Bijlage 2.3.23 - Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Deelrapport .pdf
Tekst van het document
Figuur 38: Wehlsche Beek en overgang landelijk gebied en bebouwde kom Doetinchem
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
36/57
Tijdelijke situatie De tijdelijke bouwterreinen en -wegen zorgen voor de verwijdering van landschappelijke elementen, voornamelijk in de vorm van bomen. Beoordeling Het effect van de RegioExpres op de landschappelijke structuren wordt beoordeeld als negatief (-). Grote landschappelijke structuren worden niet ingrijpend aangetast, maar de optelsom van vele kleine aantastingen en de bijbehorende lengtes betekent een negatief effect. Tabel 10 toont het aantal te kappen bomen, wat bijdraagt aan het negatieve effect. Tabel 10: Te kappen bomen buiten GNN-zone en exclusief Doetinchem De Huet
Gemeente Montferland Doetinchem Totaal
Bibeko* 47 4 51
Bubeko** 46 26 72
Totaal 93 30 123
*Bibeko = binnen bebouwde kom **Bubeko = buiten bebouwde kom
4.1.3 Barrièrewerking De barrièrewerking door de verdubbeling van het spoor neemt op drie manieren toe: 1. Fysieke verbreding van het spoor; 2. Aanleg hekwerken; 3. Vaker sluiten van overwegen door verhoogde frequentie. De fysieke verbreding van het spoor vergroot de barrièrewerking in het landschap. Gebieden die al doorsneden waren door de eerdere aanleg, worden nu nog sterker van elkaar gescheiden. Het ruimtegebruik van de spoorlijn neemt toe. Voor dieren neemt de barrièrewerking in principe ook toe, omdat het oversteken van het verbrede spoor lastiger gaat worden. Als mitigerende maatregel wordt er daarom herpetofauna- en dassentunnels onder het spoor door aangelegd. Zie verder het Deelrapport Natuur. De bestaande hekwerken langs het spoor worden gesaneerd en waar nodig uitgebreid. In opdracht van ProRail is een risicoanalyse uitgevoerd om te bepalen welke vorm van afscheiding op welke plaats noodzakelijk is. De afscheiding van het spoor is nodig om de veiligheid te waarborgen Binnen de bebouwde kom worden aan de zuidkant van het spoor nieuwe hekwerken van 1,8 meter hoog geplaatst. Buiten de bebouwde kom wordt een afscheiding van 1,4 meter hoog geplaatst. Doordat er weinig sloten in het plangebied aanwezig zijn, is voor de vorm van een hekwerk gekozen.
De openheid van het landschap zal als minder ervaren kunnen worden door bewoners en bezoekers vanwege de plaatsing van de afscheiding. De toename van de frequentie van vier naar vijf treinen per uur per richting (op werkdagen tot 20:00u) resulteert in vaker gesloten overwegen. Er komen geen nieuwe tunnels of bruggen bij. Door de verhoogde frequentie neemt de passeerbaarheid in het plangebied af. Bezoekers kunnen minder makkelijk hun (recreatieve) bestemmingen bereiken. In het weekend en in de avond blijft de situatie ongewijzigd. Het spoor vormt ook een barrière in het groen. Het Groen Structuur Plan van de gemeente Montferland beoogt om een groene verbindingszone langs het spoor te versterken. Door de verbreding van het spoor aan de oostzijde van Didam neemt de groene ruimte langs het spoor af en verlaagt dit de kwaliteit van de groene verbindingszone. Daarnaast wordt het ter hoogte van het landgoed Stilliwald, met name voor dieren zoals reeën, lastiger het gebied te kruisen. Ook voor bezoekers en bewoners van het gebied neemt de barrièrewerking toe. Binnen het landgoed wordt dit extra sterk benadrukt, omdat het gebied door kap van bomen een sterkere lijnvormige opening krijgt ter hoogte van het spoor.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
37/57
Tijdelijke situatie In de tijdelijke situatie ligt naast het spoor ook een bouwterrein en -weg. Dit vormt een tijdelijke versterking van de barrière van het spoor in het landschap. Er zal ook kap van bomen plaatsvinden voor de aanleg van deze tijdelijke bouwterreinen. Alle maatregelen tezamen zorgen ervoor dat de spoorse barrière in het bosgebied wordt vergroot. Conclusie De conclusie van het effect van de RegioExpres op de barrièrewerking in het landschap is dat deze een negatief effect (-) heeft. 4.1.4 Tijdelijke situatie Om een project zoals de RegioExpres te kunnen realiseren zijn tijdelijke maatregelen zoals bouwwegen en bouwterreinen benodigd. Deze tijdelijke maatregelen kunnen ook milieueffecten veroorzaken. Er zijn ongeveer 20 bouwterreinen en -wegen tussen kilometer 33 t/m 48 voorzien. Ze zijn qua omvang verschillend en liggen (vrijwel) direct aan of langs het spoor, zowel aan de noord- als de zuidzijde. Deze zijn vastgelegd op de tekening Bouw- en werkterreinen als onderdeel van het ontwerp. Een voorbeeld is opgenomen in Figuur 39 Ter hoogte van km 41.8 loopt een bouwweg haaks vanaf het spoor naar de Frieslandweg. Vanaf hier komt een tijdelijke doorsteek tussen verzorgingsplaats Geulecamp aan de A18 en de Frieslandweg. De Frieslandweg wordt hier aangepast om ook bouwverkeer te kunnen faciliteren.
Figuur 39 Voorbeeld uitsnede tekening werkterreinen: bouwterreinen, locatie Didam (let op: noord is onder, zuid is boven)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
38/57
Figuur 40 Bouwweg naar Frieslandweg die vervolgens aansluit op de verzorgingsplaats van de A18 (let op: oriëntatie is oost- (links) naar west (rechts)).
De bouwterreinen en -wegen zullen het landschap voor een beperkte tijd aantasten en een andere functie geven. De impact zal het grootst zijn waar groenstructuren worden aangetast en bomen gekapt moeten worden ten behoeve van de werkterreinen en bouwwegen. Dit is het geval op de volgende locaties: Tussen Didam en Wehl nabij de Pr. Beatrixstraat gaan bomen gekapt worden voor aanleg van de bouwweg (Figuur 41). Ten westen van het Stilliwald, nabij de Frieslandweg, is houtwal waarvan een rij gekapt moet worden voor de toekomstige bouwweg (Figuur 42); In het Stilliwald zal vanwege de spoorverdubbeling en benodigde werkterreinen een rij bomen gekapt moeten worden (Figuur 43); Bij het bosschage bij de Mussenhorstweg nabij de gesaneerde overweg (Figuur 44); Rond de duiker aan de westrand van Doetinchem (Figuur 45); De te kappen bomen op de tijdelijke werkterreinen worden niet na afloop ter plaatse herplant. De werkterreinen worden wel na afloop opnieuw ingezaaid. De tijdelijke werkterreinen hebben dus een negatief effect op het landschap. Dit wordt meegenomen in de gezamenlijke landschapsbeoordeling.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
39/57
Figuur 41: Rij bomen ter hoogte van de Beatrixstraat
Figuur 42: Houtwal ten westen van het Stilliwald naast de tijdelijke bouwweg richting de Frieslandweg
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
40/57
Figuur 43: Strook in het Stilliwald die gekapt dient te worden voor de uitbreiding van het spoor en het werkterrein
Figuur 44: Bosschage bij de Mussenhorstweg
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
41/57
Figuur 45: Duiker aan de westrand van Doetinchem
4.1.5 Totaal De aantasting van het landschap is grotendeels lokaal. De aanleg van het huidige spoor heeft in het verleden al een negatief effect op het landschap gehad. De optelsom van de kleine landschappelijke effecten door de ruimtelijke maatregelen die gepaard gaan met de realisatie van de RegioExpres is negatief. Bijzondere historische structuren, zoals ter hoogte van landgoed Stilliwald, worden aangetast en gaan verder verloren. Ook neemt de barrièrewerking toe ten gevolge van de toekomstige afscheiding langs het spoor. En is er ook sprake van afname van bomen en struwelen om tijdelijke bouwterrein en –wegen te realiseren. Hierdoor is het totaaloordeel van het effect op landschap negatief (-). Hieronder de samenvatting Tabel 11 Beoordeling aspect Landschap
MER-score/criteria
Score
Verandering kwaliteit landschapstype
-
Effect op landschappelijke structuren
-
Verandering in barrièrewerking
-
Totaal Landschap
-
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
42/57
4.2
Ruimtelijke kwaliteit
4.2.1 Gebruikswaarde Functionaliteit Betreffende de functionaliteit is er gekeken naar het effect op de functies. In het studiegebied zijn de volgende functies aanwezig: wonen, werken (bedrijventerrein), maatschappelijk, agrarisch, natuur en bos, groen en water. Vraag is of deze functies behouden blijven en/of dat er een verandering (versterking/aantasting) van het gebruik in het landschap zal zijn door de RegioExpres. De agrarische functie wordt het meest aangetast door de RegioExpres doordat de oppervlakte hiervan afneemt. De agrarische functie kent een groot ruimtebeslag, waardoor het effect van de afname van het agrarisch oppervlak voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteitsbeleving beperkt zal zijn. Een relatief klein oppervlak van de aan het spoortracé liggende landbouwpercelen verandert van functie. Wat betreft ‘wonen’ verandert de gebruikswaarde met name doordat de spoorverdubbeling ruimte van bestaande woonpercelen inneemt. Woningen hoeven niet te worden verplaatst of gesloopt, maar de afname van de grootte van enkele woonpercelen tast de gebruikerswaarde van deze functie aan. De functies ‘werken’ en ‘water’ veranderen nauwelijks. Weinig gebieden aan de zuidzijde van het huidige tracé vervullen nu deze functie. De natuurfunctie wordt aangetast door de RegioExpres.
De ruimtelijke kwaliteit gaat achteruit doordat het gebied met natuurfunctie zowel in oppervlakte als in kwaliteit afneemt. Met name door de doorsnijding van landgoed Stilliwald gaat de natuurfunctie en de cultuurhistorische relatie verder achteruit. De recreatieve functie voor wandelaars en fietsers zal in beperkte mate aangetast worden door de kap van bomen. De wandelaar in het bos zal slechts op enkele plekken een verschil ervaren aangezien wandelpaden niet dicht bij het spoor gesitueerd zijn. Bereikbaarheid Het frequenter rijden van de treinen heeft voor andere typen vervoer een klein negatief effect op de bereikbaarheid. De spoorwegovergangen sluiten door de extra treinen 2 keer per uur extra en daardoor wordt kruisend vervoer vaker ophouden. Dit beperkt zich echter tot doordeweekse dagen én overdag. In het weekend en de avonden verandert er niets. De aanwezige overwegen blijven intact en worden uitsluitend aangepast aan de spoorverdubbeling. Bij de overgang van de Jan Willinkstraat bij station Doetinchem de Huet zal de gebruikswaarde voor het langzaam verkeer toenemen door scheiding van het voet- en fietspad van de autoweg. In Didam is ter hoogte van Wilhelminastraat – Zandweg een fietspad dat verplaatst wordt door de spooruitbreiding. Deze wordt een klein stukje opgeschoven en plaatselijk enigszins versmald (zie figuur 45).
Een meer ingrijpendere maatregel is de verplaatsing van de parallelweg Lange Klauwenhof. Deze weg wordt enkele meters naar het zuiden verlegd, waardoor de weg en daardoor de bereikbaarheid vrijwel gelijk blijft. Wel heeft de Lange Klauwenhof een betere aansluiting met de Geulcampweg. De Lange Klauwenhof heeft alleen een ontsluitende functie voor de boerderijen en woningen, en dus geen invloed op de regionale verkeersstromen. De gebruikswaarde van de omliggende tuinen vermindert door de kap van bomen om de verlegging van de weg mogelijk te maken. Tijdelijke situatie Tijdens de uitvoering van het project zal er meer areaal langs het spoor tijdelijk van functie veranderen. Dit gaat voornamelijk om landbouwareaal dat tijdelijk niet beschikbaar is voor de agrarische functie. Gezien de tijdelijke aard van deze functieverandering is het effect op de gebruikswaarde beperkt. Op een aantal locaties wordt ook meer groen verwijderd, zoals in het Stilliwald. Conclusie Het eindoordeel van de verandering in functionaliteit is negatief (-). Er is achteruitgang van de huidige functies, maar deze beperkt zich tot enkele locaties.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
43/57
4.2.2 Belevingswaarde Toename treinverkeer Door toevoeging van treinen in de dienstregeling zijn er meer treinen te zien zijn vanuit de omgeving. Dit verstoort in beperkte mate de rust in het landschap. De verandering van vier naar vijf treinen per uur per richting (op werkdagen tot 20:00u) heeft een beperkt negatief effect. Spoorverdubbeling De spoorverdubbeling die op enkele delen van het spoor plaatsvindt, heeft een verwaarloosbaar effect op de visuele beleving. De sporen liggen laag en worden toegevoegd op locaties waar al een spoor aanwezig is. Het verschil zal op ooghoogte amper te zien zijn. Wel brengt de verdubbeling in sommige situaties met zich mee dat andere elementen worden aangetast, zoals beplantingen. Deze zijn reeds beschreven bij de desbetreffende onderdelen. Hekwerk langs het spoor Bestaande hekken worden, daar waar het tweede spoor wordt aangelegd, gesaneerd. Binnen de bebouwde kom worden nieuwe hekken geplaatst met een hoogte van 1,8 meter. Buiten de bebouwde kom komen hekken van 1,4 meter hoog. De hogere hekken zijn zichtbaar op ooghoogte. Het weidse, open landschap, wat een groot deel van het tracé kenmerkt, wordt hierdoor anders beleefd. Het spoor zal zichtbaar een grotere rol in het landschap innemen en contrasteren met natuurlijke landschapselementen.
De ruimtelijke kwaliteit wordt hierdoor, met name in het open landschap buiten de bebouwde kom, aangetast. Verplaatsing grondwal Tussen de Wilhelminastraat en de Oude Zandweg te Didam bevindt zich thans een grondwal die verplaatst wordt omwille realisatie van het tweede spoor. Het huidige fietspad wordt daardoor verlegd. Omdat het hier een verlegging van enkele meters is, is de invloed op de visuele beleving beperkt.
Figuur 46: Uitsnede van situatietekening ter hoogte van de grondwal in Didam
Aanpassing parallel Lange Klauwenhof Door het verleggen van de Lange Klauwenhof vermindert het areaal aan weiland en verkleint het de voortuin van een woningen. Met name voor de inwoners van deze woning vormt dit een negatief effect op de visuele beleving. De spoorlijn en de weg ligt straks dichter op de woning en haar bewoners. Voor hen betekent dit een achteruitgang van de belevingswaarde.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
44/57
Figuur 47: Straatbeeld van huidige Lange Klauwenhof ter hoogte van perceel waar de verlegde weg komt te liggen.
Aantasting beplanting Stilliwald Bij het landgoed Stilliwald worden op een aantal plekken bomen gekapt. Het gaat om 55 bomen aan de westzijde, binnen het Gelders Natuurnetwerk. Een deel van de bomen en struiken vallen onder de Ode Bosgroeiplaats, waar tijdelijk en permanent ruimtebeslag op plaatsvindt. Permanente kap op Oude Bosgroeiplaatsen is in strijd met de provinciale verordening. Dit is verder beschouwd in het deelrapport Natuur. De kap vindt plaats vlak langs het spoor waardoor de impact op de beleving beperkt is. Daarentegen wordt de ruimtelijke eenheid van de in het verleden aangelegde coherente concentrische landschapsstructuur van bosjes en open ruimte verder aangetast. In Stilliwald worden enkele percelen ingericht voor natuur met bijpassende invulling ter compensatie van de aantasting van het GNN. Deze gebieden hebben een neveneffect op het landschap. De natuurcompensatie sluit alleen aan op het boslandschap, het landschapstype waarbinnen de GNN in het studiegebied valt. Hier heeft aanheling van bestaande groenstructuren plaats doordat enkele bospercelen binnen de radialenstructuur van Stilliwald met elkaar verbonden worden. Dit is lokaal een beperkte verbetering.
Figuur 48: Situatie Stilliwald waar bomen gekapt worden.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
45/57
Aanpassing station Wehl Station Wehl wordt aangepast. Naast het huidige eilandperron komt extra perron aan de noordzijde. De ingreep heeft een kleine invloed op de visuele beleving van het station. De aansluiting van het perron op de monumentale graansilo vindt plaats door een nieuw te planten haag. Hierdoor wordt de locatie aantrekkelijker en neemt de visuele beleving van het monument niet af.
Figuur 49: Uitsnede van situatietekening ter hoogte van station Wehl. Een extra perron wordt toegevoegd aan de zuidzijde.
Aanpassing station Doetinchem De Huet De omgeving van station Doetinchem De Huet wordt aangepast. Waar het huidige station zich met name richt op de noordzijde, wordt het in de toekomst aan beide zijden sterker ontsloten. Zo krijgen beide zijden in de toekomst fietsparkeervoorzieningen. Daarnaast wordt het fietspad ten zuiden van het spoor aangepast en wordt deze meer in het groen gesitueerd. Door deze aanpassingen gaat enig groen verloren: het bosje ten westen van de toekomstige fietsenparkeervoorziening aan de zuidkant van het spoor wordt opgeschoond en het groen (gras dat thans aanwezig is ter plaatse van de toekomstige fietsparkeervoorziening) wordt vervangen door verharding. In het ontwerp zelf wordt ter compensatie nieuw groen aangeplant. Figuur 50 toont de toekomstige inrichting van het station Doetinchem De Huet.
N
Figuur 50: Plattegrond van nader te ontwikkelen stationsgebied Doetinchem De Huet
Doordat in het ontwerp het groen gecompenseerd wordt en er een herinrichting van de recreatieve paden plaatsvindt, blijft de belevingswaarde hier nagenoeg gelijk. De fietser die vanuit het zuiden komt, heeft een prettigere fietservaring door de vrijere ligging van het fietspad.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
46/57
Relaishuis Europaweg Aan de Europaweg, langs het bestaande fietspad, wordt een relaishuis gerealiseerd (zie Figuur 51). Deze komt in het bestaande weiland. Met name voor fietsers en in mindere mate voor automobilisten zorgt dit op deze plek voor een aantasting van de belevingswaarde.
Figuur 51: Locatie van het relaishuis (bron: Cyclomedia)
Tijdelijke situatie Tijdens de uitvoering van het project gaan mensen in de omgeving het bouwterreinen en -verkeer zien. Ook wordt hiervoor groen verwijderd, waardoor het beeld verandert. De belevingswaarde gaat hierdoor tijdelijk achteruit. Conclusie Op meerdere locaties langs het spoor verandert de visuele beleving. Veelal betreft het (kleine) aanpassingen van de landschappelijke structuur en haar beplantingen of de beleving van de openheid. Hoewel de afname een kleine oppervlakte per locatie betreft, heeft de verdubbeling in zijn geheel een negatief effect op de landschapsstructuur en haar ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Een uitzondering betreft de omgeving van het station Doetinchem De Huet waar de verandering positief uitwerkt. De visuele aspecten en beleving vanuit de omgeving zijn in totaliteit als negatief (-) beoordeeld. 4.2.3 Toekomstwaarde Hoe het landschap de ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden kan opvangen bepaalt de toekomstwaarde. Voor enkele locaties langs het spoor is dit ruimtelijke incasseringsvermogen van veranderende omstandigheden nadrukkelijk meer van belang. Deze worden korte toegelicht. De Achterhoek heeft ambitie om in meer woningen te voorzien. Voor Wehl liggen uitbreidingsplannen aan de zuidzijde gereed. Bij toekomstige uitbreidingen van woonkernen zal het aantal oversteekplaatsen niet afnemen.
Ondanks dat zal de spoorlijn bij uitbreidingen door haar fysieke aanwezigheid en de toegenomen frequentie voor meer mensen (in vergelijking met de referentiesituatie) een belemmering vormen tussen delen ten zuiden en ten noorden van het tracé. Een te verwachten veranderende omstandigheid in de regio is het doorzetten van de landbouwtransitie. De RegioExpres heeft weinig effect op de ruimtelijke gevolgen hiervan doordat het om kleine veranderingen van grondeigenaarschap gaat met weinige strategische waarde voor agrarische bedrijven. Op een toekomstige toename van de recreatieve en natuurfunctie in de Wehlse Broeklanden heeft de RegioExpres een negatief effect. Door hekwerken en een breder tracé verminderen de landschappelijke
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
47/57
ontwikkelingsmogelijkheden voor deze zone. Ook de mogelijkheden om een ecologische verbinding te realiseren neemt af vanwege de toegenomen barrièrewerking. In het ontwerp van de RegioExpres is aan de zuidkant voldoende ruimte aanwezig om in de toekomst bovenleidingportalen te plaatsen en stroomkabels te leggen. Elektrificatie is daar in de toekomst mogelijk, en dat is positief voor de toekomstwaarde van het gebied. Het ruimtelijk opvangend vermogen van het landschap om toekomstige, veranderende omstandigheden op te vangen neemt door de aanleg van de RegioExpres af. Daarom is de beoordeling van de toekomstwaarde negatief (-). 4.2.4 Totaal Bovengenoemde effectbeoordeling maakt de totaalbeoordeling voor het aspect ruimtelijke kwaliteit, zonder rekening te houden met mitigerende of compenserende maatregelen, als volgt: Tabel 12: Beoordeling ruimtelijke kwaliteit
MER-score/criteria
Score
Gebruikswaarde
-
Belevingswaarde
-
Toekomstwaarde
-
Totaalscore ruimtelijke kwaliteit
-
De beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit op basis van de criteria resulteert in een negatieve beoordeling ten opzichte van de referentiesituatie. De aspecten belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde zijn negatief beoordeeld. De mate van aantasting hangt samen met de aanwezigheid van beplantingen, waardevolle beplantingsstructuren of de aanwezigheid van waardevolle doorzichten.
4.3
Cultuurhistorie
Cultuurhistorische elementen hebben naast een historische waarde vaak ook een landschappelijke waarde. Als eerste wordt de geschiedenis van het landschap en de ruimtelijke weerslag uit het verleden hierop beschreven. Vervolgens worden de cultuurhistorische elementen waarop de RegioExpres effect heeft, beschreven en worden de effecten beoordeeld. 4.3.1 Cultuurhistorische landschapsbeschrijving Aan de hand van het bestudeerde materiaal is in de quickscan cultuurhistorie duidelijk gemaakt dat de oude in cultuur gebrachte gronden in de afgelopen eeuw een grote verandering hebben ondergaan. Feitelijk was het landschap in de afgelopen eeuwen voortdurend aan verandering onderhevig. De oudere ontginningen met een kleinschalig karakter bevonden zich rond de dorpskernen. Het zijn de kampontginningen in het droge zandgebied. De nattere zandgebieden, ook aanwezig tussen Didam en Wehl, zijn later ontgonnen, meestal vanaf (het begin van) de 19e eeuw. In het gebied tussen Didam en Wehl was vooral sprake van een strokenverkaveling, in relatief smalle stroken. Het noordelijk deel van de Wheelerheyde is bijvoorbeeld omgezet in productiebos ter hoogte van de landgoederen ’t Jagershuis en Stilliwald In het Oude IJsseldal is de verkaveling hoofdzakelijk op waterwegen gericht, het betreft hier ook een strokenverkaveling, maar dan in zowel smallere als bredere percelen.
Deze behoort ook tot de oudere ontginningen. De aanleg van de spoorlijn in 1884-1885 heeft voor een doorsnijding van het landschap gezorgd. Vanaf de jaren 20 van de vorige eeuw zijn veranderingen in het landschap extra zichtbaar wat betreft gebruik. Bossen verdwijnen in rap tempo en worden omgezet in grasland en er vindt een schaalvergroting plaats
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
48/57
door het samenvoegen van percelen. Het kleinschalige landschap voorzien van vele houtopstanden, bossen en bosjes verdwijnt in rap tempo. Grote gebieden worden ontbost en ingezet voor de landbouw. Ontwikkelingen zoals de uitvinding van het prikkeldraad en de komst van kunstmest hebben hieraan bijgedragen. In verband met de grotere mobiliteit is in de jaren 60 van de vorige eeuw op enige afstand van het spoortracé de rijksweg A18 aangelegd en aan het eind van de jaren 70 de Broekhuizerstraat/ Liemersweg (N813). Nieuwbouwwijken van Didam, Wehl en Doetinchem hebben vanaf de laatste decennia weer een nieuwe functie aan het oude landschap toegevoegd. Het oorspronkelijk kleinschalige cultuurlandschap ter hoogte van het spoortracé grotendeels is verdwenen, hoewel ontginningsrichtingen in grote lijnen vaak nog herkenbaar zijn (zie Figuur 52). Omdat het een spoorverdubbeling betreft, dus een lijnvormige verstoring direct naast een al bestaande verstoring van het landschap, heeft het tweede spoor nauwelijks een zichtbare ruimtelijke impact op de omgeving, ook niet op de historische (water)wegen. Een bijzonderheid binnen het studiegebied vormt het landgoed Stilliwald. Bij de verdubbeling van het spoor aan de zuidzijde zal één van de oudere karakteristieke paden die deel uitmaakten van de ovale verkaveling verdwijnen.
Doordat de padenstructuur hier al is aangetast, is het effect beperkt, zie ook Tabel 14 (afkomstig uit de quickscan).
Figuur 52: Historische lanenstructuur Stilliwald met verder aangetaste zone (oranje)
Bij bestudering van de monumentenregisters is gebleken dat zich nabij het spoortracé geen rijksmonumenten bevinden, maar wel één gemeentelijk monument: een silogebouw uit 1956 bij het treinstation van Wehl. Deze ligt ten noorden van het spoor waar een tweede perron is gepland. Alleen de aanleg van een tweede perron te Wehl ten noorden van het huidige perron kan enigszins effect hebben op het aanzicht van het gemeentelijke monument (de graansilo). Het is niet toegestaan de omgeving van het monument te ontsieren (Erfgoedverordening Omgevingswet). Voor de bouw van het nieuwe perron in de invloedsfeer van de graansilo moet daarom een vergunning aangevraagd worden. De huidige spoorwegovergangen zijn gelijkvloers, dit blijft zo. Al worden er overgangen aangepast. Voor de kruisingen van waterwegen worden duikers verlengd en een stuw verplaatst. 4.3.2 Cultuurhistorische elementen De cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn in een overzicht van twee tabellen geplaatst met daarbij de effecten van de spoorverdubbeling.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
49/57
Tabel 13: Cultuurhistorische elementen deel 1 (uit Quickscan cultuurhistorie RegioExpres)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
50/57
Tabel 14: Cultuurhistorische elementen deel 2 (uit Quickscan cultuurhistorie RegioExpres)
4.3.3 Totaal De aantasting van de cultuurhistorie vindt verspreid langs de RegioExpres plaats. Op de meeste locaties is het effect minimaal, zoals tabel 13 en tabel 14 laten zien. De historische aantasting van het landschap, zoals beschreven in hoofdstuk 4.3.1 zet verder door met de spoorverdubbeling. Daarom is het eindoordeel cultuurhistorie negatief. Met name het effect op landgoed Stilliwald en de silo in Wehl zijn negatief. Tabel 15: Beoordeling cultuurhistorie
MER-score/criteria Verkaveling Historische wegen/paden Historische waterwegen Landgoederen Gemeentelijke monument: silo Wehl Totaal Cultuurhistorie
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
Score 0 0 0 -
51/57
4.4
Beoordeling
De effecten op het thema’s landschap en cultuurhistorie zijn voor het project RegioExpres als volgt beoordeeld, waarbij vooralsnog geen rekening is gehouden met het nemen van maatregelen. Tabel 16 Beoordeling thema’s landschap en cultuurhistorie
Thema en aspect Landschap Landschap
Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie Cultuurhistorie
Criterium
Score
Effect op landschappelijke structuren, verandering kwaliteit landschapstype en verandering in barrièrewerking Effecten op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte
-
Effecten op verkaveling, wegen, monumenten, landgoederen
-
TOTAAL SCORE
-
-
Het aspect landschap is negatief beoordeeld vanwege het aantasten van bestaande waarden. Het aspect ruimtelijke kwaliteit wordt eveneens negatief beïnvloed door de uitvoering van het project. Uitgaande van een projectsituatie waarin geen maatregelen worden getroffen, wordt thema landschap negatief beoordeeld. Dit geldt ook voor Cultuurhistorie, deze is negatief beoordeeld vanwege het aantasten van bestaande waarden
4.5
Compenserende en mitigerende maatregelen
Het ontwerp voor de RegioExpres is tot stand gekomen door middel van een iteratief ontwerpproces, gericht op het behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. In dit proces zijn al maatregelen geïntegreerd om de negatieve effecten op het landschap te minimaliseren, zoals het verleggen van bouwterreinen en -wegen om de noodzaak tot het kappen van specifieke bomen te vermijden. Dit leidt echter niet tot de gewenste mitigatie. De aanleg van de RegioExpres biedt kansen om de ruimtelijke structuur te verbeteren door aanplant van nieuwe opgaande beplantingsstructuren zoals bosjes, houtwallen en bos passend bij het karakter van de diverse landschapstypen in dit deel van de Achterhoek. De omgeving heeft immers een sterke, afwisselende landschappelijke identiteit en de lokale culturele identiteit van de Liemers kan in samenhang met de RegioExpres versterkt worden. De natuurontwikkelingsgebieden in het boslandschap van het Stilliwald als gevolg van compensatie GNN, kunnen voor landschap ook gezien worden als mitigerende maatregel. Deze hebben een beperkt positief effect op het landschap, met name op het aspect ruimtelijke kwaliteit. De belevingswaarde van het Stilliwald gaat enigszins vooruit door de natuurontwikkeling vanuit GNN. Maar doordat het om alleen het boslandschap gaat, heeft het beperkt invloed op de beoordeling.
Om de negatieve effecten op het landschap te mitigeren en te compenseren is een Landschapsplan opgesteld. Dit landschapsplan is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met gemeenten Montferland en Doetinchem, ProRail, Provincie Gelderland en de beheerder van het Stilliwald. Het Landschapsplan is een bijlage bij het PIP. In het Landschapsplan zijn zeven locaties in het plangebied aangewezen waar landschappelijke maatregelen kunnen worden genomen. Dit betreft de volgende locaties: • Groene verbindingszone noordzijde station Didam; • Houtwal Lange Klauwenhof 4 te Didam; • Houtwal Lange Klauwenhof 11 te Didam; • Overhoek Lange Klauwenhof te Didam; • Houtwal Frieslandweg te Didam;
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
52/57
• •
Beekseweg te Wehl; Wehlsche Beek, te Wehl.
Op bovenstaande zeven locaties kan het landschap worden versterkt. Hierbij wordt dan aansluiting gezocht bij compensatie van te kappen bomen als gevolg van de natuurwetgeving. De volgende principes zijn hierbij gehanteerd: Aansluiten op het bestaande landschapstype; Gebruik maken van gebiedseigen, inheemse beplanting; Compenseren zo dicht mogelijk nabij de te kappen begroeiing; Lineaire structuren langs of nabij het spoor intact houden en zo mogelijk versterken; Groen gebruiken als ecologische verbinding bij het spoor. Enkele concrete voorbeeld van maatregelen die wenselijk zijn: • Kampenlandschap: het aanbrengen van nieuwe beplantingsstructuren nabij het tracé. • Natte heide- en broekontginningenlandschap: het aanbrengen van nieuwe bermen met kruidenrijk graslandmengsels. • Boslandschap: het versterken van de historische structuur van dit boslandschap met aanheling van bestaande groenstructuren en het aanbrengen van nieuwe lanen, boskavels en open ruimten. • Essenlandschap: het aanhelen van bestaande groenstructuren zoals struwelen en boomstructuren nabij het spoor. Op locaties zoals binnen de bebouwde kom van Didam is minder ruimte voor lokale compensatie. Om het effect als gevolg van de tijdelijke situatie te mitigeren, wordt de benodigde kap ook hier niet na realisatie van de spoorverdubbeling direct herplant. Het wordt meegenomen in de natuurcompensatie.
Ook herplant van bomen buiten het GNN (Stilliwald) worden gelijk herplant op andere locaties. Doel is over het gehele plangebied voldoende compensatie te waarborgen door de maatregelen. Voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit worden op twee locaties (nabij de Beekseweg en Wehlsche beek nabij Wehl) parallel aan de nieuw te planten groenstructuren recreatieve wandelpaden gerealiseerd. Op deze manier kan het landschap meer genoten worden door bezoekers en bewoners. Ook deze zijn geborgd in het Landschapsplan. Echter, ondanks de nadrukkelijke wens van de betrokken partijen om de voorgestelde maatregelen uit het Landschapsplan te realiseren, is de realisatie ervan nog niet zeker gesteld. Ten tijde van het gereedkomen van dit deelrapport (en ook de huidige versie van het Landschapsplan) zijn de voorgestelde percelen voor de bomencompensatie nog in de verwervingsprocedure. Dit betekent dat de voorgestelde percelen mogelijk niet (volledig) ter compensatie gebruikt kunnen worden. Met de voorziene inrichting wordt de bomencompensatie ingezet als versterking van het landschap. Mocht de verwerving van de benodigde percelen (deels) geen doorgang vinden, dan moeten de bomen gecompenseerd worden op percelen van de gemeenten Montferland en Doetinchem. Deze terugvalmogelijkheid wordt indien nodig later uitgewerkt.
Voor gemeente Doetinchem bestaat de mogelijkheid de bomencompensatie uit te voeren in de natuurontwikkelingsgebieden voor de GNN/GO compensatieopgave in Stilliwald (Wehl). Met bovenstaande terugvalmogelijkheid is voldoende aannemelijk dat de bomencompensatie tot stand komt. In Tabel 17 is te zien dat er meer wordt gecompenseerd dan verplicht. De compensatie van bomen moet in ieder geval plaatsvinden in de gemeente waar de kap plaatsvindt. De compensatieverplichting wordt door bevoegd gezag gemonitord via het vergunningenstelsel. Tabel 17: Nieuw te planten bomen in het landschapsplan
Locatie Montferland Doetinchem Totaal
Bibeko* 20 0 20
Bubeko* 143 59 202
Totaal 163 59 222
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
53/57
*Bibeko = binnen bebouwde kom **Bubeko = buiten bebouwde kom Tot slot kan, en dit staat los van het Landschapsplan, de belevingswaarde positief worden beïnvloed door een groene inpassing van Relaishuis Europaweg. Bijvoorbeeld door begroeide gevels, waardoor het relaishuis meer wegvalt in het landschap. Dit is echter nog geen onderdeel van de plannen en ook dat behoeft nog nadere uitwerking.
4.6
Effectbeoordeling na maatregelen
Omdat uitvoering van het Landschapsplan nog niet zeker is, kan voor de beoordeling van het thema Landschap niet worden uitgegaan van de realisatie van de wenselijke maatregelen. Voor de beoordeling van de effecten op het thema Landschap is uitgegaan dat wordt voldaan aan de minimale compensatie-eis van het aantal bomen om daarbij de natuurcompensatie (buiten GNN) voldoende te dekken. De bomen binnen de GNN-zone worden apart gecompenseerd, zie hiervoor het deelrapport Natuur. De te kappen bomen bij Doetinchem De Huet worden in het ontwerp van de stationsomgeving gecompenseerd. In de beoordeling is meegenomen dat de kwaliteit van het groen verandert door de herplant. Deze verandering is ten nadele doordat oude, volwassen bomen gecompenseerd worden met jongere bomen. Het gaat hierbij niet om grote aantallen, zo zijn er in totaal vier te kappen bomen met een stamdiameter > 60 cm. Het landschap verandert ten voordele doordat de te kappen exoten gecompenseerd worden met gebiedseigen, inheemse bomen met een hogere ecologische, maar ook landschappelijke waarde. Het is echter de vraag of de herplant als landschappelijke versterkende maatregelen kan worden ingezet. De kans bestaat dat de landschappelijke beplanting op een andere locatie worden gecompenseerd dan vanuit het landschapsplan gewenst is en dus minder waarde toevoegt.
De nieuwe natuurontwikkelingsgebieden in het boslandschap van het Stilliwald hebben een beperkt positief effect op het landschap, met name op het aspect ruimtelijke kwaliteit. De belevingswaarde van het Stilliwald gaat enigszins vooruit door de natuurontwikkeling vanuit GNN. Maar doordat het om alleen het boslandschap gaat, heeft het beperkt invloed op de eindbeoordeling. Om deze redenen blijft de beoordeling, ook na deze maatregelen, voor het thema landschap negatief. De maatregelen hebben beoordeling ruimtelijke kwaliteit worden geen expliciete maatregelen genomen die tot een andere beoordeling leiden. Deze blijft dan ook negatief. Ook het effect op het aspect cultuurhistorie blijft negatief. Belangrijkste reden hiervoor is dat de aangetaste laanstructuur in het Stilliwald niet goed hersteld kan worden. De natuurontwikkeling vanuit GNN heeft hier geen invloed op. De uiteindelijke totaalbeoordeling is voor het thema Landschap negatief. De beoordeling is opgenomen in Tabel 18. Tabel 18: Beoordeling landschap
Thema en aspect Landschap Landschap
Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie Cultuurhistorie
Criterium
Score
Effect op landschappelijke structuren, verandering kwaliteit landschapstype en verandering in barrièrewerking Effecten op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte
-
Effecten op verkaveling, wegen, monumenten, landgoederen
-
TOTAAL SCORE
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
-
-
54/57
Bij deze beoordeling dient wel opgemerkt te worden, dat wanneer het Landschapsplan wél uitgevoerd conform de huidige versie, de aspecten landschap en ruimtelijke kwaliteit beide positiever zouden worden beoordeeld. Alhoewel de kans reëel is dat dit wordt gerealiseerd, kan daar echter niet vanuit worden gegaan. Hieronder wordt kort toegelicht waarom de beoordeling dan positiever wordt. De in het Landschapsplan voorgestelde robuuste groenstructuur op de desbetreffende locaties zorgt voor een stevige groene verbinding langs en nabij het spoor. Als uitgegaan wordt van de referentiesituatie 2035 dan betekent dit dat de aangebrachte groenaanplant nog in ontwikkeling is en qua structuur, ruimtelijke kwaliteit en biomassa in 2035 nog niet vergelijkbaar is met de gekapte volwassen bomen en struwelen. Ook bestaat het risico dat de jonge beplanting nog niet goed aangeslagen is of door andere omstandigheden nog niet goed tot bloei komt. Alhoewel deze bomen dus worden herplant, is de impact op de natuurfunctie negatief voor een langere periode omdat de jonge bomen niet dezelfde ecologische en landschappelijke waarde hebben als de oudere te kappen bomen. Voor de natuurcompensatie wordt dit meegenomen in het puntensysteem, zie hiervoor de notitie ecologie. De aantasting wordt grotendeels lokaal gecompenseerd met gebiedseigen beplanting.
De langs het spoor kenmerkende open-geslotenheidafwisseling blijft goeddeels in stand. In halfopen landschappen worden kleine elementen, zoals een haag, toegepast zodat het gebied niet opener wordt. Daarnaast wordt de lineaire structuur van het spoor, bijvoorbeeld ter hoogte van de Wehlse Beek, benadrukt in aansluiting op de omgeving. Op deze manier krijgt de spoorlijn meer een eigen plaats in het landschap. Uitgaande van de maatregelen, wordt het effect op het aspect landschap daarmee als neutraal beoordeeld. Dat komt omdat de beplanting in het referentiejaar 2035 (na 10 jaar) nog weinig robuust zal zijn. Op langere termijn komt de compensatie steeds beter tot zijn recht. Op termijn, na 25 jaar, zal er wel een robuuste en volwassen beplantingsstructuur ontstaan en kan deze als positief kunnen worden beoordeeld. Het uitvoeren van het landschapsplan betekent een positieve impuls die de negatieve beoordelingen van het aspect ruimtelijke kwaliteit beïnvloedt en de meeste ingrepen qua beoordeling om zal zetten in een neutrale beoordeling op de korte termijn, 2035 (na 10 jaar), en op de langere termijn na 25 jaar in een positieve beoordeling na het tot volle wasdom komen van de landschappelijke beplantingen. Dit komt met name door de toenemende belevingswaarde. Op twee locaties worden parallel aan de nieuw te planten groenstructuren recreatieve verbindingen gerealiseerd.
Op deze manier kan het landschap meer genoten worden door bezoekers en bewoners. Ook het toepassen van meer klimaat robuuste soorten bomen vergroot de toekomstwaarde van de landschappelijke structuren. In 2035 zal voornamelijk jonge beplanting nog niet de belevingswaarde aan het gebied geven die goed compenseert. De beoordeling van Cultuurhistorie verandert niet door de maatregelen uit het Landschapsplan.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
55/57
5
Monitoring, evaluatie & leemten in kennis
5.1
Monitoring en evaluatie
Monitoring en evaluatie is voor de aspecten landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie niet van toepassing.
5.2
Leemten in kennis
Er zijn geen leemten in kennis die van invloed zijn op de beoordeling en besluitvorming.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
56/57
6
Conclusies
Dit rapport beschrijft het deelonderzoek Landschap, Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie ten behoeve van het milieueffectrapport (hierna: MER) van het project RegioExpres. Inzichtelijk is gemaakt wat de effecten voor de spoorverdubbeling betekenen voor de aanwezige groene structuren langs en nabij het spoor die aangetast of verwijderd gaan worden voor de spoorverdubbeling en de tijdelijke bouwterreinen en -wegen. Hierbij is gekeken naar de effecten op de verschijningsvorm van de verschillende landschapstypen die onderdeel van het traject zijn, de effecten op de huidige ruimtelijke kwaliteit en de effecten op de cultuurhistorische waarden die van toepassing zijn in het gebied. Vervolgens is stilgestaan bij de compenserende en mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden om de negatieve effecten van de spoorverdubbeling te verminderen of op te heffen. De wettelijk verplichte compensatie van te kappen bomen vindt plaats in een integraal landschapsplan en een separaat natuurcompensatieplan voor de aantasting van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Deze compenserende en mitigerende maatregelen zijn uitgebreid beschreven in het Landschapsplan wat in samenspraak met de gemeenten Montferland en Doetinchem, de Provincie Gelderland en de beheerder van het Stilliwald is opgesteld.
In dit landschapsplan is ingezet op een robuuste compensatie van de te herstellen groene structuren (bomen, struweel, bosplantsoen, hagen en kruidenrijke inzaai van bermen). Onder robuust wordt verstaan dat het landschapsplan uitgaat van een grotere oppervlakte aan nieuwe aanplant dan de oppervlakte van bestaand groen die nu verwijderd gaat worden, zodat op termijn, na circa 25 jaar, er sprake kan zijn van een robuust groen lint dat de 'groene' verbinding langs het spoor versterkt en goed aansluit op de landschapstypen. In de beoordeling van dit deeltrapport is vooralsnog uitgegaan van de spoorverdubbeling zonder mitigerende en compenserende maatregelen, daar de voorgestelde maatregelen in het landschapsplan op dit moment nog niet zijn vastgesteld en benodigde percelen nog niet zijn verworven. Het thema Landschap is beoordeeld op de aspecten landschap en ruimtelijke kwaliteit. En ook het thema Cultuurhistorie is separaat beoordeeld. Landschap Op het aspect landschap worden de effecten van het project in zijn totaliteit negatief beoordeeld. De kwalitatieve afweging is dus gebaseerd op het weghalen van de bestaande beplantingsstructuren op onderdelen langs het spoor zonder deze te compenseren op plekken die waarmee landschappelijk versterking wordt gerealiseerd. De ontwikkeling van natuur op de percelen in Stilliwald (vanuit GNN) draagt beperkt bij aan het landschap.
Na uitvoeren van de maatregelen conform de voorstellen in het landschapsplan zal de beoordeling éffecten op landschapstype’ bij aanvang van de uitgevoerde werkzaamheden als neutraal kunnen worden benoemd. De beplanting is weliswaar in grotere oppervlakten herplant, maar is nog fragiel in haar beginfase. Ook bij het bereiken van het referentiejaar 2035 (na 10 jaar) is de beplanting nog in opbouw. Echter na circa 25 jaar zal hier een robuuste stevige groene verbinding ontstaan en als positief kunnen worden beoordeeld. Ruimtelijke kwaliteit Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde scoren negatief doordat ook hier de mitigerende- en compenserende maatregelen nog niet kwalitatief zijn meegewogen. De gebruikswaarde zal afnemen doordat de grootte van kavels langs het spoor door de verbreding zal afnemen en ook het wonen langs het spoor wordt negatief beïnvloed. Ook de bereikbaarheid via spoorovergangen zal door de hogere frequentie van de treinbewegingen iets afnemen. De belevingswaarde wordt eveneens negatief beoordeeld door de toename van het treinverkeer, de spoorverdubbeling, de toename van de hekwerken, de verplaatsing van een grondwal, de aanpassingen
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
57/57
aan de beplantingen nabij diverse woningen en de aantasting van het Stilliwald. Positief is de aandacht voor Doetinchem De Huet en het nieuwe inpassingsontwerp. De toekomstwaarde is door het ontbreken van mitigerende en compensatiemaatregelen als negatief beoordeeld. Na het uitvoeren van het landschapsplan zal dit op termijn veranderen, na 10 jaar, in neutraal en op de langere termijn na 25 jaar in positief. Cultuurhistorie De aantasting van de cultuurhistorie vindt verspreid langs de RegioExpres plaats. Op de meeste locaties is het effect minimaal. De historische aantasting van het landschap zet verder door met de spoorverdubbeling. Daarom is het eindoordeel cultuurhistorie negatief. Met name het effect op landgoed Stilliwald en de silo in Wehl zijn negatief. Eindbeoordeling en vooruitblik De eindbeoordelingen van het de aspecten landschap en ruimtelijk kwaliteit zijn, zonder mitigerendeen of compenserende maatregelen conform het Landschapsplan maar mét rekening te houden met maatregelen die wel zeker zijn, alsnog negatief.
Het uitvoeren van het Landschapsplan betekent een positieve impuls die de negatieve beoordelingen beïnvloedt en de meeste ingrepen qua beoordeling om zal zetten in een neutrale beoordeling op de korte termijn, 2035 (na 10 jaar), en op de langere termijn na 25 jaar in een positieve beoordeling na het tot volle wasdom komen van de landschappelijke beplantingen. De beoordeling voor Cultuurhistorie is en blijft negatief, ook na het eventueel uitvoeren van het Landschapsplan.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
58/57
Bijlage 1 Quickscan cultuurhistorie RegioExpres Los bijgevoegd ‘RegioExpres Didam-Doetinchem (gemeenten Montferland en Doetinchem) - Quickscan cultuurhistorie’ d.d. 30-10-2023, opgesteld door ADC ArcheoProjecten
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
59/57
Colofon OPDRACHTGEVER
ProRail B.V. t.a.v. Postbus 2212 3500 GE Utrecht
UITGAVE
Movares Nederland B.V.
Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht PROJECTNUMMER
KENMERK
MN002205 98-JG-HS-RAP-23001516
© 2023, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
60/57