Bijlage 2.3.23 - Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Deelrapport .pdf
Tekst van het document
RAPPORT
RegioExpres: Deelrapport Landschap, ruimtelijke kwaliteit & cultuurhistorie
Versie: 3.0 Status: Vrijgegeven Datum: 27-11-2023 Kenmerk: 98-JG-HS-RAP-23001516
P.1/59
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 4 6
Aanpak: kaders & methodiek
7
2.1
Plan- & studiegebied
7
2.1.1 2.1.2
7 7
2.2
2.3
2.4
3
Plangebied Studiegebied
Beleidskader en wet- & regelgeving
8
2.2.1 2.2.2 2.2.3
Nationaal Provincie Gemeenten
8 9 10
Beoordelingskader
13
2.3.1 2.3.2
13 14
Beoordelingscriteria en wijze van beoordelen Beoordelingsschaal
Onderzoeksmethodiek
18
2.4.1 2.4.2 2.4.3
18 18 18
Landschap Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie
Huidige situatie & autonome ontwikkeling (referentiesituatie)
19
3.1
Bestaande situatie
19
3.1.1 3.1.2
19 25
3.2
4
Aanleiding en doel rapport Over de voorgenomen activiteit(en) Leeswijzer
Landschap Ruimtelijke kwaliteit
Referentiesituatie
30
3.2.1 3.2.2
30 31
Ontwikkeling Heideslag - Wehl Overige autonome ontwikkelingen
Effectbeoordeling
32
4.1
Landschap
32
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5
32 34 37 38 42
4.2
4.3
P.2/59
Effect op landschapstypen Effect op landschappelijke elementen Barrièrewerking Tijdelijke situatie Totaal
Ruimtelijke kwaliteit
43
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
43 44 47 48
Gebruikswaarde Belevingswaarde Toekomstwaarde Totaal
Cultuurhistorie
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
48
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.5 4.6
5
6
Cultuurhistorische landschapsbeschrijving Cultuurhistorische elementen Totaal
Beoordeling Compenserende en mitigerende maatregelen Effectbeoordeling na maatregelen
48 49 51 52 52 54
Monitoring, evaluatie & leemten in kennis
56
5.1 5.2
56 56
Monitoring en evaluatie Leemten in kennis
Conclusies
57
Bijlage 1 Quickscan cultuurhistorie RegioExpres
59
Colofon
60
P.3/59
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel rapport
Voorliggend document beschrijft de resultaten van het deelonderzoek Landschap, Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie ten behoeve van het milieueffectrapport (hierna: MER) van het project RegioExpres. In dit deelrapport wordt onderzocht welke milieueffecten voor dit thema te verwachten zijn als gevolg van de voorgenomen activiteit(en) en of en zo ja welke mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen om deze milieueffecten te beperken. De wettelijk verplichte compensatie van te kappen bomen vindt plaats in een integraal landschapsplan en een separaat natuurcompensatieplan voor de aantasting van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het MER wordt samen met het Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (hierna: Ontwerp PIP) in procedure gebracht en moeten leiden tot een definitief Provinciaal Inpassingsplan (PIP), waarna wordt overgegaan tot (voorbereiding van) realisatie van de voorgenomen activiteiten. Voor meer informatie over de procedure wordt naar het MER en het PIP verwezen.
1.2
Over de voorgenomen activiteit(en)
In de huidige situatie rijden er in beide richtingen op werkdagen vier stoptreinen per uur tussen Arnhem en Doetinchem, waarvan er twee doorrijden naar Winterswijk. Daarnaast rijdt tussen Arnhem en Zevenaar de trein naar Düsseldorf en wordt het spoor gedeeld met de ICE (Amsterdam-ArnhemFrankfurt) en de NightJet (Amsterdam-Frankfurt-Innsbruck). Naast capaciteitsproblemen is ook de gemiddelde snelheid laag op het traject door de vele tussenstops en sluiten treinen slecht op elkaar aan. Als er geen maatregelen worden genomen, hebben de toenemende drukte -die uiteindelijk zelfs leidt tot het punt dat reizigers in de ochtendspits niet meer in de gewenste trein passen- en langere reistijden grote negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en het vestigingsklimaat in de regio. Begin 2018 heeft provincie Gelderland daarom besloten om een brede verkenning te starten naar de de spoorverbinding. Hierin is samengewerkt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, regio Achterhoek, ProRail, gemeenten en de vervoerders (Arriva en Connexxion). De oplossing is de RegioExpres: 1x per uur een snelle trein tussen de Achterhoek en Arnhem en Arnhem met aanvullend een verbeterde kwartiersdienst Arnhem-Doetinchem.
Met de uitvoering van het project RegioExpres wijzigt de dienstregeling naar één sneltrein tussen Arnhem en Doetinchem, die als stoptrein verder rijdt naar Winterswijk én vier stoptreinen tussen Arnhem en Doetinchem, waarvan er één als stoptrein doorrijdt naar Winterswijk. In de basis betekent dit dat er op het traject Arnhem-Doetinchem, in vergelijking met de huidige situatie, één extra (snel)trein per uur gaat rijden (in beide richtingen). De RegioExpres gaat alleen op werkdagen rijden tot 20:00 uur. Om dit mogelijk te maken zijn diverse infrastructurele maatregelen nodig. De meest vooraanstaande aanpassingen zijn: ▪ Spoorverdubbeling tussen Didam en Doetinchem De Huet; ▪ Tweede (extra) perron op stations Wehl en Doetinchem De Huet; ▪ Aanpassingen ter verbetering van de overwegveiligheid bij elf overwegen, deze liggen in de gemeenten Montferland en Doetinchem; ▪ Rondom station Doetinchem De Huet worden aanpassingen gedaan aan de openbare ruimte; ▪ Bouw van een relaishuis en keervoorziening ter hoogte van de Europaweg in Doetinchem; ▪ Een extra wissel ter hoogte van de Ringbaan-Oost (N336) in Zevenaar; ▪ Om het project te realiseren zijn ook tijdelijke bouwwegen en -terreinen noodzakelijk, deze worden nadien weer opgeheven.
Als gevolg van deze infrastructurele maatregelen zal ook de betrouwbaarheid en robuustheid van de dienstregeling hoger worden, wat ook leidt tot de verbeterde kwartiersdienst. Samen met de verbetering
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
4/57
in capaciteit en snelheid ontstaat een aantrekkelijk alternatief voor de (dagelijkse) files op de A12 en A18. Voor een nadere beschrijving van de voorgenomen activiteiten wordt verwezen naar het MER. Ter ondersteuning van bovenstaande toelichting zijn enkele figuren bijgevoegd: ▪ Figuur 1 toont het traject Arnhem-Winterwijk; ▪ Figuur 2 toont de huidige dienstregeling op het traject Arnhem-Doetinchem-Winterswijk; ▪ Figuur 3 toont de dienstregeling na introductie van de RegioExpres 1 keer per uur; ▪ Figuur 4 toont een overzicht van de te nemen spoor gerelateerde maatregelen ten behoeve van het project RegioExpres.
Figuur 1: Traject Arnhem-Winterswijk
Figuur 2: Huidige dienstregeling traject Arnhem-Doetinchem-Winterswijk
Figuur 3: Dienstregeling met introductie van de RegioExpres 1 keer per uur (per rijrichting)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
5/57
Figuur 4: Het project RegioExpres en de meest majeure spoor gerelateerde maatregelen
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de kaders & methodiek van het onderzoek beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie). In hoofdstuk 4 worden de milieueffecten gepresenteerd en eventuele mitigerende en compenserende maatregelen toegelicht. Geadviseerd wordt voor de effectenbeoordeling inclusief mitigerende en compenserende maatregelen eerst het landschapsplan door te nemen. In hoofdstuk 5 komen de monitoring, evaluatie en leemten in kennis aanbod. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies van het onderzoek gepresenteerd.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
6/57
2
Aanpak: kaders & methodiek
2.1
Plan- & studiegebied
Voor het MER van de RegioExpres maken we onderscheid in het plan- en studiegebied. Deze zijn in navolgende paragrafen toegelicht. 2.1.1 Plangebied Het plangebied is het gebied waarbinnen, op basis van het project en de milieueffecten, fysieke maatregelen nodig zijn. Dat gebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk besluit. Het plangebied voor het project RegioExpres is het traject vanaf spoorkilometer 48,643 (net ten westen van de RingbaanOost/N336 bij Zevenaar) tot en met spoorkilometer 33,867 (net ten westen van station Doetinchem). In Figuur 5 is dit gevisualiseerd. Ook wordt op een aantal locaties langs het spoor openbare ruimte aangepast om het project mogelijk te maken. Daarnaast wordt er natuur ontwikkeld op enkele percelen in Stilliwald (Wehl). Tijdens de realisatie van het project zijn tijdelijk bouwterreinen en -wegen nodig, deze maken ook onderdeel uit van plangebied en worden na afronding van de werkzaamheden teruggebracht in de staat van voor de start van de werkzaamheden.
Figuur 5: Plangebied van het project RegioExpres waarbinnen de fysieke maatregelen worden uitgevoerd
2.1.2 Studiegebied Het studiegebied is het gebied waarbinnen het optreden van belangrijke milieueffecten op voorhand niet zondermeer kunnen worden uitgesloten. Deze effecten kunnen optreden door zowel de fysieke maatregelen aan het spoor als door het veranderde gebruik. De milieueffecten van de aanleg en het gebruik van de RegioExpres worden in het MER op thema onderzocht. De omvang van het studiegebied is per milieuthema verschillend en is maximaal het gebied vanaf station Arnhem tot en met station Doetinchem. Achtergrond hiervan is dat buiten dit gebied er geen wijzigingen plaatsvinden, niet fysiek en niet qua aantallen treinen en/of -snelheden. Het studiegebied van het deelonderzoek Landschap, Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie betreft het gebied waar fysieke ingrepen en werkzaamheden plaatsvinden met een buffer van 100 meter. Het gebied is ruimer genomen omdat vanuit het bredere landschap de ingrepen zichtbaar zijn. Dit is in Figuur 6 in beeld gebracht.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
7/57
Figuur 6: Studiegebied beoordeling landschap en ruimtelijke kwaliteit RegioExpres
De herinrichting van de natuurontwikkelingsgebieden, die voorzien zijn in Stilliwald, heeft invloed op het thema Landschap en is dan ook onderdeel van het onderhavige studiegebied. De beoordeling van de effecten op natuur is opgenomen in deelrapport Natuur.
2.2
Beleidskader en wet- & regelgeving
2.2.1
Nationaal
2.2.1.1 Wet ruimtelijke ordening (per 1 juli 2021) De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een belangrijke wet in de ruimtelijke besluitvorming van Nederland. De Wro is het instrument om ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur in een samenhangende benadering te verdelen. De Wro brengt een duidelijk onderscheid aan tussen beleid en normstelling. De Wro stelt dat iedere gemeente, provincie en Rijk beschikt over een structuurvisie, waarin het ruimtelijk ontwikkelingsbeeld wordt beschreven. Ook wordt een uitvoeringsstrategie voorgeschreven waarin wordt aangegeven op welke wijze men het beleid gaat realiseren. Normstelling De juridische borging van de doorwerking van het beleid vindt plaats in bestemmingsplannen, inpassingsplannen en beheersverordeningen. Gemeenten zijn volgens de Wro verplicht om bestemmingsplannen op te stellen voor het hele grondgebied. In de bestemmingsplannen staan bindende voorschriften voor het gebruik van de ruimte. Rijk en provincies kunnen inpassingsplannen opstellen voor projecten die van bovenlokaal of nationaal belang zijn. Deze inpassingsplannen vervangen de gemeentelijke bestemmingsplannen. Rijk en provincies kunnen met behulp van algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen voorschriften opstellen voor het gebruik van de ruimte.
Gemeenten dienen bij het opstellen van bestemmingsplannen deze voorschriften in acht te nemen. 2.2.1.2 Nationale omgevingsvisie (vaststelling op 11 september 2020) In de NOVI omschrijft het Rijk de langetermijnvisie op de toekomstige inrichting ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland. In Nederland spelen een aantal dringende maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, het woningtekort, versterken van natuur en biodiversiteit, behoud van het landschap en de vitaliteit van de landbouw. Deze opgaven moeten in samenhang worden bekeken. De NOVI geeft de uitdagingen weer, wat de nationale belangen zijn, welke keuzes er zijn en geeft richting aan decentrale keuzes. Omgevingskwaliteit staat hier centraal: Plannen moeten worden gemaakt met oog
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
8/57
voor natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid. Hierbij stelt de NOVI een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Eén van de doelstellingen van de NOVI is het nastreven van een goede leefomgevingskwaliteit. Dit omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als milieukwaliteit: ‘Onder ruimtelijke kwaliteit komen de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde samen. Milieukwaliteit heeft betrekking op waarden die wij toekennen aan een gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving’ 2.2.1.3 Erfgoedwet (per 01-08-2021) De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgesteld in de Erfgoedwet. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. 2.2.2
Provincie
2.2.2.1 Omgevingsvisie Provincie Gelderland: Gaaf Gelderland (per 1 maart 2019) De omgevingsvisie van Gelderland biedt een gedeelde toekomstvisie voor de provincie. Het omschrijft de provincie wat van waarde is en wat ze wil beschermen. Daarnaast geeft het ook richting aan ontwikkeling van de Gelderse omgeving. Ook Gelderland staat voor grote uitdagingen als energietransitie, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verstedelijking in combinatie met krimp en toenemende mobiliteit. Het doel: ‘Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland.’ De verschillende landschappen vormen de Kracht van Gelderland. Eén van de unieke kwaliteiten en waarden van de provincie is het landschap en wordt als volgt beschreven: ‘een variatie aan Gelderse streken met unieke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten: het coulisselandschap in de Achterhoek, de Veluwe met haar bossen, heidevelden en zandverstuivingen, het rivierenlandschap met dijken, oeverwallen, stuwwallen en uiterwaarden, karakteristieke dorpen en de stedelijke Regio Arnhem-Nijmegen.’ De provincie zet in op 7 ambities: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Ook ruimtelijk beleid komt onder de omgevingsvisie van de Provincie te vallen: ‘Het provinciaal belang ligt in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.’ Bij het Natuur- en landschapsbeleid spant de provincie zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten. De RegioExpres loopt door landgoederen Stilliwald en Het Jagershuis ten zuidwesten van Wehl (zie Figuur 7). Dit gebied is aangewezen als GNN en als GO. De beek en haar omgeving ten westen van het Stilliwald is bovendien aangewezen als ecologische verbindingszone. In de GO worden natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren. Na realisatie worden deze onderdelen toegevoegd aan het GNN. De GO draagt ook bij aan de belevingswaarde van het waardevolle cultuurlandschap en heeft daardoor een bijzondere rol voor extensieve openluchtrecreatie.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
9/57
In de atlas Kernkwaliteiten GNN en GO is het gebied opgenomen in nummer 38: De Liemers Oost. In deze atlas staan de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap.
Figuur 7: Locatie van RegioExpres op de kaart van natuur- en landschapsbeleid uit de omgevingsvisie. (Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)
2.2.3
Gemeenten
2.2.3.1
Groenstructuurplan gemeente Montferland (vastgesteld op 27 januari 2011)
Figuur 8: Variatie aan landschappen in het zandgebied om Didam (GSP Gemeente Montferland 2010)
In het groenstructuurplan van Montferland en het verdiepende groenstructuurplan van de kern Didam staat de visie op het groen van de gemeente. In de gemeente worden vier zones aangeduid waarvan er drie de spoorlijn raken (zie ook Figuur 8): 1. De zoom; overgang zand naar klei (geel); 2. Zandgronden rond Didam en Wehl (lichtbruin); 3. Robuuste ecologische verbindingszone (groen).
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
10/57
De zones hebben ieder hun eigen identiteit en zullen aan de hand van het groenstructuurplan verder versterkt worden. Belangrijke motto’s in het GSP zijn ‘Versterk karakteristiek van de kern en de wijken’ en ‘Sluit aan bij het Landschap’. Voor deze laatste zijn er twee groene verbindingszones aangewezen binnen de kern Didam (zie Figuur 9). Deze moeten de aders vormen door het dorp waarmee de groenstructuur versterkt wordt. Het spoor is één van de verbindingszones.
Figuur 9: Verbindingszones te Didam. De rode lijn geeft het tracé van de RegioExpres weer (GSP Didam)
2.2.3.2 Groenstructuurplan gemeente Doetinchem (vastgesteld op 19 juni 2017) Het meest recente Groenstructuurplan (GSP) van gemeente Doetinchem komt uit 2017. Kenmerkend is de grote verscheidenheid aan groen binnen de gemeente die verder versterkt wordt. Doel is een ‘groene waas’ te creëren door de hele gemeente. Het groen moet in de haarvaten van de plaatsen, waaronder Doetinchem en Wehl, doordringen. In het GSP wordt niet gesproken over de spoorzone, maar wel wordt de groene structuur langs het spoor weergegeven in de visie en duidt de pijl aan de westzijde, zie Figuur 10, op het zoeken naar groene verbinding aan de zuidzijde van het spoor.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
11/57
Figuur 10: Opgave 'De Groene Waas' Doetinchem, de rode lijn geeft het spoor van de RegioExpres weer. (Structuurvisie Doetinchem, 2013)
2.2.3.3 Structuurvisie gemeente Zevenaar 2030 (vastgesteld op 20 februari 2013) De structuurvisie Zevenaar vormt het ontwikkelingskader van de gemeente Zevenaar tot 2030. Daarin geeft de gemeente onder andere richting aan ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente. De gemeente stelt hierin Drie kernopgaven: Verbinden, Diversiteit en kwaliteit. Het onderdeel ‘verbinden’ gaat het onder ander over verbinding tussen woonomgeving en buitengebied. Grote infrastructuur, zoals het spoor, vormen daarin een barrière die gereduceerd moet worden. ‘Kwaliteit’ betreft ook kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en groengebieden. Het project tast de ruimte in Zevenaar enkel aan in de realisatiefase door een werkterrein bij de wisseloverloop zoals aangegeven in Figuur 11. De locatie van het werkterrein heeft geen invloed op de structuurvisie omdat op deze locatie geen duidelijke bestemming of waarde ligt.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
12/57
Figuur 11: Structuurvisieplankaart 2012-2030. Locatie wisseloverloop en werkterrein zijn met rood omlijnd.
2.3
Beoordelingskader
2.3.1 Beoordelingscriteria en wijze van beoordelen In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) RegioExpres d.d. 27-09-2022 is het beoordelingskader vastgesteld. Voor alle milieuthema’s zijn in het beoordelingskader de aspecten en bijbehorende criteria vastgesteld. De effecten tijdens de gebruiksfase worden onderzocht en, indien relevant, de tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase. Navolgende Tabel 1 toont het beoordelingskader voor het deelonderzoek Landschap, Ruimtelijke kwaliteit en Cultuurhistorie. Tabel 1: Beoordelingskader (wijze beoordeling) deelonderzoek
Thema en aspect Landschap Landschap
Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie Cultuurhistorie waarden
Criterium
Wijze van beoordelen
Effect op landschappelijke structuren, verandering kwaliteit landschapstype en verandering in barrièrewerking Effecten op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte
Kwalitatief
Effect op cultuurhistorisch waarden
Kwalitatief
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
Kwalitatief
13/57
2.3.2 Beoordelingsschaal De beoordeling van dit deelonderzoek wordt uitgevoerd op basis van onderstaande scoretoekenning, dit is afgeleid uit het vastgestelde NRD. 2.3.2.1 Landschap De effecten van het project RegioExpres worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, oftewel de huidige situatie met autonome ontwikkelingen zonder toevoeging van de RegioExpres. Hierbij beschouwen we de verandering op: De kwaliteit van het landschapstypen; De effecten op de aanwezige landschappelijke structuren; De verandering in de barrièrewerking van het aan te leggen spoor. De effecten voor landschap worden beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Van deze referentiesituatie zijn de karakteristieken en kernkwaliteiten beschreven, maar ook de mogelijkheden voor verbetering ten aanzien van landschap. De beoordeling van de effecten op verschillende aspecten is kwalitatief uitgevoerd, een deskundig oordeel op basis van kennis en ervaring. De analyse is uitgevoerd op zowel grote en kleine schaal waarbij gekeken is naar zowel de effecten op landschappelijke structuren en andere grote eenheden, als naar de effecten op straatniveau Verandering kwaliteit landschapstype Bij het criterium verandering kwaliteit landschapstype worden de verschillende landschapstypen beschouwd.
De landschapstypen en de landschappelijke kenmerken van deze landschapstypen worden beschreven en er wordt aangegeven hoe de ingrepen van de RegioExpres invloed hebben op deze kenmerken. De verandering van de kwaliteit wordt beoordeeld met behulp van Tabel 2: Beoordelingstabel effecten landschapstypen. Tabel 2: Beoordelingstabel effecten landschapstypen
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Een sterke verbetering van het landschapstype.
+
Positief effect
Een verbetering van het landschapstype.
0
Beperkt negatief effect
Geen verandering van de kwaliteit van het landschapstype
-
Negatief effect
Een aantasting van het landschapstype.
--
Sterk negatief effect
Een ernstige aantasting van het landschapstype.
2.3.2.2 Effect op landschappelijke structuren In deze sectie worden specifiek enkele landschappelijke structuren aangestipt die aangetast worden door de RegioExpres. Van west naar oost wordt het spoor gevolgd. De verandering van de kwaliteit van de landschappelijke structuren wordt beoordeeld met behulp van Tabel 3.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
14/57
Tabel 3: Beoordelingstabel effecten landschappelijke structuren
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Een grote versterking/verbetering van de landschappelijke structuren.
+
Positief effect
Een versterking/verbetering van de landschappelijke structuren.
0
Geen/neutraal effect
Geen aantasting van de landschappelijke structuur.
-
Negatief effect
Een aantasting van de landschappelijke structuur.
--
Sterk negatief effect
Een ernstige aantasting van de landschappelijke structuur.
Verandering in barrièrewerking Bij het criterium verandering in barrièrewerking wordt er gekeken naar hoe het project RegioExpres al dan niet bijdraagt aan een verandering in barrièrewerking. Op verschillende manieren vormt infrastructuur een barrière in het landschap. Dit kan fysiek zijn, waardoor landschappen ruimtelijk worden onderbroken, maar ook visueel waarbij zichtlijnen worden beperkt of doorsneden. De effecten op de barrièrewerking worden beoordeeld met behulp van Tabel 4. Tabel 4: Beoordelingstabel effecten barrièrewerking
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Een sterke afname van barrièrewerking.
+
Positief effect
Een afname van barrièrewerking.
0
Geen/neutraal effect
Geen verandering in barrièrewerking.
-
Negatief effect
Een toename van barrièrewerking.
--
Sterk negatief effect
Een sterke toename van barrièrewerking.
2.3.2.3 Ruimtelijke kwaliteit In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke kwaliteit beoordeeld. Een vergelijking wordt gemaakt met de referentiesituatie, oftewel de huidige situatie met autonome ontwikkelingen zonder toevoeging van de RegioExpres en de situatie met RegioExpres. Het aspect ruimtelijke kwaliteit wordt getoetst aan de hand van 3 criteria: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Gebruikswaarde De gebruikswaarde richt zich op hoe het landschap gebruikt wordt en de waarde die dit gebruik biedt aan de omgeving. De gebruiksfuncties wonen, verkeer, landbouw, recreatie, natuur en water staan daarbij centraal. Denk hierbij aan landbouwkavels die worden versnipperd en/of minder bereikbaar zijn. Het aspect functionaliteit beschouwt hoe het project de huidige en toekomstige functies en het gebruik van locaties beïnvloedt. Wordt de samenhang van landbouw, recreatie en natuur versterkt of neemt, bijvoorbeeld door barrièrewerking de functionaliteit af? Bovendien wordt onderzocht wat voor impact de RegioExpres heeft op de bereikbaarheid van de functies in het studiegebied. Het gaat hierbij om autoverkeer, OV, en langzaam verkeer (fiets- en voetganger).
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
15/57
Tabel 5: Beoordelingstabel effecten gebruikswaarde
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Een grote versterking van de functies en gebruik van locaties op en rondom het plangebied.
+
Positief effect
Een versterking van de functies en gebruik van locaties op en rondom het plangebied.
0
Geen/neutraal effect
Instandhouding de functies en gebruik van locaties op en rondom het plangebied.
-
Negatief effect
Een aantasting van de functies en gebruik van locaties op en rondom het plangebied.
--
Sterk negatief effect
Een ernstige aantasting van de functies en gebruik van locaties op en rondom het plangebied.
Belevingswaarde Het criterium belevingswaarde beschrijft de invloed op wat mensen beleven in de ruimtelijke omgeving. In dit geval gaat het om de verandering van de waarde die door zowel bezoekers als bewoners wordt toegekend aan het gebied rondom de RegioExpres. Dit betreft fysieke, zichtbare en dus ruimtelijkvisuele waarden van het landschap. Ook bronnen van hinder zoals geluid, trillingen en luchtkwaliteit hebben invloed op de belevingswaarde, deze worden beschreven in eigen effectrapporten en paragrafen in de MER. Het aspect belevingswaarde wordt beoordeeld aan de hand van de visuele beleving vanuit de omgeving. Bij de visuele aspecten en beleving vanuit de omgeving wordt ingegaan op de beleving van mensen die zicht hebben op de ruimtelijke ingrepen en het gebruik van de RegioExpres zintuigelijk ervaren. Dit zijn bijvoorbeeld omwonenden of mensen die in het gebied recreëren of werken. Ze hebben bijvoorbeeld zicht op de spoorlijn in het landschap. Aan de andere kant kan het gaan om de beleving van de aangepaste situatie ter plaatse van overwegen, aanpassingen aan groen en aanpassingen aan de openbare ruimte zoals bij station Doetinchem De Huet. Tabel 6: Beoordelingstabel effecten belevingswaarde
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
De RegioExpres is sterk verminderd visueel aanwezig over een aanzienlijk deel van de route en versterkt de visuele aspecten van het landschap in grote mate.
+
Positief effect
De RegioExpres is verminderd visueel aanwezig over een aanzienlijk deel van de route of sterk verminderd visueel aanwezig over enkele delen van de route en versterkt de visuele aspecten van het landschap.
0
Geen/neutraal effect
De RegioExpres is niet meer of minder visueel aanwezig en tast de visuele aspecten van het landschap niet aan.
-
Negatief effect
De RegioExpres is sterker visueel aanwezig over een aanzienlijk deel van de route of veel sterker visueel aanwezig over enkele delen van de route en tast de visuele aspecten van het landschap aan.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
16/57
--
Sterk negatief effect
De RegioExpres is veel sterker visueel aanwezig over een aanzienlijk deel van de route of veel sterker visueel aanwezig over enkele delen van de route en tast de visuele aspecten van het landschap aan.
Toekomstwaarde Bij het aspect toekomstwaarde wordt beoordeeld welke mogelijkheden het project openlaat om aan de toekomstige inrichtingsvraagstukken te voldoen. Het is van belang het project zodanig uit te voeren dat de aanwezige waarden in het gebied behouden blijven, maar er ook rekening gehouden wordt met toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden. Het gaat dan niet alleen om de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied en de ruimtelijke functies, maar ook om de mogelijke invulling van de langetermijnambities van het Rijk en de Provincie. Ook gaat het om eventuele toekomstige ontwikkelingen van het spoor mogelijk te maken, zoals elektrificatie en verhoging van ritfrequentie. Het is van belang de maatregelen binnen de RegioExpres zodanig uit te voeren dat het bereiken van deze ambitie voor de langere termijn niet wordt belemmerd. Tabel 7: Beoordelingstabel effecten toekomstwaarde
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Een grote versterking van de mogelijkheden tot uitbreiding/aanpassing infrastructuur in de toekomst.
+
Positief effect
Een versterking van de mogelijkheden tot uitbreiding/aanpassing infrastructuur in de toekomst.
0
Geen/neutraal effect
Geen aantasting van de mogelijkheden tot uitbreiding/aanpassing infrastructuur in de toekomst.
-
Negatief effect
Een aantasting van de mogelijkheden tot uitbreiding/aanpassing infrastructuur in de toekomst.
--
Sterk negatief effect
Een ernstige aantasting van de mogelijkheden tot uitbreiding/aanpassing infrastructuur in de toekomst.
2.3.2.4 Cultuurhistorie De verandering van de kwaliteit van de cultuurhistorische waarden wordt beoordeeld met behulp van Tabel 8. Tabel 8: Beoordelingstabel cultuurhistorie
Score
Oordeel ten opzichte van de Referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Een grote versterking/verbetering van de cultuurhistorische waarden.
+
Positief effect
Een versterking/verbetering van de cultuurhistorische waarden.
0
Geen/neutraal effect
Geen aantasting van de cultuurhistorische waarden.
-
Negatief effect
Een aantasting van de cultuurhistorische waarden.
--
Sterk negatief effect
Een ernstige aantasting van de cultuurhistorische waarden.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
17/57
2.4
Onderzoeksmethodiek
2.4.1 Landschap Het onderdeel landschap is kwalitatief beoordeeld middels een bureaustudie. Dit is gedaan door een locatiebezoek en het bestuderen van (historische) kaartmateriaal, straatbeelden, beleidsdocumenten en naslagwerken over landschap(typen) in Gelderland. 2.4.2 Ruimtelijke kwaliteit Ten behoeve van de beschrijving van de huidige ruimtelijke kwaliteit van het studiegebied heeft een locatiebezoek plaatsgevonden. Daarnaast is een bureaustudie uitgevoerd naar de drie criteria: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Dit is gedaan door het bestuderen van kaarten, straatbeelden en beleidsdocumenten. De effecten van de ruimtelijke ingrepen van de RegioExpres zijn beoordeeld en toegelicht per aspect. 2.4.3 Cultuurhistorie Om het aspect cultuurhistorie te beoordelen is een zogenaamde quickscan (zie Bijlage 1) uitgevoerd en zijn verschillende historische kaarten en cultuurhistorische waardenkaarten geraadpleegd die inzicht geven in het cultuurlandschap en de bewoning daarin. Tevens zijn monumentenregisters geraadpleegd op de aanwezigheid van monumenten in het studiegebied. In de quickscan wordt de methode nader toegelicht.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
18/57
3
Huidige situatie & (referentiesituatie)
3.1
Bestaande situatie
3.1.1
Landschap
autonome
ontwikkeling
3.1.1.1 Overzicht van landschapstypen In totaal doorkruist het spoor zes elkaar opeenvolg landschapstypen. Het gebied is met name een open landschap, maar heeft ook halfopen- en incidenteel besloten karakteristieken. De landschappen zijn ingedeeld op basis van de provinciale landschapstypenindeling. Figuur 12 toont het plangebied met bijbehorende landschapstypen. De spoorlijn Zevenaar-Doetinchem doorkruist van west naar oost een reeks van landschapstypen en bebouwde kommen: Oeverwallen- en stroomruggenlandschap; Bebouwde kom van Didam; Kampenlandschap rondom Didam; Natte heide- en broekontginningenlandschap; Boslandschap; Essenlandschap rondom Wehl; Bebouwde kom van Wehl; Natte heide- en broekontginningenlandschap; Bebouwde kom van Doetinchem De Huet. In onderstaande figuur staat de spoorverdubbeling geprojecteerd over de verschillende landschapstypen. Alleen de landschapstypen waarop de spoorlijn effect heeft worden besproken. Zo wordt het oeverwallen- en stroomruglandschap rond Zevenaar niet besproken: de enige ruimtelijke ingreep daar is het plaatsen van een extra wissel. Door de opeenvolging van de diverse landschappen en door de verdergaande verstedelijking is de identiteit van de verschillende landschapstypen minder duidelijk zichtbaar geworden langs het tracé. Dit geldt bijvoorbeeld voor het oeverwallen- en stroomruggenlandschap.
Het landschap als geheel langs het tracé kan als halfopen agrarisch landschap gekarakteriseerd worden met daarbinnen enkele kampen en escomplexen.
Figuur 12 Landschapstypen plangebied (Provincie Gelderland)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
19/57
3.1.1.2 Bebouwde kom – Didam Als we van west naar oost kijken, zien we in dit gebied verschillende vormen van bebouwing en activiteiten. Door plaatsgevonden uitbreidingen is het spoortracé inmiddels ook aan de zuidzijde van het tracé begrensd door woningbouw en een bedrijventerrein. Aan de westzijde vinden we een naoorlogse woonwijk tot aan de Dijksestraat. De kruising van het spoor met de Spoorstraat/ Dijksestraat geeft een inkijk in een ‘historische’ straat waar voornamelijk vooroorlogse gebouwen te vinden zijn, wat het gebied een dorpse uitstraling geeft. Verder naar het oosten bevindt zich aan weerszijden van het spoor een bedrijventerrein met veelal grote loodsen. Langs de Pittelderstraat begeleidt een smalle groenstrook met bomenrij het spoor. Aan de zuidzijde van het gebied wordt de bebouwing afgewisseld met weilanden en zijn er vooroorlogse gebouwen, boerderijen, te vinden aan de Oude Beekseweg. Dit geeft het gebied een landelijk karakter. Ten noorden van het spoor bevindt zich een woonwijk uit de jaren 80 en 90. Het huidig spoortracé en de aangrenzende bebouwing sluiten nauw op elkaar aan, er is weinig vrije groene ruimte in deze spoorzone aanwezig. Met name aan de noordzijde van het spoor in Didam (deel ten oosten van de Pittelderstraat) is een ruime strook, die momenteel deels zonder duidelijk gebruik ligt en waar het kruidige groen extensief wordt beheerd.
Deels wordt het gebied gebruikt als opslagterrein voor verhardingsmaterialen en deel als parkeerplaats. Samenhang in de inrichting ontbreekt echter. In het gemeentelijk structuurplan (zie 2.2.3.1en 2.2.3.2) wordt de spoorzone gezien als één van de 2 groene verbindingszones in oostwestelijke richting door de kom van Didam.
Figuur 13: Beeld van de bomenrij aan de Pittelderstraat. (Cyclomedia)
3.1.1.3 Kampenlandschap Rondom Didam vinden we het kampenlandschap. Het oorspronkelijke kampenlandschap (eenmansessen) ligt grotendeels opgesloten tussen de oorspronkelijk reliëfrijke open essen en de vlakke halfopen heide- en broekontginningen. De beslotenheid van de essen en de kleinschaligheid horend bij het kampenlandschap zijn sterk aangetast door de schaalvergrotingen van de landbouw, toenemende bebouwing en het weghalen van houtwallen en beplantingen. De karakteristieke omzoomde groene beslotenheid staat door het gebrek aan bomenlanen erg onder druk waardoor de bebouwing een dominante visuele positie inneemt. De wegen vormen een mix van rechte en slingerende structuren, onder meer door de grillige perceelvormen, waarbij de slingerende
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
20/57
wegen deels beplant zijn. Het onderscheid tussen de essen en de kampen is in de loop der tijd sterk vervaagd.
Figuur 14: Het Kampenlandschap net ten oosten van Didam. (Cyclomedia)
3.1.1.4 Natte heide- en broekontginningenlandschap; Tussen Didam en Wehl en tussen Wehl en Doetinchem De Huet, vinden we het broekontginningenlandschap in de lage zones van het dekzandgebied. Deze ontgonnen landschappen waren voorheen moerassige beekdalen die onbruikbaar waren voor landbouw. Door andere afwatering in de 19e eeuw konden de landen ontgonnen worden. De weilanden zijn nu voornamelijk in gebruik voor veeteelt. Het landschap kenmerkt zich als een open landschap met weinig bebouwing en beplanting.
Figuur 15: Het broekontginningenlandschap gezien vanaf het Notenstraatje (Cyclomedia)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
21/57
3.1.1.5 Boslandschap Ten westen van Wehl vinden we de landgoederen Stilliwald en Het Jagershuis, deze vormen het boslandschap langs het spoor en is landschappelijk van grote waarde vanwege haar samenhang, herkenbaarheid en haar cultuurhistorische betekenis. Het heeft tevens een beschermde status als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (de voormalige ecologische hoofdstructuur), waardoor natuur- en landschapswaarden elkaar hier versterken. Het Stilliwald en Het Jagershuis vormen samen een landgoedbos. Het is gerealiseerd als productiebos in de 19e eeuw na het ontginnen van het voormalige heidelandschap. Het oostelijke deel is het Stilliwald en het westelijke deel Het Jagershuis. Het bos bestaat uit een gevarieerde mix van loof- en naaldhoutsoorten. Kenmerkend voor het boslandschap is de afwisseling tussen gesloten en open plekken. Daarnaast vinden we ook lange lanen die de verkavelingspatronen volgen.
Figuur 16: Het Stilliwald gezien vanaf de overweg van de Ringweg. (Cyclomedia)
3.1.1.6 Bebouwde kom van Wehl Aan de westzijde van Wehl vinden we enkel bebouwing aan de noordzijde, waar zich een wijk uit de jaren ‘60 en ‘70 bevindt. Ten noorden van het spoor, aan de oostrand van Wehl, bevindt zich een bedrijventerrein en ten zuiden daarvan is er een nieuwbouwwijk te vinden die dateert van na 2005.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
22/57
Figuur 17: Het station van Wehl (Cyclomedia)
3.1.1.7 Essenlandschap rondom Wehl Rondom Wehl vinden we het Essenlandschap. Het essenlandschap kent hier erf-, brink- en wegbeplantingen. De akker en weilanden worden veelal omringd door houtwallen. Dit landschap bestaat uit voornamelijk individuele landbouwkavels waarbij boerenbedrijven een combinatie hebben tussen akkerbouw en veeteelt. De wegen hebben dikwijls een bochtig verloop door het volgen van de hogere delen in het landschap en kennen vanuit de bebouwde kom vaak een uitwaaierend wegenpatroon.
Figuur 18: Satellietbeeld van het Essenlandschap ten oosten van Wehl. Een duidelijke mix van akkerbouw en veeteelt is te zien (Cyclomedia)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
23/57
3.1.1.8 Natte heide- en broekontginningenlandschap; Tussen Wehl en Doetinchem is ook een smalle strook van het broekontginningslandschap aanwezig waar het spoortracé doorheen gaat. Het landschap kenmerkt zich als een open landschap met weinig bebouwing. Wel komt er boombeplanting in de vorm van enkele houtwallen, bosjes en solitaire bomen voor. Veldnamen als ‘Meerenbroek’, ‘het Broek’ en ‘Stroombroek’ herinneren aan dit landschap.
Figuur 19: Locatie van het broekontginningenlandschap aan het spoor ter hoogte van het Notenstraatje. (Cyclomedia)
3.1.1.9 Bebouwde kom van Doetinchem De Huet De bebouwde kom van De Huet stamt uit de jaren ’80. Aan de zuid- en westkant bevinden zich de Wehlse Broeklanden en de Belder en de woonwijk Dichteren. Aan de westzijde bevindt zich nog een open landschap, waarschijnlijk een stukje oud broekland wat begrensd wordt door de spoorlijn en de Wehlse weg. Vanuit de zuidelijk gelegen Wehlseweg wordt de spoorlijn begeleid door een gevarieerde boombeplanting, een groene zoom, die zich aan de noordzijde van het tracé bevindt. Ten zuiden van het tracé bestaat het grondgebruik uit grasland. Het treinstation Doetinchem De Huet vormt een schakel tussen de woonwijken De Huet en Dichteren.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
24/57
Figuur 20: Station Doetinchem De Huet gezien vanaf de Wehlse weg ten zuiden van het station. (Cyclomedia)
Figuur 21: Station Doetinchem De Huet, gezien vanaf de noordzijde. (Cyclomedia)
3.1.2
Ruimtelijke kwaliteit
3.1.2.1 Gebruikswaarde Het gebied tussen Zevenaar en de westzijde van Doetinchem is een landschap met zowel open als meer gesloten landschappen. Het ruimtelijk beeld wordt gevormd door verschillende dorpen en de open landschappen ertussen waar kleinschalige infrastructuur en boerderijen gesitueerd zijn. Vanuit het studiegebied zijn verschillende vormen van grootschalige infrastructuur duidelijk beeldbepalend: te weten de rijkswegen A18 en A12 en twee hoogspanningsnetten, waarvan één door het studiegebied loopt (zie Figuur 22).
Figuur 22: Beeld van hoogspanningsnet tussen Wehl en Doetinchem, gezien vanaf de overweg Beekseweg oost
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
25/57
Het studiegebied kent de volgende ruimtelijke functies volgens de verschillende bestemmingsplannen: Groen; Agrarisch; Infrastructuur (niet-spoorgerelateerd); Spoorse functies; Wonen; Maatschappelijk; Werken (Bedrijf en Bedrijventerrein); Natuur en bos; Water.
Figuur 23: Bestemmingsplannen binnen de contouren van het studiegebied
Deze functies zijn op een herkenbare wijze verspreid in het gebied. Wonen vindt voornamelijk plaats in de dorpskernen. Voor zowel Didam als Wehl is opvallend dat de kernen van beide dorpen voornamelijk aan de noordzijde van het spoor liggen. De bedrijventerreinen in zowel Didam als Wehl hebben een locatie direct aan het spoor. De ruimte tussen de dorpen wordt gedomineerd door agrarisch gebied met landwegen. Naast het agrarisch gebied is het grondgebruik ten westen van Wehl bos. De verschillende functies in het gebied worden verbonden door landwegen die verspreid door het landschap liggen. Het spoor vormt in het studiegebied een barrière voor het verkeer op deze landwegen. In totaal zijn er 14 gelijkvloerse kruisingen met het spoor binnen het studiegebied. De belangrijkste overgangen zijn te vinden in de dorpscentra. In Didam is dat de Bievankweg, die een directe aansluiting heeft op de A18. In Wehl zijn het de Doetinchemseweg en de Weemsraat die beide eveneens een aansluiting hebben met de A18. In Doetinchem vinden we nogmaals twee belangrijke verbindingswegen die het spoor gelijkvloers kruisen: de Europaweg en Jan Willinkstraat. 3.1.2.2 Belevingswaarde De beschrijving van de belevingswaarde gaat in op aspecten die te maken hebben met zintuigelijke ervaringen. In dit rapport ligt hierbij de focus op de visuele beleving van de huidige situatie.
De onderstaande kaart is afkomstig uit een onderzoek van de Wageningen Universiteit naar de belevingswaarde van het landschap. Dit betreft een modelmatige voorspelling van hoe aantrekkelijk de omgeving wordt ervaren. Duidelijk is te zien dat de directe omgeving van dorpen als minder aantrekkelijk wordt beleefd. Het bosgebied en haar directe omgeving wordt het hoogst beoordeeld.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
26/57
Figuur 24: Kaartbeeld belevingswaarde van het landschap. (Atlas Natuurlijk Kapitaal)
Drie archetypen Het studiegebied kan getypeerd worden door drie ruimtelijke archetypen: Bebouwde kom, agrarisch gebied en bosgebied. In elk van deze typen vinden we vergelijkbare elementen en zichtrelaties. In de bebouwde kom is het zichtveld beperkt door omliggende bebouwing en bomen. Het agrarisch gebied kent de wijdste uitzichten. Daar wordt de horizon gevormd door bomenrijen, boerderijen, hekwerk en akkers en grasland. In het bosgebied is het zichtveld evenals in de bebouwde kom beperkt door de aanwezige bomen. Wel is hier en daar een open plek die voor ruimtelijke afwisseling zorgt.
Figuur 25: 3 archetypen van ruimtelijke opbouw in het studiegebied. Bebouwde kom is met rood aangeduid, het agrarisch gebied met groen en het bos met blauw.
Aanwezigheid van treinverkeer Er rijden nu acht treinen per uur door het studiegebied. Deze zijn vanuit de omgeving te zien. Op sommige locaties zoals in het bos en het agrarisch gebied verstoort dit voor korte tijd de rust in het landschap. Hekwerk langs het spoor Een duidelijk zichtbaar element is het hekwerk langs het spoor. In de bebouwde kom zien we mathekwerk langs het spoor staan.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
27/57
Figuur 26: Mathekwerk vormt een zichtbaar element langs het spoor. Dit beeld is gezien vanaf de Ringbaan Oost te Zevenaar. (Cyclomedia)
Op een aantal plekken in het buitengebied is er in de huidige situatie voor gekozen het spoor af te bakenen met lager prikkeldraad. Dit is minder zichtbaar dan het draadmathekwerk en harmonieert meer met de omgeving, aangezien veel van de landbouwkavels met eenzelfde materiaal worden begrensd.
Figuur 27: Beeld vanaf de overweg van het Notenstraatje met afbakening met prikkeldraad. (Cyclomedia)
Bij de overgang van Bievankweg in Wehl staat er struweel naast het hekwerk dat door het hek heen groeit. Daardoor is het mathekwerk minder dominant aanwezig dan in de situatie waarbij het hekwerk op zichzelf staat. Om een natuurlijke overgang tussen spoor en landschap te verkrijgen is een groene overgang met struweel te prevaleren boven een stalen afrastering met hekwerken. Het integreren van struweel en hekwerken is hierbij een inpassingsoplossing.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
28/57
Figuur 28: Beeld vanaf de Bievankweg te Wehl waar struiken door het hekwerk groeien. (Cyclomedia)
Grondwal Didam Te Didam wordt het spoortracé begeleid door een grondwal met beplanting. De huidige groene invulling van de wal geeft een aantrekkelijker beeld voor wandelaar en de bewoners, want deze beplanting houdt de spoorlijn uit het zicht.
Figuur 29: Beeld van de grondwal te Didam. (Cyclomedia)
Station Wehl Station Wehl heeft thans een eilandperron dat te bereiken is vanaf de noordzijde. Het station wordt vooral gekenmerkt door de rechthoekige graansilo direct naast het station. De silo geldt als cultuurhistorisch waardevol (zie Bijlage 1). Verder kent de noordzijde typische stationselementen zoals fiets- en autoparkeerplaatsen. Het perron wordt afgeschermd door een haag. Aan de zuidzijde van het station bevindt zich een aantal woningen alsmede enkele lege kavels die momenteel dienstdoen als weiland. Deze zorgen voor een agrarisch karakter.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
29/57
Station Doetinchem De Huet Station Doetinchem kent een groen karakter door het grote aantal bomen, hagen en oppervlakte aan gras. Met name ten zuiden van het spoor doet het gebied aan als een groen ogend landschap. Het spoor zelf wordt aan deze kant afgeschermd door een haag. Daardoor is het mathekwerk niet te zien. De ruimte ten noordzijde van het station is minder groen. Daarnaast vinden we hier parkeerruimte voor auto’s en fietsen. De resterende ruimte is zo groen mogelijk ingevuld door plaatsing van bomen bij de parkeerplaats en langs het spoor.
3.2
Referentiesituatie
Conform het Notitie Reikwijdte & Detailniveau wordt 2035 als referentiejaar gehanteerd, het jaar waar in de referentie- en projectsituatie naar wordt gekeken. Dit is circa 10 jaar na de geplande vaststelling van het Provinciaal Inpassingsplan. Hierna wordt vanuit dit thema de situatie geschetst zoals in de referentiesituatie verwacht had mogen worden. Naast de RegioExpres kent het gebied een aantal andere ruimtelijke ontwikkelingen binnen de periode tot het referentiejaar. Dit gaat over de woningbouwontwikkeling bij Wehl en de infrastructurele aanpassingen aan de A12 ter hoogte van Zevenaar. De aanpassingen aan de A12 vallen buiten het studiegebied en zijn om deze reden niet meegenomen in dit onderzoek. 3.2.1 Ontwikkeling Heideslag - Wehl Heideslag is een ontwikkellocatie gelegen bij Wehl, een dorp in de gemeente Doetinchem in de Achterhoek. Het gebied is gelegen tussen de N815 (Doetinchemseweg) en de A18 en heeft een oppervlakte van ongeveer 24 hectare. Het gebied is momenteel voornamelijk agrarisch gebied, maar er zijn plannen om het te ontwikkelen tot een aantrekkelijke woonwijk. De ontwikkellocatie heeft de potentie om zo'n 250 tot 300 woningen te huisvesten. Naast de woonwijk zal er ook ruimte zijn voor bedrijvigheid. Er komt een bedrijventerrein van ongeveer 4 hectare.
Figuur 30: Plankaart Heideslag, afkomstig uit het SPvE Heideslag, (www.doetinchem.nl)
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
30/57
3.2.2 Overige autonome ontwikkelingen Daarnaast zijn de volgende autonome ontwikkelingen bekend: •
Spoorstraat 32 te Didam, waarin 7 nieuwe appartementen mogelijk worden gemaakt;
Figuur 31: Locatie nieuwe appartementen Spoorstraat
•
Van Rouwenoortweg 56 te Didam, waarin 1 nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt.
Figuur 32: Locatie nieuwe woning Van Rouwenoortweg
Op bovenstaande plannen heeft de RegioExpres echter geen effect, voor zover het landschap en ruimtelijke kwaliteit betreft. Daarnaast is de gemeente Zevenaar bezig met diverse woningbouwontwikkelingen en transformaties langs het spoor, waaronder de woningbouwplannen voor de uitbreiding van Enghuizen (het BAT-terrein) en Groot Holthuizen. In Zevenaar vinden echter geen ruimtelijke ingrepen plaats, los van het aanbrengen van een extra wissel.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
31/57
4
Effectbeoordeling
4.1
Landschap
4.1.1 Effect op landschapstypen Effecten op de bebouwde kom Didam Deze landschappen zijn grotendeels al sterk beïnvloed door (weg)infrastructuur. De kwaliteit van het landschap verandert hier niet of nauwelijks door de komst van een tweede spoor. De RegioExpres heeft geen landschappelijk effect (neutraal) op de bebouwde kom van Didam. Effecten op het kampenlandschap In het kampenlandschap rondom Didam wordt de Lange Klauwenhof nabij het spoor verlegd en wordt er een bomenrij op een kavel aan de zuidkant van het spoor gekapt, zie Figuur 33. Met name het vellen van de bomen zorgt voor een aantasting van het landschapstype omdat er meer openheid zal ontstaan, terwijl het kampenlandschap gekenmerkt wordt als een kleinschalig, halfopen landschap. De verdubbeling van het spoor en verplaatsing van de naastgelegen weg zorgt ervoor dat rechte lijnen nadrukkelijker aanwezig zijn in het gebied. Dit versterkt het contrast met het omliggende landschap. Dit resulteert voor de RegioExpres in een negatief effect (-) op het kampenlandschap.
Figuur 33: Locatie waar bomenrij gekapt zal worden.
Effecten op het heide- en broekontginningenlandschap Na Didam vervolgt het spoor haar weg door het natte heide- en broekontginningenlandschap. Ook tussen Wehl en Doetinchem wordt dit landschapstype doorkruist. Dit landschap kenmerkt zich door relatief laaggelegen, natte gebieden. Deze gebieden zijn erg open en hebben meer rechte lijnelementen. Grote delen van dit landschap waren in de 19e eeuw nog niet ontgonnen. Dit is landschappelijk terug te zien door de rechte kanaaltjes en strakke kavels. Zo doorkruist het spoor bijvoorbeeld de Didamse Leigraaf, een pas in de jaren ’70 gegraven kanaal. Ook de verderop gelegen Wehlse Beek is in het verleden rechtgetrokken.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
32/57
De rechte lijnen van het spoor zijn in lijn met de ontginningselementen. De ligging van het spoor als een dijkje door een lager en natter gebied sluit goed aan op het landschap. De effecten op de kwaliteit van het heide- en broekontginningenlandschap zijn minimaal, en zijn daarom beoordeeld met neutraal (0). Effect op het boslandschap Het boslandschap tussen Didam en Wehl kenmerkt zich door een grote afwisseling aan besloten en halfopen gebieden. Deze groene zone bevat veel bomen dicht op het spoor. Het spoor doorkruist hier het landgoed Stilliwald. In de 19e eeuw zijn hier de heidevelden ontgonnen om het landgoed aan te leggen. Historische elementen als een cirkelvormige wegenstructuur rond de Dassenboomse Allee, zijn in het verleden doorsneden door het spoor. Deze structuur wordt enigszins aangetast, maar de buitenlijn blijft gehandhaafd. De zichtassen van het landgoed zijn reeds aangetast door het spoor. De verdubbeling van het spoor betekent dat de historische elementen nog sterker doorsneden worden. De herkenbaarheid van het landgoederenlandschap neemt hierdoor af. Ook de landschappelijke waarde van de oude bomen langs het spoor neemt af.
Figuur 34: Doorsnijding van het landgoed Stilliwald in 1900.
Figuur 34 laat de ronde structuur zien van het landgoed in 1900. Hier is tegenwoordig weinig meer van te herkennen. De spoorverdubbeling versterkt die verminderde herkenbaarheid. Naast de fysieke achteruitgang neemt de ruimtelijke kwaliteit af voor de bezoeker en de gebruiker van het gebied. De landgoederen hebben nu immers een sterk recreatieve functie. In Stilliwald worden enkele percelen ingericht voor natuur met bijpassende invulling ter compensatie van de aantasting van het GNN. Deze gebieden hebben een neveneffect op het landschap. De natuurcompensatie sluit alleen aan op het boslandschap, het landschapstype waarbinnen de GNN in het studiegebied valt. Hier heeft aanheling van bestaande groenstructuren plaats doordat enkele bospercelen binnen de radialenstructuur van Stilliwald met elkaar verbonden worden. Dit is lokaal een beperkte verbetering. De RegioExpres heeft ondanks die verbetering een sterk negatief effect (--) op dit landschapstype. Effect op het essenlandschap Het historische essenlandschap ter hoogte van Wehl was van oudsher een open, enigszins hoger gelegen gebied met aan de flanken boerderijen en beplanting. De kern van het dorp Wehl ligt op het op een hoger punt in de omgeving. Het landschap rondom het dorp wordt gekenmerkt door boerderijen die vrij liggen met de achterzijde naar de es gekeerd, een reliëf met bolle kavels en een grillig wegenpatroon.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
33/57
Het huidige tracé vormt een lineair autonoom lijnelement in het landschap. Beplantingsstructuren lopen aan weerszijden van het spoor door. De afrastering langs het spoor is zichtbaar in het relatief vlakke landschap langs het tracé. Door de verdubbeling van het spoort gaat de kwaliteit er enigszins op achteruit omdat de aanwezigheid van het spoor zichtbaarder wordt. Vooral in die delen waar houtopstanden worden verwijderd voor de spoorverdubbeling. De RegioExpres heeft daardoor een negatief effect (-) op het essenlandschap. Tijdelijke situatie De tijdelijke situatie, ofwel de periode waarin bouwterreinen en -wegen in gebruik zijn, heeft effect in het kampenlandschap, natte heide- en broekontginningenlandschap, het boslandschap en het essenlandschap doordat er bomen gekapt worden. Doordat het lang duurt voordat herplante bomen een omvang hebben die vergelijkbaar is met de huidige bomen, is het effect negatief op deze landschappen. Dit geldt het meest voor het boslandschap, waar de meeste bomen gekapt worden. Overzicht verandering kwaliteit landschappen Tabel 9 toont het overzicht van het effect van de RegioExpres op elk landschapstype. Hierbij is nog geen rekening gehouden met maatregelen die genomen kunnen worden om het effect te mitigeren of te compenseren. Tabel 9: Beoordeling effecten op landschapstypen
Landschapstype Bebouwde kom Kampenlandschap
Beoordeling
Natte heide- en broekontginningenlandschap Boslandschap
0
Essenlandschap
-
Totaal
-
0 -
--
Toelichting Nauwelijks landschappelijke verandering Kleine verandering. Sterkere rechte lijnen van het spoortracé contrasteren meer met het omringende landschap. Nauwelijks landschappelijke aantastging Verlies van landschappelijke waarde, met name door kap van houtopstanden. De landschappelijke hoofdstructuur wordt sterk aangetast. Verminderde landschappelijke waarde, met name doordat op enkele delen van het tracé beplantingen worden verwijderd. Aantasting van het landschapstype.
De verdubbeling van het spoor betekent dat op sommige delen aanpalende beplantingen verwijderd worden. Het betreft dan vooral struweel en boombeplantingen. Ook wordt de kruisende laanstructuur aangetast t.b.v. de verdubbeling van het spoor. Afhankelijk van het landschapstype is de impact van de verdubbelingsmaatregel meer of minder opvallend in het ruimtelijk beeld. 4.1.2 Effect op landschappelijke elementen Grondwal Didam-Oost De verplaatsing van grondwal t.b.v. de spoorverdubbeling richting de bestaande groenstructuur van de wijk betekent dat de aanwezige ecologische groenstructuur zoals aangeduid in het GroenStructuurPlan wordt versmald en daardoor minder effectief zal worden. Lange Klauwenhof Ter hoogte van de Lange Klauwenhof wordt de weg verlegd. Hierdoor verandert het landschap omdat de kavels kleiner worden en woningen zich dichter op de weg en het spoor bevinden.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
34/57
Figuur 35: Situatietekening van de verlegde Lange Klauwenhof
Houtwal Frieslandweg Net voor de Didamse Leigraaf, ter hoogte van boerderij Friesland, bevindt zich aan de zuidzijde van het spoor een houtwal. In het verleden is dit deel geweest van het bos van landgoed Stilliwald. Het is een tijd open gebied geweest, maar eind jaren ’90 herontwikkeld. Door de aanleg van de RegioExpres zal deze houtwal in omvang afnemen. Aan de kopse kant worden drie bomen gekapt. Stilliwald Ter hoogte van landgoed Stilliwald wordt de bosstructuur aangetast. Het bos neemt hier in oppervlakte af door bomenkap. Het gaat om 55 bomen en heeft een negatief effect op de ruimtelijke beleving van het landschap. Naast de afname van de bosstructuur wordt ook de wegenstructuur van het landgoed aangetast. Figuur 36 toont een oud, gebogen pad, onderdeel van de landgoedstructuur, tussen het spoor en de camping. Deze wordt verder aangetast door de verdubbeling van het spoor.
Figuur 36: Ronde structuur Stilliwald net ten zuiden van het spoortracé
Bosschage Wehl Ter hoogte van Wehl, net voor het station, bevinden zich nu een bosschage en een voetpad aan de zuidzijde. Door de verdubbeling zal een deel van het bosschage worden verwijderd. Momenteel zorgt het groen ervoor dat een aantal bedrijfspanden aan het zicht wordt onttrokken. Figuur 37 toont de huidige situatie. Wandelaars langs de akker hebben daarom nu weinig zicht op het bedrijventerrein.
98-JG-HS-RAP-23001516 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 27-11-2023
35/57
Figuur 37: Te vellen bosschage net ten zuiden van station Wehl
Overgang landelijk gebied en bebouwde kom Doetinchem Bij de overgang van het landelijke gebied naar de bebouwde kom van Doetinchem kruist het spoor de Wehlsche Beek. Hier bevindt zich een groenstrook die kleiner wordt door het tweede spoor. Deze groenstrook is onderdeel van een langere noord-zuidverbinding aan de rand van Doetinchem. Deze groenblauwe zone staat niet op zichzelf, maar vormt ook een belangrijke buffer tussen Doetinchem en het landelijk gebied. Door de aanleg van de RegioExpres neemt de robuustheid hiervan af.