp van het spoor. Op dat moment wordt duidelijk of de eerdere conclusie standhoudt.

Geen.

16

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Het geluid wordt berekend met behulp van een in de wet vastgelegde rekenmethode. 1. Hierbij wordt eerst getoetst aan de geluidproductieplafonds; 2. Bij overschrijding hiervan wordt de toename van het geluid op de gevel van de woning berekend; 3. Als er een toename van het geluid op de woning is en de geluidbelasting hoger is dan 55 dB dan wordt onderzocht of er maatregelen kunnen worden genomen om de toename weg te nemen (zoals raildempers); 4. Als het niet mogelijk is om de geluidbelasting met doelmatige maatregelen voldoende terug te brengen dan wordt na toestemming van de eigenaar/bewoner onderzocht of het geluidniveau in de woning laag genoeg is; 5. Als dat niet het geval is dan krijgt de eigenaar/ bewoner een aanbod om de geluidwering van de gevel te verbeteren. Als de eigenaar/bewoner met deze maatregelen akkoord gaat dan zullen deze maatregelen getroffen worden.

3.9 Zienswijze 9 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) De spoorlijn zal niet worden geëlektrificeerd, maar dit wordt wel verwacht in 2042. Indiener vraagt of er onderzocht is wat dit voor effecten heeft op de nabijgelegen woningen?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener geeft aan dat reizigers van de wijken de Huet en Dichteren geen baat en zeker geen tijdwinst hebben bij de komst van de RegioExpres, omdat deze niet stopt op station Doetinchem de Huet.

Wij delen uw standpunt niet. De RegioExpres leidt tot meer zitplaatsen in de stoptreinen voor reizigers van/ naar station Doetinchem De Huet. De reistijd tussen Doetinchem De Huet en Arnhem Centraal wordt 1 minuut korter. Tot slot rijden treinen ook vaker op tijd, door de spoorverdubbeling kunnen treinen elkaar passeren en dit verhoogt de robuustheid.

Geen.

• Paragraaf 2.3.3 (analytische fase) Indiener vraagt een duidelijk en verklarend antwoord over de noodzaak van een extra perron bij station Doetinchem De Huet.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 4.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) De overweg bij de Jan Willinkstraat is nu een 30 km zone en dat is niet voor niets. Deze overweg is zeer druk en wordt gepasseerd door veel verkeer, fietsers en wandelaars. Winkels, huisartsenposten en scholen in zowel wijk De Huet en als in de wijk Dichteren zijn via deze overweg bereikbaar. Als gevolg van deze intensieve overweg, doen zich er regelmatig incidenten voor. Een duidelijke veiligere verbetering is niet duidelijk uitgewerkt in het plan. Indiener vindt dat er naar opties gekeken moeten worden om de situatie op en rond de overweg Jan Willinkstraat veiliger te maken.

Wij delen het standpunt van de Indiener. Daarom nemen wij maatregelen om de overweg veiliger te maken. Dit is niet goed in de NRD terecht gekomen en wij zullen dit corrigeren, zoals toegelicht onder zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener benoemt de optie om af te zien van dubbelspoor tot en met station de Huet en dit westelijker (voor station de Huet) te beëindigen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 5.

Geen.

• Paragraaf 4.3, paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Indiener vraagt of er daadwerkelijk is gekeken naar de snelheidsverhogingen die plaats gaan vinden als de RegioExpres met veel hogere snelheden voorbij raast? Wat doet dit met de trillingen? De spoorlijn zal ook nog eens dichterbij de woningen komen wat de overlast (bijvoorbeeld scheuren in muren) zal versterken.

Ja, in het onderzoek naar trillingen wordt rekening gehouden met de toekomstige snelheid van de RegioExpres en de toename van de snelheid ten opzichte van de treinen die nu van het baanvak gebruik maken. Ook wordt rekening gehouden met het dichterbij komen van het spoor en met eventuele wissels die toegevoegd worden. Onderzocht wordt of de toekomstige trillingsniveaus zorgen voor een voelbare toename van hinder en een grotere kans op schade.

17

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener benadrukt dat het gehele plan van een tweede perron op station De Huet grote gevolgen heeft voor de natuur en dat deze gevolgen zeer worden onderschat. De huidige bomen, groenvoorzieningen en de afstand tot het spoor dempen momenteel het geluid en de trillingen. Deze groenvoorzieningen zullen in het huidige plan gekapt worden, met alle gevolgen van dien. Bovendien heeft het een negatief effect op de absorptie van overmatige regenval, hitte en stikstof en CO2. In de groenvoorzieningen bevinden zich momenteel veel vogels en andere flora en fauna. Hondenbezitters maken ook gebruik van deze groenvoorzieningen. Langs de Wehlseweg wordt bovendien veel gewandeld. Vervanging van deze natuur elders in Doetinchem is geen optie voor de wijk Dichteren.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 8.

• Paragraaf 2.1 (probleemanalyse) Indiener geeft aan dat er ook de mogelijkheid is dat minder reizigers gebruik zullen maken van RegioExpres dan verwacht. Waarop zijn de reizigersaantallen gebaseerd en wat gebeurt er met het spoor om het traject rendabel te houden?

De reizigersaantallen dateren van voor COVID-19. Natuurlijk zijn er minder reizigers als gevolg van de COVID-19-pandemie, maar het breed gedragen beeld is dat dit zich weer volledig zal herstellen dat het weer zal groeien. Er is nog wel discussie over wanneer de reizigersaantallen weer op het niveau zijn van 2019, waarbij de landelijke overheid positiever is dan vervoerders. Daarnaast zijn er nog grote woningbouwopgaves in de gemeente Arnhem, De Liemers die tot extra treinreizigers gaan leiden. Ook in de regio Achterhoek zijn nog duizenden woningen nodig, waarbij Doetinchem nog verder wil groeien.

Wijziging in de NRD Geen.

In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase.

Geen.

Het regionaal OV is niet rendabel, daar moet altijd subsidie bij van de provincies. Deze subsidie is natuurlijk begrensd en de vervoerders worden geprikkeld om het aanbod efficiënt te organiseren. Daar past de RegioExpres goed binnen, omdat het materieel efficiënter wordt ingezet dan nu het geval is. Zo hoeven bijvoorbeeld te lange treinen niet onnodig door te rijden naar Winterswijk. • Paragraaf 2.3 (doorlopen ontwerp- en keuzeproces) Indiener vraagt of er overwogen wordt om de spoorlijn ook voor goederenvervoer in te zetten?

18

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Nee.

Geen.

3.10 Zienswijze 10 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

Indieners geven aan dichtbij het spoor te wonen en straks nog dichterbij. Dit betekent voor hen dat de huidige overlast van het spoor alleen maar zal gaan toenemen en dat er van enig woonplezier niets meer overblijft.

Wij begrijpen de zorgen van Indieners en deze zijn bij ons bekend. De belangen van Indieners worden meegewogen bij het opstellen van de ontwerpen. De gesprekken die reeds hebben plaatsgevonden helpen ons, omdat zo duidelijker is wat Indieners willen

Geen.

• Voorgeschiedenis, paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) In december 2012 zijn er op het traject langere treinen gaan rijden. Dat heeft de nodige consequenties gehad in de vorm van trillingen, geluidsoverlast en materiële schade aan de woning. Door de toename van lengte en het aantal treinen in de dienstregeling zijn er flinke scheuren in de gevels rondom de woning ontstaan. Ook de buren hebben last van scheurvorming door trillingen. Indieners kregen hierover geen respons van ProRail.

Als indiener schade en overlast heeft van de huidige situatie kan contact opgenomen worden met ProRail. Er wordt dan een schadeprotocol gevolgd die is opgesteld door onderzoeksorganisatie TNO. Meer informatie is te vinden op www.prorail.nl/wonen/trillingen.

Geen.

In 2019 is er een nieuw spoor aangelegd en dat heeft gezorgd voor nog meer geluidsproblemen. Indieners ervaren geen normale nachtrust meer. Zij sluiten alle ramen gedurende het hele jaar. Indieners verwachten dat de Geluidproductieplafonds zijn overschreden, maar hier is door geen enkele instantie iets aangedaan. Er is over het project RegioExpres twee keer een gesprek gevoerd met de provincie. Indieners zien echter niets terug van de besproken onderwerpen in de NRD: geluid en trillingen ter hoogte van de woning van indieners.

De NRD is het plan van aanpak voor het milieu onderzoek voor het nieuwe, toekomstige spoor. Op pagina 21 en 22 van de NRD is opgenomen dat er onderzoek gedaan zal worden naar geluid en trillingen. In zoverre hebben deze thema’s wel de aandacht gekregen in de NRD. Wij delen het standpunt van Indiener hierover dus niet. Er is al een geluidsonderzoek uitgevoerd voor het rijden van de RegioExpres (1x per uur). Daaruit volgt dat er ter hoogte van het perceel van Indiener geen maatregelen nodig zijn. Het geluidsonderzoek wordt echter nogmaals gedaan op basis van het definitieve ontwerp van het spoor. Op dat moment wordt duidelijk of de eerdere conclusie standhoudt. Voor een toelichting op het geluidsonderzoek verwijzen wij u naar zienswijze 8, opmerking 2. Naast het onderzoek naar geluid wordt ook een onderzoek naar trillingen uitgevoerd. Hierbij wordt onderzocht of de wijzigingen in snelheid samen met de wijzigingen aan het spoor een toename van hinder tot gevolg kunnen hebben. Naast de toename van hinder wordt ook onderzocht of de kans op schade toe zal nemen.

• Paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Indieners verwachten een flinke overschrijding van het geluidproductieplafond vanwege de hogere snelheid en de kortere afstand tot het spoor. Dat geldt ook voor trillingen. Zij vrezen verder toename van scheuren en andere schade. Tot nu toe zijn er geen daadwerkelijke metingen op locatie gedaan.

Wij verwijzen u naar ons vorige antwoord en het antwoord op zienswijze 9, opmerking 6.

Geen.

• Verlies van grond en waardevermindering woning Indieners verwachten veel eigendom/grond te verliezen voor dit project. Ze verwachten ook waardevermindering van (gebruik van) grond en woning.

Voor de bouw van het tweede spoor zijn van vele grondeigenaren stukken grond nodig. Een eerste beeld is beschikbaar, maar de precieze impact wordt de komende maanden duidelijker. Dit wordt dan meegenomen in de gesprekken met omwonenden. Op het moment dat het traject over grondverweving start, zullen ook taxaties worden uitgevoerd.

Geen.

• Gezondheidsaspecten en psychische gevolgen zijn groot Indieners ervaren psychische en gezondheidsgevolgen door het project en vragen hier aandacht voor. Zij zijn, mede hierom tegen de aanleg van de RegioExpres.

Wij begrijpen de impact van dit project voor u en wat dit met u doet. We hopen u duidelijkheid te kunnen bieden en het gesprek met Indiener te blijven voeren wat hiervoor nodig is.

Geen.

19

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.11 Zienswijze 11 Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 1.1 (achtergrond) Wij nemen kennis van het standpunt van de indiener. Indiener betreurt de drang naar ongebreidelde groei, ook door de RegioExpres Achterhoek. Hij vraagt aandacht voor de aarde en de natuur en dat deze groei daar funest voor is. De RegioExpres helpt ons niet, maar komt voort uit onwetendheid, eigen behoud, verdeel en heers en hobbyisme.

Geen.

• Paragraaf 1.5 (participatie) Indiener beschrijft de wijze van inspraak, het samenvatten en het polderen. Hij herkent vervolgens niets meer en geeft aan dat de provincie en het rijk belastinggeld gebruiken voor hun eigen gemak en pluche. De natuur verdient beter, geeft indiener aan.

We begrijpen dat u het niet eens bent met de wijze waarop we omgaan met inspraakreacties. Wij proberen bij het samenvatten zo dicht mogelijk bij de tekst te blijven en baseren ons antwoord altijd op de volledige zienswijze.

Geen.

• Paragraaf 2.2 (doelstelling RegioExpres) Indiener herhaalt kort het doorlopen proces, maar vraagt zich af voor wat of wie het voorkeursalternatief is. Hij geeft aan dat er argumenten voor de RegioExpres gebruikt worden die er bij het ontstaan van het idee nog niet waren. Indiener doelt op het knelpunt van de verstedelijkingsopgave. Indiener vraagt om bij Achterhoekers na te gaan of zij zitten te wachten op deze verstedelijking.

De verstedelijkingsopgave bevindt zich in Arnhem en de Liemers, de woningen die in de Achterhoek gebouwd worden zijn hier geen onderdeel van. Wij zullen dit verduidelijken in de NRD.

De tweede alinea op pagina 6 van de NRD wordt aangepast:

De verstedelijkingsopgave was bij de start van het project nog niet zo duidelijk in beeld, maar is een nieuw inzicht dat is meegenomen vanaf de derde fase van de verkenning. Wij vinden het belangrijk dat er voldoende capaciteit is in de treinen, zodat reizigers niet achterblijven op de perrons. Om dit goed te kunnen bepalen is het noodzakelijk om de extra reizigers als gevolg van al deze nieuwe woningen mee te nemen. Wij benadrukken dat er overigens meerdere argumenten voor de RegioExpres zijn.

• Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (paragraaf 7.4.1) Indiener ziet dat simpele oplossingen niet verder onderzocht worden of ongemotiveerd worden afgewezen. Specifiek vraagt hij waarom een knelpunt in de verkenning REA-fase 2 van 4 december 2019, art. 4.7.1 niet verder onderzocht is. Het betrof een tekort van 10 cm om een probleem te tackelen. Indiener is heel verbaasd waarom dit verder dan niet terugkomt.

20

Wij gaan er vanuit dat u doelt op paragraaf 7.4.1 (locatie Oude Beekseweg) en ons antwoord is hierop gebaseerd. Het door Indiener genoemde knelpunt is opgelost in derde fase van de verkenning. In het Afwegingskader Inpassingsvraagstukken is op pagina 3 aangegeven dat de Oude Beekseweg gehandhaafd kan blijven. Wij merken wel op dat het exacte dwarsprofiel ter hoogte van de Oude Beekseweg nog niet is bepaald. Wij kijken hier samen met ProRail en de gemeente Montferland naar diverse optimalisaties gelet op de beperkte ruimte. Wij zullen bij de Nota Voorkeursvariant, aan het einde van deze fase, het definitieve dwarsprofiel presenteren. Wij zullen duidelijk toelichten hoe de keuzes tot stand zijn gekomen.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Naast de autonome groei in reizigers staan Arnhem en de Liemers voor een verstedelijkingsopgave. Als gevolg van de extra woningen wordt een grotere reizigersgroei verwacht. Deze groei wordt versterkt door de te bouwen woningen in de Achterhoek, maar deze zijn geen onderdeel van de verstedelijkingsopgave. Geen.

Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 1.1 (achtergrond) Indiener vraagt zich af waarom we niet 6x een stoptrein laten rijden tussen Doetinchem-Arnhem als we een betere aansluiting willen op de sneltrein Arnhem-Utrecht die binnenkort 6x gaat rijden. Dan profiteren veel meer mensen.

De RegioExpres dient meerdere doelen. Eén daarvan is het versnellen van de verbinding tussen de Achterhoek en Arnhem. Met het voorstel van de Indiener wordt dit doel niet gehaald, omdat de reistijd gelijk blijft.

Geen.

• Paragraaf 1.1 (achtergrond) Indiener heeft al meerdere keren gevraagd naar de reizigersaantallen om te kunnen verifiëren of het aantal van ‘21 duizend treinreizigers per dag’ ook klopt. Er is gezegd dat dit bedrijfsgeheim is. Graag hoort indiener hoe hij wel aan deze informatie kan komen om te weten wie er nu baat hebben bij de RegioExpres en wie niet.

De uitsplitsing van de 21.000 reizigers tot op ritniveau is inderdaad bedrijfsgevoelige informatie die wij niet zullen verstrekken. Om te bepalen wie profiteren van de RegioExpres is een studie naar de reizigersaantallen aan Indiener verstrekt.

Geen.

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener constateert op basis van paragraaf 4.4.8 dat de sneltrein extra neerslag van stikstof veroorzaakt en dat dit gecompenseerd moet worden. Dit geldt ook voor bomen. Indiener vraagt om een overzicht van te kappen bomen. En vraagt hoe wordt omgegaan met beschermde soorten zoals de Ransuil. Die vliegt nu vaak tussen de huizen over het spoor. Wat gebeurt er als de snelheid van ca. 45 naar 130 gaat.

Op dit moment kunnen wij dat overzicht nog niet geven, omdat dit onderzoek nog loopt / gedaan moet worden. Bij de volgende stap in het project is er wel zicht op deze informatie en zal dit ook gepubliceerd worden.

Geen.

• Maatschappelijke kostenbatenanalyse (hierna: MKBA) In de MBKA van 20 december 2021 worden onder art. 2.2.5 de emissies behandeld. Hierbij wordt er gegoocheld met cijfers. De extra dieseltrein veroorzaakt een uitstoot Co2 van 716 ton per jaar. Ongefundeerd wordt verondersteld dat mensen die de auto laten staan en de trein nemen een besparing opleveren van 124 ton per jaar. Per saldo een verslechtering van 592 ton. Een verzwaring van de lasten die omgerekend driehonderdduizend euro waarde vertegenwoordigen. Maar het is een last! Deze post wordt opgevoerd bij de opbrengsten. Indiener vraagt opheldering. In Tabel 2.3 wordt onderaan een batenposten genoemd en boven aan Post(kosten).

Ten behoeve van de overzichtelijkheid en vanwege het feit dat de monetaire waardes relatief beperkt zijn ten opzichte van het totaal, is gekozen om in de MKBA-tabel het nettoeffect van de emissies op te nemen. Omdat het netto-effect positief is (meer baten dan kosten), is de post onder de batenposten opgenomen.

Geen.

21

Het emissie-effect CO2 als gevolg van extra treinverkeer is € -0,5 mln. (Netto Contante Waarde over gehele periode. Uitgangspunt is dat per 2035 zero-emissie gereden wordt (als gevolg van elektrificatie). De extra dieseltreinen zorgen daardoor alleen tussen 2026-2035 voor extra uitstoot). Het emissie-effect CO2 als gevolg van minder autoverkeer is € 0,8 mln. (Netto Contante Waarde over gehele periode). Per saldo is de post Co2 dus €0,3 mln. Wij merken op dat het onderdeel emissies nog wordt uitgediept tijdens de m.e.r-procedure.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Opmerking

Antwoord

• MKBA In de bijlage b 1.2.2. van de MKBA wordt verondersteld dat er 420 autoverplaatsingen per dag minder zullen plaatsvinden als de RegioExpres er is. Dit bespaart 2.500 kilometers per werkdag. Gedeeld door elkaar is dat (2.500 kilometer gedeeld door 420 bewegingen) een kleine 6 kilometer per beweging. Nu is een enkele afstand Doetinchem -Arnhem met de auto bijna 40 km. Indiener vraagt opheldering: dit moeten de reizigers zijn die de auto laten staan? Misschien nog een paar reizigers die verder richting Winterswijk wonen maar verder niemand want meer zijn er niet die er direct van profiteren. Indiener verwacht een antwoord dat er mogelijk een ‘nul’ is vergeten. Dus dat het 25.000 km moet zijn. Indiener wijst dan op een grote misser en vreest voor meerdere grote missers in de MKBA.

In de MKBA is een berekening van adviesbureau MuConsult Geen. gebruikt als basis voor de uitstoot van en besparing op emissies. Hier is, zoals Indiener terecht opmerkt, een zeer voorzichtige inschatting gemaakt van de vermindering van het aantal kilometers. Het standpunt dat de huidige berekening een misser is, delen wij niet.

• MKBA In bijlage b 1.2.2 is geteld met 254 werkdagen per jaar. Daarbij is uitgegaan van 52 weken keer 5 dagen minus 6 feestdagen. Indiener geeft aan dat er enorm veel deeltijdwerkers zijn. En er bovendien ook nog vakantieweken en ziektedagen zijn. Indiener komt zonder ziektedagen al op 180 werkdagen uit. Indiener vraagt een toelichting op de keuze voor 254 dagen die in zijn ogen ver van de werkelijkheid af staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7962/documents/45194