CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.17 - Natuur Nader onderzoek bouwterreinen.pdf

beeldvormende raad 11 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres10.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.5

Ongewervelden

5.5.1 Teunisbloempijlstaart Binnen de werkterreinen zijn geen groeiplaatsen van waardplanten van de teunisbloempijlstaart vastgesteld. De werkzaamheden resulteren niet in overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb in relatie tot de teunisbloempijlstaart.

5.6

Samenvattend

In onderstaande tabel staan alle bovengenoemde conclusies nogmaals overzichtelijk weergegeven. Hieruit valt op te maken dat er voor twee soortgroepen een ontheffing noodzakelijk is, namelijk vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus) en reptielen (hazelworm). Voor de kerkuil en gierzwaluw/boerenzwaluw dienen maatregelen getroffen te worden om overtreding van artikel 3.1 van de Wnb op voorhand te voorkomen. De maatregelen voor ontheffingsplichtige functies worden nader uitgewerkt in een activiteitenplan. Alle maatregelen (ook niet-ontheffingsplichtige functies) worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Tabel 5.1: Soortgroepen en soorten waarvoor de noodzaak aanwezig is om een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

Soort Blauw guichelheil, glad biggenkruid en wilde ridderspoor Grote leeuwenklauw Boomvalk, sperwer en ransuil Huismus Kerkuil en gierzwaluw/boerenzwaluw Das Steenmarter, boommarter en otter Hazelworm Teunisbloempijlstaart

Beschermde soorten aanwezig? Nee

Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? Nee

Mogelijk Nee Ja Ja

Nee

Nader onderzoek uitvoeren Nee Ja, artikel 3.1 Wnb lid 2. Nee, mits maatregelen worden getroffen. Nee, mits maatregelen worden getroffen. Nee

Ja Nee

Ja, artikel 3.10 Wnb lid 1. Nee

Ja

B85--HS-RAP-23006146 / Proj.nr. / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 24-11-2023

32/32

5.7

Zorgplicht en maatregelen uit quickscan

Naast de potentie van het plangebied voor niet-vrijgestelde beschermde soorten is uit de quickscan ecologie13 naar voren gekomen dat het plangebied geschikt is voor algemene broedvogels, vrijgestelde grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen. Daarnaast kunnen zich populaties van rugstreeppad en vliegroutes, foerageergebied en verblijfplaatsen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied bevinden. Maatregelen die genomen dienen te worden in het kader van de zorgplicht en om overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb te voorkomen staan hieronder beschreven. Voor de niet-ontheffingsplichtige maatregelen wordt geadviseerd de uitvoering te waarborgen door een ecologisch werkprotocol te laten opstellen door een ter zake kundige. Het ecologisch werkprotocol dient tijdens de uitvoering te allen tijde aanwezig te zijn en bij alle medewerkers bekend te zijn. Tabel 5.2: Aanbevelingen over maatregelen in kader van zorgplicht en om verbodsovertredingen te voorkomen. Bron: Movares, 2023.

Soortgroep Algemene broedvogels

Grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Vleermuizen foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen, foerageergebied das

Amfibieën

13

Maatregel Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden, waarbij beplanting wordt verwijderd of aan oevers wordt gewerkt of buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen, het gaat om een broedgeval ongeacht de datum. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden. Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren en amfibieën zoveel mogelijk te beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant te worden uitgevoerd, zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Bij voorkeur wordt tussen zonsopkomst en zonsondergang gewerkt. Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied, verblijfplaatsen en eventuele vliegroutes te voorkomen dient gewerkt te worden tussen zonsopgang en zonsondergang.

Indien toch gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht, dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen, water, en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring te voorkomen. Er wordt aanbevolen om te voorkomen dat er ondiepe water (ondergelopen autosporen, geulen e.d.) ontstaan tijdens werkzaamheden die mogelijk plaatsvinden in de actieve periode van rugstreeppad (april-oktober). Poelen kunnen functioneren als tijdelijk geschikt voortplantingswater. Wanneer deze door rugstreeppad in gebruik worden genomen, dienen werkzaamheden tijdelijk stilgelegd te worden. Rugstreeppad kan tot ongeveer 5 kilometer afleggen op zoek naar nieuw leefgebied en is bekend uit de omgeving.

Movares (2023). RegioExpres werkterreinen – Quickscan ecologie. Versie 3.0.

B85--HS-RAP-23006146 / Proj.nr. / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 24-11-2023

33/32

6

Bronnen

BIJ12 (2023). Kennisdocument Huismus. Versie 2.1. La Haye, M., Dijkstra, V., van Veen, K. (2022). NEM Verspreidingsonderzoek Marters: inventariseren met cameravallen. Movares (2021). Quickscan flora en fauna RegioExpres – Effecten op beschermde gebieden en soorten. Versie 3.0. Movares (2022). RegioExpres spoorbaan – Nader onderzoek ecologie. Versie 4.0. Movares (2023). RegioExpres werkterreinen – Quickscan ecologie. Versie 3.0. SOVON (2023). Boomvalk – Telrichtlijnen. SOVON (2023). Sperwer – Telrichtlijnen. SOVON (2023). Ransuil – Telrichtlijnen. NGB (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming.

B85--HS-RAP-23006146 / Proj.nr. / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 24-11-2023

34/32

Colofon OPDRACHTGEVER

ProRail B.V. Moreelsepark 3 3511 EP Utrecht

UITGAVE

Movares Nederland B.V.

Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht TELEFOON

+31 (0)30 - 265 5555

ONDERTEKENAAR

Kirsten van der Hulst kirsten.vd.hulst@movares.nl

PROJECTNUMMER

KENMERK

B85--HS-RAP-23006146

© 2023, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

B85--HS-RAP-23006146 / Proj.nr. / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 24-11-2023

35/32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7962/documents/45172