CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.16 - Natuur Quickscan bouwterreinen.pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres12.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

28/47

De iepenpage heeft geen groot leefgebied nodig en kan al voorkomen op plaatsen waar enkele iepen bij elkaar staan. Echter zijn tijdens het veldbezoek geen iepen waargenomen. Omdat het veldbezoek in maart buiten de bloeiperiode was uitgevoerd konden de waardplanten van de teunisbloempijlstaart niet geïdentificeerd worden. Deze kunnen wel in het plangebied verwacht worden langs de bosranden of in de open landschappen in de omgeving van het bos tussen Didam en Wehl, waar de grond open en verstoord is zoals langs akkerranden en bermen. De oevers van de watergangen binnen het plangebied hebben geen opgaande, dichte begroeiing waardoor zij ongeschikt zijn voor beschermde libellen. Daarnaast vormen de watergangen door de beperkte waterplantengroei geen leefgebied voor de platte schijfhoren. 3.2.8.3 Effectbespreking en vervolgstappen Er is geen biotoop aanwezig voor libellen of de platte schijfhoren. Waardplanten van de grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart en iepenpage zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten op de grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en iepenpage zijn daarmee uitgesloten. Waardplanten van de teunisbloempijlstaart bloeien in de periode juli-september en konden tijdens het veldbezoek niet gedetermineerd worden.

Waardplanten van de teunisbloempijlstaart kunnen wel in het plangebied verwacht worden waardoor negatieve effecten op de teunisbloempijlstaart door de aanleg van de werkterreinen niet uitgesloten kunnen worden. Er dient een aanvullend bezoek in de bloeiperiode van de waardplanten uitgevoerd te worden om leefgebied van de teunisbloempijlstaart aan te tonen.

3.3

Invasieve exoten

Uit de bureaustudie (NDFF) blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende invasieve uitheemse soorten (exoten) van de Unielijst zijn waargenomen: grote waternavel, hemelboom, lettersierschildpad, muskusrat, nijlgans, parelverderkruid, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, roodwangschildpad, smalle waterpest, watersla en waterteunisbloem. Er zijn geen exoten waargenomen binnen het plangebied.

3.4

Beschermde houtopstanden

Binnen het plangebied staan houtopstanden. Deze worden door de voorgenomen ingreep (deels) gekapt. Middels een bomeninventarisatie18,19 uitgevoerd door Boomtotaalzorg zijn mogelijk te kappen bomen in kaart gebracht. Er hoeven geen bomen binnen de Groene Ontwikkelingszone gekapt te worden. In de memo houtopstanden20 wordt besproken onder welke wet-/regelgeving de te kappen bomen kunnen vallen, en bepaald hoeveel bomen gekapt of behouden worden. Binnen de bebouwde kom Wnb staan 78 (en eventueel 43 verdere) bomen die ten behoeve van de ontwikkeling gekapt moeten worden. Voor deze bomen dient bij de bijbehorende gemeente (Montferland of Doetinchem) een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Mogelijk wordt vanuit de betreffende gemeente een herplantplicht opgedragen. Buiten de bebouwde kom Wnb staan 176 (en eventueel 37 verdere) bomen die ten behoeve van de ontwikkeling gekapt moeten worden. Voor bomen binnen de gemeente Montferland dient een ontheffing op artikel 4.2 van de Wnb bij de provincie Gelderland aangevraagd te worden. Voor bomen in de gemeente Doetinchem is een ontheffing van de provincie Gelderland op artikel 4.2 van de Wnb en/of een vergunning van de gemeente Doetinchem noodzakelijk. Bij een ontheffing op de Wnb is een herplant verplicht. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan mogelijk door de gemeente Doetinchem een herplantplicht opgelegd worden.

18

Boomtotaalzorg (2023). RegioExpres bomeninventarisatie gemeente Doetinchem. Boomtotaalzorg (2023). RegioExpres bomeninventarisatie gemeente Montferland. 20 Movares B.V. (2023). Memo compensatieopgave houtopstanden. Versie 3.0 19

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

29/47

Op Oude Bosgroeiplaatsen staan 4 (en eventueel 38 verdere) bomen die ten behoeve van de ontwikkeling gekapt moeten worden. Voor deze bomen dient een ontheffing bij de provincie Gelderland aangevraagd te worden en moet de herplant op dezelfde locatie plaatsvinden. Deze herplanting moet worden afgestemd met de provincie.

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

30/47

4

Conclusie

In onderstaande paragrafen worden de conclusies en aanbevelingen uit de quickscan besproken.

4.1

Beschermde gebieden

4.1.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken bevindt zich op een afstand van ongeveer 750 meter afstand. Gezien de aard van de werkzaamheden, de ligging van het plangebied en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten door verstoring op Natura 2000-gebied uitgesloten. Voor mogelijke stikstofdepositie op gevoelige habitattypen/-soorten in Natura 2000-gebieden tijdens de aanleg en het gebruik van de werkterreinen dienen de effecten middels projectspecifieke AERIUSberekening inzichtelijk gemaakt te worden, wanneer dit nog niet reeds in het kader van het gehele project is uitgevoerd. De werkterreinen worden na realisatie van het project hersteld en zullen deze in de gebruiksfase van de spoorverdubbeling niet leiden tot een toename in stikstofemissie. 4.1.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Door de aanleg van de werkterreinen vindt er tijdelijke ruimtebeslag op het GNN inclusief Ecologische Verbindingszone (EVZ) plaats. Het betreft het bosgebied tussen Didam en Wehl. De werkzaamheden kunnen niet onder de geldende bestemmingsplannen uitgevoerd worden waardoor toetsing aan de Omgevingsverordening Gelderland benodigd is. De voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot een nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN.

De provincie acht een GNN-toetsing noodzakelijk. De rapportage over de toetsing aan het GNN- en GObeleid dient hierop te worden aangevuld. 4.1.3 Groene Ontwikkelingszone (GO) Door de aanleg van de werkterreinen vindt er tijdelijke ruimtebeslag op de GO plaats. Het betreft agrarisch gebied tussen Didam en Wehl. De werkzaamheden kunnen niet onder de geldende bestemmingsplannen uitgevoerd worden waardoor toetsing aan de Omgevingsverordening Gelderland benodigd is. De voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten en samenhang of beperking in het behalen van de ontwikkelingsdoelen van de GO. De provincie acht een GO-toetsing noodzakelijk. De rapportage over de toetsing aan het GNN- en GO-beleid dient hierop te worden aangevuld.

4.2

Beschermde soorten

Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermde nesten, grondgebonden zoogdieren, reptielen en ongewervelden. In onderstaande tabel is per soortgroep aangegeven of er nader onderzoek nodig is en mogelijk een ontheffing nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Tabel 4.1: Conclusies en aanbevelingen over beschermde soorten (Wet natuurbescherming).

Soortgroep

Beschermde soorten/functie?

Vaatplanten

Ja, blauw guichelheil, glad biggenrkuid, grote

Nader onderzoek nodig? Ja

Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? Ja, wanneer blauw guichelheil, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw en/of wilde ridderspoor in het plangebied

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

31/47

Soortgroep

Algemene Broedvogels

Beschermde soorten/functie? leeuwenklauw en wilde ridderspoor Ja

Nader onderzoek nodig?

Nee

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Ja, huismus, boomvalk, ransuil en sperwer

Ja

Grondgebonden zoogdieren

Ja, boommarter, steenmarter, otter en algemeen vrijgestelde soorten zoals bosmuis

Ja, naar boommarter, steenmarter en otter

Vleermuizen foerageergebied

Nee, geen essentieel foerageergebied

Nee

Vleermuizen vliegroutes Vleermuizen verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Nee

Reptielen

Ja, hazelworm (werkterreinen) en levendbarende hagedis (spoorwegberm).

Ja

Amfibieën

Ja, algemeen vrijgestelde soorten zoals gewone pad

Nee

Vissen

Nee

Nee

Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? worden vastgesteld en groeiplaatsen niet kunnen worden ontzien. Nee, mits maatregelen worden genomen om vernietiging van nesten en verstoring van broedende vogels te voorkomen. Ja, wanneer uit nader onderzoek blijkt dat nesten in gebruik zijn door vogels met jaarrond beschermde nesten of essentieel leefgebied van de huismus aanwezig is en verstoring niet kan worden uitgesloten. Ja, wanneer uit het nader onderzoek blijkt dat er vaste rust- en verblijfplaatsen van boommarter, steenmarter en otter aanwezig zijn en verstoring niet kan worden uitgesloten. Voor algemeen vrijgestelde soorten dient er rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11). Nee, mits tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven. Nee Nee, mits tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij de omliggende bebouwing en het omliggend groen onverlicht blijven. Ja, wanneer uit nader onderzoek blijkt dat er vaste rust- en verblijfplaatsen van hazelworm en levendbarende hagedis aanwezig zijn binnen het plangebied. Nee, mits er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11).

Het betreft namelijk door het ministerie van LNV algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening. Nee, mits er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11). Het betreft namelijk door het ministerie van LNV algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

32/47

Soortgroep

Beschermde soorten/functie?

Ongewervelden

Ja, teunisbloempijlstaart

Nader onderzoek nodig? Ja

Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? Ja, wanneer uit nader onderzoek blijkt dat er waardplanten van de teunisbloempijlstaart aanwezig zijn en zich rups en eieren daarop bevinden.

4.2.1 Nader onderzoek In bovenstaande tabel is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar vaatplanten (blauw guichelheil, glad biggenkruid en grote leeuwenklauw en wilde ridderspoor), huismus, roofvogels (boomvalk en sperwer), ransuil, marters (boommarter, steenmarter en otter), hazelworm en teunisbloempijlstaart. Dit onderzoek is hieronder beschreven: Tabel 4.2: Beschrijving van het nader onderzoek.

Soort Blauw guichelheil, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw en wilde ridderspoor Boomvalk en sperwer

Hazelworm

Huismus

Levendbarende hagedis

Marters (boommarter, steenmarter en otter)

Ransuil

Onderzoek Groeiplaatsen van soorten blauw guichelheil, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw en wilde ridderspoor dienen te worden vastgesteld door middel van het uitvoeren van één veldbezoek in de bloeimaanden van deze soorten. De globale bloeiperiode overlapt in de periode juniaugustus. Het gebruik van nesten door de boomvalk kan aangetoond worden door per nest drie gerichte bezoeken uit te voeren in de periode 1 mei tot en met 31 augustus21. Voor de sperwer dienen drie bezoeken in de periode 1 maart tot en met 15 juli uitgevoerd te worden 22. Het onderzoek naar boomvalk en sperwer kan in de periode 1 mei tot en met 15 juli gecombineerd worden. Als tussenperiode van de bezoeken worden minimaal 10 dagen aangehouden en er wordt tijdens de bezoeken 1 uur op territoriaal en nestindicerend gedag gelet. Om hazelworm aan te tonen dienen reptielenplaten uitgelegd te worden en vier bezoeken uitgevoerd te worden in de periode 1 juni tot 31 september met minimaal een maand tussen het eerste en het laatste bezoek14. Tijdens het onderzoek naar de huismus worden twee bezoeken uitgevoerd in de periode 1 april tot en met 20 juni, van minimaal een uur en met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen 23.

Nader onderzoek naar de levendbarende hagedis wordt uitgevoerd door tussen half april en eind mei en augustus t/m september 3 bezoeken uit te voeren waarbij reptielenplaten gecontroleerd worden. Tussen het eerste bezoek en het laatste bezoek dient minimaal een maand te zitten. De reptielenplaten dienen minimaal 1 maand voorafgaand aan het bezoek aanwezig te zijn ter gewenning14. Het gebruik van het plangebied door de boom- en steenmarter kan aangetoond worden door het neerzetten van wildcamera’s voor minimaal 6 weken24. Dit kan het hele jaar door plaats vinden. Voor de otter wordt dezelfde onderzoekmethodiek aangehouden. Het onderzoek naar ransuil houdt twee avondbezoeken in de periode 15 februari tot en met 15 juli in25. Als tussenperiode van de bezoeken worden minimaal 10 dagen aangehouden en er wordt tijdens de

SOVON (2023). Boomvalk – Telrichtlijnen. SOVON (2023). Sperwer – Telrichtlijnen. 23 NGB (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. 24 La Haye, M., Dijkstra, V., van Veen, K. (2022). NEM Verspreidingsonderzoek Marters: inventariseren met cameravallen. 25 SOVON (2023). Ransuil – Telrichtlijnen. 21 22

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

33/47

Soort

Teunisbloempijlstaart

Onderzoek bezoeken 1 uur op territoriaal en nestindicerend gedag gelet. Tijdens het onderzoek naar de ransuil kan het afspelen van baltsroepen behulpzaam zijn. Leefgebied van de teunisbloempijlstaart kan vastgesteld worden door het aantonen van groeiplaatsen van waardplanten. Er dient eenmaal het projectgebied bezocht te worden in het bloeiseizoen van de waardplanten. Deze is globaal in juli-september.

4.2.2 Maatregelen Uit de quickscan volgt een aantal maatregelen. In onderstaande tabel staan de maatregelen weergegeven. Dit betreft ook maatregelen vanuit de algemene zorgplicht. Tabel 4.3: Aanbevelingen over maatregelen.

Soortgroep Algemene broedvogels

Steenuil en steenmarter

Grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Vleermuizen foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen

Amfibieën

Maatregel Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden, waarbij beplanting wordt verwijderd of aan oevers wordt gewerkt of buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen, het gaat om een broedgeval ongeacht de datum. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden. In de twee holtes in de boom bij km 37.3 (geocode 212) kunnen zich nesten van de steenuil of vaste rust- of verblijfplaatsen van de steenmarter bevinden. Steenuilen en steenmarter zijn ’s nachts actief waardoor, gezien de afstand van 1,5 ten opzichte van de aanleg van een werkterreinen, nachtelijke werkzaamheden verstorend kunnen werken. Als de boom ’s nachts onverlicht blijft, zullen de steenuil of steenmarter niet verstoord worden door de werkzaamheden. Daarnaast is een broedlocatie van de steenuil in een schuur bij km 43.75 (geocode 212) gelegen.

Als nachtelijke verstoring door licht tijdens de broedperiode van de steenuil (15 april-15 mei) wordt voorkomen, zullen aanwezige nesten niet verstoord worden door de werkzaamheden. Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren en amfibieën zoveel mogelijk te beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant te worden uitgevoerd, zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes te voorkomen dient gewerkt te worden tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien toch gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht, dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen, water, en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring te voorkomen. Er wordt aanbevolen om te voorkomen dat er ondiepe poelen ontstaan tijdens werkzaamheden die mogelijk plaatsvinden in de actieve periode van

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

34/47

Soortgroep

Amfibieën en vissen

4.3

Maatregel rugstreeppad (april-oktober). Poelen kunnen functioneren als tijdelijk geschikt voortplantingswater. Wanneer deze door rugstreeppad in gebruik worden genomen, dienen werkzaamheden tijdelijk stilgelegd te worden. Rugstreeppad kan tot ongeveer 5 kilometer afleggen op zoek naar nieuw leefgebied en is bekend uit de omgeving. Om effecten op algemeen beschermde amfibieën en op vissen zoveel mogelijk te beperken dient het werken aan watergangen richting één kant te worden uitgevoerd zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb).

Invasieve exoten

Er zijn geen exoten waargenomen binnen het plangebied.

4.4

Beschermde houtopstanden

Binnen het plangebied staan houtopstanden. Deze worden door de voorgenomen ingreep (deels) gekapt. Middels een bomeninventarisatie26,27 uitgevoerd door Boomtotaalzorg zijn mogelijk te kappen bomen in kaart gebracht. Er hoeven geen bomen binnen de Groene Ontwikkelingszone gekapt te worden. In de memo houtopstanden28 wordt besproken onder welke wet-/regelgeving de te kappen bomen kunnen vallen, en bepaald hoeveel bomen binnen de projectgrenzen staan.

4.5

Kansen voor natuur

Om de biodiversiteit in en rondom het plangebied te verhogen zijn maatregelen voor het project uitgewerkt in de memo meekoppelkansen29. Het betreft de volgende maatregelen: ◼ Aanbrengen van faunapassages, bijvoorbeeld kleine faunatunnel ten behoeve van de das of Dwarsligger Faunapassages (DFP) ten behoeve van herpetofauna en kleine zoogdieren; ◼ Plaatsen van takkenrillen/stobbenwallen/zwerfkeien ter geleiding van grondgebonden dieren door het landschap; ◼ Aanleg van heg of haag als verbindingselement en leefgebied voor allerlei diersoorten; ◼ Aanbrengen van vogelrollers en zitpalen om het spoor roofvogelonvriendelijk te maken; Daarnaast kan aan maatregelen worden gedacht als: ◼ Aanbrengen van meer structuur door bijvoorbeeld het toepassen van natuurvriendelijke oevers of houtwallen; ◼ Aanleg van poelen als drinkwaterplek voor dieren of als voortplantingsplaats voor de rugstreeppad; ◼ Aanleg van kunstmatige verblijfplaatsen zoals insectenhotels/nestkasten/vleermuiskasten. Op de tijdelijke werkterreinen is het wenselijk om na afloop van de werkzaamheden deze terreinen her te beplanten met inheemse, lokale soorten die bijdragen aan de lokale biodiversiteit. Denk aan bomen, struiken en kruiden die insecten, vogels en zoogdieren kunnen aantrekken. De soorten groen dienen afgestemd te worden op de lokale flora en fauna.

Tijdens de werkzaamheden is het dan ook belangrijk om de bodem zo min mogelijk te verstoren zodat zich de natuur snel kan herstellen.

26

Boomtotaalzorg (2023). RegioExpres bomeninventarisatie gemeente Doetinchem. Boomtotaalzorg (2023). RegioExpres bomeninventarisatie gemeente Montferland. 28 Movares B.V. (2023). Memo compensatieopgave houtopstanden. Versie 3.0 29 Movares B.V. (2021). Ecologische meekoppelkansen RegioExpres Achterhoek, versie 3.0. 27

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

35/47

5

Bronnen

Boomtotaalzorg (2023). Inventarisatierapportage – Spoorlijn RegioExpres Doetinchem-Didam. La Haye, M., Dijkstra, V., van Veen, K. (2022). NEM Verspreidingsonderzoek Marters: inventariseren met cameravallen. Movares B.V. (2023). Memo compensatieopgave houtopstanden. Versie 3.0 Movares B.V. (2021). Quickscan flora en fauna Regio Expres – Effecten op beschermde gebieden en soorten. Versie 3.0. Movares B.V. (2022). RegioExpres – Nader onderzoek ecologie. Versie 2.0. NGB (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Nationale Databank voor Flora en Fauna (februari 2023). Omgevingsverordening Gelderland. Januari 2023. Provincie Gelderland. SOVON (2023). Boomvalk – Telrichtlijnen. SOVON (2023). Sperwer – Telrichtlijnen. SOVON (2023). Ransuil – Telrichtlijnen.

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

36/47

Colofon OPDRACHTGEVER

ProRail B.V. Moreelsepark 3 3511 EP Utrecht

UITGAVE

Movares Nederland B.V.

Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht TELEFOON

ONDERTEKENAAR

+31 (0)30 - 265 5555 Katharina Jüdt katharina.judt@movares.nl

PROJECTNUMMER

KENMERK

MN002205 B85--HS-RAP-23001859

© 2023, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

37/47

Bijlage 1 Kaarten plangebied

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

38/47

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

39/47

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

40/47

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

41/47

Bijlage 2 Foto’s nesten en boomholten

Figuur 5.1: Nest bij km 49.1 (geocode 611).

Figuur 5.2: Twee nesten bij km 46.25 (geocode 212).

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

42/47

Figuur 5.3: Nest bij km 46.25 (geocode 212).

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

43/47

Figuur 5.4: Nest bij km 44.3 (geocode 212).

Figuur 5.5: Twee nesten bij km 41.9 (geocode 212).

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

44/47

Figuur 5.6: Nest bij km 36.4 (geocode 212).

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

45/47

Figuur 5.7: Nest bij km 36.1 (geocode 212).

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

46/47

Figuur 5.8: Twee boomholten bij km 37.3 (geocode 212).

B85--HS-RAP-23001859 / Proj.nr. MN002205 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 13-11-2023

47/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45406